Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Happy Handdoek, Zwitserland en Oostenrijk, Krimpflatie, Een nieuwe smartphone?, Indonesië in ontwikkeling, Texels werk, Rijker of armer na Prinsjesdag?, De carwash.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 39 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (8), productie en kosten (5) en overheid en belastingen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Inkomen en consumptie6, 18-21, 23, 34-358
Productie en kosten2, 4, 27, 32, 435
Overheid en belastingen3, 25, 33, 36-375
Internationale handel7-10, 265
Vraag en aanbod38-425
Arbeidsmarkt28-314
Geld en inflatie11, 14-153
Marktvormen5, 172
Conjunctuur22, 242

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over vraag en aanbod (13% van de vragen, gemiddeld 5%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Happy Handdoek

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de bijlage.

Met zijn bedrijf Happy Handdoek heeft ondernemer Erik Giessen een belangrijke prijs voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) gewonnen. Met Happy Handdoek produceert Erik duurzame handdoeken van hoge kwaliteit die in zijn eigen winkels verkocht worden.

Vraag 1 1 punt

Erik Giessen heeft de jury niet alleen overtuigd met de kwaliteit van zijn handdoeken, maar ook met een goed verhaal. Het produceren van nieuwe garens uit oude kleding staat centraal in het ondernemingsplan waarmee Erik de prijs gewonnen heeft. Welk begrip uit het ingediende ondernemingsplan van Erik Giessen past het best bij maatschappelijk verantwoord ondernemen?

  1. A grondstoffenoverschot
  2. B hergebruik grondstoffen
  3. C imagovoordelen
  4. D stijgende klantvraag
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 2 1 punt

Erik Giessen verwacht dat op langere termijn zijn duurzame manier van produceren beter is voor het milieu. Deze manier is ook goedkoper dan de traditionele productiewijze van handdoeken. Daarvoor heeft hij verschillende redenen. Welke onderstaande reden ondersteunt deze verwachting van Erik het best?

  1. A De kleding die voor hergebruik is ingezameld, is volledig als tweedehands kleding te gebruiken.
  2. B Het inzamelen en sorteren van niet-herbruikbaar textiel kost meer dan het gemiddeld per kilo oplevert.
  3. C Het kost minder energie, chemische stoffen en water om garens te maken uit textiel-afval dan uit nieuwe katoenvezels.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Erik Giessen heeft onderstaand overzicht van de kosten per 15.000 handdoeken gemaakt.

inkoopwaarde gesorteerd oud textiel € 1.875 transport textiel naar fabriek in China € 11.250 verwerking tot garens en handdoeken € 67.500 transport handdoeken naar Nederland € 16.875 overige kosten € 7.500

Vraag 3 3 punten

Erik heeft een afzet van 15.000 handdoeken en bereikt daarmee een nettowinst van € 30.000. Bereken in twee decimalen op basis van bovenstaande gegevens de consumentenprijs van één handdoek inclusief 21% btw. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Let op doorwerkfouten.

Vraag 4 1 punt

In zijn ondernemingsplan beschrijft Erik verder dat hij, naast verkoop via zijn fysieke winkels, gaat investeren in een online winkel. Hij kan dan meer informatie geven over MVO en de bestelling binnen 24 uur leveren bij de consument thuis. Noem een voorbeeld van bedrijfskosten waarop Erik kan besparen met een online winkel ten opzichte van een fysieke winkel.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste bedrijfskosten: − huisvestingskosten − personeelskosten − energiekosten (1)

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 5 1 punt

Happy Handdoeken werden tot nu toe vooral gekocht door klanten die bereid zijn meer te betalen voor duurzame, kwalitatief hoogstaande producten. De verkoopdirecteur adviseert Erik om goedkopere handdoeken van een lagere kwaliteit te verkopen om een grotere afzet te bereiken. Welk risico loopt Eriks bedrijf als het zich meer gaat richten op het verkopen van goedkopere handdoeken van een lagere kwaliteit?

Bekijk het antwoord

Opmerking In het antwoord moet informatie uit informatiebron 1 gebruikt zijn.

Zwitserland en Oostenrijk

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 en 3 in de bijlage.

Fidela houdt van skivakanties. Soms naar Oostenrijk en soms naar de Zwitserse Alpen. Zwitserland is geen lid van de Europese Unie (EU) en heeft toch het hoogste inkomen per hoofd van de bevolking. Oostenrijk is wel lid van de EU. Fidela vergelijkt een aantal gegevens.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 6 1 punt

Bereken in procenten hoeveel het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in Zwitserland hoger is dan in Oostenrijk.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 79.170 − € 43.500 × 100% = 82% € 43.500 (1)

Zwitserland, een land met een hoge exportquote, heeft een open economie.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 7 1 punt

Bereken de exportquote van Zwitserland. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 8 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De ruilvoet bedraagt in Zwitserland 98,2. Een ruilvoet van 98,2 is een …(1)… (ruilvoetverbetering / ruilvoetverslechtering) ten opzichte van het basisjaar. Dat betekent dat een land …(2)… (meer / minder) producten moet exporteren om eenzelfde hoeveelheid goederen te kunnen importeren. Een stijging van de wisselkoers van de Zwitserse Frank (CHF) zou kunnen leiden tot een …(3)… (ruilvoetverbetering / ruilvoetverslechtering) voor Zwitserland.

Bekijk het antwoord
  • (1) ruilvoetverslechtering (2) meer (3) ruilvoetverbetering indien (1) en (2) juist (1) indien (3) juist (1) (2)

Fidela berekent de kosten van haar vakantie in Zwitserland.

bij vertrek aankoop 800 CHF bij terugkomst verkoop 75 CHF

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 9 2 punten

Bereken in euro’s hoeveel de vakantie in Zwitserland haar heeft gekost. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Op skischolen kan ze gewoon met euro’s haar skilessen betalen. Er wordt dan gerekend met 1 CHF = € 1.

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 10 1 punt

Is de wisselkoers bij skischolen een voordeel of een nadeel voor Fidela? Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Opmerking Beide antwoorden moeten juist zijn voor een scorepunt.

Krimpflatie

Liefhebbers van de Toblerone chocoladereep voelen zich bekocht. In 2016 bleef de prijs van de reep gelijk, maar het gewicht van een grote Toblerone-reep van € 8 daalde van 400 naar 360 gram.

Vraag 11 2 punten

Bereken de procentuele prijsstijging per gram van de nieuwe Toblerone- reep. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Vraag 12 1 punt

De consument voelt zich benadeeld, vooral doordat de verpakking van de Toblerone-reep even groot is gebleven. Welke twee marketinginstrumenten past Toblerone hier toe?

  1. A plaatsbeleid en productbeleid
  2. B plaatsbeleid en promotiebeleid
  3. C productbeleid en prijsbeleid
  4. D promotiebeleid en prijsbeleid
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 13 1 punt

Consumenten twitterden tevergeefs over deze verkooptruc van Toblerone. Noem een manier waarop consumenten zich kunnen verweren tegen een te grote macht van producenten.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste manier: − een publieksactie starten tegen de producent − (gezamenlijk afspreken om) het product niet meer (te) kopen (1)

Vraag 14 1 punt

Econoom Peter de Waard zegt: “Zo’n verkooptruc noemen economen krimpflatie.” Wat houdt krimpflatie volgens economen in?

  1. A De prijs per product blijft gelijk en de prijs per gram product daalt.
  2. B De prijs per product blijft gelijk en de prijs per gram product stijgt.
  3. C De prijs per product stijgt en de prijs per gram product blijft gelijk.
  4. D De prijs per product stijgt en de prijs per gram product stijgt.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 15 1 punt

Peter de Waard vindt dat krimpflatie, als het op grote schaal wordt toegepast, kan leiden tot een daling van de koopkracht van een groep consumenten. Voor welke groep consumenten zal deze krimpflatie invloed hebben op hun koopkracht?

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste groep consumenten: Consumenten die producten kopen waarop krimpflatie is toegepast, hebben koopkrachtverlies. (1)

Vraag 16 1 punt

Algemeen wordt aangenomen dat producten met een hoog suikergehalte, zoals chocolade, slecht zijn voor de gezondheid. Toblerone verdedigt zijn bedrijfsbeleid dan ook door te wijzen op een voordeel voor de samenleving. Noem een voordeel van Toblerones bedrijfsbeleid voor de samenleving.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juist voordeel: De maatschappelijke kosten / ziektekosten kunnen hierdoor dalen. (Door de verminderde hoeveelheid chocolade per verpakking kan de totale consumptie van chocolade dalen.) (1)

Een nieuwe smartphone?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.

Fred, Tim, Mohammed en Karsten zijn een groep vrienden met een gemeenschappelijke wens: ze willen alle vier een nieuwe smartphone. Er is een zeer ruime keuze in merken en modellen op de mobiele- telefoonmarkt. Ze kiezen voor het model van Apple: de iPhone 11+.

Vraag 17 1 punt

Van welke marktvorm is sprake op de markt van mobiele telefoons?

  1. A van monopolie
  2. B van monopolistische concurrentie
  3. C van oligopolie
  4. D van volkomen concurrentie
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Ze vragen zich af of ze zo’n dure smartphone kunnen betalen. Karsten weet raad: zet eerst je maandelijkse inkomen eens op een rij.

gemiddelde maandelijkse inkomen van laag naar hoog Fred € 150 Tim € 225 Mohammed € 450 Karsten € 675 totaal € 1.500

Karsten: “Er zijn dus flinke verschillen. Die ongelijke verdeling van inkomen kun je laten zien in een Lorenzcurve.”

Eerst tekenen ze een diagonaal.

Vraag 18 1 punt

Wat geeft deze diagonaal aan?

  1. A Alle groepsleden hebben evenveel inkomen.
  2. B Alle groepsleden verdienen precies de helft van het totale inkomen.
  3. C De groepsleden verdienen allemaal een verschillend inkomen.
  4. D De groepsleden verdienen allemaal het totale groepsinkomen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Daarna tekenen ze de Lorenzcurve.

Vraag 19 1 punt

Hoeveel procent van het totale inkomen wordt maandelijks ontvangen door het groepslid met het hoogste inkomen?

  1. A 10%
  2. B 25%
  3. C 45%
  4. D 55%
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Mohammed twijfelt over wat hij het best kan kopen:

  • een toestel met een tweejarig abonnement voor de totale pakketprijs van € 56 per maand óf
  • een los toestel met een los sim-only-abonnement voor twee jaar.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 20 2 punten

Bereken hoeveel het sim-only-abonnement per maand maximaal mag kosten, zodat hij per maand evenveel betaalt als de totale pakketprijs voor

24 maanden. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • pakketprijs: 24 × € 56 € 1.344 prijs los toestel € 792 resteert € 552 (1)
  • per maand voor sim-only: = € 23 (1)

Vraag 21 1 punt

Tim krijgt zijn nieuwe telefoon als kerstcadeau. Fred kan € 1.000 van zijn broer lenen. Fred heeft met zijn broer afgesproken dat hij twee jaar lang elke maand € 45 aan zijn broer terugbetaalt. Bereken het bedrag van de kredietkosten van deze lening. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: totaal betaald: 24 × € 45 = € 1.080 kredietkosten: € 1.080 − € 1.000 = € 80 (1)

Indonesië in ontwikkeling

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 en 6 in de bijlage.

Indonesië is een ontwikkelingsland in Azië waarvan de economie snel groeit. Het nominale nationaal inkomen per inwoner is in de periode 2009-2015 gestegen met 48%.

Het reële nationaal inkomen per inwoner is echter in dezelfde periode gestegen met minder dan 48%.

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 22 1 punt

Leg uit waardoor het reële nationaal inkomen per inwoner in deze periode met minder dan 48% is gestegen.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Het nominale nationaal inkomen stijgt, echter er is ook een prijsstijging / inflatie. Daardoor is de reële stijging van het nationaal inkomen lager. (1)

De regering van Indonesië wil dat het armste deel van de bevolking profiteert van de economische groei.

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 23 1 punt

Heeft het armste deel van de bevolking in 2015 geprofiteerd van de economische groei? Licht je antwoord toe.

Bekijk het antwoord

Opmerking In het antwoord moet de verhouding worden genoemd.

Vraag 24 1 punt

Door stijging van het nationaal inkomen hoopt Indonesië dat het nationaal inkomen op langere termijn nog verder kan stijgen. Hieronder staan vijf economische verschijnselen:

1 stijging van het nationaal inkomen

2 stijging van de afzet bij bedrijven

3 stijging van de bestedingen

4 stijging van de werkgelegenheid

5 stijging van het nationaal inkomen In welke regel staan deze verschijnselen zo dat een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1→2→3→4→5
  2. B 1→2→4→3→5
  3. C 1→3→2→4→5
  4. D 1→3→4→2→5
  5. E 1→4→2→3→5
  6. F 1→4→3→2→5
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 25 1 punt

De Indonesische overheid wil de komende jaren blijven investeren in de infrastructuur. Tegelijkertijd wil zij de Indonesische staatsschuld niet laten stijgen, want dat kan leiden tot lagere economische groei. Hieronder staan vijf verschijnselen:

1 stijgende overheidsinvesteringen

2 stijgende belastinginkomsten van de Indonesische overheid

3 minder bestedingen door de inwoners van Indonesië

4 lagere productie in Indonesië

5 lagere economische groei In welke regel staan deze verschijnselen zo dat een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1→2→3→4→5
  2. B 1→2→4→3→5
  3. C 1→3→2→4→5
  4. D 1→3→4→2→5
  5. E 1→4→2→3→5
  6. F 1→4→3→2→5
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 26 1 punt

De Nederlandse overheid stopt in 2020 met ontwikkelingshulp aan Indonesië. De Nederlandse overheid en de Europese Unie (EU) kunnen Indonesië ook met een beleid van invoerrechten op Indonesische producten economisch ondersteunen. Leg uit dat een beleid van invoerrechten vanuit de EU de economische positie van Indonesië in de wereld kan verbeteren.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Door het verlagen van invoerrechten op Indonesische producten worden deze goedkoper en dit bevordert de internationale handel van de EU met Indonesië. (1)

Texels werk

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 7 en 8 in de bijlage.

Texel is het grootste Nederlandse Waddeneiland. Voor de eilandbewoners is toerisme een belangrijke bron van inkomsten. Het eiland trekt jaarlijks meer dan een miljoen toeristen, van wie 20% verblijft in een hotel.

Vraag 27 1 punt

Tot welke productiesector behoren hotels?

  1. A tot de primaire sector
  2. B tot de secundaire sector
  3. C tot de tertiaire sector
  4. D tot de quartaire sector
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 28 1 punt

Op Texel behoren 7.500 personen tot de actieve beroepsbevolking. Van deze beroepsbevolking werkt 75% in de toeristische sector. Vier van de tien werknemers in de toeristische sector werkt in deeltijd. Bereken het aantal eilandbewoners in de toeristische sector, dat werkzaam is in deeltijd. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 7.500 × 0,75 × 0,40 = 2.250 personen (1)

Bart werkt bij een schapenboerderij. Schapenhouderij is de tweede grote bron van inkomsten op Texel. De verkoop van schapenkaas, schapenvachten en andere schaap-gerelateerde producten zorgt voor inkomsten uit de schapenhouderij. De schapenboerderij waar Bart werkt, heeft maatregelen genomen om de arbeidsproductiviteit te verhogen.

Vraag 29 1 punt

Bart verwacht dat hij door de verhoging van de arbeidsproductiviteit werkloos wordt. Leg uit dat een hogere arbeidsproductiviteit kan leiden tot Barts werkloosheid.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Als de arbeidsproductiviteit stijgt, kan er met minder arbeid hetzelfde (of meer) worden geproduceerd. (1)

Vraag 30 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Er is sprake van werkloosheid als de vraag naar arbeid …(1)… (groter / kleiner) is dan het aanbod van arbeid. Werkloosheid die ontstaat ten gevolge van een wijziging van de manier van produceren, noemen we …(2)… (conjuncturele / structurele) werkloosheid.

Bekijk het antwoord
  • (1) kleiner (2) structurele indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Bart wordt inderdaad ontslagen en gaat op zoek naar een nieuwe baan. Hij denkt dat zijn kans op werk groter is als hij op Texel blijft. In de Texelsche Courant vindt hij een grafiek waarin de werkloosheid op Texel met die in heel Nederland wordt vergeleken.

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 31 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste getallen te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste getallen in. Kies uit de getallen die tussen haakjes staan. De procentuele werkloosheid is op 1 januari 2015 op Texel afgerond …(1)… (2,2% / 31,9% / 46,8%) lager dan in heel Nederland. De grootste procentuele daling van de werkloosheid op Texel, ten opzichte van het jaar daarvoor, vindt plaats in het jaar …(2)… (2005 / 2006 / 2014).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (1) 31,9% (1)
  • (2) 2006 (1)

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 32 1 punt

Mirthe, vriendin van Bart, stelt hem voor om in 2016 samen een winkel te beginnen. Ze zoeken eerst een geschikt huurpand. Een makelaar laat hun een grafiek zien. Uit de grafiek concludeert Mirthe dat het relatief goedkoop zal zijn om een winkelpand te huren. Noem een argument dat deze conclusie van Mirthe kan ondersteunen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking In het antwoord moet informatie uit informatiebron 8 gebruikt zijn.

Rijker of armer na Prinsjesdag?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 9 en 10 in de bijlage.

Gé en Arie Temmes praten, op de dag na Prinsjesdag 2016, over de plannen van de regering. Gé en Arie ontvangen beiden een AOW- uitkering.

Vraag 33 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De AOW-uitkering is een …(1)… (particuliere / sociale) verzekering en behoort tot de …(2)… (volksverzekeringen / werknemersverzekeringen). De AOW wordt betaald uit …(3)… (belastingen / sociale premies).

Bekijk het antwoord
  • (1) sociale (2) volksverzekeringen (3) sociale premies indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

De regeringsplannen hebben gevolgen voor diverse groepen in de samenleving. Gé en Arie zijn vooral geïnteresseerd naar de gevolgen voor hun koopkracht.

Vraag 34 1 punt

Welk verschijnsel of welke verschijnselen bepalen de ontwikkeling van de koopkracht?

  1. A verandering inkomen
  2. B verandering inkomen en verandering van de prijzen
  3. C verandering prijzen
  4. D verandering prijzen en wisselkoersen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Het bedrag van een AOW-uitkering stijgt in 2017, terwijl de verwachte inflatie voor 2017 uitkomt op 0,6%. Daardoor verandert in 2017 de koopkracht van een AOW-uitkering.

Gebruik informatiebron 9.

Vraag 35 2 punten

Bereken in één decimaal de procentuele verandering van de koopkracht van een AOW-uitkering in 2017. Gebruik indexcijfers en schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Arie wordt niet vrolijk van de regeringsplannen: “En dan krijg ik vanaf

2017 ook nog te maken met progressieve vermogensrendementsheffing (VRH) in box 3.”

Gebruik informatiebron 10.

Vraag 36 1 punt

Leg uit dat er vanaf 2017 sprake is van een progressief tarief in box 3.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Naarmate het belastbaar vermogen stijgt, wordt over een groter deel van het vermogen het hogere belastingtarief van 5,5% betaald. (1)

Vraag 37 1 punt

Gé zegt tegen Arie: “Ik vind het goed dat de vermogens in Nederland meer genivelleerd worden. Belasting betalen over je vermogen naar draagkracht, prima.” Leg het beginsel ‘belasting betalen over je vermogen naar draagkracht’ uit.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Het draagkrachtbeginsel houdt in dat over hogere vermogens in verhouding meer heffing moet worden betaald (aan de collectieve sector) dan over lagere vermogens. (1)

De carwash

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 11 in de bijlage.

De school van Eric en Danah houdt een kerstactie waarvan de opbrengst naar Serious Request gaat. Eric heeft een leuk idee: de auto’s van het personeel van de school wassen voor een mooi bedrag. Economiedocente Eva zegt: “Dan combineer ik de carwash met een les over vraag, aanbod en het ontstaan van de evenwichtsprijs.”

Vraag 38 1 punt

Eva zegt: “Zoals jullie weten, wordt de prijs van een product bepaald door vraag en aanbod. In welke situatie ontstaat er op een markt de hoogste prijs?”

  1. A als er veel vraag en veel aanbod is
  2. B als er veel vraag en weinig aanbod is
  3. C als er weinig vraag en veel aanbod is
  4. D als er weinig vraag en weinig aanbod is
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Eva heeft aan alle personeelsleden van de school gevraagd hoeveel ze maximaal bereid zijn te betalen voor een wasbeurt. Vervolgens zegt Eva: “Alle dertig leerlingen van onze klas moeten aangeven wat het minimale bedrag is waarvoor ze bereid zijn om een auto te wassen.” De resultaten staan in informatiebron 11.

Eric vindt dat € 5 het minimumbedrag is voor een wasbeurt. Danah geeft aan dat de prijs ten minste € 4,50 moet zijn.

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 39 2 punten

“Mijn prijs is 10% lager dan bij Eric, de vraag is daardoor hoger”, zegt Danah. Bereken de procentuele stijging van de gevraagde hoeveelheid wasbeurten bij de prijs van Danah, ten opzichte van de gevraagde hoeveelheid bij de prijs die genoemd is door Eric. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • Bij een prijs van € 5,00 is de gevraagde hoeveelheid 8 en bij een prijs van € 4,50 is de gevraagde hoeveelheid 12 (1)
  • × 100% = 50% (1)

De klas spreekt af de evenwichtsprijs te kiezen.

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 40 1 punt

Bereken de totale opbrengst van het autowassen bij de evenwichtsprijs. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: opbrengst: € 3,50 × 20 = € 70 (1)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 41 1 punt

Bij de evenwichtsprijs heeft een deel van het personeel een financieel voordeel, maar ook de klas heeft een financieel voordeel. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De personeelsleden met prijsvoordeel zijn degenen die bereid waren …(1)… (meer / minder) te betalen dan de evenwichtsprijs. De klas heeft een prijsvoordeel, omdat zij ook bereid was voor een …(2)… (hogere / lagere) prijs dan de evenwichtsprijs de auto te wassen.

Bekijk het antwoord
  • (1) meer (2) lagere indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 42 1 punt

Eva zegt: “Ik vraag ook de andere TL-klas om mee te doen. De grafiek zal dan veranderen.” Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De aangeboden hoeveelheid wasbeurten …(1)… (daalt / stijgt). Daardoor verschuift de aanbodlijn naar …(2)… (links / rechts) en zal de evenwichtsprijs …(3)… (dalen / stijgen).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • (1) stijgt (2) rechts (3) dalen indien drie juist (1) indien twee, een of geen juist (0) (1)

Gebruik informatiebron 11.

Vraag 43 2 punten

De volgende les komt Eva binnen en zegt: “De andere klas doet niet met ons mee, maar er is wel iets anders: de directeur van onze school heeft zich ermee bemoeid. Gezien de kosten van water en wasmiddelen, wil hij een minimumprijs instellen van € 4,50 per wasbeurt.” Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste getallen of woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste getallen of woorden in. Kies uit de getallen of woorden die tussen haakjes staan. Bij een minimumprijs van € 4,50 is de vraag naar wasbeurten …(1)… (12 / 20 / 28) en het aanbod van wasbeurten …(2)… (12 / 20 / 28). Dat betekent dat een deel van de klas …(3)… (geen auto’s hoeft te wassen / meerdere auto’s moet wassen).

Bekijk het antwoord
  • (1) 12 (2) 28 (3) geen auto’s hoeft te wassen indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Economie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-21-1-o

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 39 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (8), productie en kosten (5) en overheid en belastingen (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.