Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Monopolie op Monopoly?, persoonlijke belastingdruk (in %) = × 100%, Inkomen, vermogen en schulden, Zijn toeristen welkom?, Brexit, Waar zijn de vakmensen gebleven?, Brazilië, Lekker thuis wonen.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 41. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over internationale handel (11), inkomen en consumptie (9) en overheid en belastingen (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Internationale handel15-19, 21-23, 25-26, 3311
Inkomen en consumptie10-14, 34, 37-38, 419
Overheid en belastingen6-9, 20, 36, 407
Arbeidsmarkt27-315
Vraag en aanbod5, 24, 32, 354
Marktvormen1-22
Productie en kosten31
Geld en inflatie391

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over internationale handel (28% van de vragen, gemiddeld 17%). Minder over productie en kosten (3% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Monopolie op Monopoly?

Het miljardenbedrijf Hasbro, bekend van het spel Monopoly, wil in 2018 Mattel, fabrikant van onder meer Barbie, overnemen. De twee Amerikaanse bedrijven vormen na de overname nog geen monopolie, maar zijn samen wel het grootste speelgoedbedrijf ter wereld.

Vraag 1 1 punt

Leg uit dat de prijzen van speelgoed kunnen stijgen door deze overname.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste uitleg: − De prijzen van speelgoed kunnen stijgen, doordat Hasbro een groot deel van de markt in handen heeft met minder concurrenten. − De prijzen van speelgoed kunnen stijgen, omdat Hasbro (kapitaal)kosten heeft gemaakt om Mattel te kunnen kopen. (1)

Vraag 2 1 punt

Twintig jaar eerder al was er sprake van een fusie tussen Hasbro en Mattel. Recent heeft Hasbro een overnamebod uitgebracht op Mattel. Welk verschil bestaat er tussen een fusie en een overname?

  1. A Bij een fusie gaat het om grote bedrijven, bij een overname niet.
  2. B Bij een fusie gaat het om kleine bedrijven, bij een overname niet.
  3. C Bij een fusie is er geen overeenstemming over de samenwerking, bij een overname wel.
  4. D Bij een fusie is er overeenstemming over de samenwerking, bij een overname niet altijd.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 3 1 punt

De omzet van Hasbro was in 2017 met 7% gestegen tot € 1,8 miljard. Bereken de omzet van Hasbro in 2016. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Vraag 4 1 punt

Zowel Hasbro als Mattel is een beursgenoteerd bedrijf. De aandelen zijn vrij verhandelbaar op de effectenbeurs. Welke Nederlandse ondernemingsvorm past bij de beschrijving van beide bedrijven?

  1. A besloten vennootschap
  2. B eenmanszaak
  3. C naamloze vennootschap
  4. D stichting
  5. E vennootschap onder firma
  6. F vereniging
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 5 1 punt

De Amerikaanse beurs reageerde in oktober 2017 positief op het nieuws van de mogelijke overname. De koers van Mattel steeg daarop met ruim 45%, na een langere periode van bijna alleen maar daling. Welke grafiek geeft het koersverloop van Mattel juist weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

persoonlijke belastingdruk (in %) = × 100%

bruto-inkomen

Het gezin De Vroome bestaat uit Aart en Fatima. Aart heeft dit jaar geen betaald werk. Fatima heeft een bruto-inkomen van € 61.500 per jaar. Het gezin heeft een jaarlijks besteedbaar inkomen van € 41.820.

Vraag 6 1 punt

Bereken de ‘persoonlijke belastingdruk’ voor de familie De Vroome. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 61.500 − € 41.820 × 100% = 32% € 61.500 (1)

De overheid wil al jaren dat zo veel mogelijk mensen deelnemen aan de arbeidsmarkt. In huishoudens waar maar één persoon werkt (eenverdieners), worden de anderen in het gezin ook aangespoord om betaald werk te doen. De algemene heffingskorting is een instrument daarvoor.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 7 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de algemene heffingskorting wordt het belastbaar inkomen van de familie De Vroome …(1)… (hoger / lager / niet hoger of lager). De familie betaalt door de algemene heffingskorting …(2)… (meer / minder / evenveel) belasting.

Bekijk het antwoord
  • (1) niet hoger of lager (2) minder indien twee juist (2) indien een juist (1) indien geen juist (0) (2)

De algemene heffingskorting beïnvloedt ook de inkomensverdeling in een land.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 8 1 punt

Leidt de algemene heffingskorting tot een nivellering of een denivellering van de inkomensverdeling in een land?

  1. A tot een denivellering; de verhouding tussen hoge en lage inkomens verandert in het voordeel van de hoge inkomens.
  2. B tot een denivellering; de verhouding tussen hoge en lage inkomens verandert in het voordeel van de lage inkomens.
  3. C tot een nivellering; de verhouding tussen hoge en lage inkomens verandert in het voordeel van de hoge inkomens.
  4. D tot een nivellering; de verhouding tussen hoge en lage inkomens verandert in het voordeel van de lage inkomens.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Fatima heeft recht op de algemene heffingskorting.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 9 2 punten

In 2018 bedraagt het belastbaar inkomen uit Fatima’s werk € 55.000. Bereken het bedrag aan algemene heffingskorting voor Fatima in 2018. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Inkomen, vermogen en schulden

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 en 3 in de bijlage.

De inkomens in Nederland zijn niet gelijk verdeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door verschillen in opleidingsniveaus en verantwoordelijkheden. De inkomensverdeling wordt weergegeven in een Lorenzcurve.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 10 1 punt

Welke inkomensverdeling wordt weergegeven door lijn b?

  1. A een evenredige inkomensverdeling
  2. B een primaire inkomensverdeling
  3. C een secundaire inkomensverdeling
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 11 1 punt

Hoeveel procent van het nationaal inkomen, weergegeven in lijn c, wordt verdiend door de 20% hoogste-inkomensontvangers?

  1. A 20%
  2. B 40%
  3. C 60%
  4. D 80%
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 12 2 punten

Het jaarinkomen van alle inkomensontvangers samen bedraagt € 349,5 miljard. Er zijn 7,5 miljoen inkomensontvangers. De 10% van de inkomensontvangers met de laagste inkomens ontvangt 2,1% van het inkomen van Nederland. Bereken het gemiddelde jaarinkomen van de 10% van de inkomensontvangers met de laagste inkomens. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • = € 9.786 (1) 750.000

Sommige groepen huishoudens blijken meer of minder geldtekorten te hebben dan de gemiddelde huishoudens. Dat is onder andere afhankelijk van het inkomen of de levensfase van gezinsleden in een huishouden.

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 13 1 punt

Welke categorie(ën) huishoudens heeft/hebben tekorten in 2016?

  1. A Q1
  2. B Q2
  3. C Q1 en Q2
  4. D Q1, Q2 en Q3
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 14 2 punten

Schulden kunnen samenhangen met de levensfase. Huishoudens met jonge mensen geven in verhouding meer uit dan ouderen. Geef een verklaring waarom juist huishoudens met jonge mensen in verhouding vaak meer uitgeven dan zij aan inkomen ontvangen. Betrek zowel de inkomsten als de uitgaven in je antwoord.

Bekijk het antwoord
  • Het inkomen van jonge huishoudens is nog in ontwikkeling (1)
  • Jonge huishoudens hebben nog weinig opgebouwd en hebben daardoor in verhouding veel uitgaven (aankoop woning) (1)

Zijn toeristen welkom?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.

De toerismesector groeit explosief in Nederland. De totale bestedingen van de buitenlandse toeristen zijn weer gestegen ten opzichte van de vorige jaren. De inwoners van populaire plekken, zoals Amsterdam en Giethoorn, kritiseren deze ontwikkeling.

Vraag 15 1 punt

De economie in de landen van de buitenlandse toeristen wordt genoemd als een oorzaak van de groei van het aantal buitenlandse toeristen in Nederland. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als de economie in de landen van de buitenlandse toeristen groeit, hebben deze inwoners …(1)… (meer / minder) te besteden. In verhouding nemen dan hun uitgaven aan buitenlandse vakanties …(2)… (af / toe).

Bekijk het antwoord
  • (1) meer (2) toe indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Het grootste deel van de toeristen is afkomstig uit landen van de Europese Monetaire Unie (EMU).

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 16 1 punt

Bereken hoeveel procent van de buitenlandse toeristen in Nederland uit een EMU-land afkomstig is. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Een groot deel van de toeristen komt uit onze buurlanden Duitsland en België.

Vraag 17 1 punt

Duitse en Belgische toeristen verblijven graag in Airbnb-kamers. Airbnb- kamers worden aangeboden door particulieren en niet door hotels. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als de prijzen van hotelkamers stijgen, zal het aanbod van Airbnb- accommodaties ...(1)… (dalen / stijgen). Dat betekent dat het inkomen van Airbnb-eigenaren uit …(2)… (arbeid / bezit / overdracht) stijgt.

Bekijk het antwoord
  • (1) stijgen (2) bezit indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT) becijfert dat de bestedingen in 2017 van buitenlandse toeristen in Nederland € 13 miljard bedroegen. In 2018 stijgen die bestedingen met 7,7%. Er komen in 2018 17,5 miljoen buitenlandse toeristen naar Nederland.

Vraag 18 1 punt

Bereken de verwachte gemiddelde bestedingen per buitenlandse toerist in 2018. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Buitenlandse toeristen die in Airbnb-kamers in Nederland verbleven, zijn door het NBT niet meegenomen in de cijfers van de totale bestedingen van de toeristen.

Vraag 19 1 punt

Als de kamers die verhuurd worden via Airbnb wel in de cijfers zouden zijn opgenomen, wat betekent dit voor het aantal werkelijk aangeboden kamers en de werkelijke bestedingen?

  1. A Er zijn in werkelijkheid minder kamers aangeboden, waardoor de werkelijke bestedingen hoger liggen.
  2. B Er zijn in wekelijkheid minder kamers aangeboden, waardoor de werkelijke bestedingen lager liggen.
  3. C Er zijn in werkelijkheid meer kamers aangeboden, waardoor de werkelijke bestedingen hoger liggen.
  4. D Er zijn in werkelijkheid meer kamers aangeboden, waardoor de werkelijke bestedingen lager liggen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 20 2 punten

Amsterdam is de populairste bestemming van de buitenlandse toeristen. De inwoners van Amsterdam ervaren hierdoor steeds meer negatieve externe effecten van het toerisme in Amsterdam. Noem twee negatieve externe effecten van het toerisme voor de inwoners van Amsterdam.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van negatieve effecten: − een toename van het afval − een toename van de bezettingsgraad van het openbaar vervoer − een toegenomen drukte in het verkeer en de straten − een toename van de geluidsoverlast door huurders van Airbnb kamers in woonwijken per juist antwoord (1) (2)

Brexit

Met een kleine meerderheid hebben de Britten in 2016 voor de brexit (Britain exit) gestemd. Dit betekent dat ze binnen enkele jaren het lidmaatschap van de Europese Unie (EU) opzeggen. Het vrije verkeer van goederen en diensten tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de overige EU-landen houdt hiermee op te bestaan. Binnen de EU zijn er nog andere vormen van vrij verkeer.

Vraag 21 1 punt

Wat valt er nog meer onder het vrije verkeer tussen de EU-landen, behalve goederen en diensten?

  1. A belastinggeld
  2. B kapitaal
  3. C kleding
  4. D persoonlijke eigendommen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 22 2 punten

Ierland, waar ze betalen in euro’s, verwacht dat de brexit grote gevolgen zal hebben voor de export van Iers vlees naar het Verenigd Koninkrijk. Men verwacht een daling van de koers van het Britse pond ten opzichte van de euro. Zal de prijs van Iers vlees voor de Britse consument door de daling van het Britse pond ten opzichte van de euro stijgen of dalen? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • De prijs van Iers vlees zal stijgen. (1) voorbeeld van een juiste uitleg: Iers vlees wordt betaald in euro’s. De Britse consument moet voor eenzelfde hoeveelheid vlees meer Britse ponden betalen (1) (2)

Stephen Morrison, een Ierse veehouder, verwacht dat het Verenigd Koninkrijk na de brexit importheffingen zal invoeren om de eigen boeren te beschermen. Hij vreest een daling van de export van Iers vlees naar het Verenigd Koninkrijk. Hieronder staan vijf verschijnselen:

1 Het Verenigd Koninkrijk verlaat de EU (brexit).

2 De concurrentiepositie van de Britse vleesproducenten wordt sterker.

3 De verkoopprijs van Iers vlees in het Verenigd Koninkrijk gaat omhoog.

4 Iers vlees wordt in het Verenigd Koninkrijk belast met een heffing.

5 De vleesexport uit Ierland daalt.

Vraag 23 1 punt

In welke regel staan deze verschijnselen zo dat een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A 1→2→3→4→5
  2. B 1→2→4→3→5
  3. C 1→3→2→4→5
  4. D 1→3→4→2→5
  5. E 1→4→2→3→5
  6. F 1→4→3→2→5
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 24 2 punten

Om de verkoop naar het Verenigd Koninkrijk toch op peil te houden, zal Stephen zijn verkoopprijs moeten laten dalen met 10%. Afgelopen jaar had hij een jaaromzet van € 319.680, waarbij hij een gemiddelde verkoopprijs van € 3,20 per kilo hanteerde. Hoeveel extra kilo’s vlees moet Stephen in een jaar verkopen om dezelfde jaaromzet te behalen, als de verkoopprijs daalt met 10%? Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een juiste berekening: € 319.680

  • eerst: = 99.900 kilo (1) € 3,20 € 319.680

Vraag 25 1 punt

Veel economen verwachten dat de brexit gevolgen zal hebben voor het Ierse nationaal inkomen. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als het Britse nationaal inkomen daalt door de brexit, zal ...(1)... (de vraag naar / het aanbod van) Ierse producten in het Verenigd Koninkrijk dalen. Door de daling van de Ierse export zal het Ierse nationaal inkomen ...(2)... (dalen / stijgen).

Bekijk het antwoord
  • (1) de vraag naar (2) dalen indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Vraag 26 2 punten

Stephen vindt dat Ierland ook uit de EU moet stappen, net als het Verenigd Koninkrijk. “Dat biedt meer kansen voor de handel met het Verenigd Koninkrijk”, zegt Stephen. Geef een mogelijk economisch voordeel als Ierland uit de EU stapt. Leg dit voordeel uit.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Als Ierland uit de EU stapt, krijgt het zijn eigen munt (1p)
  • Door het vrije wisselkoerssysteem, waarbij wisselkoersen zich aanpassen, zullen de koersen van de Ierse munt en het Britse pond min of meer gelijk blijven ten opzichte van elkaar. De export ondervindt dan niet de nadelen van de (vaste) euro (1p)

Waar zijn de vakmensen gebleven?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 in de bijlage.

Gedurende de economische crisis in 2008 vertrokken veel werknemers uit de bouwsector, omdat er onvoldoende werk was. In 2016 is de situatie totaal veranderd. Er is een groot tekort aan vakmensen: loodgieters, stratenmakers, timmerlieden en elektriciens. De vraag naar deze vakmensen is enorm toegenomen, vooral door de groeiende productie van nieuwbouwwoningen en bedrijfsgebouwen.

Vraag 27 1 punt

Is de arbeidsmarkt voor vakmensen in de bouw ruimer of krapper geworden in 2016, ten opzichte van 2008? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord
  • krapper voorbeeld van een juiste uitleg: In 2016 is er veel vraag naar vakmensen in de bouw én te weinig aanbod van vakmensen in de bouw, er is een tekort aan personeel. (In 2008 was dit andersom, toen was er weinig vraag en veel aanbod, met veel werkloosheid.) (1)

Vraag 28 1 punt

De arbeidsproductiviteit in de bouwsector blijft achter bij andere sectoren. Hierdoor is de bouw nog relatief arbeidsintensief. Door het toenemende tekort aan vakmensen lopen bouwactiviteiten vertraging op. Leg uit dat het minder vertraging van de bouwactiviteiten zou geven als de bouwsector kapitaalintensiever zou werken.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Bij een kapitaalintensieve productie wordt er tijdens het productieproces relatief veel gebruikgemaakt van kapitaalgoederen. Een hogere productie is op te vangen door hogere investeringen in kapitaalgoederen. Voor de hoeveelheid werknemers gaat ditzelfde niet op. (1)

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 29 2 punten

De nieuwe instroom bestaat voor een deel uit 21.952 vakmensen die direct na het behalen van het diploma aan de slag zijn gegaan. Deze vakmensen worden de junior bouwers genoemd. Van de definitieve uitstromers ging 20% met pensioen. Bereken hoeveel junior bouwers per 1.000 gepensioneerden de bouwwereld in deze periode betraden. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • 196.000 × 0.20 = 39.200 (1)
  • × 1000 = 560 junior bouwers per 1.000 pensioenuitstromers (1)

Vraag 30 1 punt

Na 2008 vertrokken 196.000 vakmensen definitief uit de bouw. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden of getallen in. Kies uit de woorden of getallen die tussen haakjes staan. Een deel van de ex-werknemers vond werk in een andere bedrijfstak, vooral omdat ze gebruik hebben gemaakt van de …(1)… (omscholingsmogelijkheden / bijscholingsmogelijkheid) vanuit het UWV- werkbedrijf. Van alle werknemers die na 2008 de bouwsector verlieten, zijn er 36.000 vóór 2016 weer teruggekeerd. Deze herintreders vormen afgerond ...(2)… (7,5% / 15,5% / 40,6%) van alle werknemers die na 2008 de bouwsector verlieten.

Bekijk het antwoord
  • (1) omscholingsmogelijkheden (2) 15,5% indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Vraag 31 2 punten

Arbeidsmarktdeskundigen voorspellen dat meer bouwvakkers zich zullen aanbieden als de schaarste aan personeel in de bouw doorzet. Waardoor zullen weer meer bouwvakkers zich aanbieden? Noem twee manieren.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste manieren: − als de lonen in de bouw stijgen − als de werktijden verbeteren − als de secundaire arbeidsvoorwaarden verbeteren − als meer buitenlandse vakmensen zich aanmelden per juiste manier (1) (2)

Brazilië

Brazilië is de grootste producent van koffiebonen ter wereld. Dertig procent van alle koffiebonen op de wereldmarkt komt uit dit land. De wereldmarktprijs van koffiebonen kan sterk dalen of stijgen door natuurlijke omstandigheden of door speculatie in grondstoffen.

Vraag 32 1 punt

Brazilië is sterk afhankelijk van de export van koffiebonen en is gebaat bij een stabiele prijs op een redelijk niveau. Stabiele prijzen ontstaan als er buffervoorraden worden aangelegd. Wat zal Brazilië doen met de buffervoorraden als het de prijs van koffiebonen wil laten stijgen?

  1. A De buffervoorraad wordt vergroot; de vraag naar koffie neemt af.
  2. B De buffervoorraad wordt vergroot; het aanbod van koffie neemt af.
  3. C De buffervoorraad wordt verkleind; het aanbod van koffie neemt af.
  4. D De buffervoorraad wordt verkleind; de vraag naar koffie neemt af.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 33 1 punt

Brazilië is geen lid van de Europese Unie (EU). Welk nadeel ontstaat voor een Nederlandse importeur als hij handelt met een land buiten de EU?

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van juiste nadelen: − Er moeten mogelijk invoerrechten betaald worden. − De uitgaven in euro’s kunnen hoger zijn door koersschommelingen van de euro. (1)

Vraag 34 1 punt

In Nederland wordt steeds meer koffie gedronken. De consumentenprijs van 1 kilo koffiebonen is € 18,40. Je kunt gemiddeld 80 kopjes koffie zetten van 1 kilogram koffie. Bereken de gemiddelde waarde in euro’s van één kopje koffie. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 18,40 / 80 = € 0,23 (1)

Vraag 35 1 punt

De wereldmarktprijs voor koffiebonen is heel laag, maar de prijzen voor de consument dalen niet of nauwelijks. Nestlé, een grote importeur van koffiebonen, is niet van plan om de consumentenprijzen te koppelen aan de korte-termijnschommelingen op de koffiebonenmarkt. Geef een argument voor het standpunt van Nestlé.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist argument: − Nestlé wil het voordeel (winst) behouden dat ontstaat door de lage prijzen van de grondstof en de relatief hoge prijs van eindproducten. − Nestlé wil de verkoop constant houden. Door prijsschommelingen loopt Nestlé het risico op onstabiele verkopen. − Voortdurende prijsveranderingen veroorzaken onrust op de consumentenmarkt. (1)

uit de krant:

Er wordt meer koffie geproduceerd dan er gedronken wordt. Arme boeren in Brazilië verbranden uit protest balen koffiebonen en eisen subsidies van de overheid. Door de lage prijs op de wereldmarkt moeten de koffieboeren de koffiebonen verkopen onder de kostprijs. De overheid weigert de koffieboeren te subsidiëren door te wijzen op de schatkist.

Vraag 36 2 punten

Noem twee economische redenen waarom de Braziliaanse overheid geen subsidies wil verstrekken aan de koffieboeren.

Bekijk het antwoord
  • De Braziliaanse overheid heeft te weinig financiële middelen (in de schatkist) (1)
  • De prijs is te laag door overproductie. Subsidiëring houdt de te hoge productie in stand (1)

Lekker thuis wonen

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 6, 7 en 8 in de bijlage.

Jongeren van 25 tot 30 jaar blijven langer thuis wonen. Daar zijn verschillende redenen voor. Veel van deze jongeren hebben hun opleiding afgerond en hebben nu een flinke studieschuld die terugbetaald moet worden. In 2015 is de gratis basisbeurs voor hbo- en wo-studenten afgeschaft.

Vraag 37 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Jongeren blijven langer thuis wonen:

  • omdat er een …(1)… (overschot / tekort) is aan betaalbare huizen op de huizenmarkt;
  • omdat hbo- en wo-studenten door de afschaffing van de basisbeurs een …(2)… (hoger / lager) bedrag moeten terugbetalen.
Bekijk het antwoord
  • (1) tekort (2) hoger indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)

Merel is 23 jaar, volgt de opleiding tot piloot en woont nog thuis, maar ze is op zoek naar eigen woonruimte. In Alkmaar vindt ze een huurappartement van 64 m2. De huurprijzen worden per m2 berekend en zijn in de afgelopen jaren flink gestegen.

tabel huurprijzen in Alkmaar

jaar gemiddelde huurprijzen per m2 indexcijfers huurprijzen

2010 € 12,20 100

2017 €… 125

Gebruik de tabel.

Vraag 38 1 punt

Bereken de huur voor deze woning van 64 m2 in 2017. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 12,20 × 1,25 × 64 = € 976 (1)

Als Merel zelfstandig gaat wonen met een laag inkomen moet zij goed op haar uitgaven letten. De ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) is hierbij belangrijk.

Vraag 39 1 punt

Het CBS verwacht dat het CPI de komende jaren sterk zal stijgen. Volgens Merel is het dan beter om een woning te kopen in plaats van te huren. Ze blijft nog even thuis wonen om te sparen tegen een spaarrente van 0,2%. Haar ouders vinden dat geen goed plan: “Je spaargeld wordt dan minder waard.” Leg uit dat de koopkracht van Merels spaargeld kan dalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Doordat de inflatie hoger is dan de (lage) spaarrente, daalt de reële waarde (koopkracht) van haar spaargeld. (1)

Merel besluit om een woning te kopen. De ouders van Merel willen bijspringen door haar een bedrag van € 75.000 te schenken. Merel is blij met dit bedrag, maar ze weet ook dat ze hierover schenkbelasting moet gaan betalen. Zij heeft namelijk van haar ouders dit jaar al een schenking van € 40.000 voor haar pilotenopleiding ontvangen.

Gebruik informatiebron 6 en 7.

Vraag 40 2 punten

Bereken hoeveel schenkbelasting Merel moet betalen. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 75.000 + € 40.000 − € 102.000 = € 13.000 (1) 0,10 x € 13.000 = € 1.300 (1) (2)

Makelaar NovoDomus heeft voor Merel een appartement gevonden van € 215.000 exclusief kosten koper. Ze gebruikt haar spaargeld voor de inrichting van het appartement en de schenkbelasting die ze moet betalen. De schenking van haar ouders gebruikt ze volledig voor de financiering van het appartement.

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 41 2 punten

Bereken de benodigde hypothecaire lening voor de financiering van het appartement. Schrijf je berekening op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • aankoopprijs € 215.000 notariskosten € 1.100 makelaarskosten € 5.375 kosten hypotheekadvies € 1.075 totaal € 222.550 (1)
  • schenking ouders € 75.000 benodigde hypotheek € 147.550 (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Economie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0233-a-21-2-o

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 41. Van 40 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over internationale handel (11), inkomen en consumptie (9) en overheid en belastingen (7).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0233-a-21-2-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.