Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Geldstress, Ruimte op de arbeidsmarkt, Inkomensverschillen, De hulp op de juiste plek, DROPshipping, Kwetsbaarheid van een open economie, Salma timmert aan de weg, Jan Modaal bestaat niet.
Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (13), internationale handel (11) en arbeidsmarkt (9). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Inkomen en consumptie | 1-4, 13, 20, 37, 39-44 | 13 |
| Internationale handel | 17-19, 21-22, 28-33 | 11 |
| Arbeidsmarkt | 6-10, 12, 15, 36, 38 | 9 |
| Overheid en belastingen | 11, 14, 16, 34-35 | 5 |
| Productie en kosten | 23-25 | 3 |
| Geld en inflatie | 5 | 1 |
| Vraag en aanbod | 26 | 1 |
| Marktvormen | 27 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over inkomen en consumptie (30% van de vragen, gemiddeld 19%) en internationale handel (25% van de vragen, gemiddeld 17%). Minder over overheid en belastingen (11% van de vragen, gemiddeld 17%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Geldstress
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de bijlage.
Veel jonge mensen in Nederland hebben geldstress: zij maken zich zorgen over hun financiële situatie. Het Nibud onderzoekt geldstress onder jonge mensen tot 23 jaar.
Vraag 1 1 punt
Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als je rood staat op je betaalrekening heb je een …(1)… (creditsaldo / debetsaldo). Als je rood staat dan …(2)… (betaal / ontvang) je rente.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Vraag 2 1 punt
Jonge mensen die regelmatig geld overmaken naar een spaarrekening hebben minder geldstress. De spaarders ontvangen rente over hun spaargeld. Noem twee andere spaarmotieven.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide motieven juist zijn.
Vraag 3 1 punt
Begroten leidt tot afname van geldstress. Wat is een begroting?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
In 2022 is er een campagne begonnen om jonge mensen bewuster te maken van hun financiële activiteiten. Uit onderzoek zijn nu de volgende conclusies getrokken:
1 Jonge mensen zijn een financiële administratie bijhouden belangrijker gaan vinden.
2 Jonge mensen zijn sparen belangrijker gaan vinden.
3 Jonge mensen zijn in 2024 budgetteren belangrijker gaan vinden.
Gebruik informatiebron 1.
Vraag 4 2 punten
Geef van elke conclusie aan of deze juist of onjuist is. Doe het zo: Noteer de nummers 1, 2 en 3 op je antwoordblad en vul aan met juist of onjuist.
Bekijk het antwoord
- 1 onjuist 2 juist 3 juist indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)
Vraag 5 2 punten
Lisa heeft een wasmachine, maar deze is kapot gegaan. Ze heeft op dit moment geen geld voor een nieuwe wasmachine en besluit om het geld te gaan lenen. De wasmachine die Lisa koopt kost € 649. Ze besluit om de nieuwe wasmachine op afbetaling te kopen. Hiervoor betaalt ze gedurende twee jaar een maandelijkse termijn van € 31. Bereken het percentage kredietkosten dat ze betaalt voor de aankoop van de wasmachine. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
Opmerking Een andere manier van afronden ook goed rekenen.
Ruimte op de arbeidsmarkt
De economie groeit nooit met hetzelfde percentage. Sommige jaren groeit de economie hard, in andere jaren kan de economie krimpen.
Vraag 6 2 punten
De ontwikkeling van de economie heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De vraag naar arbeid is hetzelfde als de …(1)… (beroepsbevolking / werkgelegenheid). Het aanbod van arbeid is hetzelfde als de …(2)… (beroepsbevolking / werkgelegenheid). Als de arbeidsmarkt krap is, dan is het aanbod van arbeid …(3)… (groter / kleiner) dan de vraag.
Bekijk het antwoord
- (1) werkgelegenheid (2) beroepsbevolking (3) kleiner indien (1) en (2) juist (1) indien (3) juist (1) (2)
In de jaren 2022 en 2023 hebben we in Nederland te maken gehad met grote prijsstijgingen. Dit heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt.
Vraag 7 1 punt
Door grote prijsstijgingen kan de economie langzamer gaan groeien. Dit zou tot een ruimere arbeidsmarkt kunnen leiden. Hier staan vijf economische verschijnselen:
1 Er zijn grote prijsstijgingen en de lonen stijgen niet.
2 Bedrijven hebben minder personeel nodig.
3 De vraag naar goederen en diensten daalt.
4 De koopkracht van mensen daalt.
5 Er ontstaat een ruimere arbeidsmarkt. In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
In tijden van prijsstijgingen veranderen de looneisen van werknemers. Werknemers willen geen koopkracht inleveren en daarom worden er in die perioden flinke looneisen gesteld. Werkgevers willen juist geen verslechtering van hun concurrentiepositie.
Vraag 8 1 punt
Wanneer is een werkgever bereid om de lonen van werknemers te verhogen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 9 2 punten
Het gevaar van hogere lonen is dat er op lange termijn structurele werkloosheid kan ontstaan. Leg in twee stappen uit dat hogere lonen kunnen leiden tot structurele werkloosheid.
Bekijk het antwoord
- Door de hogere lonen worden werknemers te duur. (1)
- Hierdoor worden werknemers vervangen door machines/computers/robots (en ontstaat er structurele werkloosheid). (1)
Vraag 10 1 punt
In 2023 was de arbeidsmarkt in Nederland krap, dat maakte dat er relatief weinig mensen werkloos waren. In het tweede kwartaal van 2023 bedroeg de werkloze beroepsbevolking 350.000 mensen. Dat was 3,2% van de totale beroepsbevolking. Bereken de totale beroepsbevolking in het tweede kwartaal van 2023. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: 350.000 × 100 = 10.937.500 mensen 3,2 (1)
Inkomensverschillen
De verschillen in arbeidsloon tussen werknemers die een gelijke opleiding en ervaring hebben, noemen we de loonkloof. De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt in Nederland vooral in de collectieve sector steeds kleiner.
Vraag 11 1 punt
Welke soort organisatie behoort tot de collectieve sector?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt berekend als het gemiddeld uurloon van vrouwen ten opzichte van het gemiddelde uurloon van mannen.
Vraag 12 2 punten
In 2022 en 2023 is het gemiddelde uurloon van een man € 30. In 2022 verdient een vrouw 82% van het uurloon van een man. In 2023 verdient een vrouw 87% van het uurloon van een man. Bereken met hoeveel euro de loonkloof is gedaald in 2023 ten opzichte van 2022. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- uurloon van een vrouw in 2022: € 30 × 0,82 = € 24,60 uurloon van een vrouw in 2023: € 30 × 0,87 = € 26,10 (1p)
- verandering van het uurloon van een vrouw in 2023: € 26,10
- € 24,60 = € 1,50 (Dit is gelijk aan de loonkloof.) (1)
Vraag 13 1 punt
Het gezin Huisman bestaat uit Josephine en Lucas. Lucas heeft een bruto-inkomen van € 22.700 en betaalt € 6.810 aan belastingen. Bereken het nettoloon van Lucas. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: nettoloon van Lucas: € 22.700 − € 6.810 = € 15.890 (1)
Door de ‘gemiddelde belastingdruk’ te berekenen, blijkt welk deel van het bruto-inkomen afgedragen wordt aan belastingen.
belastingen gemiddelde belastingdruk (in %) = × 100% bruto-inkomen
Vraag 14 1 punt
Josephine heeft een bruto-inkomen van € 34.500 en betaalt € 11.040 aan belastingen. Bereken de gemiddelde belastingdruk van Josephine. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 11.040 gemiddelde belastingdruk van Josephine: × 100% = 32% € 34.500 (1)
Vraag 15 1 punt
De overheid wil al jaren dat er zo veel mogelijk mensen deelnemen aan de arbeidsmarkt. In huishoudens waar maar één persoon werkt, worden de anderen in het huishouden ook aangespoord om betaald werk te doen. De arbeidskorting is daar een instrument voor. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de arbeidskorting wordt het belastbaar inkomen van het gezin Huisman …(1)… (hoger / lager / niet hoger of lager). Het gezin Huisman betaalt door de arbeidskorting …(2)… (meer / minder / evenveel) belasting.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Naast de arbeidskorting bestaat ook de algemene heffingskorting.
Vraag 16 1 punt
De algemene heffingskorting is hoger voor mensen met een lager inkomen. Leidt de algemene heffingskorting tot een nivellering of een denivellering van de inkomensverdeling in een land?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De hulp op de juiste plek
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 in de bijlage.
Haïti is een ontwikkelingsland in Noord-Amerika. Haïti wordt regelmatig getroffen door aardbevingen en overstromingen. Haïti probeert elke keer weer te herstellen na een ramp. Bij dit herstel is Haïti vaak afhankelijk van hulp.
Vraag 17 1 punt
Om Haïti te helpen na een ramp zetten verschillende landen hulp in. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Na een ramp komt er snel hulp in de vorm van medicijnen, tenten en voedsel. Deze hulp noemen we ook wel …(1)… (noodhulp / structurele hulp). Wanneer deze hulp specifiek tussen twee landen wordt afgesproken, dan heet dit …(2)… (bilaterale hulp / gebonden hulp / ongebonden hulp).
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Er is na een ramp veel behoefte aan ontwikkelingshulp. In een land waar veel ontwikkelingshulp moet worden verdeeld, komt een deel niet op de bestemming terecht, het geld gaat ‘verloren’.
Gebruik informatiebron 2.
Vraag 18 1 punt
Bereken hoeveel dollar ontwikkelingshulp in 2022 ‘verloren’ is gegaan. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: 936.880.000 × 0,42 = 3.934.896 dollar ‘verloren’ gegaan 100 (1)
Afhankelijk van de gebeurtenissen in Haïti verandert de hoeveelheid ontwikkelingshulp elk jaar.
Gebruik informatiebron 2.
Vraag 19 1 punt
Bereken het indexcijfer van de ontwikkelingshulp van 2021. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
Opmerking Een andere manier van afronden ook goed rekenen.
Hoe het inkomen in een land is verdeeld, kun je weergeven met de Lorenzcurve.
Lorenzcurve a Lorenzcurve b
Lorenzcurve c Lorenzcurve d
Van Haïti is alleen bekend dat de rijkste 25% van de bevolking precies zes keer zoveel verdient als de armste 25% van de bevolking.
Vraag 20 1 punt
In welke Lorenzcurve wordt bovenstaande bewering juist weergegeven?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 21 1 punt
De bevolking van Haïti heeft behoefte aan hulp met als doel het blijvend verminderen van armoede. Is ontwikkelingshulp met als doel het blijvend verminderen van armoede, een vorm van noodhulp of structurele hulp? Geef een argument voor je keuze.
Bekijk het antwoord
- structurele hulp voorbeeld van een juist argument: omdat de ontwikkelingshulp gericht is op het bestrijden van de oorzaken van armoede op de lange termijn. (1)
Vraag 22 2 punten
De Europese Unie (EU) vindt het moeilijk om te bepalen wat voor soort hulp ze naar Haïti gaan sturen. De landen die hulp leveren, geven liever goederen dan geld. Geef een argument voor en een argument tegen het geven van goederen in plaats van geld. Doe het zo: Neem de volgende zinnen over op je antwoordblad en vul deze aan:
1 Een argument voor het geven van goederen in plaats van geld is ….
2 Een argument tegen het geven van goederen in plaats van geld is ….
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- voorbeelden van een argument voor het geven van goederen in plaats van geld is (een van de volgende): (1p)
- Het leveren van goederen levert werkgelegenheid in de EU op.
- Het is beter in te schatten welke behoefte er is aan goederen.
- voorbeelden van een argument tegen het geven van goederen in plaats van geld is (een van de volgende): (1p)
- Goederen zijn moeilijker op locatie te krijgen dan geld.
- Goederen hebben vaak een houdbaarheidsdatum/slijten/vergaan.
DROPshipping
Jarno had het idee om drop te verkopen aan winkels in het buitenland. Twee jaar geleden opende hij zijn webshop ‘DuoMix’. Jarno heeft inmiddels veel klanten, dus is er ook een werknemer aangenomen.
Vraag 23 1 punt
Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Jarno heeft zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Als …(1)… (marktvorm / ondernemingsvorm) koos hij voor een eenmanszaak. Door deze keuze is Jarno …(2)… (niet / wel) aansprakelijk met zijn privévermogen als zijn bedrijf schulden maakt.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Jarno maakt gebruik van een relatief nieuwe verkooptechniek, namelijk dropshipping. Bij dropshipping plaatst de klant een bestelling in de webshop van Jarno. Vervolgens laat Jarno het product door zijn leverancier direct naar de klant versturen.
Vraag 24 1 punt
Met dropshipping bespaart DuoMix op de bedrijfskosten. Noem een voorbeeld van bedrijfskosten waarop DuoMix bespaart en leg dit uit.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist antwoord: − Personeelskosten, want DuoMix heeft geen personeel nodig voor het inpakken van bestellingen. − Huisvestingskosten, want DuoMix hoeft geen huur/energie kosten te betalen. − Verzendkosten, want DuoMix laat de producten direct verzenden naar de klanten (dus de drop hoeft niet twee keer verzonden te worden). (1)
In onderstaand overzicht staan gegevens en het resultaat van DuoMix over het afgelopen jaar.
gegevens afgelopen jaar aantal verkochte dozen met zakken drop …(a)… gemiddelde verkoopprijs per doos met drop € 17,50 gemiddelde inkoopprijs per doos met drop € 11,50 gemiddelde brutowinstmarge per doos met drop …(b)…%
resultaat afgelopen jaar omzet € 127.750 inkoopwaarde …(c)… brutowinst € 43.800 bedrijfskosten € 4.300 nettowinst € 39.500
Gebruik het bovenstaande overzicht.
Vraag 25 3 punten
Bereken welke getallen er bij de nummers ingevuld moet worden. Doe het zo: Noteer de letters (a), (b) en (c) op je antwoordblad. Vul bij de letters het juiste antwoord in. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
Opmerking Een andere manier van afronden bij b ook goed rekenen.
DuoMix is tevreden over de omzet van het afgelopen jaar. Dit is echter geen garantie voor de toekomst, want ook andere ondernemers ontdekken de buitenlandse dropmarkt.
Vraag 26 1 punt
Hier staan vier economische verschijnselen.
1 Meer ondernemers ontdekken de buitenlandse dropmarkt.
2 De verkoopprijzen worden lager.
3 De concurrentie wordt groter.
4 DuoMix zal bij gelijkblijvende afzet minder winst behalen. In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat een logische gedachtegang ontstaat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 27 1 punt
Als de concurrentie op de buitenlandse dropmarkt groter wordt, wil Jarno iets doen wat illegaal is: prijsafspraken maken met zijn concurrenten. Leg uit voor wie prijsafspraken nadelig zijn.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste uitleg: De consument, want door deze prijsafspraken betaal je meer voor producten. (1)
Kwetsbaarheid van een open economie
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 3 in de bijlage.
Nederland is al eeuwenlang een handelsland. Nog steeds tonen de export- en importcijfers aan dat Nederland handelt met de hele wereld. Nederland heeft een open economie, dat heeft voordelen en nadelen.
Vraag 28 1 punt
Zowel import als export levert Nederland welvaart op. Leg uit dat import welvaart voor de consument oplevert.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste uitleg: Door import kunnen consumenten meer/beter in hun behoeften voorzien. (1)
Gebruik informatiebron 3.
Vraag 29 2 punten
Bereken het overschot of tekort op de betalingsbalans van Nederland. Schrijf ook je berekening op en geef daarbij aan of het een tekort of een overschot is.
Bekijk het antwoord
- totale exportwaarde: € 483 miljard + € 230 miljard = € 713 miljard totale importwaarde: € 424 miljard + € 209 miljard = € 633 miljard (1)
- De betalingsbalans laat dus een saldo zien van € 713 miljard − € 633 miljard = € 80 miljard. Deze € 80 miljard is een overschot. (1)
Vraag 30 1 punt
Het grootste deel van de internationale handel van Nederland is met andere landen van de Europese Unie (EU). Noem twee redenen waarom een groot deel van de internationale handel van Nederland plaatsvindt met EU-landen.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als er 2 juiste redenen zijn gegeven.
Vraag 31 1 punt
De internationale concurrentiepositie van Nederland is mede afhankelijk van de wisselkoers van de euro ten opzichte van andere valuta. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De internationale concurrentiepositie van Nederland verbetert als de koers van de euro …(1)… (daalt / stijgt) ten opzichte van andere valuta. Landen buiten de eurozone betalen dan in eigen valuta …(2)… (meer / minder) voor dezelfde hoeveelheid euro’s.
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Een open economie zorgt voor welvaart, maar is ook kwetsbaar. Wereldwijd kunnen overheden in tijden van (economische) crisis er voor kiezen om hun eigen economie te beschermen. Hierdoor kan de werkgelegenheid in Nederland dalen.
Vraag 32 1 punt
Hier staan vijf verschijnselen:
1 De overheid van China beschermt de eigen productie door importheffingen.
2 Daling van de Nederlandse export.
3 Minder vraag naar Nederlandse producten.
4 Nederlandse producenten kunnen minder goed concurreren in China.
5 Daling werkgelegenheid in Nederland. In welke regel staan deze verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
Vraag 33 1 punt
Nederland importeert veel onderdelen en grondstoffen. Leg uit dat Nederlandse export afhankelijk is van de import van onderdelen en grondstoffen.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste uitleg: Nederland importeert onderdelen en grondstoffen die nodig zijn voor de productie van exportgoederen. (1)
Salma timmert aan de weg
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.
Salma is timmervrouw en wil graag voor zichzelf beginnen. Ze onderzoekt de voordelen en nadelen van een eigen bedrijf en de rechtsvorm die ze wil kiezen.
Vraag 34 1 punt
Welke belasting betaalt een eigenaar van een eenmanszaak over de behaalde winst?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 35 1 punt
Salma denkt erover na om zzp’er (zelfstandige zonder personeel) te worden. Salma weet dat enkele collega-zzp’ers bij sommige klussen zwartwerken. Bij zwartwerken worden geen belastingen en sociale premies betaald. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als bij de berekening van het nationaal inkomen zwartwerk meegerekend wordt dan zal het nationaal inkomen …(1)... (hoger / lager) zijn. Mensen die uitsluitend zwartwerken hebben geen recht op een …(2)… (volksverzekering / werknemersverzekering / zorgverzekering).
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Als Salma zzp’er wordt, verandert de inkomstenbelasting voor haar. Zo krijgt ze als zzp’er een zelfstandigenaftrek. Dit is een aftrekpost in de inkomstenbelasting die voor ondernemers geldt bij de bepaling van het belastbaar inkomen in box 1.
Gebruik informatiebron 4.
Vraag 36 2 punten
Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de zelfstandigenaftrek wordt het belastbaar inkomen van Salma …(1)… (hoger / lager). Het grootste voordeel van de zelfstandigenaftrek is relatief voor de …(2)… (hoge / lage) inkomens. Daardoor wordt de inkomensverdeling …(3)… (gelijker / ongelijker).
Bekijk het antwoord
- (1) lager (2) lage (3) gelijker indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)
Salma wil € 45 per uur bij klanten in rekening brengen. Van dit uurloon moet ze nog de bedrijfskosten betalen. Hiervoor rekent ze € 13 per uur. Daarnaast moet ze zelf sparen voor haar pensioen, hiervoor wil ze € 803,25 per maand opzij zetten.
Vraag 37 2 punten
Salma wil 45 weken per jaar en 36 uur per week gaan werken. Bereken voor Salma haar verwacht bruto jaarloon na aftrek van de bedrijfskosten en het pensioen. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- uurloon zonder bedrijfskosten: € 45 − € 13 = € 32 bruto jaarinkomen: € 32 × 36 × 45 = € 51.840 (1)
- jaarlijkse pensioenbesparing: € 803,25 × 12 = € 9.639 bruto jaarloon: € 51.840 − € 9.639 = € 42.201 (1)
Vraag 38 1 punt
Uiteindelijk komt Salma tot de conclusie dat ze liever in loondienst gaat werken. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. In loondienst wordt Salma doorbetaald bij ziekte. Haar werkgever draagt hiervoor …(1)… (AOW / premie) af. In loondienst en als zzp’er heeft Salma recht op volksverzekeringen, want die zijn gebaseerd op het …(2)… (profijtbeginsel / solidariteitsbeginsel).
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen het scorepunt toekennen als beide antwoorden juist zijn.
Jan Modaal bestaat niet
Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 en 6 in de bijlage.
In nieuwsberichten over het onderwerp inkomen, wordt vaak de naam van ‘Jan Modaal’ genoemd. Jan Modaal is een persoon die ongeveer 60 jaar geleden is verzonnen. Jan heeft een vrouw die niet werkt en samen hebben zij twee jonge kinderen. Jan werkt in loondienst en heeft een modaal inkomen.
Vraag 39 1 punt
Wat wordt bedoelt met het begrip modaal inkomen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Jan en zijn gezin stonden symbool voor de ‘gewone burger’. Veel burgers konden zich hierin herkennen en begrepen de informatie daardoor beter.
Gebruik informatiebron 5.
Vraag 40 2 punten
In de informatiebron staan een aantal krantenkoppen waarin Jan Modaal wordt genoemd. Koppel de krantenkop aan de juiste bron van inkomen. Kies uit: inkomen uit arbeid, inkomen uit bezit, inkomen uit overdracht. Doe het zo: krantenkop 1 = inkomen uit ... krantenkop 2 = inkomen uit ... krantenkop 3 = inkomen uit …
Bekijk het antwoord
- krantenkop 1 = inkomen uit overdracht krantenkop 2 = inkomen uit bezit krantenkop 3 = inkomen uit arbeid indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (2)
Het modale inkomen wordt jaarlijks berekend door het Centraal Planbureau (CPB). Sinds 1970 wordt het modale inkomen gepubliceerd.
Gebruik informatiebron 6.
Vraag 41 1 punt
Bereken het modale inkomen in 2023. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een juiste berekening: € 32.500 × 160 = € 40.000 130 (1)
Gebruik informatiebron 6.
Vraag 42 1 punt
Bereken met hoeveel procent het modale inkomen is toegenomen in de periode 1970–2010. Schrijf ook je berekening op.
Bekijk het antwoord
Opmerking Een andere manier van afronden ook goed rekenen.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Het CPB berekent niet alleen het modale inkomen, het onderzoekt ook de koopkracht van burgers.
Vraag 43 1 punt
Het modale inkomen wordt nog vaak gebruikt om de koopkracht te onderzoeken. Waar moet rekening mee gehouden worden bij het bepalen van de koopkracht?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 44 1 punt
Sinds een aantal jaren gebruikt het CPB het voorbeeldgezin van Jan Modaal niet meer. Volgens het CPB is het gezin van Jan Modaal geen goede weergave meer van de maatschappij. Noem een economisch argument waarom het gezin van Jan Modaal geen goede afspiegeling is van de maatschappij.
Bekijk het antwoord
- voorbeelden van een juist argumenten: − In veel gezinnen is er tegenwoordig sprake van tweeverdieners. − Tegenwoordig zijn veel meer vrouwen werkzaam dan 60 jaar geleden. − Meer mensen werken tegenwoordig niet in loondienst maar als zelfstandige. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Economie 2025, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0233-a-25-2-o
Andere examens economie vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 telt 44 vragen. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (13), internationale handel (11) en arbeidsmarkt (9).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0233-a-25-2-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.