Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Op de beroepenmarkt, De overheid en onze economie, De yuan wordt minder waard, Hoeveel werklozen hebben we?, Indonesië, Inkomensdaling, Inkomensverschillen in Nederland, Sparen, rente en de belastingen.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 44. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (10), arbeidsmarkt (9) en internationale handel (9). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Inkomen en consumptie30-3910
Arbeidsmarkt1, 4, 6, 18-239
Internationale handel12-17, 27-299
Overheid en belastingen7-11, 41-427
Geld en inflatie40, 43-443
Productie en kosten2-32
Conjunctuur51

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over arbeidsmarkt (22% van de vragen, gemiddeld 14%). Minder over productie en kosten (5% van de vragen, gemiddeld 13%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Op de beroepenmarkt

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave hoef je geen gebruik te maken van een informatiebron.

Selma is leerling in 4 vmbo op het Koningin Maxima College. De school organiseert een beroepenmarkt, waar mensen vertellen over hun beroep. De leerlingen worden zo geholpen om een juiste studiekeuze te maken. Selma kiest voor een presentatie in de richting ‘commercieel’. Een bloemenverkoper vertelt hoe hij met zijn bedrijf begon. Hij vertelt over de verschillende juridische ondernemingsvormen waaruit hij moest kiezen.

Vraag 1 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. “Ik begon toen ik 24 jaar was als zelfstandig ondernemer een eigen bedrijf. Daarom heb ik gekozen voor de ondernemingsvorm …(1)… (eenmanszaak / vennootschap onder firma). Door die keuze ben ik …(2)… (niet meer / nog wel) aansprakelijk voor zakelijke schulden met mijn privévermogen.”

Bekijk het antwoord
  • (1) eenmanszaak (2) nog wel indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

De bloemenverkoper legt uit dat hij niet rijk wordt van zijn handel. De mensen rekenen toch op ‘mooie bloemen voor een zacht prijsje’ op de zaterdagse bloemenmarkt langs de Oudegracht.

Vraag 2 1 punt

Stel dat hij 50 bossen bloemen inkoopt voor € 150 (exclusief btw). Bereken hoeveel bossen bloemen à € 4,95 (exclusief btw) hij dan minstens moet verkopen om op deze partij een positieve brutowinst te maken. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Geen scorepunt toekennen voor het antwoord: 30.

De leerlingen vinden het een boeiend verhaal. De bloemenverkoper laat nu ook een deel van zijn administratie zien.

Vraag 3 3 punten

Bekijk onderstaand deel van zijn administratie. Bereken welk bedrag er bij de nummers ingevuld moet worden. Schrijf je berekeningen op. Doe het zo: Noteer de nummers (1) tot en met (4) op je antwoordblad. Vul bij de nummers het juiste antwoord met de berekening in.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van juiste berekeningen: € 13.250

Opmerking Doorberekeningen kunnen juist zijn.

oktober verkoopopbrengst inclusief 6% btw € 13.250 omzetbelasting …(1)… omzet exclusief 6% btw …(2)… inkoopwaarde € 3.100 brutowinst …(3)… bedrijfskosten € 3.200 nettowinst …(4)…

Vraag 4 1 punt

Selma gaat daarna naar de presentatie van een arbeidsdeskundige van het UWV. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Tot de taken van het UWV hoort …(1)… (arbeidsbemiddeling / arbeidsparticipatie / arbeidswerving). Het UWV registreert …(2)… (studenten / werklozen / werknemers).

Bekijk het antwoord
  • (1) arbeidsbemiddeling (2) werklozen indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Selma is benieuwd welke opleidingen de meeste kans bieden op een betaalde baan. Volgens de arbeidsdeskundige is dat niet te voorspellen. Over een paar jaar kan de vraag naar arbeid heel anders zijn dan nu. De bestedingen van mensen wisselen ook elk jaar.

Vraag 5 1 punt

Hoe heet de werkloosheid die ontstaat doordat de bestedingen van mensen afnemen?

  1. A conjuncturele werkloosheid
  2. B frictiewerkloosheid
  3. C geregistreerde werkloosheid
  4. D structurele werkloosheid
  5. E verborgen werkloosheid
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 6 2 punten

Volgens de arbeidsdeskundige beïnvloeden de arbeidsvraag en het arbeidsaanbod elkaar. Maak de zinnen van deze arbeidsdeskundige kloppend door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De kans om werk te vinden is klein als er een …(1)… (krappe / ruime) arbeidsmarkt is. Een deel van de beroepsbevolking biedt zich in die situatie niet meer aan op de arbeidsmarkt. Daardoor …(2)… (daalt / stijgt) de verborgen werkloosheid.

Bekijk het antwoord
  • (1) ruime (1)
  • (2) stijgt (1)

De overheid en onze economie

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 in de bijlage.

Pim, een 4 TL-leerling, maakt een opdracht voor economie, met als onderwerp: overheid en duurzaamheid. De overheid maakt wetten en zorgt ervoor dat bepaalde goederen en diensten worden geproduceerd.

Vraag 7 1 punt

Noem een voorbeeld van een goed dat de overheid laat produceren.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juist antwoord: − aardgas − paspoort − infrastructuur − chartaal geld (1)

Vraag 8 1 punt

Bepaalde sectoren, zoals onderwijs, worden door de overheid gesubsidieerd. Noem een reden voor de subsidiëring van het onderwijs door de overheid.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste reden: − door onderwijs leer je vaardigheden − door onderwijs leer je een vak / beroep − door onderwijs word je ‘productief’ voor de samenleving − onderwijs moet toegankelijk / betaalbaar zijn (1)

Kortgeleden is de overheid een samenwerking aangegaan met de Amerikaanse autofabrikant Tesla. Tesla produceert sinds kort in Tilburg elektrische auto’s die milieuvriendelijker zijn dan benzineauto’s. De collectieve sector en de particuliere sector werken hier dus samen, volgens Pim.

Vraag 9 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De …(1)… (collectieve sector / particuliere sector) bestaat onder andere uit alle ondernemingen en organisaties die voornamelijk als doel hebben winst te maken. Een voorbeeld van een organisatie in de collectieve sector is …(2)… (de Consumentenbond / het universitaire ziekenhuis). De overheid produceert …(3)… (collectieve goederen / individuele goederen / zowel collectieve als individuele goederen).

Bekijk het antwoord
  • (1) particuliere sector (2) het universitaire ziekenhuis (3) zowel collectieve als individuele goederen indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

De overheid stimuleert elektrisch rijden. Dit doet de overheid door elektrische auto’s een gunstige bijtelling te geven.

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 10 1 punt

Bereken het verschil aan bijtelling voor een auto die geheel elektrisch rijdt en een auto die geheel op benzine rijdt. Ga voor beide auto’s uit van een cataloguswaarde van € 24.000. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: (0,25 − 0,04) × € 24.000 = € 5.040 (1)

De Tesla is een dure auto, toch worden er relatief veel verkocht. Om deze reden is de overheid van plan om binnenkort een ‘Tesla taks’ in te voeren. Dat betekent dat elektrische auto’s duurder dan € 50.000 een hoger bijtellingspercentage krijgen. Voor goedkopere elektrische auto’s onder de € 50.000 blijft de bijtelling 4%. Volgens Pim wil de overheid hiermee de inkomens in Nederland nivelleren.

Vraag 11 1 punt

Leg de bewering van Pim uit dat de ‘Tesla tax’ een inkomensnivellerende werking kan hebben.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Duurdere auto’s worden vaak door bedrijven voor mensen met hogere inkomens geleased. Deze mensen krijgen nu een hogere bijtelling en moeten meer belasting betalen. (1)

De yuan wordt minder waard

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 en 3 in de bijlage.

China verraste in augustus 2015 de financiële wereld door in korte tijd zijn munt, de yuan (CHY), te devalueren. Dat betekent dat de waarde van de Chinese munt daalt ten opzichte van andere valuta.

Gebruik informatiebron 2.

Vraag 12 1 punt

Bereken in één decimaal de procentuele waardedaling van de yuan, ten opzichte van de Amerikaanse dollar (USD), van 10 tot en met 12 augustus 2015. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 0,15653 − 0,16104 × 100% = −2,8% (dus daling van 2,8%) 0,16104 (1)

Vraag 13 1 punt

De Chinese regering verwacht dat door de waardedaling van de yuan de Chinese economie verder gaat groeien. Hieronder staan vijf economische verschijnselen:

1 waardedaling van de yuan

2 toename van de Chinese productie

3 toename van de buitenlandse vraag naar Chinese producten

4 Chinese producten worden goedkoper voor het buitenland

5 economische groei in China In welke regel staan de verschijnselen in de juiste volgorde, zodat ze de gedachtegang van de Chinese regering juist weergeven?

  1. A 1→2→3→4→5
  2. B 1→2→4→3→5
  3. C 1→3→2→4→5
  4. D 1→3→4→2→5
  5. E 1→4→2→3→5
  6. F 1→4→3→2→5
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 14 2 punten

De waardedaling van de yuan leidt ook tot een verandering van de binnenlandse verkoop van Chinese producten. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de waardedaling van de yuan worden buitenlandse producten voor de Chinezen …(1)... (duurder / goedkoper). Hierdoor worden gelijksoortige Chinese producten voor de Chinezen zelf in verhouding …(2)… (duurder / goedkoper), waardoor er daarvan …(3)... (meer / minder) verkocht zullen worden.

Bekijk het antwoord

Opmerking Let op doorwerkfouten.

Vraag 15 1 punt

De waardedaling van de yuan heeft voor China meer gevolgen. Chinese bedrijven hebben bijna $ 530 miljard uitgeleend aan het buitenland. Is de waardedaling van de yuan voordelig of nadelig voor deze Chinese bedrijven, als de lening terugbetaald wordt in yuan?

  1. A Nadelig. De dollar wordt meer waard; daardoor daalt, omgerekend in yuans, de waarde van deze lening.
  2. B Nadelig. De dollar wordt minder waard; daardoor daalt, omgerekend in yuans, de waarde van deze lening.
  3. C Voordelig. De dollar wordt meer waard; daardoor stijgt, omgerekend in yuans, de waarde van deze lening.
  4. D Voordelig. De dollar wordt minder waard; daardoor stijgt, omgerekend in yuans, de waarde van deze lening.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Ook voor Nederland heeft de waardedaling van de yuan gevolgen.

uit een CBS-rapport:

China is de negende exportpartner van Nederland. In de periode 2010-2014 nam de exportwaarde naar China met 47% toe. De importwaarde steeg minder: met 14%.

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 16 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. In 2014 is, ten opzichte van 2010, de toename van de exportwaarde van Nederland naar China ...(1)... (groter / kleiner) dan de toename van de importwaarde van Nederland uit China. De procentuele groei van de exportwaarde van Nederland naar China is in deze periode …(2)… (groter / kleiner) dan de procentuele groei van de importwaarde van Nederland uit China. Het negatieve saldo op de Nederlandse betalingsbalans neemt in deze periode …(3)… (af / toe).

Bekijk het antwoord
  • (1) kleiner (2) groter (3) toe indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Gebruik informatiebron 3.

Vraag 17 2 punten

Volgens het CBS-rapport is 62% van de importwaarde in 2014 vanuit China echter bestemd voor doorvoer naar afnemers binnen de Europese Unie (EU). Dit geeft een heel ander beeld van de verhouding import / export met China. Bereken het saldo op de Nederlandse betalingsbalans met China in

2014 als de doorvoer naar de EU niet meegerekend zou worden. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • importwaarde zonder doorvoer: € 35.398.025.000 × 0,38 € 13.451.249.500 (1)
  • exportwaarde blijft: € 7.920.224.000 saldo op betalingsbalans met China wordt dan (negatief) − € 5.531.025.500 (1)

Hoeveel werklozen hebben we?

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 en 5 in de bijlage.

Theo en Wanda, twee economiestudenten uit Heerlen, discussiëren over een nieuwe, internationale berekening van de beroepsbevolking. Tot 1 januari 2015 telde het CBS alleen werkenden en geregistreerde werklozen mee die minimaal 12 uur per week (willen) werken. Deze grens is nu verlaagd naar 1 uur per week.

Vraag 18 1 punt

Noem een oorzaak waardoor de beroepsbevolking toeneemt door de nieuwe berekening.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste oorzaak: Het aanbod van arbeid - werkenden en werklozen - neemt toe, doordat werkenden en werklozen die eerst niet meetelden nu wel meegeteld worden. (1)

Vraag 19 1 punt

Wanda valt echter nog iets op: “Vooral het aandeel van de jongeren in de beroepsbevolking stijgt sterk door de nieuwe berekening.” Wat is daarvan de oorzaak?

  1. A Vooral jongeren hebben banen van meer dan 12 uren per week.
  2. B Vooral jongeren hebben banen van minder dan 12 uren per week.
  3. C Vooral ouderen hebben banen van meer dan 12 uren per week.
  4. D Vooral ouderen hebben banen van minder dan 12 uren per week.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Het aantal werklozen is in januari 2015 licht gestegen en toch is de werkloosheid relatief gedaald.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 20 1 punt

Wanda heeft het werkloosheidspercentage op de oude manier berekend en komt uit op 7,8%. Bereken in één decimaal het werkloosheidspercentage volgens de nieuwe berekening. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 607.500 × 100% = 7,5% 8.100.000 (1)

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 21 1 punt

Maak van onderstaande zin een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Theo: “Door de nieuwe berekening …(1)… (daalt / stijgt) de totale beroepsbevolking relatief meer dan de werkloze beroepsbevolking, waardoor het percentage werklozen …(2)… (daalt / stijgt).”

Bekijk het antwoord
  • (1) stijgt (2) daalt indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Vraag 22 1 punt

Wanda: “Ook al wordt de berekening van de werkloosheid veranderd, toch geven deze cijfers nog geen volledig beeld van het aantal werklozen.” Welk argument kan zij hiervoor noemen?

  1. A De frictiewerkloosheid wordt niet meeberekend.
  2. B De frictiewerkloosheid wordt wel meeberekend.
  3. C De verborgen werkloosheid wordt niet meeberekend.
  4. D De verborgen werkloosheid wordt wel meeberekend.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

De werkzame beroepsbevolking in Nederland telt in 2015 gemiddeld 7,4 miljoen mensen. Binnen deze groep hadden gemiddeld 3,848 miljoen mensen een volledige baan.

Gebruik bovenstaande tekst en informatiebron 5.

Vraag 23 1 punt

Volgens Wanda werd er in Nederland veel in deeltijd gewerkt, vergeleken met andere EU-landen. Bereken het gemiddelde deeltijdpercentage voor de Nederlandse arbeidsmarkt in 2015. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: 7,4 miljoen − 3,848 miljoen × 100% = 48% 7,4 miljoen (1)

Indonesië

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 6 en 7 in de bijlage.

Adinda en Saïdjah schrijven een werkstuk over Indonesië, vroeger een Nederlandse kolonie, maar sinds 1949 een onafhankelijk land. Ze hebben als hoofdvraag bedacht: Wat kan Nederland doen om Indonesië verder te ontwikkelen?

Zoals het hoort, beginnen ze met de deelvragen: a Wat is de economische situatie in Indonesië? b Bestaat er veel handel tussen Nederland en Indonesië?

Gebruik informatiebron 6.

Vraag 24 1 punt

Adinda: “Het nationaal inkomen in Indonesië is ongeveer gelijk aan dat van Nederland, maar er wonen veel meer mensen in Indonesië dan in Nederland.” Bereken het nationaal inkomen van Indonesië in 2013 per hoofd van de bevolking. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: $ 862.240.000.000 = $ 3.400 253.600.000 (1)

De procentuele verdeling van de beroepsbevolking over de sectoren is een aanwijzing over de economische ontwikkeling van een land.

sector land P land Q primaire 2% 40% secundaire 18% 32% tertiaire 45% 12% quartaire 35% 16%

Vraag 25 1 punt

Verklaar dat land Q Indonesië zou kunnen zijn.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste verklaring: Een kenmerk van een ontwikkelingsland, zoals Indonesië, is het relatief hoge aandeel van de landbouw / primaire sector in de sectoren. (1)

“Hoe zit het met de handel tussen Nederland en Indonesië?”, vraagt Adinda zich af.

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 26 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2), (3) en (4) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste getallen of woorden in. Kies uit de getallen of woorden die tussen haakjes staan. Nederland heeft in 2012 voor …(1)… (€ 0,6 miljard / € 2,8 miljard) aan goederen uit Indonesië geïmporteerd. Dit is bijna 25% …(2)… (meer / minder) dan in 2011. Het …(3)… (overschot / tekort) op de betalingsbalans met Indonesië nam in 2012 …(4)… (toe / af) tot € 2,2 miljard.

Bekijk het antwoord
  • (1) € 2,8 miljard (2) meer (3) tekort (4) toe indien vier juist (2) indien drie of twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 27 1 punt

“In 2012 bedraagt de totale export van Nederland € 430 miljard. Indonesië is dus niet erg belangrijk als handelspartner voor Nederland”, concludeert Adinda. Bereken in twee decimalen de export van Nederland naar Indonesië in procenten van de totale Nederlandse export. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste berekening: € 0,6 miljard × 100% = 0,14% € 430 miljard (1)

Vraag 28 1 punt

“Dat lijkt me logisch, zo’n laag percentage”, zegt Saïdjah. Geef een economische verklaring voor het lage percentage van de Nederlandse export naar Indonesië.

Bekijk het antwoord
  • voorbeelden van een juiste verklaring: − De inkomens in Indonesië zijn relatief laag, waardoor er weinig vraag naar (relatief dure) Nederlandse producten is. − De afstand tussen Nederland en Indonesië is erg groot. Uitvoer van Nederlandse verse producten is dan een probleem (qua tijd of kosten). (1)

Adinda en Saïdjah kunnen nu de hoofdvraag beantwoorden. Hoe kan Nederland de economische ontwikkeling in Indonesië stimuleren?

Vraag 29 2 punten

Volgens Saïdjah zou Nederland meer kunnen doen voor de ontwikkeling van Indonesië. Zo zou een deel van de Nederlandse productie verplaatst kunnen worden naar Indonesië. Noem een voordeel voor Nederland én een voordeel voor Indonesië als Nederland een deel van de productie naar Indonesië verplaatst. Geef een verklaring voor beide antwoorden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • voorbeelden van een juist voordeel en juiste verklaring voor Nederland: (1p)
    • Voordeel: de producten kunnen in Nederland goedkoper worden aangeboden. Verklaring: als gevolg van de lagere loonkosten in Indonesië daalt de kostprijs.
    • Voordeel: de export van Nederland naar Indonesië kan gaan stijgen. Verklaring: door de welvaartsontwikkeling in Indonesië stijgen de bestedingen in Indonesië.
  • voorbeeld van een juist voordeel en juiste verklaring voor Indonesië: (1) Voordeel: de inkomens van mensen kunnen stijgen. Verklaring: de werkgelegenheid in Indonesië neemt toe.

Opmerking Het scorepunt uitsluitend toekennen als tevens een juiste verklaring wordt genoemd.

Inkomensdaling

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 8 in de bijlage.

Naomi is 16 jaar en woont met haar ouders in Utrecht. Het bedrijf waar haar moeder werkt heeft een reorganisatie aangekondigd: een kwart van de banen zal verdwijnen. Ook Naomi’s moeder wordt ontslagen. Aan de keukentafel proberen ze na te gaan wat de gevolgen kunnen zijn.

Vraag 30 1 punt

Uit onderzoek van het Nibud blijkt dat ruim een kwart van de Nederlandse huishoudens te maken kan krijgen met een daling van het inkomen. Werkloosheid is een oorzaak van inkomensdaling. Er zijn ook andere oorzaken. Kies de twee andere directe oorzaken uit onderstaande gegevens. Doe het zo: noteer de twee letters. a arbeidsongeschiktheid b gezinsuitbreiding c stijgende vaste lasten d verhuizing e wegvallen van sociale uitkeringen

Bekijk het antwoord

Opmerking Het scorepunt uitsluitend toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Vraag 31 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Een inkomensdaling van bijvoorbeeld 30% betekent niet dat al je bestedingen ook met 30% kunnen dalen. Zo kun je niet snel bezuinigen op de …(1)… (dagelijkse uitgaven / incidentele uitgaven / vaste lasten). Hoeveel je kunt besteden is afhankelijk van …(2)… (je spaargeld / je inkomen / je spaargeld en je inkomen).

Bekijk het antwoord
  • (1) vaste lasten (2) je spaargeld en je inkomen indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Vraag 32 2 punten

Nog steeds aan de keukentafel verzamelen ze de financiële gegevens. Bereken de ontbrekende bedragen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) tot en met (6) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste bedragen per maand in.

Bekijk het antwoord
  • alle bedragen per maand (1 tot en met 4) juist berekend (1)
  • totaal én overschot (5 en 6) juist berekend (1)

per periode per maand inkomsten in € nettoloon 2.600

uitgaven in € huur per maand 800 800 zorgverzekering per maand 189 189 verzekeringen per kwartaal 390 …(1)… telefoon / internet / tv per jaar 540 …(2)… mobiele telefoon per maand 15 15 abonnement krant per 6 maanden 108 18 kleding en schoenen per kwartaal 321 107 zak- en kleedgeld Naomi per maand 75 75 boodschappen per week 120 …(3)… persoonlijke uitgaven per maand 50 50 reiskosten en hobby’s per maand 60 60 sportschool per 2 weken 12 …(4)… totaal …(5)… overschot …(6)…

Als Naomi’s moeder wordt ontslagen heeft ze dit overschot niet meer. De gemeente Utrecht ondersteunt huishoudens met lage inkomens, onder meer met de U-pas. Deze pas geeft recht op kortingen, bijvoorbeeld bij een sportschool of bibliotheek.

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 33 1 punt

Op de website van U-pas leest Naomi dat een Utrechtse sportschool op het jaarabonnement van € 300 een korting geeft van 50%. Geef een economische reden waarom veel U-pashouders geen gebruikmaken van deze sportschool.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste reden: De eigen bijdrage is nog te hoog voor mensen met een laag inkomen. (1)

Inkomensverschillen in Nederland

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 9 in de bijlage.

In Nederland zijn de verschillen in inkomens vrij klein, vergeleken met andere landen. Ook al is Nederland een welvarend land, toch leeft ongeveer 10% van de huishoudens onder de lage- Sociaal en Cultureel Planbureau inkomensgrens van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Vraag 34 1 punt

De lage-inkomensgrens is een inkomen met een vaste lage koopkracht. De lage-inkomensgrens wordt ieder jaar aangepast. Op basis waarvan wordt de lage-inkomensgrens ieder jaar aangepast?

  1. A de hoogte van de gemiddelde inkomens
  2. B de hoogte van de uitkeringen
  3. C de omvang van de bevolking
  4. D de prijsontwikkeling
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 35 1 punt

In Nederland geldt een minimumloon dat hoger is dan de lage- inkomensgrens. Toch zijn er werknemers met een inkomen onder de lage- inkomensgrens. Verklaar dat er werknemers zijn die toch onder de lage-inkomensgrens zitten.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juiste verklaring: Werknemers (met een minimumloon) die in deeltijd werken verdienen een deel van het minimumloon (en kunnen zo onder de lage-inkomensgrens komen). (1)

Gebruik informatiebron 9.

Vraag 36 2 punten

Hieronder staan twee mogelijke opmerkingen over de inkomensverdeling in Nederland, volgens Lorenzcurve b. Opmerkingen:

1 De armste 30% van Nederland verdient 20% van het nationaal inkomen.

2 De rijkste 20% van de bevolking verdient 60% van het nationaal inkomen. Welke opmerking is juist of onjuist? Doe het zo: opmerking 1 … (juist / onjuist) opmerking 2 … (juist / onjuist)

Bekijk het antwoord
  • opmerking 1 onjuist (1)
  • opmerking 2 juist (1)

Rashid en Erna zitten in dezelfde klas. Het gezin van Erna moet rondkomen van een laag inkomen, terwijl het gezin van Rashid een hoog inkomen ontvangt.

Erna: “Is het bestedingspatroon van jullie gezin nu zo veel anders dan bij ons?” Rashid: “Nou, aan sommige goederen geven we meer uit, maar aan andere goederen nauwelijks meer.”

Hieronder zie je de verdeling van enige uitgaven van beide gezinnen in % van het totale inkomen van het gezin.

Erna Rashid laag inkomen hoog inkomen enige uitgaven % van het inkomen % van het inkomen voeding 18% 15% wonen 30% 23% kleding / schoenen 6% 5% ontwikkeling, ontspanning 28% 28% en verkeer

Vraag 37 2 punten

Welke uitgaven zijn bij Rashid absoluut (in €) gezien altijd hoger dan bij Erna? Leg je keuze uit.

Bekijk het antwoord
  • ontwikkeling, ontspanning en verkeer (1)
  • voorbeeld van een juiste uitleg: Doordat Rashids gezinsinkomen hoger is dan dat van Erna (zijn de uitgaven van Rashid hieraan absoluut gezien altijd hoger) en omdat het percentage gelijk is (aan 28%) (1)

Gebruik informatiebron 9.

Vraag 38 1 punt

Inkomensverschillen komen in ieder land voor. Volgens Erna zouden de verschillen in inkomens veel kleiner moeten zijn. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Als de inkomensverschillen kleiner worden, verandert Lorenzcurve b in …(1)… (Lorenzcurve a / Lorenzcurve c ). De diagonaal (rechte 45°-lijn) is de situatie van een …(2)… (volledig gelijke / volledig ongelijke) inkomensverdeling.

Bekijk het antwoord
  • (1) Lorenzcurve a (2) volledig gelijke indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (1)

Vraag 39 1 punt

Volgens Rashid zijn inkomensverschillen prima. Hij vindt dan ook dat “het slecht zou zijn voor de Nederlandse economie als iedereen hetzelfde zou verdienen”. Noem een argument voor de uitspraak van Rashid.

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juist argument: Als iedereen evenveel zou verdienen, ontbreekt de prikkel bij mensen zich te ontwikkelen / beter te presteren. (1)

Sparen, rente en de belastingen

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 10 in de bijlage.

uit de krant:

De rente op spaargeld is met een gemiddelde van 1% historisch laag. Het is binnenkort zelfs mogelijk dat de spaarrente negatief wordt. Een negatieve rente betekent, dat je de bank betaalt om je geld op een spaarrekening te mogen zetten.

Vraag 40 1 punt

In 2014 ontving Roberta 1% rente over het geld op haar spaarrekening. Het prijsindexcijfer (CPI) in 2014 was 102,5. Het jaar 2013 is basisjaar. Bereken in één decimaal het koopkrachtverlies van haar spaargeld in 2014. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Bovendien moet Roberta van haar belastbaar spaargeld op 1 januari 2014 1,2% aan vermogensrendementsheffing (VRH) afdragen. Het vermogen van Roberta bestaat op 1 januari 2014 uitsluitend uit haar spaargeld van € 140.000.

Gebruik informatiebron 10.

Vraag 41 2 punten

Bereken de VRH over het spaargeld van Roberta. Schrijf je berekening op.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • × 1,2 = € 1.424 (1) 100

Opmerking Afrondingsverschillen niet fout rekenen.

Vraag 42 1 punt

De Belastingdienst gaat ervan uit dat Roberta een (fictief) vermogensrendement op haar spaarrekening heeft behaald van 4%. “Die 4% klopt niet met de werkelijkheid”, meent Roberta. Op welk gegeven baseert Roberta haar mening?

Bekijk het antwoord
  • voorbeeld van een juist antwoord: Het rendement (op haar spaarrekening) is maar 1%. (1)

Vraag 43 2 punten

De lage rentestand is ontstaan door het beleid van renteverlagingen van de Europese Centrale Bank (ECB). “Sparen levert daardoor bijna niks op”, zegt Roberta. Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1), (2) en (3) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Geld lenen door consumenten is nu relatief …(1)… (duur / goedkoop). Mensen zonder spaargeld zullen hierdoor eerder gaan …(2)… (lenen / sparen). Sparen levert weinig op, waardoor consumenten meer zullen gaan …(3)… (beleggen / investeren).

Bekijk het antwoord
  • (1) goedkoop (2) lenen (3) beleggen indien drie juist (2) indien twee juist (1) indien één of geen juist (0) (2)

Vraag 44 1 punt

De ECB wil door haar lagerentebeleid de economie in de EMU-landen stimuleren. Welke gevolgen verwacht de ECB door haar lagerentebeleid?

  1. A De bestedingen zullen dalen en de besparingen zullen dalen.
  2. B De bestedingen zullen dalen en de besparingen zullen stijgen.
  3. C De bestedingen zullen stijgen en de besparingen zullen dalen.
  4. D De bestedingen zullen stijgen en de besparingen zullen stijgen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Economie 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-19-1-o

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 44. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (10), arbeidsmarkt (9) en internationale handel (9).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.