Eindexamen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Sint-Maarten, De gemeente, (Be)leg het opzij voor later, Dog4fun, De staatsschuld stijgt, Exportboeren, Een huis zonder gas, Doorwerken.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), internationale handel (8) en inkomen en consumptie (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen8-9, 11, 23-25, 27, 41-429
Internationale handel1, 4, 6-7, 28-318
Inkomen en consumptie5, 10, 12-14, 336
Geld en inflatie15-16, 34-35, 375
Productie en kosten19-20, 22, 32, 365
Conjunctuur2-3, 263
Arbeidsmarkt39-40, 433
Vraag en aanbod18, 212

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over arbeidsmarkt (7% van de vragen, gemiddeld 15%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Sint-Maarten

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 1 en 2 in de bijlage.

Het Caribische eiland Sint-Maarten behoort deels bij het Koninkrijk der Nederlanden. Het eiland bestaat uit een Frans deel en een Nederlands deel. Toerisme is de belangrijkste sector in de economie van Sint-Maarten.

Sint-Maarten heeft in verhouding tot het nationaal inkomen een hoge exportwaarde en een hoge importwaarde.

Gebruik informatiebron 1.

informatiebron 1 economische gegevens van Sint-Maarten 2010, 2016 en 2017, omgerekend in euro's

201020162017
nationaal inkomen (in miljoen)798960934
reële nationaal inkomen (in miljoen)746840798
waarde export van goederen en diensten (in miljoen)8541.046835
waarde import van goederen en diensten (in miljoen)8471.014921
aantal verblijfstoeristen443.136528.150402.092
aantal cruisetoeristen (× 1.000)1.5131.6691.238
bevolking Sint-Maarten34.49639.41040.535

Vraag 1 1 punt

Welke bewering over de export en import van Sint-Maarten is juist?

  1. A In 2010 was de waarde van de export lager dan de waarde van de import.
  2. B In 2016 was de waarde van de export lager dan de waarde van de import.
  3. C In 2017 was de waarde van de export lager dan de waarde van de import.
  4. D In alle jaren was de waarde van de export lager dan de waarde van de import.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 2 1 punt

De welvaart van een land kan worden gemeten door het nationaal inkomen te berekenen. Waarmee moet je rekening houden als je het reële nationale inkomen berekent?

  1. A de belastingen
  2. B de inkomensverdeling
  3. C de veranderde prijzen
  4. D zelfvoorziening
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 3 1 punt

Bereken de procentuele daling van het reële nationaal inkomen in 2017 ten opzichte van 2016. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

\frac{798 - 840}{840} \times 100\% = -5\%

→ een daling van 5%

Ongeveer 80% van de werkzame beroepsbevolking werkt in de toerisme-sector. Vooral de horeca en souvenirwinkels op Sint-Maarten profiteren van de uitgaven van de toeristen.

Vraag 4 1 punt

Waartoe behoren de uitgaven van de toeristen, die een souvenir kopen op Sint-Maarten?

  1. A Tot de export van diensten door Sint-Maarten.
  2. B Tot de export van goederen door Sint-Maarten.
  3. C Tot de import van diensten door Sint-Maarten.
  4. D Tot de import van goederen door Sint-Maarten.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Gebruik informatiebron 1.

Vraag 5 1 punt

Veel cruiseboten leggen voor een dag aan in de haven van het eiland. In 2017 besteedden de cruisetoeristen € 154.131.000. Bereken hoeveel euro er gemiddeld per cruisetoerist in 2017 wordt besteed op Sint-Maarten. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

\frac{\text{€ } 154.131.000}{1.238.000} = \text{€ } 124{,}50

Vraag 6 1 punt

De sterke afhankelijkheid van toerisme (een monocultuur) leidt tot problemen voor het eiland. Bovendien is er toenemende concurrentie van andere Caribische eilanden op deze toerismemarkt. Leg uit dat de monocultuur door de toenemende concurrentie van andere Caribische eilanden voor Sint-Maarten een probleem vormt.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste uitleg:

Door de monocultuur heeft Sint-Maarten weinig andere inkomstenbronnen om de lagere inkomsten uit het toerisme te compenseren.

Op 6 september 2017 trok de orkaan Irma over Sint-Maarten. Huizen en hotels werden grotendeels verwoest. Gelukkig heeft Sint-Maarten internationale hulp ontvangen, onder andere van het Nederlandse Rode Kruis.

Gebruik informatiebron 2.

informatiebron 2 de hulp van het Nederlandse Rode Kruis aan Sint-Maarten

fase 1

Wat als je plotseling geen dak meer boven het hoofd hebt? Of geen keuken om in te koken? In de eerste maanden na de ramp was het belangrijk om direct in actie te komen. Daarom bood het Rode Kruis:

  • tenten
  • drinkwater en voedselpakketten
  • medische voorzieningen

fase 2

De schade van een orkaan is niet binnen een paar maanden hersteld. Nederland stelt daarom geld beschikbaar voor bijvoorbeeld:

  • het verbeteren van de infrastructuur
  • het opleiden en inhuren van bouwvakkers

Vraag 7 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Fase 1 van de hulp van het Nederlandse Rode Kruis bestond uit …(1)… (gebonden hulp / noodhulp / structurele hulp). Fase 2 van de hulp bestond uit …(2)… (gebonden hulp / noodhulp / structurele hulp).

Bekijk het antwoord

maximumscore 2

  • (1) noodhulp
  • (2) structurele hulp

De gemeente

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 3 in de bijlage.

De gemeenten vormen samen met de provincies, de waterschappen en het Rijk de Nederlandse overheid. Er zijn ongeveer 350 gemeenten in Nederland. Een gemeente voert landelijk en lokaal beleid uit.

Vraag 8 1 punt

Welke overheidstaken voert de gemeente uit?

  1. A Het onderhoud aan dijken, kanalen en waterwegen.
  2. B Het uitgeven van een paspoort, identiteitskaart en rijbewijs.
  3. C Het verstrekken van huur- en zorgtoeslag.
  4. D Het verstrekken van uitkeringen, zoals de AOW.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Vraag 9 1 punt

Een gemeente ontvangt inkomsten vanuit de gemeentelijke belastingen en gemeentelijke heffingen. Welke belasting betalen de inwoners aan de gemeente?

  1. A accijns
  2. B motorrijtuigenbelasting
  3. C onroerendezaakbelasting
  4. D vennootschapsbelasting
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Het aantal gemeenten in Nederland daalt omdat veel kleine gemeenten worden samengevoegd tot nieuwe, grotere gemeenten. De gemeente Rijkwijk en de gemeente Armere worden samengevoegd tot de gemeente Rijkmere.

Gebruik informatiebron 3.

informatiebron 3 aantal huishoudens en hun gemiddelde vermogen

gemeente Rijkwijkgemeente Armere
aantal huishoudens6.433174.765
gemiddeld vermogen per huishouden€ 230.000€ 18.000

Vraag 10 2 punten

Bereken het gemiddeld vermogen per huishouden in de nieuwe gemeente Rijkmere. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • Rijkwijk: 6.433 × € 230.000 = € 1.479.590.000
  • Armere: 174.765 × € 18.000 = € 3.145.770.000
  • vermogens R en A: € 4.625.360.000
  • aantal huishoudens R en A: 6.433 + 174.765 = 181.198

gemiddeld vermogen per huishouden in Rijkmere:

\frac{\text{€ } 4.625.360.000}{181.198} = \text{€ } 25.526{,}55

Opmerking

Als er € 25.527 is genoteerd ook goed rekenen.

Vraag 11 1 punt

Voor een gemeente is het financieel voordelig als het aantal koopwoningen in de gemeente toeneemt. Geef een verklaring voor het financiële voordeel voor de gemeente als het aantal koopwoningen toeneemt.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste verklaring:

  • Als het aantal koopwoningen toeneemt, zal de gemeente meer inkomsten krijgen (onroerendezaakbelasting of verkoop bouwgrond).
  • Huishoudens met een koopwoning hebben vaker een hoger inkomen en maken minder gebruik van gemeentelijke sociale voorzieningen (bijstand).

(Be)leg het opzij voor later

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 4 in de bijlage.

Nour (23 jaar) werkt bij een bank en is een echte toekomstplanner. Hij wil proberen om een vermogen op te bouwen voor later. Nour: “Je kan daarmee niet vroeg genoeg beginnen.” Nour probeert elke maand een vast spaarbedrag hiervoor te reserveren.

Gebruik informatiebron 4.

Vraag 12 1 punt

Welke oppervlakte geeft het bedrag aan dat je kunt sparen van je inkomen?

  1. A oppervlakte a
  2. B oppervlakte b
  3. C oppervlakte c

Levensloopgrafiek met het inkomen en de consumptie tussen leeftijd 21 en 67, met de vlakken a, b en c. Bekijk in Bijlage, pagina 3

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Nour vindt het verstandig om nu te sparen voor later, want het is bijna zeker dat hij in de toekomst meer gaat consumeren.

Vraag 13 1 punt

In de grafiek van informatiebron 4 is te zien dat de consumptie tijdens de levensloop toeneemt. Leg uit waarom de consumptie tijdens de levensloop toeneemt.

Levensloopgrafiek met het inkomen en de consumptie tussen leeftijd 21 en 67, met de vlakken a, b en c. Bekijk in Bijlage, pagina 3

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste uitleg:

  • Tijdens de levensloop van veel mensen verbetert hun maatschappelijke positie en/of stichten ze een gezin, waardoor hun consumptie toeneemt, ze kopen bijvoorbeeld een huis.
  • Door inflatie stijgt de waarde van de consumptie.

Vraag 14 1 punt

Gemiddeld beginnen jongeren op 21-jarige leeftijd met een (volledige) baan. Voor die tijd hebben jongeren meestal verschillende bronnen van inkomen, zoals een overdrachtsinkomen. Wat is een voorbeeld van een overdrachtsinkomen?

  1. A loon
  2. B rente
  3. C winst
  4. D zakgeld
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Nour zoekt informatie over rentepercentages op de site van zijn ABC-bank.

ABC-bankdoelgroeprente
spaarrekeningjongeren2,1%
spaarrekeningouder dan 21 jaar1,5%
betaalrekeningjongeren1,1%
betaalrekeningouder dan 21 jaar0%

Vraag 15 1 punt

De ABC-bank betaalt jongeren rente op hun betaalrekening, maar volwassenen niet. Geef een reden voor de ABC-bank om aan jongeren wel rente op de betaalrekening te betalen.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste reden:

De bank probeert jongeren aan zich te binden, zodat ze, als ze volwassen zijn, een bankrekening bij dezelfde bank aanhouden.

Vraag 16 1 punt

Als de spaarrente zo laag is, heeft sparen bij een bank geen zin. Volgens Nour kun je meer rendement behalen door te beleggen in aandelen. Misschien is dat ook iets voor hem. Op welke manier kun je rendement behalen door te beleggen in aandelen?

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste manier:

  • dividend
  • koerswinst
  • winst door verkoop van eerder aangekochte aandelen

Dog4fun

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 5 en 6 in de bijlage.

Economieklas 4b start een project: een eigen onderneming. Na lang overleg heeft de klas besloten een honden uitlaatservice te beginnen. Ilja en Klaas schrijven het bedrijf in bij de Kamer van Koophandel onder de naam Dog4fun.

Vraag 17 1 punt

De leerlingen van de klas doen allemaal mee. Ze zijn allen privé aansprakelijk voor de eventuele schulden van Dog4fun. Welke ondernemingsvorm heeft Dog4fun?

  1. A besloten vennootschap (bv)
  2. B eenmanszaak
  3. C naamloze vennootschap (nv)
  4. D vennootschap onder firma (vof)
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

De klas doet eerst marktonderzoek in de wijk. Elke hondenbezitter heeft 1 hond.

een vraag uit het onderzoek:

Wij komen op woensdag-, vrijdag- en zaterdagmiddag langs uw huis en halen uw hond op om deze uit te laten op een omheind terrein. Twee uur later brengen we uw hond terug. Wij zorgen voor hondenbrokken. Hoeveel euro per week bent u bereid maximaal te betalen voor het uitlaten van uw hond op deze drie dagen?

De resultaten staan in deze tabel.

maximaal bedragaantal hondenbezitters
€ 200
€ 182
€ 164
€ 146
€ 128
€ 1010
€ 812

Ilja zet de resultaten van het marktonderzoek in een grafiek.

Gebruik informatiebron 5.

Vraag 18 1 punt

Volgens Klaas klopt de grafiek niet: “Bij een prijs van € 16 staat in de tabel toch het aantal 4? Waarom lees ik dan in de grafiek het aantal 6?” Leg uit waarom in de grafiek bij de prijs van € 16 het aantal 6 wel juist is.

Vraaglijn van Dog4fun: prijs voor een week (in euro's) uitgezet tegen het aantal hondenbezitters, met punten bij 2, 6, 12 en 20 hondenbezitters. Bekijk in Bijlage, pagina 4

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste uitleg:

In de tabel staat wat mensen maximaal bereid zijn te betalen.

In de grafiek staat dat 6 mensen bereid zijn € 16 te betalen. Dat zijn de 4 die maximaal € 16 willen betalen plus de 2 mensen die maximaal € 18 willen betalen.

Ilja stelt een verwacht resultaat op van de eerste vier weken.

verwacht resultaat Dog4fun van de eerste vier weken

omzet€ 672
inkoopwaarde hondenbrokken€ 10
afschrijvingskosten twee fietskarren€ 7
huur terrein€ 30
loonkosten€ 360
winst€ 265

Vraag 19 1 punt

In deze tabel staat winst genoemd. Gaat het om de nettowinst of de brutowinst?

  1. A De brutowinst, de bedrijfskosten zijn bij de omzet opgeteld.
  2. B De brutowinst, de bedrijfskosten zijn van de omzet afgehaald.
  3. C De nettowinst, de bedrijfskosten zijn bij de brutowinst opgeteld.
  4. D De nettowinst, de bedrijfskosten zijn van de brutowinst afgehaald.
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

D

Gebruik bovenstaande tabel.

Vraag 20 2 punten

De fietskarren zijn aangeschaft voor in totaal € 200. Na twee jaar zijn de twee fietskarren samen nog € 18 waard. Toon met een berekening aan dat de fietskarren na twee jaar nog € 18 waard zijn als de verwachting van Ilja uitkomt. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • aantal afschrijvingen in twee jaar: (52 × 2) / 4 = 26 keer
  • 26 × € 7 = € 182 totaal afgeschreven
  • De waarde van de twee fietskarren is € 200 – € 182 = € 18.

In de wijk van Dog4fun is nog een andere aanbieder actief: Dogrunner. Ilja en Klaas vergelijken hun prijzen met deze concurrent. Hondenbezitters betalen er veel meer dan bij hun Dog4fun.

Gebruik informatiebron 6.

informatiebron 6 informatie concurrent Dogrunner

Wij halen uw hond bij u thuis op met een van onze speciaal ingerichte verwarmde bussen en nemen uw hond mee naar ons eigen ruime en omheinde uitlaatterrein in de duinen. Uw hond kan zo’n twee uur lekker rennen, spelen en dollen met soortgenoten onder deskundig toezicht van twee Wibevo-gecertificeerde hondenbegeleiders. Wij zorgen ook voor premium kwaliteit hondenbrokken. U kiest zelf de uitlaatdagen.

tarieven abonnement (per hond per week)
3 maal per week€ 29
4 maal per week€ 37
5 maal per week€ 47,50

Vraag 21 1 punt

Noem een reden waarom hondenbezitters bereid zijn een veel hoger bedrag te betalen bij Dogrunner dan bij Dog4fun.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste reden:

  • Hondenbezitters krijgen bij Dogrunner meer keuzevrijheid op welke dag ze gebruik willen maken van de honden uitlaatservice, dan bij Dog4fun.
  • Bij Dogrunner is er deskundige begeleiding.
  • Dogrunner biedt meer faciliteiten.

Na de eerste vier weken vindt Ilja dat ze de prijs moeten verlagen van € 14 naar € 12. Door deze prijsverlaging komen er in totaal 20 honden per week. De winst van de eerste vier weken is € 265. Ilja verwacht dat de prijsverlaging een positieve invloed heeft op de winst.

verwacht resultaat na de prijsverlaging

omzet€ …
inkoopwaarde hondenbrokken€ 18
afschrijvingskosten 2 fietskarren€ 7
huur terrein€ 30
loonkosten€ 495
winst€ …

Gebruik bovenstaande tabel.

Vraag 22 2 punten

Bereken de winst per vier weken als ze de prijs verlagen van € 14 naar € 12. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • omzet per vier weken: € 12 × 20 × 4 = € 960
  • kosten: € 18 + € 7 + € 30 + € 495 = € 550
  • winst na prijsverlaging is: € 960 – € 550 = € 410

De staatsschuld stijgt

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 7 in de bijlage.

De overheid ontvangt verschillende belastingen van burgers. Deze belastingontvangsten worden gebruikt voor, onder andere, sociale zekerheid en aflossing van de staatsschuld. De aflossing van de staatsschuld zal in de toekomst toenemen, omdat economen verwachten dat de staatsschuld vanaf 2021 fors zal stijgen.

Vraag 23 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. De loonheffing is een van de belastingontvangsten van de overheid. De loonheffing is de verzamelnaam voor loonbelasting en de premie …(1)… (volksverzekeringen / zorgverzekering). De loonheffing is een voorbeeld van een …(2)… (directe / indirecte) belastingontvangst van de overheid.

Bekijk het antwoord

maximumscore 2

  • (1) volksverzekeringen
  • (2) directe

In 2021 is de staatsschuld flink gestegen.

Gebruik informatiebron 7.

informatiebron 7 de staatsschuld, het nationaal inkomen en de staatsschuldquote in vijf jaren tussen 2013-2026

jaarstaatsschuld in miljard euronationaal inkomen in miljard eurode staatsschuldquote (noot 1)
201445767268%
201842677555%
202040885048%
202145076559%
2025 (noot 2)51085060%

noot 1 staatsschuldquote = staatsschuld / nationaal inkomen × 100%

noot 2 De bedragen voor 2025 zijn verwachtingen.

Vraag 24 1 punt

Bereken het indexcijfer van de staatsschuld in 2021, met 2020 als basisjaar. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

\frac{450}{408} \times 100 = 110{,}3

Opmerking

Een andere manier van afronden ook goed rekenen.

Nederland is lid van de Europese Unie (EU). Tussen de EU-landen is afgesproken dat de staatsschuld maximaal 60% van het nationaal inkomen mag zijn.

Gebruik informatiebron 7.

Vraag 25 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Nederland heeft sinds 2018 …(1)… (niet / wel) voldaan aan de afspraak van de EU. Door aflossingen op de staatsschuld …(2)… (daalt / stijgt) de totale staatsschuld.

Bekijk het antwoord

maximumscore 1

  • (1) wel
  • (2) daalt

Opmerking

Het scorepunt uitsluitend toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Om te voldoen aan de 60%-staatsschuldregel van de EU moet, volgens econoom Okun, het nationaal inkomen van Nederland in 2025 stijgen.

Vraag 26 2 punten

Econoom Okun: “Als de economie krimpt, kan dat leiden tot een hogere staatsschuld.” Geef een argument voor de uitspraak van econoom Okun. Gebruik in je antwoord het begrip werkloosheid.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juist argument:

  • Als de economie krimpt, kan dat leiden tot meer werkloosheid, waardoor de uitgaven stijgen.
  • Door de hogere uitgaven kan het overheidstekort toenemen en dus de staatsschuld toenemen.

Vraag 27 1 punt

Econoom Okun maakt nog een andere opmerking: “De rente is laag, als de rente op leningen stijgt, zal de overheid moeten bezuinigen.” Leg uit dat als de rente op leningen stijgt, de overheid in de toekomst moet bezuinigen.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste uitleg:

Als de rente op leningen stijgt, heeft de overheid (bij gelijkblijvende schulden) meer uitgaven aan rente. Daardoor kan de overheid minder uitgeven aan andere zaken zoals zorg of onderwijs (daarom moeten ze dus bezuinigen).

Exportboeren

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 8 in de bijlage.

Nederland is de grootste exporteur van agrarische goederen in de Europese Unie (EU). En de op-een-na grootste in de wereld.

Internationale handel in de agrarische sector betreft de export van vlees, zuivel en groenten (food), maar ook landbouwmachines en bloemen (non-food).

Gebruik informatiebron 8.

Vraag 28 2 punten

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden en getallen te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden en getallen in. Kies uit de woorden en getallen die tussen haakjes staan. Het Nederlandse saldo van de handel met Duitsland bedraagt …(1)… (€ 11,523 miljard / € 28,916 miljard / € 32,704 miljard). Als de exportwaarde van Nederland in 2019 stijgt, zal het Nederlandse nationaal inkomen …(2)… (dalen / gelijk blijven / stijgen).

Twee cirkeldiagrammen van de agrarische import (61,4 miljard euro) en export (90,3 miljard euro) van Nederland in 2018, verdeeld naar Duitsland, rest van de EU-27 en rest van de wereld. Bekijk in Bijlage, pagina 5

Bekijk het antwoord

maximumscore 2

  • (1) € 11,523 mld. (€ 90,3 mld. × 0,25) – (€ 61,4 mld. × 0,18)
  • (2) stijgen

Vraag 29 1 punt

De import van agrarische producten is procentueel sterker gegroeid dan de export. Toch is het Nederlandse handelsoverschot van de handel toegenomen. Wat kan daarvan de reden zijn?

  1. A Het prijspeil van de export is minder gestegen dan het prijspeil van de import.
  2. B Het prijspeil van de export is meer gestegen dan het prijspeil van de import.
  3. C De geëxporteerde hoeveelheid is minder gestegen dan de geïmporteerde hoeveelheid.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

B

Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk (VK) zijn de belangrijkste exportlanden voor Nederland. De export naar Duitsland en België laat al jaren een groei zien.

Vraag 30 1 punt

De Nederlandse export van agrarische producten naar het VK is de laatste jaren afgenomen vanwege de koers van het Engelse pond. Leg uit dat een daling van de koers van het Engelse pond de oorzaak kan zijn van de afnemende Nederlandse export naar het VK.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juiste uitleg:

  • Producten uit Nederland worden voor het VK duurder. (Daardoor daalt de vraag en dus de export.)
  • Het VK moet nu meer Engelse ponden voor een euro betalen. Hierdoor zijn Nederlandse producenten duurder geworden (waardoor er minder Nederlandse producten gevraagd worden).

Vraag 31 2 punten

De totale agrarische export van Nederland in 2018 bedraagt € 90,3 miljard. De helft daarvan bestaat uit de export van voedsel. 600.000 werknemers zijn direct betrokken bij deze export van voedsel. Bereken de exportwaarde van voedsel per werknemer. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

0{,}5 \times \text{€ } 90.300.000.000 = \text{€ } 45.150.000.000

\frac{\text{€ } 45.150.000.000}{600.000} = \text{€ } 75.250

Bram de Boer heeft een agrarisch bedrijf met 80 koeien, die gemolken worden door een melkrobot. Dankzij deze melkrobot is de melkproductie van zijn koeien gestegen.

Vraag 32 1 punt

Volgens Bram kunnen Nederlandse zuivelboeren door de melkrobot de concurrentie met buitenlandse zuivelboeren beter aan. De melkrobot kan leiden tot een hogere afzet. Hier staan drie economische verschijnselen:

  • 1 hogere arbeidsproductiviteit
  • 2 lagere kosten per product
  • 3 betere concurrentiepositie van Nederlandse zuivelboeren

In welke regel staan de verschijnselen zo, dat er een logische gedachtegang ontstaat?

  1. A inzet melkrobot 1 2 3 hogere afzet
  2. B inzet melkrobot 1 3 2 hogere afzet
  3. C inzet melkrobot 2 1 3 hogere afzet
  4. D inzet melkrobot 2 3 1 hogere afzet
  5. E inzet melkrobot 3 1 2 hogere afzet
  6. F inzet melkrobot 3 2 1 hogere afzet
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Een huis zonder gas

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 9 en 10 in de bijlage.

In Nederland is een groot tekort aan huurwoningen. Daardoor gaan mensen op zoek naar een koopwoning. Germaine is al twee jaar op zoek naar een koopwoning. Zij is niet de enige. De vraag naar koopwoningen stijgt, maar het aanbod blijft vrijwel gelijk.

Gebruik de grafiek.

Vraag 33 1 punt

Maak van onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Door de toegenomen vraag op de koopwoningmarkt zal de vraaglijn verschuiven naar …(1)… (links / rechts). Daardoor zal de prijs van een koopwoning …(2)… (dalen / gelijk blijven / stijgen).

Grafiek “vraag en aanbod op de koopwoningmarkt”: prijs op de verticale as, hoeveelheid op de horizontale as; de vraaglijn loopt dalend en de aanbodlijn stijgend. Bekijk in Opgaven, pagina 15

Bekijk het antwoord

maximumscore 1

  • (1) rechts
  • (2) stijgen

Opmerking

Het scorepunt uitsluitend toekennen als beide antwoorden juist zijn.

Een andere woning kopen wordt te duur, dus maakt Germaine plannen om haar huidige koopwoning op te knappen. Voor de verbouwing wil ze een persoonlijke lening van € 50.000 afsluiten. Germaine weet niet of ze dan nog voldoet aan de eis van de verantwoorde woonlast die door het Nibud is vastgesteld.

Gebruik informatiebron 9 en 10.

informatiebron 9 verantwoorde woonlasten, volgens Nibud

inkomen per maandmaximaal verantwoorde woonlasten
€ 1.500 - € 3.00025%
€ 3.000 - € 4.50030%
€ 4.500 - € 6.00033%
€ 6.000 en meer35%

informatiebron 10 offerte persoonlijke lening

leenbedraglooptijdmaandbedrag
€ 50.000120 maanden€ 500

Vraag 34 2 punten

Germaine heeft een maandinkomen van € 4.200 per maand. Haar woonlasten zijn nu € 750 per maand. Bereken of zij € 50.000 extra kan lenen en dan nog voldoet aan de eis. Schrijf ook je berekening en conclusie op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening en conclusie:

  • de verantwoorde maandlast is: 0,3 × € 4.200 = € 1.260
  • de maandlast wordt dan: € 500 + € 750 = € 1.250

Ja, ze voldoet aan de eis van de verantwoorde maandlast.

of

Germaine houdt dan nog: € 1.260 – € 500 – € 750 = € 10 over

Ja, ze voldoet aan de eis van de verantwoorde maandlast.

Gebruik informatiebron 10.

Vraag 35 1 punt

Bereken de kredietkosten die Germaine betaalt voor deze persoonlijke lening. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

(120 × € 500) – € 50.000 = € 10.000

De Rijksoverheid wil dat huishoudens overstappen op duurzame energie (energietransitie). Germaine wil alvast een warmtepomp aanschaffen, met subsidie. Een warmtepomp verwarmt je huis, bespaart aardgas en dus energiekosten. Zij is benieuwd na hoeveel jaren zij de investering in de warmtepomp terugverdient.

Vraag 36 1 punt

Wat is de juiste manier om te berekenen in hoeveel jaar zij de investering in de warmtepomp terugverdient?

  1. A $\frac{\text{aanschafwaarde} - \text{besparing per jaar}}{\text{subsidie}}$
  2. B $\frac{\text{aanschafwaarde} + \text{besparing per jaar}}{\text{subsidie}}$
  3. C $\frac{\text{aanschafwaarde} - \text{subsidie}}{\text{besparing per jaar}}$
  4. D $\frac{\text{aanschafwaarde} + \text{subsidie}}{\text{besparing per jaar}}$
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

C

Vraag 37 1 punt

Germaine: “Tegenwoordig levert sparen weinig op en is geld lenen goedkoop. Spaarders kunnen beter het geld investeren in een warmtepomp, dat levert op termijn meer op.” Wat is een juiste samenvatting van Germaines bewering?

  1. A De besparing op energiekosten is hoger dan de te ontvangen rente.
  2. B De besparing op energiekosten is lager dan de te ontvangen rente.
  3. C Geld lenen is goedkoper dan de investering in een warmtepomp.
  4. D Geld lenen is duurder dan de investering in een warmtepomp.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Vraag 38 1 punt

Germaine: “Als iedere woning een warmtepomp heeft, verbruikt Nederland minder aardgas. Dit levert een positief extern effect op voor het hele land.” Geef een voorbeeld van een positief extern effect als Nederland geen aardgas meer verbruikt.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist voorbeeld:

  • minder milieuvervuiling
  • minder afhankelijk van aardgas uit het buitenland

Doorwerken

Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 11 in de bijlage.

Selma Bakic heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt maar werkt nog steeds bij een notariskantoor. Als notaris medewerker maakt zij de koopaktes van huizen op. Ze zegt: “Dat is heel precies werk, maar dat gepuzzel heb ik altijd fijn gevonden.”

Vraag 39 2 punten

Maak van de onderstaande zinnen een economisch juiste tekst door de juiste woorden te kiezen. Doe het zo: Noteer de nummers (1) en (2) op je antwoordblad. Vul bij de nummers de juiste woorden in. Kies uit de woorden die tussen haakjes staan. Selma Bakic werkt alleen aan koopaktes van huizen, dit is een voorbeeld van …(1)… (mechanisatie / nivellering / specialisatie). Hierdoor stijgt de …(2)… (arbeidsproductiviteit / automatisering / werkgelegenheid) van het notariskantoor.

Bekijk het antwoord

maximumscore 2

  • (1) specialisatie
  • (2) arbeidsproductiviteit

Vraag 40 1 punt

Oudere Nederlanders werken steeds vaker door na het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd. Opvallend is, dat vooral mensen die voor hun pensionering een zeer hoog inkomen hadden, blijven doorwerken. Geef een verklaring waarom mensen, die voor hun pensionering een zeer hoog inkomen hadden, relatief vaker doorwerken na het bereiken van hun pensioengerechtigde leeftijd.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste verklaring:

Mensen met een hoog inkomen hebben een hoog bestedingspatroon gehad voor hun pensionering. Dat bestedingspatroon willen ze behouden.

De AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet) is niet voor alle mensen gelijk. Alleenstaanden krijgen een hogere uitkering dan mensen met een huisgenoot. Daarnaast bepaalt het aantal jaren dat je in Nederland hebt gewoond, de hoogte van de AOW-uitkering.

Gebruik informatiebron 11.

informatiebron 11 de AOW-uitkering

uw AOW en woonsituatie: Hoeveel AOW u krijgt hangt af van uw woonsituatie. Als alleenstaande krijgt u een netto-uitkering van € 1.201 per maand. Bent u getrouwd of samenwonend, dan krijgt u 50% van het minimumloon.

volledige AOW opbouwen: U krijgt een volledige AOW-uitkering als u 50 jaar achter elkaar in Nederland heeft gewoond voordat uw AOW-uitkering ingaat. Voor elk jaar dat u minder in Nederland heeft gewoond wordt de AOW-uitkering verlaagd met 2%.

Vraag 41 2 punten

Selma Bakic is op haar 43e in Nederland komen wonen. Ze is weduwe en woont alleen. Ze ontvangt behalve haar loon van het notariskantoor ook AOW. Ze kreeg AOW op haar 67e verjaardag. Bereken de hoogte van haar AOW-uitkering. Schrijf ook je berekening op.

Bekijk het antwoord

voorbeeld van een juiste berekening:

  • Selma heeft 67 – 43 = 24 jaar in Nederland gewoond. Dus ze heeft 50 – 24 = 26 jaar AOW-opbouw gemist. 26 jaar × 2% korting = 52% korting
  • € 1.201 × 0,48 = € 576,48

De laatste tien jaar is het aantal werkenden in de leeftijd van 65 tot 74 jaar bijna verdrievoudigd van 66.000 naar 180.000 mensen. De overheid vindt dat deze ontwikkeling te snel gaat en heeft wettelijke maatregelen ingesteld voor doorwerkende AOW’ers:

wettelijke maatregeldoel van de overheid
1 De opzegtermijn van het arbeidscontract is beperkt tot één maand.a Beperking van de toegang tot de sociale zekerheid.
2 Bij een reorganisatie worden zij als eerste ontslagen.b Bescherming van de positie van de werkgever.
3 Bij arbeidsongeschiktheid krijgen zij geen sociale uitkering.c Bescherming van de positie van andere werknemers.

Vraag 42 1 punt

Kies bij elke wettelijke maatregel wat het doel hiermee is van de overheid. Doe het zo: Noteer op je antwoordblad achter het nummer (1, 2 en 3) de juiste letter (a, b, of c).

Bekijk het antwoord
1b
2c
3a

Opmerking

Het scorepunt uitsluitend toekennen als 3 antwoorden juist zijn.

Vraag 43 1 punt

Werkgevers zijn niet alleen geïnteresseerd in jonge medewerkers, maar ook in doorwerkende AOW’ers. Geef een argument waarom een werkgever kiest voor een doorwerkende AOW’er.

Bekijk het antwoord

voorbeelden van een juist argument:

  • Doorwerkende AOW’ers hebben veel ervaring.
  • De werkgever betaalt voor doorwerkende AOW’ers geen sociale premies meer.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Economie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie vmbo-gl/tl

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 loopt tot vraag 43. Van 41 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), internationale handel (8) en inkomen en consumptie (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0233-a-25-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.