Eindexamen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Politieke strijdpunten in Nederland, Opgave 2 Conflict in de Zuid-Chinese Zee, Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië, Opgave 4 Wie heeft een relatie met wie?.

Kort antwoord

Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 26. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (10), verhouding (5) en vorming (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Macht en gezag4-5, 8, 11-1710
Verhouding18-19, 23-24, 265
Vorming1, 6, 21-224
Binding2, 20, 253
Verandering31

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens maatschappijwetenschappen vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over verhouding (22% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over verandering (4% van de vragen, gemiddeld 12%) en macht en gezag (43% van de vragen, gemiddeld 51%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Politieke strijdpunten in Nederland

Bij deze opgave hoort tabel 1 uit het bronnenboekje.

Inleiding Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bracht in 2014 het rapport ‘Verschil in Nederland’ uit. Het SCP heeft hiervoor onderzoek gedaan naar opvattingen over politieke strijdpunten.

Gebruik tabel 1. Na de jaren zestig van de vorige eeuw kenmerkte de Nederlandse cultuur zich bijvoorbeeld als: weinig gezagsgetrouw.

Vraag 1 2 punten

Leg uit welk ander kenmerk van de Nederlandse cultuur na de jaren zestig te herkennen is in de gegevens uit tabel 1. Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van het kenmerk van de Nederlandse cultuur;
  • een gegeven uit tabel 1 over het gekozen kenmerk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg welk kenmerk van de Nederlandse cultuur na de jaren zestig te herkennen is in de gegevens uit tabel 1, met een toepassing van een van de volgende kenmerken: geseculariseerd / postchristelijk / gedeconfessionaliseerd / geïndividualiseerd (1) • een gegeven uit tabel 1 over de stelling over euthanasie / verantwoordelijkheid waaruit het gekozen kenmerk blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In Nederland blijkt uit tabel 1 de grootste eensgezindheid in de opvatting over het toestaan van euthanasie (85% van de bevolking) (1) • Deze breed gedeelde opvatting maakt onderdeel uit van de Nederlandse cultuur en past bij het kenmerk van een sterk geïndividualiseerde cultuur waarbij een individu zijn leven naar eigen inzicht vormgeeft (1) (2)

Een van de opvattingen van Nederlanders in tabel 1 gaat over de Europese eenwording. Opvattingen over Europese eenwording kunnen samenhangen met bindingen van burgers met de nationale staat. Verschillende factoren dragen bij aan binding met de nationale staat.

Vraag 2 2 punten

Leg uit dat een van deze factoren kan bijdragen aan sterkere affectieve bindingen met Nederland dan met Europa. Gebruik in je uitleg:

  • een factor die bijdraagt aan de binding met de nationale staat;
  • een omschrijving van affectieve bindingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een factor die bijdraagt aan binding met de nationale staat, zoals nationale feestdagen/taal/dienstplicht/geschiedenis (1) • een uitleg dat de gekozen factor kan bijdragen aan een sterkere affectieve bindingen met Nederland dan met Europa, met een toepassing van affectieve bindingen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Nationale feestdagen kunnen bijdragen aan bindingen met de Nederlandse staat (1) • Nationale feestdagen kunnen namelijk bijdragen aan positieve gevoelens voor Nederland, oftewel affectieve bindingen met Nederland. Dus kunnen nationale feestdagen bijdragen aan sterkere affectieve bindingen met Nederland dan met Europa (1) (2)

Gebruik tabel 1. In de politieke strijdpunten in tabel 1 zijn maatschappelijke thema’s te herkennen die verband houden met het proces van globalisering. Zo houdt bijvoorbeeld het strijdpunt over materialisme verband met het thema van de mondiale ecologische problematiek, waarin niet alleen globalisering maar ook het kernconcept rationalisering te herkennen is.

Vraag 3 4 punten

− Geef voor twee andere politieke strijdpunten uit tabel 1 aan welk ander maatschappelijk thema dat verband houdt met globalisering daarin te herkennen is. Gebruik in je antwoord bij elk politiek strijdpunt een ander maatschappelijk thema.

  • Leg uit welke twee andere kernconcepten in de opvattingen over deze twee maatschappelijke thema’s te herkennen zijn. Gebruik in je uitleg bij elk maatschappelijk thema de naam en de omschrijving van een ander kernconcept. Je mag de kernconcepten globalisering en rationalisering niet gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • twee maatschappelijke thema’s die verband houden met globalisering, met daarbij een politieke strijdpunt over de Europese eenwording / over de cultuur van allochtonen uit tabel 1 (per strijdpunt één thema, per thema 1 scorepunt) (2p)
  • een uitleg welk kernconcept in opvattingen over de twee gekozen maatschappelijke thema’s te herkennen is, met de naam en een toepassing van het gekozen kernconcept (per maatschappelijk thema één verschillend kernconcept, per kernconcept 1 scorepunt) (2p)

voorbeeld van een juist antwoord:

Opmerking Geen scorepunten toekennen voor het gebruik van het maatschappelijk thema van de mondiale ecologische problematiek of de kernconcepten globalisering en rationalisering.

Vraag 4 1 punt

Leg uit dat politieke strijdpunten kunnen voortkomen uit ideologische verschillen. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept ideologie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg dat politieke strijdpunten kunnen voortkomen uit ideologische verschillen, met een toepassing van het kernconcept ideologie. voorbeeld van een juist antwoord: Verschillen in opvattingen over politieke strijdpunten kunnen gebaseerd zijn op verschillen in beginselen en denkbeelden over de meest wenselijke maatschappelijke en politieke verhoudingen. Dus kunnen politieke strijdpunten voortkomen uit ideologische verschillen. (1)

In de toelichting bij tabel 1 staan standpunten. Een standpunt bij het strijdpunt over inkomensverschillen is dat de verschillen in inkomens in ons land kleiner moeten worden.

Vraag 5 1 punt

Geef aan bij welk uitgangspunt van welke politieke stroming dit standpunt het best past. Gebruik in je antwoord:

  • de naam van een politieke stroming;
  • een uitgangspunt van de gekozen politieke stroming.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat de socialistische/sociaaldemocratische stroming en een uitgangspunt van deze stroming bij het standpunt over inkomensverschillen. voorbeeld van een juist antwoord: Het standpunt dat inkomensverschillen kleiner moeten worden, past het best bij het uitgangspunt van het verminderen van de sociale ongelijkheid van de socialistische/sociaaldemocratische stroming. (1)

Uit tabel 1 blijkt dat Nederlanders verschillende opvattingen hebben over hoe belangrijk natuur en milieu zijn aan de ene kant tegenover hoe belangrijk economie en werkgelegenheid zijn aan de andere kant.

Vraag 6 2 punten

Verklaar vanuit het sociaalconstructivisme-paradigma dat Nederlanders verschillende opvattingen hebben over het belang van milieu en economie. Gebruik in je uitleg een kenmerk van het sociaalconstructivisme-paradigma.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een kenmerk van het sociaalconstructivisme-paradigma (1) • een verklaring dat Nederlanders verschillende opvattingen hebben over het belang van milieu en economie, met een toepassing van het gekozen kenmerk van het sociaalconstructivisme-paradigma (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Volgens het sociaalconstructivisme-paradigma verschillen mensen in hun betekenisgeving aan de werkelijkheid (1) • Omdat Nederlanders van elkaar verschillen in de betekenis die zij geven/de waarde die zij hechten aan milieu en economie, hebben zij verschillende opvattingen over het belang van milieu en economie. Dus kan vanuit het sociaalconstructivisme-paradigma verklaard worden dat Nederlanders verschillende opvattingen hebben over het belang van milieu en economie (1) (2)

Volgens het functionalisme-paradigma zullen verschillen in opvattingen over politieke strijdpunten alleen onder een bepaalde omstandigheid leiden tot een aantasting van de stabiliteit van de samenleving.

Vraag 7 1 punt

Geef aan welke omstandigheid dit is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat het ontbreken van gemeenschappelijke morele overtuigingen/waarden. voorbeeld van een juist antwoord: Als verschillen in opvattingen over politieke strijdpunten voortkomen uit het ontbreken van gemeenschappelijke morele overtuigingen/waarden dan leiden verschillen in opvattingen over politieke strijdpunten volgens het functionalisme-paradigma tot een aantasting van de stabiliteit van de samenleving. (1)

Stel dat je voor een onderzoek naar politieke strijdpunten met verschillende soorten vragenlijsten werkt. Eerst probeer je respondenten te werven voor het beantwoorden van een online vragenlijst. Voor mensen die de online vragenlijst niet kunnen of willen beantwoorden, gebruik je vervolgens een telefonische vragenlijst.

Vraag 8 1 punt

Leg uit dat het werken met verschillende soorten vragenlijsten de representativiteit van het onderzoek kan vergroten. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het begrip representativiteit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg dat het werken met verschillende soorten vragenlijsten de representativiteit kan vergroten, met een toepassing van het begrip representativiteit. voorbeeld van een juist antwoord: Door verschillende soorten vragenlijsten te gebruiken, wordt de kans groter dat meer (verschillende) personen uit de onderzoekspopulatie kunnen of zullen deelnemen aan het onderzoek. Hoe meer (verschillende) personen uit de onderzoekspopulatie deelnemen aan het onderzoek, hoe groter de kans dat de steekproef een juiste afspiegeling (dwarsdoorsnede) is van de totale onderzoekspopulatie en daardoor representatief is. (1)

Stel dat je met face-to-face-interviews (direct contact met de respondent) onderzoek wilt doen naar de opvattingen van burgers over politieke strijdpunten.

Vraag 9 2 punten

− Geef een voordeel van face-to-face-interviews als onderzoeksmethode voor een onderzoek naar politieke opvattingen.

  • Geef een nadeel van face-to-face-interviews als onderzoeksmethode voor een onderzoek naar politieke opvattingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een voordeel van face-to-face-interviews als onderzoeksmethode voor een onderzoek naar politieke opvattingen (1) • een nadeel van face-to-face-interviews als onderzoeksmethode voor een onderzoek naar politieke opvattingen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • (voordeel) In face-to-face-interviews kunnen onderzoekers makkelijker doorvragen/vragen toelichten (1) • (nadeel) In face-to-face-interviews kunnen respondenten eerder geneigd zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven (1) (2)

Als je wilt onderzoeken wat voor opvattingen burgers over politieke strijdpunten hebben, moet je onderzoek voldoen aan de eisen van sociaalwetenschappelijk onderzoek.

Vraag 10 1 punt

Leg uit wat je als onderzoeker moet doen om bij dit onderzoek te voldoen aan de eis van validiteit. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het begrip validiteit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg wat je als onderzoeker moet doen om bij het onderzoek naar opvattingen over politieke strijdpunten te voldoen aan de eis van validiteit, met een toepassing van het begrip validiteit. voorbeeld van een juist antwoord: De onderzoeker moet ervoor zorgen dat de vragen die aan de respondenten gesteld worden, zo zijn geformuleerd dat ze leiden tot antwoorden die opvattingen over politieke strijdpunten meten. De onderzoekers meten dan wat ze willen meten en dat is een kenmerk van validiteit. (1)

Opgave 2 Conflict in de Zuid-Chinese Zee

Bij deze opgave horen de teksten 1 en 2 uit het bronnenboekje.

Inleiding Over de Zuid-Chinese Zee lopen de spanningen internationaal al jaren hoog op. Sinds 2014 bouwt China op diverse eilanden in de Zuid-Chinese Zee vliegvelden, havens en olieplatforms. China claimt daarmee een deel van de exclusieve economische zone (EEZ) van aangrenzende landen. De EEZ van een land is een gebied waar een land recht heeft op het exploiteren van grondstoffen en op visserij. China brengt zichzelf met deze activiteiten in conflict met omringende landen zoals de Filipijnen. Ook de Verenigde Staten zijn bij het conflict betrokken. Deze opgave gaat over het conflict tussen landen over de EEZ in de Zuid-Chinese Zee.

Gebruik de inleiding. Externe en interne soevereiniteit zijn kenmerken van een staat.

Vraag 11 2 punten

Leg uit welke van deze twee vormen van soevereiniteit te herkennen is in het conflict in de Zuid-Chinese Zee. Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van het begrip externe soevereiniteit of interne soevereiniteit;
  • informatie uit de inleiding waaruit de gekozen vorm van soevereiniteit blijkt.
Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat externe/interne soevereiniteit te herkennen is in het conflict in de Zuid-Chinese Zee, met een toepassing van de gekozen vorm van soevereiniteit (1) • informatie uit de inleiding waaruit de gekozen vorm van soevereiniteit blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In de inleiding staat dat China een deel van de exclusieve economische zone (EEZ) van aangrenzende landen claimt (1) • Dat wil zeggen dat China het centrale gezag van andere landen in de Zuid-Chinese Zee over bepaalde zeegebieden (hun EEZ) niet als soevereine macht erkent. Omdat het conflict gaat over erkenning van soevereine macht tussen landen is externe soevereiniteit te herkennen. of Dat wil zeggen dat China een deel van het EEZ als zijn territorium definieert. Omdat het conflict gaat over de zeegebieden van China is de interne soevereiniteit van China te herkennen (1) (2)

Gebruik tekst 1.

Vraag 12 1 punt

Leg uit dat in het conflict in de Zuid-Chinese Zee het internationaal recht moeilijk te handhaven is. Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept gezag;
  • informatie uit tekst 1 om gezag te illustreren.
Tekst 1

Gevecht om rotspunten in de Zuid-Chinese Zee

Negen gedachtestreepjes heeft wil het de Amerikaanse marine het China in een U-vorm op de kaart van gebied uit werken om het te gebrui- de Zuid-Chinese Zee aangebracht. ken voor zijn eigen nucleaire onder- Vijf daarvan lopen vlak langs de kust zeeërs. (…) Economisch is de zee

5 van de Filipijnen. “Zonder enige 35 voor China belangrijk, omdat grond- juridische basis!” roept de Filipijnse stoffen als olie en gas hard nodig rechter Antonio Carpio verontwaar- zijn. En het kost China moeite aan digd uit over de ‘negen strepen’- gezond voedsel te komen, nu de stippellijn, die volgens China sinds eigen landbouwgrond grotendeels

10 1947 bestaat. “Als we die aan- 40 vervuild is. De Zuid-Chinese Zee spraken van China erkennen, raken bevat veel vis.” we 80 procent van onze exclusieve economische zone kwijt. Voor Brunei “De Chinese claim gaat erg ver. Zelfs is dat zelfs 90 procent en voor als je China soevereiniteit over alle

15 Vietnam de helft.” eilanden in de Zuid-Chinese Zee

45 toekent, dan nog krijg je niet het De rechter van het Filipijnse Hoog- zeegebied dat ze met hun ‘negen gerechtshof is op bezoek in Den strepen’-stippellijn opeisen”, zegt Haag (…) om uit te leggen waarom Alex Oude Elferink, expert recht van de Chinese claim op vrijwel de de zee aan de Universiteit Utrecht.

20 gehele Zuid-Chinese Zee onaan- 50 Dat China bezig is dat recht te her- vaardbaar is. Zijn land vecht die aan schrijven, zoals rechter Carpio voor een tribunaal onder het VN- beweert, vindt hij overdreven: “Ik Zeerecht-verdrag en hoopt op steun denk niet dat opeens veel landen van westerse landen. China heeft het zich net zo gaan gedragen als de

25 tribunaal als onbevoegd afgedaan, 55 opkomende grootmacht China.” Maar ook al heeft het wel het verdrag precedentwerking vreest hij wel: “Het geratificeerd. (…) is niet goed voor het internationale recht, wanneer China dat negeert. Wat beweegt China in uw ogen? Andere landen kunnen dan ook “Het is een combinatie van militaire 60 denken: ‘We nemen het niet zo

30 en economische argumenten. Militair nauw’.”

naar: de Volkskrant, 2015

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg dat het internationaal recht moeilijk te handhaven is in het conflict in de Zuid-Chinese Zee, met een toepassing van het kernconcept gezag en informatie daarover uit tekst 1. voorbeeld van een juist antwoord: Het handhaven van het internationaal recht is moeilijk omdat China de bevoegdheid van een internationale organisatie om de regels van het internationaal recht te handhaven, niet accepteert. De macht van deze internationale organisatie wordt dus niet als legitiem beschouwd. Er is dan geen sprake van gezag. In tekst 1 staat namelijk dat China het tribunaal als onbevoegd heeft afgedaan (r. 24-25). (1)

Gebruik tekst 1. De besluitvormingsmethode is een methode om de machtsverhoudingen tussen staten te meten.

Vraag 13 3 punten

Beredeneer met de besluitvormingsmethode op welke manier de macht van China ten opzichte van andere landen in de Zuid-Chinese Zee in de toekomst kan toenemen. Gebruik in je redenering:

  • een uitgangspunt van de besluitvormingsmethode;
  • informatie uit tekst 1 om het gekozen uitgangspunt te illustreren;
  • de omschrijving van het kernconcept macht;
  • een voorbeeld uit tekst 1 van het kernconcept macht.
Tekst 1

Gevecht om rotspunten in de Zuid-Chinese Zee

Negen gedachtestreepjes heeft wil het de Amerikaanse marine het China in een U-vorm op de kaart van gebied uit werken om het te gebrui- de Zuid-Chinese Zee aangebracht. ken voor zijn eigen nucleaire onder- Vijf daarvan lopen vlak langs de kust zeeërs. (…) Economisch is de zee

5 van de Filipijnen. “Zonder enige 35 voor China belangrijk, omdat grond- juridische basis!” roept de Filipijnse stoffen als olie en gas hard nodig rechter Antonio Carpio verontwaar- zijn. En het kost China moeite aan digd uit over de ‘negen strepen’- gezond voedsel te komen, nu de stippellijn, die volgens China sinds eigen landbouwgrond grotendeels

10 1947 bestaat. “Als we die aan- 40 vervuild is. De Zuid-Chinese Zee spraken van China erkennen, raken bevat veel vis.” we 80 procent van onze exclusieve economische zone kwijt. Voor Brunei “De Chinese claim gaat erg ver. Zelfs is dat zelfs 90 procent en voor als je China soevereiniteit over alle

15 Vietnam de helft.” eilanden in de Zuid-Chinese Zee

45 toekent, dan nog krijg je niet het De rechter van het Filipijnse Hoog- zeegebied dat ze met hun ‘negen gerechtshof is op bezoek in Den strepen’-stippellijn opeisen”, zegt Haag (…) om uit te leggen waarom Alex Oude Elferink, expert recht van de Chinese claim op vrijwel de de zee aan de Universiteit Utrecht.

20 gehele Zuid-Chinese Zee onaan- 50 Dat China bezig is dat recht te her- vaardbaar is. Zijn land vecht die aan schrijven, zoals rechter Carpio voor een tribunaal onder het VN- beweert, vindt hij overdreven: “Ik Zeerecht-verdrag en hoopt op steun denk niet dat opeens veel landen van westerse landen. China heeft het zich net zo gaan gedragen als de

25 tribunaal als onbevoegd afgedaan, 55 opkomende grootmacht China.” Maar ook al heeft het wel het verdrag precedentwerking vreest hij wel: “Het geratificeerd. (…) is niet goed voor het internationale recht, wanneer China dat negeert. Wat beweegt China in uw ogen? Andere landen kunnen dan ook “Het is een combinatie van militaire 60 denken: ‘We nemen het niet zo

30 en economische argumenten. Militair nauw’.”

naar: de Volkskrant, 2015

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een redenering op welke manier de macht van de staat China volgens de besluitvormingsmethode kan toenemen, met het uitgangspunt dat ‘een staat macht heeft als zijn inbreng gerealiseerd wordt’ (1) • informatie uit tekst 1 om het uitgangspunt van de besluitvormingsmethode te illustreren (1) • een toepassing van het kernconcept macht en een voorbeeld daarvan uit tekst 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Volgens de besluitvormingsmethode zal de macht van China toenemen als de inbreng van China in belangrijke besluitvormingsprocessen gerealiseerd wordt (1) • De macht van China zal toenemen als de ‘negen strepen’-stippellijn door het VN-tribunaal erkend wordt (r. 8-11 en r. 22-23) (1) • Dan kan de macht van China ten opzichte van andere landen in de Zuid-Chinese zee toenemen. Het zeegebied is voor China namelijk een machtsbron (hulpbron) om economische doelstellingen te bereiken en de economische handelingsmogelijkheden van andere landen in de Zuid-Chinese Zee te beperken. China kan het zeegebied bijvoorbeeld gaan gebruiken om zijn eigen bevolking te voeden, omdat het veel vis bevat (r. 37-41). Het gebruik van dit zeegebied kan daarmee bijdragen aan de economische ontwikkeling van China en niet of minder van de andere landen in de Zuid-Chinese zee (1) (3)

Gebruik tekst 2.

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat in het conflict in de Zuid-Chinese Zee het veiligheidsdilemma van nationale staten te herkennen is. Gebruik in je uitleg:

  • twee elementen van het begrip veiligheidsdilemma;
  • per element informatie uit tekst 2 waaruit het element blijkt.
Tekst 1

Gevecht om rotspunten in de Zuid-Chinese Zee

Negen gedachtestreepjes heeft wil het de Amerikaanse marine het China in een U-vorm op de kaart van gebied uit werken om het te gebrui- de Zuid-Chinese Zee aangebracht. ken voor zijn eigen nucleaire onder- Vijf daarvan lopen vlak langs de kust zeeërs. (…) Economisch is de zee

5 van de Filipijnen. “Zonder enige 35 voor China belangrijk, omdat grond- juridische basis!” roept de Filipijnse stoffen als olie en gas hard nodig rechter Antonio Carpio verontwaar- zijn. En het kost China moeite aan digd uit over de ‘negen strepen’- gezond voedsel te komen, nu de stippellijn, die volgens China sinds eigen landbouwgrond grotendeels

10 1947 bestaat. “Als we die aan- 40 vervuild is. De Zuid-Chinese Zee spraken van China erkennen, raken bevat veel vis.” we 80 procent van onze exclusieve economische zone kwijt. Voor Brunei “De Chinese claim gaat erg ver. Zelfs is dat zelfs 90 procent en voor als je China soevereiniteit over alle

15 Vietnam de helft.” eilanden in de Zuid-Chinese Zee

45 toekent, dan nog krijg je niet het De rechter van het Filipijnse Hoog- zeegebied dat ze met hun ‘negen gerechtshof is op bezoek in Den strepen’-stippellijn opeisen”, zegt Haag (…) om uit te leggen waarom Alex Oude Elferink, expert recht van de Chinese claim op vrijwel de de zee aan de Universiteit Utrecht.

20 gehele Zuid-Chinese Zee onaan- 50 Dat China bezig is dat recht te her- vaardbaar is. Zijn land vecht die aan schrijven, zoals rechter Carpio voor een tribunaal onder het VN- beweert, vindt hij overdreven: “Ik Zeerecht-verdrag en hoopt op steun denk niet dat opeens veel landen van westerse landen. China heeft het zich net zo gaan gedragen als de

25 tribunaal als onbevoegd afgedaan, 55 opkomende grootmacht China.” Maar ook al heeft het wel het verdrag precedentwerking vreest hij wel: “Het geratificeerd. (…) is niet goed voor het internationale recht, wanneer China dat negeert. Wat beweegt China in uw ogen? Andere landen kunnen dan ook “Het is een combinatie van militaire 60 denken: ‘We nemen het niet zo

30 en economische argumenten. Militair nauw’.”

naar: de Volkskrant, 2015

Tekst 2

‘Spanning tussen China en de VS loopt op’

China stuurt zijn marine de volle zee militaire oefeningen voor met op en zet zijn luchtmacht voortaan Australië, en voor het eerst ook met ‘offensief en defensief’ in boven de 20 Japan. (…) Tien Zuidoost-Aziatische Zuid-Chinese Zee op een moment landen versterken zelfstandig hun

5 dat de spanningen met de Verenigde marine en kustwacht met forse Staten snel oplopen. Traditioneel verhogingen van de defensie- richt China zich op het verdedigen budgetten, meldt defensiespecialist van de eigen kustwateren. Maar de 25 IHS Jane’s Defence Weekly. ‘ingewikkelde dreigingen en uit-

10 dagingen in de Zuid-Chinese Zee’ Met al die militaire activiteit neemt vragen om een nieuwe aanpak. Dat het risico op potentieel dodelijke schrijft de Chinese legerleiding in een incidenten toe, terwijl de scheep- dinsdag gepubliceerde blauwdruk vaartroutes in dit gebied van cruciaal van een nieuwe defensiestrategie. 30 economisch belang zijn. De VS (…) beweren dan wel dat China het vrije zeeverkeer in gevaar brengt, China

15 Recentelijk zijn de VS zich zelf is evenzeer afhankelijk van vrije intensiever met het conflict gaan doorvaart en rust in het gebied. (…) bemoeien. (…) De VS bereiden

bron: de Volkskrant, 2015

Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië

figuur 1

Percentage mensen in Groot-Brittannië dat terechtkomt in het vierde inkomenskwartiel naar het inkomenskwartiel van de ouders, 2007

naar: www.gov.uk, 2014

Toelichting De inkomens van alle ouders zijn van laag naar hoog gerangschikt en vervolgens in vier gelijke delen (inkomenskwartielen) verdeeld. Het eerste kwartiel bevat de 25% armste ouders, het vierde kwartiel bevat de 25% rijkste ouders.

tabel 2

Gevolgde universitaire opleiding van de totale bevolking en van parlementsleden, Groot-Brittannië, 2013

universitaire universitaire opleiding gevolgd aan opleiding gevolgd ‘topuniversiteit’ (Oxford of Cambridge) totale bevolking 38% 0,8% parlementsleden 83% 24%

naar: www.gov.uk, 2014

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat een uitleg dat in het conflict in de Zuid-Chinese Zee het veiligheidsdilemma te herkennen is, met een toepassing van twee elementen van het begrip veiligheidsdilemma en per element informatie uit tekst 2 waaruit het gekozen element blijkt (per element met informatie en uitleg 1 scorepunt).

voorbeeld van een juist antwoord:

Gebruik tekst 2. De realistische theorieën en de liberale theorieën hebben een verschillende visie op de verhoudingen tussen staten. Beredeneerd vanuit de realistische theorieën is te verwachten dat het conflict in de Zuid-Chinese Zee zich in de toekomst anders ontwikkelt dan beredeneerd vanuit de liberale theorieën.

Vraag 15 2 punten

Beredeneer op grond van de realistische theorieën een mogelijke ontwikkeling voor het conflict in de Zuid-Chinese Zee. Gebruik in je redenering:

  • een kenmerk van de realistische theorieën;
  • de naam en de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept verhouding;
  • informatie uit tekst 2 om het gekozen kernconcept te illustreren.
Tekst 2

‘Spanning tussen China en de VS loopt op’

China stuurt zijn marine de volle zee militaire oefeningen voor met op en zet zijn luchtmacht voortaan Australië, en voor het eerst ook met ‘offensief en defensief’ in boven de 20 Japan. (…) Tien Zuidoost-Aziatische Zuid-Chinese Zee op een moment landen versterken zelfstandig hun

5 dat de spanningen met de Verenigde marine en kustwacht met forse Staten snel oplopen. Traditioneel verhogingen van de defensie- richt China zich op het verdedigen budgetten, meldt defensiespecialist van de eigen kustwateren. Maar de 25 IHS Jane’s Defence Weekly. ‘ingewikkelde dreigingen en uit-

10 dagingen in de Zuid-Chinese Zee’ Met al die militaire activiteit neemt vragen om een nieuwe aanpak. Dat het risico op potentieel dodelijke schrijft de Chinese legerleiding in een incidenten toe, terwijl de scheep- dinsdag gepubliceerde blauwdruk vaartroutes in dit gebied van cruciaal van een nieuwe defensiestrategie. 30 economisch belang zijn. De VS (…) beweren dan wel dat China het vrije zeeverkeer in gevaar brengt, China

15 Recentelijk zijn de VS zich zelf is evenzeer afhankelijk van vrije intensiever met het conflict gaan doorvaart en rust in het gebied. (…) bemoeien. (…) De VS bereiden

bron: de Volkskrant, 2015

Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië

figuur 1

Percentage mensen in Groot-Brittannië dat terechtkomt in het vierde inkomenskwartiel naar het inkomenskwartiel van de ouders, 2007

naar: www.gov.uk, 2014

Toelichting De inkomens van alle ouders zijn van laag naar hoog gerangschikt en vervolgens in vier gelijke delen (inkomenskwartielen) verdeeld. Het eerste kwartiel bevat de 25% armste ouders, het vierde kwartiel bevat de 25% rijkste ouders.

tabel 2

Gevolgde universitaire opleiding van de totale bevolking en van parlementsleden, Groot-Brittannië, 2013

universitaire universitaire opleiding gevolgd aan opleiding gevolgd ‘topuniversiteit’ (Oxford of Cambridge) totale bevolking 38% 0,8% parlementsleden 83% 24%

naar: www.gov.uk, 2014

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een redenering over een mogelijke ontwikkeling van het conflict in de Zuid-Chinese Zee op grond van de realistische theorieën, met een kenmerk van de realistische theorieën en de naam van een kernconcept bij het hoofdconcept verhouding (1) • een toepassing van het gekozen kernconcept en informatie daarover uit tekst 2 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De realistische theorieën beschrijven internationale verhoudingen als een machtsstrijd van allen tegen allen. Dus is het volgens de realistische theorieën mogelijk dat het conflict in de Zuid-Chinese Zee verder zal toenemen, omdat macht daarin een rol speelt (1) • Door de uitbreiding van militaire macht om de veiligheid te waarborgen is de kans namelijk groot dat de landen die bij het conflict betrokken zijn elkaar met hun militaire methoden (r. 8-25) nog sterker tegenwerken om hun eigen doelen te bereiken (1) (2)

Gebruik tekst 2.

Vraag 16 2 punten

Beredeneer op grond van de liberale theorieën een mogelijke ontwikkeling voor het conflict in de Zuid-Chinese Zee. Gebruik in je redenering:

  • een kenmerk van de liberale theorieën;
  • de naam en de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept verhouding;
  • informatie uit tekst 2 om het gekozen kernconcept te illustreren. Je mag het gekozen kernconcept uit vraag 15 niet gebruiken.
Tekst 2

‘Spanning tussen China en de VS loopt op’

China stuurt zijn marine de volle zee militaire oefeningen voor met op en zet zijn luchtmacht voortaan Australië, en voor het eerst ook met ‘offensief en defensief’ in boven de 20 Japan. (…) Tien Zuidoost-Aziatische Zuid-Chinese Zee op een moment landen versterken zelfstandig hun

5 dat de spanningen met de Verenigde marine en kustwacht met forse Staten snel oplopen. Traditioneel verhogingen van de defensie- richt China zich op het verdedigen budgetten, meldt defensiespecialist van de eigen kustwateren. Maar de 25 IHS Jane’s Defence Weekly. ‘ingewikkelde dreigingen en uit-

10 dagingen in de Zuid-Chinese Zee’ Met al die militaire activiteit neemt vragen om een nieuwe aanpak. Dat het risico op potentieel dodelijke schrijft de Chinese legerleiding in een incidenten toe, terwijl de scheep- dinsdag gepubliceerde blauwdruk vaartroutes in dit gebied van cruciaal van een nieuwe defensiestrategie. 30 economisch belang zijn. De VS (…) beweren dan wel dat China het vrije zeeverkeer in gevaar brengt, China

15 Recentelijk zijn de VS zich zelf is evenzeer afhankelijk van vrije intensiever met het conflict gaan doorvaart en rust in het gebied. (…) bemoeien. (…) De VS bereiden

bron: de Volkskrant, 2015

Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië

figuur 1

Percentage mensen in Groot-Brittannië dat terechtkomt in het vierde inkomenskwartiel naar het inkomenskwartiel van de ouders, 2007

naar: www.gov.uk, 2014

Toelichting De inkomens van alle ouders zijn van laag naar hoog gerangschikt en vervolgens in vier gelijke delen (inkomenskwartielen) verdeeld. Het eerste kwartiel bevat de 25% armste ouders, het vierde kwartiel bevat de 25% rijkste ouders.

tabel 2

Gevolgde universitaire opleiding van de totale bevolking en van parlementsleden, Groot-Brittannië, 2013

universitaire universitaire opleiding gevolgd aan opleiding gevolgd ‘topuniversiteit’ (Oxford of Cambridge) totale bevolking 38% 0,8% parlementsleden 83% 24%

naar: www.gov.uk, 2014

Bekijk het antwoord

Opmerking Geen scorepunt toekennen voor een toepassing van het gekozen kernconcept uit vraag 15.

Bedreiging van de internationale vrede en veiligheid kan een reden zijn voor de VN-Veiligheidsraad om in te grijpen in het conflict in de Zuid-Chinese Zee. China en de Verenigde Staten zijn permanente leden van de VN-Veiligheidsraad.

Vraag 17 2 punten

Beredeneer of het conflict in de Zuid-Chinese Zee moeilijk of makkelijk via de VN-Veiligheidsraad op te lossen zal zijn. Gebruik in je redenering:

  • een kenmerk van de VN-Veiligheidsraad;
  • een kenmerk van het barrièremodel van politieke besluitvorming.
Tekst 2

‘Spanning tussen China en de VS loopt op’

China stuurt zijn marine de volle zee militaire oefeningen voor met op en zet zijn luchtmacht voortaan Australië, en voor het eerst ook met ‘offensief en defensief’ in boven de 20 Japan. (…) Tien Zuidoost-Aziatische Zuid-Chinese Zee op een moment landen versterken zelfstandig hun

5 dat de spanningen met de Verenigde marine en kustwacht met forse Staten snel oplopen. Traditioneel verhogingen van de defensie- richt China zich op het verdedigen budgetten, meldt defensiespecialist van de eigen kustwateren. Maar de 25 IHS Jane’s Defence Weekly. ‘ingewikkelde dreigingen en uit-

10 dagingen in de Zuid-Chinese Zee’ Met al die militaire activiteit neemt vragen om een nieuwe aanpak. Dat het risico op potentieel dodelijke schrijft de Chinese legerleiding in een incidenten toe, terwijl de scheep- dinsdag gepubliceerde blauwdruk vaartroutes in dit gebied van cruciaal van een nieuwe defensiestrategie. 30 economisch belang zijn. De VS (…) beweren dan wel dat China het vrije zeeverkeer in gevaar brengt, China

15 Recentelijk zijn de VS zich zelf is evenzeer afhankelijk van vrije intensiever met het conflict gaan doorvaart en rust in het gebied. (…) bemoeien. (…) De VS bereiden

bron: de Volkskrant, 2015

Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië

figuur 1

Percentage mensen in Groot-Brittannië dat terechtkomt in het vierde inkomenskwartiel naar het inkomenskwartiel van de ouders, 2007

naar: www.gov.uk, 2014

Toelichting De inkomens van alle ouders zijn van laag naar hoog gerangschikt en vervolgens in vier gelijke delen (inkomenskwartielen) verdeeld. Het eerste kwartiel bevat de 25% armste ouders, het vierde kwartiel bevat de 25% rijkste ouders.

tabel 2

Gevolgde universitaire opleiding van de totale bevolking en van parlementsleden, Groot-Brittannië, 2013

universitaire universitaire opleiding gevolgd aan opleiding gevolgd ‘topuniversiteit’ (Oxford of Cambridge) totale bevolking 38% 0,8% parlementsleden 83% 24%

naar: www.gov.uk, 2014

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een reden waardoor het conflict moeilijk via de VN-Veiligheidsraad op te lossen zal zijn, met een kenmerk van de VN-Veiligheidsraad (1) • een redenering dat het conflict moeilijk via de VN-Veiligheidsraad op te lossen zal zijn, met een toepassing van een kenmerk van het barrièremodel (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het conflict zal moeilijk via de VN-Veiligheidsraad op te lossen zijn, omdat China en de Verenigde Staten als permanente leden van de VN-Veiligheidsraad vetorecht hebben (1) • Het vetorecht is volgens het barrièremodel een voorbeeld van hindermacht omdat China en de Verenigde Staten een oplossing via de VN-Veiligheidsraad kunnen blokkeren door gebruik te maken van dit recht (1) (2)

Opgave 3 De achtergrond van politici in Groot-Brittannië

Bij deze opgave horen figuur 1, tabel 2 en tekst 3 uit het bronnenboekje.

Inleiding In 2014 werd een onderzoek gepubliceerd over de achtergrond van 4000 leiders in de politiek en andere domeinen van het openbare bestuur in Groot-Brittannië. Figuur 1 en tabel 2 zijn afkomstig uit dit onderzoek. In tekst 3 beschrijft de Britse politicoloog Oliver Heath de relatie tussen de achtergrond van politici en kiezersgedrag. Deze opgave gaat over de invloed van de achtergrond van Britse politici op de Britse politiek.

Gebruik figuur 1.

Vraag 18 2 punten

Leg uit of met figuur 1 wel of niet te bepalen is of er in Groot-Brittannië sprake is van een meritocratie. Gebruik in je uitleg:

  • een kenmerk van een meritocratische samenleving;
  • een verschil tussen een samenhang en een causaal verband;
  • gegevens uit figuur 1 om het gekozen verschil te illustreren.
Tekst 3

Politici uit de arbeidersklasse

De sociaaleconomische achtergrond De resultaten laten zien dat de van parlementsleden in Groot- 30 afname van het aantal Labour- Brittannië is in de afgelopen vijftig parlementsleden met een arbeiders- jaar veranderd. Hoewel er in verhou- achtergrond onder kiezers uit de

5 ding tot het aantal arbeiders in de arbeidersklasse een grote invloed gehele bevolking nooit veel parle- heeft gehad op de relatieve populari- mentsleden met een arbeiders- 35 teit van de partij, zelfs als andere achtergrond zijn geweest, is dat factoren worden meegenomen die aantal nu drastisch gedaald. In 1964 normaal gezien in verband worden

10 had 20% van de parlementsleden gebracht met stemgedrag van een arbeidersachtergrond, in 2010 verschillende klassen. Wanneer in de was dat nog maar 5%. 40 partij een groot aantal parlements- leden uit de arbeidersklasse zit, Deze afname kan bijna helemaal toe- zullen kiezers met een arbeiders- geschreven worden aan verande- achtergrond significant vaker Labour

15 ringen in de Labour-partij, die van stemmen dan kiezers uit de midden- oorsprong de arbeidersklasse moest 45 klasse. vertegenwoordigen. In 1964 was Labour niet alleen een partij vóór de Er is ook bewijs dat deze processen arbeidersklasse, maar bestond de doorwerken op het niveau van de

20 partij voor 37% uit parlementsleden kiesdistricten. Kiezers uit de uit diezelfde klasse. In 2010 was dit arbeidersklasse lijken eerder te gedaald tot minder dan 10%. 50 kiezen voor een Labour-kandidaat met een arbeidersachtergrond dan In een recent verschenen artikel heb kiezers uit de middenklasse. Boven- ik onderzocht wat de veranderingen dien ziet de arbeidersklasse Labour

25 in de sociaaleconomische achter- als linkser wanneer een kandidaat uit grond van de volksvertegenwoor- 55 de arbeidersklasse op de kieslijst digers in Groot-Brittannië voor effect staat. hebben op het stemgedrag.

naar: Oliver Heath, 2015

VW-1034-a-b 7/7 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat met figuur 1 niet te bepalen is of er in Groot-Brittannië sprake is van een meritocratie, met een kenmerk van een meritocratische samenleving (1) • een verschil tussen een samenhang en een causaal verband, met gegevens uit figuur 1 om het gekozen verschil te illustreren (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit figuur 1 blijkt dat de hoogte van het inkomen van de ouders samenhangt met de kans dat kinderen later in het vierde inkomenskwartiel eindigen. Uit deze samenhang is niet te bepalen of de hoogte van het inkomen van de ouders direct een oorzaak is of dat er andere factoren zijn die deze kans bepalen (1) • Als er sprake is van een causaal verband tussen de hoogte van het inkomen van de ouders en de kans op sociale opwaartse mobiliteit van het kind, is er geen sprake van een meritocratie. Omdat op grond van figuur 1 niet duidelijk is of er sprake is van een causale relatie, is met figuur 1 niet te bepalen of er in Groot-Brittannië sprake is van een meritocratie (1) (2)

Gebruik tabel 2. Tabel 2 beschrijft het percentage van de Britse bevolking en van Britse parlementsleden dat een opleiding gevolgd heeft aan een universiteit en aan een topuniversiteit.

Vraag 19 2 punten

Leg uit dat in tabel 2 een verhoudingsvraagstuk te herkennen is dat samenhangt met politieke macht. Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het hoofdconcept verhouding;
  • gegevens uit tabel 2 om verhouding te illustreren;
  • de omschrijving van het kernconcept politieke macht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in tabel 2 een verhoudingsvraagstuk te herkennen is, met een toepassing van het hoofdconcept verhouding en gegevens daarover uit tabel 2 (1) • een uitleg dat het verhoudingsvraagstuk samenhangt met politieke macht, met een toepassing van het kernconcept politieke macht (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tabel 2 is een verhoudingsvraagstuk te herkennen omdat er sociale verschillen uit af te lezen zijn in gevolgde opleiding tussen de parlementsleden en de Britse bevolking. In tabel 2 staat dat in 2014 83% van de parlementsleden een universitaire opleiding gevolgd heeft, terwijl in dat jaar 38% van de totale Britse bevolking een universitaire opleiding gevolgd heeft. In het onderscheid in gevolgde opleiding en de gevolgen die dit zou kunnen hebben voor de maatschappelijke positie (lidmaatschap van het parlement) van mensen is het hoofdconcept verhouding te herkennen (1) • Deze sociale verschillen hangen samen met verschillen in politieke macht. Mensen die een universitaire opleiding hebben gevolgd, hebben namelijk meer kans om in het parlement te komen en daarmee politieke macht uit te oefenen dan mensen die geen universitaire opleiding hebben gevolgd. Parlementsleden beschikken over macht omdat zij het vermogen hebben om met onder andere formele middelen in de besluitvorming politieke doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van groepen die zij vertegenwoordigen te vergroten (1) (2)

Gebruik tekst 3. In tekst 3 beschrijft politicoloog Heath zijn onderzoek naar de relatie tussen politici van de Labour-partij en kiezers uit de arbeidersklasse.

Vraag 20 2 punten

Leg uit dat in de door Heath beschreven relatie tussen politici en kiezers een bindingsvraagstuk te herkennen is. Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het hoofdconcept binding;
  • informatie uit tekst 3 om binding te illustreren;
  • de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept binding.
  • informatie uit tekst 3 om het gekozen kernconcept te illustreren.
Tekst 3

Politici uit de arbeidersklasse

De sociaaleconomische achtergrond De resultaten laten zien dat de van parlementsleden in Groot- 30 afname van het aantal Labour- Brittannië is in de afgelopen vijftig parlementsleden met een arbeiders- jaar veranderd. Hoewel er in verhou- achtergrond onder kiezers uit de

5 ding tot het aantal arbeiders in de arbeidersklasse een grote invloed gehele bevolking nooit veel parle- heeft gehad op de relatieve populari- mentsleden met een arbeiders- 35 teit van de partij, zelfs als andere achtergrond zijn geweest, is dat factoren worden meegenomen die aantal nu drastisch gedaald. In 1964 normaal gezien in verband worden

10 had 20% van de parlementsleden gebracht met stemgedrag van een arbeidersachtergrond, in 2010 verschillende klassen. Wanneer in de was dat nog maar 5%. 40 partij een groot aantal parlements- leden uit de arbeidersklasse zit, Deze afname kan bijna helemaal toe- zullen kiezers met een arbeiders- geschreven worden aan verande- achtergrond significant vaker Labour

15 ringen in de Labour-partij, die van stemmen dan kiezers uit de midden- oorsprong de arbeidersklasse moest 45 klasse. vertegenwoordigen. In 1964 was Labour niet alleen een partij vóór de Er is ook bewijs dat deze processen arbeidersklasse, maar bestond de doorwerken op het niveau van de

20 partij voor 37% uit parlementsleden kiesdistricten. Kiezers uit de uit diezelfde klasse. In 2010 was dit arbeidersklasse lijken eerder te gedaald tot minder dan 10%. 50 kiezen voor een Labour-kandidaat met een arbeidersachtergrond dan In een recent verschenen artikel heb kiezers uit de middenklasse. Boven- ik onderzocht wat de veranderingen dien ziet de arbeidersklasse Labour

25 in de sociaaleconomische achter- als linkser wanneer een kandidaat uit grond van de volksvertegenwoor- 55 de arbeidersklasse op de kieslijst digers in Groot-Brittannië voor effect staat. hebben op het stemgedrag.

naar: Oliver Heath, 2015

VW-1034-a-b 7/7 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in het verband tussen de door Heath beschreven relatie tussen politici en kiezers een bindingsvraagstuk te herkennen is, met een toepassing van het hoofdconcept binding en daarover informatie uit tekst 3 (1) • een toepassing van een kernconcept bij het hoofdconcept binding en daarover informatie uit tekst 3 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Er is sprake van een bindingsvraagstuk omdat volgens Heath er een (afhankelijkheids)relatie is tussen kiezers en politici. Uit tekst 3 blijkt namelijk dat het stemgedrag van kiezers van Labour mede afhankelijk is van de achtergrond van de verkiesbare politici (r. 29-35) (1) • Uit tekst 3 blijkt dat het aandeel parlementsleden van Labour met een arbeidersachtergrond sterk is verminderd, terwijl Labour de burgers uit deze klasse zou moeten vertegenwoordigen (r. 4-17). Omdat achtergrondkenmerken van deze politici en achtergrondkenmerken van hun achterban in 2010 minder overeenkomen dan in 1964 is er sprake van minder representativiteit (1) (2)

Gebruik tekst 3.

Vraag 21 2 punten

Leg uit dat de identiteit van politici en kiezers, volgens politicoloog Heath, van invloed is op de relatie tussen politici en kiezers. Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept identiteit;
  • informatie uit tekst 3 om identiteit te illustreren.
Tekst 3

Politici uit de arbeidersklasse

De sociaaleconomische achtergrond De resultaten laten zien dat de van parlementsleden in Groot- 30 afname van het aantal Labour- Brittannië is in de afgelopen vijftig parlementsleden met een arbeiders- jaar veranderd. Hoewel er in verhou- achtergrond onder kiezers uit de

5 ding tot het aantal arbeiders in de arbeidersklasse een grote invloed gehele bevolking nooit veel parle- heeft gehad op de relatieve populari- mentsleden met een arbeiders- 35 teit van de partij, zelfs als andere achtergrond zijn geweest, is dat factoren worden meegenomen die aantal nu drastisch gedaald. In 1964 normaal gezien in verband worden

10 had 20% van de parlementsleden gebracht met stemgedrag van een arbeidersachtergrond, in 2010 verschillende klassen. Wanneer in de was dat nog maar 5%. 40 partij een groot aantal parlements- leden uit de arbeidersklasse zit, Deze afname kan bijna helemaal toe- zullen kiezers met een arbeiders- geschreven worden aan verande- achtergrond significant vaker Labour

15 ringen in de Labour-partij, die van stemmen dan kiezers uit de midden- oorsprong de arbeidersklasse moest 45 klasse. vertegenwoordigen. In 1964 was Labour niet alleen een partij vóór de Er is ook bewijs dat deze processen arbeidersklasse, maar bestond de doorwerken op het niveau van de

20 partij voor 37% uit parlementsleden kiesdistricten. Kiezers uit de uit diezelfde klasse. In 2010 was dit arbeidersklasse lijken eerder te gedaald tot minder dan 10%. 50 kiezen voor een Labour-kandidaat met een arbeidersachtergrond dan In een recent verschenen artikel heb kiezers uit de middenklasse. Boven- ik onderzocht wat de veranderingen dien ziet de arbeidersklasse Labour

25 in de sociaaleconomische achter- als linkser wanneer een kandidaat uit grond van de volksvertegenwoor- 55 de arbeidersklasse op de kieslijst digers in Groot-Brittannië voor effect staat. hebben op het stemgedrag.

naar: Oliver Heath, 2015

VW-1034-a-b 7/7 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat de identiteit van invloed is op de door Heath beschreven relatie tussen politici en kiezers, met een toepassing van het kernconcept identiteit (1) • informatie uit tekst 3 om de identiteit van politici/kiezers te illustreren (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit het onderzoek van Heath blijkt dat kiezers uit de arbeidersklasse Labour eerder als linkser zien als de kandidaat uit hun kiesdistrict ook een arbeidersachtergrond heeft (r. 52-56) (1) • De ondervertegenwoordiging van Labour-politici met een arbeidersachtergrond heeft volgens Heath gevolgen voor de mate waarin kiezers zich kunnen identificeren met deze politici. Het zelfbeeld van de kiezers, dat onder andere wordt bepaald door hun sociaaleconomische klasse, komt hierdoor minder overeen met het beeld dat de politici als vertegenwoordigers van een politieke partij volgens deze kiezers uitdragen. Dus is de identiteit van politici en kiezers, volgens politicoloog Heath, van invloed op de relatie tussen politici en kiezers (1) (2)

Vraag 22 1 punt

Leg uit dat politieke socialisatie invloed kan hebben op het stemgedrag van burgers. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept politieke socialisatie.

Tekst 3

Politici uit de arbeidersklasse

De sociaaleconomische achtergrond De resultaten laten zien dat de van parlementsleden in Groot- 30 afname van het aantal Labour- Brittannië is in de afgelopen vijftig parlementsleden met een arbeiders- jaar veranderd. Hoewel er in verhou- achtergrond onder kiezers uit de

5 ding tot het aantal arbeiders in de arbeidersklasse een grote invloed gehele bevolking nooit veel parle- heeft gehad op de relatieve populari- mentsleden met een arbeiders- 35 teit van de partij, zelfs als andere achtergrond zijn geweest, is dat factoren worden meegenomen die aantal nu drastisch gedaald. In 1964 normaal gezien in verband worden

10 had 20% van de parlementsleden gebracht met stemgedrag van een arbeidersachtergrond, in 2010 verschillende klassen. Wanneer in de was dat nog maar 5%. 40 partij een groot aantal parlements- leden uit de arbeidersklasse zit, Deze afname kan bijna helemaal toe- zullen kiezers met een arbeiders- geschreven worden aan verande- achtergrond significant vaker Labour

15 ringen in de Labour-partij, die van stemmen dan kiezers uit de midden- oorsprong de arbeidersklasse moest 45 klasse. vertegenwoordigen. In 1964 was Labour niet alleen een partij vóór de Er is ook bewijs dat deze processen arbeidersklasse, maar bestond de doorwerken op het niveau van de

20 partij voor 37% uit parlementsleden kiesdistricten. Kiezers uit de uit diezelfde klasse. In 2010 was dit arbeidersklasse lijken eerder te gedaald tot minder dan 10%. 50 kiezen voor een Labour-kandidaat met een arbeidersachtergrond dan In een recent verschenen artikel heb kiezers uit de middenklasse. Boven- ik onderzocht wat de veranderingen dien ziet de arbeidersklasse Labour

25 in de sociaaleconomische achter- als linkser wanneer een kandidaat uit grond van de volksvertegenwoor- 55 de arbeidersklasse op de kieslijst digers in Groot-Brittannië voor effect staat. hebben op het stemgedrag.

naar: Oliver Heath, 2015

VW-1034-a-b 7/7 lees verdereinde ►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg dat politieke socialisatie invloed kan hebben op het stemgedrag van burgers, met een toepassing van het kernconcept politieke socialisatie. voorbeeld van een juist antwoord: In onder andere de opvoeding kunnen burgers geleerd hebben welke politieke waarden belangrijk zijn. In het overdragen en verwerven van politiek relevante waarden is politieke socialisatie te herkennen. Welke politieke waarden een burger in de opvoeding verworven heeft kan vervolgens zijn politieke voorkeur en daarmee de politieke partij waarop gestemd wordt, beïnvloeden. Dus kan politieke socialisatie invloed hebben op het stemgedrag van burgers. (1)

Opgave 4 Wie heeft een relatie met wie?

Bij deze opgave horen geen bronnen uit het bronnenboekje.

Inleiding Deze opgave gaat over veranderingen in relatievorming in Nederland. In hoeverre kiezen mensen een partner met dezelfde kenmerken, zoals opleidingsniveau of levensbeschouwelijke overtuiging? Als mensen met hetzelfde opleidingsniveau een relatie hebben, is er sprake van opleidingshomogamie.

Vraag 23 2 punten

Verklaar opleidingshomogamie onder hoog opgeleiden vanuit het rationele actor-paradigma. Gebruik in je verklaring:

  • een kenmerk van het rationele actor-paradigma;
  • een eigen voorbeeld van economisch kapitaal.
Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een verklaring vanuit het rationele actor-paradigma voor opleidingshomogamie onder hoog opgeleiden, met een kenmerk van het rationele actor-paradigma (1) • een eigen voorbeeld van economisch kapitaal (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Opleidingshomogamie onder hoog opgeleiden is te verklaren vanuit het idee van een afweging van kosten en baten bij relatievorming, wat een kenmerk is van het rationele actor-paradigma. De economische baten van een hoog opgeleide partner zijn over het algemeen hoger dan de economische baten van een laag opgeleide partner. Daarom kiezen hoog opgeleiden voor een partner die zo hoog mogelijk is opgeleid. Dat betekent in de praktijk dat hoger opgeleiden kiezen voor een partner met hetzelfde opleidingsniveau (1) • Een hoog opgeleide partner heeft namelijk over het algemeen een hoger inkomen dan een laag opgeleide partner. Inkomen is een voorbeeld van economisch kapitaal (1) (2)

Vraag 24 1 punt

Leg uit dat een toename van opleidingshomogamie kan leiden tot een toename van sociale ongelijkheid tussen huishoudens. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept sociale ongelijkheid.

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat een uitleg dat een toename van opleidingshomogamie kan leiden tot een toename van sociale ongelijkheid tussen huishoudens, met een toepassing van het kernconcept sociale ongelijkheid. voorbeeld van een juist antwoord: Een toename van opleidingshomogamie kan betekenen dat er meer huishoudens komen waarvan beide hoog opgeleide partners een hoog inkomen hebben en dat er meer huishoudens komen waarvan beide laag opgeleide partners een laag inkomen hebben. In dat geval nemen de verschillen in inkomen tussen huishoudens toe. Inkomen is een schaarse en hooggewaardeerde zaak. Dus kan een toename van opleidingshomogamie leiden tot een toename van sociale ongelijkheid tussen huishoudens. (1)

Vraag 25 2 punten

Leg uit dat een toename van opleidingshomogamie ervoor kan zorgen dat de sociale cohesie zowel toeneemt als afneemt. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie.

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat een toename van opleidingshomogamie ervoor kan zorgen dat de sociale cohesie binnen de groepen hoog opgeleiden en laag opgeleiden toeneemt, met een toepassing van het kernconcept sociale cohesie (1) • een uitleg dat een toename van opleidingshomogamie ervoor kan zorgen dat de sociale cohesie tussen de groepen hoog opgeleiden en laag opgeleiden afneemt, met een toepassing van het kernconcept sociale cohesie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een toename van opleidingshomogamie kan ervoor zorgen dat er meer sociale contacten ontstaan tussen hoog opgeleiden onderling en meer sociale contacten ontstaan tussen laag opgeleiden onderling. Het aantal sociale contacten zegt iets over het aantal bindingen die mensen met hetzelfde opleidingsniveau hebben. Dus kan een toename van opleidingshomogamie ervoor zorgen dat de sociale cohesie binnen deze twee groepen toeneemt (1) • Tegelijkertijd kunnen er door een toename van opleidingshomogamie minder sociale contacten ontstaan tussen hoog opgeleiden en laag opgeleiden. Het aantal sociale contacten zegt iets over het aantal bindingen die mensen met een verschillend opleidingsniveau hebben. Dus kan een toename van opleidingshomogamie ervoor zorgen dat de sociale cohesie tussen hoog opgeleiden en laag opgeleiden afneemt (1) (2)

Een toename van opleidingshomogamie onder laag opgeleiden kan gevolgen hebben voor de sociale mobiliteit van hun kinderen.

Vraag 26 2 punten

Beredeneer of door een toename van opleidingshomogamie onder laag opgeleiden de sociale mobiliteit van kinderen van laag opgeleiden zal toenemen of afnemen. Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van het begrip cultureel kapitaal;
  • een omschrijving van het begrip sociale mobiliteit.
Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord bevat: • een redenering dat door een toename van opleidingshomogamie onder laag opgeleiden de sociale mobiliteit van laag opgeleiden zal afnemen, met een toepassing van het begrip sociale mobiliteit (1) • een toepassing van het begrip cultureel kapitaal (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het beschikken over cultureel kapitaal, zoals bepaalde vaardigheden, kan bijdragen aan het verwerven van een hogere maatschappelijke positie. Laag opgeleiden beschikken over het algemeen over minder cultureel kapitaal dan hoog opgeleiden (1) • Door een toename van opleidingshomogamie onder laag opgeleiden komen er meer gezinnen met twee laag opgeleide ouders. Door het relatief beperkte cultureel kapitaal van deze ouders kan de mogelijkheid voor hun kinderen om te stijgen op de maatschappelijke ladder afnemen. Dus zal door een toename van opleidingshomogamie onder laag opgeleiden de sociale mobiliteit van kinderen van laag opgeleiden afnemen (1) (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Maatschappijwetenschappen 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1034-a-21-3-o

Andere examens maatschappijwetenschappen vwo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3?

Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 26. Van 23 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (10), verhouding (5) en vorming (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1034-a-21-3-c).

Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.