Eindexamen scheikunde havo 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Melkzuursensor, Arseen in drinkwater, Koudemiddel, Anatto, Lignine, ETFE.
Het centraal examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en eigenschappen (8), rekenen aan reacties (7) en koolstofchemie (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en eigenschappen | 4, 7, 10-11, 22-23, 26, 34 | 8 |
| Rekenen aan reacties | 6, 12, 14, 16-17, 19, 30 | 7 |
| Koolstofchemie | 13, 18, 20, 31, 33 | 5 |
| Scheidingsmethoden | 21, 27-29 | 4 |
| Reactievergelijkingen | 1, 15, 24 | 3 |
| Redoxreacties | 3, 9 | 2 |
| Zuren en basen | 2 | 1 |
| Reactiesnelheid | 5 | 1 |
| Atoombouw | 8 | 1 |
| Duurzame chemie | 25 | 1 |
| Bindingen | 32 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en eigenschappen (24% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over bindingen (3% van de vragen, gemiddeld 10%) en duurzame chemie (3% van de vragen, gemiddeld 9%).
Opgaven en correctievoorschrift
- Opgaven
- Uitwerkbijlage
- Correctievoorschrift
- 2e aanvulling correctievoorschrift
- Aanvulling correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Melkzuursensor
Onderzoekers aan de Universiteit van Californië hebben een melkzuursensor ontwikkeld. Dit is een soort pleister die is voorzien van een kleine elektrochemische cel. Met de melkzuursensor kan de conditie tijdens een sportprestatie worden bepaald. Sporten kost energie. Het lichaam haalt die energie uit de afbraak van glucose. Wanneer voldoende zuurstof wordt aangevoerd, wordt glucose volledig verbrand.
Vraag 1 3 punten
Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van glucose.
Bekijk het antwoord
Indien de reactievergelijking C6 H12O6 + 3 O2 → 6 CO + 6 H2 O is gegeven (2)
Bij onvoldoende zuurstoftoevoer wordt glucose afgebroken tot melkzuur (C3H6O3). Wanneer melkzuur zich ophoopt in de spieren, treedt verzuring op. Hoe beter de conditie van een sporter is, des te later treedt verzuring op. Het gevormde melkzuur komt voor een deel ook in zweet terecht. Zweet heeft meestal een pH tussen 4 en 6.
Vraag 2 2 punten
Bereken de [H+] in mol L–1 van zweet met een pH van 5,1.
Bekijk het antwoord
Indien slechts het antwoord ([H + ] =) 10–5,1 is gegeven (1) Indien de uitkomst 7,94∙10–6 (mol L–1 ) is gegeven (zie syllabus subdomein A8) (1) Indien als antwoord is gegeven: ([H + ] =)
- log 5,1 =
- 0,7 (0p)
Met de melkzuursensor wordt de concentratie van melkzuur in het zweet bepaald. De elektrochemische cel van de melkzuursensor is hieronder vergroot en schematisch weergegeven:
elektrode A met laagje LOx A
elektrode B
ampèremeter
Elektrode A is gemaakt van grafiet (koolstof) en is bedekt met het enzym lactaatoxidase (verder afgekort als LOx). Zweet fungeert als elektrolyt. Onder invloed van LOx wordt melkzuur omgezet tot pyrodruivenzuur (C3H4O3). Melkzuur treedt in deze reactie op als reductor. De vergelijking van de halfreactie waarin melkzuur wordt omgezet tot pyrodruivenzuur is hieronder onvolledig weergegeven. De elektronen en de coëfficiënten ontbreken.
C 3H 6O 3 → C 3H 4O3 + H +
Vraag 3 2 punten
Neem deze onvolledige vergelijking over, zet e– aan de juiste kant van de pijl en maak de vergelijking kloppend.
Bekijk het antwoord
Indien de vergelijking C3 H6O3 + 2 e– → C3H4O3 + 2 H+ is gegeven (1)
Zweet is een oplossing waarin verschillende stoffen zijn opgelost. Doordat in zweet een bepaald soort deeltjes voorkomt, kan zweet als elektrolyt dienen.
Vraag 4 2 punten
Geef de naam van dit soort deeltjes en geef aan waardoor ze voor stroomgeleiding kunnen zorgen.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juist antwoord kan als volgt geformuleerd zijn: Ionen, deze deeltjes (hebben een lading en) kunnen zich verplaatsen / kunnen bewegen (in het zweet / in de oplossing).
Indien een antwoord is gegeven als: “Ionen, deze deeltjes (hebben een lading en) zorgen ervoor dat de stroomkring gesloten is.” (1) Indien een antwoord is gegeven als: “Ionen, deze deeltjes hebben een lading.” (1) Indien een antwoord is gegeven als: “Zouten, want een zoutoplossing geleidt de elektrische stroom.” (1) Indien een antwoord is gegeven als: “Zout, want een zoutoplossing dient als zoutbrug.” (1) Indien een antwoord is gegeven als: “Elektronen, deze deeltjes (hebben een lading en) kunnen zich verplaatsen (in het zweet).” (0)
Zweet bevat onder andere ureum, dat ook als reductor kan reageren. In de melkzuursensor wordt ureum echter niet omgezet door het enzym LOx doordat enzymen een bepaalde eigenschap bezitten.
Vraag 5 1 punt
Geef aan waardoor ureum niet wordt omgezet door het enzym LOx.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Een enzym / LOx heeft een specifieke/selectieve werking. − Enzymen zijn specifiek/selectief. − LOx kan alleen melkzuur omzetten. − Ureum past niet in het enzym. − Alleen melkzuurmoleculen passen in het enzym. (1)
Wanneer de melkzuurconcentratie in zweet groter wordt dan een bepaalde waarde, treedt verzuring van spieren op. Deze waarde wordt de melkzuurdrempel genoemd. Tijdens een sporttraining wordt bij Matthieu de stroomsterkte gemeten die de melkzuursensor levert. Zie diagram 1. Na ongeveer 800 seconden begint de sensor een signaal te geven. Tussen ongeveer 1250 en 1400 seconden blijft de melkzuurconcentratie constant. Dit geeft de melkzuurdrempel van Matthieu aan. Daarna stijgt de stroomsterkte verder en treedt verzuring op.
diagram 1
10 stroomsterkte (μA) 8
6
4
2
0
0 400 800 1200 1600 2000 tijd (s)
Vraag 6 3 punten
Bereken de melkzuurdrempel van Matthieu in mol L–1. Gebruik hierbij de volgende gegevens:
- De stroomsterkte is recht evenredig met de melkzuurconcentratie in zweet.
- 0,92 µA komt overeen met een melkzuurconcentratie in zweet van 1,0 mmol L–1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
5, 20 ×10−3 =5, 7 ⋅10−3 (mol L–1) 0,92
Opmerking Wanneer de volgende berekening is gegeven, deze goed rekenen. 5, 2 ×10−3 =5, 7 ⋅10−3 (mol L–1) 0,92
Arseen in drinkwater
In Bangladesh bleek rond 1980 dat het drinkwater in veel waterbronnen hoge concentraties arseenverbindingen bevatte. Zulke hoge concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. De aanwezige arseenverbindingen zijn afkomstig uit gesteentes. Eén van de arseenverbindingen is natriumarseniet, Na3AsO3. Natriumarseniet is opgebouwd uit natriumionen en arsenietionen.
Vraag 7 2 punten
Geef de formule van het arsenietion.
Bekijk het antwoord
Indien een van de volgende formules is gegeven: AsO3– of AsO32– of AsO34– of AsO35– of AsO36– (1) Indien de formule As3+(O2–)3 is gegeven (1) Indien een van de volgende formules is gegeven: AsO3 of As3+ of As3– of O2– (0)
Op den duur kunnen arseenverbindigen beschadigingen aan het DNA veroorzaken doordat in het DNA arseenatomen worden ingebouwd in plaats van fosforatomen. Hierdoor veranderen de structuur en de functie van het DNA.
Vraag 8 2 punten
Leg uit, aan de hand van het periodiek systeem, dat arseenatomen de plaats van fosforatomen kunnen innemen in DNA.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juist antwoord kan als volgt geformuleerd zijn: Arseen en fosfor staan in dezelfde groep van het periodiek systeem. Dus ze hebben vergelijkbare eigenschappen / dezelfde covalentie.
Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (1)
- Arseen en fosfor hebben dezelfde covalentie.
- Arseen en fosfor staan in dezelfde groep en hebben dezelfde lading(en). Indien als antwoord is gegeven: “Arseen en fosfor hebben dezelfde elektronenconfiguratie/oxidatiegetallen.” (0p)
Opmerking Wanneer als antwoord is gegeven: “Arseen en fosfor staan onder elkaar in het periodiek systeem en hebben dus vergelijkbare eigenschappen.” of “Arseen en fosfor staan even ver van de edelgassen af en hebben dus dezelfde covalentie.”, dit goed rekenen.
Sinds bekend is dat drinkwater in Bangladesh arseenverbindingen bevat, test men het drinkwater. Een veelgebruikte test is de Gutzeit-test. Een Gutzeit-test bevat de volgende materialen:
- teststrips met de vaste stof HgBr2
- een plastic flesje
- een kunststof zakje met zinkpoeder (stof 1)
- een kunststof zakje met zoutzuur (stof 2)
- een kleurenkaart
De bijsluiter van de test is hieronder weergegeven.
Doe een Vul het Voeg toe: Zwenk Wacht 20 Verwijder teststrip in flesje met stof 1 en voorzichtig minuten de teststrip het deksel 50 mL stof 2. 60 sec. en zwenk en van het drinkwater Sluit het Zorg dat de nog twee vergelijk flesje. (tot het flesje. vloeistof de keer de kleur streepje). teststrip tijdens met de niet raakt! deze kleuren- periode. kaart.
Bij het uitvoeren van de test reageren zink en zoutzuur volgens onderstaande reactievergelijking.
Zn + 2 H+ → Zn2+ + H2 reactie 1
Vraag 9 2 punten
Leg uit, aan de hand van formules in de reactievergelijking, of reactie 1 een zuur-basereactie is of een redoxreactie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- (Een) Zn (atoom) staat (twee) elektronen af. Dus het is een redoxreactie.
- (Een) H+ (atoom) neemt (een) elektron(en) op. Dus het is een redoxreactie.
- De ladingen van Zn en van H+ veranderen (doordat elektronen worden overgedragen). Dus het is een redoxreactie.
Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (1)
- Er worden geen H+ ionen overgedragen. Het is dus geen zuur-basereactie maar een redoxreactie.
- De deeltjes veranderen van lading, dus het is een redoxreactie.
- Zink is geen zuur en geen base, dus het is een redoxreactie. Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (0p)
- Het is een redoxreactie want er worden elektronen/ladingen overgedragen.
- Het is geen redoxreactie want er worden geen elektronen overgedragen. Dus het is een zuur-basereactie.
- Het is een zuur-basereactie want er wordt H+ overgedragen. Indien als antwoord is gegeven dat het een redoxreactie is zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0p)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: “Zn wordt Zn2+ / H+ wordt H2 . De lading verandert, dus het is een redoxreactie.”, dit goed rekenen.
In de test is de hoeveelheid zoutzuur in overmaat aanwezig. Het waterstofgas dat in reactie 1 ontstaat, reageert met de arseenverbindingen. Bij die reactie worden de arseenverbindingen omgezet tot het gas arsaan (AsH3). Arsaan komt vrij uit de oplossing en reageert met HgBr2 op de teststrip. Bij deze reactie ontstaat AsH2HgBr. Afhankelijk van de hoeveelheid arseenverbindingen in het drinkwater ontstaat op de teststrip een kleur die varieert van lichtgeel tot donkerbruin. Hoe meer AsH2HgBr ontstaat, des te bruiner kleurt de teststrip.
Vraag 10 2 punten
Geef de systematische naam van HgBr2. Gebruik hierbij een Romeins cijfer.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien ‘kwikbromide’ of ‘kwik(I)bromide’ als antwoord is gegeven (1)
Opmerking Wanneer ‘kwikdibromide’ als antwoord is gegeven, dit goed rekenen.
Met behulp van de kleurenkaart kan de concentratie van de arseenverbindingen in het drinkwater worden vastgesteld. De kleurenkaart staat hieronder afgebeeld in grijstinten.
lichtgeel donkerbruin
0 10 25 50 100 250 500
De concentratie van de arseenverbindingen is weergegeven in μg As per liter. De veiligheidsnorm voor arseenverbindingen in drinkwater in Bangladesh is 50 μg As per liter. De Gutzeit-test is niet voor honderd procent betrouwbaar. Eén van de storende factoren is de aanwezigheid van sulfide-ionen (S2– ) in het drinkwater. Deze ionen reageren met het overgebleven zoutzuur tot H2S. H2S reageert ook met HgBr2. Bij deze reactie ontstaat het grijsgekleurde HgS. De concentratie van de sulfide-ionen in het drinkwater is zo klein dat deze niet schadelijk is voor de gezondheid. Maar de aanwezigheid van de sulfide-ionen in het drinkwater kan wel leiden tot een ongewenste conclusie na het uitvoeren van de Gutzeit-test.
Vraag 11 2 punten
Geef een ongewenste conclusie waartoe de Gutzeit-test kan leiden wanneer het drinkwater behalve arseenverbindingen ook sulfide-ionen bevat. Motiveer je antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Door de grijze kleur (van HgS) kan niet goed worden waargenomen hoe geel of bruin de kleur is. Dus is niet goed te bepalen hoeveel arseen het water bevat. / Dus kan er drinkwater worden afgekeurd dat wel veilig is. / Dus kan er drinkwater worden goedgekeurd dat boven de norm ligt.
- Door de grijze kleur (van HgS) lijkt de gele of bruine kleur donkerder. Dus lijkt de arseenconcentratie te hoog. / Dus kan er drinkwater worden afgekeurd dat misschien wel veilig is.
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: “Door de reactie van HgBr2 met de sulfide-ionen is er minder HgBr2 over (voor de reactie met arsaan). Daardoor kan niet alle arsaan reageren. Dus wordt een te lage concentratie bepaald. (Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid.)”, dit goed rekenen.
Koudemiddel
In de airco van een auto circuleert een zogenoemd koudemiddel. In figuur 1 is schematisch weergegeven hoe de binnenruimte van een auto wordt gekoeld door middel van een airco.
[figuur 1: zie het originele examen] gas A: binnenruimte
A V C V: verdamper C: condensor vloeistof
Het koudemiddel wordt rondgepompt in een gesloten circuit tussen de condensor en de verdamper. Het koudemiddel komt als gas de condensor binnen en verlaat de condensor als vloeistof. In de verdamper gebeurt het omgekeerde.
Vraag 12 2 punten
Leg uit, aan de hand van het koelen van de binnenruimte van de auto, of in de verdamper een endotherm of exotherm proces plaatsvindt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De binnenruimte in de auto wordt koeler/gekoeld doordat warmte nodig is voor het verdampen. Verdampen / Het proces dat plaatsvindt in de verdamper is dus endotherm.
- De lucht (in de auto) wordt afgekoeld doordat warmte wordt afgestaan (voor het verdampen). Dus het verdampen / het proces dat plaatsvindt in de verdamper is endotherm.
Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (1)
- Voor (het) verdampen (van het koudemiddel) is warmte nodig. Dus verdampen / het proces dat plaatsvindt in de verdamper is endotherm.
- Bij verdampen worden (molecuul/vanderwaals)bindingen verbroken waarvoor energie nodig is. Dus het verdampen / het proces dat plaatsvindt in de verdamper is (een) endotherm (proces). Indien als antwoord is gegeven dat verdampen / het proces dat plaatsvindt in de verdamper endotherm is zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0p)
Gehalogeneerde koolwaterstoffen worden veel gebruikt als koudemiddel. Twee koudemiddelen die veel in airco’s worden gebruikt, hebben beide de molecuulformule C2H2F4. Het zijn dus isomeren en ze behoren tot de zogenoemde fluorkoolwaterstoffen.
Vraag 13 2 punten
Geef de structuurformules van de twee isomeren met de molecuulformule
C 2H 2F 4.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de structuurformule van 1,1,2,2-tetrafluorethaan (1)
- de structuurformule van 1,1,1,2-tetrafluorethaan (1)
De koudemiddelen met de molecuulformule C2H2F4 mogen vanaf 2016 niet meer in de airco van nieuwe auto’s worden gebruikt omdat het sterke broeikasgassen zijn. Ze komen in de atmosfeer terecht wanneer ze weglekken uit airco’s. De mate waarin een broeikasgas bijdraagt aan het broeikaseffect wordt de Global Warming Potential (GWP) genoemd. Zo heeft C2H2F4 een GWP van 1300. Dat houdt in dat 1,00 kg C2H2F4
1300 maal zoveel bijdraagt aan het broeikaseffect als 1,00 kg CO2, gemeten over een periode van 100 jaar.
Vraag 14 3 punten
Bereken hoeveel mol koolstofdioxide dezelfde bijdrage aan het broeikaseffect levert als 1,00 mol C2H2F4.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is: 1, 00 ×102, 0 ×1300 = 3, 01 ⋅103 (mol) 44, 01 of 1, 00 ⋅103 1, 00 ⋅103 × 1300 : 3, 01 ⋅103 (mol) = 44, 01 102, 0 of 1, 00 3 1, 00 ⋅103 1300 ×10 (3) : = 3, 01 ⋅10 (mol) 44, 01 102, 0
Veel autofabrikanten kiezen het koudemiddel R1234 (C3H2F4) als vervanger van C2H2F4. R1234 is echter niet onomstreden. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat bij de verbranding van R1234, bijvoorbeeld bij een autobrand, de giftige gassen waterstoffluoride (HF) en carbonylfluoride ( COF2) ontstaan.
Vraag 15 3 punten
Geef de reactievergelijking in molecuulformules van de verbranding van R1234 (C3H2F4). Maak gebruik van de volgende gegevens:
- Er ontstaan uitsluitend carbonylfluoride, waterstoffluoride en koolstofdioxide.
- Per mol C3H2F4 ontstaat één mol carbonylfluoride.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer bij vraag 1 een reactievergelijking is gegeven met de formule O in plaats van O2 en dit bij deze vraag opnieuw is gedaan, dit hier niet opnieuw aanrekenen.
Vraag 16 3 punten
Bereken hoeveel gram carbonylfluoride ontstaat bij de verbranding van
740 g C3H2F4. Gebruik het gegeven dat hierbij één mol carbonylfluoride ontstaat per mol C3H2F4.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is: 740
428 (g) × 66, 01 = 114, 0
Opmerking Wanneer een onjuist antwoord op vraag 16 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 15, dit antwoord op vraag 16 goed rekenen.
Anatto
Anatto is een oranje-gele kleurstof. Het is een mengsel dat de kleurstoffen bixine en/of norbixine bevat. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen] CH3 CH3 O HO CH C CH C CH CH CH CH CH C CH3
C CH CH CH CH CH C CH C CH O O CH3 CH3 bixine
CH3 CH3 O HO CH C CH C CH CH CH CH CH C
C CH CH CH CH CH C CH C CH OH O CH3 CH3 norbixine
Anatto wordt gebruikt in sommige voedingsmiddelen, bijvoorbeeld in kaas. De kaassoort Red Leicester heeft een oranje kleur doordat hij relatief veel anatto bevat. Teun eet zes blokjes Red Leicester.
Vraag 17 3 punten
Laat met behulp van een berekening zien dat Teun de ADI-waarde van bixine niet overschrijdt. Gebruik de volgende gegevens: ‒ Eén blokje weegt 15 gram. ‒ Red Leicester bevat 24 massa-ppm bixine. ‒ De ADI-waarde van bixine is 0,065 mg per kg lichaamsgewicht. ‒ Teun weegt 67 kg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
24
6 ×15 × = 0, 0022 g (bixine) = 2,2 mg (bixine) 106 67×0,065 = 4,4 mg (bixine) (Dus Teun krijgt minder bixine binnen dan de hoeveelheid volgens de ADI-waarde.)
of
24
6 ×15 × 106 ×103 = 0, 032 (mg per kg) 67 (Dit is minder dan de ADI-waarde.)
Opmerking De significantie in deze berekening niet beoordelen.
Een groot deel van de anatto wordt geproduceerd in Peru uit de zaaddozen van de orleaanboom. Door de zaaddozen te drogen in de zon barsten ze open. Het vruchtvlees rond de zaden bevat bixine. De opengebarsten zaaddozen mogen niet te lang worden blootgesteld aan zonlicht. Anders treedt een reactie op waardoor de hoeveelheid bixine afneemt.
Vraag 18 2 punten
Leg uit, aan de hand van de structuurformule van bixine, waardoor de hoeveelheid bixine afneemt door blootstelling aan zonlicht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juist antwoord kan als volgt geformuleerd zijn: Bixine bevat C=C groepen. Die reageren (tot crosslinks) door (uv-)licht. (Daardoor neemt de hoeveelheid bixine af.).
Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (1)
- Bixine bevat dubbele bindingen. Die reageren (tot crosslinks) door (uv-)licht. (Daardoor neemt de hoeveelheid bixine af.)
- Bixine bevat C=O groepen. Die reageren (tot crosslinks) door (uv-)licht. (Daardoor neemt de hoeveelheid bixine af.).
- Door (uv-/zon)licht neemt de temperatuur toe en daardoor springen de C=C bindingen open.
Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (0)
- (Een) bixine(molecuul) bevat (een) C=O binding(en).
- De fotonen tasten bixine/bixinemoleculen aan.
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: “Bixine is een onverzadigde verbinding. Die reageert door (uv-)licht (waarbij crosslinks ontstaan). (Daardoor neemt de hoeveelheid bixine af.)”, dit goed rekenen.
De productie van anatto in Peru wordt als volgt uitgevoerd:
- 200 kg anattozaden wordt in een vat (vat I) met 400 L 0,014 molair natronloog gedaan.
- De inhoud wordt tien minuten krachtig geroerd.
- De vloeistof wordt in een tweede vat (vat II) overgebracht, de zaden blijven achter in vat I.
- In vat I wordt vervolgens 300 L 0,0063 molair natronloog gedaan.
- Nogmaals wordt gedurende tien minuten krachtig geroerd.
- De vloeistof uit vat I wordt toegevoegd aan de vloeistof in vat II.
- De zaden worden twee keer gewassen met telkens 200 L water.
- Ook deze vloeistoffen worden in vat II gedaan.
- Aan de inhoud van vat II wordt 3,0 L 1,9 molair zwavelzuuroplossing toegevoegd.
- Er ontstaat een suspensie van anatto.
- Na enkele uren bezinken wordt de vloeistof afgetapt en de anatto van de bodem geschept.
De zwavelzuuroplossing wordt in overmaat toegevoegd aan de verzamelde hoeveelheden natronloog. Hierbij treedt de volgende reactie op:
H+ (aq) + OH– (aq) → H2O (l)
Vraag 19 3 punten
Laat met behulp van een berekening zien dat zwavelzuur in overmaat wordt toegevoegd. Gebruik het gegeven dat twee mol H+ reageert per mol zwavelzuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
400 × 0,014 + 300 × 0,0063 = 7,5 (mol OH–)
11 (mol H+) 3,0 × 1,9 × 2 = (11 mol is meer dan 7,5 mol)
of
7,5 (mol OH–) reageert met 3,75 mol H2SO4
400 × 0,014 + 300 × 0,0063 = 3,0 × 1,9 = 5,7 (mol H2SO4 ) (5,7 mol is meer dan 3,75 mol)
- berekening van het aantal mol zwavelzuur in 3,0 L 1,9 molair zwavelzuuroplossing en berekening van het aantal mol zwavelzuur dat reageert met het totale aantal mol OH– (en conclusie): 3,0 (L) vermenigvuldigen met 1,9 (mol L–1) en het totale aantal mol OH– delen door 2 (en conclusie) (1p)
Opmerking De significantie in deze berekening niet beoordelen.
Tijdens de productie van anatto uit de zaden kan bixine gehydrolyseerd worden. Behalve norbixine ontstaat hierbij nog een andere stof.
Vraag 20 2 punten
Geef de structuurformule van deze stof.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien de formule CH4O of CH3 -HO is gegeven (1)
Opmerking Wanneer de formule CH3-OH is gegeven, dit goed rekenen.
Teun heeft voor zijn profielwerkstuk een bepaalde soort anatto onderzocht met dunne-laagchromatografie. In figuur 2 is het chromatogram weergegeven.
[figuur 2: zie het originele examen]
9 vloeistoffront 8 7 6
centimeter 5 o 4 o o 3 2 1 startlijn 0 mengsel anatto bixine en norbixine
Bij dunne-laagchromatografie wordt het begrip Rf-waarde gebruikt. De Rf-waarde wordt als volgt berekend:
afstand van startlijn tot midden van de vlek = Rf afstand van startlijn tot vloeistoffront
Op het chromatogram in figuur 2 heeft bixine een Rf-waarde van 0,49 en norbixine een Rf-waarde van 0,45.
Vraag 21 2 punten
Op welke twee verschillen in stofeigenschappen berust dunne-laagchromatografie?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien het antwoord “Verschil in absorptie en verschil in oplosbaarheid.” is gegeven (1)
Vraag 22 2 punten
Leg uit, aan de hand van figuur 2, of de onderzochte anatto alleen bixine of alleen norbixine is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Alleen norbixine, want norbixine heeft een kleinere Rf-waarde dan bixine en legt dus een kleinere afstand af vanaf de basislijn.
- De Rf-waarde van de anattovlek is 3,8/8,5=0,45 en deze Rf-waarde komt overeen met de Rf-waarde van norbixine.
Indien een antwoord is gegeven als: “Alleen norbixine, want de vlek (van anatto) zit op dezelfde hoogte als de vlek van norbixine in het mengsel.” (1)
Lignine
Hout bestaat voornamelijk uit cellulose en lignine. Cellulose en lignine zorgen voor de stevigheid van hout en behoren tot de meest voorkomende organische materialen op aarde. Cellulose is een zogenoemd bio-polymeer en behoort tot de polysachariden. Lignine is ook een bio-polymeer. Het bevat veel crosslinks. In figuur 1 is een gedeelte van de structuur van lignine weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen] H2C OH HC O O CH HC O H2C OH CH CH CH H3CO HC OH
OH
H3CO HO CH2 O CH H3CO H2C OH HC OH O CH HC OH
H2C OH OCH3 O CH H3CO HC O
Vraag 23 2 punten
Leg uit of de structuur van lignine in figuur 1 een weergave op microniveau of op macroniveau is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Het is een weergave op microniveau want het is een (gedeelte van een) structuurformule (en een structuurformule is microniveau).
- Het is een weergave op microniveau want er zijn (symbolen van) atomen weergegeven.
- Het is een weergave op microniveau want het is een (gedeelte van een) molecuul (lignine).
- Het is een weergave op microniveau want de (atoom)bindingen/crosslinks zijn weergegeven.
Voorbeelden van een onjuist antwoord zijn:
- Het is een weergave op macroniveau want lignine bestaat uit macromoleculen.
- Het is een weergave op microniveau want het is geen structuur op macroniveau.
- Er is een stof weergegeven, dus het is een weergave op macroniveau.
- Het is een weergave op microniveau want de structuur is niet met het blote oog te zien / is alleen met een microscoop te zien.
Indien als antwoord is gegeven dat het een weergave op microniveau is, zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: “Microniveau, want er zijn moleculen weergegeven.”, dit goed rekenen.
Uit cellulose kan bio-ethanol worden geproduceerd. De omzetting van cellulose tot bio-ethanol start met de hydrolyse van cellulose tot glucose.
Vraag 24 3 punten
Geef de reactievergelijking van de hydrolyse van cellulose tot glucose. Gebruik de formule (C6H10O5)n voor cellulose.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord als (C6 H10O5 )5 + 5 H2 O → 5 C6 H12O6 is gegeven (2) Indien het antwoord (C6 H10O5 )n + (n
- 1) H2O → n C6 H12O6 is gegeven (2) Indien het antwoord (C6 H10O5 )n + (H2O)n → n C6H12 O6 is gegeven (2) Indien een van de volgende antwoorden is gegeven: (1p)
- C6 H10O5 + H2O → C6 H12O6
- (C6 H10O5 )n + (H2O)n → (C6 H12O6 )n
- (C6 H10O5 )n + H2 O → (C6H12O6 )n
De vorming van ethanol uit glucose is hieronder weergegeven:
C6H12O6 → 2 C2H6O + 2 CO2 reactie 1
Vraag 25 2 punten
Bereken de atoomeconomie voor de vorming van ethanol volgens reactie 1. Maak gebruik van Binas-tabel 37H of ScienceData-tabel 1.7.7.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
2 × 46,1 ×102 = 51, 2 (%) 180
Indien de volgende berekening is gegeven: 46,1 ×102 =25, 6 (%) (1) 180
Opmerking De significantie in deze berekening niet beoordelen.
Om cellulose uit houtpulp (fijngemalen hout) te kunnen gebruiken voor de productie van bio-ethanol moet eerst de lignine worden verwijderd. Om lignine te verwijderen uit houtpulp, die afkomstig is van bijvoorbeeld snoeihout en houtafval, zijn grote hoeveelheden chemicaliën nodig. In recent onderzoek is een methode ontwikkeld om lignine en cellulose van elkaar te scheiden door gebruik te maken van een zogenoemde ionische vloeistof. Lignine lost op in de ionische vloeistof en cellulose niet. De gebruikte ionische vloeistof wordt gemaakt door een reactie van de base pyrrolidine met het zuur ethaanzuur (azijnzuur). De vergelijking van deze zuur-basereactie is hieronder weergegeven: CH2 CH2 O
1 mol pyrrolidine + 1 mol ethaanzuur → 1 mol CH2 CH2 + 1 mol CH3 C
- + O N
H H
Uit deze reactie ontstaat een zout dat vloeibaar is bij kamertemperatuur. De molecuulformule van de base pyrrolidine is af te leiden uit de bovenstaande reactievergelijking.
Vraag 26 2 punten
Geef de molecuulformule van de base pyrrolidine.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien de formule C4H9N+ of C4 H8NH+ is gegeven (1) Indien de formule C4H10 N of C4 H10N+ is gegeven (0)
Opmerking Wanneer in plaats van de molecuulformule de juiste structuurformule is gegeven, dit goed rekenen.
Om lignine uit houtpulp te verwijderen moet de houtpulp eerst worden gedroogd. Vervolgens wordt aan de droge houtpulp de ionische vloeistof toegevoegd. Het mengsel wordt flink geroerd en daarna wordt cellulose gescheiden van de lignine-oplossing. Op de volgende bladzijde is een gedeelte van het blokschema weergegeven van het proces waarbij cellulose en lignine worden verkregen uit hout met behulp van de ionische vloeistof.
blokschema 1
ionische droge vloeistof houtpulp lignine- S1 oplossing
cellulose
In dit blokschema is ervan uitgegaan dat houtpulp alleen bestaat uit cellulose en lignine. Andere bestanddelen zijn buiten beschouwing gelaten.
Vraag 27 2 punten
Noem de twee scheidingsmethoden die worden gebruikt bij de scheiding in scheidingsruimte S1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- extraheren (1)
- filtreren / bezinken (en afschenken) / centrifugeren (en afschenken) (1)
De lignine-oplossing wordt naar een scheidingsruimte (S2) overgebracht. Door indampen wordt de vaste stof lignine verkregen en de ionische vloeistof wordt gerecirculeerd. Op de uitwerkbijlage bij dit examen is blokschema 1 ook weergegeven.
Vraag 28 2 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet door het tekenen van:
- scheidingsruimte S2;
- stofstromen met de bijbehorende namen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een of meer extra blokken en/of stofstromen zijn getekend, hiervoor in totaal 1 scorepunt aftrekken.
De lignine kan worden verbrand en de verbrandingswarmte kan worden gebruikt in het hierboven beschreven proces om cellulose en lignine te verkrijgen uit hout.
Vraag 29 2 punten
Noem twee bewerkingen in het proces waarvoor deze warmte kan worden gebruikt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien uitsluitend als antwoord is gegeven “voor S1 en voor S2” (1)
Opmerkingen
- Wanneer als bewerking is genoemd “het maken van de ionische vloeistof”, hiervoor 1 scorepunt toekennen.
- Wanneer als bewerking is genoemd “het verwarmen van de ionische vloeistof / het verwarmen van S1”, hiervoor 1 scorepunt toekennen.
De verbranding van lignine kan met de volgende reactievergelijking worden weergegeven:
2 C5H6O2 (s) + 11 O2 (g) → 10 CO2 (g) + 6 H2O (l) reactie 2
(In deze reactievergelijking is lignine met de formule C5H6O2 weergegeven.)
Vraag 30 3 punten
Bereken de reactiewarmte van reactie 2, in J per mol C5H6O2, bij T = 298 K en p = p0. Maak hierbij gebruik van:
- De vormingswarmte van C5H6O2 (s):
- 7,0·105 J mol–1 (T = 298 K, p = p0).
- Binas-tabel 57A of ScienceData-tabel 9.2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
5 × (–3,935∙105 ) + 3 × (–2,86∙105)
- (–7,0∙105 ) = –21,3∙105 (J per mol C5 H6O2 ) of {2 × (+7,0∙105 ) + 10 × (–3,94∙105) + 6 × (–2,86∙105 )}: 2 = –21∙105 (J per mol C5 H6O2 )
Indien in een overigens juist antwoord de factor 105 niet is vermeld (2) Indien in een overigens juist antwoord één of meer fouten zijn gemaakt in de plus- of mintekens (2) Indien in een overigens juist antwoord een waarde anders dan 0 (J mol–1 ) is gebruikt voor de vormingswarmte van zuurstof (2)
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als: 7,0 + 5 × (–3,935) + 3 × (–2,86) = –21,3∙105 (J per mol C5H6 O2 ), dit goed rekenen.
- De significantie in deze berekening niet beoordelen.
ETFE
De kunststof ETFE wordt onder meer gebruikt als lichtgewicht materiaal om daken en wanden van gebouwen mee te construeren. De Watercube (het zwemstadion tijdens de Olympische Spelen 2008 in China) is een bekend voorbeeld.
Het dak en de wanden van de Watercube zijn gemaakt van ETFE-kussens. Deze zijn gemaakt van ETFE-folie met een dikte van 100·10–6 m en zijn gemonteerd op een stalen frame. ETFE is een copolymeer dat door poly-additie uit twee soorten monomeren wordt gevormd. De twee monomeren reageren daarbij in de molverhouding 1 : 1. In figuur 1 is de structuurformule van een gedeelte uit het midden van een ETFE-molecuul weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
H H F F H H F F
C C C C C C C C
H H F F H H F F
In dit gedeelte van ETFE wisselen de twee soorten monomeereenheden elkaar regelmatig af.
Vraag 31 2 punten
Geef de structuurformules van de twee soorten monomeren waaruit ETFE is gevormd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien als antwoord is gegeven:
1
Indien als antwoord is gegeven:
1
Indien als antwoord is gegeven:
1
Indien als antwoord is gegeven: C2 F4 en C2H4 (1) Indien als antwoord de structuurformules van ethaan en 1,1,2,2-tetrafluorethaan zijn gegeven (1)
ETFE heeft de volgende eigenschappen:
- Het laat 95% van het licht door. Dit is meer dan glas doorlaat, terwijl het slechts 1% van het gewicht van glas bezit.
- Een regenbui spoelt vuil en stof gemakkelijk van ETFE af.
- Het heeft een hoge smelttemperatuur.
Vraag 32 2 punten
Leg uit op microniveau, aan de hand van figuur 1, dat water niet goed hecht aan ETFE.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juist antwoord kan als volgt geformuleerd zijn: In ETFE(-ketens/-moleculen) komen geen OH of NH groepen voor. Dus er kunnen geen waterstofbruggen worden gevormd met watermoleculen.
Indien een antwoord is gegeven als: “(Een molecuul) ETFE bevat geen OH groep(en). Dus er kunnen geen waterstofbruggen worden gevormd met watermoleculen.” (1) Indien een antwoord is gegeven als: “(Een molecuul) ETFE bevat geen NH groep(en). Dus er kunnen geen waterstofbruggen worden gevormd met watermoleculen.” (1) Indien als antwoord is gegeven: “In ETFE(-ketens/-moleculen) komen geen OH of NH groepen voor. Dus er kunnen geen waterstofbruggen worden gevormd met water” (1) Indien als antwoord is gegeven: “Watermoleculen zijn polair/hydrofiel en ETFE(-moleculen) is (zijn) apolair/hydrofoob.” (1) Indien als antwoord is gegeven: “Water is polair/hydrofiel en ETFE is apolair/hydrofoob.” (0)
Vraag 33 2 punten
Noem twee gegevens in deze opgave waaruit blijkt dat ETFE een thermoplast is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste gegevens zijn: − Er zijn geen dwarsverbindingen (tussen de polymeermoleculen). / ETFE-moleculen zijn lineair / ketenvormig. − ETFE heeft een smelttemperatuur. / ETFE kan smelten. per juist gegeven (1) Voorbeelden van onjuiste gegevens zijn: − ETFE is een folie. − ETFE kan vervormd worden. − ETFE is buigzaam. (2)
Er zijn verschillende soorten ETFE die met de formule (C4H4F4)n kunnen worden weergegeven. Deze soorten verschillen van elkaar op microniveau en verschillen ook in stofeigenschappen.
Vraag 34 2 punten
Geef een verschil op microniveau en een verschil in stofeigenschappen. Noteer je antwoord als volgt: verschil op microniveau: …. verschil in stofeigenschappen: ….
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van juiste of goed te rekenen verschillen op microniveau:
- het aantal monomeereenheden (per molecuul) / de polymerisatiegraad / de index n / de ketenlengte / (de sterkte van) de vanderwaalsbindingen
- de volgorde van de twee soorten monomeereenheden / de structuurformule / de plaats van de H atomen en de F atomen aan de koolstofketen
Voorbeelden van juiste of goed te rekenen verschillen in stofeigenschappen:
- de smelttemperatuur
- de sterkte
- de dichtheid
- de doorlaatbaarheid van licht
- de kleur
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-18-1-o
Andere examens scheikunde havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en eigenschappen (8), rekenen aan reacties (7) en koolstofchemie (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.