Eindexamen scheikunde havo 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Passievruchtaroma in sauvignon blanc, Producten uit bischofiet, Fosfine in binnenvaartschepen, Uraan uit zeewater, Ammoniak-brandstofcel.

Kort antwoord

Het centraal examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (7), reactievergelijkingen (6) en koolstofchemie (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Rekenen aan reacties7, 13, 17, 20, 23, 27, 317
Reactievergelijkingen1, 5, 9, 16, 19, 326
Koolstofchemie2, 10, 243
Scheidingsmethoden4, 14, 253
Stoffen en eigenschappen8, 15, 183
Redoxreacties12, 28, 303
Reactiesnelheid3, 212
Bindingen6, 292
Zuren en basen11, 262
Atoombouw221
Duurzame chemie331

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over reactievergelijkingen (18% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over koolstofchemie (9% van de vragen, gemiddeld 17%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Passievruchtaroma in sauvignon blanc

Wijn wordt gemaakt uit druivensap waaraan gist wordt toegevoegd. In de gistcellen vinden verschillende reacties plaats. Bij een van die reacties wordt glucose uit druivensap omgezet tot koolstofdioxide en ethanol.

Vraag 1 3 punten

Geef de vergelijking voor deze omzetting in molecuulformules.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • de elementbalans juist in een vergelijking met uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (1p)

indien een of meer juiste structuurformules zijn gebruikt in plaats van de juiste molecuulformules (2)

Sauvignon blanc is een witte wijn met een passievruchtaroma. Dit aroma wordt onder meer veroorzaakt door de stof 3-MH. De stof 3-MH is niet aanwezig in druivensap, maar wordt door gistcellen gevormd uit de geurloze stof glutathion-3-MH. In figuur 1 zijn de structuurformules van glutathion-3-MH en 3-MH gegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

CH3 CH2 CH2 CH CH2 CH2 OH S

HO O CH2 CH3 CH2 CH2 CH CH2 CH2 OH

C O O O S H2N CH CH2 CH2 C N CH C N CH2 C OH H

H H

glutathion-3-MH 3-MH

Glutathion-3-MH is opgebouwd uit een tripeptide en een molecuul 3-MH. De laatste twee eenheden van het tripeptide zijn een cysteïne- en een glycine-eenheid.

De eerste aminozuur-eenheid van het tripeptide is anders gekoppeld dan de andere eenheden. Bij deze aminozuur-eenheid is de restgroep via een peptidebinding gekoppeld aan de cysteïne-eenheid.

Vraag 2 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef de naam van deze eerste aminozuur-eenheid. Gebruik Binas-tabel 67H1 of ScienceData-tabel 13.7c.

Licht toe waarom de restgroepen van cysteïne en glycine niet via een peptidebinding kunnen koppelen en de restgroep van de eerste aminozuur-eenheid wel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste toelichting zijn:

  • Cysteïne en glycine hebben geen carboxylgroep/COOH-groep (en ook geen NH-groep) in de restgroepen (en glutaminezuur wel, waardoor glutaminezuur via de restgroep peptidebindingen kan vormen).
  • De restgroepen van cysteïne en glycine kunnen niet via een condensatiereactie reageren (en de restgroep van glutaminezuur wel).

De omzetting van glutathion-3-MH naar 3-MH vindt plaats in drie stappen (figuur 2).

[figuur 2: zie het originele examen]

stap 1 stap 2 stap 3 glutathion-3-MH 3-MH-Cys-Gly 3-MH-Cys 3-MH

Deze stappen vinden plaats onder invloed van enzymen.

Vraag 3 1 punt

Geef een verklaring waarom het enzym dat stap 1 katalyseert niet ook stap 2 kan katalyseren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Enzymen zijn specifiek/selectief. − Het enzym van stap 1 katalyseert maar één soort reactie (alleen de omzetting van glutathion-3-MH). − Het enzym dat stap 1 katalyseert kan niet aan 3-MH-Cys-Gly binden. − De ruimtelijke structuur van glutathion-3-MH en 3-MH-Cys-Gly is anders (waardoor het enzym stap 2 niet kan katalyseren). (1)

Na het vergisten wordt de gist door middel van bezinken en afschenken gescheiden van de wijn. Dit proces zou sneller uitgevoerd kunnen worden door een andere scheidingsmethode toe te passen. Deze methode berust op hetzelfde verschil in stofeigenschap als bezinken.

Vraag 4 2 punten

Geef de naam van de andere scheidingsmethode en geef aan op welk verschil in stofeigenschap deze scheidingsmethode berust. Noteer je antwoord als volgt: scheidingsmethode: … verschil in stofeigenschap: …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • verschil in stofeigenschap: dichtheid (1p)

indien het volgende antwoord is gegeven: (1) scheidingsmethode: filtreren verschil in (stof)eigenschap: deeltjesgrootte

In sauvignon blanc is nog een andere stof aanwezig die bijdraagt aan het passievruchtaroma: 3-MHA (figuur 3). De stof 3-MHA is de ester van 3-MH en één andere stof.

[figuur 3: zie het originele examen]

O CH3 CH2 CH2 CH CH2 CH2 O C CH3 CH3 CH2 CH2 CH CH2 CH2 OH S S

H H 3-MHA 3-MH

Tijdens de opslag van de wijn kan hydrolyse van 3-MHA plaatsvinden. Op de uitwerkbijlage is de hydrolyse van 3-MHA onvolledig weergegeven.

Vraag 5 2 punten

Maak op de uitwerkbijlage de vergelijking van de hydrolyse van 3-MHA compleet. Gebruik structuurformules voor koolstofverbindingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • structuurformule van ethaanzuur na de pijl (1p)

indien de elementbalans onjuist is in een antwoord met de juiste formule van water en de juiste structuurformule van ethaanzuur (1)

Opmerkingen

  • Als water met een juiste structuurformule is weergegeven, dit goed rekenen.
  • Als een kloppende vergelijking is gegeven van de basische hydrolyse van 3-MHA, dit goed rekenen.

Om een geurstof in wijn te kunnen waarnemen, moet de geurdrempel van die geurstof worden overschreden. De geurdrempel wordt hier gedefinieerd als de minimale concentratie die de geurstof in wijn moet hebben om door mensen waargenomen te kunnen worden. De geurdrempel van 3-MHA is 4,0 ng L–1 en de geurdrempel van 3-MH is 60 ng L–1.

Havoleerling Danilo formuleert de volgende hypothese: De geurdrempel van een geurstof in wijn is hoger naarmate de geurstof beter in de wijn oplost. Wijn bestaat voor het grootste deel uit water.

Vraag 6 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Leg uit op microniveau welke geurstof beter in wijn oplost: 3-MHA of 3-MH. Gebruik de structuurformules uit figuur 3 en verwerk in je antwoord het soort binding dat hierbij betrokken is.

Geef aan of Danilo’s hypothese hiermee in overeenstemming is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: eerste deelvraag: 3-MH-moleculen hebben een OH-groep en kunnen waterstofbruggen vormen (met watermoleculen). (3-MHA-moleculen kunnen geen waterstofbruggen vormen.) De oplosbaarheid van 3-MH (in wijn) is dus hoger (dan die van 3-MHA).

tweede deelvraag: (3-MH heeft een hogere geurdrempel dan 3-MHA.) Danilo’s hypothese is hiermee in overeenstemming.

Opmerking Als in de uitleg bij de eerste deelvraag geen aanduidingen op microniveau zijn gebruikt voor 3-MH en water, dit slechts eenmaal aanrekenen.

Hoe sterk het passievruchtaroma in wijn wordt waargenomen, kan worden berekend met de Odour Activity Value (OAV).

concentratie van de geurstof in de wijn OAV = geurdrempel van de geurstof in de wijn

In tabel 1 staan gegevens over de concentraties 3-MH en 3-MHA in een bepaalde fles sauvignon blanc.

[tabel 1: zie het originele examen]

geurstof concentratie in geurdrempel OAV vloeistof (ng/L) (ng/L) 3-MHA 2,50·103 4,0 6,3·102 3-MH 1,80·104 60 3,0·102

De totale OAV van 3-MH en 3-MHA bij elkaar opgeteld is volgens tabel 1 gelijk aan 9,3·102. Wanneer sauvignon blanc lang bewaard wordt, zal het passievruchtaroma minder sterk worden. Een oorzaak hiervan is de omzetting van 3-MHA tot 3-MH. De totale OAV neemt hierdoor af.

Na een bepaalde tijd is 50% van de 3-MHA in tabel 1 omgezet tot 3-MH.

Vraag 7 4 punten

Bereken de nieuwe totale OAV. Gebruik de volgende gegevens:

waarden uit tabel 1;

uit 1,3 gram 3-MHA wordt 1,0 gram 3-MH gevormd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

(De concentratie van 3-MHA is 2,50·103 ng per L wijn.) 50% wordt omgezet tot 3-MH. 50 Per liter is de massa: 2 × 2,50 ·103 = 1, 25 ·103 (ng). 10 3 Uit 1,25·10 ng 3-MHA wordt gevormd aan 3-MH: 1, 25 ·103 × 1, 0 = 9, 62 ·102 (ng). 1,3 De nieuwe concentratie 3-MH is dus: 9, 62 ·102 + 1,80 ·104 = 1,90 ·104 (ng L–1).

1,90 ·104 1, 25 ·103 De totale OAV is + = 6,3 ·102 .

60 4, 0

Producten uit bischofiet

In hoogovens wordt ijzererts omgezet tot vloeibaar ijzer. De wanden van hoogovens moeten dus bestand zijn tegen zeer hoge temperaturen. Deze wanden worden daarom gemaakt van een hittebestendige stof zoals magnesiumoxide (MgO).

Vraag 8 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef de minimumtemperatuur waartegen een hoogovenwand bestand moet zijn. Gebruik Binas-tabel 40A of ScienceData-tabel 8.1.

Leg uit aan de hand van een getalwaarde uit Binas-tabel 42A of ScienceData-tabel 8.3 dat magnesiumoxide vast is bij deze minimum- temperatuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (De minimumtemperatuur is) 1811 K / 1538 °C. Magnesiumoxide is bij deze minimumtemperatuur nog een vaste stof, omdat magnesiumoxide pas smelt bij 3098 K / 2825 °C.

Magnesiumoxide wordt gemaakt uit bischofiet: MgCl2·6H2O. Bischofiet is een vaste stof die kan worden gewonnen uit een meters dikke bischofiet-laag die zich op ongeveer anderhalve kilometer onder de grond bevindt. Door een metalen buis wordt water in deze laag geïnjecteerd. Het bischofiet lost hierin op.

Vraag 9 3 punten

Geef de vergelijking van dit oplossen van bischofiet. Geef ook de toestandsaanduidingen.

Bekijk het antwoord

Opmerking Als bij H2O na de pijl de fase ‘aq’ is gegeven, dit goed rekenen.

Doordat het bischofiet oplost, ontstaat een ruimte die caverne wordt genoemd. Deze caverne is gevuld met een oplossing van magnesiumchloride (MgCl2). Op deze oplossing wordt een vloeistoflaag aangebracht die dak-olie wordt genoemd. De dak-olie voorkomt dat de zoutlagen boven de bischofiet-laag oplossen, zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

MgCl2-oplossing H2O H2O

bovenste grondlaag

zoutlagen

dak-olie H2O H2O caverne

MgCl2-oplossing bischofiet-laag

Een aantal stoffen is onderzocht op bruikbaarheid als dak-olie. Ethaan-1,2-diol is ook onderzocht, maar bleek ongeschikt.

Vraag 10 2 punten

Geef de structuurformule van ethaan-1,2-diol.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • twee OH-groepen gegeven (1)
  • rest van de structuurformule juist (1)

Doordat in het water een kleine hoeveelheid zuurstof is opgelost, kan corrosie van de metalen buis optreden. Aan het water wordt daarom een kleine hoeveelheid natriumsulfiet-oplossing (Na2SO3) toegevoegd, waardoor corrosie wordt verhinderd. In de buis treden de volgende halfreacties op:

SO32– + H2O → SO42– + 2H+ + 2 e– (halfreactie a) O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH– (halfreactie b)

Bij de omzetting van sulfiet tot sulfaat blijkt de pH van de oplossing in de buis niet te veranderen.

Vraag 11 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Leid de vergelijking af van de totale reactie die in de buis optreedt.

Licht toe dat uit de vergelijking van de totale reactie blijkt dat de pH niet verandert door de omzetting van sulfiet tot sulfaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

SO32– + H2O → SO42– + 2 H+ + 2 e– (2×) O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH– (1×) +

2 SO32– + O2 → 2 SO42–

De deeltjes H+ en OH– komen niet voor in de vergelijking van de totale reactie. (De pH verandert dus niet.)

of

SO32– + H2O → SO42– + 2 H+ + 2 e– (2×) O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH– (1×) +

2 SO32– + 4 H2O + O2 → 2 SO42– + 4 H+ + 4 OH–

Er ontstaan evenveel deeltjes H+ als deeltjes OH–. Deze deeltjes vormen samen H2O dus de vergelijking wordt:

2 SO32– + O2 → 2 SO42– (De pH verandert dus niet.)

of

SO32– + H2O → SO42– + 2 H+ + 2 e– (2×) O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH– (1×) +

2 SO32– + 4 H2O + O2 → 2 SO42– + 4 H+ + 4 OH–

Er ontstaan evenveel deeltjes H+ als deeltjes OH– (dus de pH verandert niet). / Alle deeltjes H+ en OH– neutraliseren elkaar (dus de pH verandert niet).

Opmerking Wanneer een evenwichtsteken is gebruikt in plaats van een reactiepijl, dit goed rekenen.

Vraag 12 1 punt

Verklaar dat het toevoegen van sulfiet-ionen corrosie verhindert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Corrosie is een reactie met zuurstof. De (opgeloste) zuurstof reageert met sulfiet-ionen (en kan dus geen corrosie meer veroorzaken). − Zuurstof reageert niet met het metaal, maar met sulfiet. (1)

De MgCl2-oplossing die uit de bodem wordt gewonnen, wordt verzameld in bezinkbakken. Aan de MgCl2-oplossing wordt de vaste stof dolime toegevoegd. Dolime is een mengsel van de stoffen calciumoxide en magnesiumoxide. Wanneer dolime aan de MgCl2-oplossing wordt toegevoegd, treedt reactie 1 op. Door reactie 1 ontstaan de vaste stof magnesiumhydroxide (Mg(OH)2) en een oplossing van calciumchloride (CaCl2).

CaO + MgO + 2 H2O + Mg2+ 2 Mg(OH)2 + Ca2+ (reactie 1)

dolime

Vraag 13 2 punten

Bereken hoeveel ton Mg(OH)2 gemaakt kan worden uitgaande van 1,0 ton MgCl2 en voldoende dolime. 1,0 ton = 1,0·103 kg.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

1, 0 · 103 × 103 De chemische hoeveelheid MgCl2 is = 1, 05 ·104 (mol). 95, 2 De chemische hoeveelheid Mg(OH)2 is 1, 05 ·104 × 2 = 2,10 ·104 (mol).

2,10 ·104 × 58,3 De massa van Mg(OH)2 is = 1, 2 (ton). 106

Het Mg(OH)2 bezinkt. Het grootste deel van het Mg(OH)2 wordt in een reactor (R) ontleed tot MgO en water. Een klein deel van het Mg(OH)2 wordt afgevoerd en verkocht. De CaCl2-oplossing wordt in een scheidingsruimte (S) ingedampt.

In figuur 2 en op de uitwerkbijlage is een blokschema van dit proces schematisch en onvolledig weergegeven. In dit proces worden de volgende stoffen geproduceerd: CaCl2, Mg(OH)2 en MgO.

[figuur 2: zie het originele examen]

MgCl2-oplossing

bezinkbak

Vraag 14 4 punten

Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.

Teken de ontbrekende reactor (R) en scheidingsruimte (S) in het blokschema. Houd hierbij rekening met de plaats waar de stofstromen de bezinkbak verlaten.

Teken de ontbrekende pijlen.

Noteer de nummers van de stoffen bij de juiste pijl.

1 vast CaCl2

2 vast Mg(OH)2

3 vast MgO

4 CaCl2-oplossing

5 vast dolime

6 water (vloeibaar of gasvormig)

Je mag de nummers vaker dan één keer gebruiken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de gedeeltelijke afvoer van stof 2 is getekend als een afzonderlijke stofstroom die de bezinkbak aan de onderzijde verlaat, dit niet aanrekenen.
  • Als aan een stofstroom een extra stof is toegevoegd, dit slechts eenmaal aanrekenen.
  • Als de uitstroom van stoffen 3 en 6 uit R met één pijl is weergegeven, dit niet aanrekenen.

Fosfine in binnenvaartschepen

Fosfine (PH3) is een brandbaar en zeer giftig gas. Het wordt gebruikt voor bestrijding van ongedierte, bijvoorbeeld in de lading van een schip.

tekstfragment

Bij een meting op een schip in Utrecht werden concentraties fosfine gemeten van meer dan 300 massa-ppm. Voor mensen is de stof al gevaarlijk vanaf een concentratie van 0,5 massa-ppm. Fosfine wordt niet als gas in het ruim van een schip verspreid, maar er worden pillen met magnesiumfosfide in het ruim van het schip gelegd. Het magnesiumfosfide in de pillen zal langzaam reageren met waterdamp, waarbij gasvormige fosfine wordt gevormd.

naar: nos.nl (zomer 2021)

De verhoudingsformule van magnesiumfosfide is Mg3P2.

Vraag 15 2 punten

Leid met behulp van de verhoudingsformule Mg3P2 de formule van het fosfide-ion af.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: De totale lading van de (positieve) magnesium-ionen is 3 × 2 + = 6 + . De twee fosfide-ionen hebben dus een lading van 6–. 6− Elk fosfide-ion heeft dus een lading van = 3− . 2 Dus (een fosfide-ion heeft als formule) P3–.

Opmerkingen

  • Als de formule van een fosfide-ion is weergegeven als P26–, dit goed rekenen.
  • Als het antwoord P3– is gegeven zonder afleiding of met een foutieve afleiding, hiervoor geen scorepunten toekennen.

Bij de reactie van magnesiumfosfide met waterdamp ontstaan uitsluitend de stoffen fosfine (PH3) en magnesiumhydroxide (Mg(OH)2).

Vraag 16 2 punten

Geef de vergelijking van deze reactie.

Bekijk het antwoord
  • Mg3P2 en H2O voor de pijl en PH3 en Mg(OH)2 na de pijl (1)
  • de elementbalans juist in een vergelijking met uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (1)

Op de website van een leverancier van magnesiumfosfidepillen staat het volgende vermeld:

1 magnesiumfosfidepil zal maximaal 0,20 gram fosfine vormen.

Vraag 17 3 punten

Bereken hoeveel magnesiumfosfidepillen minimaal in het ruim van het schip uit het tekstfragment zijn gelegd om een concentratie fosfine van 300 massa-ppm te krijgen. Gebruik de volgende aannames:

De dichtheid van de lucht in het ruim was 1,293 kg m–3.

Het volume van het ruim van het schip was 925 m3.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

De massa aan lucht die het ruim bevat is 1, 293 × 925 = 1, 20 ·103 (kg). De massa van fosfine is 300 massa-ppm van 1,20·103 (kg): 300 1, 20 ·103 × 6 = 3,59 ·10−1 (kg). 10 3,59 ·10−1 Per pil ontstaat 0,20 g fosfine, dus −4 = 1,8 ·103 (pillen). 2, 0 ·10

  • rest van de berekening (1p)

of

300 De concentratie fosfine in het ruim is 1, 293 × 6 = 3,88 ·10−4 (kg m −3 ). 10 De massa fosfine in het ruim is 3,88 ·10 × 925 = 3,59 ·10−1 (kg). −4

3,59 ·10−1 × 103 Per pil ontstaat 0,20 g fosfine, dus = 1,8 ·103 (pillen). 0, 20

Een veiligheidsinspecteur die de lading van een binnenvaartschip controleert, moet rekening houden met de aanwezigheid en bijbehorende gevaren van fosfine. Op de veiligheidskaart van fosfine staan de volgende H-zinnen vermeld: H220, H250, H280, H314, H318, H330, H400. Niet alle H-zinnen zijn van belang voor de gezondheid van de veligheidsinspecteur.

Vraag 18 2 punten

Geef het nummer van een van deze H-zinnen die niet van belang is voor de gezondheid van de veiligheidsinspecteur en leg uit waarom deze H-zin niet van belang is. Gebruik Binas-tabel 97E of ScienceData-tabel 38.3. Noteer je antwoord als volgt:

nummer H-zin: ...

uitleg: …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • H280: deze H-zin slaat op gassen onder druk. In het ruim van het schip heerst een normale luchtdruk. (H280 is daarom niet van belang voor de gezondheid van de inspecteur.)
  • H400: deze H-zin geeft gevaar aan voor organismen die in het water leven. (H400 is daarom niet van belang voor gezondheid van de inspecteur.) / De inspecteur leeft niet in water. / De inspecteur onderzoekt het water niet.

Ook de brandbaarheid van fosfine kan tot gevaarlijke situaties leiden. Als de concentratie fosfine in de lucht hoog genoeg wordt, kan fosfine spontaan ontbranden. Bij deze verbrandingsreactie wordt uitsluitend fosforzuur gevormd.

Vraag 19 3 punten

Geef de vergelijking van de verbrandingsreactie van fosfine.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • de elementbalans juist bij uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (1p)

indien het volgende antwoord is gegeven: (2)

2 PH3 + 3 O2 → 2 H3PO3

Spontane ontbranding komt doordat de reactie waarbij fosfine ontstaat exotherm is. De temperatuur stijgt als gevolg hiervan, waardoor fosfine kan ontbranden. Daarom bevatten magnesiumfosfidepillen ammoniumcarbamaat (NH2CO2NH4). De aanwezigheid van ammoniumcarbamaat in de pillen verkleint de kans op spontane ontbranding. Als de temperatuur boven de

60 °C komt, zal ammoniumcarbamaat ontleden volgens reactie 1.

NH2CO2NH4 (s) → 2 NH3 (g) + CO2 (g) (reactie 1)

Vraag 20 3 punten

Bereken de reactiewarmte van reactie 1 per mol ammoniumcarbamaat. Gebruik:

Binas-tabel 57 of ScienceData-tabel 9.2;

de vormingswarmte van ammoniumcarbamaat: –6,43·105 J mol–1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn: (6,43

  • 2 × 0,46
  • 3,94) ·105 = 1,57 ·105 (J mol−1 )

of

− Ebegin + Eeind =

  • (−6, 43 ·105 ) + 2 × (−0, 46 ·105 ) + (−3,94 ·105 ) = 1,57 ·105 (J mol−1 )

Opmerking De volgende berekening van de reactiewarmte goed rekenen: 6,43

  • 2 × 0,46
  • 3,94 = 1,57 · 105 (J mol −1 )

De kans op spontane ontbranding van fosfine is het grootst dicht bij de pil, waar de fosfineconcentraties hoog kunnen oplopen. De ontleding van ammoniumcarbamaat (reactie 1) verkleint deze kans op twee manieren:

Manier 1: de ontleding van ammoniumcarbamaat is endotherm.

Manier 2: bij de ontleding van ammoniumcarbamaat ontstaan gassen.

Vraag 21 2 punten

Leg voor elke manier uit hoe deze de kans op spontane ontbranding van fosfine verkleint. Noteer je antwoord als volgt: Manier 1: … Manier 2: …

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste uitleg bij manier 1 zijn:

  • (Reactie 1 is endotherm.) De temperatuur zal hierdoor (dicht bij de pil) minder snel oplopen / lager blijven / dalen.
  • De ontbrandingstemperatuur van fosfine wordt niet / minder snel bereikt. / Er is minder energie over voor de ontbranding van fosfine.
  • De energie die ontstaat bij de exotherme vorming van fosfine wordt weggenomen door deze endotherme reactie.

Voorbeelden van een juiste uitleg bij manier 2 zijn:

  • De concentratie fosfine (dicht bij de pil) zal door het ontstaan van andere gassen minder snel oplopen / lager blijven / dalen. / De ontstane gassen verdrijven fosfine. (Volgens de tekst kan de zelfontbranding pas plaatsvinden als de concentratie fosfine hoog genoeg is.)
  • (Tijdens reactie 1 ontstaan gassen.) Zuurstof in de lucht (dicht bij de pil) wordt hierdoor verdrongen. / De concentratie zuurstof zal hierdoor omlaag gaan (en zuurstof is nodig om fosfine te verbranden).

Uraan uit zeewater

Uraan kent verschillende toepassingen. Het bekendst is de toepassing als energiebron voor kerncentrales. Hiervoor is de isotoop U-235 nodig.

Vraag 22 2 punten

Hoeveel protonen en neutronen bevat de kern van een atoom U-235? Noteer je antwoord als volgt: Aantal protonen: … Aantal neutronen: …

Bekijk het antwoord
  • aantal protonen: 92 (1)
  • aantal neutronen: 235 verminderd met het gegeven aantal protonen (1)

Tot nu toe wordt uraan in de vorm van erts afgegraven uit mijnen. Bij een jaarlijkse wereldwijde behoefte van 6,0·107 kg uraan zullen deze mijnen een voorraad uraan hebben voor slechts 80 jaar. Zeewater is een veel grotere bron van uraan. Winning van uraan uit zeewater staat daarom in de belangstelling. Een probleem hierbij is echter dat het gehalte in zeewater laag is: 3,38·10–9 kg uraan per L.

Vraag 23 2 punten

Bereken het volume aan zeewater in m3, dat minimaal nodig is om de jaarlijkse wereldwijde behoefte aan uraan uit zeewater te halen. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: (De jaarlijkse wereldwijde behoefte is 6,0·107 kg uraan, dus) er is nodig: 6, 0 ·107 −9 = 1,8 ·1016 (L) zeewater. 3,38 ·10 Dat komt overeen met 1,8·1013 m3.

In zeewater is uraan vooral aanwezig in de vorm van het UO22+-ion. De winning van uraan uit zeewater is nog experimenteel. Voor deze winning worden polymeren gebruikt die in staat zijn om UO22+-ionen te binden. De basis van dit polymeer is het peptide omiganan. De aminozuurvolgorde van omiganan is als volgt:

Ile-Leu-Arg-Trp-Pro-Trp-Trp-Pro-Trp-Arg-Arg-Lys (omiganan)

Omiganan is in staat om water te binden.

Vraag 24 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef het 3-lettersymbool van één aminozuur-eenheid in een omigananmolecuul waarvan de restgroep één of meerdere watermoleculen kan binden.

Geef ook het structuurkenmerk van deze restgroep dat voor deze binding verantwoordelijk is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Arg (De) NH-groep / (De) NH2-groep / NH-groepen / De NH2-groep en de NH-groep (is/zijn verantwoordelijk voor de binding van watermoleculen.)
  • Trp (De) NH-groep (is verantwoordelijk voor de binding van watermoleculen.)
  • Lys (De) NH2-groep (is verantwoordelijk voor de binding van watermoleculen.)

Opmerking Als in plaats van het 3-lettersymbool de naam of het 1-lettersymbool is gegeven, dit goed rekenen.

Als omiganan gecrosslinkt wordt, ontstaat een hydrogel. Een hydrogel is een vaste, onoplosbare stof die gebonden water bevat. Behalve water kan deze hydrogel ook UO22+-ionen uit het zeewater binden. Zo kan de hydrogel UO22+-ionen uit zeewater halen. Andere ionen in zeewater worden namelijk niet of in veel mindere mate aan de hydrogel gebonden.

Onderzoekers wilden de massa aan UO22+-ionen bepalen die per gram hydrogel gebonden kan worden. Dit onderzoek werd als volgt uitgevoerd: Stap 1: Een bepaalde hoeveelheid hydrogel werd in een bak gelegd waar zeewater doorheen werd gepompt. Stap 2: Na enkele weken werd de hydrogel uit de bak met zeewater gehaald en spoelden de onderzoekers de hydrogel met gedestilleerd water. Stap 3: De hydrogel werd in een oplossing van de stof EDTA gelegd. Hierdoor kwamen de UO22+-ionen weer los van de hydrogel en bonden aan EDTA-ionen. Stap 4: UO22+-ionen werden weer losgemaakt van EDTA-ionen en de massa van de UO22+-ionen werd bepaald.

Vraag 25 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef een reden waarom het in dit onderzoek nodig is om de hydrogel in stap 2 te spoelen.

Licht toe of het overslaan van dit spoelen leidt tot een te hoge of te lage uitkomst van de bepaling van de massa gebonden UO22+-ionen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Het doel was om de massa aan UO22+-ionen te bepalen die per gram hydrogel gebonden kan worden.) Door te spoelen worden alle niet-gebonden UO22+-ionen van de hydrogel gespoeld. Als de onderzoekers vergeten te spoelen, zal de bepaling dus leiden tot een te hoge uitkomst.

In stap 3 kwamen de UO22+-ionen los van de hydrogel omdat deze ionen beter binden met EDTA-ionen dan met de hydrogel. In het onderzoek werd een oplossing van het zout Na2-EDTA gebruikt. In figuur 1 is de structuurformule van de vaste stof Na2-EDTA weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

O O

C H2C CH2 C HO O Na N CH2 CH2 N O O

C H2C CH2 C Na O OH

Na oplossen van Na2-EDTA in water ontstaan vrije EDTA-ionen. Deze ionen worden weergegeven met de formule Y2–. Door de pH te veranderen kan men Y2–-ionen omzetten tot Y4–-ionen. Per Y4–-ion kan één UO22+-ion worden gebonden.

Vraag 26 2 punten

Leg uit of er een zuur of een base nodig is om Y2– om te zetten tot Y4–. Gebruik figuur 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Om Y2– om te zetten tot Y4– worden H+-ionen afgestaan. Er is dus een base nodig (om een H+-ion te kunnen opnemen).
  • Y2– wordt Y4–. Er moet dus een base worden toegevoegd, zodat H+-ionen kunnen worden opgenomen.
  • consequente conclusie (1p)

indien een antwoord als het volgende is gegeven: Y4– is meer min dan Y2–, dus er is een base nodig. (1) indien het volgende antwoord is gegeven: Y2– wordt Y4–, dus er is een base nodig. (0)

De hydrogel kan na stap 3 worden hergebruikt. Na het uitvoeren van de stappen 1 tot en met 4 werd per gram gebruikte hydrogel 2,99·10–5 mol UO22+-ionen verkregen. Dit proces is voor verbetering vatbaar, omdat er erg grote hoeveelheden hydrogel nodig zijn om de wereldwijde jaarlijkse behoefte aan uraan voor kerncentrales te kunnen leveren.

Vraag 27 4 punten

Bereken hoeveel kg hydrogel nodig is om de wereldwijde jaarlijkse behoefte aan uraan (U) voor kerncentrales te kunnen leveren. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers. Ga uit van de volgende gegevens en aannames:

De gel wordt per jaar 17 keer gebruikt.

De wereldwijde jaarlijkse behoefte aan U is 6,0·107 kg.

De molaire massa van U is 238 g mol–1.

Bij de omzetting van UO22+-ionen naar U treedt geen verlies op.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De massa uraan die per gram hydrogel per ronde van gebruik kan worden verkregen is 2,99 ·10−5 × 238 = 7,12 ·10−3 (g) . Per gram hydrogel is dat in totaal na 17 keer gebruik: 7,12 ·10−3 × 17 = 1, 21 ·10−1 (g). 6, 0 ·107 × 103 Er is dus nodig aan hydrogel: −1 = 5, 0 ·1011 (g) . 1, 21·10 8 Dat is 5,0·10 (kg).

De massa uraan die per gram hydrogel per ronde van gebruik kan worden verkregen, is 2,99 ·10−5 × 238 = 7,12 ·10−3 (g) . 6, 0 ·107 × 103 De massa hydrogel zou dus zijn = 8, 43 ·1012 (g). 7,12 · 10−3 Maar omdat de hydrogel 17 keer wordt gebruikt, is er nodig aan hydrogel: 8, 43 ·1012 = 4,96 ·1011 (g) . Dat is 5,0·108 (kg). 17

  • omrekening naar de totale massa hydrogel die nodig zou zijn bij eenmalig gebruik (1p)

De chemische hoeveelheid uraan die wereldwijd nodig is, is 6, 0 ·107 × 103 = 2,52 ·108 (mol) . 238 De chemische hoeveelheid U die per gram hydrogel, na 17 keer gebruiken wordt verkregen is 2,99 ·10−5 × 17 = 5, 08 ·10−4 (mol) . 2,52 ·108 × 10−3 Het aantal kg hydrogel dat nodig is, is dus −4 = 5, 0 ·108 (kg) . 5, 08 ·10

  • berekening van de chemische hoeveelheid uraan die wereldwijd nodig is (1p)
  • berekening van de chemische hoeveelheid uraan die per gram hydrogel na 17 keer gebruiken verkregen kan worden (1p)

Opmerking

  • Als in een juiste berekening met een molaire massa van 235 g mol–1 is gerekend, dit goed rekenen.
  • Fouten in de omrekening van eenheden slechts eenmaal aanrekenen.

Ammoniak-brandstofcel

De meeste auto’s met een brandstofcel gebruiken waterstof als brandstof. Om een ‘volle’ tank waterstof te krijgen, moet waterstof onder zeer hoge druk worden opgeslagen. Dit opslaan onder hoge druk is niet nodig als waterstof met stikstof uit de lucht eerst wordt omgezet tot ammoniak.

N2 + 3 H2 → 2 NH3 (reactie 1)

Ammoniak is ook geschikt als brandstof in een brandstofcel en kan gemakkelijker vloeibaar gemaakt worden dan waterstof. In figuur 1 is een ammoniak-brandstofcel schematisch weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

lampje

H2O + lucht (zonder O2) H2O + N2

OH− C-MnO2-elektrode

C-Ni-elektrode

OH−

OH−

H2O + lucht (met O2) NH3

membraan

In deze brandstofcel reageert zuurstof aan de C-MnO2-elektrode volgens halfreactie a:

O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH– (halfreactie a)

Aan de C-Ni-elektrode reageert ammoniak volgens halfreactie b. Halfreactie b is hieronder onvolledig weergegeven: de coëfficiënten ontbreken.

NH3 + OH– → N2 + H2O + e– (halfreactie b)

Vraag 28 2 punten

Neem halfreactie b over en maak deze kloppend.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de elementbalans juist (1)
  • de ladingsbalans juist (1)

De C-MnO2-elektrode bevat 20 massaprocent MnO2. MnO2 dient als katalysator en niet als geleidend materiaal.

Vraag 29 2 punten

Leg uit aan de hand van de microstructuur van MnO2 dat deze stof geen elektrische stroom kan geleiden in vaste toestand. Gebruik in je antwoord begrippen op microniveau.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: MnO2 bestaat uit ionen. Als MnO2 in vaste toestand is, kunnen deze ionen niet vrij bewegen / liggen de ionen vast in een ionrooster. (Vast MnO2 kan dus geen elektrische stroom geleiden.)

Vraag 30 2 punten

Leg uit of de C-MnO2-elektrode de positieve of de negatieve elektrode van de brandstofcel is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Bij de C-MnO2-elektrode worden elektronen opgenomen. Dit is dus de positieve elektrode.
  • Aan de C-MnO2-elektrode reageert de oxidator. De C-MnO2-elektrode is dus de positieve elektrode.
  • De C-Ni-elektrode staat elektronen af en is dus de negatieve elektrode. C-MnO2-elektrode is dus de positieve elektrode.

In een waterstof-brandstofcel reageren waterstof en zuurstof tot water. Het gebruik van ammoniak als brandstof komt neer op dezelfde reactie, maar dan in twee stappen. Stap 1: Waterstof en stikstof worden omgezet tot ammoniak (reactie 1). Stap 2: In een ammoniak-brandstofcel reageren ammoniak en zuurstof tot stikstof en water.

In figuur 2 zijn de energie-effecten in de waterstof-brandstofcel (∆E1) en in de ammoniak-brandstofcel (∆E3) weergegeven in één energiediagram.

[figuur 2: zie het originele examen] waterstof-brandstofcel ammoniak-brandstofcel

H 2 + O 2 + N2 Δ E2 energie NH3 + O2 Δ E1 Δ E3

H2O + N2 H2O + N2

Uit figuur 2 blijkt dat de ammoniak-brandstofcel minder energie levert per mol waterstof dan de waterstof-brandstofcel.

Vraag 31 2 punten

Leg uit aan de hand van figuur 2 of stap 1 een exotherme of een endotherme reactie is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Het energieniveau van de reactieproducten van stap 1/reactie 1 ligt lager dan het energieniveau van de beginstoffen. (Er komt dus energie vrij.) De reactie is dus exotherm.
  • De pijl van stap 1/reactie 1 wijst omlaag. (Er komt dus energie vrij). De reactie is dus exotherm.
  • ∆E2 hoort bij stap 1/reactie 1 en ∆E2 is een negatief getal (want de pijl wijst omlaag). De reactie is dus exotherm.

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Stoffen die reageren in een brandstofcel, zouden ook direct verbrand kunnen worden. Bij de verbranding van ammoniak ontstaan dan niet alleen N2 en H2O; onder bepaalde omstandigheden kunnen dan ook stikstofoxides gevormd worden. Stikstofoxides hebben een negatief effect op het milieu.

Vraag 32 3 punten

Geef de reactievergelijking voor de verbranding van ammoniak, waarbij uitsluitend stikstofmono-oxide en water gevormd worden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend NH3 en O2 voor de pijl en uitsluitend NO en H2O na de pijl (1)
  • N- en H-balans juist (1)
  • O-balans juist (1)

Vraag 33 1 punt

Geef een negatief effect van stikstofoxides op het milieu.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: (Sommige) stikstofoxides zijn (indirect) een broeikasgas.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1028-a-24-2-o

Andere examens scheikunde havo

Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2024, tijdvak 2?

Het centraal examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (7), reactievergelijkingen (6) en koolstofchemie (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2024, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-2/ha-1028-a-24-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.