Eindexamen scheikunde havo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Zonnebrandstof, Alpaca, Chemie in olieverf, Kunstgrasmat, Scheepvaart over op LNG?.

Kort antwoord

Het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (9), bindingen (4) en scheidingsmethoden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Koolstofchemie2-3, 15-16, 21-259
Bindingen6, 10, 20, 314
Scheidingsmethoden7, 30, 32-334
Rekenen aan reacties8-9, 14, 294
Duurzame chemie1, 28, 343
Stoffen en eigenschappen19, 26-273
Redoxreacties4, 122
Reactiesnelheid5, 132
Zuren en basen11, 182
Reactievergelijkingen171

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over koolstofchemie (26% van de vragen, gemiddeld 16%). Minder over reactievergelijkingen (3% van de vragen, gemiddeld 11%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Zonnebrandstof

tekstfragment

“Iedere dertig minuten vangt de aarde een hoeveelheid zonlicht op waarmee we de hele wereld een jaar lang van energie kunnen voorzien. Hier ligt voor ons de uitdaging. We moeten gebruikmaken van deze mogelijkheid.” Met deze woorden opende toenmalig kroonprins Willem Alexander in 2011 een seminar in Dresden.

naar: www.groenegrondstoffen.nl

Wetenschappers hebben iets bedacht om zonlicht te kunnen gebruiken als ‘zonnebrandstof’. Voor deze zonnebrandstof wordt zonne-energie gebruikt die is opgevangen door zonnecellen, om water te ontleden tot waterstof en zuurstof. De gevormde waterstof wordt vervolgens door de genetisch aangepaste bacteriesoort R. eutropha met koolstofdioxide omgezet tot de zonnebrandstof isopropylalcohol (IPA). Dit proces is vereenvoudigd weergegeven in figuur 1a.

[figuur 1: zie het originele examen]

zonnecel

elektrode A CO2 elektrode B

reactor met zoutoplossing

4 H+ + O2 H2

2 H2O 2 H+ H

H O H H2 + CO2 IPA bacterie

H C C C H

H H H

1a. reactor voor het maken van zonnebrandstof 1b. structuurformule IPA

Het proces in figuur 1a heeft overeenkomsten met de natuurlijke fotosynthese. Beide processen hebben bijvoorbeeld zonlicht als energiebron nodig.

Vraag 1 2 punten

Geef nog twee andere overeenkomsten tussen de hierboven beschreven vorming van zonnebrandstof en fotosynthese.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van juiste overeenkomsten zijn:

  • Er wordt (bij beide processen) zuurstof gevormd.
  • Er wordt (bij beide processen) koolstofdioxide gebruikt/omgezet.
  • Er wordt (bij beide processen) water gebruikt/omgezet.
  • Er ontstaat (bij beide processen) een brandstof/organische stof.
  • De processen zijn endotherm.
  • De processen vinden plaats in een levend organisme.
  • De processen maken gebruik van redoxreacties.

Isopropylalcohol (IPA) is een triviale naam. De structuurformule van IPA is in figuur 1b weergegeven.

Vraag 2 2 punten

Geef de systematische naam van IPA.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Indien het volgende antwoord is gegeven: 2-hydroxypropaan (1)

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: 2-propanol

Een van de stappen in het proces waarbij bacteriën IPA produceren, is de omzetting van waterstof tot waterstofionen met behulp van ‘hydrogenasen’. Een hydrogenase is een enzym met in het reactieve deel onder andere ijzeratomen. In figuur 2 is een fragment van een hydrogenase vereenvoudigd weergegeven. Het zwavelatoom in de restgroep van de cysteïne-eenheid is gebonden aan een ijzeratoom (Fe) in plaats van aan een waterstofatoom. Deze binding is op te vatten als een atoombinding.

[figuur 2: zie het originele examen]

Fe Cys Thr

Vraag 3 4 punten

Geef de structuurformule van het fragment uit figuur 2. Gebruik Binas-tabel 67H1 of ScienceData-tabel 13.7c.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de C-uiteinden en de N-uiteinden zijn verwisseld, dit goed rekenen.
  • Als het teken ~ aan het ijzeratoom is weggelaten, dit niet aanrekenen.

De omzetting van waterstof tot waterstofionen door het enzym is een halfreactie.

Vraag 4 2 punten

Leg uit, aan de hand van deze halfreactie, of voor deze omzetting van waterstof een oxidator of een reductor nodig is. Gebruik eventueel Binas-tabel 48 of ScienceData-tabel 9.1f.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Waterstof is een reductor, dus er is een oxidator nodig.
  • Er komen elektronen vrij bij de omzetting van waterstof (tot waterstofionen), dus er is een oxidator nodig.
  • H2 → 2 H+ + 2 e– (dit is de reductor), dus er is een oxidator nodig.

De wetenschappers hebben onderzocht of het mogelijk is om bacteriën doelgericht IPA te laten produceren. Daarvoor hebben ze een experiment uitgevoerd waarbij waterstof en koolstofdioxide worden geleid door een suspensie van bacteriën in een verdunde zoutoplossing. De bacteriën kunnen zich in dit mengsel voortplanten. De groei van het aantal bacteriën in het mengsel werd gemeten. Hiervoor werd een maat gebruikt die de ‘optische dichtheid’ wordt genoemd. Hoe hoger de optische dichtheid, hoe meer bacteriën er in het mengsel aanwezig waren. Ook de productie van IPA door de bacteriën werd in de tijd gemeten. Beide resultaten zijn weergegeven in figuur 3.

[figuur 3: zie het originele examen]

3,0 optische dichtheid 2,5

2,0 200 concentratie 1,5 150 IPA (mg L−1)

1,0 100

0,5 50

0 0

0 20 40 60 80 100 120 tijd (uren) Legenda verloop optische dichtheid verloop concentratie IPA

Als hun voedingsstoffen (zoals de zoutoplossing) opraken, stoppen de bacteriën met zich te vermenigvuldigen en gaan ze IPA produceren. In het beschreven experiment gebeurt dit wanneer de optische dichtheid van 2,4 is bereikt.

Vraag 5 2 punten

Bereken de gemiddelde snelheid in mg IPA per liter per uur waarmee IPA wordt gevormd tussen 50 en 72 uur na de start van het experiment.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

75

  • 15 (De gemiddelde snelheid is) = 2, 7 (mg L−1 uur −1 ).

72

  • 50

Om IPA van het reactiemengsel te scheiden, wordt de suspensie met bacteriën gefiltreerd. Het filtraat bevat water en onder andere opgelost IPA. Hieraan wordt vervolgens zo veel keukenzout toegevoegd dat IPA en water zich als twee lagen van elkaar scheiden. Deze scheidingsmethode heet ‘uitzouten’. Door toevoeging van het zout raken alle watermoleculen betrokken bij de hydratatie van ionen uit het keukenzout. IPA-moleculen vormen dan waterstofbruggen met elkaar en niet meer met watermoleculen. Op de uitwerkbijlage zijn twee IPA-moleculen weergegeven.

Vraag 6 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit op de uitwerkbijlage.

Teken een waterstofbrug tussen beide IPA-moleculen.

Teken de structuurformule van een derde IPA-molecuul dat met een waterstofbrug aan een van de andere IPA-moleculen is gebonden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als er behalve twee juiste waterstofbruggen ook één of meer onjuiste waterstofbruggen zijn getekend, het tweede scorepunt niet toekennen.
  • Als een waterstofbrug op een andere manier is weergegeven dan met een stippellijntje, dit hier niet aanrekenen.
  • Als in de tekening ook watermoleculen zijn opgenomen, maximaal één scorepunt toekennen.

Het proces dat beschreven wordt in deze opgave en wordt samengevat in figuur 1a, heeft eigenschappen van een batchproces.

Vraag 7 1 punt

Beschrijf een verschil op procesniveau tussen een batchproces en een continuproces.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Het volgende verschil goed rekenen: Een batchproces is geschikt voor toepassingen op kleine schaal / is een proces geschikt voor fijnchemie. Een continuproces is geschikt voor toepassingen op grote schaal / is een proces geschikt voor bulkchemie.

IPA is een energiedrager en heeft een hoge energiedichtheid. De energie- dichtheid van een brandstof is de hoeveelheid energie die vrijkomt bij de volledige verbranding van een bepaalde hoeveelheid van die brandstof. De energiedichtheid van vloeibare brandstoffen wordt vaak uitgedrukt in megajoule per liter (MJ L–1). De volledige verbranding van IPA is hieronder met een vergelijking weergegeven.

2 C3H8O (l) + 9 O2 (g) → 6 CO2 (g) + 8 H2O (l)

De reactiewarmte van deze reactie is −20,1∙105 J mol–1 IPA.

Vraag 8 3 punten

Laat door middel van een berekening zien dat de reactiewarmte van de volledige verbranding van IPA gelijk is aan −20,1∙105 J mol–1 IPA.

Gebruik Binas-tabel 57A of ScienceData-tabel 9.2.

Gebruik voor de vormingswarmte van IPA: −3,18∙105 J mol–1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

3,18 ·105

  • 3 × 3,94 ·105
  • 4 × 2,86 ·105 =
  • 20,1 ·105 ( J per mol IPA )

of

− Ebegin +Eeind =

  • ( −3,18 ·105 ) + 3 × ( −3,94 ·105 ) + 4 × ( −2,86 ·105 ) = −20,1 ·105 ( J per mol IPA )

of

  • Ebegin +Eeind −2 × ( −3,18 ·105 ) + 6 × ( −3,94 ·105 ) + 8 × ( −2,86 ·105 ) = 2 = −20,1 ·10 ( J per mol IPA ) 5

Opmerking Een antwoord als het volgende goed rekenen: 3,18

  • 3 × 3,94
  • 4× 2,86 =
  • 20,1 · 10 5 ( J per mol IPA )

Vraag 9 3 punten

Bereken de energiedichtheid van IPA in MJ L–1. Gebruik de volgende gegevens:

de reactiewarmte voor de volledige verbranding van IPA: −20,1∙105 J mol–1 IPA

de dichtheid van IPA: 785 g L–1

1 MJ = 106 J

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

785 De chemische hoeveelheid IPA per liter is = 1, 306 ·101 (mol L−1 ) 60,1 De energie die vrijkomt bij de verbranding van IPA is

1,306 ·101 × 20,1 ·105 = 2, 625 ·107 (J L−1 ) .

2, 625 ·10 7 De energiedichtheid in MJ per liter IPA is (6) = 26, 3 (MJ L−1 ). 10

De molaire massa van IPA is 60,1 (g mol –1).

20,1 ·105 De vrijgekomen energie per gram IPA is = 3,344 ·104 (J g −1 ) . 60,1

3,344 ·104 × 785 De energiedichtheid van IPA is (6) = 26,3 ( MJ L−1 ) . 10

  • omrekening van de reactiewarmte naar de hoeveelheid energie per massa-eenheid (1p)

De molaire massa van IPA is 60,1 (g mol –1).

60,1 Het volume per mol IPA is = 7, 656 ·10−2 (L mol−1 ) . 785

20,1·105 De energiedichtheid van IPA is = 26,3 ( MJ L−1 ) . 7,656 ·10−2 ×106

Opmerking Als gerekend wordt met –20,1∙105 in plaats van met 20,1∙105 en dit leidt tot de uitkomst –26,3, dit goed rekenen.

Alpaca

Tom koopt een gedenkmuntje bij een dierentuin. Het muntje is gemaakt van alpaca, een legering van koper, nikkel en zink. Het materiaal wordt vanwege zijn luxe, zilverkleurige uitstraling ook wel nikkelzilver genoemd.

Vraag 10 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef de naam van het type kristalrooster van alpaca.

Geef een beschrijving van het kristalrooster van alpaca.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (Alpaca heeft een) metaalrooster. (In dit rooster zijn de koper-, zink- en nikkelatomen door elkaar aanwezig als) positief geladen atoomresten te midden van vrije (gedelokaliseerde) elektronen.

of

  • inzicht dat vrije elektronen aanwezig zijn (1p)

of

(Alpaca heeft een) metaalrooster. In dit rooster zijn (atoomresten van) koper-, zink- en nikkelatomen door elkaar aanwezig. Deze (atoomresten) hebben verschillende groottes.

  • inzicht dat atomen/atoomresten door elkaar aanwezig zijn (1p)
  • inzicht dat deze atomen/atoomresten verschillende atoomgroottes hebben (1p)

Opmerking De volgende beschrijving goed rekenen: In dit rooster zijn koper-, zink- en nikkelionen aanwezig en vrije (gedelokaliseerde) elektronen.

Er zijn verschillende soorten alpaca. Elke soort bevat een specifieke verhouding van de elementen koper, nikkel en zink. Het gedenkmuntje is gemaakt van ‘alpaca-12’. Alpaca-12 bevat 12,0 massaprocent nikkel. Tom heeft met een proefje het massapercentage koper en het massapercentage zink in het muntje bepaald. Hierbij heeft hij zijn muntje in voldoende 6,0 M zoutzuur gebracht. Zowel nikkel als zink reageert volledig met zoutzuur, volgens onderstaande reacties. Koper reageert niet.

Ni + 2 H+ → Ni2+ + H2 Zn + 2 H+ → Zn2+ + H2

Vraag 11 2 punten

Bereken de pH van 6,0 M zoutzuur. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: (pH =)

  • log (6, 0) = −0, 78

Indien het volgende antwoord is gegeven: –log (6,0) (0)

De reactie van Ni met H+ en die van Zn met H+ zijn van hetzelfde reactietype.

Vraag 12 2 punten

Leg uit of de reactie van Ni met H+ een redoxreactie is. Gebruik formules uit bovenstaande reactievergelijking.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • H+ wordt omgezet tot H2. Er worden elektronen opgenomen/overgedragen, dus het is een redoxreactie.
  • Ni wordt Ni2+. Ni staat elektronen af, dus het is een redoxreactie.
  • Ni verandert van lading. Er worden elektronen overgedragen, dus het is een redoxreactie.
  • Zn wordt Zn2+. Zn staat elektronen af, dus het is een redoxreactie. (Beide reacties zijn van hetzelfde reactietype.) Dus de reactie van Ni met H+ is ook een redoxreactie.

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: H+ wordt H2 en reageert dus als oxidator. / Ni wordt Ni2+ en reageert dus als reductor. Het is dus een redoxreactie.

Tom had behalve 6,0 M zoutzuur ook zoutzuur met een hogere pH tot zijn beschikking.

Vraag 13 2 punten

Leg uit dat het gedenkmuntje langzamer reageert bij gebruik van zoutzuur met een hogere pH. Gebruik in je uitleg het botsende-deeltjesmodel.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Bij een hogere pH is [H+] kleiner, waardoor (per tijdseenheid) minder (effectieve) botsingen plaatsvinden. (Dus het muntje reageert langzamer in een oplossing met een hogere pH.)
  • Bij een hogere pH is [H+] kleiner, waardoor de kans kleiner is dat (effectieve) botsingen plaatsvinden. (Dus de reactiesnelheid is lager in een oplossing met een hogere pH).
  • Bij een hogere pH is de concentratie H+-ionen lager. Hierdoor vinden bij een hogere pH minder vaak (effectieve) botsingen plaats. (Het muntje reageert dus langzamer in een oplossing met een hogere pH.)
  • Bij een concentratie van 6,0 M zoutzuur is de concentratie H +-ionen hoger dan bij een oplossing met een hogere pH. Daardoor vinden bij een concentratie van 6,0 M meer (effectieve) botsingen plaats (per tijdseenheid en verloopt de reactie bij 6,0 M zoutzuur sneller).

Indien slechts een juist verband is gegeven tussen de pH en het aantal botsingen of tussen de reactiesnelheid en het aantal botsingen (1)

Nadat de reactie van nikkel en zink met zoutzuur is afgelopen, heeft Tom de overgebleven vaste stof gespoeld en gedroogd. Daarna heeft hij de massa ervan bepaald. Uit de volgende gegevens heeft hij de massapercentages van koper en zink berekend:

Alpaca-12 bevat 12,0 massaprocent nikkel.

De massa van het muntje vóór de reactie bedroeg 12,9 g.

De massa van de overgebleven vaste stof na de reactie bedroeg 8,3 g.

Vraag 14 2 punten

Bereken de massapercentages van koper en zink in dit muntje van alpaca-12.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

Omdat koper niet met zoutzuur reageert, bestaat de 8,3 g van het metaal dat overblijft na de reactie uit koper. 8,3 Dus alpaca-12 bevat aan koper: × 100(%) = 64 (massa%) . 12,9 Omdat alpaca-12 voor 12,0 massa% uit nikkel bestaat, bevat alpaca-12 aan zink: 100

  • 12, 0
  • 64 = 24 (massa%) .
  • omrekening naar het massapercentage zink (1p)

of 12, 0 Alpaca-12 bevat 12,0 massa% nikkel, dus ×12,9 = 1,55 (g) nikkel. 100 Er heeft aan zink gereageerd: 12,9

  • 8,3
  • 1,55 = 3, 05 (g) . 3,05 Alpaca-12 bevat dus aan zink: × 100(%) = 24 (massa%) . 12,9 De hoeveelheid koper in Alpaca-12 is dan: 100
  • 12, 0
  • 24 = 64 (massa%) .

Chemie in olieverf

Olieverf is een vloeibaar mengsel van kleurpigmenten en een olie, meestal lijnzaadolie. Lijnzaadolie bestaat uit triglyceriden. Triglyceriden zijn tri-esters van glycerol en vetzuren. In figuur 1a is de structuurformule weergegeven van een triglyceridemolecuul dat in lijnzaadolie voorkomt. In figuur 1b is een triglyceridemolecuul schematisch weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

O H2C O C C17H33 O H29C17 C O C H O H2C O C C17H29

1a 1b

De triglyceriden in lijnzaadolie bevatten veel C=C-bindingen.

Vraag 15 2 punten

Leg uit hoeveel C=C-bindingen voorkomen in het triglyceridemolecuul in figuur 1a.

Gebruik de structuurformule.

Gebruik eventueel Binas-tabel 67G2 of ScienceData-tabel 13.2g.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Een vetzuurstaart met 17 koolstofatomen zonder C=C-groepen heeft de formule C17H35. Bij het eerste vetzuur ontbreken twee waterstofatomen, bij het tweede vetzuur zes waterstofatomen en bij het derde vetzuur ook zes waterstofatomen. In dit molecuul ontbreken dus 14 waterstofatomen. Per C=C-groep ontbreken twee waterstofatomen. Er zijn dus 14/2 = 7 C=C-groepen.
  • Zonder dubbele bindingen heeft de vetzuurstaart de formule C17H35. Bij C17H29 zijn er dus drie dubbele bindingen en bij C17H33 is er één. Er zijn dus in totaal zeven C=C-groepen.

In figuur 1a is eenmaal het vetzuur oliezuur en tweemaal het vetzuur (α-)linoleenzuur veresterd. Oliezuur heeft één C=C-groep. (α-)linoleenzuur heeft drie C=C-groepen. Er zijn dus zeven C=C-groepen.

  • in figuur 1a zijn de vetzuren oliezuur en (α-)linoleenzuur veresterd (1p)
  • het berekende aantal C=C-groepen is in overeenstemming met de gegeven namen van de vetzuren (1p)

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: C17H33 bevat één dubbele binding, C17H29 bevat drie dubbele bindingen, dus in totaal zeven dubbele bindingen.

In het verleden werd in gele olieverf het kleurpigment Pb3O4 gebruikt. Nadat de gele olieverf op het doek is aangebracht, treden verschillende soorten reacties op waardoor de olieverf langzaam hard wordt. In deze opgave worden drie soorten reacties besproken, die in willekeurige volgorde kunnen plaatsvinden: reactie 1: vorming van crosslinks reactie 2: hydrolyse van triglyceriden reactie 3: reactie van Pb3O4 met vetzuren

Bij reactie 1 reageren de CH2-groepen náást de C=C-bindingen in triglyceridemoleculen met zuurstofmoleculen uit de lucht. Hierbij worden crosslinks tussen triglyceridemoleculen gevormd, zoals schematisch is weergegeven in figuur 2 op de volgende bladzijde.

[figuur 2: zie het originele examen]

Legenda crosslink triglyceridemolecuul

+ zuurstof

Vraag 16 2 punten

Leg uit op microniveau hoe door het ontstaan van crosslinks de vervormbaarheid van de olieverf afneemt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: Door het ontstaan van crosslinks worden triglyceridemoleculen met elkaar verbonden / ontstaan grotere moleculen. Deze moleculen kunnen moeilijker langs elkaar bewegen / hebben onderling een sterkere vanderwaalsbinding / trekken elkaar sterker aan. (Hierdoor neemt de vervormbaarheid van de olieverf af.)

De crosslinks bestaan uit atoombindingen/covalente bindingen. / Er ontstaat een netwerk. Hierdoor kunnen de triglyceridemoleculen niet/minder bewegen ten opzichte van elkaar.

  • crosslinks bestaan uit atoombindingen/covalente bindingen / er ontstaat een netwerk (1p)
  • de moleculen kunnen niet/minder bewegen ten opzichte van elkaar (1p)

Bij reactie 2 worden sommige estergroepen van de verschillende triglyceridemoleculen gehydrolyseerd. Hierbij ontstaan onder andere vetzuurmoleculen. Op de uitwerkbijlage bij vraag 17 is de vergelijking van een hydrolysereactie in olieverf onvolledig weergegeven. Bij deze hydrolyse wordt uitsluitend het vetzuur palmitinezuur afgesplitst. Het triglyceridemolecuul op de uitwerkbijlage is een ander molecuul dan in figuur 1a.

Vraag 17 3 punten

Maak op de uitwerkbijlage de reactievergelijking van deze hydrolyse af.

Gebruik structuurformules voor de koolstofverbindingen.

Geef de koolwaterstofgedeeltes op dezelfde manier weer als in het weergegeven triglyceridemolecuul.

Gebruik Binas-tabellen 67G1 en G2 of ScienceData-tabellen 13.2f en 13.2g.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Indien het volgende antwoord is gegeven (0)

De vetzuurmoleculen die bij reactie 2 door de hydrolyse van triglyceriden zijn afgesplitst, reageren met het pigment Pb3O4 volgens reactie 3, die hieronder onvolledig is weergegeven:

8 R-COOH + Pb3O4 → 8 R-COO– + … Pb… + … Pb… + 4 H2O (reactie 3)

De vetzuurmoleculen en de zuurrestionen zijn in bovenstaande vergelijking weergegeven met de formules R-COOH en R-COO–. Hierbij stelt R een willekeurig koolwaterstofgedeelte voor.

Vraag 18 2 punten

Leg uit dat reactie 3 een zuur-basereactie is. Geef hierbij aan welk deeltje als zuur en welk deeltje als base reageert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Het deeltje R-COOH / de COOH-groep van R-COOH is het zuur en draagt H+ over aan de base Pb3O4. (Dus is het een zuur-basereactie.)
  • O2− / Het oxide-ion neemt een H+ op en reageert dus als base, en het vetzuur(molecuul) staat een H+ af, dus reageert als zuur. (Dus is het een zuur-basereactie.)

Vraag 19 2 punten

Geef de formules van de twee soorten loodionen die in Pb3O4 aanwezig zijn en geef de molverhouding waarin deze twee ionsoorten in Pb3O4 voorkomen. Noteer je antwoord als volgt: Pb… : Pb… = … : …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Pb2+ : Pb4+ = 2 : 1

De eerder beschreven hydrolyse (reactie 2) en de vervolgreactie met Pb3O4 (reactie 3) kunnen ook optreden bij gecrosslinkte triglyceriden die zijn ontstaan door reactie 1. Het door hydrolyse afgesplitste vetzuurmolecuul is in dat geval via een crosslink verbonden met een ander triglyceride. Zo ontstaat er door reactie 3 een gecrosslinkt R-COO–-ion in plaats van een vrij R-COO–-ion. Zowel de vrije R-COO–-ionen als de gecrosslinkte R-COO–-ionen binden de loodionen. Door het binden met loodionen wordt de verflaag extra stevig. Het ontstane netwerk is in figuur 3 schematisch weergegeven.

[figuur 3: zie het originele examen]

-

- 2

Legenda - -

crosslink

- 1 R-COO─

loodion

Vraag 20 2 punten

Geef aan welk bindingstype in figuur 3 is aangeduid met het cijfer 1 en welk bindingstype is aangeduid met het cijfer 2. Noteer je antwoord als volgt: bindingstype bij 1: … bindingstype bij 2: …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • bindingstype bij 1: ionbinding (1)
  • bindingstype bij 2: atoombinding/covalente binding (1)

Op sommige schilderijen zijn na honderden jaren de gele kleuren vervaagd doordat witte vlekjes zijn ontstaan op het oppervlak van deze schilderijen. Deze witte vlekjes bevatten voornamelijk verbindingen van loodionen met R-COO–-ionen die afkomstig zijn van verzadigde vetzuren uit de gebruikte olie. De witte vlekjes zijn ontstaan doordat beide ionsoorten zich langzaam naar het oppervlak van de verflaag verplaatsten.

Vraag 21 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Geef een structuurkenmerk dat een onverzadigd vetzuur onderscheidt van een verzadigd vetzuur.

Licht toe, aan de hand van dit structuurkenmerk, dat R-COO–-ionen die afkomstig zijn van verzadigde vetzuren binnen de verf kunnen bewegen. Gebruik eventueel figuur 3.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: structuurkenmerk: (Een onverzadigd vetzuur bevat tenminste een) C=C-groep (en een verzadigd vetzuur niet). toelichting: Een R-COO–-ion dat afkomstig is van een verzadigd vetzuur is niet met een atoombinding gebonden / is niet covalent gebonden (aan andere bestanddelen van de verf) / is niet gecrosslinkt (en kan zich daardoor vrij verplaatsen binnen de verf) / kan niet reageren volgens reactie 1 (en kan zich daardoor vrij verplaatsen binnen de verf) .

Kunstgrasmat

Al sinds 1964 worden kunstgrasmatten gebruikt, bijvoorbeeld voor voetbalvelden. Een bepaald type kunstgrasmat bestaat uit een onderlaag van bijvoorbeeld rubber of polypropeen waaraan kunstgrassprieten zijn bevestigd. Een grondstof voor rubber is butaan-1,3-dieen.

Vraag 22 3 punten

Geef de structuurformule van butaan-1,3-dieen.

Bekijk het antwoord
  • de gegeven structuurformule heeft een koolstofketen van vier C-atomen (1)
  • de gegeven structuurformule bevat minimaal één C=C-binding op de juiste positie (1)
  • de tweede dubbele binding op de juiste positie en rest van de structuurformule juist (1)

Het materiaal waarmee de kunstgrassprieten worden gemaakt, is in de loop der jaren verbeterd. De sprieten worden steeds sterker, veerkrachtiger en duurzamer. LLDPE is een veelgebruikte materiaalsoort voor kunstgrassprieten. LLDPE is een copolymeer dat wordt gevormd door additie van voornamelijk etheen en een kleine hoeveelheid oct-1-een (figuur 1a). De aanwezigheid van oct-1-een zorgt ervoor dat de polymeerketens van LLDPE zijketens bevatten (figuur 1b).

[figuur 1: zie het originele examen]

1a 1b

H H H H H H H H

H C C C C C C C C H

H H H H H H

oct-1-een schematische weergave LLDPE-keten

Door middel van extruderen worden van het copolymeer lange polymeervezels gevormd. Deze vezels worden verwerkt in de kunstgrasmat.

Vraag 23 2 punten

Leg uit dat LLDPE geschikt is om in een extruder te worden verwerkt. Gebruik in je uitleg figuur 1b.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • LLDPE is een ketenpolymeer / bestaat uit losse ketens, dus LLDPE is een thermoplast (en die kan worden verwerkt in een extruder).
  • Er zijn geen crosslinks aanwezig (in LLDPE), dus LLDPE is een thermoplast (en die kan worden verwerkt in een extruder).
  • (Bij extruderen wordt een vloeibaar polymeer gebruikt.) LLDPE kan worden gesmolten, want het bestaat uit losse ketens (dus het kan worden verwerkt in een extruder).
  • LLDPE bestaat uit losse ketens, dus het is vervormbaar bij verwarmen (dus het kan worden verwerkt in een extruder).

Vraag 24 3 punten

Geef de structuurformule van een fragment uit het midden van een molecuul LLDPE. Dit fragment moet bestaan uit één eenheid etheen en één eenheid oct-1-een.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Indien een antwoord is gegeven als ~CH2–[CH2]8–CH2~ (1)

Figuur 2 geeft een vereenvoudigde weergave van de structuur van het copolymeer. De polymeerketens worden in deze figuur als lange draden voorgesteld. Er zijn delen waarin de ketens evenwijdig zijn gerangschikt. Dit noemen we de kristallijne delen. In andere delen, die amorf worden genoemd, zijn de polymeerketens kriskras door elkaar aanwezig.

[figuur 2: zie het originele examen]

Legenda:

amorf deel

kristallijn deel

Een hoger aandeel kristallijne delen verhoogt vooral de sterkte van het kunstgras, terwijl een hoger aandeel amorfe delen het kunstgras juist veerkrachtiger maakt.

Vraag 25 3 punten

Leg uit op microniveau of het gebruik van meer oct-1-een in LLDPE het kunstgras sterker of juist veerkrachtiger zal maken. Gebruik eventueel figuren 1 en 2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Uit figuur 1 is af te leiden dat) het gebruik van meer oct-1-een zorgt voor meer zijketens. Door de zijketens kunnen de ketens minder dicht bij elkaar komen / kunnen de ketens niet netjes ordenen. Meer zijketens zorgen dus voor een hoger aandeel amorfe delen / een lager aandeel kristallijne delen, waardoor het kunstgras veerkrachtiger wordt.

Opmerking Een antwoord als het volgende goed rekenen: Gebruik van meer oct-1-een zorgt voor meer zijketens, waardoor de vanderwaalsbinding zwakker wordt, en het aandeel amorfe delen groter wordt. Het kunstgras wordt zo veerkrachtiger.

Na ongeveer 10 jaar is een voetbalveld van kunstgras versleten. Het versleten kunstgras kan op verschillende manieren worden verwerkt. Kunstgrasmatten kunnen bijvoorbeeld worden verbrand in energiecentrales. Een versleten kunstgrasmat met een onderlaag van polypropeen en sprieten van LLDPE kan ook gerecycled worden. De mat wordt dan als geheel gesmolten en verwerkt tot één soort kunststofgranulaat. Dit granulaat kan worden gebruikt om bijvoorbeeld verkeerspaaltjes van te maken.

Bas meent dat bovenstaand recycle-proces past bij het cradle-to-cradle-principe. Alina is het hier niet mee eens.

Vraag 26 1 punt

Geef een argument dat Bas kan gebruiken om zijn bewering te ondersteunen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist te rekenen argument zijn: − (Bij het cradle-to-cradle-principe is alles een grondstof voor iets anders.) Het kunstgras wordt volledig verwerkt tot kunststofgranulaat, wat een grondstof is voor verkeerspaaltjes. − (Bij het cradle-to-cradle-principe is alles een grondstof voor iets anders.) Het materiaal van het kunstgras wordt nuttig ingezet voor een ander product, zonder dat daarbij afval wordt geproduceerd. (1)

Vraag 27 1 punt

Geef een argument dat Alina kan gebruiken om haar bewering te ondersteunen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist te rekenen argument zijn: − Het kunststofgranulaat is een mengsel van polypropeen en LLDPE. Hieruit kunnen de monomeren waaruit polypropeen en LLDPE zijn opgebouwd niet meer teruggewonnen worden. (Hierdoor kan er geen sprake zijn van een continue kringloop.) − Verkeerspaaltjes worden op den duur alsnog gestort/verbrand (waardoor er geen sprake is van een continue kringloop). − Door de LLDPE en het polypropeen samen te smelten gaat de kwaliteit van het materiaal achteruit. / Het samensmelten van LLDPE en polypropeen is te beschouwen als downcycling. (Het cradle-to-cradle-principe stelt dat de kwaliteit hoogwaardig moet blijven.) (1)

Scheepvaart over op LNG?

Schepen varen grotendeels op stookolie. Stookolie is een van de destillatiefracties van aardolie. Deze fractie bevat behalve koolwaterstoffen ook zwavelverbindingen. Daardoor komt bij de verbranding in de scheepsmotoren zwaveldioxide (SO2) vrij. De uitstoot van zwaveldioxide, maar ook van koolstofdioxide, stikstofoxiden en fijnstof leidt in havens en steden tot milieuproblemen.

Vraag 28 1 punt

Geef een milieuprobleem dat door zwaveldioxide wordt veroorzaakt.

Bekijk het antwoord
  • zure depositie / zure regen / verzuring / pH-daling / smog (1)

Een groot cruiseschip verbruikt zoʼn 2,4∙105 kg stookolie per dag. Volgens nieuwe milieueisen moet het gehalte zwavel in stookolie wereldwijd omlaag. In Europa geldt de norm van 0,1 massaprocent S.

Vraag 29 4 punten

Bereken het aantal kg zwaveldioxide (SO2) dat maximaal ontstaat bij de verbranding van 2,4∙105 kg stookolie die voldoet aan de Europese norm. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 0,1 De massa zwavel in 2,4∙105 kg stookolie is 2, 4 ·105 × (2) = 2, 4 ·102 (kg) . 10 Het aantal mol zwavel in 2,4∙105 kg stookolie is 2, 4 ·10 2 × 103 = 7,5 ·103 (mol) . 32,1 Het aantal kg zwaveldioxide dat maximaal ontstaat is dus 7,5 ·103 × 64,1 = 5 ·102 (kg). 103

LNG (liquified natural gas, ofwel vloeibaar aardgas) is een zwavelvrij alternatief voor stookolie. LNG wordt gemaakt uit aardgas. Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan, met kleine hoeveelheden koolstofdioxide, waterstofsulfide (H2S) en waterdamp. In figuur 1 is het productieproces van LNG vereenvoudigd en onvolledig weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

aardgas gereinigd (CH4 met CO2, H2S en H2O) aardgas ... LNG I III IV opslag ... ... ...

II ... ...

In ruimte I worden CO2 en H2S door middel van een waterige oplossing (oplossing A) uit het aardgas verwijderd. In ruimte II wordt het ontstane mengsel gescheiden. Hierbij worden de gassen CO2 en H2S afgescheiden van oplossing A en in een ander proces verder verwerkt. Oplossing A wordt volledig gerecirculeerd. Neem hierbij aan dat er geen verlies optreedt van water uit oplossing A. Het gereinigde aardgas wordt ‘gedroogd’ in ruimte III. De waterdamp die nog in het aardgas aanwezig is, wordt hier verwijderd. Het gedroogde aardgas gaat naar ruimte IV. Hier wordt het afgekoeld tot het aardgas vloeibaar is geworden. Dit vloeibare aardgas heet LNG. Vervolgens wordt LNG in grote tanks opgeslagen. Het onvolledige blokschema is op de uitwerkbijlage nogmaals weergegeven.

Vraag 30 2 punten

Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.

Noteer op de stippellijntjes de juiste nummers van de volgende stoffen

1 CO2

2 gedroogd aardgas

3 H 2O

4 H 2S

5 oplossing A

Je moet sommige nummers meer dan één keer gebruiken.

Verwerk het hergebruik van oplossing A.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de stoffen zijn weergegeven met de juiste naam of formule, dit niet aanrekenen.
  • Als bij de stofstroom uit I naar II behalve nummer 1 en 4 en 5 ook nummer 3 is gegeven en/of bij de recirculatie behalve nummer 5 ook nummer 3 is gegeven, dit niet aanrekenen.
  • Als de uitstroom van stof 1 en 4 is weergegeven als twee afzonderlijke stofstromen, dit goed rekenen.

Methyldiëthanolamine (afgekort MDEA) HO CH2 CH2 N CH2 CH2 OH is een stof die vaak wordt gebruikt in CH3 oplossing A. MDEA

Vraag 31 2 punten

Leg uit dat MDEA oplosbaar is in water. Gebruik in je uitleg de structuurformule van MDEA.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • MDEA-moleculen bevatten OH-groepen/hydroxylgroepen en kunnen daarmee waterstofbruggen vormen (met watermoleculen/H2O-moleculen. Dus MDEA is oplosbaar in water).
  • MDEA-moleculen bevatten OH-groepen/hydroxylgroepen. MDEA is hydrofiel/polair (en dus is MDEA oplosbaar in water).

Opmerkingen

  • Een antwoord als het volgende goed rekenen: MDEA bevat een N-atoom dat waterstofbruggen kan maken (met watermoleculen).
  • Een antwoord als het volgende goed rekenen: MDEA bevat OH en kan daarmee waterstofbruggen vormen.

In ruimte III wordt gereinigd aardgas figuur 2 ‘gedroogd’. Dit drogen gebeurt met behulp van een zogeheten ‘moleculaire zeef’ (figuur 2). Een moleculaire zeef is geen zeef zoals we die uit de keuken kennen. Het zijn korrels van een stof met veel kleine poriën. Watermoleculen kunnen in de poriën, maar methaanmoleculen zijn daarvoor te groot. In de poriën worden de watermoleculen gebonden. Een moleculaire zeef maakt gebruik moleculaire zeef van twee scheidingsmethoden.

Vraag 32 2 punten

Geef de namen van deze twee scheidingsmethoden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord
  • filtratie/zeven (1)
  • adsorptie (1)

Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.

Als het water niet zou worden verwijderd in ruimte III, zou het water in ruimte IV tot problemen leiden. Dit kan worden afgeleid uit de temperatuurgrenzen waarbinnen in ruimte IV vloeibaar aardgas (vloeibaar methaan) wordt verkregen.

Vraag 33 3 punten

Leg uit dat water in ruimte IV tot problemen leidt. Voer hiervoor op de uitwerkbijlage de volgende opdrachten uit:

Leid de temperatuurgrenzen af waarbinnen in ruimte IV vloeibaar aardgas wordt verkregen. Gebruik Binas-tabel 42 of ScienceData-tabel 8.3.

Geef aan waarom water in ruimte IV tot problemen leidt.

Geef een voorbeeld van een probleem dat kan ontstaan wanneer water achterblijft in ruimte IV.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist te rekenen antwoord is:

temperatuurgrenzen waarbinnen in ruimte IV vloeibaar aardgas wordt verkregen:

  • (iets boven) 91 K/–182 °C en (iets onder) 112 K/–161 °C (Binas)
  • (iets boven) 91 K/–182 °C en (iets onder) 111 K/–162 °C (ScienceData)

waarom water in ruimte IV tot problemen leidt: (De temperatuur in ruimte IV is lager dan het smeltpunt van water.) Water zal bevriezen / stollen (in ruimte IV).

Voorbeelden van een probleem:

  • Door het gevormde ijs kan de reactor verstopt raken.
  • Doordat het water bevriest (en uitzet als gevolg daarvan) kan de reactor barsten.
  • Na verloop van tijd zal ruimte IV (te) vol raken met ijs (als het water/ijs niet wordt afgevoerd). Het rendement is daardoor lager.
  • Methaan wordt in ijs ingekapseld waardoor het rendement lager wordt.

In discussies over duurzaamheid van brandstoffen wordt de volgende stelregel gehanteerd: “Hoe lager de C/H-verhouding in een brandstof is, hoe meer energie er zal vrijkomen bij de verbranding van 1 gram stof en hoe minder CO2 er wordt gevormd per kJ geproduceerde energie.”

De C/H-verhouding berekent men als volgt:

aantal C-atomen C/H-verhouding = aantal H-atomen

Vraag 34 2 punten

Laat zien welke stof het duurzaamst is: LNG (vloeibaar methaan) of stookolie (C30H62). Gebruik in je uitleg een berekening van de C/H-verhoudingen van beide stoffen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Erratum op opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (LNG bestaat uit methaan. De formule is CH4.) De C/H-verhouding is bij LNG 1/4 (= 0,25) en bij stookolie 30/62 (= 0,48). De verhouding is bij LNG dus lager en dus is LNG het duurzaamst (aangezien er per joule vrijgekomen energie minder CO2 geproduceerd wordt).

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-23-1-o

Andere examens scheikunde havo

Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (9), bindingen (4) en scheidingsmethoden (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.