Eindexamen scheikunde havo 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Okselgeur, Afval van PET, Groen cement, Booglassen, De ritmische-vlammenproef, 10 explosies.”.

Kort antwoord

Het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (5), koolstofchemie (5) en reactievergelijkingen (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Rekenen aan reacties1, 14-15, 32, 345
Koolstofchemie2, 5-7, 115
Reactievergelijkingen3, 17, 26, 334
Duurzame chemie18-19, 23, 274
Reactiesnelheid4, 16, 313
Bindingen8, 24, 303
Scheidingsmethoden9-10, 123
Stoffen en eigenschappen13, 25, 293
Zuren en basen20-21, 353
Redoxreacties221
Atoombouw281

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg minder over redoxreacties (3% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Okselgeur

Zweetklieren in de oksels produceren zweet. Zweet bestaat voornamelijk uit water en opgeloste zouten. Mensen zweten om hun lichaamstemperatuur te reguleren. Door verdamping van water vindt namelijk afkoeling van de huid plaats.

Vraag 1 2 punten

Leg uit of het verdampen van water een exotherm of een endotherm proces is.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Bij het verdampen van water (vindt afkoeling plaats, dus er) is energie nodig. Het is dus een endotherm proces.
  • Bij het verdampen van water worden vanderwaalsbindingen/ waterstofbruggen/bindingen tussen moleculen verbroken en dat kost energie. Het is dus een endotherm proces.

Zweet bevat behalve water en opgeloste zouten ook andere stoffen, zoals vetten en peptiden. Vers zweet heeft geen geur. Maar bacteriën op onze huid breken vetten uit zweet af. Coryne-bacteriën vormen bij afbraak van deze vetten uit zweet carbonzuren, zoals boterzuur. Deze zuren geven een onplezierige geur aan zweet: okselgeur.

Vraag 2 2 punten

Geef de structuurformule van boterzuur. Gebruik Binas-tabel 66A of ScienceData-tabel 10.2a.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (De systematische naam van boterzuur is butaanzuur.)

Coryne-bacteriën zijn ook betrokken bij de vorming van een veelvoorkomende geurstof in de okselgeur van mannen: 3-methylhex-2-eenzuur (3M2H). 3M2H wordt gevormd uit een stof die in zweet voorkomt: stof A. Beide structuurformules zijn weergegeven in figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

3M2H ontstaat wanneer de peptidegroep in stof A gehydrolyseerd wordt onder invloed van het enzym aminoacylase (ACY). Op de uitwerkbijlage is deze reactie onvolledig weergegeven.

Vraag 3 3 punten

Maak de reactievergelijking op de uitwerkbijlage af. Geef de koolstofverbindingen met structuurformules weer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • H2O voor de pijl (1)
  • NH2-groep getekend aan het tweede koolstofatoom van de zelf getekende structuurformule na de pijl (1)
  • rest van de zelf getekende structuurformule na de pijl en elementbalans juist (1)

Een deodorant bevat stoffen die de vorming van okselgeur tegengaan door de pH te verlagen. Bij een lagere pH produceert het enzym ACY in Coryne-bacteriën namelijk een kleinere hoeveelheid 3M2H.

Vraag 4 1 punt

Geef een mogelijke verklaring voor het gegeven dat ACY bij een lagere pH een kleinere hoeveelheid 3M2H produceert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De lage(re) pH is niet het optimum voor de werking van ACY / van het enzym dat 3M2H vormt. − Een lage(re) pH veroorzaakt veranderingen aan de vorm van ACY / aan de vorm van het enzym (dat stof A omzet, waardoor het niet meer kan hechten aan stof A). − ACY gaat kapot bij een lage(re) pH. Uit het antwoord moet blijken dat de pH invloed heeft op de vorm van het enzym / dat het enzym een pH-optimum heeft. (1)

Zwitserse wetenschappers onderzochten de werking van het enzym ACY voor een nieuw type deodorant. De werking van dit type deodorant is gebaseerd op een stof die door het enzym ACY kan worden omgezet tot parfum. Stof B is een voorbeeld van zo’n stof (figuur 2).

[figuur 2: zie het originele examen]

Stoffen A en B worden dus allebei omgezet door het enzym ACY. In de structuurformule van zowel stof A als stof B is dezelfde aminozuur-eenheid gebonden. Via deze eenheid worden beide stoffen herkend door het enzym.

Op de uitwerkbijlage zijn de stoffen A en B nogmaals weergegeven.

Vraag 5 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit. Gebruik hierbij Binas-tabel 67H1 of ScienceData-tabel 13.7c.

  • Omcirkel in de figuur op de uitwerkbijlage de aminozuur-eenheid die wordt herkend door het enzym ACY.
  • Geef het 3-lettersymbool van deze aminozuureenheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

en/of

Het 3-lettersymbool van deze aminozuureenheid: Phe. (1)

Indien een antwoord als het volgende is gegeven

Opmerkingen

  • Als de naam glutamine of het 1-lettersymbool Q is gegeven, dit goed rekenen.

Het volgende antwoord hier goed rekenen:

en/of

Het 3-lettersymbool van deze aminozuureenheid: Gln.

  • Als een onjuist antwoord op vraag 5 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 3, dit antwoord op vraag 5 goed rekenen. Een voorbeeld van zo’n onjuist antwoord is het hydrolyseren van de peptidebinding op de verkeerde plek.
  • Als behalve een juiste aminozuur-eenheid ook een onjuiste eenheid is omcirkeld, het tweede scorepunt niet toekennen.

Afval van PET

PET (polyethyleentereftalaat) is een polyester, die onder meer wordt gebruikt voor het maken van PET-flessen. In figuur 1 is de structuurformule van PET weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

PET kan worden gevormd als copolymeer uit ethaan-1,2-diol en één ander monomeer.

Vraag 6 2 punten

Geef de structuurformule van dit andere monomeer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Indien het volgende antwoord is gegeven:

1 Indien een antwoord als het volgende is gegeven:

0

PET-flessen worden gemaakt door middel van een proces waarbij PET-korrels worden geëxtrudeerd. Daarna worden er PET-flessen van geblazen. Gebruikte PET-flessen kunnen worden fijngemalen tot korrels die opnieuw kunnen worden geëxtrudeerd.

Vraag 7 2 punten

Leg uit dat PET geschikt is om in een extruder te worden verwerkt. Gebruik in je uitleg figuur 1. De dubbele bindingen in de ring zijn niet reactief.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • PET bestaat uit losse ketens / PET is een ketenpolymeer. PET is dus een thermoplast (en die kan worden verwerkt in een extruder).
  • PET bevat geen extra reactieve groepen (om crosslinks te vormen), / In PET zijn geen crosslinks aanwezig, dus PET is een thermoplast (en die kan worden verwerkt in een extruder).
  • (Bij extruderen wordt een vloeibaar polymeer gebruikt.) PET kan worden gesmolten, want het bestaat uit losse ketens (dus het kan worden verwerkt in een extruder).

Door extruderen veranderen de stofeigenschappen van PET. Onderzoekers hebben het effect van herhaaldelijk extruderen op de molaire massa onderzocht. De resultaten zijn in figuur 2 weergegeven.

[figuur 2: zie het originele examen]

Vraag 8 2 punten

Leg uit of de aantrekkingskracht tussen de polymeermoleculen toeneemt of afneemt door herhaaldelijk extruderen. Gebruik hierbij figuur 2 en benoem het type binding dat hierbij een rol speelt. Een andere manier om gebruikte PET-flessen te verwerken is ‘chemisch recyclen’. Bij dit proces wordt PET in aanwezigheid van een katalysator omgezet tot de stof BHET. BHET is een grondstof voor de productie van nieuw PET. De katalysator bindt ook kleurstoffen uit gekleurde PET-flessen. In figuur 3 is een chemisch recycleproces met een vereenvoudigd blokschema weergegeven. De gebonden kleurstof wordt hierin weergegeven als: katalysator-kleurstof.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Door (herhaaldelijk) extruderen neemt de molaire massa af. De vanderwaalskracht (tussen de ketens) neemt dus af en de aantrekkingskracht tussen de moleculen dus ook.
  • Door (herhaaldelijk) extruderen (neemt de molaire massa af en) worden de polymeerketens korter. Hierdoor wordt de vanderwaalsbinding/molecuulbinding (tussen de ketens) minder sterk en neemt de aantrekkingskracht tussen de polymeermoleculen dus af.

[figuur 3: zie het originele examen]

In de reactor (R) vinden een scheiding en de omzetting van PET tot BHET plaats. In S1 wordt de katalysator met de daaraan gehechte kleurstof verwijderd. In S2 verdampen water en ethaan-1,2-diol. Deze stoffen worden als twee afzonderlijke fracties opgevangen. BHET wordt als residu afgescheiden.

Vraag 9 1 punt

Geef de naam van de scheidingsmethode die plaatsvindt in de reactor (R).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • adsorberen/adsorptie (1)

Vraag 10 1 punt

Geef de naam van de scheidingsmethode die plaatsvindt in S2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • destilleren/destillatie (1)

De katalysator met de daaraan gehechte kleurstof wordt naar S3 geleid. Hier wordt een oplosmiddel toegevoegd waarin hydrofobe kleurstoffen oplossen, waardoor ze loslaten van de katalysator. Bij dit proces is dichloormethaan als oplosmiddel gebruikt. Methanol (CH3OH) is hiervoor minder geschikt.

Vraag 11 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Geef de structuurformule van dichloormethaan.
  • Leg uit waarom dichloormethaan meer geschikt is om hydrofobe kleurstoffen in op te lossen. Doe dit aan de hand van een verschil in de structuurformules van dichloormethaan en methanol.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een juiste structuurformule is:

Voorbeelden van een juiste uitleg zijn:

  • Hydrofobe kleurstoffen lossen het best op in een hydrofoob oplosmiddel. (Een molecuul) dichloormethaan bevat geen OH-groep (en geen NH-groep). / (Een molecuul) methanol bevat een OH-groep. Dichloormethaan is (het meest) hydrofoob (en daardoor het meest geschikt).
  • (Een molecuul) methanol bevat een OH-groep en is dus hydrofiel. / (Een molecuul) dichloormethaan bevat uitsluitend C-H-bindingen en C-Cl-bindingen en is dus hydrofoob. (Dichloormethaan is het meest hydrofoob en dus het meest geschikt.)

De katalysator wordt in dit proces gerecirculeerd.

Vraag 12 1 punt

Geef aan welke twee andere stoffen in dit proces direct kunnen worden gerecirculeerd. Gebruik figuur 3. Ammoniak en mest

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • water en ethaan-1,2-diol (1)

In stallen waar urine en mest van varkens niet gescheiden worden, wordt ammoniakgas gevormd. Dit komt doordat ureum uit urine wordt omgezet tot ammoniak door een enzym uit mest. Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om de uitstoot van ammoniak in het milieu te verminderen. Wanneer bijvoorbeeld de hoeveelheid van één soort voedingsstof in varkensvoer wordt verminderd, zal de urine van de varkens minder ureum bevatten.

Ureum (CH4N2O) ontstaat bij de afbraak van een van de volgende voedingsstoffen: vetten, koolhydraten of eiwitten.

Vraag 13 2 punten

Leg uit bij welke van de drie genoemde voedingsstoffen dit het meest waarschijnlijk is. Gebruik in je uitleg de elementsamenstelling.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Ureum bevat stikstofatomen.) Eiwitten zijn de enige van de drie voedingsstoffen die (altijd) stikstofatomen bevatten. Het is dus het meest waarschijnlijk dat eiwitten de bron van ureum zijn.

Indien een antwoord is gegeven als: Het koolhydraat chitine bevat (net als ureum) stikstofatomen. Het is dus het meest waarschijnlijk dat koolhydraten de bron van ureum zijn. (1) Indien een antwoord is gegeven als: Fosfolipiden zijn vetten en bevatten (net als ureum) stikstofatomen. Het is dus het meest waarschijnlijk dat vetten de bron van ureum zijn. (1)

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: Vetten en koolhydraten bevatten uitsluitend C- en H-atomen (en geen N-atomen). Het is dus het meest waarschijnlijk dat eiwitten de bron van ureum zijn.

Een andere maatregel is het verwijderen van ammoniakgas uit stallucht met een zogenaamde luchtwasser. In een luchtwasser stroomt water binnen dat aangezuurd is met een overmaat geconcentreerd zwavelzuur. Wanneer stallucht door de luchtwasser geleid wordt, treedt reactie 1 op.

H+ + NH3 → NH4+ (reactie 1)

Het water dat uit de luchtwasser stroomt, bevat behalve zwavelzuur ook opgelost ammoniumsulfaat. In figuur 1 is de werking van een luchtwasser met een vereenvoudigd blokschema weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

In een folder met informatie over dit type luchtwassers staat dat 1,5 L zwavelzuur (H2SO4) nodig is om 1,0 kg ammoniak te verwijderen.

Vraag 14 4 punten

Laat met een berekening zien dat dit bij benadering klopt.

  • Gebruik hierbij de dichtheid van zwavelzuur: 1,84·103 g dm–3.
  • Neem aan dat H2SO4 en NH3 reageren in de molverhouding 1 : 2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

1, 0 ·103 Er moet = 58,8 (mol) NH3 worden omgezet. 17, 0 58,8 Het aantal mol H2SO4 dat nodig is, bedraagt: = 29, 4. 2 De massa van H2SO4 die nodig is, bedraagt: 29, 4 × 98,1 = 2,89 ·103 (g) . 2,89 ·103 Het benodigde volume van H2SO4 is dus = 1, 6 (dm 3 ) . 1,84 ·10 3

(1,6 dm3 is nagenoeg 1,5 L)

  • juiste verwerking van de dichtheid van geconcentreerd zwavelzuur (1p)

of

1,5 L H2SO4 heeft een massa van 1,5 × 1,84 ·103 = 2,76 ·103 (g) . 2, 76 ·103 Dit komt overeen met = 28,1 (mol) H2SO4. 98,1 Hiermee wordt 28,1 × 2 = 56,3 (mol) NH3 omgezet. Dat is 56,3 × 17,0 × 10−3 = 9,6 ·10−1 (kg) of 56,3 × 17,0 = 9,6 ·102 (g) . (9,6·10–1 kg is nagenoeg 1,0 kg.)

Bij het gebruik van dit type luchtwasser moet de boer niet alleen zwavelzuur aanvullen. De boer moet ook water aanvullen omdat:

1 er een deel van het water verdampt;

2 er een deel van de uitstromende oplossing wordt afgevoerd.

Vraag 15 3 punten

Bereken hoeveel L water per varken per jaar moet worden aangevuld in de luchtwasser. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers. Gebruik de volgende gegevens:

  • Een varken produceert gemiddeld 3,0 kg ammoniak per jaar.
  • Per kg ammoniak moet 30,0 L waswater worden afgevoerd.
  • Per uur wordt 35 m3 stallucht per varken geventileerd.
  • Gemiddeld verdampt 1,3 mL water per uur per m3 geventileerde stallucht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

Er verdampt per jaar aan water 1,3 ·10−3 × 35 × 24 × 365 = 4, 0 ·102 (L) . Er wordt per jaar 3, 0 × 30, 0 = 0,90 ·102 (L) waswater afgevoerd. Er moet dus in totaal worden aangevuld: 4,0 ·102 + 0,90 ·102 = 4,9 ·102 (L) water.

Opmerking Als voor het aantal dagen in een jaar 365,25 of 366 is gebruikt, dit goed rekenen.

Groen cement

Cement is een veelgebruikt bouwmateriaal dat wordt gemaakt uit kalksteen en klei. Kalksteen bestaat voornamelijk uit calciumcarbonaat, en klei bestaat voornamelijk uit siliciumdioxide (SiO2). Bij de traditionele productie van cement wordt een mengsel van fijngemalen kalksteen en klei verhit in een lange, ronddraaiende ovenbuis (figuur 1). Door de licht hellende opstelling van de ovenbuis schuift het mengsel langzaam in de richting van de zeer hete vlammen, die ontstaan door verbranding van steenkool.

[figuur 1: zie het originele examen]

De steenkool is tot poeder vermalen.

Vraag 16 2 punten

Leg uit dat de verbranding sneller verloopt als de steenkool eerst tot poeder vermalen wordt. Gebruik in je uitleg het botsende-deeltjesmodel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Tot poeder vermalen steenkool heeft een groter (reactie-/contact)oppervlak. Hierdoor zijn er meer (effectieve) botsingen (per tijdseenheid, waardoor de verbranding sneller gaat).
  • Poeder heeft een grotere verdelingsgraad. Hierdoor botsen de deeltjes vaker (effectief, waardoor de verbranding sneller gaat).

Indien slechts een juist verband is gegeven tussen het tot poeder vermalen en het aantal botsingen / tussen de reactiesnelheid en het aantal botsingen (1)

Boven in de ovenbuis ontleedt calciumcarbonaat bij een temperatuur van 700-900 °C tot calciumoxide (CaO) en CO2.

CaCO3 (s) → CaO (s) + CO2 (g) (reactie 1)

Onder in de ovenbuis reageert calciumoxide met siliciumdioxide (SiO2) bij een temperatuur van 1450 °C. Wanneer deze reactie plaatsvindt in de molverhouding 3 : 1 ontstaat uitsluitend de stof aliet.

Vraag 17 2 punten

Geef de vergelijking van de reactie waarbij uitsluitend aliet ontstaat. De formule voor aliet moet je zelf afleiden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

3 CaO + SiO2 → Ca3SiO5

Indien een vergelijking is gegeven als:

  • CaO + SiO2 → CaSiO3
  • 2 CaO + SiO2 → Ca2SiO4
  • CaO + 3 SiO2 → CaSi3O7 (1p)

Opmerkingen

  • Een vergelijking als de volgende goed rekenen:

6 CaO + 2 SiO2 → Ca6Si2O10

  • Een formule als (CaO)3SiO2 hier goed rekenen.

Er zijn verschillende oorzaken van het ontstaan van CO2 tijdens de traditionele productie van cement. Een voorbeeld van zo’n oorzaak is reactie 1.

Vraag 18 1 punt

Geef één andere oorzaak van het ontstaan van CO2 tijdens de traditionele productie van cement.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: Voor het ronddraaien van de buis is energie nodig. Als die door verbranding van fossiele brandstoffen wordt verkregen, ontstaat CO2.

In 2018 veroorzaakte de traditionele productie van cement 8% van de wereldwijde uitstoot aan CO2. Omdat dit CO2 is verontreinigd met stikstofoxiden (NOx) en koolstofmono-oxide, is het ongeschikt als grondstof in andere processen.

Vraag 19 2 punten

Leg uit waarom stikstofoxiden (NOx) ontstaan tijdens de traditionele productie van cement en noem een ongewenst effect van NOx op de kwaliteit van lucht, water of bodem. Noteer je antwoord als volgt: uitleg: … ongewenst effect NOx: …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste uitleg zijn:

  • NOx ontstaat door de reactie van (het gas) stikstof (uit de lucht) met zuurstof.
  • Wanneer stikstof verbrandt, ontstaat NOx.
  • De lucht is dan heet genoeg om NOx te laten ontstaan.

Voorbeelden van een juist ongewenst effect zijn:

  • zure depositie / zure regen / verzuring / pH-daling
  • In de lucht ontstaat salpeterzuur.
  • smogvorming
  • aantasting van de ozonlaag
  • eutrofiëring

Amerikaanse onderzoekers hebben op laboratoriumschaal een nieuw proces ontwikkeld voor de productie van cement. Dit nieuwe proces maakt gebruik van een reactor (figuur 2) die calciumcarbonaat (CaCO3) met behulp van elektrische stroom omzet tot calciumhydroxide (Ca(OH)2). De reactor bestaat uit drie ruimtes die van elkaar gescheiden zijn door membranen.

[figuur 2: zie het originele examen]

Wanneer de reactor is aangesloten op een spanningsbron, vinden de volgende omzettingen plaats (tabel 1).

[tabel 1: zie het originele examen]

ruimte nr. vergelijking I 1 2 H 2O → 4 H + + O2 + 4 e– I 2 2 H+ (aq) + CaCO3 (s) → H2O (l) + CO2 (g) + Ca2+(aq) II 3 Ca2+ + 2 OH– → Ca(OH)2 III 4 2 H2O + 2e– → H2 + 2 OH–

Een van de vergelijkingen uit tabel 1 is van een zuur-basereactie.

Vraag 20 2 punten

Geef aan welke vergelijking dat is en geef aan welk deeltje als zuur en welk deeltje als base reageert.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Reactie 2 (is de zuur-basereactie). H+ is het zuur. / Het H+-ion is het zuur. CO32– is de base. / Het carbonaat-ion is de base.

Indien een antwoord is gegeven als:

  • Reactie 2: H+ is de base en CO32– is het zuur.
  • Reactie 2: CO32– is de base en Ca 2+ is het zuur.
  • Reactie 3: OH– is de base en Ca2+ is het zuur. (1p)

Opmerking Een antwoord als het volgende goed rekenen: Reactie 2 (is de zuur-basereactie). H+ is het zuur en CaCO3 is de base.

De onderzoekers hebben gemeten dat de gassen zuurstof, koolstofdioxide en waterstof in de molverhouding 1 : 2 : 2 uit de reactor vrijkomen. Deze verhouding is ook af te leiden door alle vergelijkingen in tabel 1 in de juiste verhouding bij elkaar op te tellen.

Vraag 21 3 punten

Geef deze afleiding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

2 H2 O → 4 H+ + O2 + 4 e– 1×

2 H+ + CaCO3 → H2 O + CO2 + Ca2+ 2× Ca2+ + 2 OH– → Ca(OH)2 2×

2 H2O + 2e– → H2 + 2 OH– 2× +

4 H2O + 2 CaCO3 → O2 + 2 CO2 + 2 Ca(OH)2 + 2 H2

De gassen die in de reactor ontstaan, kunnen worden gebruikt voor het opwekken van elektrische stroom in een brandstofcel (figuur 3). De elektrische stroom kan weer gebruikt worden om de reactor aan te drijven.

[figuur 3: zie het originele examen]

Vraag 22 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Geef de halfreactie die optreedt aan elektrode A. Gebruik Binas-tabel 48 of ScienceData-tabel 9.1f.
  • Leg uit of elektrode A de positieve of de negatieve elektrode is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: halfreactie: H2 → 2 H+ + 2e– Aan elektrode A worden elektronen afgestaan, dus elektrode A is de negatieve elektrode. / Elektrode A is de negatieve elektrode omdat hier de reductor reageert.

Opmerking Wanneer in de halfreactie in plaats van een enkele pijl het evenwichtsteken staat, dit goed rekenen.

Het nieuwe proces voor de productie van cement verloopt in twee stappen:

stap 1: Calciumcarbonaat ( CaCO3) wordt in de reactor (figuur 2 en 3) omgezet tot calciumhydroxide (Ca(OH)2). stap 2: De calciumhydroxide wordt in de juiste verhouding gemengd met siliciumdioxide en binnen twee uur bij 1500 °C omgezet tot aliet.

Op basis van de uitgangspunten 3 en 6 van de groene chemie kunnen voordelen van dit nieuwe productieproces benoemd worden ten opzichte van de traditionele productie van cement (figuur 1).

Vraag 23 2 punten

Licht voor beide uitgangspunten een voordeel toe.

  • Noteer je antwoord als volgt: toelichting uitgangspunt 3: … toelichting uitgangspunt 6: …
  • Gebruik Binas-tabel 97F of ScienceData-tabel 38.6.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

toelichting uitgangspunt 3:

  • (Om de reacties in de reactor te laten verlopen hoeft geen steenkool verbrand te worden, dus) bij het nieuwe proces ontstaat minder CO2.
  • Bij het nieuwe proces ontstaat geen NOx / ontstaat geen CO.

toelichting uitgangspunt 6: De waterstof en zuurstof die ontwijken uit de reactor worden in een brandstofcel weer omgezet tot elektrische stroom, die hergebruikt kan worden om de reactor van energie te voorzien.

Booglassen

Booglassen is een techniek waarmee metalen voorwerpen aan elkaar vast gemaakt worden. Daartoe worden de voorwerpen naast elkaar gelegd, waardoor een smalle naad overblijft. Een van de voorwerpen en een laselektrode worden aangesloten op een stroombron (figuur 1). In deze opgave wordt uitgegaan van twee ijzeren voorwerpen.

[figuur 1: zie het originele examen]

Tijdens het booglassen houdt men de laselektrode vlak boven de naad. Er ontstaat dan een felle hete vlam, die lasboog wordt genoemd. Door de hitte smelten de randen van de voorwerpen en het uiteinde van de kerndraad, waardoor de naad wordt gevuld met vloeibaar ijzer. Nadat het ijzer is gestold, vormen de twee voorwerpen één geheel. Het gestolde ijzer wordt ‘las’ genoemd.

Vraag 24 2 punten

Geef de naam van het bindingstype dat aanwezig is in de ijzeren kerndraad en de naam van het soort deeltjes dat voor de elektrische stroomgeleiding in deze kerndraad zorgt. Noteer je antwoord als volgt:

  • bindingstype: …
  • soort deeltjes: …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Indien het volgende antwoord is gegeven: bindingstype: ionbinding soort deeltjes: (vrije/beweeglijke) ionen (1)

Vraag 25 2 punten

Leid de temperatuur in °C af die de lasboog minimaal moet hebben. Gebruik Binas-tabel 40A of ScienceData-tabel 8.1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

1811

  • 273 = 1538 (°C)

Om de ijzeren kerndraad in de laselektrode zit bekleding. Tijdens het booglassen worden de stoffen in de bekleding van de kerndraad omgezet tot zogeheten beschermende gassen en een laag van slak (figuur 2).

[figuur 2: zie het originele examen]

Slak is een bros, glasachtig materiaal dat de las afdekt. De beschermende gassen en de slak-laag voorkomen dat het hete ijzer in de las reageert met stikstof uit de lucht. Bij deze reactie kunnen namelijk dunne ‘naaldjes’ ijzernitride ( Fe4N) ontstaan, die de las breekbaarder maken.

Vraag 26 2 punten

Geef de vergelijking van de reactie waarbij ijzernitride ontstaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • juiste formules voor en na de pijl (1)
  • de elementbalans juist in een vergelijking met uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (1)

Een bepaald type bekleding van een elektrode reageert tot de beschermende gassen koolstofmono-oxide en waterstof. Pien weet dat dit gevaarlijke stoffen zijn en ze vraagt zich af of er geen risico’s voor de lasser zijn. Haar docent legt uit dat deze gassen in dit geval met de omringende lucht reageren en dus geen gevaar vormen.

Vraag 27 2 punten

Noem twee risico’s van koolstofmono-oxide en/of waterstof en vermeld bij elk risico door welk gas het wordt veroorzaakt. Gebruik eventueel je informatieboek. Noteer je antwoord als volgt:

  • risico 1: … veroorzaakt door …
  • risico 2: … veroorzaakt door …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van juiste risico’s zijn:

  • brand/explosie veroorzaakt door waterstof
  • brand/explosie veroorzaakt door koolstofmono-oxide
  • vergiftiging veroorzaakt door koolstofmono-oxide / lichamelijke schade (na inademen) veroorzaakt door koolstofmono-oxide

Opmerking Als slechts twee risico's zijn gegeven zonder het bijbehorende gas, voor deze vraag geen scorepunten toekennen.

[figuur 3: zie het originele examen]

Tijdens het booglassen komt rook vrij, die vaste deeltjes bevat. Onderzoekers hebben met behulp van een elektronenmicroscoop een opname gemaakt van een gedeelte van zo’n vast deeltje uit rook (figuur 3). Het deeltje lijkt te bestaan uit meerdere bolletjes, zoals onderdeel A in de figuur.

1,0 cm in figuur 3 komt overeen met 73 nanometer. Een ijzeratoom heeft een diameter van 252∙10−12 m.

Vraag 28 2 punten

Bepaal de diameter van onderdeel A en leg uit of onderdeel A een ijzeratoom kan zijn. Gebruik eventueel Binas-tabel 2 of ScienceData-tabel 1.2a.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Onderdeel A heeft een grootte van 0,35 cm. Dit komt overeen met: 0, 35 × 73 = 25, 6 (nm). 25, 6 nm = 25, 6 ·10−9 m Een ijzeratoom heeft een diameter van 252∙10–12 m = 0,252∙10–9 m. (Een ijzeratoom is vele malen kleiner dan onderdeel A.) Onderdeel A is dus geen ijzeratoom.

In de rook is een stof aangetoond met de formule MnFe2O4. Deze stof bestaat uit Mn2+-ionen, ijzerionen en oxide-ionen.

Vraag 29 2 punten

Leg uit welke lading de ijzerionen in MnFe2O4 hebben.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Oxide-ionen hebben een lading van 2– (en mangaan-ionen hebben een lading van 2+). Deze ionen hebben samen een lading van (2 +) + 4 × (2 –) = 6

  • . 6+ Een ijzer-ion in MnFe2O4 heeft daarom een lading van = 3+ . 2

De ritmische-vlammenproef

De ritmische-vlammenproef (figuur 1) is een demonstratieproef die als volgt verloopt:

  • In een erlenmeyer wordt een laagje warme methanol gedaan. Vervolgens wordt een gloeiende platinadraad in de erlenmeyer gehangen.
  • De platinadraad gaat steeds feller gloeien.
  • Enige tijd later volgt een explosie.
  • Direct hierna gloeit de draad minder fel.
  • Na verloop van tijd gaat de platinadraad weer steeds feller gloeien tot er een nieuwe explosie optreedt. Deze cyclus van gloeien en exploderen kan urenlang doorgaan.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 30 2 punten

Geef de namen van de twee typen bindingen die worden verbroken wanneer methanol (CH3OH) verdampt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • vanderwaalsbinding(en)/molecuulbinding(en) (1)
  • waterstofbrug(gen) (1)

10 explosies.”

naar: www.nemokennislink.nl

Platina reageert als katalysator in dit experiment.

Vraag 31 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Geef een karakteristieke eigenschap van een katalysator.
  • Licht toe hoe uit de samenstelling van de ontstane stoffen in regel 6 van het tekstfragment is af te leiden dat platina een katalysator is.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste karakteristieke eigenschap zijn:

  • Een katalysator wordt wel gebruikt, maar wordt niet verbruikt.
  • Een katalysator verlaagt de activeringsenergie van een reactie.
  • Een katalysator versnelt de reactie.

Voorbeelden van een juiste toelichting zijn:

  • Waterstof, koolstofmono-oxide en koolstofdioxide bevatten geen platina-atomen (dus is platina bij deze reactie niet verbruikt).
  • De reactieproducten zijn H2, CO en CO2. Geen van deze reactieproducten bevat het element platina (dus platina zelf reageert netto niet mee).
  • De reactieproducten bevatten uitsluitend de elementen C, H en O. (Platina wordt dus niet verbruikt.)

Formaldehyde is een gas met een sterke geur en een geurdrempel van 0,83 cm3 m–3. Dit betekent dat de geur van formaldehyde te ruiken is wanneer minimaal 0,83 cm3 formaldehyde aanwezig is per m3.

Vraag 32 4 punten

Bereken de massa in gram formaldehyde die minimaal in een klaslokaal aanwezig is op het moment dat er formaldehyde geroken kan worden. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers. Gebruik de volgende informatie:

  • De formaldehyde (CH2O) is gelijkmatig verdeeld over het lokaal.
  • Het volume van het lokaal is 156 m3.
  • 1,00 mol formaldehydegas heeft een volume van 2,40∙104 cm3.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

Het volume van formaldehyde in het lokaal is dan 156 × 0,83 = 129 (cm3 ) .

129 Het aantal mol formaldehyde is dan = 5, 40 ·10−3 (mol). 2, 40 ·10 4

De massa in gram formaldehyde is dus 5,40 ·10−3 × 30,0 = 0,16 (g)

De geurdrempel van 0,83 cm3 per m3 komt overeen met 0,83 = 3, 46 ·10−5 (mol) formaldehyde per m3. 2, 40 ·10 4

Dit komt overeen met 3, 46 ·10−5 × 30,0 = 1, 04 ·10−3 (g) formaldehyde per m3. In het lokaal zit dus minimaal 1,04 ·10−3 × 156 = 0,16 (g) formaldehyde.

De reactie die in regel 2-3 van het tekstfragment wordt beschreven, is hieronder weergegeven.

CH3OH → CH2O + H2 (reactie 1)

Vraag 33 2 punten

Geef de vergelijking van reactie 1 in structuurformules.

Bekijk het antwoord
  • juiste structuurformule van formaldehyde na de pijl (1)
  • juiste structuurformules van methanol voor de pijl en van waterstof na de pijl en de coëfficiënten gelijk aan 1 (1)

In regel 3-4 wordt de volgende bewering gedaan: “Er komt geen energie vrij als je formaldehyde vormt.”

Vraag 34 3 punten

Leg uit of deze bewering juist is. Doe dit aan de hand van een berekening van de reactiewarmte van reactie 1.

  • Gebruik Binas-tabel 57B of ScienceData-tabel 9.2b.
  • Gebruik de systematische naam van formaldehyde: methanal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

(2,39

  • 1, 09) ·105 = 1,30 ·105 (J mol−1 ) . De bewering is dus juist.

of

De reactiewarmte van reactie 1 is:

  • Ebegin + Eeind = −( −2,39 ·105 ) + ( −1, 09 ·105 ) = 1,30 ·105 (J mol −1 ) (De reactiewarmte is positief. / De reactie is endotherm.) De bewering is dus juist.

De demonstratieproef kan worden uitgebreid. Hierbij worden de gassen door een oplossing van calciumhydroxide (Ca(OH)2) geleid, waardoor de oplossing waarneembaar verandert. Deze verandering wordt veroorzaakt doordat het ontstane gas koolstofdioxide reageert met de calciumhydroxide-oplossing. Hierbij ontstaat de stof calciumcarbonaat. Deze reactie is een zuur-basereactie.

Vraag 35 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Geef aan welke waarneming wordt gedaan aan de calciumhydroxide-oplossing.
  • Verklaar deze waarneming aan de hand van Binas-tabel 45A of ScienceData-tabel 8.4d.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste waarneming zijn:

  • De oplossing wordt troebel/wit.
  • Er ontstaat een neerslag.
  • Er wordt een vaste stof gevormd.

Een voorbeeld van een juiste verklaring is: (Het ontstane) calciumcarbonaat is een slecht oplosbaar zout / lost slecht op in water.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1028-a-23-2-o

Andere examens scheikunde havo

Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2 telt 35 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (5), koolstofchemie (5) en reactievergelijkingen (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-2/ha-1028-a-23-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.