Eindexamen scheikunde havo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Koffiebekers gerecycled, GelCORE, Zuurstofproductie op Mars, Groen staal, Textielverfrisser.
Het centraal examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over reactievergelijkingen (7), koolstofchemie (6) en duurzame chemie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Reactievergelijkingen | 6, 8, 21, 23-24, 26, 30 | 7 |
| Koolstofchemie | 1, 9, 12-13, 25, 31 | 6 |
| Duurzame chemie | 5, 7, 16, 20 | 4 |
| Rekenen aan reacties | 15, 18, 22, 28 | 4 |
| Scheidingsmethoden | 2-4 | 3 |
| Zuren en basen | 10, 33 | 2 |
| Redoxreacties | 14, 17 | 2 |
| Stoffen en eigenschappen | 19, 29 | 2 |
| Bindingen | 27, 32 | 2 |
| Reactiesnelheid | 11 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over reactievergelijkingen (21% van de vragen, gemiddeld 10%).
Opgaven en correctievoorschrift
- Opgaven
- Uitwerkbijlage
- Correctievoorschrift
- Aanvulling correctievoorschrift
- Tweede aanvulling correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Koffiebekers gerecycled
Een ‘papieren’ koffiebeker voor eenmalig gebruik bestaat meestal uit een papieren buitenkant en een dunne binnenlaag van polyetheen (PE). Figuur 1 toont een schematische weergave van zo’n koffiebeker.
PE vormt een waterafstotende laag, die verhindert dat de koffie in contact komt met het papier. Hierdoor behoudt de beker zijn vorm en sterkte.
Vraag 1 2 punten
Leg uit of PE via polyadditie of via polycondensatie gevormd is.
Schematische weergave van een papieren koffiebeker met een PE-binnenlaag, met de structuurformule van PE. Bekijk in Opgaven, pagina 2
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De lineaire/onvertakte (hoofd)ketens van PE-moleculen bestaan alleen uit C-atomen (en H-atomen). Een dergelijke keten kan alleen zijn ontstaan door polyadditie.
- Bij polycondensatie komt in de (hoofd)keten ook een andere atoomsoort terecht dan alleen koolstofatomen. / Bij polycondensatie komen in de (hoofd)keten ook zuurstofatomen (of stikstofatomen) terecht. Deze zijn niet aanwezig in PE, dus het is geen polycondensatie maar polyadditie.
- PE is het polymeer van (het monomeer) etheen / van etheenmoleculen. (Etheenmoleculen hebben een C=C-binding die openbreekt bij polymerisatie.) Het is dus polyadditie.
- Er zijn geen esterbindingen en geen amidebindingen/peptidebindingen aanwezig (in de hoofdketen), dus het is polyadditie.
Enkele afvalverwerkende bedrijven kunnen het papier van het PE scheiden. Dit proces verloopt als volgt:
- stap 1 De ingezamelde koffiebekers worden eerst versnipperd.
- stap 2 De snippers worden gemengd met warm water en geroerd. Daarbij zwelt het papier op, maar het PE niet. Het PE komt daardoor los van het papier. Het opgezwollen papier valt uiteen tot pulp. Het losgekomen PE drijft op het mengsel van pulp en water en wordt gescheiden door het eraf te scheppen (ruimte I). Het PE kan worden verwerkt tot korrels en gebruikt worden in nieuwe producten.
- stap 3 Uit het overgebleven mengsel van pulp en water wordt zoveel mogelijk water afgescheiden met behulp van een tweede scheiding (ruimte II). In deze tweede scheidingsstap wordt het mengsel gefiltreerd.
- stap 4 De pulp wordt daarna gedroogd tot droge papiervezels (ruimte III) en verwerkt tot toiletpapier.
Vraag 2 1 punt
Geef aan op welk verschil in stofeigenschap de scheidingsmethode in ruimte I berust.
Bekijk het antwoord
(verschil in) dichtheid
Opmerking
Het volgende antwoord goedrekenen: (verschil in) polariteit/oplosbaarheid / PE is hydrofoob en de pulp (en water) is/zijn hydrofiel.
Vraag 3 1 punt
Geef aan op welk verschil in eigenschap de scheidingsmethode in ruimte II berust.
Bekijk het antwoord
(verschil in) deeltjesgrootte
Op de uitwerkbijlage is een vereenvoudigd en nog onvolledig blokschema van het proces weergegeven.
Vraag 4 3 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.
- Teken de pijlen van de ontbrekende stofstromen.
- Noteer de nummers van een of meer van onderstaande stoffen op de stippellijntjes en bij de pijlen die je zelf hebt getekend: 1 koffiebekersnippers, 2 pulp, 3 PE, 4 water.
- Je hoeft geen rekening te houden met recirculatie.
Vereenvoudigd en nog onvolledig blokschema van het proces met de ruimten I, II en III; de pijlen van de ontbrekende stofstromen moeten getekend worden. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 1
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- uitsluitend nummer 1 tussen ruimte versnipperen en ruimte I, een pijl met uitsluitend nummer 3 uit ruimte I en een pijl met uitsluitend nummer 4 in ruimte I
- uitsluitend nummers 2 en 4 van ruimte I naar ruimte II en een pijl met uitsluitend nummer 4 uit ruimte II
- uitsluitend nummers 2 en 4 van ruimte II naar ruimte III en een pijl met uitsluitend nummer 4 uit ruimte III
Opmerkingen
- Als de uitgaande stofstroom 4 uit ruimte II en/of ruimte III is verbonden met de ingaande stofstroom 4 naar ruimte I, dit goedrekenen.
- Als in plaats van de juiste nummers namen of formules zijn gegeven, dit niet aanrekenen.
Aanvulling: Als uitsluitend nummer 2 van ruimte II naar ruimte III is gegeven en een pijl met uitsluitend nummer 4 uit ruimte III is getekend, mag scorebol 3 toch worden toegekend.
Fransje leest op een internetsite dat het cradle-to-cradle-principe “ervan uitgaat dat alle materialen een voortdurende en blijvende waarde houden en steeds weer in gesloten kringlopen van productie, gebruik en recycling kunnen worden opgenomen”. Fransje stelt dat het beschreven proces van het recyclen van koffiebekers past bij het cradle-to-cradle-principe.
Vraag 5 2 punten
Geef een argument voor en een argument tegen deze stelling.
Noteer je antwoord als volgt:
- argument voor: ...
- argument tegen: ...
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist argument voor de stelling zijn:
- PE wordt verwerkt tot plastic en papier wordt verwerkt tot toiletpapier. / Alle grondstoffen (PE en papier) kunnen na verwerking weer gebruikt worden voor nieuwe producten.
- Bij het proces ontstaat (blijkbaar) geen afval.
Voorbeelden van een juist argument tegen de stelling zijn:
- Het (stevige) papier van de bekers wordt gebruikt voor toiletpapier. Er is dus kwaliteitsverlies van het papier. / Er vindt downcycling plaats.
- Toiletpapier wordt niet gerecycled.
Opmerkingen
- Het volgende argument tegen de stelling goedrekenen: Uiteindelijk is het PE niet meer geschikt om nog verder te recyclen. / Uiteindelijk wordt PE verbrand.
- Het volgende argument tegen de stelling goedrekenen: Bij de verwerking van koffiebekers wordt water vervuild.
- Het volgende argument voor de stelling fout rekenen: PE wordt hergebruikt. / Papier wordt verwerkt tot toiletpapier.
Andere papieren koffiebekers hebben geen binnenlaag van PE, maar van polymelkzuur (PMZ). PMZ is een polymeer van de plantaardige monomeer melkzuur. PMZ is biodegradeerbaar door hydrolyse. Op de uitwerkbijlage is de hydrolyse van een fragment van een PMZ-molecuul onvolledig weergegeven.
Vraag 6 3 punten
Maak op de uitwerkbijlage de reactievergelijking compleet.
- Bij deze reactie moeten twee esterbindingen worden gehydrolyseerd.
- Geef de koolstofverbindingen in structuurformules.
- Laat twee losse melkzuurmoleculen ontstaan.
Onvolledige reactievergelijking van de hydrolyse van een fragment van een PMZ-molecuul, met twee esterbindingen en de pijl waarna de producten ingevuld moeten worden. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- $\mathrm{H_2O}$ voor de pijl
- structuurformule van melkzuur na de pijl
- structuurformule van het PMZ-fragment na de pijl juist en de elementbalans juist
Opmerking
Als voor water een structuurformule in plaats van een molecuulformule is gegeven, dit niet aanrekenen.
Omdat de hydrolyse van PMZ alleen mogelijk is met industriële installaties, belandt veel PMZ net als veel PE (na een aantal maal hergebruik) in de verbrandingsoven. Toch draagt het gebruik van PMZ – van het maken tot en met de verbranding ervan – minder bij aan het versterkt broeikaseffect dan het gebruik van PE – van het maken tot en met de verbranding ervan.
Vraag 7 2 punten
Leg uit aan de hand van de koolstofkringloop dat het gebruik van PMZ minder bijdraagt aan het versterkt broeikaseffect dan het gebruik van PE.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Bij de verbranding (van PMZ en van PE) ontstaat koolstofdioxide. (PMZ is van plantaardige oorsprong / wordt gemaakt uit biomassa.) Het koolstofdioxide dat ontstaat bij de verbranding van PMZ is recent (uit de lucht) opgenomen door planten (tijdens de fotosynthese/groei). / Het koolstofdioxide dat ontstaat bij de verbranding van PE is lang geleden vastgelegd. (Hierdoor draagt gebruik van PMZ minder bij aan de toename van het versterkt broeikaseffect dan gebruik van PE.)
Opmerking
Een antwoord als het volgende goedrekenen: Bij de verbranding ontstaat koolstofdioxide. PE wordt gemaakt uit grondstoffen afkomstig uit de lange koolstofkringloop en PMZ wordt gemaakt uit grondstoffen afkomstig uit de korte koolstofkringloop.
GelCORE
Het hoornvlies is het doorzichtige, voorste deel van de oogbol waardoor het licht het oog binnenkomt. Een beschadiging van het hoornvlies is pijnlijk. Onderzoekers hebben het middel GelCORE ontwikkeld, waarmee een beschadigd hoornvlies tijdelijk kan worden afgedekt. GelCORE bevat de stof GelMA. GelMA wordt gemaakt van het eiwit gelatine. Een aantal aminozuureenheden dat veel in gelatine voorkomt, is vermeld in tabel 1.
tabel 1
| veelvoorkomende aminozuureenheden in gelatine | |
|---|---|
| glycine (Gly) | serine (Ser) |
| proline (Pro) | leucine (Leu) |
| glutaminezuur (Glu) | fenylalanine (Phe) |
| alanine (Ala) | lysine (Lys) |
De onderzoekers maakten GelMA door aan een oplossing van gelatine in water druppelsgewijs een grote overmaat van de stof MAA toe te voegen. Daarbij treedt de reactie op die in figuur 1 schematisch is weergegeven.
De restgroepen van gelatinemoleculen bevatten OH-groepen. Figuur 1 toont de reactie van MAA-moleculen met een van deze OH-groepen. Hierbij ontstaat een estergroep. De restgroepen van gelatinemoleculen bevatten ook NH2-groepen die op een vergelijkbare manier reageren met MAA-moleculen. Bij deze reactie met een NH2-groep ontstaat in plaats van de estergroep een amidegroep. Op de uitwerkbijlage is een vergelijking van deze reactie onvolledig weergegeven.
Vraag 8 2 punten
Maak de reactievergelijking op de uitwerkbijlage compleet. Doe dit met behulp van figuur 1.
Onvolledige reactievergelijking van gelatine (NH-groep) met MAA tot een gedeelte van een GelMA-molecuul en een tweede product, zoals in figuur 1 van de opgave. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 3
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is: het gedeelte van het gelatinemolecuul met de NH-groep reageert met het MAA-molecuul tot een gedeelte van een GelMA-molecuul met een amidegroep, en het molecuul $\mathrm{H_2C{=}C(CH_3){-}COOH}$. De structuurformules staan in het correctievoorschrift op pagina 10.
indien het volgende antwoord is gegeven (1 punt): het gedeelte van het gelatinemolecuul reageert met het zuurstofatoom in plaats van het stikstofatoom, zodat in het GelMA-molecuul een estergroep ontstaat, en het andere product is het amide $\mathrm{H_2C{=}C(CH_3){-}C(=O){-}NH_2}$.
Vraag 9 2 punten
Geef aan welke twee aminozuureenheden uit tabel 1 met MAA-moleculen kunnen reageren.
Bekijk het antwoord
- serine/Ser/S
- lysine/Lys/K
Opmerking
De aminozuureenheid glutaminezuur/Glu/E goedrekenen.
Door de reactie van de restgroepen van de gelatinemoleculen met MAA-moleculen verandert de pH van het reactiemengsel.
Vraag 10 2 punten
Leg uit of de pH door deze reactie van de restgroepen hoger of lager wordt. Gebruik figuur 1.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Door deze reactie ontstaat een stof met een COOH-groep/carboxylgroep/(carbon)zuurgroep. De pH wordt dus lager.
- Door deze reactie verdwijnt een NH2-groep/aminogroep (dit is een basische groep). De pH wordt dus lager.
Aanvulling: Het eerste criterium luidt: Er ontstaat (een stof met) een COOH-groep/carboxylgroep/(carbon)zuurgroep. / Er verdwijnt een NH2-groep/aminogroep. Het tweede criterium luidt: een consequente conclusie op basis van de COOH-groep/NH2-groep. Het eerdere voorbeeld met een verdwijnende OH-groep vervalt.
Omdat de stof MAA slecht oplost in water, ontstaat bij het maken van GelMA een emulsie. Door stevig roeren worden de MAA-druppels kleiner.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat de reactie van gelatine met MAA sneller verloopt wanneer de MAA-druppels kleiner zijn. Doe dit aan de hand van het botsende-deeltjesmodel.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Wanneer de MAA-druppels kleiner zijn, (zijn er meer druppels en) is het totale (reactie/contact)oppervlak ervan groter. Hierdoor zijn er meer (effectieve) botsingen (per tijdseenheid, waardoor de reactie van gelatine met MAA sneller verloopt).
- Als de MAA-druppels kleiner zijn, dan is de verdelingsgraad van MAA groter. Hierdoor botsen de deeltjes vaker (effectief, waardoor de reactie van gelatine met MAA sneller verloopt).
indien slechts een juist verband is gegeven tussen de grootte van de MAA-druppels en het aantal botsingen / tussen de reactiesnelheid en het aantal botsingen (1 punt).
Door GelMA in water op te lossen met onder andere tri-ethanolamine (TEA) en n-vinylcaprolactam (VC), ontstaat een mengsel dat GelCORE wordt genoemd. In figuur 2 zijn de structuurformules van TEA en VC weergegeven.
Met GelCORE kan een beschadiging aan het hoornvlies van een oog tijdelijk worden afgedekt. Wanneer GelCORE wordt beschenen met licht, treedt polymerisatie op tussen de C=C-groepen van GelMA-moleculen en de C=C-groepen van VC-moleculen. Door deze reactie ontstaan crosslinks en ontstaat een netwerk. Hierbij wordt GelCORE hard.
Op de uitwerkbijlage is de reactie van GelMA met VC onvolledig en deels schematisch weergegeven. Het VC-molecuul is hier met een vereenvoudigde structuurformule weergegeven. Een gedeelte van een crosslink is na de pijl onvolledig weergegeven.
Vraag 12 3 punten
Maak op de uitwerkbijlage de structuurformule van het gedeelte van de crosslink compleet.
- Dit gedeelte moet één GelMA-eenheid en één VC-eenheid bevatten.
- Gebruik de vereenvoudigde weergave van een VC-eenheid.
Onvolledige reactie van een GelMA-molecuul met een vereenvoudigd weergegeven VC-molecuul, gevolgd door een onvolledig gedeelte van een crosslink na de pijl (zie ook figuur 2 op pagina 5 van de opgave: structuurformules van TEA en VC). Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 4
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is een gedeelte van een crosslink met een hoofdketen van vier koolstofatomen met enkelvoudige C-C-bindingen, waarin de zijgroepen (R en $\mathrm{CH_3}$) juist zijn weergegeven en waarvan het andere uiteinde met ~ en de rest van de structuurformule juist is weergegeven. De structuurformule staat in het correctievoorschrift op pagina 12.
Na verloop van tijd heeft het hoornvlies zich hersteld en breekt het lichaam de uitgeharde GelCORE af. De biologische afbreekbaarheid van GelCORE werd onderzocht met behulp van het enzym collagenase. Dit enzym hydrolyseert onder andere peptidebindingen tussen de aminozuureenheden Ala en Gly in het fragment ~Ala-Gly-Pro~ van de uitgeharde GelCORE.
Vraag 13 4 punten
Teken de structuurformule van het eiwitfragment ~Ala-Gly-Pro~. Gebruik Binas-tabel 67H1 of ScienceData-tabel 13.7c.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is de structuurformule van ~Ala-Gly-Pro~ met de peptidegroep tussen Ala en Gly, de peptidegroep tussen Gly en Pro, de restgroepen (CH3 bij Ala en de ring van Pro), en begin en einde van de peptideketen met ~. De structuurformule staat in het correctievoorschrift op pagina 12.
Opmerking
Als de structuurformule van ~Pro-Gly-Ala~ is gegeven, dit goedrekenen.
indien het volgende antwoord is gegeven (3 punten): de structuurformule van hetzelfde fragment, maar met een vrije aminogroep (H-N-) aan het begin en een vrije COOH-groep (-C-OH) aan het einde, dus zonder ~.
Zuurstofproductie op Mars
Om in de verre toekomst op de planeet Mars te kunnen wonen, is het belangrijk dat daar zuurstof kan worden geproduceerd. De atmosfeer van Mars bevat namelijk nauwelijks zuurstof, maar wel koolstofdioxide. Op 20 april 2021 is er door de Marsrobot Perseverance (figuur 1a) voor het eerst zuurstof geproduceerd uit koolstofdioxide dat aanwezig is in de atmosfeer van Mars.
De Perseverance bevat een ‘solid oxide electrolyzer’ (SOXE). In de SOXE wordt met behulp van elektrische energie koolstofdioxide omgezet tot onder andere zuurstof (figuur 1b).
Aan elektrode A wordt $\mathrm{CO_2}$ omgezet tot $\mathrm{CO}$ volgens:
$\mathrm{CO_2 + 2\,e^- \rightarrow CO + O^{2-}}$ (halfreactie 1)
Aan elektrode B ontstaat zuurstof volgens:
$\mathrm{O^{2-} \rightarrow O_2}$ (halfreactie 2)
Halfreactie 2 is onvolledig. In halfreactie 2 ontbreken elektronen en coëfficiënten. Op de uitwerkbijlage is halfreactie 1 weergegeven.
Vraag 14 4 punten
Voer de volgende opdrachten op de uitwerkbijlage uit:
- Neem halfreactie 2 over, zet $\mathrm{e^-}$ aan de juiste kant van de pijl en maak de vergelijking kloppend.
- Leid met behulp van halfreactie 2 en halfreactie 1 de vergelijking af van de totale reactie die in de SOXE optreedt.
Halfreactie 1 en de onvolledige halfreactie 2, met ruimte voor de elektronen, de coëfficiënten en de totale reactie. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 4
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
halfreactie 1: $\mathrm{CO_2 + 2\,e^- \rightarrow CO + O^{2-}}$ (2×)
halfreactie 2: $\mathrm{2\,O^{2-} \rightarrow O_2 + 4\,e^-}$ (1×) +
totale reactie: $\mathrm{2\,CO_2 \rightarrow 2\,CO + O_2}$
Het elektrolyt is YSZ: een afkorting van yttrium gestabiliseerd zirkoniumoxide. Yttrium en zirkonium zijn elementen met de symbolen Y en Zr. YSZ is op te vatten als een mengsel van de zouten $\mathrm{Y_2O_3}$ en $\mathrm{ZrO_2}$. YSZ is een vaste stof die oxide-ionen ($\mathrm{O^{2-}}$) doorgeeft. De $\mathrm{O^{2-}}$-ionen worden het best doorgegeven bij de massaverhouding $\mathrm{Y_2O_3 : ZrO_2 = 1{,}0 : 6{,}3}$.
Vraag 15 4 punten
Bereken in welke molverhouding $\mathrm{Y_2O_3}$ en $\mathrm{ZrO_2}$ aanwezig zijn bij deze massaverhouding:
- De molaire massa van $\mathrm{ZrO_2}$ is 123 g mol$^{-1}$.
- Geef de uitkomst weer als: $\mathrm{Y_2O_3 : ZrO_2 = 1{,}0 : \ldots}$
- Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
De molaire massa van $\mathrm{Y_2O_3}$ is $2 \times 88{,}9 + 3 \times 16{,}0 = 225{,}8$ (g mol$^{-1}$).
De chemische hoeveelheid $\mathrm{Y_2O_3}$ (in 7,3 g YSZ) is $\frac{1{,}0}{225{,}8} = 4{,}43\cdot10^{-3}$ (mol).
De chemische hoeveelheid $\mathrm{ZrO_2}$ (in 7,3 g YSZ) is $\frac{6{,}3}{123} = 5{,}12\cdot10^{-2}$ (mol).
$\mathrm{Y_2O_3 : ZrO_2}$ $\left(= 1{,}0 : \frac{5{,}12\cdot10^{-2}}{4{,}43\cdot10^{-3}}\right) = 1{,}0 : 12$.
Opmerking
Als in een antwoord de massaverhouding 1,0 : 6,3 niet is verwerkt, kunnen het tweede en derde scorepunt niet worden behaald. Het scorepunt voor de juiste significantie kan wel worden behaald.
Het elektrolyt YSZ is ook onderdeel van elektrode A. Elektrode A is poreus en is opgebouwd uit poederdeeltjes nikkel (Ni) die zijn versmolten met poederdeeltjes YSZ (figuur 2). Deze opbouw van elektrode A zorgt ervoor dat de snelheid waarmee zuurstof geproduceerd wordt, optimaal is.
Maud en Bryn bediscussiëren of de weergave van elektrode A in figuur 2 een weergave op microniveau is. Bryn stelt dat de donker gekleurde bolletjes nikkel-atomen kunnen voorstellen. Maud stelt dat de witte bolletjes nooit een weergave van YSZ op microniveau kunnen zijn.
Vraag 16 1 punt
Geef een argument dat de stelling van Maud ondersteunt.
Figuur 2: schematische weergave van elektrode A met de elektrolyt en elektrode B, en een vergroting van de elektrode met witte bolletjes (YSZ) en donkere bolletjes (Ni). Bekijk in Opgaven, pagina 8
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist argument zijn:
- (In figuur 2 is YSZ in elektrode A weergegeven als één bolletje.) YSZ bestaat uit verschillende ionen/deeltjes/atoomsoorten en die worden niet weergegeven. (De weergave van YSZ in elektrode A is dus niet op microniveau.)
- Als de bolletjes een weergave van atomen/ionen/deeltjes zouden zijn, zou je verwachten dat een bolletje YSZ groter zou zijn dan een bolletje nikkel (want YSZ bevat meer en grotere atomen/ionen/deeltjes/atoomsoorten). Dit is echter niet zo.
- Volgens de tekst is elektrode A weergegeven als poederdeeltjes van (nikkel en) YSZ. (Dit is een aanduiding op macroniveau/mesoniveau / geen aanduiding op microniveau.)
Het is belangrijk dat de Ni-deeltjes en YSZ-deeltjes goed gemengd zijn. Om halfreactie 1 te laten verlopen, moet een molecuul CO2 namelijk zowel de Ni-deeltjes als de YSZ-deeltjes raken.
$\mathrm{CO_2 + 2\,e^- \rightarrow CO + O^{2-}}$ (halfreactie 1)
Vraag 17 2 punten
Leg uit op microniveau waarom halfreactie 1 alleen kan verlopen als een molecuul CO2 zowel Ni-deeltjes als YSZ-deeltjes raakt. Noteer je antwoord als volgt:
- Contact met Ni-deeltjes is nodig, omdat ...
- Contact met YSZ-deeltjes is nodig, omdat ...
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Contact met Ni-deeltjes is nodig, omdat bij halfreactie 1 elektronen worden opgenomen. Deze elektronen worden aangeleverd door Ni-deeltjes.
Contact met YSZ-deeltjes is nodig, omdat bij halfreactie 1 oxide-ionen vrijkomen. De oxide-ionen worden doorgegeven door YSZ-deeltjes.
Eén SOXE produceert $4{,}7\cdot10^{-5}$ mol zuurstof per seconde. Volgens ruimtevaartorganisatie NASA heeft een astronaut 0,84 kg zuurstof per dag nodig.
Vraag 18 4 punten
Bereken hoeveel SOXE's nodig zijn om één astronaut gedurende een dag van zuurstof te voorzien. Geef de uitkomst in een geheel aantal SOXE's.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
De chemische hoeveelheid zuurstof die per dag per SOXE wordt geproduceerd is $4{,}7\cdot10^{-5}\times3600\times24=4{,}06$ (mol).
De geproduceerde massa zuurstof per dag is dus $4{,}06\times32{,}0=1{,}30\cdot10^{2}$ (g).
Het benodigde aantal SOXE's is $\frac{0{,}84\cdot10^{3}}{1{,}30\cdot10^{2}}=6{,}46$.
Afgerond zijn er dus 7 SOXE's nodig.
of
De chemische hoeveelheid zuurstof die per dag nodig is, komt overeen met $\frac{0{,}84\cdot10^{3}}{32{,}0}=26{,}3$ (mol).
De totale chemische hoeveelheid zuurstof die per seconde nodig is, is dus $\frac{26{,}3}{3600\times24}=3{,}04\cdot10^{-4}$ (mol).
Het benodigde aantal SOXE's is dus $\frac{3{,}04\cdot10^{-4}}{4{,}7\cdot10^{-5}}=6{,}46$.
Afgerond zijn er dus 7 SOXE's nodig.
of
De chemische hoeveelheid zuurstof die per dag nodig is, komt overeen met $\frac{0{,}84\cdot10^{3}}{32{,}0}=26{,}3$ (mol).
Eén SOXE produceert per dag aan zuurstof $4{,}7\cdot10^{-5}\times3600\times24=4{,}06$ (mol).
Het benodigde aantal SOXE's is dus $\frac{26{,}3}{4{,}06}=6{,}46$.
Afgerond zijn er dus 7 SOXE's nodig.
Groen staal
Staal is een legering die bestaat uit ijzer en koolstof. Staal wordt geproduceerd uit ijzererts ($\mathrm{Fe_2O_3}$) en steenkool. De productie van staal in het traditionele hoogovenproces (figuur 1) kan worden samengevat met de volgende stappen:
- stap I: IJzererts wordt vermalen en gemengd met hulpstoffen. Door verhitting van dit mengsel ontstaan zogenaamde ijzererts-pellets. Steenkool wordt verhit en samengeperst tot cokes, die voornamelijk uit koolstof bestaat.
- stap II: De hoogoven wordt gevuld met lagen ijzererts-pellets en cokes, waarna hete lucht wordt ingeblazen. Een deel van de cokes reageert met zuurstof uit de lucht, waardoor koolstofmonooxide (CO) ontstaat. $\mathrm{Fe_2O_3}$ reageert met CO. Uit de onderzijde van de hoogoven komt een mengsel van ijzer met nog 4 tot 5 massaprocent koolstof.
- stap III: In een afzonderlijke reactor reageert een deel van de koolstof in het mengsel met zuiver zuurstof, waardoor uiteindelijk staal met 2,0 massaprocent koolstof ontstaat.
De belangrijkste reacties in stap II zijn:
$\mathrm{2\,C + O_2 \rightarrow 2\,CO}$ (reactie 1)
$\mathrm{Fe_2O_3 + 3\,CO \rightarrow 2\,Fe + 3\,CO_2}$ (reactie 2)
Reactie 1 en 2 zijn beide exotherm, waardoor de temperatuur van de hoogoven oploopt tot 2197-2397 °C. Op de uitwerkbijlage staat een tabel over ijzer.
Vraag 19 2 punten
Vul in de tabel op de uitwerkbijlage de vier ontbrekende gegevens in en geef aan in welke fase de stof ijzer zich bevindt in het mengsel dat de hoogoven verlaat. Gebruik Binas-tabel 40a of ScienceData-tabel 8.1.
Tabel over ijzer met de smelt- en kookpunten in kelvin en in °C, en de fase van het mengsel dat de hoogoven verlaat; de vier ontbrekende gegevens moeten worden ingevuld. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 4
Bekijk het antwoord
| temperatuur (K) | temperatuur (°C) | fase (s, l, g of aq) | |
|---|---|---|---|
| smeltpunt Fe | 1811 | 1538 | |
| kookpunt Fe | 3134 | 2861 | |
| de fase van het mengsel dat de hoogoven verlaat | l |
De productie van staal in een traditionele hoogoven levert een hoge CO2-uitstoot op. Het grootste deel van deze uitstoot ontstaat in stap II door reactie 2.
Vraag 20 4 punten
Bereken de CO2-uitstoot door reactie 2 in ton per 1,00 ton gevormd staal.
- 1,00 ton = 1,00·10³ kg
- Ga ervan uit dat het gevormde staal 2,00 massaprocent koolstof bevat.
- Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
1,00 ton staal bevat aan ijzer: $1{,}00\cdot10^{6}\times\frac{100{,}00-2{,}00}{10^{2}}=9{,}800\cdot10^{5}$ (g).
De chemische hoeveelheid ijzer is $\frac{9{,}800\cdot10^{5}}{55{,}9}=1{,}753\cdot10^{4}$ (mol).
De chemische hoeveelheid CO2 die ontstaat is dus $1{,}753\cdot10^{4}\times\frac{3}{2}=2{,}630\cdot10^{4}$ (mol).
De massa CO2 die in reactie 2 wordt uitgestoten is dus $\frac{2{,}630\cdot10^{4}\times44{,}0}{10^{6}}=1{,}16$ (ton).
indien het volgende antwoord is gegeven (2 punten): 2,00% van 1,00 ton is 2,00·10⁻² ton koolstof. Deze koolstof wordt omgezet tot CO2. De massa daarvan is $\frac{2{,}00\cdot10^{-2}}{12{,}0}\times44{,}0=7{,}33\cdot10^{-2}$ (ton).
Om de CO2-uitstoot te verminderen, is het MIDREX-proces ontwikkeld. Het MIDREX-proces doorloopt dezelfde stappen als het traditionele hoogovenproces, maar het MIDREX-proces gebruikt methaan in plaats van cokes. Door methaan eerst te laten reageren met stoom, ontstaat syngas, een mengsel van waterstof en koolstofmonooxide.
Vraag 21 3 punten
Geef de vergelijking voor de vorming van syngas uit methaan en stoom.
Bekijk het antwoord
$\mathrm{CH_4 + H_2O \rightarrow 3\,H_2 + CO}$
Aanvulling: Het derde criterium luidt voortaan: elementbalans juist bij uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (in plaats van: uitsluitend juiste formules). Deze aanvulling voorkomt verschillen in beoordeling met de vergelijkbare vragen 24 en 26.
In de hoogoven die voor het MIDREX-proces wordt gebruikt, reageert ijzererts in stap II (de hoogoven) met het syngas volgens reactie 2 en reactie 3.
$\mathrm{Fe_2O_3\,(s) + 3\,H_2\,(g) \rightarrow 2\,Fe\,(s) + 3\,H_2O\,(g)}$ (reactie 3)
Een nadeel van deze methode is dat reactie 3 endotherm is.
Vraag 22 3 punten
Bereken de reactiewarmte van reactie 3 per mol ijzer (T = 298 K). Gebruik Binas-tabel 57 of ScienceData-tabel 9.2.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
$\left(\frac{1}{2}\times8{,}24-\frac{3}{2}\times2{,}42\right)\cdot10^{5}=0{,}49\cdot10^{5}$ (J mol$^{-1}$)
of
$-E_{begin}+E_{eind}=-\left[\frac{1}{2}\times(-8{,}24\cdot10^{5})\right]+\left[\frac{3}{2}\times(-2{,}42\cdot10^{5})\right]=0{,}49\cdot10^{5}$ (J mol$^{-1}$)
of
$-E_{begin}+E_{eind}=-\left[(-8{,}24\cdot10^{5})\right]+\left[3\times(-2{,}42\cdot10^{5})\right]=0{,}98\cdot10^{5}$ (J per 2 mol)
Dat is $\frac{0{,}98\cdot10^{5}}{2}=0{,}49\cdot10^{5}$ (J mol$^{-1}$).
Opmerking
Een berekening als de volgende goedrekenen: $\frac{1}{2}\times8{,}24-\frac{3}{2}\times2{,}42=0{,}49\cdot10^{5}$ (J mol$^{-1}$)
Bij traditionele staalproductie komt in stap II per mol geproduceerd Fe 1,5 mol CO2 vrij. Bij gebruik van het MIDREX-proces komt minder CO2 vrij per mol Fe.
Vraag 23 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Geef de totale reactie van stap II in het MIDREX-proces. Doe dit door reactie 2 en reactie 3 in de juiste verhouding bij elkaar op te tellen tot één totale reactie. De molverhouding H2 : CO in de reactor is 3 : 1.
- Leid af hoeveel mol CO2 vrijkomt per mol Fe in stap II van het MIDREX-proces.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
$\mathrm{Fe_2O_3 + 3\,CO \rightarrow 2\,Fe + 3\,CO_2}$ (1×)
$\mathrm{Fe_2O_3 + 3\,H_2 \rightarrow 2\,Fe + 3\,H_2O}$ (3×) +
$\mathrm{4\,Fe_2O_3 + 3\,CO + 9\,H_2 \rightarrow 8\,Fe + 3\,CO_2 + 9\,H_2O}$
Per mol Fe komt er dus $\frac{3}{8}$ mol CO2 vrij. / Per mol Fe komt er dus 0,38 mol CO2 vrij.
In Zweden wordt nog een ander proces toegepast om ijzererts om te zetten tot ijzer: het HYBRIT-proces. In dit proces wordt in stap II waterstof gebruikt in plaats van cokes of syngas, en treedt uitsluitend reactie 3 op. De waterstof wordt verkregen door de elektrolyse van water. Hierbij ontstaat ook zuurstof.
Vraag 24 2 punten
Geef de vergelijking voor de elektrolyse van water.
Bekijk het antwoord
$\mathrm{2\,H_2O \rightarrow 2\,H_2 + O_2}$
indien de volgende vergelijking is gegeven (0 punten): $\mathrm{2\,H_2 + O_2 \rightarrow 2\,H_2O}$
Textielverfrisser
Onaangename luchtjes in huis tegengaan, kan op verschillende manieren. De eenvoudigste manier is met een geurstof in een oplosmiddel, waarbij de geurstof de onaangename geuren verhult. Een voorbeeld van zo’n geurstof is de ester van ethaanzuur en octaan-1-ol. De structuurformule van octaan-1-ol is gegeven in figuur 1.
Vraag 25 3 punten
Teken de structuurformule van de ester van ethaanzuur en octaan-1-ol.
Figuur 1: structuurformule van octaan-1-ol, een keten van acht koolstofatomen met een OH-groep aan het eind. Bekijk in Opgaven, pagina 12
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is: $\mathrm{H_3C{-}(CH_2)_7{-}O{-}C(=O){-}CH_3}$
indien het volgende antwoord is gegeven (1 punt): $\mathrm{H_3C{-}(CH_2)_6{-}C(=O){-}O{-}CH_2{-}CH_3}$
indien uitsluitend de formule van octaan-1-ol is gegeven: 0 punten
Opmerking
Het volgende antwoord hier goedrekenen: $\mathrm{H_{17}C_8{-}O{-}C(=O){-}CH_3}$
Onaangename geurstoffen, zoals sigarettenrook, kunnen adsorberen aan poreuze materialen zoals stoffen banken, kussens en gordijnen. Doordat de geurstoffen langzaam aan het oppervlak verdampen, kan het stoffen materiaal lang onaangenaam ruiken. Om dit tegen te gaan, kan een textielverfrisser worden gebruikt. Een van de stoffen die in textielverfrissers wordt toegepast, is cyclodextrine (figuur 2).
Cyclodextrine ($\mathrm{C_{42}H_{70}O_{35}}$) wordt met behulp van enzymen gemaakt uit amylose.
Vraag 26 2 punten
Geef de reactievergelijking in molecuulformules voor de omzetting van amylose tot cyclodextrine. Gebruik als formule voor amylose $\mathrm{(C_6H_{10}O_5)_n}$.
Figuur 2: ringvormige structuurformule van cyclodextrine (C42H70O35). Bekijk in Opgaven, pagina 12
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is: $\mathrm{7\,(C_6H_{10}O_5)_n \rightarrow n\,C_{42}H_{70}O_{35}}$
indien een vergelijking als een van de volgende is gegeven (0 punten): $\mathrm{7\,(C_6H_{10}O_5)_n \rightarrow (C_{42}H_{70}O_{35})_n}$; $\mathrm{7\,(C_6H_{10}O_5)_1 \rightarrow C_{42}H_{70}O_{35}}$; $\mathrm{7\,C_6H_{10}O_5 \rightarrow C_{42}H_{70}O_{35}}$; $\mathrm{(C_6H_{10}O_5)_7 \rightarrow C_{42}H_{70}O_{35}}$
Opmerking
Het volgende antwoord hier goedrekenen: $\mathrm{(C_6H_{10}O_5)_n \rightarrow \frac{n}{7}\,C_{42}H_{70}O_{35}}$
Textielverfrisser bevat cyclodextrine die in water is opgelost. Als een opgelost cyclodextrine-molecuul in contact komt met een geurstofmolecuul, dan vouwt het cyclodextrine-molecuul zich als een koker. De binnenzijde van deze koker kan een geurstofmolecuul binden. Zie figuur 3. De gebonden geurstof kan vervolgens samen met cyclodextrine van de behandelde stof worden afgeborsteld.
Het gebonden geurstofmolecuul is hydrofoob.
Vraag 27 2 punten
Leg uit of de binnenzijde van de koker van een cyclodextrine-molecuul vooral OH-groepen of vooral CH-groepen zal bevatten als er een geurstofmolecuul gebonden is. Gebruik figuur 3 en de tekst in deze opgave.
Figuur 3: schematische weergave van een geurstofmolecuul gebonden in de koker van een cyclodextrine-molecuul. Bekijk in Opgaven, pagina 13
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De (hydrofobe) geurstofmoleculen binden met het apolaire/hydrofobe deel van (de koker van) een cyclodextrine-molecuul. De binnenzijde (van de koker van het cyclodextrine-molecuul) zal dus (vooral) CH-groepen bevatten.
- De geurstofmoleculen (zijn hydrofoob/apolair en) kunnen geen waterstofbruggen vormen. De binnenzijde (van de koker van een cyclodextrine-molecuul) zal dus (vooral) CH-groepen bevatten.
- Als cyclodextrine-moleculen geurstofmoleculen binden, zit er water om (de koker van) cyclodextrine-moleculen heen. De OH-groepen (van een cyclodextrine-molecuul) zijn hydrofiel / vormen waterstofbruggen met water(moleculen). (De OH-groepen richten zich dus naar het water.) De binnenzijde (van de koker van een cyclodextrine-molecuul) zal dus vooral CH-groepen bevatten.
Opmerking
Het volgende antwoord goedrekenen: De binnenzijde bindt een hydrofobe geurstof, dus deze bevat vooral CH-groepen.
Behalve cyclodextrine bevat een textielverfrisser ook de stof PEI, een wateroplosbaar polymeer.
$\mathrm{H{-}\left[\,N(H){-}CH_2{-}CH_2\,\right]_n{-}NH_2}$
De gemiddelde molaire massa van PEI in textielverfrisser is $2{,}50\cdot10^{4}$ g mol$^{-1}$.
Vraag 28 2 punten
Bereken de gemiddelde waarde van $n$ in de gebruikte PEI.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
De massa van een repeterende eenheid in PEI is $14{,}0 + 2\times12{,}0 + 5\times1{,}01 = 43{,}1$ (g mol$^{-1}$).
(De H en NH2 hebben een massa van $14{,}0 + 3\times1{,}01 = 17{,}0$ g mol$^{-1}$.)
De waarde van $n$ is dus $\frac{2{,}50\cdot10^{4} - 17{,}0}{43{,}1} = 5{,}80\cdot10^{2}$.
Opmerking
Als de massa van de uiteindes niet is verwerkt in de berekening, dit hier (gezien de significantie) niet aanrekenen.
PEI reageert met aldehyden. Dit zijn koolstofverbindingen met een dubbel gebonden O-atoom aan het eerste koolstofatoom, zoals pentanal (figuur 4). Aldehyden ontstaan bijvoorbeeld bij het bakken van vis. De reactie tussen PEI en pentanal is in figuur 4 onvolledig weergegeven.
Vraag 29 1 punt
Geef de formule van de ontbrekende stof.
Figuur 4: onvolledige reactie van PEI met pentanal; na de pijl ontbreekt de formule van de tweede stof. Bekijk in Opgaven, pagina 14
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- $\mathrm{H_2O}$
- structuurformule van water (H-O-H)
Opmerking
De bindingshoek van de structuurformule van water niet beoordelen.
Vraag 30 1 punt
Geef de naam van het reactietype.
Bekijk het antwoord
condensatie(reactie)
indien polycondensatie (0 punten)
Bij het bakken van vis ontstaan behalve aldehyden ook amines. Een van deze amines is butaan-1-amine. Amines kunnen aan katoenen kleding hechten, waardoor de geur van deze amines erin trekt. Door verdamping van de amines komt de geur weer vrij en gaat de katoenen kleding stinken. Katoen bestaat voor 90% uit cellulose-vezels $\mathrm{(C_6H_{10}O_5)_n}$.
Vraag 31 2 punten
Geef de structuurformule van butaan-1-amine.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is: $\mathrm{H_3C{-}CH_2{-}CH_2{-}CH_2{-}NH_2}$
indien het volgende antwoord is gegeven (1 punt): $\mathrm{H_9C_4{-}NH_2}$
Vraag 32 2 punten
Geef aan welke twee bindingstypen verbroken worden bij de verdamping van butaan-1-amine dat gebonden is aan cellulose-vezels. Gebruik Binas-tabel 67F3 of ScienceData-tabel 13.1d.
Bekijk het antwoord
- vanderwaalsbinding(en)/molecuulbinding(en)
- waterstofbrug(gen)
De textielverfrisser bevat citroenzuur ($\mathrm{C_6H_8O_7}$), dat reageert met amines volgens reactie 1. Doordat het water uit de textielverfrisser verdampt, ontstaat er één stof uit de producten van reactie 1. Deze stof kan niet verdampen, waardoor de kleding niet meer stinkt.
$\mathrm{C_4H_{11}N + C_6H_8O_7 \rightarrow C_4H_{12}N^{+}\,(aq) + C_6H_7O_7^{-}\,(aq)}$ (reactie 1)
Vraag 33 2 punten
Leg uit dat reactie 1 een zuur-basereactie is. Geef ook aan welk deeltje als zuur en welk deeltje als base reageert.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Er vindt overdracht van H⁺-ionen plaats van het zuur $\mathrm{C_6H_8O_7}$ naar de base $\mathrm{C_4H_{11}N}$.
- $\mathrm{C_4H_{11}N}$ wordt $\mathrm{C_4H_{12}N^+}$, dus $\mathrm{C_4H_{11}N}$ neemt een H⁺-ion op en reageert als base. $\mathrm{C_6H_8O_7}$ reageert dus als zuur.
- $\mathrm{C_6H_8O_7}$ wordt $\mathrm{C_6H_7O_7^-}$, dus $\mathrm{C_6H_8O_7}$ staat een H⁺-ion af en reageert als zuur. $\mathrm{C_4H_{11}N}$ is dus de base.
- Bij een zuur-basereactie vindt overdracht van H⁺-ionen plaats van het zuur naar de base. $\mathrm{C_4H_{11}N}$ is de base en $\mathrm{C_6H_8O_7}$ is het zuur.
Opmerking
Als in plaats van de juiste formules de juiste namen zijn gegeven, dit goedrekenen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens scheikunde havo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over reactievergelijkingen (7), koolstofchemie (6) en duurzame chemie (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.