Eindexamen scheikunde havo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Kopergehalte van een munt, Twee vliegen in één klap, 10 Om de oplosbaarheid van CO2 te vergroten wordt de druk verhoogd., SCR-techniek, Solar fuels, Grondstoffen uit spaarlampen, Fluimucil ®.
Het centraal examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over bindingen (6), rekenen aan reacties (6) en koolstofchemie (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Bindingen | 3, 14, 21, 26-27, 34 | 6 |
| Rekenen aan reacties | 4-5, 8, 15, 17, 20 | 6 |
| Koolstofchemie | 6, 9, 18, 23, 31-32 | 6 |
| Reactievergelijkingen | 7, 11-12, 16, 22 | 5 |
| Duurzame chemie | 10, 13, 24 | 3 |
| Redoxreacties | 1, 33 | 2 |
| Stoffen en eigenschappen | 2, 29 | 2 |
| Scheidingsmethoden | 28, 30 | 2 |
| Reactiesnelheid | 19 | 1 |
| Atoombouw | 25 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over bindingen (18% van de vragen, gemiddeld 10%). Minder over zuren en basen (0% van de vragen, gemiddeld 6%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Kopergehalte van een munt
Vera heeft een munt die is gemaakt van een koperlegering. Zij onderzoekt het kopergehalte van de munt. De munt brengt ze in een overmaat geconcentreerd salpeterzuur. Alle metalen van de legering reageren met het salpeterzuur en er ontstaat een heldere oplossing. Hieronder is de vergelijking van de reactie van koper met geconcentreerd salpeterzuur weergegeven. Dit is een redoxreactie.
Cu (s) + 2 NO3− (aq) + 4 H+ (aq) → Cu2+ (aq) + 2 NO2 (g) + 2 H2O (l)
Vraag 1 2 punten
Leg uit, aan de hand van de formules van beide soorten koperdeeltjes in de reactievergelijking, of Cu de oxidator of de reductor is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Cu wordt Cu2+ . Hierbij worden (twee) elektronen afgestaan, dus koper is de reductor.
- Cu staat (twee) elektronen af en wordt omgezet tot Cu2+ , dus Cu is de reductor.
- Om Cu2+ te vormen zijn elektronen afgestaan door Cu, dus Cu is de reductor.
Indien een antwoord is gegeven als ‘Cu is een metaal, dus de reductor’ (1) Indien een antwoord is gegeven als ‘Cu wordt Cu2+, dus koper is de reductor’ (1)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als ‘Voor de reactie heeft koper geen lading/lading 0, na de reactie heeft koper lading 2+, dus koper is de reductor’, dit goed rekenen.
Voor het uitvoeren van dit onderzoek heeft Vera een risicoanalyse uitgevoerd volgens het GHS-systeem. Er blijkt een aantal veiligheidszinnen van toepassing op dit experiment, zoals H314 en H330.
Vraag 2 2 punten
Geef voor elke van deze veiligheidszinnen aan op welke stof deze van toepassing is en geef een beschermende maatregel die genomen kan worden tijdens de uitvoering van dit onderzoek. Gebruik Binas-tabel 97E of ScienceData-tabel 38.3. Noteer je antwoord als volgt:
- H314 is van toepassing op de stof: ……… maatregel: ……………
- H330 is van toepassing op de stof: ……… maatregel: ……………
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- H314 is van toepassing op de stof: (geconcentreerd) salpeterzuur maatregel: draag handschoenen/oogbescherming/werk in een zuurkast (tegen spatten)
- H330 is van toepassing op de stof: NO2 / (geconcentreerd) salpeterzuur maatregel: werk in een zuurkast
Na afloop van de reactie brengt Vera het reactiemengsel over in een maatkolf. Ze vult de oplossing aan met water zodat 1,000 L oplossing ontstaat. Deze lichtblauw gekleurde oplossing wordt verder in deze opgave ‘muntoplossing’ genoemd. De lichtblauwe kleur wordt veroorzaakt door gehydrateerde koper( II)ionen die met de formule Cu(H2O)42+ kunnen worden weergegeven. Uit deze formule blijkt dat elk koper(II)ion is omringd door vier watermoleculen. Op de uitwerkbijlage is schematisch een koper(II)ion weergegeven.
Vraag 3 2 punten
Teken op de uitwerkbijlage een deeltje Cu(H2O)42+. Ga hierbij uit van het reeds getekende koper(II)ion en geef elk watermolecuul weer met O .
H H
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als: (1)
Indien in een juist antwoord streepjes of stippellijntjes zijn getekend tussen het Cu2+ -ion en de O-atomen (1)
Vervolgens voegt Vera 1,00 mL muntoplossing, 4,00 mL water en 5,00 mL ammonia bij elkaar in een reageerbuis en mengt deze stoffen goed. Alle gehydrateerde koper( II)ionen worden omgezet tot Cu(NH3)42+-ionen. Deze ionen zorgen ervoor dat er een donkerblauwe oplossing ontstaat. De procedure die Vera heeft gevolgd, is in figuur 1 schematisch weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen] 1,00 mL 4,00 mL 5,00 mL reactiemengsel water muntoplossing water ammonia
10,00 mL geconcentreerd 1,000 L Munt salpeterzuur reactiemengsel muntoplossing reageerbuis
Vera meet met behulp van een zogenoemde colorimeter de kleurintensiteit van de verkregen donkerblauwe oplossing. De kleurintensiteit heeft geen eenheid en is een maat voor de concentratie Cu(NH3)42+-ionen. Ook meet Vera de kleurintensiteit van een aantal 2+ standaardoplossingen met een bekende concentratie Cu(NH3)4 -ionen. Met behulp van deze laatste metingen maakt zij de ijklijn die in figuur 2 is weergegeven.
[figuur 2: zie het originele examen] 0,7 kleur- intensiteit 0,6
0,5
0,4
0,3
0,2
0,1
0
0 1,0•10−3 5,0•10−3 10,0•10−3 [Cu(NH3)42+] mol L−1
De donkerblauwe oplossing in de reageerbuis van Vera heeft een kleurintensiteit van 0,29. Met behulp van figuur 2 bepaalt Vera het kopergehalte van de munt. De oorspronkelijke massa van de munt was 4,07 g. 2+
Vraag 4 2 punten
Bereken met behulp van figuur 2 het aantal mol Cu(NH3)4 -ionen in de 10,00 mL oplossing in de reageerbuis. Lees de concentratie af in twee decimalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 5, 60 ⋅10−3 × 10, 00 × 10−3 = 5, 60 ⋅10−5 (mol) of
Aflezen geeft 5,60∙10–3 (mol L–1). 10, 00 mL = 10, 00 × 10−3 L. 5, 60 ⋅10−3 × 10, 00 × 10−3 = 5, 60 ⋅10−5 (mol)
Vraag 5 3 punten
Bereken het massapercentage koper in de munt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 5, 60 ⋅10−5 × 103 × 63, 6 × 102 = 87,5(%) 4, 07
of
Het aantal mol Cu2+ in 1,000 L is 5, 60 ⋅10−5 × 103 = 5, 60 ⋅10−2 (mol). De massa koper in de munt is 5, 60 ⋅10−2 × 63, 6 = 3,562 (g). 3,562 Het massapercentage koper is × 102 (%) = 87,5(%) . 4, 07
Opmerkingen
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 5 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 4, dit antwoord op vraag 5 goed rekenen.
- Bij de beoordeling op het punt van rekenfouten en van fouten in de significantie de vragen 4 en 5 als één vraag beschouwen; dus maximaal één scorepunt aftrekken bij fouten op de genoemde punten.
Twee vliegen in één klap
Biogas kan een duurzaam, groen alternatief zijn voor fossiele brandstoffen. Het hoofdbestanddeel van biogas is methaan. Biogas bevat ook koolstofdioxide.
Vraag 6 2 punten
Geef de structuurformules van koolstofdioxide en methaan.
Bekijk het antwoord
Opmerking De bindingshoek van CO2 niet beoordelen.
10 Om de oplosbaarheid van CO2 te vergroten wordt de druk verhoogd.
Onder deze condities wordt per liter reactorvolume per dag 2,59 dm3 CO2 omgezet en 14,4 g barnsteenzuur geproduceerd. Het gas dat de suspensie verlaat, bevat ruim 95 volumeprocent methaan. Voor de meeste toepassingen is dat zuiver genoeg.
naar: Chemisch2Weekblad
De beschrijving van de reactie die in de regels 6 tot en met 8 wordt gegeven, is niet volledig.
Vraag 7 2 punten
Leg uit, aan de hand van de formules van de betrokken stoffen, of barnsteenzuur het enige reactieproduct kan zijn.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- 2 × CO2 + 1 × C6H12 O6 is bij elkaar 8 C, 12 H en 10 O(-atomen).
2 × C4H6 O4 is bij elkaar 8 C, 12 H en 8 O(-atomen). Dus er ontbreekt een reactieproduct met O-atomen. / Er moet (een reactieproduct met) zuurstof(atomen) ontstaan.
- 2 CO2 + C6H12 O6 → 2 C4 H6O4 Deze vergelijking is niet kloppend. Er moet na de pijl nog O2 / een reactieproduct bij.
- een reactievergelijking gegeven met een molecuul glucose en twee moleculen CO2 voor de pijl en twee moleculen barnsteenzuur na de pijl (1p)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als ‘2 CO2 + C6H12 O6 → 2 C4H6 O4 + O2 (dus nee)’, dit goed rekenen.
Vraag 8 3 punten
Laat met behulp van een berekening zien dat voor elke mol koolstofdioxide die wordt verbruikt, één mol barnsteenzuur ontstaat. Gebruik hierbij:
- gegevens uit de regels 11 en 12;
- het gegeven dat het volume van 1,00 mol koolstofdioxide 21,3 dm3 is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 14, 4 2,59 : = 0,122 (mol): 0,122 (mol)
118 21,3
of
De molaire massa van barnsteenzuur is 118 (g mol−1 ) . 14, 4 Er wordt dus = 0,122 (mol) barnsteenzuur gevormd. 118 2,59 Hiervoor wordt = 0,122 (mol) CO2 omgezet. 21,3
(Voor elke mol CO2 ontstaat dus een mol barnsteenzuur.)
Opmerkingen
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 8 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 7, dit antwoord op vraag 8 goed rekenen.
Barnsteenzuur kan worden gebruikt om PBS te maken. PBS is een kunststof die wordt gebruikt in de verpakkingsindustrie. PBS wordt gevormd uit barnsteenzuur en butyleenglycol. Hieronder is een fragment van PBS weergegeven, bestaande uit twee monomeereenheden van beide beginstoffen.
O O O O
C CH2 CH2 C O CH2 CH2 CH2 CH2 O C CH2 CH2 C O CH2 CH2 CH2 CH2 O
PBS
Vraag 9 2 punten
Geef de structuurformule van butyleenglycol.
Bekijk het antwoord
Indien de structuurformule van butaan-1-ol is gegeven (1) Indien de structuurformule barnsteenzuur is gegeven (0)
Het barnsteenzuur dat in het beschreven proces wordt gevormd, kan bij de productie van PBS worden gebruikt in plaats van barnsteenzuur dat uit aardolie afkomstig is. Dit PBS dat is gevormd uit “groen barnsteenzuur”, kan dan “groen PBS” worden genoemd.
Vraag 10 2 punten
Geef het nummer van een van de uitgangspunten in de groene chemie dat kan worden gebruikt als argument voor de benaming “groen barnsteenzuur”.
- Gebruik Binas-tabel 97F of ScienceData-tabel 38.6.
- Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- (nummer) 7 Barnsteenzuur wordt gemaakt uit de hernieuwbare grondstof glucose/koolstofdioxide.
- (nummer) 1 Met de vorming van barnsteenzuur wordt CO2 weggenomen.
- (nummer) 3 De reactieomstandigheden (bij de vorming van barnsteenzuur) zijn mild.
- (nummer) 9 Er wordt gebruikgemaakt van de enzymen van de bacteriën.
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als ‘Barnsteenzuur wordt gemaakt van biogas en dat is een hernieuwbare grondstof, dus 7’, dit goed rekenen.
- Wanneer in plaats van het nummer de omschrijving van het uitgangspunt is gegeven, dit niet aanrekenen.
SCR-techniek
In de motor van een dieselauto wordt diesel verbrand.
Vraag 11 3 punten
Geef de vergelijking van de volledige verbranding van diesel. Gebruik de formule C14H30 voor diesel.
Bekijk het antwoord
Indien de volgende vergelijking is gegeven:
2 C14 H30 + 29 O2 → 28 CO + 30 H2O (2)
De uitlaatgassen van een dieselauto bevatten behalve de verbrandingsproducten van diesel ook stikstofoxiden ( NOx). De uitstoot van NOx door dieselauto’s draagt in belangrijke mate bij aan de concentratie van schadelijke NOx in de lucht. NOx heeft onder andere ongewenste effecten op de luchtkwaliteit.
Vraag 12 2 punten
Geef een verklaring voor het ontstaan van NOx in de dieselmotor.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: (In de motor wordt lucht geleid.) Lucht bevat stikstof (en zuurstof). Stikstof wordt verbrand / reageert (bij de hoge temperatuur in de motor) met zuurstof (tot stikstofoxiden).
Indien een antwoord is gegeven als ‘Lucht reageert tot stikstofoxide/stikstofoxiden’ (1)
Vraag 13 2 punten
Noem twee ongewenste effecten van NOx op de luchtkwaliteit.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het ongewenste effect ‘(versterkt) broeikaseffect’ is gegeven, dit goed rekenen.
Selectieve katalytische reductie (Engels: SCR) is een O technische voorziening in de uitlaat van een dieselauto die C de uitstoot van NOx vermindert. SCR maakt gebruik van H 2N NH2 AdBlue®. AdBlue® is een oplossing van ureum (CH4N2O) in ureum water. De structuurformule van ureum is hiernaast weergegeven.
Vraag 14 2 punten
Leg uit, aan de hand van de structuurformule van ureum, dat ureum goed oplosbaar is in water.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- (Polaire) N-H bindingen / NH2 -groepen (in ureummoleculen) vormen waterstofbruggen (met watermoleculen).
- Ureum bevat N-H bindingen / NH2 -groepen en is dus hydrofiel/polair.
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als ‘Ureum(moleculen) bevat(ten) een C=O groep, zodat er waterstofbruggen gevormd kunnen worden’, dit goed rekenen.
In onderstaande figuur is het SCR-systeem vereenvoudigd en schematisch weergegeven.
figuur lucht AdBlue®- tank
AdBlue®
dieselmotor zone 1 zone 2 zone 3 diesel vervuilende gereinigde uitlaatgassen uitlaatgassen
Om NOx te verwijderen, vinden in de uitlaat de volgende processen plaats: zone 1: AdBlue® wordt in de uitlaat gespoten en mengt met de hete uitlaatgassen. zone 2: Alle ureum in AdBlue® wordt onder invloed van een katalysator omgezet tot ammoniak en koolstofdioxide volgens:
CH4N2O (s) + H2O (g) → 2 NH3 (g) + CO2 (g) (reactie 1)
zone 3: Met behulp van de SCR-katalysator reageert NOx met ammoniak tot stikstof en waterdamp. De gereinigde uitlaatgassen verlaten uiteindelijk de uitlaat.
Reactie 1 is een endotherme reactie. De benodigde warmte hiervoor wordt geleverd door de hete uitlaatgassen.
Vraag 15 3 punten
Bereken de reactiewarmte (bij 298 K en p = p0) voor reactie 1 in J per mol ureum.
- Gebruik Binas-tabel 57 of ScienceData-tabel 9.2.
- Gebruik voor de vormingswarmte van ureum –3,3∙105 J mol–1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: (3,3 + 2, 42
- 2 × 0, 46
- 3,94) ⋅105 = (+) 0,9 ⋅105 (J mol−1 )
of
- Ebegin + Eeind =− ( −3,3 ⋅105 ) + ( −2, 42 ⋅105 )
+ 2 × ( −0, 46 ⋅105 ) + ( −3,94 ⋅105 ) = (+) 0,9 ⋅105 (J mol−1 )
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als ‘ 3,3 + 2, 42
- 2 × 0, 46
- 3,94 = (+) 0,9 ⋅105 (J mol−1 ) ’,dit goed rekenen.
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
NOx is een mengsel van voornamelijk stikstofmono-oxide en stikstofdioxide.
Vraag 16 3 punten
Geef de vergelijking van de reactie tussen stikstofdioxide (NO2) en ammoniak (NH3) in zone 3. Hierbij ontstaan uitsluitend stikstof en waterdamp.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien de volgende vergelijking is gegeven: NO2 + NH3 → N2 + H2 O (1)
Een grote dieselvrachtwagen heeft een AdBlue®-tank gevuld met
90 liter AdBlue ®. Deze hoeveelheid AdBlue® bevat 3,2∙104 gram ureum.
Vraag 17 3 punten
Bereken na hoeveel km deze vrachtwagen de 90 liter AdBlue ® geheel heeft verbruikt. Gebruik hierbij de volgende gegevens:
- Voor de omzetting van 1,0 g NOx is 0,86 g ureum nodig.
- 92 massaprocent van de NOx die in de motor ontstaat, wordt in het SCR-systeem door de reactie met ureum omgezet tot stikstof en waterdamp.
- 8 massaprocent van de NOx die in de motor ontstaat, wordt via de uitlaat in de lucht uitgestoten.
- Per km stoot de vrachtwagen 0,50 g NOx via de uitlaat uit in de lucht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 3, 2 ⋅104 × 1, 0 0,86 = 6 ⋅103 (km) 0,50 × 92 8
of
3, 2 ⋅104 De massa NOx die moet worden omgezet is (× 1, 0 ) =3, 7 ⋅104 (g) . 0,86 0,50 De massa NOx die per km wordt omgezet is × 92 = 5,8 (g) . 8 3, 7 ⋅104 De AdBlue® is dus verbruikt na = 6 ⋅103 (km) . 5,8
- omrekening naar de afstand in km (1p)
of
3, 2 ⋅104 De massa NOx die moet worden omgezet is (× 1, 0 ) =3, 7 ⋅104 (g) . 0,86 3, 7 ⋅104 De massa NOx die in de lucht terechtkomt is × 8 = 3, 2 ⋅103 (g) . 92 3, 2 ⋅103 De AdBlue® is dus verbruikt na (× 1, 0 ) =6 ⋅103 (km) . 0,50
- omrekening naar de afstand in km (1p)
of
0,50 De massa NOx die per km wordt omgezet is × 92 = 5,8 (g) . 8 De benodigde massa ureum per km is dus 5,8 × 0,86 = 5,0 (g) . 3, 2 ⋅104 De AdBlue® is dus verbruikt na = 6 ⋅103 (km) . 5, 0
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Solar fuels
Wetenschappers onderzoeken manieren om zonne-energie op te slaan in de vorm van brandstoffen, zogenoemde ‘solar fuels’. De eerste stap daartoe is zonne-energie gebruiken om water om te zetten tot waterstof en zuurstof. In de volgende stap moet men de gewonnen waterstof laten reageren met koolstofdioxide tot een koolstofhoudende brandstof. Dit proces komt in feite neer op het nabootsen van de natuurlijke fotosynthese die plaatsvindt in planten.
Vraag 18 1 punt
Geef de naam van de koolstofhoudende brandstof die bij natuurlijke fotosynthese wordt gevormd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het antwoord ‘suiker’ of ‘koolhydraten’ of ‘C6 H12O6 ’ is gegeven, dit goed rekenen.
Veel onderzoek richt zich op het vinden van goede en goedkope katalysatoren om water te ontleden tot waterstof en zuurstof. Op de uitwerkbijlage is in diagram 1 het energiediagram van de ontleding van water met katalysator onvolledig weergegeven. Het energieniveau van de reactieproducten ontbreekt. Daarnaast is in diagram 2 het energiediagram van de ontleding van water zonder katalysator onvolledig weergegeven. In diagram 2 ontbreken het energieniveau van de geactiveerde toestand en het energieniveau van de reactieproducten. Beide diagrammen zijn op dezelfde schaal weergegeven.
Vraag 19 3 punten
Laat zien welke invloed de katalysator heeft op de ontleding van water, door op de uitwerkbijlage in beide energiediagrammen de ontbrekende energieniveaus met bijbehorende bijschriften te tekenen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer in een antwoord bij één of meer van de getekende energieniveaus geen bijschrift of een onjuist bijschrift is gezet, dit slechts eenmaal aanrekenen.
- Wanneer de bijschriften van de reactieproducten zijn gegeven als ‘2 H2 + O2’ of als ‘waterstof en zuurstof’, dit niet aanrekenen.
In onderstaand tekstfragment is een beschrijving gegeven van een onderzoek naar een geschikte katalysator. Dit onderzoek richt zich op een zogenoemd ‘kunstmatig plantenblad’.
tekstfragment
Het kunstmatige plantenblad (zie figuur 1 en 2) bestaat uit silicium met aan de zonkant een kobaltkatalysator die is bevestigd op een laagje ITO (een legering van onder andere indium en tin). Hier wordt H2O omgezet tot O2, H+ en elektronen. De elektronen verplaatsen zich door het silicium. Aan de andere kant zit een NiMoZn-katalysator, bevestigd aan een laagje RVS (roestvast staal). Daar wordt H+ omgezet tot H2.
[figuur 1: zie het originele examen]
ITO RVS
kobaltkatalysator silicium NiMoZn-katalysator
zonlicht elektronen
2 H2O O2 + 4 H+ + 4 e– 2 H+ + 2 e– H2
Als het kunstmatige plantenblad in een bak water wordt gezet en zonlicht op het blad valt, borrelen aan de zonkant zuurstofbelletjes en aan de andere kant waterstofbelletjes omhoog. Dit is weergegeven in figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
H 2O O2 zonlicht H2
silicium bedekt met katalysatoren
naar: Chemische feitelijkheden
De vaste stof ITO is een geleider en kan bijvoorbeeld worden gemaakt door 90 gram In2O3 met 10 gram SnO2 te laten reageren. De stof ITO die daarbij ontstaat, is op te vatten als een legering van indium en tin waarbij in het rooster zuurstofmoleculen zijn ingebouwd.
Vraag 20 3 punten
Bereken de molverhouding In : Sn in ITO. Noteer de uitkomst van je berekening als volgt: In : Sn = ... : 1,0. Gebruik de volgende gegevens:
- De molaire massa van In2O3 is 277,6 g mol–1.
- De molaire massa van SnO2 is 150,7 g mol–1.
- Alle indium- en tin-atomen komen in ITO terecht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 90 (10) In : Sn = 2 × : = 9,8 : 1, 0 277, 6 150, 7
of
90
90 g In 2O3 bevat × 2= 6, 48 ⋅10−1 (mol) In . 277, 6 10
10 g SnO2 bevat (× 1)= 6, 64 ⋅10−2 (mol) Sn . 150, 7 De molverhouding In : Sn in ITO is dus 6,48∙10–1 : 6,64∙10–2 = 9,8 : 1,0.
Vraag 21 2 punten
Geef de naam van het bindingstype dat aanwezig is in ITO en de naam van het soort deeltjes dat voor de elektrische stroomgeleiding in ITO zorgt. Noteer je antwoord als volgt: bindingstype: … soort deeltjes: …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
bindingstype: metaalbinding soort deeltjes: (vrije/beweeglijke) elektronen
Indien een antwoord is gegeven als ‘bindingstype: ionbinding soort deeltjes: (vrije/beweeglijke) ionen’ (1)
Vraag 22 2 punten
Geef met behulp van de vergelijkingen van de halfreacties in figuur 1 de vergelijking van de totale reactie die plaatsvindt in het kunstmatige plantenblad.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
2 H2 O → O2 + 4 H+ + 4 e
- (1×) +
- 2H + 2e → H2 (2×)
2 H2 O → 2 H2 + O2
Opmerking Wanneer slechts de vergelijking ‘2 H2 O → 2 H2 + O2 ’ is gegeven, dit goed rekenen.
Een van de solar fuels die uit waterstof en koolstofdioxide kan worden gemaakt, is propaan-2-ol (C3H8O).
Vraag 23 2 punten
Geef de structuurformule van propaan-2-ol.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- een structuurformule gegeven die voldoet aan C3H8 O (1)
- De gegeven structuurformule bevat een OH-groep aan het 2e C-atoom (1)
Door gebruik van micro-organismen is men in staat om propaan-2-ol te produceren volgens de volgende reactie:
9 H2 + 3 CO2 → C3H8O + 5 H2O (reactie 1)
Vraag 24 2 punten
Bereken de atoomeconomie voor de vorming van propaan-2-ol volgens reactie 1. Gebruik Binas-tabel 37H of ScienceData-tabel 1.7.7.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
60,1 × 102 (%) = 40, 0(%) (3 × 44, 0) + (9 × 2, 02)
of
60,1 × 102 (%) = 40, 0(%) 60,1 + (5 × 18, 0)
Opmerkingen
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
- Wanneer de omrekening naar percentage is weggelaten, dit niet aanrekenen.
Grondstoffen uit spaarlampen
Oude spaarlampen en oude tl-buizen bevatten stoffen die worden aangeduid met de afkorting HALO. HALO geeft de gewenste kleur aan het licht. De kleur wordt onder andere bepaald door een klein percentage antimoonionen (Sb3+) in HALO. Het aantal elektronen (en de verdeling ervan over de schillen) in de Sb3+-ionen zijn daarbij van belang.
Vraag 25 2 punten
Leid het totale aantal elektronen af dat voorkomt in een Sb3+-ion.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Een Sb-atoom bevat 51 protonen / heeft atoomnummer 51. Het aantal elektronen van het Sb3+-ion is dus (51
- 3 = ) 48.
Indien slechts het antwoord ‘48 (elektronen)’ is gegeven (1)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als ‘51
- 3 = 48’, dit goed rekenen.
Aangezien antimoon hoog staat op de lijst van elementen die schaars dreigen te worden, is men op zoek naar methoden om Sb3+-ionen uit HALO terug te winnen. Behalve Sb3+-ionen bevat HALO fosfaationen en calciumionen die kunnen worden gebruikt om hydroxy- apatiet te maken. Hydroxy-apatiet is een grondstof voor kunstmest. Onderzoekers hebben daarom een methode ontwikkeld waarbij uit HALO twee producten worden verkregen: antimoonoxide en hydroxy-apatiet.
In deze methode wordt een ionische vloeistof gebruikt. Een ionische vloeistof is een zout dat vloeibaar is bij lage temperaturen, bijvoorbeeld bij kamertemperatuur. De gebruikte ionische vloeistof ((C8H17)3CH3NCl) bestaat uit (C8H17)3CH3N+-ionen en Cl–-ionen. De (C8H17)3CH3N+-ionen zijn in figuur 1 met een vereenvoudigde structuurformule en op schematische wijze weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
CH3 + N
= CH +
vereenvoudigde structuurformule schematische weergave
De vaste stof (C8H17)3CH3NCl heeft een veel lager smeltpunt dan het zout NaCl. Het verschil in smeltpunt kan verklaard worden aan de hand van de roosteropbouw van beide stoffen. Een mogelijke roosteropbouw van (C8H17)3CH3NCl is vereenvoudigd en schematisch weergegeven in figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
+ −
+
- +
−
+
- +
−
+
- +
−
+
- +
+
Vraag 26 1 punt
Geef met behulp van een schets de roosteropbouw van NaCl weer.
- Teken acht positieve en acht negatieve ionen.
- Gebruik voor elk positief ion
- en voor elk negatief ion . +
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: of (1)
Vraag 27 3 punten
Verklaar aan de hand van de bindingstypen tussen de samenstellende deeltjes, dat (C8H17)3CH3NCl een lager smeltpunt heeft dan NaCl. Noteer je antwoord als volgt: bindingstype(s) in (C8H17)3CH3NCl: … bindingstype(s) in NaCl: … verklaring: …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste verklaring zijn:
- De vanderwaalsbinding is zwakker dan de ionbinding (dus heeft (C8 H17)3CH3NCl een lager smeltpunt dan NaCl).
- Door de lange ketens in (C8H17 )3CH3 NCl zitten de ionen verder van elkaar waardoor de interactie minder sterk is dan in NaCl (en het smeltpunt dus lager is).
De ontwikkelde methode verloopt in een aantal stappen.
stap 1: Aan HALO wordt een overmaat zoutzuur gevoegd. Daarbij ontstaat een waterige oplossing. De Sb3+-ionen uit HALO worden omgezet tot SbCl4– -ionen. stap 2: Aan de oplossing uit stap 1 wordt de eerdergenoemde ionische vloeistof toegevoegd. De ionische vloeistof mengt niet met de oplossing die in stap 1 is ontstaan. Er ontstaat een twee-lagensysteem. Tussen de twee vloeistoffen worden de Cl–-ionen uit de ionische vloeistof met de SbCl4– -ionen van stap 1 uitgewisseld (zie figuur 3). Na enige tijd worden de twee vloeistoflagen A en B van elkaar gescheiden.
[figuur 3: zie het originele examen] ionische vloeistof
laag A Cl
SbCl4 laag B oplossing
stap 3: Aan laag A wordt een natriumhydroxide-oplossing toegevoegd. De twee vloeistoffen worden flink door elkaar geschud. De volgende reactie treedt op:
2 SbCl4– + 6 OH– → Sb2O3 (s) + 3 H2O + 8 Cl–
Sb2O3 wordt afgescheiden van de twee vloeistoffen.
Vraag 28 2 punten
Leg uit welke scheidingsmethode geschikt is om Sb2O3 te scheiden van de twee vloeistoffen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Er ontstaat een vaste stof / Sb2 O3 is een vaste stof. Filtreren is dus een geschikte scheidingsmethode.
- Er ontstaat een suspensie. Bezinken / Centrifugeren (gevolgd door afschenken) is een geschikte scheidingsmethode.
Indien een antwoord is gegeven als ‘Er ontstaat een vaste stof dus destillatie/indampen’ (1)
stap 4: Nadat Sb2O3 is afgescheiden, worden ook de twee vloeistoffen (de ionische vloeistof en de ontstane natriumchloride-oplossing) van elkaar gescheiden. stap 5: Aan de laag B die in stap 2 is afgescheiden, wordt ook een natriumhydroxide-oplossing toegevoegd. Fosfaationen en calciumionen, afkomstig van HALO, reageren met hydroxide-ionen tot vast hydroxy-apatiet. Het hydroxy-apatiet en de overgebleven natriumchloride-oplossing (die ook enige verontreinigingen bevat) worden gescheiden.
Hydroxy-apatiet bestaat uit calciumionen, fosfaationen en hydroxide-ionen. De fosfaationen en de hydroxide-ionen komen voor in de molverhouding 3 : 1.
Vraag 29 2 punten
Leid de verhoudingsformule van hydroxy-apatiet af. Noteer je antwoord als volgt: totale lading van de negatieve ionen: … verhoudingsformule hydroxy-apatiet: …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- totale lading van de negatieve ionen: 10(–) (1)
- De gegeven verhoudingsformule van hydroxy-apatiet is in overeenstemming met de gegeven totale lading van de negatieve ionen (1)
Op de uitwerkbijlage is het beschreven proces om Sb2O3 en hydroxy-apatiet te produceren uit HALO, in een vereenvoudigd en nog onvolledig blokschema weergegeven. In dit blokschema ontbreken enkele stofstromen en de namen van de bijbehorende stoffen.
Vraag 30 4 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.
- Noteer de ontbrekende pijlen en de nummers van de volgende ontbrekende stoffen bij deze pijlen:
1 ionische vloeistof
2 natriumchloride-oplossing
3 natriumhydroxide-oplossing
4 zoutzuur
- Sommige nummers moeten meer dan één keer worden gebruikt.
- Houd rekening met hergebruik van stoffen.
- Bij de reeds getekende pijlen hoeft geen nummer te worden genoteerd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer nummers zijn gezet bij de reeds weergegeven stofstromen, dit niet beoordelen.
- Wanneer als uitstroom bij stap 4 en/of stap 5 behalve stof 2 ook uitsluitend stof 3 is vermeld, dit goed rekenen.
- Wanneer als uitstroom bij stap 5 behalve stof 2 ook uitsluitend stof 4 is vermeld, dit goed rekenen.
- Wanneer behalve de instroom van ionische vloeistof bij stap 2 uit stap 4 ook nog een instroom van buiten is vermeld, dit niet aanrekenen, mits elders in het blokschema een (gedeeltelijke) uitstroom van ionische vloeistof is aangegeven.
Fluimucil ®
Bij een vastzittende hoest schrijft de huisarts soms Fluimucil® voor om het vastzittende slijm in de longen gemakkelijker te kunnen ophoesten. Het werkzame bestanddeel in Fluimucil ® is NAC (N-acetylcysteïne). Behalve NAC bevat Fluimucil® onder andere de zoetstof aspartaam. De structuurformules van NAC en aspartaam zijn in figuur 1 weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
CH HC CH O OH HC CH O OH C C O H C CH2 O H CH2 O
1 2 3 4 5 6 7 CH3 C N C CH2 SH H2N C C N C C O CH3
H H H
NAC aspartaam
Een molecuul aspartaam is opgebouwd uit twee aminozuureenheden die door een peptidebinding aan elkaar gekoppeld zijn. Een van deze aminozuureenheden is ook veresterd. In de structuurformule van aspartaam is een aantal atoombindingen voorzien van een nummer.
Vraag 31 2 punten
Geef het nummer van de binding die is gevormd bij de koppeling van de aminozuureenheden en het nummer van de binding die is gevormd bij de verestering van een van de aminozuureenheden. Noteer je antwoord als volgt:
- koppeling van de aminozuureenheden: nummer …
- verestering: nummer …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer voor de verestering nummer 7 is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 32 2 punten
Geef de 3-letter-symbolen van de twee aminozuren die in aspartaam aan elkaar gekoppeld zijn. Gebruik Binas-tabel 67H1 of ScienceData-tabel 13.7c.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer als antwoord ‘D en F’ of ‘asparaginezuur en fenylalanine’ is gegeven in plaats van ‘Asp en Phe’, dit goed rekenen.
Slijm bestaat onder andere uit eiwitten, water en zouten. In dik, vastzittend slijm komen relatief veel eiwitten voor. Tussen de eiwitketens komen crosslinks voor in de vorm van S–S bindingen, zogenoemde zwavelbruggen. In figuur 2 is zo’n zwavelbrug schematisch weergegeven.
[figuur 2: zie het originele examen]
eiwitketen S S eiwitketen
De werking van NAC berust op het verbreken van zwavelbruggen in het slijm. Het verbreken van de zwavelbruggen is een redoxreactie. Op de uitwerkbijlage is de vergelijking van de halfreactie van het verbreken van zwavelbruggen in slijm schematisch weergegeven. De structuurformule van NAC is hierbij weergegeven als R-CH2-SH. De vergelijking van deze halfreactie is onvolledig: de elektronen (e–) en de coëfficiënten ontbreken.
Vraag 33 3 punten
Maak de onvolledige vergelijking op de uitwerkbijlage compleet door e– aan de juiste kant van de pijl te zetten en de vergelijking kloppend te maken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien een vergelijking is gegeven met 2 e– voor de pijl en coëfficiënt 2 voor (de schematische weergave van) NAC en voor H+ (2) Indien een vergelijking is gegeven met e– na de pijl en de coëfficiënt 1 voor zowel H+ als e– (1)
Opmerking Wanneer een andere (extra) formule voor en/of na de pijl is vermeld, één scorepunt aftrekken van het aantal dat volgens het beoordelingsmodel moet worden toegekend.
Door Fluimucil® te gebruiken verandert de microstructuur van slijm, waardoor het slijm beweeglijker wordt. Vastzittend slijm is hierdoor gemakkelijker op te hoesten.
Vraag 34 2 punten
Leg uit op microniveau, dat slijm “beweeglijker” wordt door het gebruik van Fluimucil®.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Fluimucil(moleculen) verbreekt (verbreken) de netwerkstructuur/crosslinks/zwavelbruggen/atoombindingen (tussen eiwitketens) waardoor de eiwitketens/eiwitmoleculen vrij ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Scheikunde 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-19-1-o
Andere examens scheikunde havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde havo 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1 telt 34 vragen. De meeste vragen gaan over bindingen (6), rekenen aan reacties (6) en koolstofchemie (6).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde havo 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1028-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen scheikunde havo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.