Eindexamen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Afvalhout als grondstof, Teixobactine, Melamine detecteren in voeding, Ammoniak en energie uit afvalwater.
Het centraal examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (7), bindingen (5) en koolstofchemie (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Rekenen aan reacties | 1, 13-16, 20, 22 | 7 |
| Bindingen | 3, 5, 17-19 | 5 |
| Koolstofchemie | 9-12, 23 | 5 |
| Reactievergelijkingen | 2, 6, 21 | 3 |
| Duurzame chemie | 7-8 | 2 |
| Stoffen en eigenschappen | 26-27 | 2 |
| Scheidingsmethoden | 4 | 1 |
| Redoxreacties | 24 | 1 |
| Zuren en basen | 25 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over rekenen aan reacties (26% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Afvalhout als grondstof
Caprolactam is een belangrijke grondstof waar onder andere nylon van wordt gemaakt. Tot nu toe werd caprolactam geproduceerd uit aardolie. Vanwege de toekomstige schaarste van aardolie wordt er gezocht naar hernieuwbare grondstoffen voor caprolactam. Een nieuwe ontwikkeling betreft de toepassing van afvalhout als grondstof voor caprolactam. Een belangrijk tussenproduct hierbij is levulinezuur (C5H8O3). De structuurformule van levulinezuur is hieronder weergegeven. O O CH3 C CH2 CH2 C OH levulinezuur De stappen die verlopen bij de omzetting van afvalhout tot uiteindelijk caprolactam zijn hieronder verkort weergegeven. afvalhout → suikers → levulinezuur → caprolactam Voor de productie van levulinezuur wordt een batch bereid van pulp (gemalen afvalhout), geconcentreerd zwavelzuur en water. Het ontstane reactiemengsel bevat 21 massa% afvalhout en 3,0 massa% zwavelzuur. Een batch bevat 200 kg reactiemengsel.
Vraag 1 2 punten
Bereken het volume in L geconcentreerd zwavelzuur dat nodig is per batch. Maak gebruik van de volgende gegevens:
- Geconcentreerd zwavelzuur bevat 98,0 massa% zwavelzuur.
- Geconcentreerd zwavelzuur heeft een dichtheid van 1,832 kg L–1.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 3, 0 102
200 × 2 ×
10 98, 0 = 3,3 (L) 1,832
of
3, 0 102 De massa geconcentreerd zwavelzuur is 200 × × 6,12 (kg). =
102 98, 0 6,12 Het volume is = 3,3 (L). 1,832
Een vereenvoudigd en onvolledig blokschema voor de productie van levulinezuur is op de uitwerkbijlage bij vraag 4 weergegeven. Het proces bestaat uit een aantal stappen:
- In een mengkamer M wordt de batch bereid, waarna het reactiemengsel naar reactor R1 wordt geleid.
- In R1 wordt de cellulose uit de pulp eerst omgezet tot onder andere disachariden zoals maltose. Hieruit worden vervolgens levulinezuur, methaanzuur en water gevormd. Er ontstaan tevens bijproducten. Onder de gebruikte omstandigheden verdampt het ontstane methaanzuur en wordt het afgevoerd uit R1. Het zwavelzuur treedt in R1 op als katalysator.
Vraag 2 3 punten
Geef de vergelijking van de omzetting van maltose tot levulinezuur, methaanzuur en water.
- Gebruik molecuulformules.
- Gebruik Binas-tabel 67F of ScienceData-tabel 13.1.d.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- links van de pijl C12H22O11 (1)
- rechts van de pijl C5H8O3, CH2 O2/HCOOH en H2O (1)
- de elementbalans juist in een vergelijking met uitsluitend de juiste formules (1)
− Vervolgens wordt de in R1 ontstane suspensie gescheiden in scheidingsruimte 1 (S1). Het vaste afval met daarin alle pulpresten en een deel van het water en zwavelzuur wordt afgevoerd. De rest van het mengsel wordt naar scheidingsruimte 2 (S2) gevoerd.
- In S2 wordt 4-methyl-pentaan-2-on (MIBK) aan het filtraat toegevoegd. Levulinezuur en alle bijproducten van de reactie in R1 lossen op in het MIBK en de rest van het zwavelzuur en water niet.
- Het deel van het mengsel met daarin levulinezuur wordt doorgevoerd naar scheidingsruimte 3 (S3).
- In S3 wordt levulinezuur afgescheiden van MIBK en de bijproducten door middel van gefractioneerde destillatie. De bijproducten verlaten S3 aan de onderzijde. De stof met het laagste kookpunt komt boven uit S3.
Vraag 3 3 punten
Leg uit op microniveau welke stof een lager kookpunt heeft: MIBK of levulinezuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- (MIBK is 4-methyl-pentaan-2-on.) In een molecuul levulinezuur komt een OH-groep / COOH-groep voor en in een molecuul MIBK niet (terwijl de rest van het molecuul vergelijkbaar is van opbouw). Moleculen levulinezuur vormen dus onderling waterstofbruggen (en moleculen MIBK niet). MIBK heeft dus het laagste kookpunt.
- Een molecuul levulinezuur heeft een grotere molecuulmassa (C5 H8O3 , massa= ±116 u) dan een molecuul MIBK (C6 H12O, massa= ±100 u). Moleculen levulinezuur hebben dus een sterkere vanderwaalsbinding met elkaar dan moleculen MIBK. MIBK heeft dus het laagste kookpunt.
Opmerking Wanneer in de uitleg ook begrippen op macroniveau zijn gebruikt, de eerste deelscore niet toekennen.
Vraag 4 4 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.
- Noteer ontbrekende pijlen en ontbrekende stoffen bij de pijlen.
- Houd daarbij rekening met hergebruik van stoffen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer uit S2 een extra stroom van zwavelzuur en water naar buiten is aangegeven, dit niet aanrekenen.
- Wanneer een fout in de stofstromen uit S3 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 3, dit hier niet aanrekenen.
De uiteindelijke omzetting van levulinezuur tot caprolactam is in de figuur weergegeven.
figuur H O O N O CH3 C CH2 CH2 C OH caprolactam levulinezuur H2 H2O H2O CO en H2 H3C O O O GVL CH2 CH CH2 CH2 C NH2 PA
CH3OH CH3OH NH3 OH O O CH3 CH CH2 CH2 C O CH3 CH2 CH CH2 CH2 C O CH3 HMP H2O MP
De omzetting van de stof GVL tot HMP wordt gekatalyseerd door H+-ionen. Het O-atoom van de ketongroep van GVL neemt hierbij eerst een H+-ion op. Hierbij wordt een deeltje X gevormd. De Lewisstructuur van het deeltje X is op de uitwerkbijlage onvolledig weergegeven. Het deeltje Y is een grensstructuur van deeltje X. Vervolgens valt het O-atoom van methanol als nucleofiel aan op deeltje Y, waarbij HMP ontstaat. In het deeltje Y komt een atoom voor waarbij niet wordt voldaan aan de oktetregel.
Vraag 5 2 punten
Maak op de uitwerkbijlage de grensstructuur van beide deeltjes af. Geef formele lading(en) aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: per juiste structuur (1) (2)
Het totale rendement van de omzettingen van levulinezuur tot caprolactam is nog laag.
Vraag 6 3 punten
Geef met behulp van de figuur de totaalvergelijking voor de omzetting van levulinezuur tot caprolactam. Gebruik molecuulformules.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien in een juiste reactievergelijking in plaats van molecuulformules geheel of gedeeltelijk is gebruikgemaakt van de structuurformules (2) Indien de volgende vergelijking is gegeven (2) C5 H8O3 + 2 H2 + CO + NH3 → C6 H9 NO + 3 H2O
Vraag 7 2 punten
Bereken de atoomeconomie van de omzetting van levulinezuur tot caprolactam volgens de figuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 113 × 102 =67, 7(%)
113 + 3 × 18, 0
of
113 × 102 = 67, 6(%)
3 × 2, 02 + 28, 0 + 17, 0 + 116
Opmerkingen
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
- Wanneer de omrekening naar procent is weggelaten, dit niet aanrekenen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 7 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 6, dit hier niet aanrekenen.
Deze productie van caprolactam is ontworpen zodat afvalhout nuttig kan worden gebruikt als hernieuwbare grondstof. Toch kan het proces als geheel nog niet groen worden genoemd op basis van de uitgangspunten van de groene chemie.
Vraag 8 2 punten
Geef twee argumenten voor de stelling dat deze productie van caprolactam nog niet groen kan worden genoemd.
- Baseer je argumenten op de uitgangspunten 7, 8 en/of 12.
- Gebruik Binas-tabel 97F of ScienceData-tabel 38.6.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste argumenten zijn: − Bij punt 7: Behalve afvalhout zijn ook zwavelzuur/waterstof/ammoniak/CO nodig. Dat zijn geen hernieuwbare grondstoffen. − Bij punt 8: Uit de figuur blijkt dat de productie veel tussenstappen heeft. − Bij punt 12: Eén van de beginstoffen is het gevaarlijke zwavelzuur/H2/CO. / Er wordt het brandbare methanol gebruikt. per juist argument (1) (2)
Teixobactine
In 2015 is een nieuw soort antibioticum ontdekt, het zogeheten teixobactine. Teixobactine wordt gemaakt door een bepaald type bodembacterie om zich te verdedigen tegen andere bacteriën. In deze bacterie wordt teixobactine gemaakt door een zeer groot enzym: een zogeheten niet-ribosomaal peptide synthetase (NRPS). De aminozuurvolgorde voor teixobactine is niet gecodeerd via mRNA, maar direct vastgelegd in de structuur van het betrokken NRPS-enzym. Het NRPS-enzym bestaat uit elf katalytische delen (modules) die ieder één aminozuur aan de peptideketen toevoegen. Hoe een module van het NRPS telkens één aminozuur (AZ) aan de peptideketen toevoegt, is in de figuur vereenvoudigd weergegeven. Met AZn zijn aminozuren uit het midden van de groeiende peptideketen weergegeven.
figuur
module 5 module 6 module 5 module 6
S S S S H+ AZ5 AZ6 AZ6 AZ4 AZ5 AZ4
Op de uitwerkbijlage is de figuur gedeeltelijk weergegeven met structuurformules.
Vraag 9 2 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Geef op de uitwerkbijlage links van de reactiepijl de niet-bindende elektronenparen weer.
- Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens deze reactie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer rechts van de reactiepijl onjuiste pijlen en/of onjuiste elektronenparen zijn weergegeven, dit niet aanrekenen.
- Wanneer het volgende antwoord is gegeven:
dit goed rekenen.
Aan module 1 wordt als eerste gemethyleerd fenylalanine gekoppeld. In dit fenylalanine is op de aminogroep een H-atoom vervangen door een methylgroep. Aan module 2 wordt isoleucine gekoppeld, waarna de beide aminozuren aan elkaar worden gekoppeld zoals in de figuur is weergegeven.
Vraag 10 3 punten
Geef de structuurformule van module 2 waaraan isoleucine en gemethyleerd fenylalanine zijn gekoppeld.Geef module 2 en de binding met het koolstofatoom van de zuurgroep van Ile als volgt weer: O module 2 S C
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de restgroepen juist (1)
- de volgorde van de aminozuureenheden juist en de peptidegroep juist (1)
- het uiteinde van het fragment weergegeven als en de rest van de structuurformule juist (1)
Het uiteindelijk gevormde polypeptide is op de uitwerkbijlage schematisch weergegeven als beginstof voor de omzetting tot teixobactine. In de figuur op de uitwerkbijlage staat de letter R symbool voor de niet- weergegeven delen van de peptideketen. In de structuur van het polypeptide is een aminozuureenheid enduracididine aanwezig. Dit enduracididine is aangegeven met een pijl. Dit aminozuur wordt door de bacterie gevormd uit een niet-cyclisch aminozuur. Tijdens deze reactie ontstaat een ringstructuur en worden twee H-atomen afgesplitst.
Vraag 11 3 punten
Geef de structuurformule van het aminozuur enduracididine en geef de naam van het aminozuur waaruit enduracididine wordt gevormd. Gebruik Binas-tabel 67H1 of ScienceData tabel 13.7.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Opmerking Wanneer het volgende antwoord is gegeven, dit goed rekenen:
‘Enduracididine is afgeleid van arginine.’
Wanneer alle aminozuren aan de peptideketen zijn toegevoegd, treedt ringsluiting op, waardoor de keten van module 11 wordt afgesplitst. Deze reactie is op de uitwerkbijlage weergegeven. Bij de ringsluiting ontstaat een ester. Uit de figuur op de uitwerkbijlage valt af te leiden welke atoomgroepen in de peptideketen betrokken zijn in deze reactie.
Vraag 12 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Omcirkel op de uitwerkbijlage rechts van de reactiepijl de gevormde estergroep.
- Omcirkel op de uitwerkbijlage links van de reactiepijl zowel het nucleofiele als het elektrofiele atoom.
- Geef bij elk omcirkeld atoom aan of het als nucleofiel of als elektrofiel optreedt in de reactie.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer links van de pijl de juiste OH-groep als geheel is omcirkeld, dit niet aanrekenen.
- Wanneer rechts van de pijl uitsluitend het O-atoom uit de estergroep is omcirkeld, dit niet aanrekenen.
- Wanneer rechts van de pijl ook C-atomen naast de estergroep zijn omcirkeld, dit goed rekenen.
Om de effectiviteit van teixobactine te onderzoeken, besmetten de onderzoekers een aantal muizen met de moeilijk te bestrijden MRSA-bacterie. Vervolgens diende men teixobactine of het reeds bekende antibioticum vancomycine toe. Men vergeleek hierbij de PD-50-waarde (Protective Dose). Dit is de dosis (mg kg–1) antibioticum waarbij de helft van de besmette muizen wordt beschermd tegen de MRSA-bacterie. In de tabel zijn enkele gegevens van beide antibiotica weergegeven.
tabel antibioticum molaire massa (g mol–1) PD-50 (mg kg–1) vancomycine 1,45·103 2,75 teixobactine 1,24·103 0,20
Vraag 13 2 punten
Bereken met behulp van de tabel hoeveel moleculen vancomycine nodig zijn om net zo effectief te zijn als één molecuul teixobactine.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 2, 75 ⋅10−3 3 1, 45 ⋅10 = 12 (moleculen vancomycine) 0, 20 ⋅10−3 3 1, 24 ⋅10
of
2, 75 ⋅10−3 Bij de PD-50 is er per kg = 3 1,90 ⋅10−6 mol vancomycine en 1, 45 ⋅10 0, 20 ⋅10−3 =3 1, 61 ⋅10−7 mol teixobactine. 1, 24 ⋅10 1,90 ⋅10−6 Per molecuul teixobactine zijn dus = 12 moleculen vancomycine 1, 61 ⋅10−7 nodig om net zo effectief te zijn.
Melamine detecteren in voeding
Melkpoeder voor babymelk bevat eiwitten die een baby nodig heeft om te groeien. Om het eiwitgehalte in melkpoeder te bepalen wordt gebruik- gemaakt van de Kjeldahl-methode. De Kjeldahl-methode bestaat uit de volgende stappen:
1 Alle stikstofatomen in het melkpoeder worden omgezet tot ammoniumionen.
2 Aan de ontstane oplossing wordt een overmaat kaliloog toegevoegd. Hierbij treedt de volgende reactie op: NH4+ + OH– → NH3 + H2O
3 Door het mengsel te verwarmen komt de ammoniak vrij als gas. De ammoniak wordt vervolgens door een boorzuuroplossing geleid. Hierbij treedt de volgende reactie op: H3BO3 + NH3 → NH4+ + H2BO3–
4 Het mengsel dat is ontstaan na het doorleiden van ammoniak, wordt met zoutzuur getitreerd. Hierbij treedt de volgende reactie op: H2BO3– + H3O+ → H3BO3 + H2O Uit het titratieresultaat kan het massapercentage stikstof (N) worden berekend.
Vraag 14 1 punt
Leg uit of de overmaat kaliloog in stap 2 nauwkeurig bekend moet zijn.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Het is niet nodig om de hoeveelheid kaliloog nauwkeurig te weten, omdat de overmaat kaliloog de verdere reacties niet stoort. − Het is niet nodig om de hoeveelheid kaliloog nauwkeurig te weten, omdat het toevoegen van extra kaliloog niet zorgt voor het ontstaan van extra ammoniak/NH3. − Het is niet nodig om de hoeveelheid kaliloog nauwkeurig te weten, omdat de kaliloog alleen wordt gebruikt voor de omzetting van NH4+ tot NH3 / in stap 2. (1)
Henrike en Marjel bepalen het eiwitgehalte in een bepaald soort melkpoeder volgens de Kjeldahl-methode. Ze wegen 0,505 g melkpoeder af. Bij de titratie gebruiken ze zoutzuur met een concentratie van 0,102 M. Ze lezen een beginstand van 2,25 mL en een eindstand van 7,84 mL af. Het massapercentage stikstof (N) in een monster kan worden omgerekend naar het massapercentage eiwit door te vermenigvuldigen met 6,38.
Vraag 15 3 punten
Bereken het massapercentage eiwit in het melkpoeder. + Neem aan dat de molverhouding H3O en N 1 : 1 is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: ( 7,84
- 2, 25) × 10−3 × 0,102 × 1 × 14, 0 × 102 × 6,38 = 10,1(%) 0,505
of
In de titratie is ( 7,84
- 2, 25 ) × 10−3 × 0,102 = 5, 702 ⋅10−4 (mol) H3 O+ toegevoegd. In het monster is dus 5, 702 ⋅10−4 × 14, 0 = 7,983 ⋅10−3 (g) stikstof (N) aanwezig. 7,983 ⋅10−3 Het massapercentage eiwit is × 102 × 6,38 = 10,1(%) . 0,505
Een nadeel van de Kjeldahl-methode is, dat alle NH2 stikstofatomen worden bepaald en de methode dus N C niet selectief is voor eiwitten. Hierdoor bleef het in H2N C N China lang onopgemerkt dat men de stikstofrijke stof N C melamine aan melkpoeder toevoegde om het melamine NH2 eiwitgehalte hoger te doen lijken. De structuurformule van melamine is hiernaast weergegeven. Een handelaar had melamine toegevoegd aan een partij melkpoeder, bestemd voor de bereiding van 5,0·103 L melk. Het gehalte stikstof in het poeder was hierdoor voldoende om 7,5·103 L melk te kunnen bereiden.
Vraag 16 3 punten
Bereken de massa in g melamine die deze handelaar had toegevoegd. Melk bevat gemiddeld 3,3 gram eiwit per 100 mL melk.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: ( ) 7,5 ⋅103
- 5, 0 ⋅103 × 10 × 3,3 6,38 × 1 × 126 = 1,9 ⋅104 (g) 14, 0 (6p)
of
De handelaar heeft een hoeveelheid melamine toegevoegd die evenveel ( ) stikstof bevat als 7,5 ⋅103
- 5, 0 ⋅103 × 10 × 3,3 = 8, 25 ⋅104 (g) eiwit. 8, 25 ⋅104 6,38 Hierin is = 9, 24 ⋅102 (mol) stikstof (N) aanwezig. 14, 0 1 De handelaar heeft 9, 24 ⋅102 × × 126 = 1,9 ⋅104 (g) melamine gebruikt. 6
Opmerkingen
- Wanneer in vraag 15 een onjuiste molaire massa van stikstof is gebruikt en dezelfde fout in vraag 16 opnieuw is gemaakt, dit hier niet aanrekenen.
- Wanneer in vraag 15 de factor 6,38 niet of onjuist is gebruikt en dezelfde fout in vraag 16 opnieuw is gemaakt, dit hier niet aanrekenen.
In 2007 kwam het schandaal aan het licht omdat veel O H baby’s ziek werden. Ook huisdierenvoer bleek C N verontreinigd. In dit voer was behalve melamine ook H N C O cyanuurzuur aanwezig. De structuurformule van
C N cyanuurzuur is hiernaast weergegeven. Het bleek dat O H deze stoffen in de nieren kristallen vormen die het cyanuurzuur nierweefsel aantasten. De vorming van deze kristallen wordt veroorzaakt doordat moleculen van beide stoffen waterstofbruggen vormen met elkaar, waardoor platte lagen worden gevormd. Op de uitwerkbijlage is een molecuul melamine weergegeven.
Vraag 17 2 punten
Geef op de uitwerkbijlage weer hoe een molecuul cyanuurzuur door middel van drie waterstofbruggen aan een molecuul melamine is gebonden. Geef elke waterstofbrug weer met een stippellijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de structuurformule van cyanuurzuur weergegeven en één waterstofbrug juist (1)
- de andere waterstofbruggen juist (1)
Om melamine te detecteren in voeding is een methode ontwikkeld die gebruikmaakt van gefunctionaliseerde goud-nanodeeltjes (GGN’s). In figuur 1 is een GGN weergegeven. Aan het oppervlak van een goud- nanodeeltje zijn enkele functionele groepen ( R) gekoppeld. Elke R-groep eindigt met een cyclische ethergroep, bestaande uit zes ~O–CH2–CH2~ eenheden in een ring. De ethergroep is in figuur 1 vereenvoudigd weergegeven. De ethergroep vormt waterstofbruggen met een NH2-groep van een melamine-molecuul. De binding van de ethergroep met een NH2-groep is zeer specifiek en is veel sterker dan de binding aan andere groepen of moleculen. Elke R-groep kan één molecuul melamine binden.
[figuur 1: zie het originele examen]
R cyclische ethergroep H H O O N R R H N C O O Au S (CH2)6 N C N R O O H N C R R N H H GGN melamine-molecuul
Als GGN’s worden toegevoegd aan een mengsel waarin melamine aanwezig is, vormen zich netwerken waarin vele GGN’s en moleculen melamine aan elkaar gebonden zijn met waterstofbruggen.
Vraag 18 2 punten
Leg uit op microniveau dat deze netwerken ontstaan als in een mengsel melamine en GGN’s aanwezig zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Een molecuul melamine heeft drie/meerdere NH2-groepen die elk aan het uiteinde van een andere GGN gebonden kunnen worden. De betrokken GGN’s kunnen vervolgens met de overige R-groepen weer moleculen melamine binden (waardoor een netwerk ontstaat).
- Een GGN heeft meerdere R-groepen waar een molecuul melamine aan kan binden. Elk molecuul melamine kan vervolgens weer aan een volgend GGN binden, enzovoorts.
Opmerking Wanneer begrippen op macroniveau zijn gebruikt het eerste scorepunt niet toekennen.
In de netwerken van melamine en GGN’s is de afstand tussen de verschillende GGN’s klein. Door de kleine afstand ontstaat een interactie tussen de aanwezige deeltjes goud. Deze interactie veroorzaakt een specifieke kleur. Als GGN’s aan een eiwit-oplossing worden toegevoegd, binden de GGN’s aan de eiwitketens. Toch blijkt dan geen kleuring te ontstaan, waardoor de meting aan melamine in eiwitrijke mengsels dus niet wordt verstoord. De GGN’s binden niet aan de aanwezige peptidegroepen in eiwitten.
Vraag 19 2 punten
− Leg uit dat GGN’s wel binden aan eiwitten,
- maar dat er geen kleuring ontstaat wanneer GGN’s aan een eiwit- oplossing worden toegevoegd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: In eiwitketens bevinden zich aminozuureenheden (Arg/Lys/Asn/Gln) met een NH2 -groep in de restgroep. Omdat deze aminozuureenheden willekeurig door de eiwitketen zijn verspreid, zijn de afstanden tussen de GGN’s te groot.
Het blijkt dat de kleur van het mengsel van GGN’s en melamine afhankelijk is van het gehalte melamine, waardoor bepaling van het gehalte melamine mogelijk wordt. De onderzoekers hebben een serie monsters bereid waarin uitsluitend melamine aanwezig was. Hiervan hebben ze met behulp van de GGN’s de kleuring bepaald. De resultaten van de metingen zijn in figuur 2 weergegeven. Het gehalte melamine in de monsters is hierbij uitgedrukt als gehalte N in massa-ppm.
[figuur 2: zie het originele examen]
1,0
0,8 signaal 0,6
0,4
0,2
0,0 0,0 0,2 0,4 0,6 gehalte N (massa-ppm)
De onderzoekers hebben vervolgens een monster melk onderzocht, dat was bereid met verontreinigd melkpoeder. Het gemeten signaal bedroeg 0,68. De grenswaarde (TGG) van melamine voor baby’s bedraagt 0,50 mg melamine per kg lichaamsgewicht.
Vraag 20 4 punten
Bereken met behulp van figuur 2 of de grenswaarde in dit geval wordt overschreden.
- Neem aan dat een baby van 5,0 kg gemiddeld 750 mL van deze melk drinkt per dag.
- De dichtheid van melk bedraagt 1,02·103 kg m–3.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 126
750 × 10−6 × 1, 02 ⋅103 × 0,39 × 10−6 × × 106
6 × 14, 0 = 4,5 ⋅10−1 (mg melamine per dag). De toegestane dosis is 5 × 0,50 = 2,5 (mg melamine per dag). De norm wordt dus niet overschreden.
of
Volgens de ijklijn bevat de melk 0,39 massa-ppm melamine. Per dag drinkt een baby 750 × 10−6 × 1, 02 ⋅103 = 7, 65 ⋅10−1 (kg) melk. Per dag krijgt een baby dus 126 7, 65 ⋅10−1 × 0,39 × 10−6 × 103 × 103 × = 4,5 ⋅10−1 (mg) melamine
6 × 14, 0 binnen. De toegestane dosis is 5 × 0,50 = 2,5 (mg melamine per dag ). De norm wordt dus niet overschreden.
Opmerkingen
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
- Wanneer in vraag 15 een onjuiste molaire massa van stikstof is gebruikt en dezelfde fout in vraag 20 opnieuw is gemaakt, dit hier niet aanrekenen.
- Wanneer in vraag 16 een onjuiste molaire massa van melamine is gebruikt en dezelfde fout in vraag 20 opnieuw is gemaakt, dit hier niet aanrekenen.
- Wanneer in vraag 16 de molverhouding 1:6 niet of onjuist is gebruikt en dezelfde fout in vraag 20 opnieuw is gemaakt, dit hier niet aanrekenen.
Ammoniak en energie uit afvalwater
Wereldwijd wordt jaarlijks ongeveer 1,0·108 ton ammoniak (NH3) geproduceerd om stikstofrijke verbindingen te maken voor kunstmest. In fabrieken wordt hiervoor aardgas gebruikt als energiebron en als bron van waterstofatomen. Het totaalproces kan worden gezien als een reactie van methaan met zuurstof, water en stikstof. Als reactieproducten ontstaan koolstofdioxide en ammoniak. In het proces wordt gemiddeld een mol methaan ingevoerd per mol N2. Het water wordt als vloeistof in het proces ingevoerd.
Vraag 21 2 punten
Geef de reactievergelijking van deze productie van ammoniak.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- 2 CH4 + O2 + 2 H2O + 2 N2 → 2 CO2 + 4 NH3
- 9 CH4 + 6 O2 + 6 H2O + 8 N2 → 9 CO2 + 16 NH3
Vraag 22 3 punten
Bereken de reactiewarmte van het totaalproces in joule per mol ammoniak.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: ( ) (
- Ebegin + Eeind =
- 0,5 × −0, 75 ⋅105 + 0,5 × −2,86 ⋅105 ) ( ) ( ) + 0,5 × −3,94 ⋅105 + −0, 459 ⋅105 =
- 0, 62 ⋅105 (J mol−1 )
of
9 (6) (
- Ebegin + Eeind =
- × −0, 75 ⋅105 + 16 (16) ) ( × −2,86 ⋅105 ) 9 16 ( ) ( ) + × −3,94 ⋅105 + −0, 459 ⋅105 =
- 1,18 ⋅105 (J mol−1 )
Opmerkingen
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
- Wanneer een berekening is gegeven als ‘ 0,5 × 0, 75 + 0,5 × 2,86
- 0,5 × 3,94
- 0, 459 =
- 0, 62 ⋅105 (J mol−1 ) ’, dit goed rekenen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 22 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 21, dit hier niet aanrekenen.
De kunstmest levert de stikstofverbindingen die noodzakelijk zijn voor een goede groei van gewassen.
Vraag 23 1 punt
Noem twee soorten biologische macromoleculen waarvoor de opname van stikstofverbindingen essentieel is.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste biologische macromoleculen zijn: − eiwitten/enzymen − DNA − RNA indien twee juist (1) indien een of geen juist (0) (1)
In een Nederlandse onderzoeksgroep is onderzocht of het mogelijk is om ammoniak uit urine te winnen met een brandstofcel. In verse urine is de meeste stikstof gebonden als ureum. Wanneer urine in afvalwater terechtkomt, wordt het ureum door micro-organismen gehydrolyseerd tot ammoniak en koolzuur (H2CO3). In het onderzoek is urine gemengd met afvalwater. Bij de gebruikte pH van het mengsel is het uit ureum gevormde ammoniak volledig omgezet tot NH4+. In figuur 1 is de gebruikte brandstofcel schematisch weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
NH3 (g) lucht O2 lucht en NH3 _ dun laagje water OH op de elektrode positieve membraan elektrode (poreus) NH4+ positieve ionen urine
afvalwater uitstroom lamp _ _ biofilm CH3COO HCO3 negatieve elektrode
De negatieve elektrode is bedekt met een dunne laag micro-organismen (biofilm) die organische verbindingen afbreken. De elektronen die hierbij vrijkomen gaan via een externe stroomkring naar de positieve elektrode. Aan de positieve elektrode verloopt de onderstaande halfreactie:
O2 + 2 H2O + 4 e– → 4 OH–
In afvalwater zijn onder andere ethanoaat-ionen aanwezig.
Vraag 24 3 punten
Geef aan de hand van figuur 1 de vergelijking voor de halfreactie van ethanoaat aan de negatieve elektrode van de brandstofcel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien de volgende vergelijking is gegeven (2) CH3COO– + 9 OH– → 2 HCO3– + 5 H2 O + 8 e–
De positieve elektrode is poreus, zodat de in het afvalwater en de urine aanwezige positieve ionen erdoorheen kunnen bewegen. + + Wanneer tijdens stroomlevering uitsluitend ionen zoals Na en K het membraan en de poreuze elektrode passeren, stijgt de pH in het waterlaagje op de positieve elektrode. Wanneer tijdens stroomlevering uitsluitend NH4+ en H+ door het membraan gaan, blijft de pH in het waterlaagje op de positieve elektrode gelijk.
Vraag 25 2 punten
Leg uit dat tijdens stroomlevering de pH in het waterlaagje bij de positieve elektrode gelijk blijft wanneer uitsluitend NH4+ en H+ het membraan passeren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Bij de halfreactie van zuurstof in water bij de positieve elektrode ontstaan OH– -ionen.) Per OH– -ion dat ontstaat moet één positief deeltje het membraan passeren (om de elektroneutraliteit te herstellen). Wanneer NH4+ -ionen of H+ -ionen het membraan passeren, reageren deze met OH–- ionen (waardoor de pH gelijk blijft).
Wanneer NH4+ door het membraan gaat, wordt dit in het waterlaagje omgezet tot NH3. Op de positieve elektrode is slechts een dun laagje water aanwezig, zodat de gevormde ammoniak snel uit het water ontwijkt en door de luchtstroom wordt meegevoerd. Om de zo gevormde ammoniak om te zetten tot een stof die in kunstmest kan worden verwerkt, wordt de uitgaande luchtstroom door een oplossing geleid. In veel soorten kunstmest is ammoniumnitraat verwerkt.
Vraag 26 1 punt
Geef aan welke stof in water moet worden opgelost om op deze wijze een oplossing met ammoniumnitraat te verkrijgen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- salpeterzuur/HNO3 (1)
De onderzoekers wilden bepalen welk deel van het ladingstransport door het membraan van de brandstofcel plaatsvond via NH4+. Hiertoe hebben de onderzoekers op regelmatige tijdstippen de hoeveelheid ammoniak bepaald die zich in de luchtstroom bevond.
Vraag 27 2 punten
Beschrijf globaal hoe de onderzoekers de hoeveelheid ammoniak in de luchtstroom hebben bepaald.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De onderzoekers leidden de lucht met NH3 in water / een zure oplossing. (Om de zoveel tijd hebben ze de ontstane oplossing vervangen door vers water / een verse oplossing.) De ontstane oplossingen van NH3 hebben ze getitreerd met een geschikte oplossing.
- De onderzoekers leidden de lucht met NH3 in water. Ze volgden het verloop van de pH tijdens het experiment (waardoor ze het gehalte konden berekenen).
- De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met NH3 en brachten dat in een gaschromatograaf. Vervolgens hebben ze het piekoppervlak / de piekhoogte van de NH3 gemeten (en vergeleken met een referentie).
- De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met NH3 en brachten dat in een massaspectrometer. Vervolgens hebben ze de piekhoogte van de NH3 gemeten (en vergeleken met een referentie).
- De onderzoekers namen (op regelmatige tijdstippen) een monster van de lucht met NH3 en koelden dat sterk af. Vervolgens bepaalden ze de massa van het gecondenseerde NH3.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Scheikunde 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-1028-a-19-1-o
Andere examens scheikunde vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1 telt 27 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (7), bindingen (5) en koolstofchemie (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde vwo 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-1/vw-1028-a-19-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.