Eindexamen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Lang houdbare appels, Zonnepanelen voor ethanol, Diesel uit houtafval, Stikstofmono-oxide en stikstofdioxide.
Het centraal examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (5), reactievergelijkingen (4) en rekenen aan reacties (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Koolstofchemie | 1-2, 5, 14, 17 | 5 |
| Reactievergelijkingen | 3-4, 8, 20 | 4 |
| Rekenen aan reacties | 7, 9, 12-13 | 4 |
| Bindingen | 16, 23-25 | 4 |
| Reactiesnelheid | 6, 22, 26 | 3 |
| Redoxreacties | 10-11 | 2 |
| Scheidingsmethoden | 18-19 | 2 |
| Zuren en basen | 15 | 1 |
| Duurzame chemie | 21 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over reactiesnelheid (12% van de vragen, gemiddeld 4%).
Opgaven en correctievoorschrift
- Opgaven
- Uitwerkbijlage
- Correctievoorschrift
- Aanvulling correctievoorschrift
- Tweede aanvulling correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Lang houdbare appels
Een rijpe appel produceert etheen. Op de uitwerkbijlage bij vraag 5 staat de biosynthese van etheen in appels schematisch weergegeven in een reactieschema. In reactie I van het reactieschema wordt onder invloed van het enzym SAM-synthetase het deeltje SAM gevormd uit onder andere ATP en het aminozuur methionine. NH2 O NH2 CH3 N N HO C C CH2 CH2 S+ O N N
H CH2
SAM HO OH Het methionine heeft maar één stereo-isomeer. Bij de vorming van SAM verandert de ruimtelijke bouw rondom het C*-atoom van methionine niet. Toch kunnen in reactie I twee stereo-isomeren van SAM worden gevormd. Dit wordt veroorzaakt doordat de groepen rondom het S-atoom in SAM, net als bij een koolstofatoom, op twee verschillende manieren kunnen zijn gerangschikt.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat van SAM twee stereo-isomeren bestaan.
- Geef in je antwoord de Lewisstructuur van SAM.
- Gebruik hierbij de aanduiding R1 enzovoort als notatie voor de atoomgroepen rondom het S-atoom.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
De vier groepen rondom het S-atoom zijn verschillend. / Het S-atoom is asymmetrisch (waardoor van SAM twee stereo-isomeren bestaan).
Opmerking Wanneer niet-bindende elektronenparen zijn aangegeven rondom R- groepen, dit niet aanrekenen.
Uit onderzoek blijkt dat slechts een van beide stereo-isomeren van SAM wordt gevormd door SAM-synthetase.
Vraag 2 1 punt
Leg uit waarom slechts een van beide stereo-isomeren van SAM wordt gevormd door SAM-synthetase.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − SAM–synthetase werkt (kennelijk) stereospecifiek. − De vorm van het actieve centrum van SAM–synthetase is (kennelijk) zodanig dat maar één stereo-isomeer wordt gevormd. (1)
In reactie II van het reactieschema wordt SAM onder invloed van het enzym ACC-synthase omgezet. De biosynthese van dit enzym verloopt in twee stappen. Op basis van de DNA-code wordt eerst een aminozuurketen gevormd van 473 aminozuren. Vervolgens wordt de aminozuurketen op twee plaatsen gehydrolyseerd, waardoor de ACC- synthase nog 421 aminozuren bevat. Een van de beide plaatsen waar hydrolyse optreedt, is tussen de aminozuren Gly–430 en Glu–431.
Vraag 3 3 punten
Geef de hydrolyse van het gedeelte ~Gly
- Glu~ in een reactievergelijking weer. Gebruik structuurformules.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer water is weergegeven als H2 O, dit niet aanrekenen.
Het in reactie II gevormde ACC (C4H7NO2) wordt in reactie III onder invloed van het enzym ACC-oxidase omgezet tot onder andere etheen. Uit één molecuul ACC wordt hierbij één molecuul etheen gevormd.
Vraag 4 2 punten
Geef de vergelijking van reactie III in molecuulformules. Gebruik informatie uit het reactieschema.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien een kloppende vergelijking is gegeven waarin alle formules juist zijn opgenomen, maar waarbij de molverhouding ACC : etheen ≠ 1:1 (1)
Uit het reactieschema is af te leiden dat de atomen in etheen, via SAM en ACC, uiteindelijk van methionine afkomstig zijn.
Vraag 5 2 punten
Omcirkel op de uitwerkbijlage in de structuurformules van methionine, SAM en ACC de atomen die uiteindelijk in etheen terechtkomen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de juiste atomen omcirkeld in ACC (1)
- de atomen in SAM en methionine omcirkeld die overeenkomen met de in ACC omcirkelde atomen (1)
Het etheen komt vrij uit de appel en bevordert de rijping van andere appels. Om appels lang houdbaar te maken, moet de vorming van etheen worden geremd. De biosynthese van etheen kan worden geremd met het gas 1-methylcyclopropeen (MCP). Het effect van MCP op de activiteit van de enzymen ACC-synthase en ACC-oxidase is onderzocht. Hiertoe werden appels direct na de pluk in drie groepen verdeeld en 20 uur lang onder verschillende omstandigheden bewaard:
- groep 1: in gewone lucht
- groep 2: in lucht met MCP
- groep 3: in lucht met MCP en etheen Hierbij was [MCP]groep2 = [MCP]groep3 = [etheen]groep3 . Direct na de pluk en na afloop van de bewaarperiode werd de activiteit van de beide enzymen gemeten. Ook werd het gehalte ACC in de appels bepaald. In de tabel zijn de resultaten van deze metingen weergegeven.
tabel
activiteit activiteit gehalte ACC-synthase ACC-oxidase ACC
(nmol ACC (nL etheen (nmol ACC per mg enzym per mg enzym per g appel) groep per uur) per uur) direct na pluk 1,0 40 2,1
1 gewone lucht 2,6 128 3,8
2 lucht met MCP 1,2 56 4,3
3 lucht met MCP 1,8 72 4,1 en etheen
Uit deze resultaten is af te leiden dat de activiteit van beide enzymen door MCP wordt geremd.
Vraag 6 2 punten
Leg uit aan de hand van gegevens uit de tabel van welk enzym de activiteit meer wordt geremd door MCP: van ACC-synthase of van ACC-oxidase.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
128 (56) De activiteit van ACC-oxidase is = 2,3 keer zo klein / = 0, 44 keer
56 128 2, 6 zo groot. De activiteit van ACC-synthase is = 2, 2 keer zo 1, 2 1, 2 klein / = 0, 46 keer zo groot. ACC-oxidase wordt dus meer geremd dan 2, 6 ACC-synthase.
- consequente conclusie (1p)
of
128
- 56 De remming van ACC-oxidase is = 0,56 . De remming van 128 2, 6
- 1, 2 ACC-synthase is = 0,54 . ACC-oxidase wordt dus meer geremd 2, 6 dan ACC-synthase.
Het ACC-gehalte is in groep 2 hoger dan in groep 1. ACC hoopt zich dus op. Er wordt dus (vergeleken met de controlegroep/groep 1) meer ACC gevormd dan er wordt afgebroken. De activiteit van de ACC-oxidase wordt dus meer geremd dan van de ACC-synthase.
- het ACC-gehalte in groep 2 is hoger dan in groep 1 (1p)
- ACC hoopt zich op en consequente conclusie (1p)
Opmerking Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
Zonnepanelen voor ethanol
Er is tegenwoordig veel vraag naar duurzame energiebronnen zoals bio-ethanol. Bio-ethanol wordt veel geproduceerd uit zetmeel van bijvoorbeeld aardappelen of mais. De omzettingen die optreden bij de vorming van zetmeel in planten en de productie van bio-ethanol uit het zetmeel zijn in figuur 1 vereenvoudigd weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
plant fabriek oogst CO2 C6H12O6 zetmeel zetmeel C6H12O6 C2H6O
De gemiddelde opbrengst per hectare bedraagt in Nederland 4,5·104 kg aardappelen per jaar. Aardappelen bevatten gemiddeld
19 massa% zetmeel. Het zetmeel wordt in bioreactoren gehydrolyseerd tot glucose. De glucose wordt door vergisting omgezet tot koolstofdioxide en ethanol. Hierbij ontstaat twee mol ethanol per mol glucose.
Vraag 7 4 punten
Bereken het volume in L ethanol dat maximaal per jaar kan worden geproduceerd per hectare aardappelen (T = 293 K).
- Neem aan dat zetmeel geheel uit amylose bestaat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 19 4,5 ⋅104 × 103 × 2
10 × 2 × 46,1 × 10−3
162 × 103 = 6,1 ⋅103 (L) 3 0,80 ⋅10
of
De maximale opbrengst aan zetmeel per hectare per jaar is 19 4,5 ⋅104 × 103 × 2 = 8,55 ⋅106 (g). 10 8,55 ⋅106 Hieruit kan × 2= 1, 06 ⋅105 (mol) ethanol worden gevormd. 162 De massa ethanol is 1, 06 ⋅105 × 46,1 × 10−3 = 4,87 ⋅103 (kg). 4,87 ⋅103 Het volume ethanol is × 103 = 6,1 ⋅103 (L). 0,80 ⋅103
Om te kunnen berekenen wat de minimale hoeveelheid energie is die nodig is om ethanol te produceren uit CO2, wordt zetmeel weggelaten uit bovenstaande omzettingen. De resterende processen kunnen dan worden weergegeven met de volgende reactievergelijkingen:
6 CO2 + 6 H2O → C6H12O6 + 6 O2 fotosynthese C6H12O6 → 2 C2H6O + 2 CO2 vergisting
Vraag 8 2 punten
Geef de totaalvergelijking voor deze vorming van ethanol uit CO2 en H2O.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- links van de pijl uitsluitend CO2 en H2 O (1)
- rechts van de pijl O2 en C2 H6O en de elementbalans juist (1)
Vraag 9 2 punten
Bereken de reactiewarmte in joule per mol ethanol van deze vorming van ethanol (T = 298 K, p = p0). Neem aan dat water en ethanol in vloeibare vorm voorkomen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: (2 × 3,94 + 3 × 2,86
- 2, 78) ⋅105 =
- 13, 68 ⋅105 (J mol−1 )
of
− Ebegin + Eeind =
- 2 × ( −3,94 ⋅105 ) + 3 × ( −2,86 ⋅105 ) + ( −2, 78 ⋅105 ) =
- 13, 68 ⋅105 (J mol−1 )
Opmerkingen
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
- Wanneer een berekening is gegeven als
- 13, 68 ⋅105 (J mol−1 ) ’, dit goed rekenen. ‘ 2 × 3,94 + 3 × 2,86
- 2, 78 =
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 9 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 8, dit niet aanrekenen.
- Wanneer een antwoord is gegeven als: ‘Deze reactie is het omgekeerde van de verbranding van ethanol, (de verbrandingswarmte is –13,7·105 J mol–1 ) dus de reactiewarmte is +13,7·105 J mol–1.’, dit goed rekenen.
In het wetenschappelijk tijdschrift Nature is een artikel gepubliceerd over het gebruik van elektrische energie om ethanol te produceren uit CO2. Dit zou een alternatief kunnen zijn voor de genoemde productie van bio-ethanol.
Het elektrochemische proces bestaat uit twee stappen. In de eerste stap wordt CO2 omgezet tot CO. In de tweede stap wordt CO door elektrolyse omgezet tot ethanol. De elektrolyse-opstelling die wordt gebruikt, is in figuur 2 vereenvoudigd weergegeven. In beide halfcellen zijn OH–-ionen en water aanwezig. Alleen OH–-ionen en watermoleculen kunnen door het membraan tussen beide halfcellen bewegen.
[figuur 2: zie het originele examen] zonnepanelen
O2 _ _ CO OH OH - H2O HOH 2 O o.a. ethanol membraan H2O
In de rechter halfcel worden acht elektronen opgenomen per molecuul ethanol dat wordt gevormd.
Vraag 10 3 punten
Geef de vergelijking van de halfreactie van de vorming van ethanol in de rechter halfcel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien het volgende antwoord is gegeven (2)
2 CO + 8 H+ + 8 e– → C2H6 O + H2 O
Vraag 11 2 punten
Geef de vergelijking van de halfreactie die plaatsvindt in de linker halfcel en geef de totaalvergelijking.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
4 OH– → O2 + 2 H2 O + 4 e– (×2) (2 CO + 7 H2 O + 8 e– → C2 H6O + 8 OH– (×1))
2 CO + 3 H2O → C2 H6O + 2 O2
Opmerking Wanneer een onjuist antwoord op vraag 11 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 10, dit antwoord op vraag 11 goed rekenen, tenzij het antwoord op vraag 10 als consequentie heeft dat in het antwoord op vraag 11 het wegstrepen van H2 O en/of OH– niet meer nodig is. In dat geval maximaal 1 scorepunt toekennen.
Aan de negatieve elektrode worden behalve ethanol enkele bijproducten gevormd. Hierdoor is het rendement van de productie van ethanol nog laag. De twee belangrijkste bijproducten zijn ethanoaat en waterstof. De vergelijkingen van de halfreacties waarbij ethanoaat en waterstof worden gevormd, zijn hieronder weergegeven.
2 CO + 3 H2O + 4 e– → CH3COO– + 3 OH–
2 H2O + 2 e– → H2 + 2 OH– De onderzoekers vonden dat onder optimale omstandigheden 43% van de toegevoerde elektronen werd gebruikt voor de productie van ethanol en 13% voor de productie van ethanoaat. De rest werd gebruikt voor de productie van waterstof. Zowel ethanol als waterstof werd vervolgens gebruikt als brandstof.
Vraag 12 3 punten
Bereken de molverhouding waarin ethanoaat, ethanol en waterstof worden geproduceerd. Noteer je antwoord als volgt: ethanoaat : ethanol : waterstof = 1,0 : … : …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
13 43 (10
- 43
- 13) 2
: : = 1, 0 : 1, 7 : 6,8
4 8 (2)
of
13 Per 100 mol elektronen is er = 3, 25 (mol) ethanoaat en 4 43 = 5,38 (mol) ethanol gevormd. 8
Er is dan ook (102
- 43
- 13) = 22, 0 (mol) waterstof gevormd. 2 De molverhouding ethanoaat : ethanol : waterstof is dus 3, 25 : 5, 38 : 22, 0 = 1, 0 : 1, 7 : 6,8.
Vraag 13 2 punten
Laat met een berekening zien bij welke verbranding de meeste energie vrijkomt: bij de verbranding van de waterstof die bij de elektrolyse is geproduceerd of bij de verbranding van de geproduceerde ethanol.
- Het water dat wordt gevormd bij de verbrandingen, komt vrij als vloeistof.
- Gebruik Binas-tabellen 56 en/of 57 of ScienceData-tabellen 8.7a en/of 9.2a.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Waterstof: 6,8 × (−)2,86 ⋅105 = (−)1,9 ⋅106 (J) Ethanol: 1, 7 × (−)13, 7 ⋅105 = (−)2,3 ⋅106 (J) Er komt meer energie vrij bij de volledige verbranding van het gevormde ethanol.
Opmerkingen
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 13 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 9 en/of 12, dit niet aanrekenen.
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
Diesel uit houtafval
Bij de verwerking van hout tot bijvoorbeeld papier komt veel afvalwater vrij. In een onderzoek is gekeken of het mogelijk is om op industriële schaal dieselachtige koolwaterstoffen te produceren op basis van dit afvalwater. Afvalwater van de papierindustrie bevat een hoog gehalte xylose-oligomeren. Een xylose-oligomeer is een sacharide met de formule H–(C5H8O4)n–OH met 3 ≤ n ≤ 20. Xylose (C5H10O5) kan worden voorgesteld als een eenheid (α)D-glucose, waarbij de CH2-OH-groep op C-atoom nummer 5 is vervangen door een H-atoom. In een xylose-oligomeer zijn de xylose-eenheden aan elkaar verbonden door middel van de OH-groepen aan de C-atomen met nummers 1 en 4.
Vraag 14 3 punten
Geef een gedeelte uit het midden van een xylose-oligomeer in structuurformule weer. Dit gedeelte moet zijn ontstaan uit twee eenheden xylose.
- Gebruik de notatie die ook in het informatieboek wordt gehanteerd.
- Gebruik Binas-tabel 67F1 of ScienceData-tabel 13.1d.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De stereochemie van de koppeling en de uiteinden niet beoordelen.
De onderzoekers hebben op basis van het onderzoek een productieproces ontworpen. Op de uitwerkbijlage bij vraag 19 is het vereenvoudigde blokschema voor dit proces onvolledig weergegeven. Het proces start met de volledige hydrolyse van de xylose-oligomeren tot xylose. Hiertoe worden in reactor 1 (R1) zoutzuur en een oplossing van xylose-oligomeren geleid. Beide oplossingen worden zo gedoseerd, dat aan het begin van de reacties het gehalte xylose-oligomeren 2,1 massa% is. Er is dan 3,1 mol HCl aanwezig per mol xylose-eenheden.
Vraag 15 4 punten
Bereken de pH van het reactiemengsel (T = 298 K).
- De dichtheid van de gebruikte xylose-oplossing is 1,08·103 g L–1.
- De molaire massa van een xylose-eenheid is 132 g mol–1.
- Neem hier aan dat nog geen xylose is ontstaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 3 2,1 1, 08 ⋅10 × 102 pH =
- log 0, 27 × 3,1 = 132
of
2,1 Het gehalte xylose-oligomeren is 1, 08 ⋅103 × = 2, 27 ⋅101 (g L−1 ). 102 2, 27 ⋅101 De [ xylose-eenheden = ] = 1, 72 ⋅10−1 (mol L−1 ). 132 De [H3O+] is gelijk aan de ‘molariteit HCl’, dus H 3O + = 1, 72 ⋅10−1 × 3,1 = 5,33 ⋅10−1 (mol L−1 ). pH =
- log 5,33 ⋅10−1 = 0, 27.
Aan het mengsel wordt tevens THF toegevoegd. O H2C CH2 De structuurformule van THF is hiernaast weergegeven. Omdat de oplosbaarheid van THF in water laag is, H2C CH2 ontstaan in R1 twee vloeistoflagen. THF
Vraag 16 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Leg uit op microniveau waardoor THF oplosbaar is in water.
- Leg uit dat deze oplosbaarheid laag is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: In moleculen THF zijn polaire C–O-bindingen aanwezig. Door de vorm is een molecuul THF polair / heeft een molecuul THF een netto dipoolmoment. (Watermoleculen zijn ook polair, waardoor THF oplosbaar is in water.) In moleculen THF is ook een groot apolair/hydrofoob gedeelte aanwezig (waardoor de oplosbaarheid van THF in water laag is).
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: ‘In moleculen THF is een C–O-binding aanwezig / is een O-atoom aanwezig met niet-bindende elektronenparen. Hierdoor kunnen moleculen THF waterstofbruggen maken met moleculen water (waardoor THF oplosbaar is in water). In moleculen THF is ook een groot apolair/hydrofoob gedeelte aanwezig (waardoor de oplosbaarheid van THF in water laag is).’, dit goed rekenen.
In R1 verloopt ook de omzetting van xylose tot furfural H en bijproducten. De structuurformule van furfural is O C HC C O hiernaast weergegeven. HC CH In R1 ontstaat 1 mol furfural uit 1 mol xylose. Het gevormde furfural lost op in de THF-laag, waardoor furfural volgreacties van furfural met water worden beperkt. Na afloop van de reacties wordt natriumchloride toegevoegd aan het reactiemengsel. Hierdoor wordt THF volledig onoplosbaar in water en kan in scheidingsruimte 1 (S1) de THF-laag volledig worden gescheiden van de waterlaag. De waterlaag met daarin zoutzuur, natriumchloride en bijproducten wordt opgeslagen. De THF-laag met daarin alleen furfural wordt doorgevoerd naar reactor 2 (R2). In R2 wordt aan het mengsel dat afkomstig is uit S1 één mol propanon per twee mol furfural toegevoegd en een overmaat natronloog. In R2 worden furfural en propanon volledig omgezet tot stof A. De vergelijking voor deze omzetting is hieronder weergegeven.
O H O H O O C O C C C O HC C H C HC C C C C CH
2 H3C CH3 2 H2O HC CH HC CH H H HC CH furfural propanon stof A
De vorming van stof A verloopt via een aantal tussenstappen. Twee stappen uit het reactiemechanisme zijn op de uitwerkbijlage weergegeven. In stap 2 wordt stof B gevormd. Hierbij neemt een OH–-ion eerst een H+-ion op van het organische deeltje dat in het kader is weergegeven. Het OH–-ion treedt in stap 2 op als katalysator.
Vraag 17 2 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Geef op de uitwerkbijlage in het kader alle niet-bindende elektronenparen weer.
- Geef met pijlen weer hoe elektronenparen worden verplaatst tijdens stap 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de niet-bindende elektronenparen juist (1)
- de pijlen juist (1)
In scheidingsruimte 2 (S2) wordt de THF-laag met daarin uitsluitend stof A volledig afgescheiden van de vloeistoflaag met daarin het natronloog. Omdat het natronloog geen organische stoffen bevat, kan het worden hergebruikt in het proces. Om de reactie in R2 telkens onder gelijke omstandigheden te laten verlopen, moet het natronloog in een ruimte Z worden bewerkt voordat het wordt teruggevoerd in R2.
Vraag 18 2 punten
Leg uit welke bewerking in ruimte Z wordt uitgevoerd zodat het natronloog uit S2 geschikt is voor hergebruik.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- In R2 ontstaat water, waardoor de concentratie NaOH daalt. Om de omstandigheden in R2 constant te houden, moet de concentratie NaOH worden verhoogd. Dit kan worden bereikt door het natronloog in ruimte Z in te dampen.
- In R2 ontstaat water, waardoor de concentratie NaOH daalt. Om de omstandigheden in R2 constant te houden, moet de concentratie NaOH worden verhoogd. Dit kan worden bereikt door in ruimte Z (zuiver/geconcentreerd) NaOH aan de vloeistof toe te voegen. Om ophoping te voorkomen, moet dan ook een deel van de oplossing worden afgetapt.
Indien een antwoord is gegeven als: ‘In S2 worden twee vloeistoflagen gescheiden. Die scheiding kan worden uitgevoerd met behulp van destillatie. Hiervoor wordt het reactiemengsel verwarmd. In Z moet je dus afkoelen anders komt het natronloog met een te hoge temperatuur R2 binnen’ (1)
Het mengsel van THF en stof A wordt doorgevoerd naar reactor 3 (R3). In R3 reageert stof A volledig met waterstof tot tridecaan (C13H28) en water. Het ontstane tridecaan is onvertakt. Het mengsel afkomstig uit R3 wordt ten slotte in scheidingsruimte 3 (S3) gescheiden in drie stromen: tridecaan, water en THF. Het tridecaan kan worden gebruikt als toevoeging aan diesel of een andere brandstof.
Vraag 19 4 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.
- Noteer ontbrekende pijlen en stoffen bij de pijlen. Houd daarbij rekening met hergebruik van stoffen.
- Wanneer bij een stofstroom al stofnamen zijn vermeld, hoeft niets te worden aangegeven.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer in de stroom tussen R2 en S2 ook water is aangegeven, dit niet aanrekenen.
- Stromen naar en uit ruimte Z niet beoordelen.
- Wanneer THF bij meerdere stofstromen is weggelaten, dit maximaal één keer aanrekenen.
- Wanneer uit het antwoord blijkt dat in het totale proces behalve de recycling van THF ook een aanvoer van THF van buiten plaatsvindt, dit niet aanrekenen.
Vraag 20 3 punten
Geef de totaalvergelijking voor de vorming van tridecaan uit xylose. Gebruik molecuulformules.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- links van de pijl C5H10O5 en C3 H6O (1)
- links van de pijl H2 en rechts van de pijl C13H28 en H2 O (1)
- de elementbalans juist in een vergelijking met uitsluitend de juiste stoffen (1)
Vraag 21 2 punten
Bereken de atoomeconomie van deze vorming van tridecaan uit xylose.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 184 × 102 = 48,1(%)
2 × 150 + 58,1 + 12 × 2, 02
of
184 × 102 = 48, 2(%)
184 + 11 × 18, 0
Opmerkingen
- Fouten in de significantie hier niet aanrekenen.
- Wanneer de omrekening naar percentage is weggelaten, dit niet aanrekenen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 21 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 20, dit niet aanrekenen.
Stikstofmono-oxide en stikstofdioxide
Stikstofmono-oxide (NO) en stikstofdioxide (NO2) zijn schadelijke gassen die ontstaan in het verkeer en bij grootschalige verbrandingsprocessen zoals bij de productie van elektriciteit. In de afvalgassen van de gasturbine van een energiecentrale is gemeten hoe de uitstoot van onder andere CO en NO afhangt van de temperatuur in de turbine. In figuur 1 zijn de resultaten van deze metingen weergegeven.
[figuur 1: zie het originele examen]
gehalte NO (volume-ppm) gehalte CO (volume-ppm)
120 30 NO
100 25
80 20 CO
60 15
40 10
20 5
0 0
1500 1600 1700 1800 1900 2000 temperatuur (K)
Vraag 22 2 punten
Geef een verklaring voor de stijging van de lijn van NO in figuur 1. Gebruik (een) gegeven(s) uit Binas of ScienceData.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- de vorming van NO is een evenwicht (Binas-tabel 51/ScienceData- tabel 9.1.h) (1)
- het evenwicht verschuift naar rechts bij hogere temperatuur omdat de vorming van NO endotherm is (Binas-tabel 57A/ScienceData- tabel 9.2.a) / het evenwicht verschuift naar rechts bij hogere temperatuur omdat K groter wordt (Binas-tabel 51/ScieceData- tabel 9.1.h) (1)
In een molecuul NO komen zeven niet-bindende elektronen voor.
Vraag 23 3 punten
Geef twee grensstructuren van stikstofmono-oxide. Geef formele ladingen aan als deze voorkomen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- in beide grensstructuren een N=O-binding (1)
- in beide grensstructuren de niet-bindende elektronen weergegeven (1)
- de formele ladingen weergegeven (1)
Stikstofdioxide wordt in de turbine gevormd door de reactie van stikstofmono-oxide met zuurstof. Een molecuul stikstofdioxide heeft een niet-cyclische structuur. Voor de volgorde van de atomen in het molecuul zijn twee mogelijkheden: NOO en ONO. Met behulp van massaspectrometrie kan worden bepaald welke van de twee mogelijkheden de juiste is. Het massaspectrum van NO2 is in figuur 2 weergegeven.
[figuur 2: zie het originele examen]
relatieve 100 intensiteit 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
10 20 30 40 50 m/z
In dit massaspectrum zijn pieken waarin de isotopen N-15, O-17 en O-18 voorkomen niet weergegeven. Uit de vier pieken in het massaspectrum kan geen conclusie worden getrokken over de volgorde van de atomen in NO2.
Vraag 24 2 punten
Leg uit waarom de piek in het massaspectrum van NO2 met m/z = 30, geen uitsluitsel geeft over de volgorde van de atomen in het molecuul NO2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer de formule van het fragment dat de piek bij m/z = 30 veroorzaakt, is weergegeven als NO, dit niet aanrekenen.
Doordat bij een bepaalde m/z-waarde in het massaspectrum een piek ontbreekt, kan toch worden bepaald of de volgorde NOO of ONO is.
Vraag 25 2 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Geef deze m/z-waarde van die piek.
- Leg uit waarom op grond van die piek wél een uitspraak kan worden gedaan of de volgorde NOO of ONO is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het fragment O2+ kan wel uit NOO worden gevormd, maar niet uit ONO. Dit fragment heeft massa 32 u. Dus uit het ontbreken van een piek bij m/z = 32 kan worden afgeleid dat (de volgorde NOO niet voorkomt en dus dat) de volgorde ONO juist is.
Opmerking Wanneer de formule van het gevraagde fragment is weergegeven als O2, dit niet aanrekenen.
De vorming van stikstofdioxide uit stikstofmono-oxide en zuurstof is hieronder weergegeven.
2 NO + O2 → 2 NO2 (reactie 1)
De snelheid s1 van reactie 1 is gedefinieerd als het aantal mol NO2 dat per seconde per liter reactiemengsel ontstaat. Bij het onderzoek naar de snelheid van reactie 1 werd in twee experimenten een aantal metingen uitgevoerd met verschillende beginconcentraties van NO en O2. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in de tabel.
tabel
[NO]0 [O2]0 s1 op t0 exp meting (mol L–1) (mol L–1) (mol L–1 s–1)
1 1.1 8,0·10–5 1,6·10–3 7,2·10–8 1.2 1,2·10–4 1,6·10–3 1,6·10–7 1.3 1,6·10–4 1,6·10–3 2,9·10–7 1.4 2,4·10–4 1,6·10–3 6,5·10–7
2 2.1 8,0·10–5 2,4·10–3 1,1·10–7 2.2 8,0·10–5 3,2·10–3 1,4·10–7 2.3 8,0·10–5 4,8·10–3 2,2·10–7 2.4 8,0·10–5 6,4·10–3 2,9·10–7
Op basis van de vergelijking van reactie 1 verwachtte men dat voor de snelheid van reactie 1 de volgende reactiesnelheidsvergelijking geldt:
s1 = k1 [NO]2 [O2] (snelheidsvergelijking 1)
De constante k1 wordt de reactieconstante genoemd.
Vraag 26 2 punten
Leg uit dat snelheidsvergelijking 1 in overeenstemming is met de gegevens in de tabel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Uit (bijvoorbeeld) de metingen 1.1 en 1.3 volgt dat wanneer [NO] twee keer zo groot wordt, de reactiesnelheid vier keer zo groot wordt. (Dus de reactiesnelheid is evenredig met [NO]2.) Uit (bijvoorbeeld) de metingen 1.1 en 2.2 volgt dat de reactiesnelheid recht evenredig is met [O2]. (Dus is de reactiesnelheid evenredig met [NO]2[O2].)
- Wanneer je bij (bijvoorbeeld) de metingen 1.2 en 2.1 de waarde van k1 berekent, komt er (afgerond) hetzelfde getal uit. (Dus is de reactiesnelheid evenredig met [NO]2[O2].)
- berekening van k1 bij twee relevante metingen (1p)
- rest van de uitleg (1p)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Scheikunde 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-1028-a-19-2-o
Andere examens scheikunde vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2?
Het centraal examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (5), reactievergelijkingen (4) en rekenen aan reacties (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde vwo 2019, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-1028-a-19-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen scheikunde vwo 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.