Eindexamen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Biodiesel uit algen, Gerolsteiner®, Glyfosaat, Lithium-luchtbatterij.

Kort antwoord

Het centraal examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (6), koolstofchemie (5) en zuren en basen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Rekenen aan reacties2, 4, 9, 17-18, 256
Koolstofchemie3, 14-15, 23-245
Zuren en basen11-13, 16, 215
Reactievergelijkingen1, 62
Stoffen en eigenschappen8, 222
Bindingen10, 202
Scheidingsmethoden51
Atoombouw71
Redoxreacties191

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over zuren en basen (20% van de vragen, gemiddeld 4%) en rekenen aan reacties (24% van de vragen, gemiddeld 16%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Biodiesel uit algen

In het project Algaeparc van Wageningen University & Research wordt onderzoek gedaan naar de productie van biodiesel uit algenolie. Algenolie is een mengsel van triglyceriden, dat in een aantal stappen in de algen wordt gevormd:

Door fotosynthese ontstaat eerst glucose, waarbij tevens zuurstof ontstaat.

Glucose wordt vervolgens met een deel van deze zuurstof volledig omgezet tot pyrodruivenzuur (C3H4O3) en water.

Pyrodruivenzuur wordt ten slotte omgezet tot algenolie.

Uit het onderzoek bleek onder andere dat de algengroei wordt geremd door de ontstane zuurstof. Bij een bepaalde algensoort neemt de vorming van algenolie sterk af als het gehalte zuurstof, dat na de omzettingen is overgebleven in de bioreactor, hoger is dan 44,2 g m–3. De algen groeien in een buisvormige bioreactor die afgesloten is van de buitenlucht.

Vraag 1 2 punten

Geef de reactievergelijking van de omzetting van glucose tot pyrodruivenzuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • links van de pijl C6H12O6 en rechts van de pijl C3H4O3 en H2O (1)
  • links van pijl O2 en de elementbalans in een vergelijking met uitsluitend de juiste formules (1)

Vraag 2 4 punten

Bereken de massa in gram pyrodruivenzuur die maximaal per liter is ontstaan als het gehalte zuurstof in de bioreactor 44,2 g m–3 bedraagt. De molaire massa van pyrodruivenzuur bedraagt 88,1 g mol–1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: (6 CO2 + 6 H2O → C6H12O6 + 6 O2 C6H12O6 + O2 → 2 C3H4O3 + 2 H2O

6 CO2 + 6 H2O → 2 C3H4O3 + 2 H2O + 5 O2) Bij de vorming van 2 mol C3H4O3 is netto 5 mol O2 ontstaan.

44, 2 ⋅10−3 Per liter is er dan = 1,381 ⋅10 −3 (mol) O2. 32, 0 2 Dus is er 1,381⋅10−3 × = 5,525 ⋅10−4 (mol) pyrodruivenzuur gevormd. 5 De massa is 5,525 ⋅10 × 88,1 = 4,87 ⋅10−2 (g) pyrodruivenzuur. −4

Opmerking Als een onjuist antwoord op vraag 2 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 1, dit niet aanrekenen.

De onverzadigde vetzuren die in de triglyceriden van algenolie zijn gebonden, hebben enkele structuurkenmerken gemeenschappelijk:

De CH=CH-groepen hebben uitsluitend de cis-configuratie.

In de koolwaterstofrest bevindt zich een herhalende atoomgroep die vereenvoudigd kan worden weergegeven als –(CH=CH–CH2) –. Een voorbeeld van een veelvoorkomend vetzuur in algenolie is linolzuur. Linolzuur kan worden aangeduid met de verkorte notatie 18:2 ω-6. Deze verkorte notatie geeft informatie over:

het totaal aantal C-atomen: 18;

het aantal C=C-bindingen: 2;

het plaatsnummer van de eerste CH=CH-groep vanaf de CH3-groep.

Het vetzuur DHA in de algenolie heeft als verkorte notatie 22:6 ω-3.

Vraag 3 3 punten

Teken de structuurformule van DHA. Houd hierbij rekening met de stereochemie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de zuurgroep en een hoofdketen van 22 koolstofatomen (1)
  • de eerste C=C-binding tussen C3 en C4, geteld vanaf de CH3-groep (1)
  • zes cis-(CH=CH–CH2)-groepen en de rest van de structuurformule (1)

Als er voldoende algen zijn gekweekt, wordt de algenolie uit het mengsel geëxtraheerd. Biodiesel wordt verkregen door de reactie van algenolie met methanol. Deze reactie is hieronder vereenvoudigd weergegeven met de juiste coëfficiënten.

1 triglyceride + 3 methanol → glycerol + 3 vetzuur-methylesters algenolie biodiesel

Bij een proefproductie werd 500 g algenolie en voldoende methanol ingevoerd. De gemiddelde molaire massa van algenolie was 884 g mol–1. Op deze wijze werd 0,392 L biodiesel verkregen. De dichtheid van de geproduceerde biodiesel is 0,874·103 kg m–3 met een gemiddelde molaire massa van 296 g mol–1.

Vraag 4 5 punten

Bereken het rendement van de vorming van biodiesel. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: 500 Er is = 0,5656 (mol) algenolie. Hieruit kan maximaal 884 0,5656 × 3 = 1, 697 (mol) biodiesel worden gevormd. De massa biodiesel is 1, 697 × 296 = 5, 023 ⋅102 (g). 5, 023 ⋅102 Het volume biodiesel is = 5, 747 ⋅10 −1 (L). 0,874 ⋅103 0,392 Het rendement is −1 × 102 = 68, 2(%). 5, 747 ⋅10

De massa biodiesel die is gevormd is 0,392 × 0,874 ⋅103 = 3, 426 ⋅10 2 (g). 3, 426 ⋅102 De chemische hoeveelheid biodiesel is = 1,157 (mol). 296 1,157 Die is gevormd uit = 3,858 ⋅10−1 (mol) algenolie. 3 De massa benodigde algenolie is 3,858 ⋅10−1 × 884 = 3, 411 ⋅10 2 (g). 3, 411⋅102 Het rendement is × 102 = 68, 2(%). 500

  • significantie (1p)

of

500 Er is = 0,5656 (mol) algenolie. Hieruit kan maximaal 884 0,5656 × 3 = 1, 697 (mol) biodiesel worden gevormd. De massa biodiesel die is gevormd is 0,392 × 0,874 ⋅103 = 3, 426 ⋅10 2 (g). 3, 426 ⋅102 De chemische hoeveelheid biodiesel is = 1,157 (mol). 296 1,157 Het rendement is × 102 = 68, 2(%). 1,697

Op de uitwerkbijlage is het blokschema van de omzetting van algenolie tot biodiesel onvolledig weergegeven. Aan een reactor (R1) met daarin het enzym lipase worden de algenolie en een ondermaat methanol toegevoegd. In een scheidingsruimte (S1) wordt de ontstane glycerol gescheiden van de overige stoffen. De omzetting van de algenolie is na één reactor niet volledig. Door om en om meerdere reactoren en scheidingsruimtes te plaatsen, wordt een zo hoog mogelijke omzetting bereikt. De ondermaat methanol is zo gekozen dat de hoeveelheid methanol na elke reactor te verwaarlozen is.

In het uiteindelijke proces werden 10 reactoren en scheidingsruimtes gebruikt. In het blokschema is met één blok de herhaling van reactoren R2 t/m R9 en scheidingsruimtes S2 t/m S9 aangegeven. In R10 wordt een overmaat methanol toegevoegd zodat de algenolie volledig wordt omgezet tot biodiesel. In S10 wordt ten slotte biodiesel afgescheiden van het mengsel afkomstig uit R10.

Vraag 5 3 punten

Maak op de uitwerkbijlage het blokschema compleet.

Teken R10 en S10.

Teken de ontbrekende pijlen.

Geef bij alle pijlen de ontbrekende stofstromen aan met de volgende nummers:

1 algenolie

2 biodiesel

3 glycerol

4 methanol

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Als de instroom van 1,2 en/of de uitstroom van 1,2 rondom RS2 t/m RS9 niet zijn weergegeven, dit niet aanrekenen.
  • Als de instromen van 1 en 4 naar R1 als één stofstroom zijn weergegeven, dit niet aanrekenen.
  • Als de uitstroom uit S10 van 3 en 4 als afzonderlijke stromen is weergegeven, dit goed rekenen.

Gerolsteiner®

Gerolsteiner® is een Duits merk koolzuurhoudend mineraalwater uit Gerolstein, een kleine stad in de Eifel. In de ondergrond van Gerolstein bevindt zich het gesteente dolomiet. Dolomiet reageert met opgelost koolstofdioxide dat afkomstig is uit neerslag of uit dieper gelegen aardlagen. In figuur 1 is schematisch weergegeven hoe koolzuurhoudende neerslag in contact komt met dolomiet, waardoor Gerolsteiner® mineraalwater wordt gevormd.

[figuur 1: zie het originele examen]

neerslag + CO2 neerslag + CO2

aard- oppervlak

dolomiet: bron H2O + CO2 Cax Mg(1-x) CO3 He Mg2 HCO3 Ca2 H2O He aard- CO2 mantel

De waarde van x in de verhoudingsformule van dolomiet ligt tussen nul en een.

Vraag 6 3 punten

Geef met behulp van figuur 1 de vergelijking van de reactie van dolomiet met opgelost koolstofdioxide.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen: CaxMg(1–x)CO3 + H2CO3 → x Ca2+ + (1–x) Mg2+ + 2 HCO3–

In het mineraalwater is ook een beetje helium opgelost. Het helium blijkt zowel uit 3He als uit 4He te bestaan. De verhouding tussen de heliumisotopen hangt af van de herkomst van het helium. Dit gegeven hebben onderzoekers gebruikt om te bepalen of het opgeloste CO2 in Gerolsteiner® mineraalwater uitsluitend afkomstig is uit neerslag of ook uit dieper gelegen aardlagen. 4 He ontstaat door het radioactief verval van 238U. Bij dit radioactief verval ontstaat nog één ander deeltje.

Vraag 7 2 punten

Geef het symbool en het aantal neutronen van dit deeltje. Noteer je antwoord als volgt: symbool: ... aantal neutronen: ...

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • symbool: Th (1)
  • aantal neutronen: 144 (1)

Na afscheiding van het helium van de overige gassen kan de verhouding 3 He 4 worden bepaald met behulp van een analysetechniek. He

Vraag 8 1 punt

Geef de analysetechniek die geschikt is voor het bepalen van de 3 He verhouding 4 . He 3 He In neerslag komt de verhouding 4 overeen met het voorkomen in de natuur. He In de dieper gelegen aardlagen is die verhouding hoger. De onderzoekers hebben vastgesteld dat de concentratie 4He in Gerolsteiner® overeenkomt met 4∙10–6 M. De concentratie 3He in Gerolsteiner® is 3∙10–11 M.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • massaspectrometrie (1)

Vraag 9 2 punten

Leg uit met behulp van een berekening of de gevonden concentraties erop wijzen dat de opgeloste gassen in Gerolsteiner® uitsluitend afkomstig zijn uit neerslag of ook uit dieper gelegen aardlagen. Gebruik Binas-tabel 25A of ScienceData-tabel 1.11.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn: 3 He 3 ⋅10−11

  • In Gerolsteiner is de verhouding 4 ® = −6 = 7,5 ⋅10−6. He 4 ⋅10 3 He 0, 00014 De verhouding bij natuurlijk voorkomen is 4 = (2) = 1, 4 ⋅10−6. He (10) In Gerolsteiner® is de verhouding hoger, wat wijst op (gedeeltelijke) herkomst uit dieper gelegen aardlagen. 3 He 3 ⋅10−11
  • In Gerolsteiner is de verhouding 4 ® = −6 = 7,5 ⋅10−6. He 4 ⋅10 −4 Dat betekent dat er ongeveer 8 ⋅10 (%) 3He voorkomt. Het natuurlijk voorkomen van 3He is 0,00014%. In Gerolsteiner® is het percentage 3He hoger / de verhouding hoger, wat wijst op (gedeeltelijke) herkomst uit dieper gelegen aardlagen.

De oplosbaarheid van CO2 in water is 2,3 g L−1 (T = 283 K, p=p0). CO2 is daarmee ruim 30 keer beter oplosbaar dan O2 onder dezelfde omstandigheden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door elektrostatische interacties. Deze interacties treden op tussen moleculen CO2 en H2O maar niet tussen moleculen O2 en H2O.

Vraag 10 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Teken de lewisstructuren van CO2 en H2O. Geef hierbij de juiste bindingshoeken weer.

Geef partiële ladingen aan.

Geef in de tekening met een stippellijn een elektrostatische interactie aan tussen beide moleculen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de lewisstructuren met bindingshoeken (1)
  • de partiële ladingen (1)
  • de interactie(s) consequent aangegeven (1)

De koolzuurhoudende variant van Gerolsteiner® mineraalwater heet Gerolsteiner® Sprudel en is vergelijkbaar met SPA® Intense (ook wel bekend als SPA® Rood). In de tabel zijn enkele gegevens van Gerolsteiner® Sprudel en SPA® Intense gegeven.

tabel

gehalte in Gerolsteiner® Sprudel gehalte in SPA® Intense (mg L−1) (mg L−1) HCO3− 1816 18 H2CO3 8,3 8,2

In koolzuurhoudend water stelt zich onder andere evenwicht 1 in.

H2CO3 (aq) + H2O (l) H3O (aq) + HCO3 (aq) (evenwicht 1)

De pH van Gerolsteiner® Sprudel is 5,95. De pH van SPA® Intense is 3,95.

Vraag 11 3 punten

Verklaar met behulp van de tabel dat de pH van Gerolsteiner® Sprudel hoger is dan de pH van SPA® Intense. Gebruik hierbij de Kz van H2CO3.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: In Gerolsteiner® Sprudel is de [HCO3−] hoger dan in SPA® Intense. In beide soorten is [H2CO3] vrijwel gelijk. [HCO3− ][H 3O + ] De Kz van H2CO3 is K z = . Om dezelfde waarde van de [H 2 CO3 ] concentratiebreuk te behouden, moet in Gerolsteiner® Sprudel de [H3O+] lager zijn.

[HCO3− ][H 3O + ]

Indien een antwoord als het volgende is gegeven: (2) In Gerolsteiner® Sprudel is de [HCO3−] hoger dan in SPA® Intense. In beide soorten is [H2CO3] vrijwel gelijk. Hierdoor ligt evenwicht 1 meer naar links waardoor de [H3O+] lager is (en de pH dus hoger is).

Glyfosaat

Glyfosaat (H2Glyf) wordt wereldwijd op grote schaal gebruikt als onkruidverdelgingsmiddel. In water komt glyfosaat vooral voor in de vorm van Glyf 2− en HGlyf −. De Kz van HGlyf

  • bedraagt 2,5∙10−6.

Vraag 12 4 punten

Bereken hoeveel procent van glyfosaat aanwezig is als HGlyf

  • bij pH = 7,00. Neem aan dat alleen HGlyf
  • en Glyf 2− aanwezig zijn.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: [H3O+ ] = 10−7,00 = 1,00 ⋅10−7 (mol L−1 ). [Glyf 2− ][H 3O + ] [Glyf 2− ] Kz Kz =

  • of
  • = [HGlyf ] [HGlyf ] [H 3O + ] [Glyf 2− ] 2,5 ⋅10 −6 De verhouding = = 25. [HGlyf
  • ] 1, 00 ⋅10−7 1 Het percentage HGlyf– is × 102 = 3,8(%).

25 + 1

Het Glyf 2− blokkeert het enzym EPSPS in planten. Dit enzym speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van aromatische aminozuren. EPSPS katalyseert de omzetting die is weergegeven in figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

O O O O

C C O CH2 enzym EPSPS CH2 O P C O O O O C C O P OH O X P O C O O O O OH O OH O S3P PEP EPSP

Bij deze omzetting ontstaat ook het deeltje X.

Vraag 13 1 punt

Geef de formule van het deeltje X.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Een juiste structuurformule goed rekenen.

In het mechanisme van de omzetting uit figuur 1 neemt een koolstofatoom in het deeltje PEP eerst een H+-ion op. Het gevormde deeltje PEP-H+ heeft sterke overeenkomsten met het deeltje Glyf 2− wat betreft ladingsverdeling. De structuurformule O

H H O 2− van Glyf is hiernaast weergegeven. O P N C + CH2 CH2 O In de structuur van het deeltje PEP-H heeft O één C-atoom geen volledig oktet. Glyf 2

Vraag 14 2 punten

Teken een mogelijke structuurformule van PEP-H+.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Het volgende antwoord goed rekenen:

De binding van glyfosaat aan EPSPS is onomkeerbaar, waardoor de aanmaak van aromatische aminozuren geheel tot stilstand komt. Onderzoekers hebben een bacterie ontdekt die glyfosaat-resistent is. De resistentie wordt veroorzaakt door een mutatie in de genetische code voor het enzym EPSPS. Het werkzame enzym dat in de bacterie aanwezig is, wordt aangeduid als CP4. In CP4 is op positie 100 een alanine-eenheid aanwezig, waar in EPSPS een glycine-eenheid aanwezig is.

Vraag 15 2 punten

Geef op de uitwerkbijlage de symbolen van het basenpaar waarin de genetische code voor CP4 verschilt van EPSPS. Gebruik Binas-tabel 71G of ScienceData-tabel 16.9.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de kandidaat de juiste codons heeft genoteerd, dit goed rekenen.

Om de wereldvoedselopbrengst te verhogen zijn veel gewassen tegenwoordig genetisch gemodificeerd, zodat met glyfosaat uitsluitend het onkruid wordt bestreden. Per jaar wordt ruim 650.000 ton glyfosaat geproduceerd. Het DEA-proces staat bekend als het meest ‘groene’ van de verschillende productiemethoden. Dit proces start met de omzetting van DEA met natronloog tot DSIDA. Deze reactie is weergegeven in figuur 2. DSIDA is een zout dat bestaat uit Na+-ionen en C4H5NO42–-ionen.

[figuur 2: zie het originele examen]

H H H H O H H O HO C C N C C OH 2 OH C C N C C 4 H2

H H H H H O H H H O DEA negatief ion van DSIDA

Vraag 16 2 punten

Leg uit, aan de hand van formules uit figuur 2, of de omzetting van DEA tot DSIDA een zuur-basereactie is of een redoxreactie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Uit OH− wordt H2 gevormd. Dit kan alleen als er elektronen worden uitgewisseld, dus is het een redoxreactie.
  • Het OH− wordt niet omgezet tot H2O/water. Het is dus geen zuur-base reactie, maar een redoxreactie.
  • Het OH− wordt niet omgezet tot O2–/oxide. Het is dus geen zuur-base reactie, maar een redoxreactie.

In een fabriek wordt glyfosaat geproduceerd in batches. Per batch wordt 8,3∙103 kg DSIDA gevormd uit DEA. De omzetting van DEA tot DSIDA heeft een rendement van 86,4%.

Vraag 17 4 punten

Bereken de massa in kilogram natriumhydroxide die moet worden gebruikt per batch.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 8,3 ·103 × 103 Er wordt = 4, 69 ·104 (mol) DSIDA geproduceerd. 177 Volgens figuur 2 is hiervoor 4, 69 ·104 × 2 = 9,38 ·104 (mol) NaOH nodig. Dit heeft een massa van 9,38 ·104 × 40, 0 × 10−3 = 3, 75 ·103 (kg). Rekening houdend met het rendement is er dus

10 2 3, 75 ·103 × = 4, 3 ·103 (kg) NaOH nodig. 86, 4

  • omrekening met het rendement naar de massa in kg NaOH (1p)

of

8,3 ·103 × 103 Er wordt = 4, 69 ·104 (mol) DSIDA geproduceerd. 177 Volgens figuur 2 is hiervoor 4, 69 ·104 × 2 = 9,38 ·104 (mol) NaOH nodig. Rekening houdend met het rendement is dat

10 2 9,38 ·10 4 × = 1, 09 ·105 (mol) NaOH. 86, 4 Dit heeft een massa van 1, 09 ·105 × 40, 0 × 10−3 = 4,3 ·103 (kg).

Lithium-luchtbatterij

Om in een batterij zoveel mogelijk lading op te slaan in zo weinig mogelijk massa, worden batterijen ontworpen waarin zuurstof uit de lucht als oxidator optreedt. In zo’n batterij is dan alleen de reductor opgeslagen. De eigenschappen van de reductor bepalen dan in hoge mate de ladingsdichtheid. Ladingsdichtheid is gedefinieerd als de hoeveelheid lading per massa-eenheid. De aluminium-luchtbatterij is bijvoorbeeld al verkrijgbaar en veel onderzoek wordt verricht aan de lithium-luchtbatterij.

Vraag 18 2 punten

Leid met behulp van een berekening af welke van deze twee batterijen de hoogste ladingsdichtheid heeft.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • 1 mol lithium levert 1 mol elektronen. De ladingsdichtheid van lithium 1 is dus = 0,144 (mol elektronen per gram). 1 mol aluminium levert 6,94 3

3 mol elektronen. De ladingsdichtheid van aluminium is = 0,111 26,98 (mol elektronen per gram). Lithium heeft dus de hoogste ladingsdichtheid.

1 (3)

  • is groter dan , dus lithium heeft de hoogste 6,94 26,98 ladingsdichtheid.

In figuur 1 is een lithium-luchtbatterij figuur 1 schematisch weergegeven. In deze opgave worden eerst de Li O2 elektroden en dan het membraan behuizing besproken.

membraan poreuze elektrode I de elektroden Op het grensvlak van het lithium en het membraan verloopt bij stroomlevering halfreactie 1.

Li → Li+ + e– (halfreactie 1)

Vraag 19 2 punten

Leg uit of de lithiumelektrode bij stroomlevering de positieve of de negatieve elektrode is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: In halfreactie 1 ontstaan elektronen / reageert lithium als reductor. De lithiumelektrode is dus de negatieve elektrode.

Een onderzoeksgroep heeft voor de poreuze elektrode een elektrode-materiaal ontwikkeld op basis van een polymeer. In het materiaal zijn katalysatordeeltjes aanwezig, die de omzetting van zuurstof katalyseren. Bij deze omzetting wordt onder andere het O2–-ion gevormd. Dit ion is erg reactief en tast organische oplosmiddelen en membranen aan. Een van beide atomen in het O2–-ion voldoet niet aan de oktetregel.

Vraag 20 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

Teken een grensstructuur van het O2–-ion. Geef hierbij (de) formele lading(en) aan.

Leg uit waarom het O2–-ion zo reactief is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Opmerking De volgende grensstructuur goed rekenen:

De katalysator die door de onderzoeksgroep werd gebruikt, is erg duur en door de vele bijreacties raakte het elektrodemateriaal snel beschadigd. Een andere onderzoeksgroep heeft een elektrodemateriaal ontwikkeld op basis van een eiwit. Dit materiaal bleek de genoemde nadelen minder te vertonen. De eerste stappen in de productie van dit materiaal waren globaal als volgt:

Het DNA van een virus wordt gemodificeerd.

Het virus produceert een eiwit.

Aan een oplossing van dit eiwit wordt in licht basisch milieu een oplossing met daarin Mn2+-ionen toegevoegd. De Mn2+-ionen binden aan de peptideketens door middel van ion-bindingen. De onderzoekers hebben de genetische code voor het eiwit veranderd met als doel dat de peptideketens meer Mn2+-ionen konden binden. Hieronder zijn met behulp van de 1-lettersymbolen van aminozuren de volgordes weergegeven van de aminozuureenheden in een deel van het oorspronkelijke eiwit en in een deel van het genetisch gemodificeerde eiwit.

peptideketen A ~ADVYESALPDPAKAAFN~ peptideketen B ~ADVYESALPDPAEAAFE~

Vraag 21 3 punten

Leg uit welke peptideketen bij hogere pH het meest Mn2+-ionen kan binden: peptideketen A of peptideketen B.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Het verschil tussen beide peptideketens is dat er in peptideketen B twee eenheden glutaminezuur meer aanwezig zijn. De eenheden glutaminezuur bevatten een zure restgroep (terwijl in peptideketen A op die plaatsen een basische en een neutrale restgroep aanwezig zijn). Deze restgroepen kunnen bij hogere pH een H+ afgeven en daarmee meer negatieve ladingen vormen op peptideketen B (dan op A). Peptideketen B kan hierdoor meer positieve ionen / meer Mn 2+-ionen binden.
  • Het doel van de modificatie was om meer positieve ionen / meer Mn2+-ionen te binden. Dat houdt in dat er op de peptideketen meer negatieve lading aanwezig moet zijn. Negatief geladen groepen kunnen ontstaan uit zure restgroepen van aminozuureenheden / uit restgroepen die een H+-ion afstaan. In peptideketen A zijn aminozuureenheden aanwezig met een basische (K) en een neutrale (N) zijgroep. In peptideketen B zijn die vervangen door (twee) aminozuureenheden met een zure restgroep. Bij hogere pH kan peptideketen B hierdoor meer positieve ionen / meer Mn2+ binden.

II het membraan Het membraan in de lithium-luchtbatterij is een composiet die CH2 CH3 bestaat uit een polymeer en een zogeheten ionische vloeistof. N Een ionische vloeistof is een zout dat bij kamertemperatuur vloeibaar is. Hiernaast is een van de aanwezige ionen van het N CH3 gebruikte zout weergegeven. De lading van het ion is hierbij weggelaten.

Vraag 22 2 punten

Leid af wat de lading is van dit ion.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het ion bevat een N-atoom met vier atoombindingen / vier bindende elektronenparen. Dit atoom heeft een formele lading van 1+. (De aanwezige C- en H-atomen hebben geen formele lading.) Het ion heeft dus ook de lading 1+.

Als polymeer voor het membraan gebruikten de onderzoekers het copolymeer PVDF-HFP. Dit copolymeer is door polyadditie ontstaan uit 1,1-difluoretheen en hexafluorpropeen.

Vraag 23 3 punten

Teken de structuurformule van een gedeelte van een molecuul PVDF-HFP. Dit gedeelte moet komen uit het midden van het molecuul en moet bestaan uit één eenheid van beide monomeren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • een hoofdketen van vier C-atomen verbonden door C–C-bindingen (1)
  • de zijgroep ~CF3 en de overige F-atomen op de juiste posities (1)
  • de uiteinden weergegeven, bijvoorbeeld met ~ en de rest van de structuurformule (1)

Het lithium in de batterij mag niet in contact komen met lucht of water. Het membraan moet daarom heel precies in vorm worden gebracht. Een materiaal kan op twee manieren in vorm worden gebracht:

1 door het te smelten, waarna het in een mal kan worden gespoten;

2 door bewerkingen, zoals snijden en slijpen.

Vraag 24 2 punten

Leg uit of het copolymeer PVDF-HFP in de juiste vorm kan worden gebracht door het materiaal te smelten, waarna het in een mal kan worden gespoten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het copolymeer heeft geen reactieve zijgroepen / kan geen crosslinks vormen / is een ketenpolymeer. Het is dus een thermoplast, zodat het door spuitgieten in vorm kan worden gebracht.

De totaalvergelijking van de omzettingen die verlopen in de lithium-luchtbatterij is hieronder weergegeven.

2 Li + O2 → Li2O2

Omdat de lithium-luchtbatterij oplaadbaar is, kan deze batterij worden gebruikt in bijvoorbeeld een auto. Het nuttig rendement bij de omzetting van chemische energie naar bewegingsenergie is hierbij 70%. De rest van de energie gaat verloren aan warmteontwikkeling en wrijving. De onderzoekers hebben een lithium-luchtbatterij gemaakt die 45 g lithium bevatte. De vormingswarmte van Li2O2 is –6,43∙105 J mol–1.

Vraag 25 4 punten

Bereken de maximale nuttige energie in joule die door deze lithium-luchtbatterij kan worden geleverd. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

45 6, 48 Er is dan = 6, 48 (mol) lithium, waaruit = 3, 24 (mol) Li2O2 wordt 6,94 (2) gevormd. De maximale chemische energie is 3, 24 × 6, 43 ⋅105 = 2, 08 ⋅106 (J ). 70 De maximale nuttige energie 2, 08 ⋅106 × 2 = 1,5 ⋅106 (J). 10

Opmerkingen

  • De uitkomst –1,5·106 (J) goed rekenen.
  • Als de kandidaat bij vraag 18 en bij vraag 25 dezelfde onjuiste molaire massa van lithium heeft gebruikt, dit hier niet aanrekenen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Scheikunde 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1028-a-23-1-o

Andere examens scheikunde vwo

Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over rekenen aan reacties (6), koolstofchemie (5) en zuren en basen (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde vwo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vwo/documenten/cse-1/vw-1028-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen scheikunde vwo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.