Eindexamen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De synthese van polycarbonaat, Geld stinkt niet, RED: stroom uit zout water en zoet water, Ascorbinezuur.
Het centraal examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (8), redoxreacties (4) en reactievergelijkingen (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Koolstofchemie | 1, 6, 8, 12-14, 18, 23 | 8 |
| Redoxreacties | 9, 15-16, 22 | 4 |
| Reactievergelijkingen | 2, 17 | 2 |
| Rekenen aan reacties | 3, 10 | 2 |
| Stoffen en eigenschappen | 7, 11 | 2 |
| Bindingen | 20-21 | 2 |
| Scheidingsmethoden | 4 | 1 |
| Duurzame chemie | 5 | 1 |
| Zuren en basen | 19 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens scheikunde vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over koolstofchemie (35% van de vragen, gemiddeld 21%) en redoxreacties (17% van de vragen, gemiddeld 5%). Minder over rekenen aan reacties (9% van de vragen, gemiddeld 17%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De synthese van polycarbonaat
Polycarbonaat is een kunststof die sterk en krasvast is en daarom wordt toegepast in veiligheidsglas, veiligheidsbrillen en auto-onderdelen. In dit polymeer zijn zogeheten carbonaatgroepen aanwezig, waarvan de naam polycarbonaat is afgeleid. De synthese van polycarbonaat verloopt in een aantal stappen. Op de uitwerkbijlage die bij dit examen hoort is een vereenvoudigd en onvolledig blokschema voor deze synthese weergegeven. De vorming van polycarbonaat is de laatste stap in het productieproces. In reactor 4 (R4) reageren de monomeren bisfenol-A en difenylcarbonaat (DPC) volledig met elkaar. In R4 ontstaan uitsluitend polycarbonaat en fenol (benzenol). Deze stoffen verlaten R4 als twee aparte stofstromen. De structuurformules van bisfenol-A en DPC zijn hieronder weergegeven.
Vraag 1 3 punten
Geef een gedeelte van een molecuul polycarbonaat in structuurformule weer. Dit gedeelte moet komen uit het midden van het molecuul en moet zijn ontstaan uit twee moleculen bisfenol-A en twee moleculen DPC.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: • juiste afwisseling van monomeereenheden bisfenol-A en C=O (1) • juiste weergave van de groep 1 • de uiteinden van het polycarbonaat juist weergegeven, bijvoorbeeld met ~ en de rest van de structuurformule (1) (3)
Om DPC te bereiden wordt in R1 eerst dimethylcarbonaat (DMC) bereid uit CO, zuurstof en methanol. In R1 worden de beginstoffen volledig omgezet.
Vraag 2 3 punten
Geef met behulp van deze gegevens en het blokschema de reactievergelijking voor de synthese van DMC in R1. Gebruik molecuulformules.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien een of meer structuurformules zijn gebruikt (2) Indien het antwoord 2 CH4OH + CO + O2 → C3H6O3 + 2 H2O is gegeven (2) Indien het antwoord 3 CH4O + 3 CO → 2 C3H6O3 is gegeven (1)
Opmerking Wanneer de formule CH3OH is gebruikt in plaats van CH 4O, dit goed rekenen.
Vraag 3 3 punten
Bereken de reactiewarmte van de reactie in R1 per mol DMC en geef aan of R1 moet worden verwarmd of gekoeld tijdens het proces. Maak onder andere gebruik van de volgende gegevens:
- het gevormde water komt vrij als gas;
- de vormingswarmte van DMC bedraagt –3,24·105 J mol–1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: (2 × 2,39 + 1,11
- 3, 24
- 2, 42) ·105 = 0, 23 ·105 (J mol−1 )
of
− Ebegin + Eeind =
- 2 × ( −2,39 ·105 ) + ( −1,11 ·105 ) + ( −3, 24 ·105 ) + ( −2, 42 ·105 ) = + 0, 23 ·105 (J mol−1 ) (De reactie is endotherm.) Dus de reactor moet worden verwarmd.
Opmerkingen
- Wanneer voor de berekening van de reactiewarmte een berekening is gegeven als: ‘ ΔE = 2 × 2,39 + 1,11
- 3, 24
- 2, 42 = 0, 23 ·105 (J mol−1 ) ’, dit goed rekenen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 3 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 2, dit niet opnieuw aanrekenen.
In R2 reageert DMC met fenol (benzenol). In een evenwichtsreactie ontstaan fenylmethylcarbonaat (PMC) en methanol, zoals hieronder is weergegeven.
De omzetting in R2 wordt uitgevoerd als een zogeheten reactieve destillatie: er vindt zowel een chemische reactie als een destillatie plaats. Het destillaat bestaat uit methanol. De uitstroom onder uit R2 bestaat uitsluitend uit fenol, PMC en een klein restant DMC. Dit mengsel wordt naar R3 gevoerd. Daar treedt de volgende reactie op:
Het in R3 ontstane mengsel wordt naar scheidingsruimte S gevoerd. Door destillatie wordt zuiver DPC verkregen dat naar R4 wordt geleid. In reactor 4 (R4) reageren de monomeren bisfenol-A en difenylcarbonaat (DPC) volledig met elkaar. De in R4 gevormde moleculen van polycarbonaat hebben aan de uiteindes een O–C6H5 groep. Hierdoor wordt in het gehele proces een kleine hoeveelheid fenol verbruikt.
Vraag 4 5 punten
Maak het blokschema op de uitwerkbijlage compleet.
- Noteer ontbrekende pijlen en ontbrekende stoffen bij de pijlen.
- Houd daarbij rekening met hergebruik van stoffen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Indien in een overigens juist antwoord een extra instroom van buiten of uitstroom naar buiten van methanol en/of DMC is weergegeven (4)
Opmerking Wanneer stofstromen zijn getekend als elkaar snijdende in plaats van kruisende lijnen, dit goed rekenen.
De moleculen van het polycarbonaat zijn zodanig lang dat de massa van de –O–C6H5 groepen aan de uiteindes mag worden verwaarloosd. De formule van polycarbonaat kan daarom worden weergegeven met (C16H14O3)n.
Vraag 5 3 punten
Bereken de atoomeconomie van de productie van polycarbonaat uit koolstofmonoöxide, zuurstof en bisfenol-A. De molaire massa van bisfenol-A bedraagt 228 g mol–1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Eén eenheid C16H14O3 is ontstaan uit één molecuul bisfenol-A, één molecuul CO en een half molecuul O2. / Het totale proces kan worden weergegeven met de vergelijking n CO + ½ n O2 + n HO–C15H14–OH → (C16H14O3)n + n H2O.
254 De atoomeconomie is × 102 = 93, 4(%) . 28, 0 + 16, 0 + 228
Opmerking Wanneer de omrekening naar percentage is weggelaten, dit niet aanrekenen.
Bij de industriële productie, die als een continu proces wordt uitgevoerd, wordt polycarbonaat in de vorm van korrels geproduceerd. Voorwerpen van polycarbonaat worden in andere fabrieken uit polycarbonaatkorrels geproduceerd volgens een batchproces.
Vraag 6 2 punten
Leg uit of polycarbonaat tot de thermoplasten of tot de thermoharders behoort.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Wanneer polycarbonaatkorrels te verwerken zijn tot diverse voorwerpen, is polycarbonaat (kennelijk) te smelten. Dus het is een thermoplast.
Indien een antwoord is gegeven als: ‘Polycarbonaat is een thermoplast.’ zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: ‘Polycarbonaat is een keten- polymeer, dus het is een thermoplast.’, dit goed rekenen.
Geld stinkt niet
Als mensen munten door hun handen laten gaan, ruiken ze een typische ‘metaalgeur’. Ook ijzeren voorwerpen kunnen dit verschijnsel veroorzaken. Uit onderzoek blijkt dat deze geur wordt veroorzaakt door allerlei afbraakproducten van huidvet. Op het metaaloppervlak treedt een reeks van omzettingen op. Als eerste worden vetzuren uit het huidvet gevormd. Voor deze omzetting is, behalve huidvet, nog een beginstof nodig. Hierbij ontstaat, behalve vetzuren, nog een reactieproduct.
Vraag 7 2 punten
Geef de namen van deze stoffen. Noteer je antwoord als volgt: naam van de beginstof: … naam van het andere reactieproduct: …
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer een juiste molecuulformule of structuurformule in plaats van de naam van één of meer van de stoffen is gegeven, dit goed rekenen.
- Wanneer als reactieproduct een naam als glyceryldistearaat of glycerylmonostearaat wordt gegeven, dit goed rekenen.
De gevormde vetzuren zijn vaak (meervoudig) onverzadigd. Deze onverzadigde vetzuren zijn gevoelig voor zogenoemde peroxidatie. In de figuur is de eerste stap van de peroxidatie van een onverzadigd vetzuur weergegeven. Uit een molecuul zuurstof en een molecuul van een onverzadigd vetzuur wordt een vetzuur-radicaal gevormd en een H–O–O• radicaal. Van het vetzuur-radicaal bestaan twee mesomere structuren, M1 en M2.
figuur
In de volgende stap van de peroxidatie bindt het H–O–O• radicaal aan de C• in het vetzuur-radicaal, waardoor een molecuul vetzuurperoxide (R–O–O–H) wordt gevormd. De atoomgroepen rondom de C=C binding in moleculen van onverzadigde vetzuren komen uitsluitend in de cis-configuratie voor. De atoomgroepen rondom de C=C binding in vetzuurperoxidemoleculen komen zowel in de cis- als de trans-configuratie voor.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat in vetzuurperoxidemoleculen de atoomgroepen rondom de
C = C binding zowel de cis- als de trans-configuratie kunnen hebben.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Door de mesomerie kan de dubbele binding van plaats veranderen. Wanneer de vorming van een dubbele binding in het radicaal plaatsvindt, kan het radicaal zich op dat moment in de ‘cis-positie’ bevinden maar ook in de ‘trans-positie’.
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: ‘Door de mesomerie verschuift de dubbele binding. De binding tussen deze C-atomen is nu vrij draaibaar waardoor de cis- en de trans-vorm kunnen worden gevormd.’, dit goed rekenen.
De gevormde vetzuurperoxides reageren vervolgens met het uit de ijzeren voorwerpen afkomstige Fe2+, waarbij veel reactieproducten ontstaan. De omzettingen beginnen met een reactie van Fe2+ met vetzuurperoxide. Daarbij ontstaan deeltjes met een ongepaard elektron ( R–O•) en hydroxide-ionen. Deze reactie van Fe2+ met vetzuurperoxide is een redoxreactie, waarbij Fe3+ ionen ontstaan.
Vraag 9 2 punten
Geef de vergelijking voor de reactie van Fe2+ met een vetzuurperoxide. Geef het vetzuurperoxidemolecuul weer met R–O–O–H en het vetzuur-radicaal met R–O• .
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- links van de pijl Fe2+ en rechts van de pijl Fe3+ (1)
- links van de pijl R–O–O–H en rechts van de pijl R–O• en OH– en alle coëfficiënten gelijk aan 1 (1)
Uiteindelijk ontstaat een mengsel van onder andere aldehyden en ketonen. Het zijn deze stoffen die de ‘ijzergeur’ veroorzaken. In het onderzoek werd een oppervlak van 0,31 dm 2 van de huid van een proefpersoon in contact gebracht met een oplossing van Fe2+ ionen en werden de vluchtige verbindingen die ontstonden, verzameld en geanalyseerd. In de tabel is opgenomen hoeveel mol van een aantal stoffen bij het experiment werd verzameld en geanalyseerd. In de tabel zijn ook de zogenoemde geurdrempels van de stoffen en de molaire massa’s opgenomen. De geurdrempel van een stof is het laagste gehalte waarbij een mens die stof kan ruiken.
tabel
hexanal heptanal octanal nonanal decanal oct-1- een-3-on hoeveelheid 73∙10–12 48∙10–12 234∙10–12 407∙10–12 140∙10–12 24∙10–12 (mol) geurdrempel
30 250 5,8 4,5 1 0,03 (μg m–3) molaire massa 100,2 114,2 128,2 142,2 156,3 126,2 (g mol–1)
Vraag 10 3 punten
Bereken het volume vluchtige verbindingen in cm 3 dat totaal per dm2 is ontstaan in dit onderzoek (T = 298 K, p = p0). Ga er bij de berekening van uit dat:
- 1,0% van de ontstane verbindingen wordt verzameld;
- andere dan de in de tabel genoemde vluchtige verbindingen mogen worden verwaarloosd.
- Het molair volume van een gas is 2,45·10–2 m3 mol–1. Met behulp van de gegevens uit de tabel is na te gaan welke stof de belangrijkste bijdrage levert aan de geur van het mengsel. Dat is de stof waarvan de verhouding tussen de gemeten massa en de geurdrempel het grootst is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn: 102 ( 73 + 48 + 234 + 407 + 140 + 24 ) ·10−12 × 2, 45 ·10−2 × 106 × 1, 0 = 7,3 ·10−3 (cm3 ) 0,31
of
In het monster bevindt zich totaal ( 73 + 48 + 234 + 407 + 140 + 24 ) ·10−12 = 926 ·10−12 (mol). Het volume hiervan is 926 ·10−12 × 2, 45 ·10−2 × 106 = 2, 27 ·10−5 (cm3 ). −5 102 2, 27 ·10 × 1, 0 Dat is = 7,3 ·10−3 (cm3 ) vluchtige verbindingen per dm2. 0,31
Vraag 11 2 punten
Leg uit welke van de stoffen heptanal, nonanal of oct-1-een-3-on de grootste bijdrage aan de geur van het onderzochte mengsel levert.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De verhouding tussen de massa en de geurdrempel is bij heptanal
48 ·10−12 × 114, 2 = 2, 2 ·10−5 .
250 ·10−6
407 ·10 −12 × 142, 2 Bij nonanal is deze verhouding = 1,3 ·10−2 . 4,5 ·10−6
24 ·10−12 × 126, 2 Bij oct-1-een-3-on is deze verhouding −6 = 1, 0 ·10−1 . 0, 03 ·10 Oct-1-een-3-on levert dus de grootste bijdrage.
- Heptanal zal het niet zijn, dat heeft een te hoge geurdrempel en er wordt heel weinig van gevormd. Het aantal mol nonanal dat ontstaat is weliswaar ongeveer 20 keer zo groot als het aantal mol oct-1-een-3-on, maar de geurdrempel is wel
150 keer zo groot (terwijl de molaire massa’s nauwelijks verschillen). Dus oct-1-een-3-on levert de grootste bijdrage aan de geur.
- juiste uitleg waarom heptanal wordt uitgesloten (1p)
- juiste uitleg waarom oct-1-een-3-on de grootste bijdrage aan de geur levert (1p)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven waarbij in de berekening van de verhoudingen de factor 10–12 en/of 10–6 niet is gebruikt, bijvoorbeeld in een antwoord als:
24 × 126,2 407 × 142,2 48 × 114,2 ‘De verhoudingen zijn > > , dus wordt de 0,03 4,5 250 grootste bijdrage aan de geur van het mengsel geleverd door oct-1-een-3-on.’, dit goed rekenen.
RED: stroom uit zout water en zoet water
Het bedrijf REDStack uit Harlingen is sinds 2005 bezig een techniek te ontwikkelen om grootschalig energie op te wekken uit zout water en zoet water. Zij gebruiken hiervoor een bijzondere techniek: reverse electro- dialysis (RED). In het vooronderzoek naar deze techniek is een RED- opstelling gebruikt zoals die in de figuur vereenvoudigd is weergegeven.
figuur
De opstelling bevat door membranen gescheiden compartimenten waar zout water of zoet water wordt ingevoerd. De membranen zijn in de figuur aangegeven met AM en KM. Omdat de concentraties van Na+ en Cl– in zout water veel hoger zijn dan in zoet water, zullen de ionen uit het zoute water door de membranen naar het zoete water bewegen. Omdat in de figuur een membraan AM alleen negatieve ionen doorlaat en KM alleen positieve ionen, bewegen de Cl– ionen naar links en de Na+ ionen naar rechts. Door de beweging van de ionen ontstaat een ladingsverschil. Om de opstelling neutraal te houden, treden reacties op aan de elektrodes en ontstaat een elektronenstroom van de linker elektrode naar de rechter elektrode. Op deze wijze wordt stroom opgewekt, die elders nuttig kan worden gebruikt. De membranen zijn gemaakt van het polymeer van X-fenyletheen. In de structuurformule van X-fenyletheen bevindt zich op C atoom 4 van de benzeengroep een functionele groep X. Het X-fenyletheen wordt gepolymeriseerd in aanwezigheid van een kleine hoeveelheid 1,3-diëthenylbenzeen. In de stof 1,3-diëthenylbenzeen zijn aan de benzeenring op plaats 1 en 3 etheengroepen gebonden.
Vraag 12 3 punten
Geef een gedeelte van een molecuul van het gevormde polymeer in structuurformule weer. Dit gedeelte moet komen uit het midden van het molecuul en moet bestaan uit één eenheid X-fenyletheen en één eenheid 1,3-diëthenylbenzeen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als:
, dit goed rekenen.
Vraag 13 2 punten
Leg uit of het ontstane materiaal een netwerkpolymeer is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- In de (zijgroepen van de) polymeerketens zijn nog C=C-bindingen aanwezig. Deze C=C-bindingen vormen crosslinks naar andere polymeerketens (waardoor een netwerkpolymeer ontstaat).
- In de (zijgroepen van de) polymeerketens zijn nog C=C-bindingen aanwezig. Hierdoor worden aan de polymeerketens zijketens gevormd die zelf ook weer nieuwe ketens vormen. Zo worden alle polymeerketens aan elkaar verbonden (waardoor een netwerkpolymeer ontstaat).
- notie dat hierdoor zijketens worden gevormd die steeds weer nieuwe ketens vormen en consequente conclusie (1p)
Opmerking Wanneer een onjuist antwoord op vraag 13 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 12, dit niet opnieuw aanrekenen.
Door de groep X in X-fenyletheen te variëren, kunnen de eigenschappen van het materiaal worden aangepast aan de eisen. In één van de twee membranen AM en KM zijn monomeereenheden aanwezig waarin de groep aanwezig is die hiernaast is weergegeven. Een AM laat alleen negatieve ionen door, een KM alleen positieve ionen.
Vraag 14 2 punten
Leg uit of de weergegeven monomeereenheid aanwezig is in het AM of in het KM.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Als in de polymeerketen positieve groepen aanwezig zijn, moeten in het materiaal ook (losse) negatieve tegenionen aanwezig zijn. Dit materiaal kan dus alleen negatieve ionen doorlaten, dus deze monomeereenheid is in het AM aanwezig.
Indien een antwoord is gegeven als: ‘Deze monomeereenheid is in een AM aanwezig, want de aanwezige positief geladen groepen trekken negatieve ionen aan.’ (1) Indien een antwoord is gegeven als: ‘Een positief geladen membraan zal positief geladen ionen afstoten en dus niet doorlaten. Deze monomeereenheid is dus aanwezig in een AM.’ (1) Indien een antwoord is gegeven als: ‘De positief geladen groep bindt negatieve ionen. De negatieve ionen worden dus niet doorgelaten en de positieve wel, dus deze monomeereenheid is aanwezig in een KM.’ (1)
Door de afwisseling van beide membranen ontstaat in de RED-opstelling een ionenstroom van Na+ naar de positieve elektrode en Cl– naar de negatieve elektrode. Aan de elektroden verlopen dan halfreacties, zodat de stroomkring wordt gesloten. In het onderzoek was in beide elektrode-compartimenten een oplossing van NaCl en CuSO4 aanwezig met elektroden van koper, zie de figuur. De vergelijkingen van de reacties die aan de elektroden verlopen zijn hieronder gegeven.
Cu (s) → Cu2+ + 2 e– negatieve elektrode Cu2+ + 2 e– → Cu (s) positieve elektrode
In het onderzoek werd onder andere gemeten hoeveel lading werd overgedragen per m2. Bij gebruik van deze opstelling werd gemiddeld per seconde 50 C per m2 overgedragen. De gebruikte koperelektrode werd hierbij in een week meer dan een millimeter dikker. Een mol elektronen heeft een lading van 9,65·104 C.
Vraag 15 5 punten
Bereken de toename van de dikte van de koperelektrode in mm gedurende deze week. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
50 (1) × × 63, 6 × 10−3 9, 65 ·10 2 4 × ( 7 × 24 × 60 × 60 ) × 103 = 1,1 (mm) 8,96 ·10 3
of
50 Per seconde per m2 is er = 5,18 ·10−4 (mol) elektronen 9, 65 ·104 getransporteerd. 5,18 ·10−4 Per seconde per m2 is × 63, 6 = 1, 65 ·10−2 (g) koper ontstaan. 2 1, 65 ·10−2 × 10 −3 Per seconde per m2 is = 1,84 ·10 −9 (m3 ) koper ontstaan. 8,96 ·10 3
De dikte is in een week 1,84 ·10−9 × ( 7 × 24 × 60 × 60 ) × 103 = 1,1 (mm) toegenomen.
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven, gebruikmakend van de atoomstraal van koper, zoals:
50 (1) × × 6, 02 ·1023 × ( 7 × 24 × 60 × 60 ) × ( 2 ×128 ·10−12 ) ×103 = 1, 6 (mm) , 3
9, 65 ·10 2 4
dit goed rekenen.
Omdat de koperen elektroden meedoen in de reacties moeten deze zo nu en dan worden vervangen. Hierdoor is het niet mogelijk om continu stroom op te wekken. Het bedrijf REDStack gebruikt een vergelijkbare opstelling, maar dan met onaantastbare elektroden en een andere oplossing in de elektroderuimtes. Gekozen is om in beide elektroderuimtes een oplossing te gebruiken waarin de ionen Fe2+, Fe3+, Na+ en Cl– aanwezig zijn. De oplossingen in de elektroderuimtes worden continu rondgepompt tussen beide elektroderuimtes. Hierdoor is het mogelijk om continu stroom op te wekken.
Vraag 16 2 punten
Leg uit dat het rondpompen van de beide oplossingen tussen beide elektroderuimtes ervoor zorgt dat er continu stroom kan worden opgewekt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Aan de ene zijde zal Fe2+ opraken, terwijl aan de andere zijde Fe3+ zal opraken. Door de oplossingen rond te pompen, worden overschotten/tekorten van deze ionen volledig gecompenseerd.
Ascorbinezuur
Vanaf het begin van de twintigste eeuw is geprobeerd om de structuur op te helderen van ascorbinezuur ( C6H8O6), bekend als vitamine C. In 1932 werd de structuur van ascorbinezuur geheel opgehelderd. De structuurformule van ascorbinezuur is hiernaast weergegeven.
Ascorbinezuur is een zwak zuur. Van andere stoffen was al bekend dat de zure eigenschap kan worden veroorzaakt door de aanwezigheid van een carbonzuurgroep in het molecuul, maar ook door een zogeheten enolgroep. Een enolgroep is een C=C–OH groep. Om uitsluitsel te krijgen over de aanwezigheid van een carbonzuurgroep dan wel een enolgroep in het molecuul, voerde men de volgende twee reacties uit.
1 Reactie met diazomethaan. Diazomethaan zet OH groepen van uitsluitend carbonzuren en enolgroepen om tot O–CH3 groepen. Bij de reactie van ascorbinezuur met diazomethaan ontstond één reactieproduct met de molecuulformule C8H12O6. Deze stof noemde men dimethylascorbinezuur. De ontstane stof had geen zure eigenschappen meer.
2 Hydrolyse van het reactieproduct in basisch milieu. Onder deze omstandigheden worden alleen esterbindingen verbroken. Het bleek dat hierbij slechts één koolstofverbinding ontstond.
Vraag 17 3 punten
Geef de vergelijking van deze hydrolyse. Gebruik structuurformules. Neem aan dat de hydrolyse van een cyclische ester op dezelfde manier verloopt als de hydrolyse van een ester.
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als:
, dit goed rekenen.
- Wanneer het product van de hydrolyse is weergegeven in een trans- configuratie, dit niet aanrekenen.
Op basis van de beschreven reacties trok men de volgende conclusies over ascorbinezuur:
- een molecuul ascorbinezuur bevat geen carbonzuurgroep;
- een molecuul ascorbinezuur bevat een cyclische esterbinding;
- ascorbinezuur heeft zure eigenschappen vanwege de aanwezigheid van enolgroepen in het molecuul.
Vraag 18 3 punten
Leg uit hoe men deze conclusies heeft kunnen trekken. Noteer je antwoord als volgt:
- Als een molecuul ascorbinezuur een carbonzuurgroep had bevat, dan was er in reactie 2 …
- Als een molecuul ascorbinezuur een niet-cyclische ester had bevat, dan was er in reactie 2 …
- De zure eigenschappen van ascorbinezuur worden veroorzaakt door de aanwezigheid van enolgroepen in het molecuul, want na reactie … bleek dat …
Bekijk het antwoord
- Als een molecuul ascorbinezuur een carbonzuurgroep had bevat, dan was er in reactie 2 meer dan één koolstofverbinding gevormd / dan was er in reactie 2 ook methanol gevormd bij de hydrolyse (1)
- Als een molecuul ascorbinezuur een niet-cyclische ester had bevat, dan was er in reactie 2 meer dan één koolstofverbinding gevormd / dan waren er in reactie 2 een zuur en een alcohol gevormd bij de hydrolyse (1)
- De zure eigenschappen van ascorbinezuur worden veroorzaakt door de aanwezigheid van enolgroepen in het molecuul, want na reactie 1 bleek dat de zure eigenschappen waren verdwenen / want na reactie 1 bleek dat de twee methylgroepen gebonden werden aan het molecuul zonder dat er een carbonzuurgroep aanwezig was (1)
De zuurconstante van ascorbinezuur is in 1935 bepaald door een titratie met natronloog. In figuur 1 is het pH-verloop van deze titratie weergegeven. Op het punt dat de lijn uit figuur 1 het steilst is, is alle ascorbinezuur omgezet. Uit figuur 1 is op te maken dat ascorbinezuur in deze titratie reageert als een eenwaardig zuur.
[figuur 1: zie het originele examen]
Met behulp van de grafiek kan worden berekend wat de waarde is van de Kz van ascorbinezuur. Hiertoe lazen de onderzoekers de waarde van de pH af, op het punt dat de helft van alle ascorbinezuur met natronloog heeft gereageerd.
Vraag 19 5 punten
Bereken de waarde van de Kz van ascorbinezuur, zoals de onderzoekers die hebben bepaald. Geef de uitkomst in het juiste aantal significante cijfers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is: (Het equivalentiepunt is bij 28,0 mL, dus bij 14,0 mL heeft de helft van alle ascorbinezuur met natronloog gereageerd.) Dan is de pH = 4,0.
H 3O + = 10−4,0 = 1 ·10−4 [H 3O + ][C6 H 7 O6
- ] [C H O
- ] Kz = . Invullen levert K z = 1·10−4 × 6 7 6 . [C6 H8O6 ] [C6 H8O6 ] Halverwege de titratie geldt [C6 H 7 O6
- ] = [C6 H8O6 ] , dus K z = 1·10−4 .
Opmerkingen
- Wanneer de afgelezen pH buiten het gebied 3,8 ≤ pH ≤ 4,2 ligt, het eerste scorepunt niet toekennen.
- Wanneer meteen is uitgegaan van K z = [H 3O + ] , dit niet aanrekenen.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
Slechts één van de OH groepen op C-2 en C-3 kan in zuur-basereacties een H+ ion afstaan. Dit kan worden verklaard met behulp van Lewisstructuren. In één van beide zuurrestionen treedt namelijk mesomerie op en in het andere zuurrestion niet. Op de uitwerkbijlage staan twee onvolledige Lewisstructuren weergegeven van de zuurrestionen die gevormd zouden worden als van ascorbinezuur een OH groep op C-2 dan wel op C-3 een H+ ion afstaat.
Vraag 20 2 punten
Maak op de uitwerkbijlage de Lewisstructuur van de weergegeven zuurrestionen compleet met de ontbrekende elektronenparen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- in beide Lewisstructuren juiste weergave van de dubbele bindingen (1)
- in beide Lewisstructuren juiste weergave van de ontbrekende niet-bindende elektronenparen op alle O atomen (1)
Vraag 21 2 punten
Geef op de uitwerkbijlage de andere mesomere grensstructuur van het zuurrestion dat ontstaat als ascorbinezuur een H+ ion afstaat. Gebruik Lewisstructuren en geef formele lading(en) aan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer de kandidaat ook nog een mesomerie-pijl of pijlen voor de verplaatsing van elektronenparen aangeeft, dit niet beoordelen.
- Een onjuiste weergave van de niet-bindende elektronenparen bij het bovenste O-atoom en/of de OH-groep aan C2 hier niet beoordelen.
In later onderzoek is onderzocht hoe ascorbinezuur wordt gesynthetiseerd door planten. Het bleek dat ascorbinezuur wordt gesynthetiseerd uit de beginstof (α)D-glucose. In een aantal stappen wordt glucose eerst omgezet tot stof X. Vervolgens treden de reacties op die zijn weergegeven in figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
Vraag 22 2 punten
Leg uit of stof X in stap 1 van figuur 2 met een oxidator of een reductor moet reageren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Bij stap 1 ontstaan twee H+-ionen. Om de ladingsbalans kloppend te krijgen moeten dus ook twee elektronen worden afgestaan (dus stof X reageert als reductor). Stof X moet dus reageren met een oxidator.
Beide omzettingen uit figuur 2 worden gekatalyseerd door enzymen. In stap 1 en 2 wordt in planten slechts één mogelijke stereo-isomeer van de ontstane stoffen gevormd. De omzetting van stap 2 kan in het laboratorium ook worden uitgevoerd zonder enzym.
Vraag 23 2 punten
Leg uit of in stap 2 ook nog andere stereo-isomeren van ascorbinezuur kunnen ontstaan als de reactie wordt uitgevoerd zonder het enzym.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: In stap 2 wordt een C=C-binding gevormd. De groepen rondom de C=C-binding kennen (door de cyclische vorm van ascorbinezuur) geen cis-trans-isomerie. Omdat C-2 en C-3 beide een 3-omringing hebben, is er ook geen asymmetrisch C-atoom / spiegelbeeldisomerie. Als de reactie wordt uitgevoerd zonder enzym zullen dus geen andere stereo-isomeren kunnen ontstaan.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Scheikunde 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1028-a-21-3-o
Andere examens scheikunde vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker scheikunde per vraagtype nakijkt, lees je op scheikunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over koolstofchemie (8), redoxreacties (4) en reactievergelijkingen (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van scheikunde vwo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1028-a-21-3-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen scheikunde vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.