Eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De kathedraal van Rouen, Weven in de werkplaats, In het dagelijks leven.
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over beeldaspecten (12), kunstgeschiedenis (10) en beschouwen (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Beeldaspecten | 2, 4, 10-11, 13, 15-18, 21, 24, 29 | 12 |
| Kunstgeschiedenis | 3, 5-6, 8-9, 12, 19-20, 25-26 | 10 |
| Beschouwen | 14, 22-23, 27-28 | 5 |
| Technieken | 1, 7 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over kunstgeschiedenis (34% van de vragen, gemiddeld 24%) en beeldaspecten (41% van de vragen, gemiddeld 33%). Minder over beschouwen (17% van de vragen, gemiddeld 30%) en technieken (7% van de vragen, gemiddeld 13%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De kathedraal van Rouen
Vragen bij afbeelding 1 tot en met 8
Op afbeelding 1 en figuur 1 zie je de kathedraal van Rouen in Frankrijk. Figuur 2 toont een foto van het interieur en figuur 3 toont een detailopname van het exterieur. De kathedraal werd gebouwd tussen de dertiende en vijftiende eeuw in een (laat)gotische stijl. Bij een grote restauratie van de kathedraal in de negentiende eeuw werd midden op het dak van de kerk een gietijzeren torenspits geplaatst. De kerk bereikte daardoor een hoogte van 151 meter.



Bekijk afbeelding 1 en figuur 1 tot en met 3.
Vanaf het midden van de twaalfde eeuw groeide de bevolking van de steden enorm. Dit was een van de redenen om grotere kerken te bouwen. Om hoge kathedralen mogelijk te maken werd skeletbouw toegepast. Zo werden hoge steunberen geplaatst om extra stevigheid te bieden aan de muren.
Vraag 1 2 punten
Leg aan de hand van nog twee andere onderdelen van skeletbouw uit waardoor die het mogelijk maken om hogere kerken te bouwen.
Bekijk het antwoord
Hoger bouwen kan door toepassing van (twee van de volgende): − spitsbogen (in plaats van rondbogen), want die zorgen ervoor dat de druk van de gewelven en/of overspanningen beter afgevoerd worden / dat er minder zijwaartse druk op de muren ontstaat.
− luchtbogen, want die leiden de zijwaartse druk van het verhoogde middenschip naar de muren / zijkanten / want die geven de muren extra steun.
− kruisribgewelven, want die zorgen ervoor dat het (totale) gewelf steviger en/of lichter gebouwd kan worden / dat de pijlers / pilaren (met de ribben) het totale gewelf beter kunnen dragen.
− een tweede laag / verdieping / een (spits)bogengalerij aanbrengen want die geeft stabiliteit / stevigheid aan het skelet.
per juist antwoord (1)
Bekijk afbeelding 1 tot en met 3 en figuur 2.
Destijds werd een kathedraal gezien als het Hemelse Jeruzalem, als een plaats waar de gelovigen de aanwezigheid van God konden ervaren.
Vraag 2 2 punten
Beschrijf twee aspecten van de gotische kathedraal die bijdragen aan die ervaring van goddelijke aanwezigheid.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− (hoogte) De kerken moesten hoger worden en/of kregen (extreem) hoge torens om (in symbolische zin) naar de hemel te reiken / dichter bij God te komen.
− (licht) Door middel van veel en/of hoge vensters / glas-in-loodramen werd het goddelijke licht in de kerk gebracht.
− (decoratie) Door de kerk te voorzien van veel versiering / te versieren met beelden en/of schilderingen en/of wandkleden werden Bijbelse verhalen in de kerk gebracht.
− (oriëntatie op het oosten) Het altaar / koor ligt in het oosten: bij het betreden van het gebouw is de bezoeker gericht op het altaar (op het Hemelse Jeruzalem).
per juist antwoord (1)
Bekijk figuur 1.
De torens aan weerszijden van het ingangsportaal (het westportaal) verschillen van opbouw. Dit gebeurt vaker in de gotiek.
Vraag 3 2 punten
Geef twee mogelijke verklaringen voor het grote verschil in opbouw van dergelijke torens.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− (andere visie op architectuur) De bouw van een kathedraal nam soms honderd jaar in beslag. In de tussentijd veranderden de ideeën over de vormgeving van de torens / waren er meerdere bouwmeesters betrokken bij de bouw (met vaak verschillende opvattingen over architectuur).
− (beschikbaarheid van geld) De torens werden vaak niet tegelijkertijd gebouwd, maar eerst de een en daarna de ander. Vaak ontbrak het geld voor de bouw van de kathedraal en/of moest deze worden aangepast.
− (schade en herstel) Delen van de kerk en/of van de torens raakten in de loop van de tijd beschadigd / in verval (door brand of instorting) en moesten dan opnieuw worden opgebouwd met vernieuwde ideeën over stijl en/of materiaal en techniek.
per juist antwoord (1)
Bekijk afbeelding 2 en 3.
Boven het ingangsportaal werd een roosvenster aangebracht, zoals te zien is op afbeelding 2 en het detail op afbeelding 3. De kunstenaars ontwierpen het venster zo dat de vorm en de ordening van de kleuren bijdragen aan een stralend effect.
Vraag 4 2 punten
Leg uit op welke manier
- de vorm van het venster bijdraagt aan het stralende effect.
- de ordening van kleuren bijdraagt aan het stralende effect.
Bekijk het antwoord
- vorm (het antwoord moet de volgende strekking hebben): Vanuit het centrum van de cirkel(vorm) van het maaswerk lopen lijnen in stervorm naar buiten en dat zorgt voor een stralend effect en/of verbreden de banen zich en dat zorgt voor een uitdijende vorm (met stralend effect). (1)
- ordening (een van de volgende): (1)
− De kleuren blauw en rood worden begrensd door wit glas en/of zwart maaswerk waardoor de kleur maximaal 'straalt' / krachtig blijft.
− Door de herhaling van donkergekleurde glascirkels en delen die bestaan uit licht transparant glas ontstaat een uitdijend / stralend effect.
− De rode (rechthoekige) blokjes lijken op streepjes die de richting van de stralen aangeven (zoals een onderbroken lijn op de weg).
Bekijk afbeelding 3.
In de middelste cirkel zie je een gevleugelde leeuw, het symbool van de evangelist Marcus. De (vier) evangelisten schreven en verspreidden het verhaal over het leven van Christus. Deze Bijbelse figuren werden vaak voorgesteld door symbolen en/of met attributen.
Vraag 5 1 punt
Leg uit waarom het voor de middeleeuwse kerkganger belangrijk was dat Bijbelse figuren werden voorgesteld door symbolen en/of met attributen.
Bekijk het antwoord
een van de volgende:
− (leesbaar-/herkenbaarheid) De meeste gelovigen waren analfabeet en konden de teksten / namen niet lezen. De symbolen en/of attributen waren nodig om Bijbelse figuren te kunnen herkennen en/of van elkaar te kunnen onderscheiden.
− (zichtbaarheid) Op grotere afstand, zoals bij een roosvenster, waren details en/of teksten moeilijk te zien. Eenvoudige symbolen en/of attributen droegen bij aan de zichtbaarheid van Bijbelse figuren. − (informatief) Met behulp van symbolen en/of attributen werd extra informatie gegeven uit het leven en/of de betekenis van de Bijbelse figuren.
Onder invloed van de romantiek ontstond een hernieuwde belangstelling voor de middeleeuwen. In de negentiende eeuw werden veel gotische kerken gerestaureerd in een neogotische stijl die paste bij een romantisch beeld van de middeleeuwen. Dit gebeurde ook bij de kathedraal van Rouen.
Bekijk afbeelding 1 en figuur 1.
De grote hoge toren in het midden van de kathedraal van Rouen is in 1825 herbouwd, nadat een brand de oude houten toren had verwoest. De stijl van de nieuwe, gietijzeren torenspits past bij een geromantiseerd beeld van de middeleeuwen.
Vraag 6 1 punt
Leg uit waarom de stijl van de nieuwe torenspits past bij een geromantiseerd beeld van de middeleeuwen.
Bekijk het antwoord
een van de volgende:
− (nationalisme) De slanke / hoge torenspits versterkte de verticale werking (monumentaliteit) van de kathedraal, wat de zichtbaarheid (op afstand) vergrootte en de torenspits droeg daardoor bij aan de (nationale) trots / aan het beeld van Frankrijk en zijn succesvolle verleden met de (vroege) bouw van kathedralen (in de middeleeuwen). − (sprookjesachtig) De versierde puntige / slanke torenspits droeg bij aan het sprookjesachtige karakter van de kathedraal / aan het beeld van de middeleeuwen dat in sprookjes / verhalen bestaat (een leven van jonkvrouwen, ridders en kastelen).
Gedurende de negentiende eeuw reisden kunstenaars door Europa om tekeningen en schilderijen te maken van beroemde kerken en kathedralen, zoals die in Rouen.
Op afbeelding 4 zie je een aquarel van een landschap met de kathedraal van Rouen in de verte, gemaakt door Richard P. Bonington in 1822.
De aquareltechniek was populair bij de schilders van de romantiek die graag in de open lucht schilderden. Het werken met waterverf had grote voordelen ten opzichte van het werken met olieverf bij het schilderen van landschappen en stadsgezichten.
Vraag 7 2 punten
Geef twee voordelen van het werken met waterverf ten opzichte van olieverf bij het schilderen in de open lucht.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− Waterverf droogt snel, anders dan olieverf die langzaam droogt (wat problemen geeft met transport).
− Voor het werken met waterverf (in de buitenlucht) heb je minder materiaal nodig (penselen en papier) dan bij olieverf, waarbij je opgespannen doeken moet meenemen.
− Waterverf is direct te verwerken en/of minder bewerkelijk dan olieverf, want er waren in die tijd (rond 1800) nog geen olieverftubes. (De olieverf moest eerst met de hand klaargemaakt worden en dan in potten vervoerd worden.)
per juist antwoord (1)
Het werk op afbeelding 4 werd gemaakt aan het begin van de negentiende eeuw, toen landschappen met kerken populair werden ten tijde van de (opkomende) romantiek.
Vraag 8 2 punten
Geef twee redenen waarom juist in de romantiek landschappen met kerken populair werden.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− Landschappen met kerken pasten bij een religieuze beleving van de natuur / bij mystieke gevoelens (waarin kerken soms ook een excuus vormden om veel aandacht te besteden aan de natuur).
− Landschappen met middeleeuwse kerken pasten bij de belangstelling voor het culturele verleden van het eigen land / bij gevoelens van nationale trots.
− Landschappen met kerken en/of ruïnes van kerken waren onderwerpen waarin kunstenaars de nietigheid van de mens ten opzichte van de grootsheid en/of de kracht van de natuur konden verbeelden.
per juist antwoord (1)
Opmerking
Als in het antwoord verwezen wordt naar een verliefd stel mag geen scorepunt worden toegekend.
Op afbeelding 5 zie je een studie in olieverf uit 1892 die Claude Monet maakte van de stad Rouen. In het midden zie je de torens van de kathedraal.
Het schilderij van Monet is bedoeld als studie of onderzoek. Het werk is kenmerkend voor de kunststroming waartoe Monet gerekend wordt.
Vraag 9 1 punt
Noem de kunststroming waartoe Monet gerekend wordt.
Bekijk het antwoord
impressionisme
Monet maakte tussen 1892 en 1894 ook een serie schilderijen van de façade van de kathedraal van Rouen. Hij vond een ruimte in een winkel tegenover de kerk met uitzicht op de westgevel en gebruikte die ruimte tijdelijk als atelier.
Op afbeelding 6, 7 en 8 zie je drie schilderijen uit deze serie, die alle een gedeelte van de westgevel tonen. Het schilderij op afbeelding 6 verbeeldt een moment bij het opkomen van de zon. De schilderijen op afbeelding 7 en 8 verbeelden achtereenvolgens een moment in de middag en een moment bij zonsondergang.
Bekijk afbeelding 6.
Het schilderij toont de westgevel van de kerk in de vroege ochtend, bij het opkomen van de zon.
Vraag 10 2 punten
Leg dit uit aan de hand van
- de lichtbron met de lichtval, en
- aan de hand van het aspect kleur.
Bekijk het antwoord
Een goed antwoord bevat:
- een uitleg aan de hand van de lichtbron en de lichtval, waarbij de lichtbron de zon is (vanuit het oosten) en er sprake is van gespreide lichtval (1)
- een uitleg aan de hand van kleur, waarbij koele tinten blauw en/of grijs overheersen door schaars licht / door het vroege moment op de dag (1)
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- De zon komt op in het oosten, achter de kerk. De westgevel ligt grotendeels in de schaduw: het licht is diffuus (er zijn weinig contrasten) en/of de lucht boven de kerk is egaal (zon)licht en/of het licht van de ochtendzon raakt alleen de hoogste delen van de torens. (1)
- De koele blauwe en grijze tinten overheersen in de westgevel (die nog weinig zonlicht vangt in de vroege ochtend) en/of er is weinig contrast tussen kleuren en/of pasteltinten (zachte kleuren overheersen). (1)
of
- De oranje-gele accenten op de torentjes links en rechts zijn afkomstig van de eerste zonnestralen en/of de zachtgele kleuren vermengd met de blauwtinten in het middelste portaal zijn afkomstig van zonlicht dat reflecteert vanaf het plein tegenover het westportaal. (1)
Monet was goed op de hoogte van de werking van kleuren zoals die natuurwetenschappelijk werden onderzocht in de negentiende eeuw.
Bekijk afbeelding 8.
Vraag 11 2 punten
Geef aan welk kleurcontrast Monet onderzoekt voor het weergeven van licht en schaduw en leg uit welk effect hij daarmee beoogt.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
- het complementair kleurcontrast (1)
- Door de schaduwen blauw / paarsblauw te schilderen kiest Monet de complementaire oranje / oranje-gele kleur erbij om beide kleuren te laten stralen en elkaar te laten versterken. (1)
of
- het koud-warm kleurcontrast (1)
- Monet gebruikt blauwe / paarsblauwe kleuren voor de schaduw en zet daar de kleur en/of tinten oranje tegenover om het verschil tussen de (koele) schaduw en het (warme) zonlicht te versterken / ervaarbaar te maken. Of: Warme kleuren, zoals oranje, hebben de neiging naar voren te komen en de koele kleuren, zoals blauw, wijken meer. (1)
of
- het licht-donker kleurcontrast (1)
- Monet gebruikt de kleur blauw / paarsblauw voor de donkere delen van het schilderij (het deel van de gevel dat nog in de schaduw ligt) en plaatst de kleur oranje / oranje-geel (het deel van de gevel dat zonlicht vangt) ernaast om het contrast tussen schaduw en zonlicht te versterken. (1)
In de loop van de negentiende eeuw verandert de relatie van de schilder ten opzichte van zijn opdrachtgevers. Bonington, de maker van het schilderij op afbeelding 4, heeft in zijn beroepspraktijk nog een traditionele relatie met zijn opdrachtgever, die meestal ook de koper is van zijn werk. Hij schildert in opdracht en volgt daarbij de regels van de Académie.
Monet is een voorbeeld van een schilder die een andere relatie heeft met zijn opdrachtgevers en/of kopers van zijn werk.
Vraag 12 2 punten
Beschrijf in hoeverre de relatie die Monet heeft met zijn opdrachtgevers en/of kopers anders is vergeleken met zijn voorgangers. Geef vervolgens aan hoe dit tot uitdrukking komt in de vormgeving van zijn werk.
Bekijk het antwoord
De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:
- De relatie van Monet tot zijn opdrachtgever en/of koper is onafhankelijker. Omdat hij niet in opdracht werkt, kan hij zelf bepalen wat (en hoe) hij schildert. Zo is hij vrij in het bepalen van zijn onderwerp (en zoekt hij vervolgens een koper). (1)
- Dit komt tot uitdrukking in (een van de volgende): (1)
− zijn snelle schilderwijze / de zichtbare toets / de nadruk die hij legt op het weergeven van een moment / van een impressie (in plaats van het nauwkeurig verbeelden van een gotische kerk). − de onderzoekende houding die hij aanneemt ten opzichte van het schilderen naar de werkelijkheid / het experimenteren met kleuren en/of schildertechnieken.
Weven in de werkplaats
Vragen bij afbeelding 9 tot en met 14
In 1919 begon de ontwerpster Gunta Stölzl met haar studie aan het Bauhaus. Na haar eerste jaar specialiseerde Stölzl zich in de textielwerkplaats. Haar werk viel op door de vernieuwende ontwerpen en vele experimenten met textiel. Marcel Breuer studeerde in dezelfde periode aan het Bauhaus, maar dan in de meubelwerkplaats.
Samen ontwierpen ze de stoel die je ziet op afbeelding 9 en figuur 4. Breuer maakte het frame van zwart gelakt perenhout en Stölzl de zitting en de rugleuning van stroken van geweven wol.

Bekijk afbeelding 9 en figuur 4.
Het stoelontwerp van Breuer en Stölzl is een vroeg voorbeeld van de modernistische stijl zoals die binnen het Bauhaus tot bloei zou komen.
Vraag 13 3 punten
Noem drie kenmerken van de modernistische stijl die je ziet in afbeelding 9 en figuur 4.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
− eenvoudig / minimalistisch ontwerp van de stoel (geen decoraties) − de toepassing van geometrische basisvormen / rechthoeken en vierkanten
− de nadruk op horizontalen en verticalen / het kruisen van geweven banden
− eenvoudig kleurgebruik / primair kleurgebruik / de beperking tot zwart, grijs, rood, blauw en wit
− functioneel ontwerp / vorm volgt functie en/of de constructie van het ontwerp is (bijna) geheel zichtbaar.
per juist antwoord (1)
Het Bauhaus had uiteindelijk als doel om zoveel mogelijk ontwerpen machinaal te produceren. Maar lang niet alle ontwerpen waren geschikt om machinaal te produceren. Dit gold ook voor het stoelontwerp van Breuer en Stölzl.
Bekijk afbeelding 9 en figuur 4.
Het ontwerp van Breuer en Stölzl is lastig om machinaal te produceren.
Vraag 14 2 punten
Geef op basis van het ontwerp twee argumenten die deze stelling ondersteunen.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− De houten onderdelen kunnen wel machinaal gezaagd en geschilderd worden, maar de montage van de verschillende delen is handwerk. − Het weven van de verschillende stroken/banden is handwerk. (Dit is te zien aan de verschillende diktes / breedtes van de stroken/banden.) − Het in elkaar vlechten van de stroken/banden tot een zitting / rugleuning is maatwerk (en dus handwerk).
− Het bevestigen van het weefwerk aan de stoel (door middel van gaatjes in het frame) is precisiewerk / maatwerk (en dus handwerk).
per juist antwoord (1)
Stölzl werd in 1927 als eerste vrouw hoofddocent van de textielwerkplaats. Ze gaf er twee vakken: industrieel ontwerp en kleur- en materiaalexperiment, ook wel 'vrij ontwerp' genoemd. Het wandkleed op afbeelding 10, dat Stölzl in 1928 maakte, is een voorbeeld van vrij werk.
Bekijk afbeelding 10.
Het wandkleed van Stölzl doet in de eerste plaats denken aan een landschap.
Vraag 15 3 punten
Beschrijf drie verschillende voorbeelden die bijdragen aan de indruk van een landschap.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− De (repeterende) golvende lijnen doen denken aan glooiende hellingen / bergen.
− De (repeterende) ruitvormige vlakken (onderin) doen denken aan velden.
− De (repeterende) lichtgroene en/of blauwe zigzaglijnen (rechts van het midden) doen denken aan een stromende rivier.
− De verticale banen met de stipjes in het midden van (en rechts en links onderin) het wandkleed doen denken aan bebouwing / huizen in het landschap.
− De veelkleurige boogvorm iets boven het midden doet denken aan een regenboog (een passend element) in een landschap.
per juist antwoord (1)
Bekijk afbeelding 10.
Stölzl doorbreekt door middel van vorm en/of kleur het strenge patroon van horizontale en verticale richtingen.
Vraag 16 3 punten
Geef hiervan drie voorbeelden.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− (vorm) de verschillende soorten organische vormen / boogvormen − (vorm) de getrapte vormen
− (vorm) het patroon van ruiten
− (vorm) de driehoeken die de verticale en horizontale lijnen doorbreken − (kleur) het kleurverloop over vlakken heen − (kleur) door de verschillende tinten van een kleur diagonaal in hoogte te laten verspringen
per juist antwoord (1)
De Nederlandse Kitty van der Mijll Dekker studeerde vanaf 1929 aan het Bauhaus. Net zoals de meeste vrouwelijke studenten werd ze toegelaten tot de textielwerkplaats van Stölzl. In 1932 keerde Van der Mijll Dekker terug naar Nederland, waar ze een weefatelier oprichtte met vrienden.

Op afbeelding 11 en het detail op figuur 5 zie je Reliëfkleed dat Van der Mijll Dekker maakte in 1934. Het werk is uitgevoerd in ongeverfde (witte) schapenwol, waarbij verschillende weef- en knooptechnieken zijn toegepast.
Bekijk afbeelding 11 en het detail op figuur 5.
Reliëfkleed wordt gekenmerkt door een grote variatie aan vormen en structuren. De compositie zorgt voor rust en/of eenheid.
Vraag 17 3 punten
Beschrijf drie manieren waarop de compositie zorgt voor rust en/of eenheid.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
− door de evenwichtige verdeling van donkere en lichte tinten wit over het kleed
− door het raster van vierkanten dat en/of door de verhouding 6 : 9 (zes vierkanten horizontaal, negen verticaal) die aan de basis ligt van het patroon
− door de herhaling van driehoeken / diagonaal doorsneden vierkanten − door het spiegelen en/of een kwartslag draaien van driehoeken / vierkanten
− door de evenwichtige herhaling van rechthoeken met ribbels
per juist antwoord (1)
De droogdoek op afbeelding 12 ontwierp Van der Mijll Dekker in de jaren dertig voor een linnenfabriek. Op afbeelding 13 zie je een detail. De droogdoek werd in die tijd – eind jaren dertig van de vorige eeuw – in damesbladen aangeprezen, omdat het ontwerp zo vernieuwend was vergeleken met de traditionele geblokte droogdoeken. Zo schreef het damesblad De Vrouw en haar huis in die tijd: "Waarlijk, het is deze kunstnijvere [vormgever] gelukt aan onze thee-, glas-, fontein- en badhanddoeken een fleuriger, wij zouden zeggen een modern cachet [uitstraling] te geven".
Vraag 18 2 punten
Noem twee aspecten van de vormgeving die passen bij de moderne uitstraling die in die tijd zo geprezen werd.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− de combinatie van zuivere / primaire / verzadigde kleuren (rood, blauw, groen, geel) en wit
− het spel met geometrische vormen / met vierkanten en driehoeken − De kleurbanen worden afgesneden door het kader. / De lijnen lijken door te lopen buiten het kader.
per juist antwoord (1)
Bekijk afbeelding 12 en het detail op afbeelding 13.
In het ontwerp op afbeelding 12 (en 13) herken je de invloed van een Nederlandse stroming/kunstenaarsgroep op het Bauhaus en de studenten.
Vraag 19 1 punt
De naam van de Nederlandse stroming die invloed had op het werk op afbeelding 12 (en 13) is
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Van der Mijll Dekker vond dat haar docente aan het Bauhaus, Gunta Stölzl, nog te veel de nadruk had gelegd op het weven van wandkleden. Zij gaf uiteindelijk zelf de voorkeur aan het maken van stofontwerpen voor huishoudtextiel.
Die belangstelling van Van der Mijll Dekker voor huishoudtextiel paste bij het ideaal van het Bauhaus om veel mensen in aanraking te brengen met producten van goede kwaliteit.
Vraag 20 2 punten
Geef twee redenen waarom de stofontwerpen voor huishoudtextiel van Van der Mijll Dekker pasten bij dit ideaal van het Bauhaus.
Bekijk het antwoord
twee van de volgende:
− (het ideaal van verheffing) Van der Mijll Dekker maakte hoogwaardige / moderne ontwerpen (zoals de geometrische patronen in primaire kleuren katoen of linnen) voor huishoudproducten / voor alledaags gebruik.
− (noodzakelijk) Huishoudelijke producten zijn producten die iedereen wel nodig heeft / in huis heeft (in plaats van unieke wandkleden). − (betaalbaarheid) De (hoogwaardige) ontwerpen waren geschikt voor industriële (serie)productie, waardoor de prijs laag kon blijven en het product betaalbaar was voor een groot publiek / iedereen.
per juist antwoord (1)
In 2019 werd internationaal het 100-jarige jubileum van het Bauhaus gevierd. Het TextielMuseum (Tilburg) gaf ter gelegenheid hiervan de beeldend kunstenaar Koen Taselaar opdracht om een wandkleed te ontwerpen. Op afbeelding 14 zie je het wandkleed dat Taselaar maakte in samenwerking met het TextielLab van het museum.
Bekijk afbeelding 14.
Het wandkleed stelt de geschiedenis van het Bauhaus voor, van de oprichting in 1919 tot 1933, toen de opleiding onder druk van de nazi's werd gesloten. Taselaar verdeelt de geschiedenis van het Bauhaus ruwweg in drie periodes: de experimentele begintijd, de uitbundige jaren, en de late periode waarin de nadruk kwam te liggen op architectuur en industrieel ontwerp.
Vraag 21 2 punten
Beschrijf de manier waarop Taselaar in dit wandkleed de eerste experimentele periode en de late periode verbeeldt.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:
- De eerste experimentele periode (geheel links) wordt voorgesteld als een vrij zwevende grote groene (denk)wolk waarin losse vormen en figuurtjes ronddwarrelen, zoals ideeën die opborrelen. (1)
- De late periode (geheel rechts) wordt voorgesteld door (een van de volgende): (1)
− een vorm van skeletbouw en/of door geprefabriceerde onderdelen van een (industrieel) ontwerp (kast).
− de accenten in gele, rode en blauwe kleuren: de primaire kleuren die in veel Bauhaus-ontwerpen zijn toegepast.
− het symbool van de nazi's / het hakenkruis, dat wijst op de grijze / sombere periode waarin de opleiding onder druk van de nazi's de deuren moest sluiten.
− de geometrische vormentaal en/of de verdeling in (een raster van) horizontale en verticale lijnen.
Bekijk afbeelding 14.
Aan de bovenkant van het wandkleed staat de tekst (vrij vertaald uit het Engels): "Een beetje incompleet maar toch vermakelijk verhaal over het Bauhaus".
Stelling: Taselaar relativeert in zijn werk het serieuze imago dat het Bauhaus in de loop van de (kunst)geschiedenis heeft gekregen.
Vraag 22 1 punt
Geef aan de hand van afbeelding 14 een argument ter ondersteuning van deze stelling.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist argument:
Taselaar maakt de geschiedenis van het Bauhaus tot een 'vermakelijk (strip)verhaal' en/of hij stelt de geschiedenis van het Bauhaus voor als een soort speeltuin / circus vol met vliegers, grijnzende figuurtjes en handjes die alle kanten op wijzen.
In het TextielMuseum komen design, kunst, mode, erfgoed én innovatie op het gebied van textiel samen. Behalve een expositieruimte en een museumwinkel is er het TextielLab, waar hedendaagse ontwerpers kunnen experimenteren met textiel en nieuwe technieken.
Het TextielMuseum investeert veel tijd en geld in ontwerpers, zoals Koen Taselaar.
Vraag 23 3 punten
Geef drie redenen voor het museum om te investeren in jonge ontwerpers zoals Koen Taselaar.
Bekijk het antwoord
drie van de volgende:
− Zo kan het museum innovatieve makers nieuwe dingen laten uitproberen.
− Het TextielLab wordt daardoor uitgedaagd om te vernieuwen. − Het museum kan textiel op deze manier promoten als (modern) medium bij jonge makers.
− Het tentoonstellingsprogramma wordt met hedendaags design hipper (en aantrekkelijker voor het publiek / jongeren).
− De collectie van het museum wordt aangevuld met hedendaagse voorbeelden die ze in opdracht laten maken.
− Jonge ontwerpers laten zich inspireren door de collectie van het museum, hierdoor blijft ook de collectie / historie relevant voor de mensen van nu.
− Jonge ontwerpers hebben vaak zelf niet de financiële middelen om grote projecten te realiseren.
per juist antwoord (1)
In het dagelijks leven
Vragen bij afbeelding 15 tot en met 21
De Amerikaanse kunstenaar Claes Oldenburg (1929-2022) maakte begin jaren zestig kopieën van alledaagse voorwerpen en etenswaren. Ze waren onder andere gemaakt van kippengaas en beschilderd gips. Hij verkocht deze artikelen in een door hemzelf opgerichte winkel, als onderdeel van het kunstproject The Store (1961) in New York. De prijzen van de artikelen varieerden van $ 21,79 tot $ 899,95.

Op afbeelding 15 zie je het interieur van The Store en de kunstenaar zelf, met in zijn hand het stuk taart van afbeelding 16. Figuur 6 en 7 geven een indruk van de etalage. Daarin zie je onder andere het overhemd van afbeelding 17.
Bekijk afbeelding 15 en figuur 6 en 7.
Oldenburg heeft moeite gedaan om The Store op een echte winkel te laten lijken. Toch zie je als bezoeker meteen dat het aanbod en de presentatie afwijken van een gangbare winkel.
Vraag 24 2 punten
Geef een voorbeeld van het aanbod en een voorbeeld van de presentatie van de artikelen waarin de winkel afwijkt van een gangbare winkel.
Bekijk het antwoord
De antwoorden moeten de volgende strekking hebben:
- het aanbod: Het is onduidelijk wat voor soort artikelen de winkel verkoopt (het is van alles en nog wat) / het aanbod lijkt te bestaan uit nepartikelen / het aanbod lijkt voor de grap of griezelig / gemaakt van ruwe materialen allemaal bedekt met dikke, klonterige verf en weinig aantrekkelijk / niet functioneel. (1)
- de presentatie: De winkel ligt vol artikelen, maar mist een heldere ordening en/of de presentatie is rommelig en wat viezig en/of de producten lijken soms vastgekleefd aan hun houder / aan de muur en zijn daardoor niet aantrekkelijk. (1)
De manier waarop Oldenburg kunstwerken in dit project te koop aanbiedt, wijkt af van gangbare verkoopplekken voor kunst.
Vraag 25 3 punten
Geef drie voorbeelden van gangbare verkoopplekken voor kunst.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van gangbare verkoopplekken zijn: − een galerie
− een (kunst)markt
− een veilinghuis
− direct vanuit het atelier (van de kunstenaar) − een verkooptentoonstelling
per juist antwoord (1)
Opmerking
Aan het antwoord 'tentoonstelling' (in plaats van 'verkooptentoonstelling') mag geen scorepunt worden toegekend.
In de tweede helft van de twintigste eeuw ontstonden nieuwe kunstvormen, zoals de happening en het environment.
Vraag 26 1 punt
Geef aan tot welke van deze twee kunstvormen je The Store van Oldenburg zou rekenen. Onderbouw je keuze met een argument.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
happening: The Store is te zien als een happening, omdat Oldenburg zijn werk presenteert als een winkel met artikelen die je als toevallige voorbijganger ook echt kunt kopen. Daardoor wordt de beschouwer / bezoeker onderdeel van het kunstwerk.
of
environment: The Store is te zien als een environment, omdat Oldenburg een bestaande ruimte omvormt tot een (semi-)alledaagse winkelruimte, met etalages en artikelen (ook al zijn die een beetje absurd) / omdat je een aparte ruimte betreedt, je stapt een soort totaalkunstwerk binnen.
Oldenburg schreef in die tijd een manifest met de titel I Am For … (Ik ben voor …). Het bestaat uit een opsomming van statements die iets vertellen over zijn visie op kunst in relatie tot leven. Zo schreef hij:
"Ik ben voor alle kunst die haar vorm ontleent aan de lijnen van het leven zelf, die kronkelt en zich uitstrekt, die zich ophoopt en spuugt en druipt, en die zwaar en grof en bot en zoet en dom is als het leven zelf."
Dit statement is te zien als een commentaar van Oldenburg op kunst.
Vraag 27 2 punten
Leg uit waar het commentaar van Oldenburg op gericht is. Betrek afbeelding 16 en/of 17 in je antwoord.
Bekijk het antwoord
Het antwoord moet de volgende strekking hebben:
- het commentaar van Oldenburg: Oldenburg vindt dat kunst net zo echt (chaotisch, lelijk, zwaar of zoet) moet zijn als het leven zelf. En daarmee lijkt hij commentaar te geven op kunst die juist het leven idealer en/of belangrijker voorstelt dan het is en/of commentaar op het minimalisme / de abstracte kunst / conceptuele kunst die ver van het leven af staat. (1)
- afbeelding: Zijn taartje (afbeelding 16) is geen perfect stuk taart, maar een wat ingezakt stuk (oud) gebak met gesmolten slagroom erop en/of een overhemd (afbeelding 17) dat niet gestreken / schoon is, maar gekreukt, flodderig en vlekkerig is. Of: Zijn kunstwerken zijn figuratief en/of herkenbaar en zijn niet zo lastig te begrijpen / vaag als abstracte kunst. (1)
Op afbeelding 18 zie je een door Oldenburg ontworpen poster uit 1961 waarmee hij reclame maakte voor zijn project The Store. De poster is opvallend anders vormgegeven dan in die tijd gebruikelijk was in de ontwerpwereld.
Stelling: met de poster op afbeelding 18 weet Oldenburg publiek te interesseren voor zijn winkel.
Vraag 28 2 punten
Geef een argument ter ondersteuning van deze stelling en een tegenargument. Betrek de poster in je antwoorden.

Bekijk het antwoord
- voorbeelden van argumenten ter ondersteuning van de stelling zijn (een van de volgende): (1)
− (vormgeving) De poster trekt de aandacht door de unieke 'slordige' stijl / het unieke (energievolle) handschrift en/of opvallende kleuren en/of illustraties.
− (informatief) Op de poster staat de naam van het kunstproject en het adres, zodat mensen weten waar ze de winkel kunnen vinden.
- voorbeelden van tegenargumenten zijn (een van de volgende): (1)
− (slecht leesbaar) De poster is heel druk en daardoor slecht leesbaar, dus mensen moeten veel moeite doen om te weten waar ze moeten zijn.
− (functie niet herkenbaar): De poster maakt / illustraties maken niet duidelijk wie of wat The Store precies is / waar reclame voor wordt gemaakt (het kan een winkel zijn maar ook een band, act).
Op afbeelding 19 zie je het werk Floor Cake (Vloer cake) en op de voorgrond van figuur 8 Floor Cone (Vloer ijshoorn) uit 1962 van Oldenburg. De werken zijn bekend geworden onder de noemer 'soft sculptures' (zachte sculpturen). Oldenburg maakte ze samen met zijn eerste vrouw Patricia Muschinski. Ze zijn gemaakt van textiel, opgevuld en daarna beschilderd (figuur 8).
Bekijk afbeelding 19 en figuur 8.
De 'soft sculptures' van Oldenburg waren vergeleken met de traditionele beeldhouwkunst vernieuwend, zowel in vormgeving als in voorstelling.
Vraag 29 4 punten
Geef met twee aspecten van de vormgeving en twee aspecten van de voorstelling aan waarom deze 'soft sculptures' zo vernieuwend waren.
Bekijk het antwoord
- vormgeving (twee van de volgende): (2)
− (materiaal) Oldenburg gebruikt nieuwe / goedkope materialen, zoals kunststoffen, plastic en rubber. (Gevuld met schuim of ander zacht materiaal) in plaats van traditionele / vaak kostbare materialen, zoals marmer of brons.
− (vorm) Textiel is zacht materiaal, waardoor de vormen (ook al worden de vormen opgevuld) flexibel / veranderlijk en/of slap worden en/of minder duurzaam zijn (in tijd).
− (textuur / tastbaar / tactiliteit): Beelden van stof nodigen door hun zachte materialen meer uit tot aanraken en/of vasthouden, iets wat bij traditionele sculpturen van marmer of brons minder uitnodigend is.
− (kleur) De beelden van Oldenburg zijn beschilderd in kleuren die passen bij zijn onderwerp (bruin voor de cake, wit voor de slagroom, okergeel voor mokka / mosterd). Traditionele beeldhouwkunst heeft in de regel weinig tot geen kleur, anders dan het materiaal.
− (sokkel) De werken worden direct op de grond geplaatst / hebben geen sokkel, anders dan traditionele beelden die een sokkel hebben.
- voorstelling (twee van de volgende): (2)
− (onderwerp) De onderwerpen van Oldenburg zijn juist alledaags / zijn afkomstig uit de consumptiemaatschappij, zoals een ijshoorntje of een stuk taart. Traditionele beeldhouwkunst had daarentegen vaak een verheven / belangrijk onderwerp, zoals dier- en mensfiguren (high art).
− (humor) Oldenburg gebruikt humor in zijn werk, zoals slappe vormen en/of een deels gesmolten ijshoorn die op de grond ligt. Traditionele beeldhouwkunst is overwegend serieus.
Opmerking
Per juist aspect van de vormgeving en per juist aspect van de voorstelling mag 1 scorepunt toegekend worden.
Let op: de laatste vraag van dit examen staat op de volgende pagina.
Vanaf de jaren zeventig maakt Oldenburg (samen met zijn tweede vrouw, Coosje van Bruggen) werken in de openbare ruimte. De kolossale beelden verwijzen net als zijn 'soft sculptures' naar alledaagse producten, zoals etenswaren en gebruiksvoorwerpen.
Op afbeelding 20 en 21 zie je het werk Dropped Cone (Gevallen ijshoorn) dat het kunstenaarsduo in 2001 maakte op het dak van een nieuw winkelcentrum in het hart van de stad Keulen. Het duo had zich laten inspireren door het grote aanbod van ijswinkels in de stad met een ijshoorntje als reclame voor de deur, zoals op figuur 9.

Oldenburg: "Ik ben blij als mijn beelden symbolen van een hele wijk worden of als een statement worden voor de revitalisering van een gebied".
Bekijk afbeelding 20 en 21.
Het werk op het dak van het winkelcentrum maakt reclame voor het gebouw. Toch lijkt het werk ook bedoeld als commentaar op de nieuwbouw in het centrum van de stad.
Vraag 30 2 punten
Leg uit dat het werk dient als reclame voor het gebouw en tegelijkertijd een commentaar lijkt te zijn op de nieuwbouw in de stad.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord is:
- reclame: De ijshoorn staat hoog op het dak en/of is vanaf een afstand goed zichtbaar / trekt de aandacht / ziet er aantrekkelijk en/of humoristisch uit (het gebouw is goed herkenbaar en makkelijk te vinden). (1)
- commentaar: De ijshoorn is 'gevallen' / is op zijn kop geplaatst, waarbij het gesmolten ijs over het pand heen dreigt te druipen. Dit is te zien als een grap om het weliswaar nieuwe maar weinig aantrekkelijke gebouw (moderne blokkendoos) te versieren en/of als commentaar op het effect van te veel consumptie en/of het toerisme dat de (oude) binnenstad dreigt aan te tasten. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over beeldaspecten (12), kunstgeschiedenis (10) en beschouwen (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-2/ha-5001-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving havo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.