Eindexamen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De wereld van Nutella, De Passport Power Index, Vulkanisme op Java, Indonesië, Just digg it!, Nationale parken in Brazilië, De Overijsselse Vecht, Leefbaarheidsverschillen in Nederland.
Het centraal examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (7), ontwikkelingsvraagstukken (6) en endogene en exogene processen (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Globalisering | 1-5, 7-8 | 7 |
| Ontwikkelingsvraagstukken | 20-25 | 6 |
| Endogene en exogene processen | 10-11, 13, 16 | 4 |
| Weer en klimaat | 12, 15, 17, 19 | 4 |
| Verstedelijking | 30-33 | 4 |
| Kaartvaardigheden | 9, 18 | 2 |
| Water en rivieren | 26, 28 | 2 |
| Nederland: wonen en water | 27, 29 | 2 |
| Bevolking en migratie | 6 | 1 |
| Landbouw en voedsel | 14 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens aardrijkskunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over ontwikkelingsvraagstukken (18% van de vragen, gemiddeld 6%) en globalisering (21% van de vragen, gemiddeld 15%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De wereld van Nutella
Bij deze opgave horen de bronnen 1 en 2.
Gebruik de bronnen 1 en 2.
bron 1
Nutella
Nutella is een zoet broodbeleg op basis van hazelnoten en cacaopoeder. De chocolatier Pietro Ferrero bedacht het mengsel vlak na de Tweede Wereldoorlog als alternatief voor chocolade als broodbeleg. Cacao was op dat moment zeer schaars en dus werden hazelnoten gebruikt. Die groeiden op grote schaal in het deel van Italië waar Pietro Ferrero woonde.
Inmiddels is Ferrero een multinational met het hoofdkantoor in het noorden van Italië en wordt het broodbeleg Nutella wereldwijd verkocht in supermarkten, restaurants en Nutella-winkels.
Nutella bestaat vooral uit suiker, plantaardige olie en hazelnoten. Daarnaast bevat het cacao- en melkpoeder. De suiker en melk worden uit de omgeving van de fabrieken gehaald. De plantaardige olie is vooral palmolie uit Thailand en Maleisië.

bron 2




In bron 2 staan vier kaarten (a tot en met d) over de productieketen van Nutella. In willekeurige volgorde zijn dat kaarten met:
- 1 het afzetgebied van Nutella;
- 2 landen met een Nutella-fabriek;
- 3 cacao-producerende landen;
- 4 hazelnoot-producerende landen.
Vraag 1 2 punten
Noteer de cijfers 1 tot en met 4 onder elkaar op je antwoordblad.
Schrijf achter elk cijfer de letter van de juiste kaart.
Bekijk het antwoord
- 1 b
- 2 d
- 3 c
- 4 a
| indien vier juiste antwoorden | 2 |
| indien drie of twee juiste antwoorden | 1 |
| indien minder dan twee juiste antwoorden | 0 |
In de voedingsmiddelenindustrie is offshoring in de productieketen moeilijker te realiseren dan in bijvoorbeeld de kledingindustrie.
Vraag 2 2 punten
Beredeneer waarom offshoring in de voedingsmiddelenindustrie moeilijker te realiseren is.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste redenering zijn:
- De voedingsmiddelenindustrie werkt met grondstoffen en/of eindproducten die (in tegenstelling tot grondstoffen en/of eindproducten voor de kledingindustrie) vaak niet lang houdbaar zijn, (1)
- zodat grondstoffen dicht bij het afzetgebied verwerkt moeten worden / vervoer over lange afstanden moeilijk is. (1)
of
- De voedingsmiddelenindustrie is minder arbeidsintensief dan de kledingindustrie, (1)
- zodat het uitbesteden van productie aan landen buiten het afzetgebied niet efficiënter is. (1)
Ferrero wil het afzetgebied van Nutella vergroten. Om dit te realiseren heeft het bedrijf gekozen voor uitbreiding in Afrika en Azië en niet voor uitbreiding in Europa.
Vraag 3 2 punten
Geef een reden waarom Ferrero niet voor uitbreiding van het afzetgebied in Europa gekozen heeft
- vanuit de economische dimensie;
- vanuit de demografische dimensie.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste reden vanuit de economische dimensie is: mensen die Nutella kunnen betalen, worden al bereikt / de afzetmarkt in Europa is verzadigd. (1)
- Voorbeelden van een juiste reden vanuit de demografische dimensie zijn: (1)
- Het aantal inwoners / De bevolkingsgroei van Europa stagneert.
- Het aantal kinderen in Europa neemt af.
Opmerking: Aan antwoorden die ingaan op Afrika en/of Azië mogen geen scorepunten worden toegekend.
Gebruik bron 1.
Stelling: de culturele diffusie van Nutella is een voorbeeld van amerikanisering.
Vraag 4 2 punten
Geef
- een argument vóór de stelling;
- een argument tegen de stelling.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist argument vóór de stelling is: Nutella wordt vanuit de westerse wereld over de rest van de wereld verspreid. (1)
- Een voorbeeld van een juist argument tegen de stelling is: Nutella / Ferrero is een Italiaans / geen Amerikaans bedrijf. (1)
De Passport Power Index
Bij deze opgave horen de bronnen 3 tot en met 5.
Gebruik bron 3.
bron 3
De Passport Power Index
Mensen met een Nederlands paspoort mogen naar 192 landen reizen. Nederland staat daarmee op de 4e positie van de Passport Power Index. Een Chinees paspoort geeft toegang tot 85 landen en staat op de 60e positie. Een Egyptisch paspoort geeft maar toegang tot 55 landen en staat op de 87e positie.
Er kunnen meerdere landen op dezelfde positie op de Passport Power Index staan. Dat gebeurt als het paspoort van die landen toegang geeft tot hetzelfde aantal landen.

In 2006 gaf een paspoort toegang tot gemiddeld 57 landen. In 2022 was dit gemiddelde gestegen tot 107 landen. Ondanks deze stijging is er bij de Passport Power Index op mondiaal schaalniveau nog steeds sprake van een centrum-periferieverhouding.
Vraag 5 2 punten
Geef aan
- waardoor politieke globalisering kan leiden tot een stijging van het aantal landen dat met een paspoort bezocht kan worden;
- dat bij de Passport Power Index op mondiaal schaalniveau een centrum-periferieverhouding zichtbaar is.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat overheden steeds vaker afspraken maken om de toegang tot elkaars land (voor mensen) te verbeteren. (1)
- Uit het antwoord moet blijken dat mensen (met een paspoort) uit centrumlanden / welvarende landen tot meer landen toegang hebben dan mensen (met een paspoort) uit perifere / minder welvarende landen. (1)
Gebruik bron 3 en het kaartenkatern.

Alcarta 2e editie kaartblad 251F. Schaal 1: 180.000.000
Er bestaat een verband tussen het migratiesaldo van een land en de positie op de Passport Power Index. In één werelddeel vormt meer dan de helft van de landen een uitzondering op dit verband.
Vraag 6 2 punten
Geef
- dit verband;
- de naam van dit werelddeel.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat landen met een positief migratiesaldo in het algemeen een hoge positie op de Passport Power Index hebben / dat landen met een negatief migratiesaldo in het algemeen een lage positie op de Passport Power Index hebben. (1)
- Zuid-Amerika (1)
bron 4
De Passport Power van de Verenigde Arabische Emiraten
In 2011 gaf het paspoort van de Verenigde Arabische Emiraten toegang tot 69 landen. Tegenwoordig is dat 184 landen. Het paspoort van de Verenigde Arabische Emiraten is daarmee gestegen van de 65e positie op de ranglijst in 2011 naar de 8e positie in 2025.
De Verenigde Arabische Emiraten is de afgelopen jaren gestegen op de Passport Power Index (zie bron 4). Dit land in het Midden-Oosten heeft grote hoeveelheden fossiele brandstoffen.
Vraag 7 2 punten
Beredeneer waarom de aanwezigheid van fossiele brandstoffen in de Verenigde Arabische Emiraten geleid heeft tot een stijging op de Passport Power Index.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste redenering zijn:
- De Verenigde Arabische Emiraten is door de olie-inkomsten (zeer) welvarend geworden, (1)
- zodat andere landen hun grenzen graag openstellen voor inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten. (1)
of
- Veel landen hebben interesse in de olievoorraden van de Verenigde Arabische Emiraten, (1)
- zodat overheden willen samenwerken met de Verenigde Arabische Emiraten. (1)
Gebruik de bronnen 3 en 5.
bron 5
In bron 5 staat van de landen Afghanistan, China, Duitsland en Venezuela de ontwikkeling van de positie op de Passport Power Index weergegeven.
Vraag 8 2 punten
Noteer de namen van deze vier landen op je antwoordblad.
Schrijf achter elk land de letter van de juiste lijn uit bron 5.
Bekijk het antwoord
| Afghanistan | d |
| China | c |
| Duitsland | a |
| Venezuela | b |
| indien vier juiste antwoorden | 2 |
| indien drie of twee juiste antwoorden | 1 |
| indien minder dan twee juiste antwoorden | 0 |
Vulkanisme op Java, Indonesië
Bij deze opgave horen de bronnen 6 en 7.
Gebruik de bronnen 6 en 7.
bron 6
Het Bromo-Tengger Semeru National Park
Miljoenen jaren geleden ontstond bij een uitbarsting van de Tenggervulkaan een enorme caldera. In deze caldera zijn nieuwe vulkanen ontstaan, zoals de vaak actieve Bromo. Rondom deze nieuwe vukanen ligt een vlakte met een dikke laag sedimenten.
Ongeveer twintig kilometer van de caldera ligt de hoogste en actiefste vulkaan van Java: de Semeru. Bij een grote uitbarsting van de Semeru in 2022 ontstonden grote hoeveelheden as en lavastromen.
Op de hellingen van de Semeru groeit tropisch regenwoud, dat vanaf 2.400 meter hoogte overgaat in naaldbos. Op de top is er geen vegetatie.
De vulkanen maken deel uit van het Bromo-Tengger-Semeru National Park.

bron 7


Vraag 9 1 punt
Geef aan in welke kijkrichting de foto in bron 6 gemaakt is. Kies uit:
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C / in zuidelijke richting
Gebruik het kaartenkatern.

Alcarta 2e editie kaartblad 220. Schaal 1: 90.000.000
De Bromo en de Semeru maken deel uit van een vulkanische zone op Java (zie bron 7).
Vraag 10 2 punten
Beschrijf in twee stappen het ontstaan van deze vulkanische zone.
Betrek in je eerste stap de namen van de betrokken platen.
Bekijk het antwoord
Uit de beschrijving moet blijken dat
- er subductie plaatsvindt van de (Indisch-)Australische plaat onder de Chinese plaat / de (Indisch-)Australische plaat onder de Chinese plaat wordt getrokken, (1)
- waarbij gesmolten (mantel)gesteente naar het aardoppervlak stijgt. (1)
Gebruik de bronnen 6 en 7.
In de caldera van de Tenggervulkaan ligt een vlakte met een dikke laag sedimenten.
Vraag 11 2 punten
Beschrijf in twee stappen waardoor in de caldera een dikke laag met sedimenten ontstaan is.
Begin je beschrijving met een exogeen proces.
Bekijk het antwoord
Uit de beschrijving moet blijken dat
- gesteenten door verwering / erosie worden afgebroken (1)
- en dat de sedimenten in de laagte van de krater ophopen / door de calderarand worden tegengehouden. (1)
Gebruik de bronnen 6 en 7.
De Semeru ligt in de tropische zone. In de tropische zone liggen geen uitgestrekte naaldbossen. Toch groeien op een deel van de hellingen van de Semeru naaldbomen.
Vraag 12 2 punten
Geef aan
- in welke landschapszone wel uitgestrekte naaldbossen kunnen groeien;
- waardoor op een deel van de Semeru naaldbomen kunnen groeien.
Bekijk het antwoord
- boreale zone (1)
- Uit het antwoord moet blijken dat het op grote hoogte / op de top van de Semeru koud genoeg is voor naaldbomen. (1)
Op de hellingen van de Semeru ontstaan vaak aardverschuivingen. Dat komt onder andere doordat de hellingen deels onbegroeid zijn.
Vraag 13 2 punten
Geef nog twee andere oorzaken waardoor op de hellingen van de Semeru vaak aardverschuivingen ontstaan.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:
- De hellingen van de Semeru zijn steil.
- De Semeru ligt in een gebied waar veel neerslag valt.
- Bij de Semeru zijn vaak aardbevingen (waardoor aardverschuivingen ontstaan).
- Op de hellingen ligt losliggend materiaal.
per juiste oorzaak 1
Just digg it!
Bij deze opgave horen de bronnen 8 tot en met 10.
Gebruik bron 8 en de kaart Afrika Bodemgebruik en natuurlijke hulpbronnen in het kaartenkatern.
bron 8
Water bunds in het zuiden van Kenia
Justdiggit is een Nederlandse organisatie die de gevolgen van klimaatverandering wil tegengaan. De organisatie zet projecten op in onder andere de Afrikaanse landen Ethiopië, Kenia, Oeganda en Tanzania.
Het doel is om gedegradeerde landschappen te vergroenen. De projecten worden op lokale schaal opgezet, waarbij de organisatie samenwerkt met lokale gemeenschappen.
In het zuiden van Kenia heeft de organisatie het Kuku Group Ranch project gestart. Samen met de lokale Masai-gemeenschap zijn meer dan 360 duizend ‘water bunds’ gegraven. Water bunds zijn halvemaanvormige gaten die - vaak op hellingen - worden gegraven om de harde toplaag van de bodem open te breken.


Grote Bosatlas 56e editie kaartblad 168A. Schaal 1: 40.000.000
In Kenia en Tanzania komt verwoestijning voor.
Vraag 14 3 punten
Beschrijf in drie stappen waardoor het bodemgebruik in Kenia en Tanzania tot verwoestijning kan leiden.
Begin je beschrijving met het bodemgebruik in Kenia en Tanzania.
Bekijk het antwoord
Uit de beschrijving moet blijken dat
- in Kenia en Tanzania extensieve veeteelt en/of zelfvoorzienende landbouw plaatsvindt, (1)
- waarbij overbeweiding / ontbossing plaatsvindt, (1)
- waardoor de bodem / water niet meer vastgehouden wordt (en het landschap verstuift / verdroogt). (1)
of
- in Kenia en Tanzania handelsgewassen (zoals snijbloemen, sisal en koffie) worden verbouwd, (1)
- waarbij veel water gebruikt wordt, (1)
- en er verdroging plaatsvindt. (1)
Door klimaatverandering wordt het steeds warmer. Justdiggit is een organisatie die door het uitbreiden van vegetatie de effecten van klimaatverandering wil tegengaan.
Vraag 15 2 punten
Geef aan op welke manier vegetatie voor verkoeling kan zorgen op
- lokaal schaalniveau;
- mondiaal schaalniveau.
Bekijk het antwoord
- Juiste voorbeelden van manieren waarop vegetatie op lokaal schaalniveau voor verkoeling kan zorgen, zijn: (1)
- Vegetatie zorgt voor schaduw.
- Verdamping van water (uit de vegetatie) verkoelt.
- Uit het antwoord op mondiaal schaalniveau moet blijken dat vegetatie koolstofdioxide / broeikasgassen uit de lucht opneemt. (1)
Gebruik de bronnen 8 tot en met 10.
bron 9

bron 10

Bij het Kuku Group Ranch-project heeft Justdiggit water bunds gegraven. Door de water bunds groeit de vegetatie beter.
Vraag 16 2 punten
Geef twee oorzaken waardoor de vegetatie in deze water bunds beter groeit.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van juiste oorzaken zijn:
- Het (regen)water blijft in de water bunds staan / spoelt de bodem niet weg.
- Het (regen)water kan infiltreren in de opengebroken grond.
- Planten kunnen beter wortelen in de opengebroken grond.
- Water bunds bevorderen de (bodem)vruchtbaarheid.
per juiste oorzaak 1
Gebruik bron 10 en de kaart Aarde Luchtdruk en wind in het kaartenkatern.

Alcarta 2e editie kaartblad 228/229. Schaal 1: 180.000.000
Het Kuku Group Ranch-project vindt plaats in het zuiden van Kenia.
Vraag 17 2 punten
Beschrijf in twee stappen het ontstaan van de jaarlijkse neerslagpieken in het zuiden van Kenia.
Begin je beschrijving met een liggingskenmerk van het zuiden van Kenia.
Bekijk het antwoord
Uit de beschrijving moet blijken dat
- het zuiden van Kenia vlak bij de evenaar ligt, (1)
- waar de intertropische convergentiezone (ITCZ) / het tropisch lagedrukgebied twee keer per jaar passeert. (1)
Nationale parken in Brazilië
Bij deze opgave horen de bronnen 11 tot en met 14.
Gebruik de bronnen 11 en 12 en het kaartenkatern.
bron 11
Nationale parken in Brazilië
Een nationaal park is een beschermd gebied dat door de overheid wordt aangewezen vanwege de bijzondere natuur. In 1937 benoemde de Braziliaanse overheid het eerste nationale park. Inmiddels heeft Brazilië 73 nationale parken. Er mogen wel menselijke activiteiten plaatsvinden, maar de belangen van de natuur moeten voorop staan.
De nationale parken variëren in omvang. Het kleinste en meest bezochte park is Tijuca. In dit park in Rio de Janeiro staat het beroemde beeld ‘Christus de Verlosser’. In het noorden van Brazilië, op de grens met Frans-Guyana, ligt het grootste park: Montanhas de Tumucumaque.
De Braziliaanse overheid wil de nationale parken gebruiken om de inkomsten uit het toerisme te vergroten. Daarom kunnen particuliere bedrijven rechten kopen om in een park faciliteiten zoals bezoekerscentra en restaurants te bouwen en te exploiteren. Ook wordt de bereikbaarheid van de nationale parken verbeterd. De opbrengsten moeten ten goede komen aan het beheer van het park.

bron 12


Grote Bosatlas 56e editie kaartblad 210. Schaal 1: 20.000.000
Op de kaart in bron 11 worden drie nationale parken aangegeven met een cijfer. In bron 12 staan foto’s van deze nationale parken.
Vraag 18 1 punt
Welke foto uit bron 12 hoort bij cijfer 2 uit bron 11?
Bekijk het antwoord
foto b
Gebruik de bronnen 11 en 13.
bron 13


De gemiddelde temperatuur in het nationale park Montanhas de Tumucumaque is hoger dan in het nationale park Tijuca.
Vraag 19 3 punten
Geef
- twee andere klimatologische verschillen tussen beide parken;
- de oorzaak van het ontstaan van deze klimaatverschillen.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste verschillen zijn: (2)
- De temperatuur in Montanhas de Tumucumaque is gedurende het jaar gelijkmatiger dan in Tijuca.
- De gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag in Montanhas de Tumucumaque is hoger dan in Tijuca.
- In Montanhas de Tumucumaque is minder verschil tussen een droge en een natte tijd dan in Tijuca.
Opmerking: Per juist verschil 1 scorepunt toekennen.
- Voorbeelden van een juiste oorzaak zijn: (1)
- Montanhas de Tumucumaque ligt dichter bij de evenaar dan Tijuca.
- Montanhas de Tumucumaque en Tijuca liggen op verschillende breedte.
Opmerking: Als bij de eerste deelscore alleen wordt ingegaan op de neerslagverschillen kan bij de tweede deelscore worden ingegaan op de ligging van de ITCZ.
Gebruik de bronnen 11 en 14.
bron 14

Hoe donkerder de kleur, hoe recenter een nationaal park in de deelstaat aangewezen is.
Vanaf 1937 zijn in de loop van de tijd vrijwel overal in Brazilië nationale parken aangewezen.
Vraag 20 3 punten
Geef
- twee verschillen, één met bron 11 en één met bron 14, tussen de nationale parken in het economisch kerngebied van Brazilië en de nationale parken in het Amazonegebied;
- voor elk verschil een reden.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat de nationale parken in het economisch kerngebied kleiner (zie bron 11) én ouder zijn (zie bron 14) dan de nationale parken in het Amazonegebied. (1)
Opmerking: Het scorepunt alleen toekennen als beide verschillen juist zijn.
- Een voorbeeld van een juiste reden voor kleinere nationale parken in het economisch kerngebied is: in het economisch kerngebied was veel grondgebied al ingenomen door bebouwing / was minder ruimte voor natuur. (1)
- Een voorbeeld van een juiste reden voor oudere nationale parken in het economisch kerngebied is: in het economisch kerngebied kwam de natuur eerder onder druk te staan / bestond eerder de behoefte om de natuur te beschermen dan in het Amazonegebied. (1)
Opmerking: Aan juiste antwoorden die uitgaan van het Amazonegebied in plaats van het economisch kerngebied dienen scorepunten toegekend te worden.
Veel Europeanen hebben vanuit de dimensie natuur een stereotiepe beeld van Brazilië. Met het aanwijzen van nationale parken kan de Braziliaanse overheid dit stereotiepe beeld beïnvloeden.
Vraag 21 2 punten
Beredeneer dat de Braziliaanse overheid het stereotiepe beeld kan beïnvloeden dat veel Europeanen vanuit de dimensie natuur van Brazilië hebben.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juiste redenering zijn:
- De Braziliaanse overheid kan verschillende soorten natuurgebieden en/of landschappen aanwijzen als nationaal parken, (1)
- zodat het stereotiepe beeld van Brazilië als land met voornamelijk tropisch regenwoud geografischer / vollediger kan worden. (1)
of
- De Braziliaanse overheid beschermt natuurgebieden en/of landschappen door ze aan te wijzen als nationale parken, (1)
- zodat het stereotiepe beeld van Brazilië als land waar de biodiversiteit wordt aangetast, kan worden genuanceerd. (1)
Gebruik bron 11.
De Braziliaanse overheid verkoopt rechten aan particuliere bedrijven om de nationale parken te exploiteren.
Vraag 22 2 punten
Geef
- een voordeel voor de Braziliaanse overheid om de nationale parken door particuliere bedrijven te laten exploiteren;
- de reden waarom bij het beheer van enkele nationale parken samenwerking op een hoger schaalniveau gewenst is.
Bekijk het antwoord
- Juiste voorbeelden van een voordeel voor de Braziliaanse overheid zijn: (1)
- De Braziliaanse overheid hoeft niet zelf (met belastinggeld) te investeren in de nationale parken.
- De Braziliaanse overheid kan door de verkoop van exploitatierechten van de nationale parken geld verdienen.
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)
- Brazilië heeft nationale parken die grenzen aan andere landen.
- Brazilië wil internationale afspraken nakomen / maken die de natuur beschermen.
De Braziliaanse overheid verkoopt rechten aan particuliere bedrijven om de nationale parken te exploiteren.
Vraag 23 2 punten
Beredeneer waarom hierbij good governance belangrijk is.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste redenering is:
- Er komt in Brazilië corruptie voor / Bescherming van natuur en/of inheemse volken is niet altijd het primaire doel van bedrijven, (1)
- zodat het belangrijk is dat de overheid de gemaakte afspraken controleert / transparant en/of integer handelt. (1)
In de nationale parken wonen vaak inheemse gemeenschappen. Deze inheemse gemeenschappen kunnen in het beheer van de nationale parken een waardevolle rol spelen.
Vraag 24 1 punt
Geef aan waarom juist inheemse gemeenschappen een waardevolle rol kunnen spelen in het beheer van de nationale parken.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is: inheemse gemeenschappen hebben vaak veel lokale kennis van de natuur.
Het exploiteren van nationale parken in Brazilië kan de natuur in die parken schade toebrengen. Door het verbeteren van de bereikbaarheid van de nationale parken komt ook de natuur buiten die parken onder druk te staan.
Vraag 25 2 punten
Beredeneer waarom door het bereikbaarder maken van nationale parken ook de natuur buiten die parken onder druk komt te staan.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste redenering is:
- Om de bereikbaarheid van de nationale parken te verbeteren, worden wegen aangelegd, (1)
- zodat ook andere stukken (beschermde) natuur / tropisch regenwoud waar die wegen doorheen gaan toegankelijker worden (en onder druk komen te staan). (1)
De Overijsselse Vecht
Bij deze opgave horen de bronnen 15 en 16.
Gebruik bron 15 en de kaart Nederland Actueel hoogtebestand in het kaartenkatern.
bron 15
De Overijsselse Vecht
De Overijsselse Vecht, ook wel de Vecht genoemd, ontspringt in Duitsland op een hoogte van 106 meter. Na 167 kilometer mondt de rivier bij Zwolle uit in het Zwarte Water. Het stroomgebied van de Vecht is 3.780 km² groot. In de zomer kan het debiet slechts enkele m³/s zijn, terwijl in de wintermaanden een waterafvoer van 100 tot 200 m³/s mogelijk is.


Alcarta 2e editie kaartblad 17. Schaal 1: 1.200.000
Hieronder staan drie uitspraken over de Vecht.
- Uitspraak 1: de Vecht heeft in Duitsland een kleiner verval dan in Nederland.
- Uitspraak 2: de Veluwe vormt de waterscheiding tussen de IJssel en de Vecht.
- Uitspraak 3: het stroomstelsel van de Vecht is veranderd door menselijk handelen.
Vraag 26 2 punten
Geef voor elke uitspraak aan of die juist of onjuist is.
Bekijk het antwoord
| uitspraak 1: | onjuist |
| uitspraak 2: | onjuist |
| uitspraak 3: | juist |
| indien drie juiste antwoorden | 2 |
| indien twee juiste antwoorden | 1 |
| indien minder dan twee juiste antwoorden | 0 |
Gebruik bron 15.
Het waterpeil van het IJsselmeer is verhoogd. Dit leidt ook tot een verhoging van het waterpeil in de Vecht.
Vraag 27 2 punten
Geef aan
- waarom het waterpeil van het IJsselmeer verhoogd is;
- waardoor een verhoogd waterpeil van het IJsselmeer ook tot een verhoging van het waterpeil in de Vecht leidt.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)
- Een verhoogd waterpeil van het IJsselmeer zorgt voor een zoetwaterbuffer (voor droge perioden).
- Door een verhoogd waterpeil van het IJsselmeer blijft spuien op de Waddenzee (ook bij een zeespiegelstijging) mogelijk.
- Een verhoogd waterpeil van het IJsselmeer kan verzilting tegengaan.
- Uit het antwoord moet blijken dat de Vecht zijn water moeilijker kwijt kan op het Zwarte Water / Ketelmeer / Zwarte Meer / IJsselmeer. (1)
Het verhogen en versterken van de dijken tussen Zwolle en Ommen is niet genoeg om het overstromingsrisico van de Vecht te beperken. Hiervoor zijn ook verder stroomopwaarts in het stroomgebied maatregelen nodig.
Vraag 28 2 punten
Leg uit op welke manier maatregelen die verder stroomopwaarts genomen worden, het overstromingsrisico tussen Zwolle en Ommen kunnen beperken.
Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.
Bekijk het antwoord
Uit de uitleg moet blijken dat
- de maatregelen verder stroomopwaarts gericht moeten zijn op het opslaan / vasthouden van water, (oorzaak) (1)
- waardoor een verhoogde / versnelde piekafvoer van de Vecht (tussen Zwolle en Ommen) wordt voorkomen. (gevolg) (1)
Gebruik de bronnen 15 en 16 en het kaartenkatern.
bron 16


Alcarta 2e editie kaartblad 14. Schaal 1: 1.200.000
Bij het verhogen en versterken van de dijken tussen Zwolle en Ommen werkt het Waterschap Drents-Overijsselse Delta samen met Rijkswaterstaat.
Vraag 29 2 punten
Geef aan
- waarom ook Rijkswaterstaat invloed moet hebben op het waterbeheer in het beheergebied van de Drents-Overijsselse Delta;
- waarom het Waterschap Drents-Overijsselse Delta ook op een ander schaalniveau moet samenwerken.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat maatregelen in het beheergebied van het Waterschap Drents-Overijsselse Delta invloed hebben op nationaal schaalniveau (zoals de strategische zoetwatervoorraad van het IJsselmeer / de Balgstuw). (1)
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)
- Rivieren in het beheergebied van het Waterschap Drents-Overijsselse Delta stromen door meerdere provincies / gemeenten.
- Het stroomgebied van de Vecht ligt (niet alleen in Nederland, maar ook) voor een deel in Duitsland. / De rivieren in het stroomgebied van het Waterschap Drents-Overijsselse Delta ontspringen in Duitsland.
Leefbaarheidsverschillen in Nederland
Bij deze opgave horen de bronnen 17 en 18.
Gebruik de bronnen 17 en 18.
bron 17

bron 18
Leefbaarheid
De kaart hieronder gaat over leefbaarheid en wordt opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op de kaart is per gemeente de afwijking ten opzichte van het gemiddelde van Nederland te zien. De leefbaarheid hangt af van onderstaande factoren:
- de kwaliteit van de woningvoorraad;
- de beleving van de fysieke omgeving;
- het voorzieningenniveau;
- de sociale cohesie;
- de mate van overlast en onveiligheid.

Een hoge mate van stedelijkheid kan een positieve invloed hebben op de leefbaarheid. Toch is tussen de kaarten in de bronnen 17 en 18 geen duidelijk verband te zien.
Vraag 30 2 punten
Geef aan
- op welke manier stedelijkheid de leefbaarheid positief beïnvloedt;
- waarom er toch geen duidelijk verband tussen de kaarten in de bronnen 17 en 18 te zien is.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: in steden zijn veel (grootstedelijke) voorzieningen aanwezig (en dat kan positief bijdragen aan de leefbaarheid). (1)
- Uit het antwoord moet blijken dat leefbaarheid niet alleen bepaald wordt door het voorzieningenniveau / ook bepaald wordt door andere factoren (zoals de woningvoorraad, beleving van de fysieke omgeving, de sociale cohesie en/of de mate van overlast en onveiligheid). (1)
Toenemend autogebruik heeft een negatief effect gehad op het voorzieningenniveau in landelijke gebieden.
Vraag 31 2 punten
Beredeneer waarom toenemend autogebruik juist in landelijke gebieden een negatief effect op het voorzieningenniveau gehad heeft.
Gebruik in je redenering een omschrijving van het begrip drempelwaarde.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste redenering is:
- Door de auto zijn voorzieningen in de steden voor mensen die in landelijke gebieden wonen beter bereikbaar geworden, (1)
- zodat sommige voorzieningen in landelijke gebieden onvoldoende klanten kregen (en failliet gingen). (1)
Gebruik bron 18 en de kaart Midden-Nederland in het kaartenkatern.

Grote Bosatlas 56e editie kaartblad 20/21. Schaal 1: 700.000
In de gemeenten Velsen, Tiel en Schiedam wordt de leefbaarheid negatief beïnvloed door de mate van overlast en onveiligheid.
Vraag 32 2 punten
Geef aan
- waardoor de hoge mate van overlast en onveiligheid in deze gemeenten veroorzaakt wordt;
- waarom deze oorzaak ook een positief effect kan hebben op deze gemeenten.
Bekijk het antwoord
- Uit het antwoord moet blijken dat in deze gemeenten grote industrie- en/of haventerreinen liggen. (1)
- Een voorbeeld van een juist positief effect is: (bedrijven op) industrie- en/of haventerreinen leveren werkgelegenheid op. (1)
Gebruik de bronnen 17 en 18.
De kaart over de leefbaarheid is samengesteld uit vijf factoren. Uit deze kaart blijkt dat de leefbaarheid op de Waddeneilanden hoger is dan het gemiddelde van Nederland.
Vraag 33 3 punten
Geef
- de factor die niet bijdraagt aan de hoge leefbaarheid op de Waddeneilanden;
- een reden waarom de sociale cohesie juist op de Waddeneilanden hoog is;
- voor nog een andere factor een reden waarom die factor juist op de Waddeneilanden bijdraagt aan de hoge leefbaarheid.
Bekijk het antwoord
- het (lage) voorzieningenniveau (1)
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)
- De bewoners van de Waddeneilanden zijn meer op elkaar aangewezen.
- De bewoners van de Waddeneilanden wonen in gemeenschappen waar men elkaar kent.
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: (1)
- De Waddeneilanden bieden een natuurrijke leefomgeving. (de beleving van de fysieke omgeving)
- De Waddeneilanden hebben weinig criminaliteit. (de mate van overlast en onveiligheid)
- Op de Waddeneilanden staan mooie huizen / zijn geen achterstandswijken. (de kwaliteit van de woningvoorraad)
Opmerking: De factoren hoeven niet expliciet genoemd te worden.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Aardrijkskunde 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens aardrijkskunde havo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker aardrijkskunde per vraagtype nakijkt, lees je op aardrijkskunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1 telt 33 vragen. De meeste vragen gaan over globalisering (7), ontwikkelingsvraagstukken (6) en endogene en exogene processen (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/havo/documenten/cse-1/ha-0131-a-26-1-c).
Hoe oefen ik met het examen aardrijkskunde havo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.