Eindexamen economie vwo 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Rookremmers, Opgave 2 Eigen duit in zakje van de zorg, Opgave 3 Drukte in de spits, Opgave 4 Zorgen om bezorgen, Opgave 5 Rentebeleid geeft onvoldoende wind in de zeilen, Opgave 6 Gedeelde vreugd ....
Het centraal examen economie vwo 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 27. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (7), risico en verzekeren (5) en productie en kosten (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Overheid en belastingen | 1, 5-6, 24-27 | 7 |
| Risico en verzekeren | 7-11 | 5 |
| Productie en kosten | 2-4, 13 | 4 |
| Marktvormen | 16-18 | 3 |
| Geld en inflatie | 19-20, 22 | 3 |
| Vraag en aanbod | 14-15 | 2 |
| Internationale handel | 21 | 1 |
| Conjunctuur | 23 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over risico en verzekeren (19% van de vragen, gemiddeld 8%) en overheid en belastingen (27% van de vragen, gemiddeld 18%). Minder over inkomen en consumptie (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en conjunctuur (4% van de vragen, gemiddeld 12%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Rookremmers
Roken veroorzaakt veel ziekten die gelden als een economische last voor de samenleving. Veel overheden voeren daarom een antirookbeleid. Een onderzoeker heeft een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van roken verricht voor een land. Hij beschouwt rook-gerelateerde zorgkosten en productiviteitsverliezen als maatschappelijke kosten.
Vraag 1 2 punten
Leg uit waarom de gegeven voorbeelden van maatschappelijke kosten als negatieve externe effecten van roken worden gezien.
Bekijk het antwoord
- De genoemde bijkomende/onbedoelde (maatschappelijke) kosten/effecten van roken komen ten laste van anderen dan de roker zelf (1)
- en worden niet verrekend in de prijs van het product (1)
De overheid van het land heeft sigaretten belast met € 2,50 accijns per pakje. De onderzoeker heeft berekend dat ̶ zonder verder ontmoedigend beleid ̶ de maatschappelijke kosten de baten zullen blijven overtreffen. Hij presenteert in tabel 1 scenario’s van antirookbeleid. Hieruit blijkt dat de verhoging van de accijns met nog eens € 2, eventueel in combinatie met aanvullende maatregelen, de negatieve balans tussen maatschappelijke kosten en baten positief kan doen omslaan.
tabel 1 scenario’s van een antirookbeleid
scenario omschrijving MKBA
1 voortzetting van het huidige beleid - € 1,2 miljard*
2 € 2 extra accijnsverhoging op een pakje + € 2,5 miljard sigaretten
3 scenario 2 + aanvullende maatregelen + € 1,7 miljard (rookverboden, marketingbeperkingen) * Per saldo zijn de kosten hoger dan de baten.
De directie van sigarettenproducent Mores bestudeert de voorgestelde scenario’s om de gevolgen voor de eigen bedrijfsvoering door te rekenen. De financieel directeur stelt daartoe tabel 2 op, met de huidige financiële gegevens, en hij geeft een grafische weergave daarvan in figuur 1. Daarin schetst hij de marginale kostenlijn zonder accijns en de marginale kostenlijnen van scenario 1 en 2. Hij schetst ook de marginale opbrengstenlijn waar hij ervan uitgaat dat die niet verandert in scenario 2 ten opzichte van scenario 1. Mores kan in deze markt van heterogene producten enige invloed uitoefenen op de prijs van zijn eigen sigaretten.
tabel 2 financiële gegevens Mores in 2017 (scenario 1)
verkoopprijs € 11,20 afzet q = 120 totale omzet € 134,4 miljoen totale winst € 62 miljoen totale kosten in euro’s TK = ( 0,01q² + 4q + 100 ) × 100.000 (inclusief € 2,50 accijns) prijs-afzetfunctie P = -0,04q + 16 q is het aantal pakjes sigaretten (× 100.000)
figuur 1 kosten en opbrengsten voor Mores, scenario 1 en 2
16 MO, MK, P (€ per pakje sigaretten) MKscenario2
MKscenario1
MKzonder accijns
4 P MO 1,5
0
0 120 200 400 q (x 100.000 pakjes sigaretten)
Vraag 2 1 punt
Is er bij Mores sprake van proportioneel variabele kosten of progressief variabele kosten? Licht je keuze toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- progressief variabele kosten Voorbeelden van een juiste toelichting zijn: − De TK-functie heeft een progressief verloop / is een kwadratische functie. − De MK-functie is een stijgende lijn. (1)
Vraag 3 3 punten
Toon met een berekening aan dat Mores in scenario 2 maximale totale winst behaalt bij een productie van 10 miljoen pakjes.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- MO = -0,08q + 16 (1)
- MK = 0,02q + 4 + 2 (accijns) (1)
- -0,08q + 16 = 0,02q + 6 → q = 100 100 × 100.000 = 10 miljoen pakjes (1)
Vraag 4 2 punten
Bereken de maximale totale winst voor Mores in scenario 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als bij de uitwerking sprake is van doorwerkfouten uit vraag 3 (q), hiervoor geen scorepunten in mindering brengen.
Vraag 5 1 punt
Bereken hoeveel procent van de accijnsverhoging door Mores wordt doorberekend in de verkoopprijs bij winstmaximalisatie in scenario 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is: (Pscenario2 = -0,04 x 100 + 16 = € 12,00) 12,00
- 11,20 Afwentelingspercentage × 100% = 40% 2 Opmerking Wanneer de prijs bij vraag 4 foutief is berekend en dit antwoord gebruikt is bij vraag 5, kan het scorepunt worden toegekend.
Vraag 6 2 punten
Zal het accijnsbedrag dat Mores bij scenario 3 zou moeten afdragen hoger of lager zijn dan bij scenario 2? Licht je keuze toe zonder berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Als het verschuiven van de prijsafzetlijn niet is genoemd of verwoord, maximaal 1 scorepunt toekennen.
Opgave 2 Eigen duit in zakje van de zorg
De overheid van een land overweegt de zorgverzekering voortaan te laten uitvoeren door particuliere verzekeringsmaatschappijen zonder winstoogmerk. Daarbij zal iedere burger verplicht zijn om zich te verzekeren met een basispakket voor medische zorg. De verzekeringsmaatschappijen zullen niemand mogen uitsluiten van dit basispakket.
Vraag 7 2 punten
Leg uit dat zonder verzekeringsplicht voor burgers de verzekeringsmaatschappijen te maken kunnen krijgen met een proces van averechtse selectie.
Bekijk het antwoord
- Zonder verzekeringsplicht zouden ‘goede’ risico’s / mensen met weinig (verwachte) gezondheidsklachten geneigd kunnen zijn om zich niet te laten verzekeren. De verzekeringsmaatschappijen zouden dan meer ‘slechte’ risico’s / verzekerden met een relatief hoog risico overhouden, waardoor de premies zouden moeten stijgen (1)
- Hierdoor zouden nog meer ‘goede’ risico’s afvallen / relatief gezonde mensen afzien van verzekering (1)
De overheid vreest een aanhoudend sterke toename van de totale zorgkosten in het land. Om deze groei af te remmen overweegt zij in het voorgestelde systeem ook een verplicht eigen risico van € 300 per verzekerde per jaar voor te schrijven. Een econome doet onderzoek naar de gevolgen van dit eigen risico. Zij verwacht dat de jaarlijkse zorgkosten per verzekerde met 44% van het bedrag van het ingestelde eigen risico zullen afnemen, en dat verzekerden daarnaast gemiddeld € 173 per jaar binnen het eigen risico voor hun eigen zorg betalen. Volgens de econome kan de maandpremie met meer dan € 25 dalen door instelling van het eigen risico.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat het instellen van een eigen risico kan bijdragen aan een beperking van de toename van de zorgkosten voor het gehele land.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Een eigen risico houdt in dat verzekerden zelf het eerste deel van de zorgkosten moeten betalen. Dit kan leiden tot vermindering van (over)consumptie van zorg / dit kan ertoe leiden dat mensen beter letten op hun gezondheid, waardoor het de toenemende zorgkosten kan beperken. (2)
Vraag 9 2 punten
Laat met een berekening zien dat de verwachting van de econome juist is.
Bekijk het antwoord
- (44% van 300) + 173 = € 25,42. (Dit is meer dan € 25.) 12 (2)
De overheid wil dat in het nieuwe systeem verzekerden de mogelijkheid krijgen van een vrijwillig eigen risico van € 400 boven op het verplichte eigen risico. De econome onderzoekt welke verzekerden gebruik zullen maken van die mogelijkheid. Zij gaat uit van een situatie met vier groepen verzekerden. Elke verzekerde binnen een groep heeft dezelfde kansen om te maken te krijgen met zorgkosten (tabel 1). De econome gaat uit van een verlaging van de jaarlijkse premie met € 140 voor wie het vrijwillige eigen risico accepteert.
tabel 1 verwachte jaarlijkse zorgkosten per verzekerde per risicogroep
totale zorgkosten per groep I groep II groep III groep IV verzekerde per jaar € 0 10% 25% 46% 80% € 300 20% 18% 15% 10% € 1.000 45% 43% 30% 8% € 10.000 25% 14% 9% 2%
Voorbeeld ter toelichting: Van iedere persoon in groep I is de kans dat ze geen zorgkosten hebben 10%, de kans dat ze € 300 zorgkosten hebben 20%, enz.
De verzekerden in groep IV kunnen gemiddeld een financieel voordeel verwachten als ze kiezen voor een vrijwillig eigen risico.
Vraag 10 2 punten
Ga met een berekening na of verzekerden in groep III ook een financieel voordeel zullen hebben als zij kiezen voor een vrijwillig eigen risico.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer de kandidaat heeft gerekend met een extra eigen risico van € 300, maximaal 1 scorepunt toekennen bij een juiste berekening.
De directeur van een verzekeringsmaatschappij stelt dat het systeem van uniforme premies voor alle verzekerden de onderlinge solidariteit tussen verzekerden meer bevordert dan een systeem van een vrijwillig eigen risico.
Vraag 11 2 punten
Leg de stelling van de directeur uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Het verwoorden in het antwoord van de ‘behoefte aan zorg’ is essentieel voor het toekennen van scorepunten.
Opgave 3 Drukte in de spits
Vervoersmaatschappij Trains heeft het wettelijk monopolie op het verzorgen van het treinvervoer in een land gekregen. In een overeenkomst heeft de overheid opgenomen dat Trains voorafgaand aan een geplande prijsstijging eerst de noodzaak daarvan moet aantonen.
Vraag 12 3 punten
Leg uit dat een principaal-agentprobleem tussen de overheid en Trains kan optreden, en leg uit hoe de overeenkomst dit probleem vermindert.
Bekijk het antwoord
- De overheid (principaal) en Trains (agent) hebben naar verwachting verschillende doelstellingen: Trains zal meer gericht zijn op het behalen van winst, terwijl de overheid vooral de belangen van de reizigers op het oog heeft (1)
- De overheid heeft beperkt zicht op de kosten en opbrengsten van Trains. Er is sprake van informatie-asymmetrie (1)
- Deze situatie wordt (gedeeltelijk) opgeheven door de genoemde overeenkomst doordat de overheid (deels) over dezelfde informatie beschikt als Trains (1)
De minister van Verkeer hoort veel klachten over de kwaliteit van het treinvervoer. Uit tabel 1 blijkt dat de treinen tijdens de spits steeds overvol zijn en reizigers dan moeten staan. De minister wil dat daar iets aan gebeurt.
tabel 1 bezettingsgraad van vervoersmaatschappij Trains
bezettingsgraad gedurende de dag spitsuren daluren spitsuren daluren 06:00 uur tot 10:00 uur tot 16:00 uur tot na 19:00 uur 10:00 uur 16:00 uur 19:00 uur 109%* 45% 109%* 30% *Er zijn gemiddeld 9% meer reizigers dan er zitplaatsen beschikbaar zijn.
De directie van Trains buigt zich over de kritiek. Een directielid stelt voor om reizen tijdens de spitsuren 10% duurder te maken en reizen tijdens de daluren 10% goedkoper: “Reizigers zullen voor hun reis steeds meer de spits mijden en voor de daluren kiezen, waardoor de overbezetting tijdens de spitsuren vermindert. Bovendien is tijdens de daluren extra afzet te verwachten door een toeloop van extra reizigers.” De minister betwijfelt of dit voorstel het probleem kan oplossen: “Berekening op basis van prijselasticiteiten (tabel 2) laat zien dat er bij dit prijsvoorstel sprake blijft van overbezetting tijdens de spits.”
tabel 2 prijselasticiteiten van de vraag naar treinreizen
prijselasticiteit van de vraag kruislingse prijselasticiteit van de vraag naar reizen tijdens spitsuren naar reizen tijdens spitsuren als reactie op de prijs van reizen tijdens daluren
- 0,2 + 0,3
Vraag 13 3 punten
Bereken aan de hand van tabel 2 de bezettingsgraad tijdens de spits als gevolg van het prijsvoorstel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: • Bij de stijging van het tarief in de spits met 10% daalt de gevraagde hoeveelheid in de spits met 2% (doordat E v = − 0,2) (1) • Bij daling van het tarief in de daluren met 10% daalt de gevraagde hoeveelheid in de spits met 3% (doordat Ek = + 0,3) (1) • De bezettingsgraad wordt: 109 × 0,98 × 0,97 = 103,62 of 109 × 0,95 = 103,55 (1) (3)
De directeur van Trains verwacht dat met het prijsvoorstel de totale kosten ongeveer gelijk blijven en de kosten per reiziger dalen.
Vraag 14 2 punten
Verklaar deze verwachting.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een toenemend aantal reizigers (in de daluren) zal nauwelijks tot meer totale kosten leiden, omdat de toename gerealiseerd kan worden binnen de reeds bestaande capaciteit (met enkel een hogere bezettingsgraad) (1)
- De gemiddelde totale kosten zullen afnemen, omdat de totale constante kosten over meer treinreizigers verdeeld kunnen worden (1)
De Vereniging voor Beter Openbaar Vervoer vindt dat de belangen van consumenten worden geschaad door een verhoging van de tarieven voor het reizen tijdens de spits. Een woordvoerder van Trains antwoordt: “Vooral voor recreatieve gebruikers van het spoor kan dit prijsvoorstel het consumentensurplus juist laten toenemen.”
Vraag 15 2 punten
Verklaar de stelling van de woordvoerder.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juiste verklaring zijn: − Recreatieve gebruikers die tot dusver onvoldoende betalingsbereidheid hadden om met het openbaar vervoer te reizen, kunnen met het lage tarief voor de daluren hier nu wel voor kiezen. (Dit leidt tot toename van het consumentensurplus voor deze groep) − Door verlaging van de (dal)prijs wordt het verschil tussen de betalingsbereidheid van consumenten en de (dal)prijs groter, en neemt het consumentensurplus toe voor de gebruikers van het (dal)tarief. (2)
Opgave 4 Zorgen om bezorgen
De Nationale Concurrentie Autoriteit (NCA) in een land vraagt zich af of er op de snel groeiende markt van pakketbezorging voor bedrijven aan consumenten voldoende concurrentie is en de tarieven niet te hoog zijn. De NCA heeft daarom onderzoek gedaan naar de marktverhoudingen op deze markt. De fragmenten en figuren komen uit het onderzoeksrapport. Om de mate van concurrentie vast te stellen bepaalt de NCA de concentratiegraad op de markt met behulp van de Herfindahl-Hirschman Index (HHI, fragment 2). Als de HHI boven de 2.000 ligt, kent de betreffende markt volgens de NCA onvoldoende concurrentie.
fragment 1
Op de markt van pakketbezorging voor bedrijven aan consumenten zijn vier koeriersbedrijven actief: Rapservice, OBAR, ThuisBest en VDTD. Hun klanten zijn met name webwinkels die de bezorging van pakketten laten uitvoeren. Het aantal bezorgde pakketten groeit jaarlijks sterk, alleen in het jaar 2015 al met maar liefst 11,3%.
fragment 2
De HHI wordt berekend door de gekwadrateerde marktaandelen (in procenten) van alle spelers in de markt bij elkaar op te tellen. Deze kan liggen tussen 0 (volledige concurrentie) en 10.000 (monopolie). HHI = α1² + α2² + α3² + ... + αn² HHI = Herfindahl-Hirschman Index α 1, 2, 3, n = marktaandeel bedrijf 1, 2, 3, ...n (in procenten)
De NCA concludeert: “De markt van pakketbezorging voor bedrijven aan consumenten kende in het jaar 2015 onvoldoende concurrentie.”
Gebruik figuur 1 bij vraag 16 op de volgende pagina.
Vraag 16 2 punten
Toon de conclusie van de NCA aan met een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Een alternatieve juiste berekening moet ook goedgekeurd worden, bijvoorbeeld HHI > 60 2 > 2.000.
figuur 1 marktaandelen pakketbezorging in 2015, % van totale marktafzet
7% Legenda: 8% Rapservice OBAR ThuisBest VDTD
25% 60%
figuur 2 gemiddeld tarief in euro’s per pakket
7,2 6,95 7,0
6,8 6,75
6,6 6,53
6,4 6,25 6,2
6,0
5,8 Rapservice OBAR ThuisBest VDTD
Rapservice reageert op de conclusie van de NCA: “NetShop, de grootste webwinkel van het land, laat pakketten bezorgen door Rapservice. In totaal draagt dit voor 75% bij aan de totale afzet van Rapservice. NetShop heeft zo een sterke onderhandelingspositie en de tarieven die Rapservice aan dit bedrijf rekent zijn relatief laag. De leveringen voor dit bedrijf bedragen zodoende slechts 50% van onze omzet.”
Vraag 17 3 punten
Bereken hoeveel procent het gemiddelde tarief dat NetShop betaalt bij Rapservice lager is dan het gemiddelde tarief bij Rapservice.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Een alternatieve juiste berekening moet ook goedgekeurd worden
Een tevredenheidsonderzoek wijst uit dat de klanten ook voor Rapservice kiezen vanwege het meest fijnmazige bezorgnetwerk en de beste kwaliteit van bezorgen. De NCA toont zich hierdoor extra bezorgd over de dominante positie van Rapservice op deze markt.
Vraag 18 2 punten
Verklaar deze bezorgdheid van de NCA. Maak hierbij gebruik van fragment 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Als de klanten de kwaliteit van Rapservice beter vinden, zullen ze ook een hogere betalingsbereidheid / een voorkeur hebben om bezorgingen door Rapservice te laten doen. De snelle groei van de markt kan daardoor meer ten goede komen aan Rapservice, waardoor de mate van concurrentie zal verminderen. (2)
Opgave 5 Rentebeleid geeft onvoldoende wind in de zeilen
Tijdens de recessie in de jaren 2008
- 2010 steeg de werkloosheid in een land tot 8% van de beroepsbevolking en daalde de inflatie tot 0,2%. Zowel de Rijksoverheid als de Centrale Bank (CB) streefden naar een stabiele inflatie van 2% per jaar. De CB verlaagde daartoe de rente voor leningen aan de banken tot 0%. Mede hierdoor nam de groei van het bruto binnenlands product (bbp) weer toe en kon in 2017 gesproken worden van hoogconjunctuur, met een forse daling van de werkloosheid. De inflatie bleef echter ruim beneden het gewenste percentage.
Vraag 19 3 punten
Leg uit dat een renteverlaging door de CB kan leiden tot toename van de inflatie. Maak hierbij een onderscheid tussen bestedingsinflatie en loonkosteninflatie.
Bekijk het antwoord
- Een renteverlaging kan leiden tot afname van de besparingen / tot toename van kredietverstrekking, waardoor de bestedingen toenemen (1)
- Dit kan leiden tot toename van de productie, waardoor overbezetting / benadering productiecapaciteit / krapte op de goederenmarkt kan ontstaan, wat leidt tot toename van de bestedingsinflatie (1)
- De toename van de productie kan leiden tot een toename van de vraag naar arbeid en van de lonen (sterker dan de stijging van de arbeidsproductiviteit). Bedrijven kunnen de stijging van de loonkosten (per product) doorberekenen in de verkoopprijzen, wat leidt tot toename van de loonkosteninflatie (1)
Een econoom merkte op: “Het achterblijven van de inflatie kan een gevolg zijn geweest van technologische ontwikkelingen. Ook het feit dat de internationale handel de afgelopen tien jaar belangrijker is geworden voor dit land kan de binnenlandse inflatie hebben afgeremd.”
Vraag 20 2 punten
Verklaar via de arbeidsmarkt dat technologische ontwikkelingen kunnen hebben bijgedragen aan het laag blijven van de inflatie.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juiste verklaring zijn: − Door technologische ontwikkelingen kan de stijging van de arbeidsproductiviteit groter zijn dan de loonstijging. Op grond van kostenoverwegingen bestaat er nu geen aanleiding voor bedrijven om de prijzen te verhogen (aangezien de loonkosten per product dalen). − Als gevolg van kapitaalintensievere productie (bijvoorbeeld robotica) kan de vraag naar arbeid dalen ten opzichte van het aanbod, waardoor een neerwaartse druk op de lonen ontstaat / een hogere werkloosheid ontstaat. De neerwaartse druk op de lonen / hogere werkloosheid leidt tot lagere loonkosten of tot minder bestedingen, wat een neerwaarts effect heeft op het prijspeil. (2)
Vraag 21 2 punten
Verklaar de opmerking van de econoom over de invloed van de internationale handel op het laag blijven van de inflatie in het land.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juiste verklaring zijn: − Binnenlandse aanbieders die te maken hebben met concurrentie uit het buitenland kunnen zich extra hebben ingezet om door kostenbesparingen hun prijzen laag te houden, wat bijdroeg aan het laag blijven van de inflatie. − Binnenlandse aanbieders kunnen zijn weggeconcurreerd door efficiënter producerende buitenlandse concurrenten, wat een neerwaarts effect heeft gehad op het prijsniveau. − Binnenlandse aanbieders kunnen meer grondstoffen of halffabricaten inkopen uit het buitenland om de kosten te drukken, met een neerwaarts effect op het prijsniveau als gevolg. − Door de toegenomen handel maken geïmporteerde producten een groter deel uit van het pakket consumptiegoederen waar de consumentenprijsindex/het inflatiecijfer op gebaseerd is (ervan uitgaande dat de prijs van geïmporteerde goederen stabiel is). (2)
Om de inflatie te verhogen, kan de CB het rente-instrument als gevolg van de zero lower bound niet meer verder naar beneden aanpassen.
De econoom stelt: a “Via stimulerend begrotingsbeleid heeft de rijksoverheid nog wel de mogelijkheid om de inflatiedoelstelling te bereiken. b Gezien de huidige rentestand én de verwachte inverdieneffecten van stimulerend begrotingsbeleid zal het laten ontstaan van een overheidstekort slechts in geringe mate ten koste gaan van de ruimte voor overheidsbestedingen in de toekomst.”
Vraag 22 3 punten
Licht beide stellingen van de econoom toe.
Bekijk het antwoord
- Verhoging van de overheidsuitgaven / verlaging van de belastingen kan leiden tot een toename van de bestedingen, waarmee de inflatiedoelstelling alsnog kan worden bereikt (1)
- Dankzij toename van de bestedingen / van economische bedrijvigheid kan de overheid in komende jaren hogere belastingontvangsten / lagere uitgaven voor de sociale zekerheid tegemoet zien (1)
- Bij een overheidstekort zal de overheid moeten lenen. Door de lage rente zullen de rentelasten over deze leningen in de toekomst laag zijn, zodat deze in mindere mate andere uitgaven zullen verdringen (1)
Opgave 6 Gedeelde vreugd ...
In een ontwikkelingsland is de inkomensverdeling in de laatste jaren schever geworden. De minister van economische zaken wijt dit onder meer aan de vertraging van de economische groei in deze periode. Hij verwacht dat een herverdeling van hoge inkomens naar lage inkomens via belastingen, subsidies en uitkeringen zal leiden tot extra economische groei en hij laat een voorstel doorrekenen door het Planbureau (PB). Zonder de herverdeling is de verwachte groei van het bbp 1,1% per jaar. Dan zou na vijf jaar het bbp 5,62% hoger liggen. Het PB schat dat de voorgestelde herverdeling ertoe zal leiden dat de groei van het bbp in elk van de volgende jaren structureel 0,78 procentpunt hoger zal zijn.
Vraag 23 2 punten
Bereken op basis van de schatting hoeveel procent het bbp, in geval van de herverdeling, na vijf jaar hoger zal zijn dan bij ongewijzigd beleid.
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor een andere juiste wijze van afronden kunnen ook scorepunten worden toegekend.
Het PB betoogt dat verkleining van de inkomensongelijkheid de economische groei extra kan stimuleren: a Door een herverdeling van de inkomens kan via de vraagzijde van de goederenmarkt een toename van de economische groei tot stand komen. b Toename van het inkomen in de armste gezinnen kan ertoe leiden dat kinderen opleidingskansen die ze anders hadden gemist, nu wel kunnen benutten. c Dit draagt bij aan een hoger opleidingsniveau van de bevolking, waardoor de toekomstige groei van het bbp kan toenemen.
Een oppositiepartij betoogt juist dat meer inkomensongelijkheid de economische groei kan stimuleren: I. Doordat mensen met hogere inkomens relatief minder van hun inkomen consumeren dan mensen met lagere inkomens, kan een toenemende ongelijkheid van de inkomensverdeling via de werking van de vermogensmarkt leiden tot een grotere productiecapaciteit. II. Beloningsverschillen die gekoppeld zijn aan de arbeidsproductiviteit bevorderen de economische groei.
Vraag 24 2 punten
Leg argument a uit.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Herverdeling van de inkomens zal leiden tot een toename van het inkomen van de laagste inkomens. Zij besteden een relatief groter gedeelte van hun inkomen dan de hoge inkomens. Dit zal leiden tot een toename van de consumptie bij de lagere inkomensgroepen zonder dat de consumptie van de hogere inkomensgroepen noemenswaardig zal afnemen. De bestedingen in het land zullen dan toenemen (hetgeen leidt tot meer economische groei). (2)
Vraag 25 2 punten
Leg argument c uit.
Bekijk het antwoord
- Een hoger opleidingsniveau betekent dat arbeiders een hogere arbeidsproductiviteit hebben (1)
- en daardoor een hoger inkomen hebben, wat ten goede komt aan de toekomstige groei van het bbp (1)
Vraag 26 2 punten
Leg argument I uit.
Bekijk het antwoord
Opmerking Het tweede scorepunt kan alleen worden toegekend als een juiste uitleg is gegeven voor het eerste scorepunt.
Vraag 27 1 punt
Leg bewering II uit.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Alleen als beloning is gekoppeld aan productiviteit zullen mensen die een hoger inkomen willen, een prikkel hebben om hun productiviteit te vergroten door extra scholing / door harder te werken (waardoor de totale productie zal toenemen). (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-1022-a-19-2-o
Andere examens economie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2019, tijdvak 2?
Het centraal examen economie vwo 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 27. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (7), risico en verzekeren (5) en productie en kosten (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2019, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2019, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vwo/documenten/cse-2/vw-1022-a-19-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.