Eindexamen economie vwo 2022, tijdvak 3: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Insectenburgers, niet voor de poes, Opgave 2 Noorwegen leert van Nederland, Opgave 3 Vasthouden aan de parto, Opgave 4 Wijzer van de conjunctuurklok, Opgave 5 Activerend arbeidsmarktbeleid, Opgave 6 Monetair geschut tegen de recessie.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (7), internationale handel (5) en conjunctuur (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 3, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Geld en inflatie7-8, 10, 27-307
Internationale handel6, 13-165
Conjunctuur17-215
Productie en kosten2-54
Arbeidsmarkt22-24, 264
Overheid en belastingen11-12, 253
Inkomen en consumptie91

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over geld en inflatie (24% van de vragen, gemiddeld 11%) en arbeidsmarkt (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over overheid en belastingen (10% van de vragen, gemiddeld 19%) en risico en verzekeren (0% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2022, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2022, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2022, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Insectenburgers, niet voor de poes

In een land heeft het bedrijf Grasshoppers in samenwerking met een landbouwuniversiteit een ‘insectenburger’ ontwikkeld. Er is marktonderzoek verricht in het universiteitsrestaurant. Daaruit blijkt dat er een markt kan zijn voor insectenburgers. De onderneming besluit dan ook de insectenburgers te gaan produceren, maar streeft in het eerste jaar nog niet naar maximale totale winst. Voor de start van de productie gaat het management van Grasshoppers uit van de gegevens in tabel 1.

tabel 1 verwachte gegevens bij introductie van insectenburgers

Qv = -5.000P + 100.000 Qv = totale vraag insectenburgers in kilo’s P = verkoopprijs in euro’s per kilo insectenburger TVK = 2,5Q totale variabele kosten van de productie (en afzet) van de insectenburgers in euro’s TCKl = 140.000 totale constante loonkosten in euro’s TCKo = 260.000 totale overige vaste kosten in euro’s (met name ontwikkelingskosten) Toelichting: de vraagfunctie is afgeleid uit het gehouden marktonderzoek.

De huidige verkoopprijs per kilo voor een hamburger van vlees is € 7,50 en deze burger wordt gezien als een substituut van de insectenburger. Voor de insectenburger wordt een introductieprijs van € 10 per kilo gekozen. De onderzoeker beseft dat de vraagfunctie van insectenburgers slechts een schatting is van de werkelijke vraagfunctie van consumenten in het land: studenten die meededen aan het onderzoek zijn qua eetgewoonten en inkomen mogelijk niet representatief voor de Nederlandse bevolking. Hij stelt: “Hierdoor zou de waarde van de autonome vraag van 100.000 kilo zowel een onderschatting als een overschatting kunnen zijn.”

Vraag 1 2 punten

Leg de stelling van de onderzoeker uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De autonome vraag kan zijn onderschat, doordat een student in het algemeen een lager inkomen heeft dan de gemiddelde consument (1)
  • De autonome vraag kan zijn overschat, doordat studenten naar alle waarschijnlijkheid andere voorkeuren hebben vergeleken met niet- studenten / met de rest van de bevolking (1)

De gekozen prijs zal naar verwachting in het eerste productiejaar leiden tot een verlies van € 25.000. De directie heeft berekend dat bij elke andere verkoopprijs ook verlies zou zijn gedraaid.

Vraag 2 3 punten

Bereken op basis van de gegevens in tabel 1 bij welke prijs sprake zou zijn geweest van minimaal verlies voor Grasshoppers in het eerste jaar.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • GO = P = − Q + 20 → TO = − Q2 + 20Q 5.000 5.000 1 MO = (TO’) = − Q + 20 2.500 MK = (TK’) = 2,5 (1)
  • minimaal verlies bij MO = MK → − Q + 20 = 2,5 → Q = 43.750 (1)
  • Deze Q invullen in de vraagfunctie: 43.750 = -5.000 P + 100.000 Een minimaal verlies wordt dus behaald bij een prijs van € 11,25 per kilo (1)

De directie besluit om in het eerste jaar niet te streven naar maximale winst, maar naar maximale omzet.

Vraag 3 2 punten

Geef een argument voor de directie om in het eerste jaar te kiezen voor het streven naar maximale omzet in plaats van maximale winst.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: Bij het streven naar maximale omzet past een lagere prijs dan bij het streven naar maximale winst. Een lagere prijs trekt meer klanten, en dit biedt uitzicht op een vaste klantenkring / meer naamsbekendheid (wat uiteindelijk kan leiden tot toename van de winst). (2)

VW-1022-a-o De overheid wil het op de markt brengen van insectenburgers door Grasshoppers steunen, met het oog op de maatschappelijke zorg over de milieuoverlast door vleesproductie. Er ligt een voorstel op tafel voor toekenning van een tijdelijke subsidie van € 1,75 per kilo als gedeeltelijke dekking van de variabele kosten, onder de voorwaarde dat de verkoopprijs van insectenburgers wordt verlaagd naar € 9 per kilo. Vier aspecten worden in beschouwing genomen: a de verwachte winstgevendheid van Grasshoppers b de verwachte kosten van de subsidie, gegeven de verwachte vraag c het bewaken van de concurrentie op de markt d de wens van de overheid om negatieve externe effecten te beperken

Het ministerie van Economische Zaken is op basis van aspecten a en b tegenstander van het subsidievoorstel.

Vraag 4 2 punten

Geef op basis van aspecten a en b een argument tegen het voorstel. Licht het antwoord toe met behulp van een berekening.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als de toename van de winst is berekend op € 70.937,50 (op basis van het minimale verlies bij vraag 2) ook het eerste scorepunt toekennen.

Het ministerie van Milieu is op basis van aspecten c en d vóór het subsidievoorstel. Het ministerie van Economische Zaken is op basis van dezelfde aspecten tegen het subsidievoorstel.

Vraag 5 2 punten

Geef op basis van aspecten c en d een argument vóór en een argument tegen het voorstel.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist argument vóór het voorstel zijn: (1) − Tijdelijke subsidie van insectenburgers kan de nieuwe onderneming in staat stellen om de concurrentie later op eigen kracht aan te kunnen. − De milieuschade kan worden beperkt als de introductie van insectenburgers een succes wordt. Voorbeelden van een juist argument tegen het voorstel zijn: (1) − De verlening van subsidie verstoort de concurrentie. De producenten van vlees kunnen bezwaar maken dat zij niet worden gesubsidieerd. − De negatieve externe effecten beperken door middel van een subsidie legt een beslag op de belastingbetaler. (2)

Opgave 2 Noorwegen leert van Nederland

In 1959 vond de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een enorm aardgasveld in de Groningse bodem. Leidingen werden aangelegd zodat huishoudens van aardgas konden worden voorzien. Ook werden veel langlopende exportcontracten voor aardgas afgesloten. Hierdoor stroomde er veel geld in de Nederlandse schatkist waarmee de overheid een deel van haar lopende uitgaven financierde. Beleggingsexpert Van Zijl kijkt in het jaar 2017 terug op deze periode: “De jarenlange export van gas veroorzaakte, via de koers van de toenmalige gulden, werkloosheid.”

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat volgens Van Zijl de export van gas tot werkloosheid heeft kunnen leiden.

Bekijk het antwoord
  • De Nederlandse export van gas leidde tot een toenemende vraag naar de gulden, waardoor de koers steeg, de internationale concurrentiepositie verslechterde (1)
  • en de export van veel andere goederen en diensten daalde, met als gevolg daling van de productie en stijging van de werkloosheid (1)

Uit een krant (januari 2017):

Sinds de vondst van grote olie- en gasvelden onder de Noordzee is Noorwegen een belangrijke exporteur van olie en gas geworden. In de jaren negentig besloot de Noorse overheid haar inkomsten uit eigen verkoop van olie en gas, evenals de winstbelasting van de Noorse oliebedrijven, jaarlijks onder te brengen in een staatsfonds. Het fonds wordt voornamelijk in het buitenland belegd. De samenstelling van de beleggingen van het fonds was in 2016: 62,5% in aandelen; 3,2% in vastgoed en het overige deel in buitenlandse (staats)obligaties. In

2016 boekte het fonds een gemiddeld rendement van 8,7% op aandelen; 0,8% op vastgoedbeleggingen en 4,3% op buitenlandse (staats)obligaties. Het fonds dient voornamelijk om de komende lasten van vergrijzing op te vangen. Een wet bepaalt dat de Noorse overheid jaarlijks maximaal 4% aan het fonds mag onttrekken om haar lopende uitgaven te financieren.

Vraag 7 1 punt

Bereken het rendement van het Noorse staatsfonds in 2016.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: (0,625 x 8,7) + (0,032 x 0,8) + (0,343 x 4,3) = 6,94% (1)

Van Zijl komt met twee stellingen op basis van dit artikel:

  • De beleggingen van dit fonds zorgen ervoor dat de Noorse betalingsbalans niet te veel uit evenwicht raakt.
  • De Noorse overheid en de Nederlandse overheid hebben voor de bestemming van de exportopbrengsten van gas (en olie) een verschillende intertemporele afweging gemaakt.

Vraag 8 2 punten

Licht de eerste stelling toe.

Bekijk het antwoord
  • De exportopbrengsten van gas zorgen voor ingaande geldstromen op (de lopende rekening van) de betalingsbalans (1)
  • Deze worden gecompenseerd door uitgaande geldstromen op (de kapitaalrekening van) de betalingsbalans als gevolg van de internationale beleggingen van het fonds (1)

Vraag 9 1 punt

Leg uit aan de hand van de tweede stelling welk land een hoge tijdsvoorkeur heeft.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: De Nederlandse overheid heeft de inkomsten uit export van aardgas direct ingezet voor lopende overheidsuitgaven en heeft daarmee een hoge tijdsvoorkeur. (De Noorse overheid spaart de olieverdiensten op voor later / voor de financiering van toekomstige overheidsuitgaven. De Noorse overheid heeft een lage tijdsvoorkeur) (1)

VW-1022-a-o De Noorse regering heeft op advies van de Noorse Centrale Bank besloten om vanaf begin 2017 de beleggingen in aandelen op te schroeven naar 70% ten koste van obligaties. Van Zijl: “Dit lijkt verstandig aangezien de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft becijferd dat de groei van de wereldeconomie in 2017 doorzet naar 3,5%, maar de beleggingsportefeuille is nu wel conjunctuurgevoeliger .…”

Vraag 10 3 punten

Schrijf het vervolg van de uitspraak van beleggingsexpert Van Zijl. In het vervolg moeten de volgende aspecten aan de orde komen:

  • een verklaring waarom de samenstelling van de nieuwe beleggingsportefeuille conjunctuurgevoeliger is geworden;
  • het effect van de veranderingen in risico’s van de nieuwe beleggingsportefeuille op de betaalbaarheid van de vergrijzing bij een eventuele omslag naar een laagconjunctuur.
Bekijk het antwoord

Opmerking Bij de tweede deelscore maximaal 1 scorepunt toekennen als de toename van het risico niet is genoemd.

Opgave 3 Vasthouden aan de parto

Om de stabiliteit van de gemeenschappelijke munt, de parto, te waarborgen hebben landen die deelnemen aan een Economische en Monetaire Gemeenschap (EMG) afspraken gemaakt over overheidsbegrotingen waaraan lidstaten moeten voldoen. Deze afspraken zijn opgesplitst in een zogenoemde correctieve arm en preventieve arm (deze zijn te zien in figuur 1 en gelden bij een laagconjunctuur).

figuur 1 afspraken ten behoeve van stabiliteit van de parto

lidstaten met → regels voor begrotingsbeleid correctieve arm:

financieringstekort • financieringstekort moet > 2,5% van het bbp omlaag

  • anticyclisch begrotingsbeleid is niet toegestaan

lidstaten met → regels voor begrotingsbeleid preventieve arm:

financieringstekort • overheidsuitgaven mogen ≤ 2,5% van het bbp niet harder stijgen dan de economische groei. Een uitzondering geldt voor werkloosheidsuitkeringen

  • anticyclisch begrotingsbeleid beperkt toegestaan

Vraag 11 2 punten

Leg uit waarom bij de preventieve arm voor de beperking van overheidsuitgaven een uitzondering geldt voor werkloosheidsuitkeringen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Als een lidstaat te kampen krijgt met tegenvallende economische groei kunnen de (groeiende) werkloosheidsuitkeringen de inkomensterugval beperken, zodat de afname van de bestedingen en daarmee de productie beperkt blijven. (2)

De economie van Drostland, een kleine lidstaat van de EMG, kampt met een hardnekkige laagconjunctuur (zie tabel 1).

tabel 1 financieringstekort, staatsschuld en bbp in Drostland

2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 financieringstekort

- als % van het bbp 3,5 3,4 3,3 3,1 3,1 3,1 3,0 ....

- in miljard 11,6 11,5 10,9 10,3 10,5 10,8 10,5 10,1 staatsschuld

- als % van het bbp 59 61,4 66,4 68,7 70,1 72,6 75,2 76,8

- in miljard 196 207,5 218,4 228,7 239,2 250,0 260,5 270,6 waarde bbp

- in miljard 332 338 329 333 339 344 346 ....

Vraag 12 2 punten

Toon met een berekening aan dat voor Drostland in 2017 de correctieve arm van toepassing is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • financieringstekort = × 100% = 2,87% (1) 352,3 2,87% > 2,5% (en dat betekent dat de correctieve arm van toepassing is)

VW-1022-a-o De regering van Drostland wil zelf anticyclisch begrotingsbeleid (conjunctuurbeleid) kunnen voeren en besluit de EMG te verlaten. De parto is hiermee niet langer wettig betaalmiddel in het land en de droste wordt als munt ingevoerd. Drostland blijft wel deelnemen aan het Gemeenschappelijk Wisselkoers Mechanisme (GWM).

figuur 2 effect van conjunctuurbeleid op koersbepaling droste

koers droste in parto’s

Qa = 250P - 200 1,636 bandbreedte 1,360 1,209

Qa' = 250P - 120

Qv = - 100P + 276

Q (in miljarden drosten) Qa = aangeboden hoeveelheid drosten Qa’= aangeboden hoeveelheid drosten na nieuw conjunctuurbeleid Qv = gevraagde hoeveelheid drosten

Deelnemende landen aan het GWM koppelen hun valuta aan een spilkoers: een vaste waarde ten opzichte van de parto. De wisselkoers mag hier een vast gelijk percentage naar boven of naar beneden van afwijken. Dit zijn de bovenste en onderste interventiekoersen. Het verschil tussen deze koersen is de bandbreedte.

Vraag 13 2 punten

Bereken de bandbreedte in procenten van de spilkoers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: 1,209 + 1,636

Opmerking Voor een andere juiste afronding / berekening kunnen ook scorepunten worden toegekend.

De overheid van Drostland kan nu zelfstandig conjunctuurbeleid voeren en besluit de tarieven van de inkomstenbelasting te verlagen. Dit leidt via de lopende rekening van de betalingsbalans tot een daling van de koers van de droste (zie figuur 2). Om te voorkomen dat de koers onder de bandbreedte daalt, kan de Centrale Bank (CB) van het land kiezen tussen een renteaanpassing of steunaankopen op de valutamarkt. Zij kiest voor het laatste.

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat het gevoerde conjunctuurbeleid heeft geleid tot een koersdaling van de droste.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het verlagen van de tarieven van inkomstenbelasting leidt tot hogere besteedbare inkomens waardoor er meer wordt geïmporteerd van de handelspartners van de EMG (1)
  • met als gevolg dat het aanbod van de droste / de vraag naar de parto stijgt en de koers van de droste daalt (1)

Vraag 15 2 punten

Leg uit dat een renteaanpassing niet geschikt is als instrument om de koersdaling tegen te gaan, met het oog op de laagconjunctuur in Drostland.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De rente zou verhoogd moeten worden om kapitaalimport en vraag naar de droste uit te lokken (zodat de wisselkoers van de droste kan toenemen tot binnen de bandbreedte) (1)
  • Door een renteverhoging worden de binnenlandse bestedingen echter afgeremd en dat is niet wenselijk gezien de hardnekkige laagconjunctuur (1)

Vraag 16 2 punten

Bereken het minimale bedrag in parto’s van de benodigde steunaankopen door de CB van Drostland op de valutamarkt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Qv = −100 × 1,209 + 276 = 155,1 Qa’ = 250 × 1,209 – 120 = 182,25 op te kopen drosten: 182,25 − 155,1 = 27,15 miljard (1)
  • interventies in parto’s: 27,15 miljard × 1,209 = 32,82 miljard (1)

Opgave 4 Wijzer van de conjunctuurklok

Hans is beleggingsadviseur bij een bank. Hij gebruikt een aangepaste versie van de conjunctuurklok (figuur 1) om de stand en het verloop van de economie te voorspellen. Hiermee kan hij inschatten hoe bijvoorbeeld aandelenkoersen zich zullen ontwikkelen en kan hij zijn beleggingsadviezen onderbouwen. Deze conjunctuurklok is samengesteld door een statistisch bureau en laat van een aantal indicatoren zien of deze duiden op een opgang of neergang van de conjunctuur. De symbolen staan op de plaats die de positie van de indicator in het laatste kwartaal van 2017 aangeeft.

De schaalverdeling op de assen geldt alleen voor de verandering van het reële bbp, de uitvoer en de reële investeringen. Voor consumentenvertrouwen en werkloosheid geldt een afwijkende schaal.

Zo geldt voor het consumentenvertrouwen dat dit zich in een hoogconjunctuur bevindt, maar wel is afgenomen ten opzichte van het vorige kwartaal.

figuur 1 conjunctuurklok van kwartaal 4 (2017)

boven de trend (in procentpunt) 0,4

0,3

0,2

afname groei 0,1 toename groei t.o.v. vorig t.o.v. vorig kwartaal kwartaal in procent- -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0 0,1 0,2 0,3 0,4 in procent- punten -0,1 punten

-0,2

-0,3

-0,4 onder de trend (in procentpunt) Legenda: = procentuele stijging van het reële bbp ten opzichte van het voorafgaande kwartaal = procentuele stijging van de reële investeringen door bedrijven. = consumentenvertrouwen = werkloosheid = uitvoer

Toelichting: de trendmatige ontwikkeling van het bbp is 0,3% reële groei per kwartaal.

VW-1022-a-o Hans leest in een toelichting op de conjunctuurklok dat de werkloosheid een achterlopende indicator is. De werkloosheid begint pas af te nemen als er al enige tijd een opgaande conjunctuur is.

Vraag 17 2 punten

Leg uit waarom de werkloosheid een achterlopende indicator is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring via een opgaande conjunctuur: In een opgaande conjunctuur zal een werkgever niet direct personeel aannemen omdat hij moet investeren in de (bedrijfsspecifieke) kennis van het personeel / wil aanzien of de stijging van de vraag aanhoudt / eerst uit een voorraad verkoopt / een tijdelijke stijging van de productie opvangt met het bestaande personeel of uitzendkrachten, waardoor een opgaande conjunctuur niet meteen leidt tot een afname van de werkloosheid. of Een voorbeeld van een juiste verklaring via een neergaande conjunctuur: Bij een tegenvallende conjunctuur zal een werkgever niet direct personeel ontslaan omdat hij geïnvesteerd heeft in de kennis van zijn personeel / wil aanzien of de daling van de vraag aanhoudt / niet meteen personeel kan ontslaan in verband met ontslagbescherming, waardoor een neergaande conjunctuur niet meteen leidt tot een toename van de werkloosheid. (2)

Vraag 18 1 punt

Is de werkloosheid gedaald of gestegen in het laatste kwartaal van 2017 ten opzichte van een kwartaal eerder? Licht je antwoord toe met behulp van figuur 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • gedaald Een voorbeeld van een juiste toelichting is: De indicator ‘werkloosheid’ staat in het eerste kwadrant (rechtsboven), wat betekent: de werkloosheidsontwikkeling bevindt zich in een hoogconjunctuur. Dat betekent een daling van de werkloosheid. (1)

Vraag 19 2 punten

Bereken met behulp van figuur 1 de procentuele stijging van het reële bbp in het vierde kwartaal van 2017 ten opzichte van het tweede kwartaal van 2017.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor 0,5% + 0,4% wordt het tweede scorepunt ook toegekend.

Hans verwacht dat de investeringen van bedrijven in het eerste kwartaal van 2018 in het kwadrant rechtsboven zullen liggen. Hij baseert deze verwachting op een andere indicator in de conjunctuurklok.

Vraag 20 2 punten

Geef een argument voor de verwachting van Hans over de investeringen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Het bbp stijgt al twee kwartalen. Dat betekent dat om de productie nog verder te laten groeien de productiecapaciteit uitgebreid moet worden / bedrijven genoeg vermogen kunnen opbouwen om investeringen te doen (en dus komt de indicator in het kwadrant rechtsboven). − De uitvoer stijgt al twee kwartalen. Dat betekent dat er een toenemende vraag naar producten komt vanuit het buitenland. Om deze vraag aan te kunnen zal de productiecapaciteit uitgebreid moeten worden (en dus komt de indicator in het kwadrant rechtsboven). (2)

Ondanks de hoogconjunctuur is Hans voorzichtig in zijn voorspellingen over de aandelenkoersen. Op basis van zijn analyse van de conjunctuurklok over het laatste kwartaal van 2017 voorspelt Hans een mogelijke daling van de aandelenkoersen in 2018 tegen de achtergrond van de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen.

Vraag 21 2 punten

Onderbouw de voorspelling van Hans in het advies.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (Er is sprake van hoogconjunctuur, maar) het consumentenvertrouwen is al gedaald. Daaruit valt af te leiden dat het gaat om het einde van een hoogconjunctuur. Het is te verwachten dat de vraag zal gaan dalen (1)
  • waardoor (de productie zal dalen en) bedrijven minder winst kunnen maken en aandelen minder aantrekkelijk worden / in koers dalen (1)

Opgave 5 Activerend arbeidsmarktbeleid

In een land brengen de toegenomen arbeidsongeschiktheid en de stijgende vergrijzing de financiering van de sociale verzekeringen, waarbij het omslagstelsel wordt toegepast, in gevaar. De minister van Sociale Zaken analyseert de situatie en gebruikt daarbij onder andere tabel 1.

tabel 1 verhouding tussen inactieven en actieven, 2009 - 2018

2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 0,670 0,654 0,630 0,6450 0,649 0,631 0,629 0,620 0,618 0,616

Onder inactieven worden uitkeringsgerechtigden verstaan (bijvoorbeeld voor werkloosheid, staatspensioen, bijstand). Onder actieven worden de werkenden verstaan. Een i/a-ratio (inactieven/actieven) van 0,5 betekent dat voor iedere inactieve er twee actieven staan.

De minister van Sociale Zaken concludeert op basis van de tabel dat: a de regering zich moet inzetten om de participatiegraad te laten stijgen, met als gevolg dat de i/a-ratio verder omlaag kan; b als het niet lukt om de i/a-ratio te laten dalen, toekomstige regeringen steeds meer moeite zullen krijgen om bij vergrijzing de financiering van het staatspensioen rond te krijgen. Hierdoor ontstaat een grotere druk op de solidariteit binnen en tussen generaties. c indien het niet lukt om de i/a-ratio verder te verlagen, de pensioenleeftijd verder zal worden verhoogd.

Vraag 22 3 punten

Geef een verklaring voor conclusie b en verklaar de grotere druk op de solidariteit binnen generaties en tussen generaties.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als er niet meer actieven bijkomen, om de premies te betalen voor degenen met een staatspensioen, stijgt de premiedruk voor de financiering van het toenemend aantal gepensioneerden (als gevolg van de vergrijzing vanwege het gehanteerde omslagstelsel). Hierdoor komt de financiering van het staatspensioen in gevaar (1)
  • Dit gaat ten koste van de solidariteit tussen generaties, aangezien werkenden steeds meer moeten betalen aan de ouderen (1)
  • Dit gaat ten koste van de solidariteit binnen generaties, aangezien de werkenden meer bijdragen aan de uitkeringen van ouderen dan de inactieven die later ook een pensioen ontvangen, maar zelf niet bijdragen (1)

Vraag 23 2 punten

Geef twee verklaringen hoe de i/a-ratio verlaagd zal worden als de pensioenleeftijd wordt verhoogd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij verhoging van de pensioenleeftijd zijn er minder inactieven waardoor de teller kleiner wordt (de i/a ratio stijgt) (1)
  • Bij verhoging van de pensioenleeftijd zijn er meer actieven omdat mensen langer doorwerken en zal de noemer groter worden (de i/a ratio stijgt) (1)

VW-1022-a-o De minister van Sociale Zaken stelt een aanpassing voor van de Wet inkomstenbelasting met als doel om meer doelgroepen zoals werklozen en bijstandsgerechtigden te stimuleren de arbeidsmarkt te betreden. De voorgestelde aanpassing staat in tabel 2.

tabel 2 oud en nieuw stelsel van inkomstenbelasting

oud stelsel inkomstenbelasting nieuw stelsel inkomstenbelasting (2018): (ingaande 2019): schijven tarief schijven tarief

€ 0 - 12.000 37% € 0 - 20.000 35% € 12.001 - 37.000 41% € 20.001 - 70.000 40% € 37.001 - 67.000 42% > € 70.000 50% > € 67.000 52% arbeidskorting Voor mensen met een € 1.000 per persoon per jaar arbeidsinkomen tot maximaal € 15.000 per jaar is de arbeidskorting € 1.500. Voor mensen met een arbeidsinkomen vanaf € 15.000 per jaar wordt deze korting verminderd met € 40 per € 1.000 extra jaarinkomen.

Vraag 24 2 punten

Noem twee aspecten van de voorgestelde belastingaanpassing die de genoemde doelgroepen eerder kunnen activeren om betaald werk te gaan zoeken. Licht beide aspecten toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van twee scorepunten dienen twee antwoorden te zijn gegeven.

De voorgestelde verandering van de wet inkomstenbelasting heeft niet alleen gevolgen voor de groep inactieven. De minister van Sociale Zaken wil ook weten wat de gevolgen zijn voor de huidige actieven. Hij verwacht namelijk dat de actieven zich hierdoor minder zullen aanbieden op de arbeidsmarkt. In het land geldt dat het modale belastbaar arbeidsinkomen € 38.500 is per jaar.

Vraag 25 3 punten

Bereken het belastingvoordeel door de stelselherziening voor de modale werknemer.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • In het oude stelsel is het te betalen belastingbedrag (per jaar): (12.000 x 0,37) + (25.000 x 0,41) + (1.500 x 0,42) − 1000 = € 14.320 In het nieuwe stelsel is het te betalen belastingbedrag (per jaar): (20.000 x 0,35) + (18.500 x 0,40) − de arbeidskorting (1)
  • De arbeidskorting is € 1.500 − (23,5 x 40) = € 940 (1)
  • Het te betalen belastingbedrag is dan 14.400 − 940 = € 13.840 Het voordeel is dan € 14.320 − € 13.840 = € 480 (1)

Vraag 26 2 punten

Leg de verwachting van de minister uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Door een daling van de te betalen belasting zal het besteedbaar inkomen stijgen. Hierdoor kunnen actieven besluiten om minder uren te werken bij een gelijkblijvend nettoloon. Het aanbod van arbeid in uren zal hierdoor dalen. (2)

Opgave 6 Monetair geschut tegen de recessie

In een land zijn in 2014 enkele banken failliet gegaan. De overheid heeft grote banken nog nét kunnen redden. Ondanks de aanvulling van het eigen vermogen hadden die banken onvoldoende dekkingsmiddelen op hun balansen. De banksector kreeg te maken met een vertrouwenscrisis, die mede de aanleiding was voor een recessie in de jaren 2014 en 2015.

De staatsschuldquote bedroeg op 1 januari 2015 100% van het bruto binnenlands product (bbp). Over het jaar 2015 was het overheidstekort opgelopen tot 6% van het bbp. Voor de jaren 2014 en 2015 zijn de waarden van enkele macro-economische grootheden gepresenteerd in tabel 1.

tabel 1 macro-economische gegevens tijdens de recessie

variabele 2014 2015 maatschappelijke geldhoeveelheid (M) € 81 miljard € 82 miljard nationaal inkomen € 500 miljard € 505,5 miljard

Bij de analyses ging een econoom uit van de verkeersvergelijking van Fisher: M × V = P × T. Voor de symbolen geldt: M = geldhoeveelheid in handen van het publiek V = de gemiddelde omloopsnelheid van het geld P = het gemiddelde prijsniveau van de transacties T = het aantal transacties

Vraag 27 2 punten

Verklaar via de vermogensmarkt dat onvoldoende dekkingsmiddelen op de bankbalansen een aanleiding kunnen zijn tot een recessie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Banken met onvoldoende dekkingsmiddelen op hun balansen durven minder kredieten aan te bieden, waardoor het aanbod van vermogen daalt en daardoor de rente stijgt, wat een remmend effect heeft op investeringen / consumptieve bestedingen, en daarmee op het (reële) bbp. − Banken met onvoldoende dekkingsmiddelen kunnen door de vertrouwenscrisis te maken krijgen met mensen die hun spaargeld weghalen. Hierdoor daalt het aanbod van vermogen, waardoor de rente stijgt, wat een remmend effect heeft op investeringen / consumptieve bestedingen, en daarmee op het (reële) bbp. − Banken met onvoldoende dekkingsmiddelen op hun balansen moeten aanvullend spaargeld aantrekken / extra spaargeld vragen. Een middel hiertoe is het verhogen van de spaarrente, wat een remmend effect heeft op investeringen / consumptieve bestedingen, en daarmee op het (reële) bbp. (2)

Vraag 28 1 punt

Toon met een berekening aan dat de omloopsnelheid in het land in 2015 ten opzichte van 2014 nauwelijks is veranderd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: (PxT ) 500 505,5 V= = = 6,17 in 2014 en = 6,16 in 2015. M 81 (82) (De gemiddelde omloopsnelheid is nauwelijks veranderd). (1)

In 2015 heeft de directie van de Centrale Bank besloten om in de jaren die volgen de geldhoeveelheid sterk te verhogen. Dit wordt ook wel aangeduid als een ‘ruimgeldpolitiek’.

Vraag 29 2 punten

Verklaar via de verkeersvergelijking van Fisher dat een ruimgeldpolitiek conjunctureel herstel kan bespoedigen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Een stijging van M zorgt bij een constante V voor een stijging van T. De economie bevindt zich namelijk in een laagconjunctuur, waardoor het productievolume kan stijgen zonder dat de extra bestedingen (meteen) tot extra inflatie leiden. (2)

Vraag 30 2 punten

Leg uit dat door de daling van het consumentenvertrouwen op korte termijn de ruimgeldpolitiek de recessie niet zou kunnen bestrijden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Een stijging van M zal als gevolg van een daling van het consumentenvertrouwen op korte termijn gepaard gaan met oppotten, en dit leidt tot een daling van V. Hierdoor zal de totale geldstroom niet groter worden, waardoor ook T niet hoeft te stijgen / de reële economie geen positieve impuls krijgt (op korte termijn is P constant). (2)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2022, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-1022-a-22-3-o

Andere examens economie vwo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2022, tijdvak 3?

Het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 3 loopt tot vraag 30. Van 29 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (7), internationale handel (5) en conjunctuur (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2022, tijdvak 3?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2022, tijdvak 3?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-3/vw-1022-a-22-3-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2022, tijdvak 3 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.