Eindexamen economie vwo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Zorgverzekering, Concurreren met zekerheid, IJssalon, Eilanden verbonden, Groen ontgroeien, Groenten.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vwo 2025, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (6), geld en inflatie (6) en productie en kosten (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vwo 2025, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Risico en verzekeren1-3, 5-6, 106
Geld en inflatie8-9, 11, 20, 23-246
Productie en kosten12-14, 26-275
Speltheorie15-16, 28-294
Conjunctuur19, 21-22, 254
Overheid en belastingen4, 7, 183
Inkomen en consumptie171

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over risico en verzekeren (21% van de vragen, gemiddeld 8%) en speltheorie (14% van de vragen, gemiddeld 4%). Minder over internationale handel (0% van de vragen, gemiddeld 12%) en overheid en belastingen (10% van de vragen, gemiddeld 19%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Zorgverzekering

In een land gaan inwoners voor zorgbehandelingen naar zorgaanbieders zoals huisartsen, fysiotherapeuten of ziekenhuizen. De overheid van het land bewaakt en controleert de kwaliteit van de geleverde zorg.

Vraag 1 1 punt

Is een zorgbehandeling een collectief goed? Motiveer je antwoord.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Nee, er is geen sprake van een collectief goed want een zorgbehandeling is rivaliserend: als iemand een zorgbehandeling krijgt, kan iemand anders deze niet krijgen.
  • Nee, er is geen sprake van een collectief goed want zorgaanbieders kunnen mensen uitsluiten als de zorgvragers niet (kunnen) betalen voor de zorgbehandeling.

De overheid vindt dat iedereen in het land recht heeft op gezondheidszorg. Om de kosten te kunnen dekken, komt er een verplichte zorgverzekering. Zorgverzekeraars kunnen verzekerden niet weigeren. Verzekerden betalen maandelijks premie aan een zorgverzekeraar. De zorgverzekeraars zijn niet in staat om vooraf te bepalen of de verzekerden goede of slechte risico's zijn.

Vraag 2 2 punten

Leg uit of averechtse selectie kan optreden binnen de zorgverzekeringen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Er is geen sprake van averechtse selectie omdat binnen de markt van zorgverzekeringen sprake is van een verplichte verzekering.
  • Hierdoor moeten de goede risico's zich ook verzekeren / hierdoor worden de goede risico's niet uit de markt gedreven.

Een econoom onderzoekt de zorgverzekeringsmarkt en bekijkt de Zoohee! zorgverzekering voor jongeren. Bij deze verzekering geldt een eigen risico.

Tabel 1 Zoohee! zorgverzekering

met wettelijk eigen risicomet verhoogd eigen risico
eigen risico€ 385 per jaar€ 885 per jaar
premie€ 108,25 per maand€ 86,25 per maand

Jongeren hebben over het algemeen weinig zorgkosten. Het kan voordelig zijn om een verhoogd eigen risico te nemen. De totale zorgkosten voor een jongere bestaan uit de premie en de zorgkosten die binnen het eigen risico worden gemaakt.

Vraag 3 2 punten

Bereken tot welk bedrag aan zorgkosten per jaar het voor een jongere voordeliger is om een verhoogd eigen risico te nemen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Bij een wettelijk eigen risico zijn de maximale zorgkosten per jaar: 12 x 108,25 + 385 = 1.684.
  • Bij een verhoogd eigen risico geldt een jaarlijkse premie van: 12 x 86,25 = 1.035. De totale zorgkosten zijn gelijk als de zorgkosten 1.684 − 1.035 = 649 per jaar bedragen. Dus tot € 649 aan zorgkosten is een verhoogd eigen risico voordelig.

of

  • De hogere maandelijkse zorgkosten zijn (108,25 − 86,25) = 22. Dit is 22 x 12 = 264 per jaar.
  • De totale zorgkosten zijn gelijk als de zorgkosten 264 + 385 = 649 per jaar bedragen. Dus tot € 649 aan zorgkosten is een verhoogd eigen risico voordelig.

of

  • Het verschil in maximale zorgkosten bij een verhoogd eigen risico is ((86,25 x 12) + 885) − ((108,25 x 12) + 385) = 236.
  • De totale zorgkosten zijn gelijk als de zorgkosten 885 − 236 = 649 per jaar bedragen. Dus tot € 649 aan zorgkosten is een verhoogd eigen risico voordelig.

De totale zorgkosten in het land nemen toe. De overheid besluit daarom dat het eigen risico niet meer geldt voor huisartsbezoeken. Uit onderzoek blijkt dat daardoor de totale zorgkosten kunnen afnemen.

Vraag 4 2 punten

Leg uit dat de totale zorgkosten kunnen afnemen door het besluit van de overheid.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als er geen eigen risico is voor huisartsenbezoek, gaan mensen eerder naar de huisarts.
  • Dat kan uiteindelijk leiden tot lagere totale zorgkosten, omdat zieken eerder worden behandeld / duurdere specialistische zorg wordt vermeden.

Zorgverzekeraars zijn actief op een heterogene oligopolistische markt, waarbij hun zorgverzekeringen verschillen in voorwaarden en premies. Vergelijkingssites vergelijken deze voorwaarden en premies van de verschillende zorgverzekeringen. Consumenten kunnen via zo'n vergelijkingssite een zorgverzekering afsluiten.

Vraag 5 2 punten

Leg uit dat de opkomst van vergelijkingssites de doelmatigheid van de zorgverzekeringsmarkt kan vergroten.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat:

  • Een uitleg van het verband tussen de vergelijkingssites en de hoogte van de premies.
  • Een uitleg van het verband tussen de premies en het totale surplus / consumentensurplus.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Door de vergelijkingssites neemt de informatie toe. Dit leidt tot meer concurrentie waardoor zorgverzekeraars zorg scherper zullen inkopen. Als ze deze lagere kosten doorberekenen leidt dit tot lagere premies.
  • Dit houdt in dat (bij een vaste betalingsbereidheid) het totale surplus stijgt (en daarmee de doelmatigheid in de markt toeneemt).

of

  • Door de vergelijkingssites hebben consumenten toegang tot betere / meer informatie. Dit leidt tot meer concurrentie en dus lagere premies.
  • Dit zorgt voor een hoger consumentensurplus, aangezien consumenten producten en diensten krijgen die beter aansluiten bij hun behoeften, en dat tegen lagere prijzen (en dus neemt de doelmatigheid toe).

of

  • Door de vergelijkingssites hebben consumenten toegang tot betere / meer informatie. Hierdoor dalen hun zoekkosten waardoor de betalingsbereidheid van consumenten kan toenemen.
  • Dit zorgt voor een hoger consumentensurplus, aangezien consumenten producten en diensten krijgen die beter aansluiten bij hun behoeften (en dus neemt de doelmatigheid toe).

Per afgesloten verzekering betalen zorgverzekeraars een vaste vergoeding aan een vergelijkingssite. De econoom: “Uit mijn onderzoek blijkt dat vergelijkingssites onderhandelen met de verzekeraars over de hoogte van de (vaste) vergoeding per afgesloten verzekering. Hierdoor ontstaat een principaal-agentprobleem tussen de consument (de principaal) en de vergelijkingssite (de agent).”

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat er sprake kan zijn van een principaal-agentprobleem.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Er is sprake van tegengestelde belangen: de consument / verzekeringsnemer (principaal) wil de goedkoopste / beste verzekering, de vergelijkingssite (agent) kan verzekeringen adviseren waar de vergelijkingssite zelf belang bij heeft / waar ze zelf de hoogste bijdrage voor ontvangt.
  • Er is sprake van asymmetrische informatie: de verzekeringsnemer / consument weet niet of de vergelijkingssite in het belang van de verzekeringsnemer adviseert.

Concurreren met zekerheid

Het land Mañan heeft een waardevast staatspensioen dat via het omslagstelsel wordt gefinancierd. Het aanvullend pensioen belooft dit staatspensioen aan te vullen tot een vast, totaalbedrag van 70% van het laatstverdiende (nominale) brutoloon. Het totale pensioen is daarmee niet waardevast. Werknemers moeten een aanvullend pensioen opbouwen bij één van de commerciële pensioenfondsen die het kapitaaldekkingsstelsel gebruiken. De nominale brutolonen veranderen niet.

Vraag 7 2 punten

Is er bij het staatspensioen of bij het aanvullend pensioen sprake van intergenerationele ruil? Leg je antwoord uit.

Bekijk het antwoord

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Bij het staatspensioen worden de pensioenuitkeringen van de huidige gepensioneerden gefinancierd door de premies die de huidige werkenden betalen. Er is dus sprake van intergenerationele ruil.
  • Bij het aanvullend pensioen is er sprake van private besparingen. De pensioenuitkering is direct gekoppeld aan de zelf ingelegde premies. Bij het aanvullend pensioen is dus geen sprake van intergenerationele ruil (en bij het staatspensioen wel).

Vraag 8 2 punten

Leg uit dat de premie voor het aanvullend pensioen kan dalen als de inflatie stijgt.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg van het effect van inflatie op het staatspensioen.
  • Een uitleg van het effect van stijgende staatspensioenen op het aanvullend pensioen en de pensioenpremie.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Het staatspensioen is waardevast. Een hogere inflatie betekent dat het staatspensioen wordt verhoogd.
  • Het pensioenfonds hoeft minder aanvullend pensioen uit te keren om het totale pensioen aan te vullen tot 70% van het laatstverdiende brutoloon. De pensioenfondsen kunnen daarom de pensioenpremies verlagen.

Opmerking: Als een kandidaat redeneert via het effect van inflatie op de rente en de premie kunnen maximale scorepunten worden behaald.

De pensioenfondsen beleggen hun vermogen in aandelen en obligaties. Pensioenfondsen concurreren met elkaar (= marktwerking) op basis van de ingelegde pensioenpremie. Werknemers ontvangen alleen informatie over de verhouding tussen obligaties en aandelen waarin een pensioenfonds belegt en de maandelijkse premie die ze moeten betalen. In Mañan kunnen werknemers wisselen van pensioenaanbieder.

Figuur 1 toont de relevante factoren binnen de markt voor aanvullende pensioenen.

Figuur 1 Factoren die de hoogte van de aanvullende pensioenen beïnvloeden

\text{dekkingsgraad} = \frac{\text{huidig vermogen pensioenfonds}}{\text{huidige waarde toekomstige pensioenuitkeringen}} \times 100\%

Stel dat de inflatie hoger wordt dan de gewenste inflatie van de centrale bank.

Vraag 9 2 punten

Leg met behulp van figuur 1 uit dat deze hogere inflatie zorgt voor een stijgende dekkingsgraad.

Schema met de factoren die de hoogte van de aanvullende pensioenen beïnvloeden, met de formule voor de dekkingsgraad. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg van het effect van inflatie op de rentestand.
  • Een uitleg van het effect van de rente via huidige waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen (de noemer).

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij een hogere inflatie (dan gewenst) zal de centrale bank (vanwege de monetaire beleidsregel) ervoor kiezen om de rente te verhogen.
  • Een hogere rente zorgt voor een lagere huidige waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen waardoor de dekkingsgraad zal stijgen.

Vraag 10 2 punten

Leg met behulp van figuur 1 uit dat marktwerking tot een lagere premie kan leiden.

Schema met de factoren die de hoogte van de aanvullende pensioenen beïnvloeden, met de formule voor de dekkingsgraad. Bekijk in Opgaven, pagina 4

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg van het effect van marktwerking op de bedrijfskosten.
  • Een uitleg van het effect van bedrijfskosten op de premies.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Doordat werknemers kunnen overstappen naar een andere pensioenaanbieder ontstaat marktwerking. Dit zorgt ervoor dat pensioenfondsen zo efficiënt mogelijk willen werken zodat de bedrijfskosten dalen.
  • Als ze dit doorberekenen zal ook de premie dalen.

of

  • Marktwerking kan pensioenfondsen stimuleren om innovatieve beleggingsstrategieën en -producten te ontwikkelen die betere rendementen kunnen opleveren of lagere risico's hebben. Deze betere producten / strategieën kunnen de kosten van het pensioenfonds verlagen.
  • Als ze dit doorberekenen zal ook de premie dalen.

Naar verwachting hebben de pensioenfondsen over 25 jaar een bedrag nodig van € 450 miljard. Momenteel is de gemiddelde dekkingsgraad van alle pensioenfondsen samen gelijk aan 92%, waarbij wordt uitgegaan van een rente van 1%. Men verwacht dat de rente stijgt naar 2%. Dit leidt tot een nieuwe dekkingsgraad.

Vraag 11 3 punten

Analyseer het effect van de stijgende rente op de betaalbaarheid van de pensioenen. Doe het als volgt:

  • Bereken de nieuwe dekkingsgraad.
  • Leg uit of de betaalbaarheid van de pensioenen verbetert.
Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een berekening van het huidige vermogen.
  • Een berekening van de dekkingsgraad.
  • Een correcte gevolgtrekking uit de berekening van de dekkingsgraad over de betaalbaarheid van de toekomstige pensioenen.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De huidige contante waarde van de toekomstige uitkeringen (bij een rente van 1%) = 450 miljard / (1,01^25) ≈ 350,896 miljard. Huidig vermogen is 350,896 miljard x 0,92 = 322,82 miljard.
  • De contante waarde van de toekomstige verplichtingen bij een rente van 2% = 450 miljard / (1,02^25) = 274,29 miljard. De dekkingsgraad bij 2% = (322,82 / 274,29) x 100% = 117,7%.
  • De dekkingsgraad is gestegen (117,7% > 92%) waardoor de pensioenfondsen beter kunnen voldoen aan de toekomstige verplichtingen / waardoor toekomstige pensioenen beter betaalbaar worden.

Aanvulling: Het derde element van het juiste antwoord wordt vervangen door: “Een correcte gevolgtrekking uit de berekening van de dekkingsgraad / een correcte uitleg over de betaalbaarheid van de toekomstige pensioenen.” (1 scorepunt).

IJssalon

Een onderneemster opent in 2023 ijssalon Guarda. Guarda is de eerste ijssalon binnen een groot gebied, waardoor ze een monopoliepositie heeft. Op basis van een marktonderzoek heeft Guarda de vraag naar ijsjes bepaald (zie tabel 1 en figuur 1).

Tabel 1 Gegevens marktonderzoek Guarda

Qv = −50P + 210Qv = vraag naar ijsjes in duizenden; P = prijs per ijsje in euro's
TK = 0,005Q² + 1,2Q + 30TK = totale kosten in duizenden euro's; Q = het aantal ijsjes in duizenden

Figuur 1 Opbrengsten en kostenfuncties van Guarda

Guarda behaalt maximale winst bij een prijs van € 3 per ijsje.

Vraag 12 2 punten

Bereken de winst per ijsje.

Grafiek van de opbrengst- en kostenfuncties van Guarda: GO, GVK en GTK tegen het aantal ijsjes Q (x 1.000). Bekijk in Opgaven, pagina 6

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Qv = (−50 x 3) + 210 = 60 (x 1.000)
  • TK = 0,005 x 60² + 1,2 x 60 + 30 = 120 (x 1.000); GTK = 120.000 / 60.000 = 2
  • GW = GO − GTK = 3 − 2 = € 1

indien drie elementen juist: 2; indien twee elementen juist: 1; indien een of geen elementen juist: 0

of via aflezen:

  • Bij een prijs van € 3 bij de GTK-functie geldt dat GTK = 2.
  • GW = GO − GTK = 3 − 2 = € 1

Aanvulling: De scoring wordt vervangen door: “Uit het antwoord moet blijken (via berekening of aflezen): GW = GO − GTK = 3 − 2 = € 1” (2 scorepunten).

Vraag 13 1 punt

Arceer in de uitwerkbijlage de totale vaste (constante) kosten bij een verkoopprijs van € 3 per ijsje.

Kopie van de grafiek van figuur 1 (P, GO, GVK en GTK tegen Q) waarin de totale vaste kosten gearceerd moeten worden. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 1

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is een arcering van een rechthoek van Q = 0 tot Q = 60 (x 1.000), tussen ongeveer € 1,50 en € 2 in de grafiek van het correctievoorschrift (de arcering zelf is hier niet overgenomen).

In 2024 stijgen voor Guarda de variabele kosten ten opzichte van 2023 met € 0,25 per ijsje. De overige gegevens blijven hetzelfde.

Vraag 14 4 punten

Bereken hoeveel procent van de gestegen variabele kosten wordt doorberekend in de verkoopprijs.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • De variabele kosten stijgen met 0,25Q. TKnieuw = 0,005Q² + 1,2Q + 0,25Q + 30, dus MK = 0,01Q + 1,45
  • Qv = −50P + 210, dus P = −0,02Q + 4,2 en TO = −0,02Q² + 4,2Q, dus MO = −0,04Q + 4,2
  • MO = MK: −0,04Q + 4,2 = 0,01Q + 1,45, dus Q = 55 en Pnieuw = −0,02 x 55 + 4,2 = 3,10
  • De gestegen variabele kosten worden doorberekend met ((3,1 − 3) / 0,25) x 100% = 40%.

Begin 2025 raakt Guarda de monopoliepositie kwijt door de opening van ijssalon Orso Bianco. Deze ijssalon heeft dezelfde productiekosten als Guarda. Orso Bianco treedt toe met een lagere prijs. Consumenten zien de ijsjes van Orso Bianco als perfect substituut voor de ijsjes van Guarda, waardoor beide salons via een prijzenoorlog in een gevangenendilemma kunnen belanden.

Vraag 15 2 punten

Leg uit dat Guarda en Orso Bianco in een gevangenendilemma kunnen belanden als consumenten de ijsjes als perfecte substituten zien.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg dat beide ijssalons een dominante strategie hebben om de prijs te verlagen.
  • Een uitleg dat voor beide de omzet / winst zal dalen en er hierdoor een gevangenendilemma ontstaat.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De consument let alleen op de prijs (omdat ijsjes als perfect substituut worden gezien). Beide zaken zullen de prijs net iets lager willen vaststellen dan de concurrent (om alle vraag aan te trekken). De dominante strategie voor beide ijssalons is dan het (steeds verder) verlagen van de prijs.
  • Dit leidt tot een suboptimale uitkomst / gevangenendilemma, omdat ze beide een lagere omzet / winst hebben dan in de uitgangssituatie.

Guarda wil een prijzenoorlog vermijden. Guarda past zelfbinding toe door advertenties op sociale media te plaatsen. In deze advertenties staat een vaste verkoopprijs voor 2025, in combinatie met een laagsteprijsgarantie. Dit houdt het volgende in: als consumenten een ijsje voor een lagere prijs kunnen krijgen bij concurrent Orso Bianco, dan geeft Guarda een korting van 25% op die lagere prijs.

Vraag 16 2 punten

Leg uit dat door deze manier van zelfbinding het risico op een prijzenoorlog wordt beperkt.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg dat Guarda (als tweede speler) de (prijs)strategie van Orso Bianco zal volgen.
  • Een uitleg dat het verlagen van de prijs door Orso Bianco leidt tot een omzetdaling van Orso Bianco en dat een prijzenoorlog wordt beperkt.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De laagsteprijsgarantie bindt Guarda aan het volgen van de strategie van Orso Bianco. Als Orso Bianco de prijs verlaagt, zal Guarda dit als gevolg van de advertenties ook moeten doen.
  • Hierdoor weet Orso Bianco (op voorhand) dat hun omzet / winst bij een prijsdaling zal dalen ten opzichte van de omzet / winst bij een gelijkblijvende prijs. Orso Bianco heeft een prikkel om prijzen niet te verlagen (waardoor het risico op een prijzenoorlog wordt beperkt).

Eilanden verbonden

De ministers van Economische Ontwikkeling van de Caribische eilanden willen meer met elkaar handelen. Om deze wens te onderzoeken stelt een econoom een korte-termijnmodel op voor Curaçao (zie figuur 1). Voor de eenvoud is Aruba de enige handelspartner van Curaçao. In het model is de munteenheid van Curaçao de Caribische gulden (XCG) en de munteenheid van Aruba de Arubaanse florin (AWG).

In het model is het arbeidsinkomen de inkomstenbron van de gezinnen op Curaçao.

Vraag 17 2 punten

Bereken de arbeidsinkomensquote (AIQ) van Curaçao.

Schema van de arbeidsmarkt, vermogensmarkt en goederen- en dienstenmarkten van Curaçao en Aruba, met de geldstromen S, I, C, E en M. Bekijk in Opgaven, pagina 9

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • Het totale arbeidsinkomen = 120 x 1.000 x 26.000 = 3,12 miljard (XCG)
  • AIQ = (3,12 mld / 5,45 mld) = 0,572 (of 57,2%).

Aanvulling: Opmerking: Een antwoord waarbij geldt dat AIQ = 100% kan juist zijn. Toelichting: Uit de zin boven vraag 17 zou kunnen worden opgemaakt dat gezinnen op Curaçao geen andere inkomstenbronnen hebben dan inkomen uit arbeid.

De Curaçaose overheid is niet getoond in het model, maar het overheidssaldo kan wel worden berekend.

Vraag 18 2 punten

Bereken het overheidssaldo van Curaçao en geef aan of er sprake is van een tekort of een overschot.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • (S − I) + (B − O) = (E − M): (664 − 1.200) + (B − O) = (250 − 860)
  • B − O = −74. Dus er is sprake van een tekort (van 74 miljoen XCG).

of

  • Y = C + I + O + E − M: 5.450 = 3.960 + 1.200 + O + 250 − 860, O = 900
  • Y = C + B + S: 5.450 = 3.960 + B + 664, B = 826
  • B − O = −74. Dus er is sprake van een tekort (van 74 miljoen XCG).

In Curaçao stijgt de vraag naar arbeid, waardoor de loonkosten stijgen. De econoom wil uitzoeken wat de gevolgen zijn voor het inflatieniveau op Aruba.

Vraag 19 2 punten

Teken deze oorzaak en gevolgen in de uitwerkbijlage. Doe het als volgt:

  • Teken de nieuwe vraag en/of aanbodlijnen op: de Curaçaose arbeidsmarkt, de Curaçaose goederen- en dienstenmarkt, de Arubaanse goederen- en dienstenmarkt. (Verschuif de nieuwe vraag en/of aanbodlijnen ongeveer 1 cm)
  • Vul in de uitwerkbijlage in of de evenwichtsprijzen op de verschillende markten stijgen of dalen.

Kopie van de markten van figuur 1 om de verschuivingen in te tekenen, met de tabel 'Veranderingen evenwichtsprijzen' om stijgt of daalt in te vullen. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat: het correct tekenen van de vraaglijn naar rechts op de arbeidsmarkt en de conclusie dat het loonniveau stijgt; het correct tekenen van de vraaglijn naar rechts op de Curaçaose goederen- en dienstenmarkt en de conclusie dat de inflatie op Curaçao stijgt; het correct tekenen van de vraaglijn naar rechts op de Arubaanse goederen- en dienstenmarkt en de conclusie dat de inflatie op Aruba stijgt. Indien drie elementen juist: 2; indien twee elementen juist: 1; indien een of geen elementen juist: 0.

Opmerking: Voor het tweede en derde antwoordelement: als de geaggregeerde aanbodlijnen op Curaçao en Aruba correct zijn verschoven in plaats van / in combinatie met de geaggregeerde vraaglijnen, kunnen de maximale scorepunten worden behaald.

Een voorbeeld van een juiste tekening staat in het correctievoorschrift als figuur (niet overgenomen). Een voorbeeld van een juiste conclusie op basis van de tekening:

  • loonniveau Curaçao stijgt
  • inflatie Curaçao stijgt
  • inflatie Aruba stijgt

De centrale bank van Curaçao besluit een ruimer monetair beleid te voeren.

Vraag 20 2 punten

Leg uit welk effect het monetair beleid van de Curaçaose centrale bank, via de valutamarkt, heeft op de conjunctuur van Aruba.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg over het verband tussen rente en de wisselkoers.
  • Een uitleg over het verband tussen de wisselkoers en de conjuncturele situatie op Aruba.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Bij een renteverlaging daalt de vraag (van buitenlandse beleggers) naar de Caribische gulden en daarmee de wisselkoers van de XCG (in andere munten).
  • Dit leidt tot meer import / minder export door Aruba en minder productie door Aruba. Hiermee verslechtert de conjuncturele situatie op Aruba.

Groen ontgroeien

In een land is de huidige consumptie niet duurzaam ten opzichte van wat de aarde aankan. Huishoudens besluiten hun verantwoordelijkheid te nemen en minder te consumeren. Een econoom analyseert de effecten van deze gedragsverandering met behulp van het Keynesiaanse kruis (zie figuur 1).

Figuur 1 Keynesiaans kruis

EV0 = oude effectieve vraag (voor de gedragsverandering) = 400 + 0,5Y

EV1 = nieuwe effectieve vraag (na de gedragsverandering) = 360 + 0,4Y

De econoom stelt: “Door de gedragsverandering van consumenten is zowel de ligging als de helling van de EV1-curve veranderd ten opzichte van de EV0-curve.”

Vraag 21 2 punten

Leg beide veranderingen van de EV1-curve ten opzichte van de EV0-curve uit.

Keynesiaans kruis met de lijn Y = EV, de oude effectieve vraag EV0 en de nieuwe effectieve vraag EV1, tegen het bbp in mld. Bekijk in Opgaven, pagina 10

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg over de ligging van de effectieve vraagcurve.
  • Een uitleg over de helling van de effectieve vraagcurve.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Een antwoord voor de ligging: de autonome consumptie daalt / bij ieder inkomen besluiten consumenten minder te consumeren, waardoor de effectieve vraagcurve naar beneden verschuift.
  • Een antwoord voor de helling: de marginale consumptiequote daalt / van elk extra inkomen wordt er minder geconsumeerd, waardoor de effectieve vraagcurve vlakker verloopt.

Door de gedragsverandering ontstaat een negatieve output gap. De econoom analyseert twee maatregelen: het voeren van begrotingsbeleid of monetair beleid.

De overheid kan de overheidsbestedingen verhogen. Dit heeft twee gevolgen voor het groen bbp.

Vraag 22 2 punten

Leg uit dat door de hogere overheidsbestedingen het groen bbp zowel kan dalen als kan stijgen.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Hogere overheidsbestedingen leiden tot een hoger bbp. Als het saldo van de monetaire waarde (verbetering − schade) van het milieu positief of 0 is, stijgt het groen bbp. of Hogere overheidsbestedingen leiden tot een hoger bbp. Als het saldo van de monetaire waarde (verbetering − schade) van het milieu negatief is, en kleiner dan de bbp-stijging, dan stijgt het groen bbp.
  • Hogere overheidsbestedingen leiden tot een hoger bbp. Als het saldo van de monetaire waarde (verbetering − schade) van het milieu negatief is en groter dan de bbp-stijging, dan daalt het groen bbp.

De econoom wil ook analyseren of het monetaire beleid invloed heeft na de gedragsverandering. De econoom schetst daarom een nieuw model (zie figuur 2).

Figuur 2 IS-MB-model

IS0 = IS-curve voor de gedragsverandering

IS1 = IS-curve na de gedragsverandering

Door de gedragsverandering is de helling van de IS-curve veranderd. Dit heeft effect op de effectiviteit van monetair beleid.

Vraag 23 2 punten

Leg uit of monetair beleid effectiever of minder effectief is geworden door de gedragsverandering.

IS-MB-model met de reële rente r (in %) tegen het inkomen Y, met de MB-lijn op 4% en de IS-curves IS0 en IS1. Bekijk in Opgaven, pagina 11

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als de centrale bank de rente verlaagt, zullen mensen minder sterk reageren op deze prikkel om minder te sparen / om meer te consumeren (door de steilere IS-curve).
  • Hierdoor zal de output gap minder afnemen en de inflatie langzamer op het gewenste / stabiele niveau (van de centrale bank) komen. Monetair beleid wordt dus minder effectief.

De econoom concludeert: “In dit model zal monetair beleid ervoor zorgen dat de economie weer terugkeert in het oude evenwicht van voor de gedragsverandering.”

Vraag 24 2 punten

Leg uit welk monetair beleid de centrale bank zal voeren waardoor het oude evenwicht wordt bereikt. Noem de nieuwe reële evenwichtsrente.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg over de relatie tussen de rente, de bestedingen en het inkomen.
  • Het noemen van de nieuwe reële evenwichtsrente.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • De centrale bank zal de rente verlagen / ruimer monetair beleid voeren waardoor de consumptie / investeringen stijgt / stijgen en daardoor het inkomen / de productie stijgt.
  • Bij een reële rente van 1% ontstaat een evenwicht (bij Y = Y* = 800).

Consumenten hebben een sociale norm uitgesproken: zij gaan minder consumeren en dus is een lager inkomen voor hen voldoende. De overheid kan via deze sociale norm beleid voeren om het potentiële inkomen naar Y* = 600 miljard te brengen. De econoom stelt: “Als consumenten minder uren gaan werken, verdwijnt de output gap.”

Vraag 25 2 punten

Leg de stelling van de econoom uit.

Bekijk het antwoord

Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:

  • Een uitleg over de relatie tussen het aantal gewerkte uren en de productiecapaciteit.
  • Een uitleg hoe de output gap zal verdwijnen.

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als mensen minder uren werken, dan zal het potentiële inkomen / de productiecapaciteit dalen (naar Y* = 600).
  • Hierdoor zal het verschil tussen het werkelijke / gewenste inkomen en het potentiële inkomen verdwijnen (en dus ook de output gap verdwijnt).

Groenten

Een econoom onderzoekt de mogelijkheid voor boeren om over te stappen van traditioneel geteelde groente (met milieuschade) naar biologisch geteelde groente (zonder milieuschade). Dit betekent een forse investering omdat biologische telers meer grond nodig hebben om dezelfde hoeveelheid groenten te produceren. Voor de biologische teelt is dit nodig, omdat stukken grond langere tijd niet worden gebruikt, waardoor de grond langer vruchtbaar blijft.

Vraag 26 2 punten

Leg uit of er bij een investering voor biologische teelt sprake is van verzonken kosten.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is: Bij biologische teelt wordt extra land aangeschaft, dat eventueel (als de biologische teelt niet doorgaat) alternatief kan worden aangewend (voor andere teelt / verhuur / verkoop / woningbouw). Er is dus geen sprake van verzonken kosten.

De econoom stelt een model op voor twee boeren om de keuze voor traditionele of biologische teelt te onderzoeken (zie tabellen 1 en 2).

Tabel 1 verkoopprijs en variabele kosten per kg

traditionele teeltbiologische teelt
verkoopprijs per kg€ 2,20€ 3,00
variabele kosten per kg€ 0,75€ 1,00

Tabel 2 pay-off matrix van behaalde winsten (in €) en afzetten (in kg)

boer B: traditionele teeltboer B: biologische teelt
boer A: traditionele teelt€ 80.000 ; € 80.000 65.000 kg ; 65.000 kg€ 87.250 ; € 75.000 70.000 kg ; 46.050 kg
boer A: biologische teelt€ 75.000 ; € 87.250 46.050 kg ; 70.000 kg€ 92.900 ; € 92.900 55.000 kg ; 55.000 kg

Stel dat boer B investeert in biologische teelt, terwijl boer A voorlopig traditioneel blijft telen. De oude vaste (constante) kosten, voordat de investering wordt gedaan, zijn € 14.250.

Gebruik tabellen 1 en 2.

Vraag 27 2 punten

Bereken de procentuele stijging van de totale vaste (constante) kosten bij boer B als gevolg van de investering in biologische teelt.

Bekijk het antwoord

Een juiste berekening bevat:

  • Een berekening van de nieuwe vaste (constante) kosten.
  • Een berekening van de procentuele stijging van de constante kosten.

Een voorbeeld van een juiste berekening is:

  • In de nieuwe situatie zijn bij de afzet van 46.050 kg de TCK: TCK = TO − TVK − TW = 46.050 kg x (3 − 1) − 75.000 = 17.100.
  • Dit is een stijging van: (17.100 − 14.250) / 14.250 x 100 = 20%.

Vraag 28 2 punten

Noem de Nash-evenwichten uit tabel 2 bij winstmaximalisatie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • traditioneel ; traditioneel / (€ 80.000 ; € 80.000)
  • biologisch ; biologisch / (€ 92.900 ; € 92.900)

Gebruik tabel 2.

Vraag 29 2 punten

Leg met behulp van getallen uit of de negatieve externe effecten dalen als de boeren kiezen voor afzetmaximalisatie.

Bekijk het antwoord

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • Als de boeren voor afzetmaximalisatie kiezen, hebben zij beiden een dominante strategie van traditionele teelt, want 65.000 > 46.050 en 70.000 > 55.000.
  • Daardoor zullen de negatieve gevolgen van groenteteelt op het milieu niet afnemen, waardoor de negatieve externe effecten niet dalen.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens economie vwo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vwo 2025, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over risico en verzekeren (6), geld en inflatie (6) en productie en kosten (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.