Eindexamen economie vwo 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Solo, Geld in de markt, Beleid, Kappen met kappen, Australië, De prijs van woningbezit.
Het centraal examen economie vwo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (5), conjunctuur (5) en vraag en aanbod (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Geld en inflatie | 6, 9-10, 12, 27 | 5 |
| Conjunctuur | 7, 13-14, 25-26 | 5 |
| Vraag en aanbod | 3-4, 18 | 3 |
| Overheid en belastingen | 11, 15, 20 | 3 |
| Internationale handel | 21, 23-24 | 3 |
| Inkomen en consumptie | 8, 22 | 2 |
| Marktvormen | 16-17 | 2 |
| Risico en verzekeren | 28-29 | 2 |
| Productie en kosten | 2 | 1 |
| Speltheorie | 5 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over conjunctuur (19% van de vragen, gemiddeld 11%) en geld en inflatie (19% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over overheid en belastingen (11% van de vragen, gemiddeld 19%) en arbeidsmarkt (0% van de vragen, gemiddeld 7%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Solo
Monopolist Solo is een rederij die personen vervoert per boot tussen verschillende Indonesische eilanden. De directeur overweegt vanwege het milieu de vervuilende diesel te vervangen door een schonere, duurdere biobrandstof. In figuur 1 zijn de kosten en opbrengsten van Solo geschetst.
GO = -2Q + 100
MK_{diesel} = 16 \ (\times 1.000)
MK_{bio} = 24 \ (\times 1.000)
GO is de prijs van een ticket in roepia (x 1.000)
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat het gebruik van diesel leidt tot maatschappelijke kosten. Ga in je antwoord in op een voorbeeld van maatschappelijke kosten van het gebruik van diesel.
Figuur 1: kosten en opbrengsten van Solo in 2025, met de GO-lijn en de marginale kosten van diesel en biobrandstof. Bekijk in Opgaven, pagina 2
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een voorbeeld van maatschappelijke kosten.
- een uitleg van het ontstaan van maatschappelijke kosten.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- De vervuilende dieselbrandstof leidt tot kosten zoals schoonmaakkosten / het aanplanten van extra bomen / gezondheidskosten / onderhoudskosten aan infrastructuur of milieu.
- Deze kosten worden betaald door de maatschappij en niet door de gebruikers zelf / zijn niet in de prijs opgenomen.
Solo streeft naar maximale winst en behaalt deze bij het gebruik van diesel bij een prijs van 58.000 roepia per ticket. De winst is dan 690.000 roepia.
Vraag 2 2 punten
Bereken de totale vaste (constante) kosten.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
GO = 58 \rightarrow 58 = -2Q + 100 \rightarrow Q = 21
TO = 58 \times 21 = 1.218 \ (\times 1.000)
TVK = 16 \times 21 = 336 \ (\times 1.000)
TW = TO - TK
1.218.000 - (336.000 + TCK) = 690.000 \rightarrow TCK = 192.000 \text{ roepia}
De directeur kiest vanwege sociale normen voor biobrandstof. De stijging van de marginale kosten leidt tot een nieuwe prijs. Solo streeft nog steeds naar maximale winst.
Vraag 3 3 punten
Bereken de procentuele prijsstijging van een ticket door de keuze voor biobrandstof.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een afleiding van de MO-functie.
- een berekening van de afzet bij maximale winst.
- een berekening van de procentuele prijsstijging.
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
GO = -2Q + 100 \rightarrow TO = -2Q^2 + 100Q \rightarrow MO = -4Q + 100
MO = MK_{bio} \rightarrow -4Q + 100 = 24 \rightarrow Q = 19
GO = (-2 \times 19) + 100 = 62 \ (\times 1.000)
De prijs stijgt met $(62 - 58) / 58 \times 100\% = 6{,}9\%$.
Als gevolg van de keuze voor biobrandstof verandert het totale surplus bij winstmaximalisatie.
Vraag 4 2 punten
Arceer in figuur 1 van de uitwerkbijlage de vlakken die deze verandering van het totale surplus bij winstmaximalisatie weergeven.
Figuur 1 Kosten en opbrengsten van Solo in 2025, om de vlakken van het surplus in te arceren. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 1
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat:
- het arceren van de verandering als gevolg van de andere prijs.
- het arceren van de verandering als gevolg van de andere afzet.
Een voorbeeld van een juiste arcering is:
[Figuur met de juiste arcering uit het correctievoorschrift; niet overgenomen.]
Rederij Laman ziet winstkansen en zal in 2026 toetreden door te varen met biobrandstof. Laman heeft drie strategieën om toe te treden tot de markt (zie spelboom 1). Vanwege deze concurrentie verwacht Solo minder winst te behalen en overweegt weer op diesel te gaan varen.
De winst van Solo zal in 2027 dalen als gevolg van de speluitkomst in 2026.
Vraag 5 2 punten
Geef aan:
- wat de speluitkomst is in 2026;
- dat de winst van Solo in 2027 zal dalen als gevolg van het afwijken van de sociale norm.
Spelboom 1: winsten in roepia (x 1.000) in 2026 voor Solo en Laman bij de drie strategieën van Laman. Bekijk in Opgaven, pagina 3
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- het aangeven van de speluitkomst in 2026.
- het aangeven van het verband tussen de sociale norm en winst in 2027.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- De uitkomst is (snellere boot ; diesel) / (120 ; 160).
- Het afwijken van de sociale norm leidt tot reputatieschade / lagere afzet voor Solo. (Hierdoor daalt de winst van Solo.)
Geld in de markt
In deze opgave gaat het bij de rente altijd om de geldmarktrente.
De geldmarktrente is de rente op kortlopende leningen. Op de geldmarkt bieden pensioenfondsen en banken geld aan. Overheden vragen om geld als zij kortlopende leningen afsluiten om investeringen in publiek kapitaal te financieren. Ook gezinnen zijn vragers op de geldmarkt.
Vraag 6 2 punten
Leg uit welk effect een hoge tijdsvoorkeur van gezinnen heeft op de rente.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Als gezinnen een hoge tijdsvoorkeur hebben, zullen ze nu meer consumeren en dus meer lenen.
- Hierdoor stijgt de vraag naar geld waardoor de rente zal stijgen.
of
- Als gezinnen een hoge tijdsvoorkeur hebben, zullen ze nu meer consumeren en dus minder sparen.
- Hierdoor daalt het aanbod van geld waardoor de rente zal stijgen.
Vraag 7 2 punten
Leg uit dat investeringen in publiek kapitaal kunnen leiden tot een hogere structurele economische groei. Ga in je antwoord in op een voorbeeld van publiek kapitaal.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een voorbeeld van publiek kapitaal.
- een uitleg over het verband tussen investeringen in publiek kapitaal en structurele economische groei.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Investeringen in infrastructuur (bijvoorbeeld in snelwegen / spoorwegen / elektriciteitsnetwerk),
- verhogen de productiviteit en dus de productiecapaciteit / potentiële productie.
of
- Investeringen in onderwijs,
- verhogen de (arbeids)productiviteit en dus de productiecapaciteit / potentiële productie.
Ook de centrale bank heeft invloed op de geldmarktrente. Een econoom maakt een model van de geldmarkt (zie figuur 2) en analyseert de gevolgen van het ingrijpen van de centrale bank.
Door de lagere rente na het ingrijpen van de centrale bank dalen de rente-inkomsten op opgebouwd vermogen door gezinnen.
Vraag 8 1 punt
Is het opgebouwde vermogen een stroomgrootheid of een voorraadgrootheid? Geef een argument voor je keuze.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Een voorraadgrootheid omdat het vermogen op een bepaald tijdstip wordt gemeten.
De effectiviteit van het monetaire beleid kan worden gemeten door de rente-elasticiteit. De rente-elasticiteit meet hoe sterk de vraag naar geld reageert als gevolg van een renteverandering.
- A0 = aanbod voordat de centrale bank ingrijpt
- A1 = aanbod nadat de centrale bank ingrijpt
- V = vraag naar geld
Vraag 9 2 punten
Gebruik figuur 2.
Bereken de rente-elasticiteit als gevolg van het ingrijpen van de centrale bank.
Figuur 2 Geldmarkt: nominale rente tegen de geldhoeveelheid, met het aanbod A0 en A1 van geld en de vraag V naar geld. Bekijk in Opgaven, pagina 4
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een berekening van de procentuele veranderingen van de rente en van de gevraagde hoeveelheid.
- een berekening van de rente-elasticiteit.
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
- Procentuele verandering rente: (2,5 − 4) / 4 x 100% = −37,5%. Procentuele verandering vraag: (50 mld − 40 mld) / 40 mld x 100% = 25%.
- De rente-elasticiteit = 25% / −37,5% = −0,7
Opmerking
Als de kandidaat de nieuwe evenwichtsrente afleest tussen 2,3% en 2,7% kunnen maximale scorepunten worden behaald.
Uit onderzoek blijkt dat de effectieve ondergrens van de nominale rente geen 0%, maar 0,5% is. Ondanks deze negatieve nominale rente kunnen consumenten toch besluiten hun spaargeld bij een bank aan te houden.
Vraag 10 1 punt
Beargumenteer dat consumenten hun spaargeld bij een bank aanhouden ondanks een negatieve nominale rente.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Het aanhouden van contant geld zorgt voor risico’s (diefstal / brand).
- Het aanhouden van contant geld is kostbaar / onpraktisch.
- Consumenten zijn bereid te betalen voor de veiligheid van hun spaargeld bij een bank.
Beleid
In 2026 heeft een land het stelsel van inkomstenbelasting hervormd. Hierbij is het progressieve stelsel vervangen door een vlaktaks zonder heffingskortingen. Het tarief van deze vlaktaks is gelijk aan het gemiddelde landelijke tarief in 2025.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat de hervorming van het stelsel van inkomstenbelasting leidt tot een denivellering van de secundaire inkomens.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het gekozen tarief van de vlaktaks zorgt ervoor dat huishoudens die bovengemiddeld werden belast in 2025, procentueel minder belasting gaan betalen.
- Als gevolg hiervan stijgen de secundaire inkomens voor deze huishoudens (en dus is er denivellering).
of
- Het gekozen tarief van de vlaktaks zorgt ervoor dat huishoudens die gemiddeld minder werden belast in 2025, procentueel meer belasting gaan betalen.
- Als gevolg hiervan dalen de secundaire inkomens voor deze huishoudens (en dus is er denivellering).
Opmerking
Een antwoord via het afschaffen van een heffingskorting kan de maximale score opleveren.
Door de denivellering neemt het consumentenvertrouwen af, waardoor de bestedingen dalen. Een econoom analyseert dit met het IS-MB-GA model.
De IS-curve geeft het dalend verband weer tusen de reële rente en het inkomen.
Vraag 12 2 punten
Leg dit dalend verband tussen de reële rente en het inkomen uit.
Figuur 3: IS-MB-GA model met de curven IS0, IS1, MB0 en GA0, met de reële rente (r), de inflatie (π) en het inkomen (Y). Bekijk in Opgaven, pagina 6
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Als de reële rente daalt wordt lenen aantrekkelijker / sparen minder aantrekkelijk.
- Hierdoor zullen de investeringen / zal de consumptie toenemen en stijgt het inkomen.
In periode 1 verschuift de IS-curve naar IS1. De econoom neemt aan dat de centrale bank met één rentestap de economie terugbrengt naar de potentiële productie (Y*).
Vraag 13 3 punten
Geef de aanpassing van de economie weer over de tijd.
Doe het als volgt:
- Teken in figuur 3 van de uitwerkbijlage de nieuwe MB-curve (MB1) en GA-curve (GA1) van periode 1.
- Vul in de tabel in de uitwerkbijlage de reële rente (r) en de inflatie (π) in na de renteaanpassing.
Figuur 3 IS-MB-GA model, leeg om de nieuwe MB- en GA-curve in te tekenen, met de tabel voor de reële rente en de inflatie. Bekijk in Uitwerkbijlage, pagina 2
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een schets van GA1
- een schets van MB1
- de nieuwe reële rente en inflatie.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- GA1 verschuift met twee procentpunt omlaag.
- MB1 verschuift naar r = 1%.
- In het evenwicht geldt dat r = 1% en π = 2%.
De econoom is van mening dat de overheid altijd de bestedingen moet verhogen in een situatie van onderbesteding. Deze extra bestedingen kunnen op twee manieren worden gefinancierd:
- a het verhogen van het tarief van de vlaktaks;
- b het uitgeven van nieuwe staatsobligaties.
Vraag 14 2 punten
Leidt een hoger tarief van de vlaktaks tot een kleinere of grotere multiplier? Leg je keuze uit.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Bij een hoger vlaktakstarief zal het belastinglek / de marginale belastingquote groter worden.
- Hierdoor heeft een hoger inkomen een kleiner effect op de bestedingen, waardoor de multiplier kleiner wordt.
of
- De marginale consumptie zal dalen, waardoor de multiplier kleiner wordt.
Er is sprake van onderbesteding. Daarom streeft de overheid naar een toename van het bbp. Ga uit van een situatie van een lage inflatie en een lage rente.
Vraag 15 2 punten
Vind jij dat de overheid nieuwe staatsobligaties moet uitgeven om de extra bestedingen te financieren? Leg je keuze uit.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord voor de uitgifte van nieuwe staatsobligaties zijn:
- Door de lage rente zullen de rentekosten voor het aangaan van nieuwe leningen laag zijn.
- Daardoor wordt er meer geïnvesteerd en stijgt het bbp.
of
- Het verhogen van de vlaktaks leidt tot een lager besteedbaar inkomen en dus lagere bestedingen. Hierdoor daalt het bbp.
- Hogere overheidsbestedingen verhogen het bbp (en dat wil de overheid).
of
- Een alternatief voor nieuwe staatsobligaties uitgeven is het verhogen van belastingen. Dit zal leiden tot een verdere daling van het consumentenvertrouwen.
- Hierdoor zal de consumptie dalen en dus daalt het bbp. De overheid wil juist een hoger bbp.
Een voorbeeld van een juist antwoord tegen de uitgifte van nieuwe staatsobligaties is:
- Door het uitgeven van nieuwe staatsobligaties zal de overheidsschuld toenemen.
- De aflossing van de schuld wordt bij de toekomstige generaties neergelegd / de intergenerationele solidariteit daalt.
of
- Door het uitgeven van nieuwe staatsobligaties zal de vraag naar geld stijgen en daardoor de rente.
- Een hogere rente zorgt voor lagere investeringen / minder consumptie, waardoor de totale bestedingen kunnen dalen en dus het bbp daalt.
of
- Het uitgeven van nieuwe staatsobligaties kan zorgen voor een hogere onzekerheid over de toekomstige financiële positie van de overheid.
- Dit leidt tot een hogere rente, waardoor de investeringen dalen / de consumptie daalt. De totale bestedingen dalen en dus daalt het bbp.
Kappen met kappen
In Zuid-Amerika verdwijnt door houtkap steeds meer tropisch regenwoud. Een econoom maakt een model en onderzoekt de houtkap voor een gedeelte van het tropisch regenwoud. De econoom gaat uit van een aantal aannames:
- Al het gekapte hout is van dezelfde kwaliteit en wordt grotendeels geëxporteerd naar de Verenigde Staten en Europa.
- Een werkend systeem van eigendomsrechten voor dit gedeelte van het tropische regenwoud ontbreekt.
Vraag 16 2 punten
Gebruik bovenstaande tekst.
Leg met behulp van twee kenmerken uit van welke marktvorm er sprake is bij kaphout.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- twee marktkenmerken.
- een correcte gevolgtrekking met de marktvorm volledige mededinging / volkomen concurrentie.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het kaphout is homogeen / Er is vrije toetreding / Er zijn veel aanbieders.
- Hierdoor is sprake van een volledige mededinging / volkomen concurrentie.
De econoom voegt een aantal aannames over de houthakkers toe aan het model:
- De gemiddelde variabele kosten zijn voor alle houthakkers en per eenheid gekapt hout gelijk.
- Houthakkers ontvangen nu een marktprijs die hoger is dan de variabele kosten per eenheid product.
- Houthakkers hebben alleen de keuze om minder hout te kappen of meer hout te kappen.
Vraag 17 2 punten
De econoom concludeert: “Op basis van de aannames over de houthakkers, heeft iedere houthakker een dominante strategie waardoor op termijn een suboptimaal Nash-evenwicht ontstaat.”
Leg de conclusie van de econoom uit.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg dat de marginale winst leidt tot een dominante strategie.
- een uitleg dat de dominante strategie op termijn suboptimaal is.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Omdat de marginale opbrengst hoger is dan de marginale kosten / de marktprijs hoger is dan de GVK zal elke aanbieder de dominante strategie hebben om meer te kappen.
- Hierdoor stijgt het totale aanbod van kaphout, waardoor de prijs daalt en aanbieders minder winst maken. (Hierdoor ontstaat er een suboptimaal Nash-evenwicht.)
of
- Hierdoor stijgt het totale aanbod van kaphout, waardoor op lange termijn de bossen weggekapt zijn. Dan is er geen omzet / winst meer te behalen (en ontstaat er een suboptimaal Nash-evenwicht).
Opmerking
Antwoorden dat het milieu verslechtert, levert geen tweede scorepunt op omdat de maatschappij geen speler is in deze toepassing van speltheorie.
De econoom maakt een nieuw model (zie figuur 4). De econoom stelt een collectieve aanbodlijn op bestaande uit twee segmenten: A1 en A2.
| V: Qv = 7 − 0,02P | V = vraag kaphout als % van het tropisch regenwoud |
| A1 → P = 100 | A = aanbod kaphout als % van het tropisch regenwoud bij (0% ≤ Q ≤ 6%) |
| A2 → Qa = 6% | |
| P = De gemiddelde opbrengst van kaphout per m² tropisch regenwoud in $ |
Vraag 18 1 punt
Geef een verklaring voor het horizontale verloop van de aanbodlijn van segment A1.
Figuur 4 Model kaphout in 2026: vraaglijn V en aanbodsegmenten A1 (P = 100) en A2 (Qa = 6%) tegen de gemiddelde opbrengst per m² in dollars. Bekijk in Opgaven, pagina 9
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De variabele kosten per product zijn constant, waardoor de marginale kosten constant zijn.
- Houthakkers / de aanbieders kunnen hun productie verhogen tegen dezelfde marginale kosten / variabele kosten per product.
De totale omvang van het tropisch regenwoud is 700 miljoen hectare aan het begin van 2026. Het tropisch regenwoud zal zonder houtkap jaarlijks groeien met 2,2% per jaar. De werkelijke jaarlijkse verandering van het tropisch regenwoud in procentpunten is het groeipercentage minus het gekapte hout in procenten. Ga uit van het marktevenwicht.
Vraag 19 2 punten
Bereken met hoeveel hectare het tropisch regenwoud krimpt in 2026.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
- Qa = Qv bij Qv = 5% → De krimp is 5 − 2,2 = 2,8% (per jaar).
- Dit is: 0,028 x 700 miljoen = 19,6 miljoen hectare.
De econoom wil de gevraagde hoeveelheid kaphout laten afnemen en stelt voor om een heffing te introduceren op de koop van hout. Hierdoor zal de vraag naar kaphout in het model 1,8% worden als percentage van het tropisch regenwoud.
Vraag 20 2 punten
Bereken de hoogte van de heffing per m² in dollars.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
De prijs wordt: Qv = 1,8% → 1,8 = 7 − 0,02P → P = $ 260 (per m²)
Prijs bij Qa = 1,8 is gelijk aan $ 100. De heffing is dan gelijk aan 260 − 100 = $ 160 (per m²).
Australië
Australië produceert en exporteert delfstoffen zoals steenkool en aardgas. De prijzen van deze delfstoffen worden op de wereldmarkt bepaald en hangen samen met de stand van de (gemiddelde) conjunctuur in de wereld. De productie van delfstoffen in Australië is zeer prijsinelastisch. Een econoom stelt: “Een hoogconjunctuur in de rest van de wereld heeft, via de prijselasticiteit van de productie van delfstoffen, een zwak effect op de werkgelegenheid in de delfstoffenmarkt in Australië.”
Vraag 21 2 punten
Leg de stelling van de econoom uit.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Een hoogconjunctuur zorgt voor een hogere vraag naar de Australische delfstoffen waardoor de prijs stijgt.
- De productie is (zeer) prijsinelastisch, waardoor deze niet / nauwelijks verandert. Hierdoor zal de vraag naar arbeid weinig veranderen (en is er een zwak effect op de werkgelegenheid).
In Australië is sprake van loonrigiditeit.
Vraag 22 2 punten
Leg uit dat hogere exportprijzen voor delfstoffen leiden tot een lagere arbeidsinkomensquote.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Als de exportprijzen stijgen, dan zullen (bij dezelfde kosten) de winsten / dividenden / aandelenkoersen van bedrijven stijgen.
- Omdat er sprake is van loonrigiditeit stijgen de winsten harder dan de lonen (en dus neemt de AIQ af).
of
- Als de exportprijzen stijgen, dan zal de exportwaarde stijgen en dus het totale inkomen / bbp.
- Vanwege de loonrigiditeit blijft het arbeidsinkomen gelijk (en dus neemt de AIQ af).
Een econoom analyseert de economie van Australië in 2023 met behulp van een kringloopmodel (zie figuur 5). De pijlen zijn geldstromen.
In het kringloopmodel staan de pijlen tussen gezinnen, banken en bedrijven gegeven. De richting van de pijlen tussen buitenland, banken en overheid (pijlen 1 en 3) zijn nog onbekend.
De getallen zijn in miljarden Australische dollars.
- B = belastingen
- C = particuliere consumptie
- E = export van goederen en diensten
- I = bedrijfsinvesteringen
- M = import van goederen en diensten
- O = overheidsbestedingen
- S = particuliere besparingen
- Y = nationaal inkomen
- (vervangingsinvesteringen en afschrijvingen blijven buiten beschouwing)
Vraag 23 3 punten
Geef:
- de berekening van de vier ontbrekende waarden in figuur 5;
- aan in welke richting de pijlen bij 1 en 3 lopen.
Figuur 5 Kringloopmodel Australië (2023): pijlen tussen gezinnen, banken, bedrijven, buitenland en overheid met de bekende waarden en vier onbekende pijlwaarden (1 t/m 4). Bekijk in Opgaven, pagina 10
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een berekening van de vier ontbrekende waarden.
- het benoemen van de richting van de twee pijlen.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
1 \rightarrow (E - M) = 671 - 527 = 144
2 \rightarrow I = (Y - C - O - E + M) \rightarrow I = 2.385 - 1.237 - 885 - 671 + 527 = 119
3 \rightarrow (B - O) = 923 - 885 = 38
4 \rightarrow S = (Y - B - C) \rightarrow S = 2.385 - 923 - 1.237 = 225
- Pijl 1 loopt van banken naar buitenland en pijl 3 loopt van overheid naar banken.
Voor de eerste deelscore geldt: indien vier waarden juist: 2; indien drie of twee waarden juist: 1; indien minder dan twee waarden juist: 0.
Australië heeft in 2023 een positief saldo op de betalingsbalans.
Vraag 24 2 punten
Leg uit welk effect dit positieve saldo, via de valutamarkt, heeft op de internationale concurrentiepositie van Australië.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het positieve saldo op de betalingsbalans betekent dat er (relatief) veel vraag naar dollars / weinig aanbod van dollars is, waardoor de wisselkoers van de Australische dollar stijgt.
- Hierdoor worden producten uit Australië duurder / worden producten buiten Australië goedkoper, dus verslechtert de internationale concurrentiepositie.
De prijs van woningbezit
In Nederland hebben veel huishoudens een woning gekocht met een hypothecaire lening. Dit is een leenvorm waarbij de woning als onderpand dient. De Nederlandsche Bank (DNB) is toezichthouder op de hypotheekmarkt en onderzoekt daarom de koopwoningmarkt (zie tabel 1).
Tabel 1 Gegevens onderzoek Nederlandse koopwoningmarkt
| begin 2021 | eind 2022 | |
|---|---|---|
| hypotheekrente (looptijd 10 jaar) | 1,80% | 4,05% |
| inkomenstoets van DNB | 5,7 | 4,4 |
| totale hypotheekschuld (in miljarden €) | € 740,1 | € 797,6 |
| totale hypotheekschuld (in % van het bbp) | 93 | 83 |
| 2021 | 2022 | |
|---|---|---|
| reële groei bbp Nederland | 4,9% | 4,5% |
De inkomenstoets is een eis van DNB. Een inkomenstoets van 5,7 betekent dat huishoudens een maximale hypotheek kunnen krijgen van 5,7 keer hun primair inkomen.
Vraag 25 2 punten
Leg uit welk effect een hoogconjunctuur heeft, via de inkomenstoets, op de koopwoningprijzen.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg over de relatie tussen een hoogconjunctuur en de leencapaciteit.
- een uitleg over de relatie tussen de leencapaciteit en de prijzen.
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- In een hoogconjunctuur stijgen de lonen. Dit betekent dat huishoudens (vanwege de inkomenstoets) hogere hypotheken / leningen kunnen krijgen.
- Dit zorgt ervoor dat de vraag naar / betalingsbereidheid voor woningen zal toenemen waardoor de prijs van woningen zal stijgen.
Stelling: “Bij een hogere hypotheekrente stijgt het risico van wanbetaling. Hierdoor verlaagt DNB de inkomenstoets.”
Vraag 26 2 punten
Leg de stelling uit.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Bij een hogere rente zullen de (rente)kosten van een hypothecaire lening toenemen. Hierdoor stijgt het risico op wanbetaling.
- Dit risico wordt kleiner door een lagere inkomenstoets, omdat dit zorgt voor een lagere maximale hypotheek (en dus lagere lasten).
Vraag 27 3 punten
Bereken op basis van tabel 1 de inflatie in de periode begin 2021 tot eind 2022.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een berekening van de stijging van het nominale bbp / NIC.
- een berekening van de stijging van het reële bbp / RIC.
- een berekening van de inflatie.
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
Het nominale bbp is gestegen met:
\text{bbp oud} = (740{,}1 / 0{,}93) = \text{€ } 795{,}81 \text{ mld}
\text{bbp nieuw} = (797{,}6 / 0{,}83) = \text{€ } 960{,}96 \text{ mld}
\text{stijging} = (960{,}96 - 795{,}81) / 795{,}81 \times 100\% = 20{,}8\% \ (\text{NIC} = 120{,}8)
Het reële bbp is gestegen met:
100 \times 1{,}049 \times 1{,}045 - 100 = 9{,}6\% \ (\text{RIC} = 109{,}6)
(120{,}8 / 109{,}6) \times 100 = 110{,}2 \rightarrow \text{De inflatie is } 10{,}2\%.
Bij de aanschaf van een woning met een hypothecaire lening verplichten banken de huishoudens een woonhuisverzekering af te sluiten. Deze verzekering dekt onverwachte schade aan woningen, bijvoorbeeld waterschade als gevolg van stormen.
Vraag 28 2 punten
Leg uit of er averechtse selectie kan optreden bij een woonhuisverzekering voor huizenkopers met een hypothecaire lening.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Voor huizenkopers met een hypothecaire lening geldt dat de woonhuisverzekering een verplichte verzekering is.
- Hierdoor zullen de goede risico’s zich ook verzekeren waardoor er geen averechtse selectie kan optreden.
Vraag 29 2 punten
Leg uit of er sprake kan zijn van moral hazard na het afsluiten van een woonhuisverzekering.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Moral hazard betekent dat mensen zich risicovoller / nalatig gedragen nadat zij zich hebben verzekerd.
- Bij de woonhuisverzekering is er geen sprake van moral hazard, omdat de schade door het klimaat / collectieve gebeurtenissen ontstaat / mensen willen goed voor hun huis zorgen.
of
- Als een huiseigenaar een verzekering heeft afgesloten, kan de eigenaar minder onderhoud plegen aan de woning.
- In dit geval is er sprake van risicovoller / nalatig gedrag en dus is er sprake van moral hazard.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens economie vwo
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen economie vwo 2026, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 27 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (5), conjunctuur (5) en vraag en aanbod (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-26-1-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.