Eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Een gewenste prijsstijging van friet?, Opgave 2 Verzekeren op maat, Opgave 3 Groei op de klippen, Opgave 4 Recessie door het buurland, Opgave 5 Dividendbelasting, Opgave 6 Afvalwater, een schone zaak.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 2 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), risico en verzekeren (5) en geld en inflatie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Overheid en belastingen3-5, 12, 21-22, 24-269
Risico en verzekeren6-105
Geld en inflatie16-194
Conjunctuur13, 15, 203
Vraag en aanbod1-22
Internationale handel11, 142
Speltheorie27-282
Inkomen en consumptie231

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over overheid en belastingen (32% van de vragen, gemiddeld 18%) en risico en verzekeren (18% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over productie en kosten (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en arbeidsmarkt (0% van de vragen, gemiddeld 7%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Een gewenste prijsstijging van friet?

De centrale overheid in een land probeert de volksgezondheid te verbeteren door een heffing op tabak en alcohol. Per 1-1-2021 wordt ook een heffing ingevoerd op friet: 20% van de verkoopprijs.

De gemeente Sanuscha bestudeert de gevolgen van de invoering van de heffing op friet voor twee cafetaria’s: die van Jan en die van Willem. Beide cafetaria’s zijn eenmanszaken en beide eigenaar-ondernemers betalen inkomstenbelasting. De wethouder van Economische Zaken heeft enkele onderzoekers de opdracht gegeven een pay-off matrix op te stellen om de gevolgen van de heffing te voorspellen.

Matrix 1 de verwachte omzetten van twee cafetaria’s in Sanuscha

Willem verandert zijn Willem verhoogt zijn frietprijs op 1-1-2021 niet frietprijs op 1-1-2021 met 20% Jan verandert zijn (10.000 + 5.000), (10.500 + 5.250), frietprijs op 1-1- (9.000 + 4.000) (8.000 + 3.600)

2021 niet Jan verhoogt (9.000 + 4.500), (9.700 + 4.650), zijn frietprijs op (9.300 + 4.120) (8.500 + 3.850) 1-1-2021 met 20% Toelichting bij de matrix:

  • de omzetten zijn maandgemiddelden en luiden in euro’s. Alle omzetten zijn na afdracht van indirecte belastingen.
  • per cafetaria staat eerst de totale omzet aan friet en vervolgens de totale omzet aan andere producten uit het assortiment
  • de prijs van een zakje friet bedraagt bij beide cafetaria’s vlak voor invoering van de heffing € 2
  • overige prijzen blijven gelijk
  • beide eigenaren-ondernemers streven naar een zo hoog mogelijke totale omzet van het gehele assortiment.

Vraag 1 2 punten

Zijn de andere producten uit het assortiment van Jan en Willem gemiddeld genomen vooral complementaire goederen of vooral substitutiegoederen van friet? Leg uit met behulp van de matrix.

Bekijk het antwoord
  • complementaire goederen Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Wanneer de eigen verkoopprijs van friet wordt verhoogd met de heffing, daalt (de afzet van friet en ook) de totale omzet / de totale afzet aan andere goederen uit het assortiment. Het zijn dus complementaire goederen bij het (hoofd)product friet. (2)

Uit de gegevens uit de matrix is af te leiden dat de vraag naar friet van Willem’s cafetaria prijselastisch is.

Vraag 2 3 punten

Toon dit aan door middel van een berekening van de prijselasticiteit van de vraag naar friet van Willem’s cafetaria.

Bekijk het antwoord
  • Als Willem de heffing niet doorberekent, dan blijft de verkoopprijs €2. Zijn eigen netto prijs na afdracht van de heffing is dan €1,67 (2 / 1,20). In die situatie geldt bij TO = € 9.000 en p =1,67 dat de afzet 5.390 stuks is (afgerond). In de nieuwe situatie als Willem wel de heffing doorberekent is zijn nettoprijs € 2 en is de afzet 4.000 stuks (8.000 /2) (1)
  • De afname van de vraag naar friet bij Willem is: 4.000 − 5.390 × 100% = −25,8% (1)
  • Ev= %Δp −25,77 Ev= = −1,29 20 De elasticiteit is kleiner dan −1, dus is de vraag naar friet elastisch (1)

VW-1022-a-o De matrix bevat een voorspelling over de gevolgen van de heffing voor de consumptie van friet in de gemeente Sanuscha.

Vraag 3 2 punten

Zal op basis van de gegeven matrix de consumptie van friet afnemen als gevolg van de heffing? Licht je antwoord toe aan de hand van de getallen uit de matrix.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het eerste scorepunt moet de totale omzetontwikkeling uit de matrix benoemd worden.

De gemeente wil dat beide cafetaria’s veel meer gezonde producten in hun assortiment gaan opnemen. Daarom wil ze een bewustwordingscampagne starten op de basisscholen en de middelbare school in de gemeente om de leerlingen te laten kennismaken met gezonde alternatieven.

De onderzoekers stellen dat een succesvolle bewustwordingscampagne de betalingsbereidheid voor friet zodanig kan veranderen dat, bij een ongewijzigd assortiment, beide cafetaria’s op termijn geen winst meer kunnen maken op de verkoop van friet.

Vraag 4 2 punten

Leg de stelling van de onderzoekers uit.

Bekijk het antwoord
  • De (jeugdige) klanten krijgen dan een lagere betalingsbereidheid, waardoor de vraaglijn naar friet naar links verschuift. De cafetaria’s zullen hun verkoopprijzen moeten verlagen (1)
  • Op termijn kan daardoor de kostprijs van friet groter worden dan de verkoopprijs, waardoor er verlies wordt geleden op de verkoop van friet (1)

Om het voor de cafetaria’s aantrekkelijk te maken om te investeren in een assortiment met gezonde producten stuurt de wethouder van Economische Zaken een voorstel naar de centrale overheid. Daarin pleit hij voor het volgende: “De cafetaria’s die hun assortiment voor ten minste 75% uit gezonde producten samenstellen, zouden een fiscale prikkel moeten krijgen in de vorm van een vast bedrag als extra aftrekpost of als extra heffingskorting.” De wethouder wil graag die fiscale prikkel ingevoerd hebben die het best stuurt richting de gewenste verandering van het assortiment.

Vraag 5 2 punten

Leg uit welke van beide fiscale prikkels het beste stuurt richting de gewenste verandering van het assortiment.

Bekijk het antwoord
  • Bij een aftrekpost zal het voordeel van de cafetaria het marginale belastingtarief zijn / Slechts een deel van de aftrekpost zal door middel van een lager belastingbedrag voordelig zijn voor de cafetaria (1)
  • Bij een heffingskorting zal het volledige bedrag in mindering worden gebracht op het belastingbedrag. Dit is een groter voordeel dan een aftrekpost (en zal de transitie naar een gezonder assortiment bevorderen) (1)

Opgave 2 Verzekeren op maat

Verzekeringsmaatschappij YouSure wil autoverzekeringen aanbieden voor jongeren die voor het eerst een eigen autoverzekering afsluiten: de StartPolis. Deze verzekering zal de schade aan de eigen auto dekken en kan worden afgesloten naast de verplichte verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid (WA), die alleen de schade aan de tegenpartij dekt.

Per jaar bedragen de gemiddelde verwachte variabele poliskosten voor de Startpolis (exclusief schade-uitkering) € 25 en de totale verwachte constante kosten € 500.000. YouSure streeft naar maximale winst.

Om een indruk te krijgen van de winstgevendheid van de StartPolis heeft een onderzoeker van YouSure een simulatie uitgevoerd. In deze simulatie wordt uitgegaan van één doelgroep, opgedeeld in twee risicogroepen: risicogroep A en risicogroep B (tabel 1).

Tabel 1 Aannames over risicogroepen van autobezitters

risicogroep kans op gemiddeld aantal autobezitters in de schade schadebedrag groep per jaar

A 10% € 6.000 10.000

B 7% € 5.500 15.000

Overige aannames bij de simulatie:

  • De maatschappij weet van een individuele verzekerde niet tot welke risicogroep die behoort. Alle verzekerden hebben zelf wel een juist beeld van hun eigen kans op schade en de gemiddelde hoogte van de schade.
  • De maatschappij gaat ervan uit dat de betalingsbereidheid van alle verzekerden gelijk is aan 120% van het gemiddelde verwachte schadebedrag dat voor hen van toepassing is.

Vraag 6 1 punt

Zijn de potentiële verzekerden volgens de aannames risico-zoekend, risiconeutraal of risico-avers? Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • risico-avers Een voorbeeld van een juiste toelichting is: De tweede aanname dat verzekerden meer dan het verwachte schadebedrag (120%) als premie willen betalen geeft aan dat potentiële verzekerden risico-avers zijn. (1)

Een optie is om de StartPolis aan beide doelgroepen aan te bieden met een uniforme premie. Een manager van YouSure stelt: i Als de StartPolis wordt aangeboden voor een premie die gelijk is aan de betalingsbereidheid van autobezitters uit groep A, dan zal deze winstgevend zijn. ii Als de uniforme premie wordt verlaagd tot de betalingsbereidheid van autobezitters in groep B, dan zal verlies worden gemaakt.

Vraag 7 2 punten

Bereken het resultaat bij stelling ii.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De betalingsbereidheid van groep B is 1,20 × 0,07 × € 5.500 = € 462. Bij deze bereidheid zullen beide groepen zich verzekeren (1)
  • Als de (uniforme) premie hieraan gelijk is, wordt de winst: TO = p x q TO = 462 x 25.000 = € 11.550.000 TK = GVK x q + TCK TK = (10.000 × 600) + (15.000 × 385) + (25.000 × 25) + 500.000 = € 12.900.000 TW = € 11.550.000 − € 12.900.000 = − € 1.350.000 (Er is een verlies als de premie gelijk is aan de betalingsbereidheid van groep B) (1)

YouSure kiest voor optie i. De onderzoeker komt met een voorstel om premiedifferentiatie toe te passen. Verzekerden komen in aanmerking voor een lagere premie als zij een nieuw apparaat (de Carmonitor) in hun auto laten installeren. De Carmonitor registreert het rijgedrag (hoe de verzekerde optrekt, remt en stuurt) en geeft dit door aan de verzekeraar. Hiermee kunnen verzekerden bewijzen dat ze bij groep B horen en kunnen ze een lagere premie krijgen. De Carmonitor wordt hun kosteloos ter beschikking gesteld. De kosten van de Carmonitor komen voor de verzekeraar tot uiting in een toename van de variabele poliskosten.

De onderzoeker concludeert: “Moral hazard zal afnemen door dit plan voor premiedifferentiatie. Hierdoor veranderen twee gegevens in de tabel en stijgt de winstgevendheid van de verzekering.”

Vraag 8 3 punten

Verklaar de conclusie van de onderzoeker en leg uit welke gegevens zullen veranderen door het plan voor premiedifferentiatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: • Doordat de Carmonitor het rijgedrag van de automobilist bijhoudt, zullen automobilisten voorzichtiger gaan rijden (1) • Hierdoor gaan meer mensen van groep A naar groep B waardoor het gemiddelde schadebedrag lager zal uitvallen. of De kans op schade daalt waardoor het gemiddelde schadebedrag lager zal uitvallen door het voorzichtigere rijgedrag (1) • Door de daling van de kans op schade en het gemiddelde schade- bedrag zullen de schadekosten voor de verzekeraar dalen (meer dan de stijging van de variabele poliskosten) en stijgt de winstgevendheid van de verzekering (1) (3)

Door premiedifferentiatie toe te passen hoopt de onderzoeker dat verzekerden uit groep B zich ook gaan verzekeren. De onderzoeker stelt: “Als mensen met een laag risico zich verzekeren, heeft dit een positief effect op het totale surplus op dit deel van de verzekeringsmarkt.”

Vraag 9 2 punten

Leg de stelling van de onderzoeker uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste uitleg zijn: − Doordat mensen met een laag risico zich verzekeren, zullen deze mensen nu wel een consumentensurplus genereren op de verzekeringsmarkt. Als gevolg hiervan stijgt het totale surplus binnen deze markt. − Doordat mensen met een laag risico zich verzekeren, zijn er meer verzekerden waardoor de verzekeraars meer verzekeringen verkopen. Hierdoor stijgt het producentensurplus / het totale surplus binnen deze markt. (2)

Een woordvoerder van de consumentenbond ziet het idee van de Carmonitor niet zitten. Hij stelt dat het niet lang duurt voordat andere verzekeraars eenzelfde apparaat gaan aanbieden, ieder onder zijn eigen voorwaarden. Als gevolg hiervan kan onvolledige informatie ontstaan en de transactiekosten van potentiële verzekerden kunnen hierdoor toenemen.

Vraag 10 2 punten

Leg uit hoe de transactiekosten van potentiële verzekerden kunnen toenemen door onvolledige informatie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Wanneer andere verzekeraars ook overgaan tot het aanbieden van een Carmonitor en daar anders mee omgaan, ontstaat er onvolledige informatie bij potentiële verzekerden over de verschillen tussen verzekeraars en de verzekeringen (1)
  • Hierdoor moeten de potentiële verzekerden meer tijd besteden aan het uitzoeken van de verschillen en maken zij meer zoekkosten / transactiekosten (1)

Opgave 3 Groei op de klippen

Turkije behoorde tot 2016 tot de economisch opkomende landen met een sterke groei van het bbp. Deze groei was vooral gebaseerd op investeringen in de bouwsector. Turkse bedrijven hebben deze investeringen gefinancierd door in de eurozone leningen af te sluiten tegen de lage rente die daar geldt. In 2017 verloren internationale beleggers het vertrouwen in de ontwikkeling van de Turkse economie. De Turkse lira daalde met 40% in waarde ten opzichte van de euro.

Vraag 11 2 punten

Leg uit dat de daling van de lira, via de kredietkosten van bedrijven, een negatief effect heeft op de winstgevendheid van Turkse bedrijven.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Door de koersdaling van de lira ten opzichte van de euro stegen de aflossingen en renteverplichtingen van de bedrijven uitgedrukt in lira. Dit betekende hogere (krediet)kosten, waardoor de winstgevendheid van de Turkse bedrijven zou kunnen afnemen (gegeven een omzet in lira’s). (2)

De Turkse overheid heeft zich voor veel van deze Turkse bedrijfskredieten garant gesteld. De garantie geldt uitsluitend voor de aflossing. Een analist schrijft hierover: “In 2017 daalde de lira, nam de inflatie toe en dreigde de economie van Turkije in een recessie te komen. De Turkse regering moet, in verband met de kredietgarantie aan bedrijven, de belastingen op termijn verhogen en zal van de Turkse centrale bank eisen de rente laag te houden om de recessie te vermijden. De Turkse centrale bank zal de rente juist willen verhogen om de inflatie te bestrijden.”

Vraag 12 2 punten

Verklaar de bewering van de analist dat de Turkse overheid op termijn de belastingen zal moeten verhogen.

Bekijk het antwoord
  • De Turkse overheid heeft zich garant gesteld voor de aflossing van veel leningen (in euro’s). Door de koersdaling van de lira ten opzichte van de euro zullen veel bedrijven mogelijk niet meer kunnen voldoen aan de aflossingsverplichtingen (in euro’s) en zal de Turkse overheid de aflossingsverplichtingen moeten overnemen (1)
  • Dit zal leiden tot (extra) uitgaven. Hierdoor zal de Turkse overheid op termijn de belastingen moeten verhogen om het tekort niet te laten oplopen / om een begrotingsevenwicht te behouden (1)

De analist geeft ook aan dat een recessie in Turkije gevolgen kan hebben voor het bbp van andere landen. Hij onderscheidt twee landengroepen:

  • de voornaamste handelspartners Bulgarije, Iran en Georgië,
  • de eurolanden via het Europese bankwezen.

Vraag 13 2 punten

Leg voor beide landengroepen uit welke gevolgen de Turkse recessie heeft voor hun bbp.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een juiste uitleg van het bankwezen zijn (één van de volgende): (1p)
    • De Europese banken hebben krediet uitstaan bij Turkse bedrijven. Als door de Turkse recessie / lage koers van de lira bedrijven niet meer kunnen voldoen aan renteverplichtingen, zullen er minder mogelijkheden zijn om krediet te verlenen aan Europese particulieren. Dit heeft een negatief effect op (de groei van) het bbp van Europese landen.
    • De Europese banken hebben krediet uitstaan bij Turkse bedrijven. Als door de Turkse recessie / lage koers van de lira bedrijven niet meer kunnen voldoen aan renteverplichtingen zullen Europese banken hun winst zien afnemen. Hierdoor kan de aandelenkoers van deze banken dalen wat een negatief effect heeft op het vermogen van (particuliere) beleggers. Dit heeft een negatief effect op (de groei van) het bbp van Europese landen.

De analist stelt dat de daling van de wisselkoers het saldo op de lopende rekening van Turkije positief beïnvloedt. Hij stelt het volgende: “Door de daling van de lira van 40% ten opzichte van de euro is de exportwaarde in eigen valuta gestegen met 36%. De importwaarde zal ook veranderen en de prijselasticiteit van het importvolume wordt op −0,75 geschat.” Hij gaat ervan uit dat overige factoren constant blijven.

Prijselasticiteit van het importvolume: procentuele verandering importvolume

E import = procentuele verandering prijs van import in lira's

Vraag 14 3 punten

Bereken de verandering van de importwaarde in eigen valuta en toon aan dat het saldo lopende rekening is verbeterd.

Bekijk het antwoord
  • Bij een begin van € 1 = L 1 geldt dat er nu 1/0,6 = 1,67 lira betaald moeten worden voor dezelfde euro (€ 1 = L 1,67). De prijsstijging van de import in lira’s is 66,67% (1)
  • De verandering van het importvolume is dan 66,67 x −0,75 = −50% (1)
  • indexcijfer exportwaarde (in eigen valuta): 100 x 1,36 = 136 indexcijfer importwaarde (in eigen valuta): 100 x 0,5 x 1,667 = 83,35 De exportwaarde is gestegen en de importwaarde is gedaald, waardoor het saldo lopende rekening is verbeterd (1)

Ten slotte merkt de analist in 2018 op dat een renteverhoging onvermijdelijk zal zijn om de inflatie te bestrijden. Over het effect daarvan op de ontwikkeling van een mogelijke recessie concludeert hij: “Een verhoging van de rente kan, via de valutamarkt, een recessie zowel verergeren als afzwakken.”

Vraag 15 3 punten

Onderbouw de conclusie van de analist.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een juiste conclusie bij afzwakking van een recessie zijn (één van de volgende): (1p)
    • Door de koersstijging van de Turkse lira zullen Turkse bedrijven met schulden in euro’s minder kredietkosten (in lira’s) hebben waardoor de winstgevendheid verbetert / op peil blijft en de investeringen op peil blijven. Dit heeft een positief effect op de groei van het bbp waardoor een mogelijke recessie kan worden afgezwakt.
    • Door de koersstijging van de Turkse lira wordt import (van grond- en hulpstoffen) goedkoper, waardoor de inflatie wordt beperkt. De internationale concurrentiepositie kan verbeteren waardoor de export van Turkije kan stijgen / de import door Turkije kan afnemen. Dit heeft een positief effect op de groei van het bbp waardoor een mogelijke recessie kan worden afgezwakt.
    • Door de koersstijging van de Turkse lira wordt import (van grond- en hulpstoffen) goedkoper, waardoor de inflatie wordt beperkt. De koopkracht van Turkse consumenten blijft op peil waardoor de consumptie op peil blijft. Dit heeft een positief effect op de groei van het bbp waardoor een mogelijke recessie kan worden afgezwakt.

Opmerking Als het effect op het bbp niet is benoemd in het tweede en derde deelantwoord, wordt maximaal 1 scorepunt toegekend.

Opgave 4 Recessie door het buurland

In Hetland gaat het economisch voor de wind totdat bij het buurland (de belangrijkste handelspartner) een recessie optreedt. De overheid en de centrale bank van Hetland bekijken de situatie en overwegen in te grijpen.

Beide instanties hanteren het macro-economische model dat te zien is in figuur 1. Hierbij wordt uitgegaan van een flexibele arbeidsmarkt en een constante arbeidsproductiviteit. De overheid heeft als enige doelstelling de werkloosheid te bestrijden. De centrale bank heeft als enige doelstelling de prijsstabiliteit handhaven.

Figuur 1 effect van recessie in buurland op Hetland

GV = geaggregeerde vraag 0 = oude situatie voor recessie buurland GA = geaggregeerd aanbod 1 = nieuwe situatie na recessie buurland lt = lange termijn kt = korte termijn

Vraag 16 2 punten

Welke instantie moet, gezien de eigen doelstelling, in de nieuwe situatie in actie komen? Beargumenteer je keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • de overheid Voorbeelden van een juiste argumentatie zijn: − Op korte termijn blijft het prijspeil gelijk, dus de centrale bank hoeft gezien haar doelstelling niet in actie te komen. − Het reële bbp is in de nieuwe situatie gedaald. Dit betekent een lagere vraag naar arbeid en dus een toename van de werkloosheid. De overheid streeft naar bestrijding van werkloosheid en zal moeten ingrijpen. (2)

Een politicus in Hetland stelt dat bij een recessie de prijzen verlaagd moeten worden om zo de productie te stimuleren. Zij pleit er bij bedrijven voor om dit nu te doen.

Vraag 17 1 punt

Verklaar waarom bedrijven op korte termijn de prijzen niet verlagen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste verklaring zijn: − Bedrijven zullen hun verkoopprijzen pas verlagen als hun (loon)kosten gedaald zijn om zo verliezen te vermijden. Op korte termijn zijn lonen star dus zullen bedrijven de prijzen niet op korte termijn verlagen. − Bedrijven zijn op korte termijn gebonden aan verkoopcontracten / hebben te maken met menukosten. Hierdoor zullen ze de prijzen op korte termijn niet verlagen. (1)

De overheid stelt voor dat de centrale bank de geldhoeveelheid vergroot om hiermee de productie op de goederenmarkt te stimuleren.

Vraag 18 2 punten

Leg uit hoe een toename van de geldhoeveelheid via de vermogensmarkt op korte termijn leidt tot een hogere productie op de goederenmarkt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een toename van de geldhoeveelheid op de vermogensmarkt leidt tot (een toename van de vraag naar rentedragende vermogenstitels, waardoor de koers van deze vermogenstitels stijgt en) een daling van de rente (1)
  • Door een dalende rente wordt sparen minder aantrekkelijk en lenen aantrekkelijker, waardoor de bestedingen stijgen en daarmee ook de productie (1)

Nog voordat de overheid of de centrale bank kan ingrijpen, treedt er een aanbodschok op: een plotselinge stijging van de prijzen van geïmporteerde grondstoffen. Hierdoor ontstaat er een nieuw evenwicht (P2, Y2). Dit is weergegeven in figuur 2.

Figuur 2 aanbodschok en de gevolgen voor Hetland

Door de aanbodschok ontstaat er een situatie van ‘stagflatie’: een versterkte recessie in combinatie met inflatie. Het prijspeil stijgt verder (van P2 naar P3) doordat de inflatieverwachtingen hoger zijn geworden.

Vraag 19 2 punten

Leg uit hoe hogere inflatieverwachtingen leiden tot een verdere stijging van het prijspeil.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Een hogere verwachte inflatie betekent dat (de verwachte koopkracht gaat dalen en) werknemers in de loononderhandelingen hun looneisen naar boven aanpassen aan de verwachte inflatie. Dit leidt tot stijgende lonen die verrekend worden in de verkoopprijzen. Dat leidt weer tot verdere stijging van het prijspeil. (2)

De overheid komt na overleg met de centrale bank met twee maatregelen, gericht op het herstel van de economie:

  • verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting.
  • verlaging van milieuheffingen voor bedrijven. In de analyse van de overheid wordt de lange-termijnaanbodcurve als constant geacht en kijkt men enkel naar de korte termijn.

Vraag 20 2 punten

Beargumenteer hoe beide maatregelen leiden tot herstel van de economie. Benoem het effect op de relevante lijnen in figuur 2.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Verlaging van de tarieven van de inkomstenbelasting leidt tot een grotere koopkracht van gezinnen (gegeven de rente) en tot een verschuiving van de GV-lijn naar rechts (bij elk prijspeil) (1)
  • Verlaging van de milieuheffingen voor bedrijven leidt tot lagere kosten per eenheid product. Dit leidt tot een verschuiving van de GAkt-lijn naar beneden (1)

Opgave 5 Dividendbelasting

In een euroland belast de overheid in 2019 de winstuitkeringen (dividenden) van binnenlandse en buitenlandse beleggers met een tarief van 15%. De eerste € 10.000 wordt vrijgesteld van belasting.

Vraag 21 2 punten

Is de dividendbelasting in 2019 een voorbeeld van een degressieve, een progressieve of een proportionele belasting? Motiveer je keuze.

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een motivatie door middel van een correcte berekening kunnen ook scorepunten worden toegekend.

Per 1-1-2020 is minister Hoeksma van Financiën van plan om de dividendbelasting af te schaffen. Zij wil daarmee buitenlands kapitaal aantrekken. Ze mikt hierbij op de hogere inkomens, die over het algemeen relatief meer beleggen in aandelen dan de lagere inkomens.

Om de gevolgen van Hoeksma’s voorstel op de aandelenmarkt van het land te analyseren gebruikt ze het volgende vereenvoudigde model:

marktmodel van aandeel X marktmodel van aandeel X voor het afschaffen van de na het afschaffen van de dividendbelasting dividendbelasting vergelijking (1) Qv = −2K + 9.000 Qv = −2K + 9.600 vergelijking (2) Qa = 398K

  • 5.000 Qa = 348K
  • 5.000 Legenda Qv = Collectieve vraag naar aandeel X in stuks Qa = Collectief aanbod van aandeel X in stuks K = Koers per aandeel X in euro’s

Toelichting: Aandeel X is al jaren in omloop en betreft een eigendomsbewijs van een belangrijke multinational. Aandelenkoers K wordt beschouwd als een goede indicator voor de algehele koersontwikkelingen op de aandelenbeurs in het land.

Vraag 22 2 punten

Verklaar de verandering van de betalingsbereidheid in vergelijking (1) én de verandering van de verkoopbereidheid van beleggers in vergelijking (2).

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Voorbeelden van een juiste verklaring van de verandering in vergelijking (1) zijn (één van de volgende): (1p)
    • Er komt ongeacht de aandelenkoers K meer vraag naar aandeel X, omdat beleggen in het land en ook in X interessanter wordt, want de winstuitkeringen aan de aandeelhouders van X worden niet meer belast (met dividendbelasting) / het netto dividendrendement stijgt.
    • Bij de huidige koers is de prijsgevoeligheid van de vragers naar aandeel X afgenomen. Hierdoor wil men ook bij hogere koersen aandelen kopen.
  • Voorbeelden van een juiste verklaring van de verandering in vergelijking (2) zijn (één van de volgende): (1p)
    • De bezitters van aandelen (waaronder X) weten dat hun aandelen meer waard worden voor andere beleggers. Hierdoor zijn ze pas bereid om tegen een hoger bod hun aandelen te verkopen (snijpunt met Y-as gaat omhoog van 12,56 naar 14,37).
    • Bij de huidige koers is de prijsgevoeligheid van de aanbieders van aandeel X afgenomen. Beleggers zullen hierdoor pas bij een hogere koers hun aandelen verkopen.

Minister Hoeksma stelt dat de verwachte koerswinst op de aandelenmarkt als gevolg van de afschaffing van de dividendbelasting meer dan 10% is.

Vraag 23 2 punten

Toon met een berekening aan dat de verwachte koerswinst meer dan 10% zal zijn.

Bekijk het antwoord
  • Qv = Qa −2K + 9.000 = 398K − 5.000 400K = 14.000 dus K was 35 euro. Na afschaffen van dividendbelasting volgt eenzelfde berekening: Qv = Qa −2K + 9.600 = 348K − 5.000 350K = 14.600 dus K is 41,71 euro (1)
  • koersstijging= 𝑥100% ≈ 19,2% (en dat is meer dan 10%) (1)

De afschaffing van de dividendbelasting leidt tot koersstijgingen op de aandelenmarkt. Hierdoor zal het consumentenvertrouwen toenemen en kunnen uiteindelijk inverdieneffecten optreden.

Vraag 24 2 punten

Leg uit dat bij afschaffing van de dividendbelasting inverdieneffecten kunnen optreden.

Bekijk het antwoord
  • Door de afschaffing van de dividendbelasting zullen de inkomsten voor de overheid afnemen (1)
  • Een toename van het consumentenvertrouwen (als gevolg van een toename van de particuliere vermogenspositie) leidt tot stijging van de bestedingen, waardoor de overheid meer (indirecte) belasting- inkomsten ontvangt (1)

Minister Dams van Sociale Zaken is tegen het voorstel van haar collega van Financiën. Minister Dams kijkt daarbij naar de volgende tabellen:

Tabel 1 ontwikkeling arbeidsinkomensquote in het land en in vier buurlanden

2000 2005 2010 2015 2019 AIQ in eigen land 0,74 0,73 0,71 0,69 0,68 Gemiddelde AIQ 0,87 0,88 0,89 0,90 0,90 in vier buurlanden

Tabel 2 ontwikkeling van de Gini-coëfficiënt van de secundaire inkomensverdeling in het land

2000 2005 2010 2015 2019 0,49 0,52 0,52 0,55 0,56

Minister Dams beweert onder meer met verwijzing naar bovenstaande tabellen het volgende:

  • “Buitenlandse ondernemingen zouden sowieso meer beleggen in ons land zonder het afschaffen van de dividendbelasting. Een aanwijzing hiervoor is de structurele ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote.”
  • “Ik vind het verwachte gevolg van het afschaffen van de dividendbelasting op de secundaire inkomensverdeling in het land hoogst ongewenst.”

Minister Dams schrijft een reactie aan haar collega van Financiën om haar twee beweringen voor de volgende kabinetsvergadering alvast uit te leggen.

Vraag 25 4 punten

Schrijf de reactie namens minister Dams.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste reactie bij de eerste bewering is: Door de verlaging van de arbeidsinkomensquote in het land stijgt de winstquote (bij gelijkblijvende rente- en huur/pachtquotes), terwijl de winstquote in de buurlanden op lange termijn (vrijwel) gelijk blijft. Van iedere verdiende euro gaat een groter deel naar winst en dus is het aantrekkelijker om in dit land te beleggen (2) Een voorbeeld van een juiste reactie bij de tweede bewering is: • Met name de hoge inkomens beleggen relatief meer in aandelen, waardoor zij een relatief groter voordeel genieten van de afschaffing van de dividendbelasting. Hierdoor zal er een verwachte denivellering plaatsvinden tussen de hoge en lage inkomens (1) • Uit tabel 2 blijkt dat de Gini-coëfficiënt is gestegen. Dit wijst op een grotere scheefheid / relatief grotere inkomenskloof tussen lage en hoge inkomensklassen. De afschaffing van de dividendbelasting zal de scheefheid verder vergroten en dat is volgens de minister van Sociale Zaken ongewenst (1) (4)

Opgave 6 Afvalwater, een schone zaak

In een gemeente zuivert waterzuiveringsbedrijf Zuiverwater (ZW) afvalwater dat door bedrijven in het riool is geloosd. Bedrijven betalen voor elke liter afvalwater een heffing van 70 euro per vervuilingseenheid (VE). ZW heeft specifieke investeringen gedaan en heeft als bedrijfsdoelstelling break-even draaien.

Bedrijven kunnen ervoor kiezen om zelf hun afvalwater te zuiveren. Een groep van vier grote bedrijven (de G4) die samen op een bedrijventerrein zijn gevestigd overweegt een eigen zuiveringsinstallatie te bouwen. De G4 brengt ZW hiervan op de hoogte. ZW ziet zijn break-even doelstelling in gevaar komen en zal moeten onderhandelen met de G4 om tot een oplossing te komen.

Gebruik bovenstaande tekst en tabellen 1 tot en met 3 op pagina 13 bij vraag 26. Als ZW een korting op de heffing per VE aanbiedt, kan het verhinderen dat de G4 overstapt op een eigen zuiveringsinstallatie.

Vraag 26 2 punten

Bereken hoe hoog de korting op de heffing per VE minimaal moet zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Totaalaantal VE’s = 60.000 x 0,023 + 80.000 x 0,015 + 50.000 x 0,088 + 40.000 x 0,056 = 9.220 (1)
  • TK eigen installatie = 25 x 9.220 + 300.000 = € 530.500 Kosten per VE per liter = 530.500/9.220 = € 57,54 De korting per VE moet minimaal zijn: 70 − 57,54 = € 12,46 (1)

Vraag 27 2 punten

Verklaar dat ZW bij de onderhandelingen te maken heeft met een berovingsprobleem.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • ZW kan zijn (specifieke) investering alleen terugverdienen door voldoende afvalwater te zuiveren (verzonken kosten) (1)
  • ZW kan zo door de G4 worden gedwongen akkoord te gaan met een korting op de heffing (berovingsprobleem) (1)

Er zijn twee mogelijke uitkomsten bij de onderhandelingen tussen ZW en de G4:

  • De G4 investeert in een eigen gezamenlijke zuiveringsinstallatie.
  • De G4 accepteert een korting op de heffing. Bij beide uitkomsten kunnen de overige bedrijven in de gemeente een sterkere (financiële) prikkel hebben gekregen om illegaal afvalwater te lozen.

Vraag 28 2 punten

Leg uit dat de overige bedrijven bij beide uitkomsten van de onderhandelingen een sterkere prikkel hebben gekregen om illegaal afvalwater te lozen. Betrek de bedrijfsdoelstelling van ZW in je antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Wanneer ZW akkoord gaat met een korting voor de G4 zal (gegeven de doelstelling van break-even) de heffing voor de andere bedrijven omhoog moeten. Hierdoor neemt de kans toe dat bedrijven afvalwater illegaal zullen willen lozen (1)
  • Wanneer de G4 besluit een afvalwaterzuiveringsinstallatie te bouwen zullen de overige bedrijven de (constante) kosten (van ZW) moeten dekken. Dat kan alleen als ze een hogere heffing moeten betalen. Hierdoor neemt de kans toe dat de overige bedrijven afvalwater illegaal zullen willen lozen (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1022-a-21-2-o

Andere examens economie vwo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 2?

Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 2 telt 28 vragen. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (9), risico en verzekeren (5) en geld en inflatie (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2021, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2021, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-2/vw-1022-a-21-2-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.