Eindexamen economie vwo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Sociaal gamen, Opgave 2 Een eigen huis, Opgave 3 Importheffing, Opgave 4 Loonquote onder de loep, Opgave 5 Uitvaartverzekering, Opgave 6 Leasefiets.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (5), internationale handel (5) en arbeidsmarkt (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Vraag en aanbod1-55
Internationale handel10-145
Arbeidsmarkt15-195
Geld en inflatie7-9, 224
Risico en verzekeren20-21, 23-244
Productie en kosten26-283
Inkomen en consumptie61
Overheid en belastingen291

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over vraag en aanbod (18% van de vragen, gemiddeld 6%) en arbeidsmarkt (18% van de vragen, gemiddeld 6%). Minder over overheid en belastingen (4% van de vragen, gemiddeld 20%) en conjunctuur (0% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Sociaal gamen

Uitgeverij Amador gaat in januari 2020 de concurrentie aan met monopolist Badlands op de markt voor computerspellen. Amador biedt het nieuwe, gelijknamige, computerspel Amador aan. Amador is een computerspel waarin spelers samenwerken om gebieden te veroveren. Amador wordt aangeboden in de vorm van een persoonsgebonden abonnement: een speler betaalt een maandbedrag en heeft hierdoor het recht om het spel online te spelen. Badlands biedt het gelijknamige spel Badlands aan voor een abonnementsprijs van € 13 per maand. Uitgeverij Amador overweegt om een prijs vast te stellen van € 12 om een marktaandeel van de afzet te bereiken van minstens 45%. Marktonderzoek van marketinganalist Kim Klösters resulteert in de volgende vraagvergelijkingen van Amador en Badlands:

qva = 400

  • 30pa + 15pb qvb = 600 + 20pa
  • 40pb

qva, qvb = de vraag in duizenden maandabonnementen Amador, respectievelijk Badlands pa, pb = de abonnementsprijs in euro’s van Amador, respectievelijk Badlands

Vraag 1 2 punten

Bepaal met behulp van een berekening of het doel van uitgeverij Amador wordt bereikt.

Bekijk het antwoord
  • Invullen van beide prijzen in de afzetfuncties geeft: qva = 400 – 30pa + 15pb = 400 – (30x12) + (15x13) = 235.000 qvb = 600 + 20pa – 40pb = 600 + (20x12) – (40x13) = 320.000 (1)
  • De totale afzet is gelijk aan 555.000 (235.000 + 320.000) 235.000 Marktaandeel Amador = x 100% = 42,3% 555.000 De doelstelling wordt niet bereikt (1)

Vraag 2 1 punt

Verklaar op basis van de vraagvergelijking(en) of beide spellen complementaire of substitueerbare goederen zijn.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: De prijscoëfficiënt pb in de vraagfunctie van Amador is +15 en dat betekent dat een lagere prijs van Badlands leidt tot een (grotere vraag naar Badlands en een) lagere vraag naar Amador. Dit betekent dat er sprake is van substitueerbare goederen. (1)

Uitgeverij Amador overweegt (op basis van de cijfers van de analist) een agressievere aanpak door de introductieprijs met 10% te verlagen. Badlands dreigt te reageren met eenzelfde prijsverlaging. De analist brengt de gevolgen in kaart (figuur 1).

Figuur 1 Indexcijfers omzet (afgerond) van Amador en Badlands

Toelichting: een indexcijfer van 92,5 betekent een omzetdaling van 7,5% ten opzichte van de uitgangssituatie zonder prijsverlagingen.

Vraag 3 2 punten

Toon met een berekening aan dat het getal bij x in figuur 1 gelijk is aan afgerond 103,8.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Amador hanteert een prijs van 0,9 x € 12 = € 10,80 Badlands hanteert een prijs van € 13 qva = 400 – 30pa + 15pb = 400 – (30x10,8) + (15x13) = 271.000 TOa = pa x qa → 271.000 x 10,80 = € 2.926.800 (1)
  • De oude omzet was gelijk aan € 2.820.000 (235.000 x € 12). 2.926.800 − 2.820.000 Verandering omzet Amador = x 100% = 3,79% 2.820.000 Het indexcijfer is dan 100 + 3,79 = 103,79 en dat is afgerond 103,8 (1)

Volgens de analist is de uitgangssituatie (waarbij beide spelers geen prijsverlaging doorvoeren) niet realistisch en zij stelt op basis van figuur 1 het volgende: “De dreiging van Badlands is geloofwaardig, waardoor er een suboptimale situatie ontstaat en Amador dus hoe dan ook een lagere omzet kan verwachten dan in de uitgangssituatie.”

Vraag 4 2 punten

Leg de stelling van de analist uit. Motiveer het antwoord met behulp van relevante getallen uit figuur 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Badlands heeft een dominante strategie om de prijs te verlagen want 104,6 > 100 en 97,9 > 92,5. De dreiging om de prijs te verlagen is dus geloofwaardig (1)
  • Amador zal daardoor kiezen de prijs te verlagen, omdat 96,3 > 91,7. Hierdoor ontstaat een evenwicht met een suboptimale uitkomst want beide spelers hebben een lagere omzet dan verwacht in de uitgangssituatie (1)

De analist kijkt naar het toekomstig prijsbeleid van Amador en houdt Badlands verder buiten beschouwing. Zij adviseert een vorm van prijsdiscriminatie toe te passen: “Door het langdurig spelen verandert de betalingsbereidheid voor het spel, waardoor ook de vraaglijnen en prijselasticiteiten bij een prijs van € 12 veranderen. Ik adviseer daarom, op basis van tabel 1, om de startprijs met 10% te verlagen en na een jaar spelen deze verlaging voor het vervolgabonnement af te schaffen. Hierdoor zal de omzet van Amador toenemen”.

Tabel 1 Prijselasticiteit bij een prijs van € 12 naar maanden spelen

aantal maanden spelen prijselasticiteit van de vraag bij € 12 op de verschillende vraaglijnen van Amador

0 -1,53

2 -1,32 6* -1,18

12 -1,00

24 -0,92

36 -0,89 * Voorbeeld: de groep spelers die 6 maanden het spel hebben gespeeld.

Vraag 5 2 punten

Leg uit dat de waarden van de prijselasticiteiten uit tabel 1 het advies van de analist ondersteunen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij de eerste twaalf maanden is er sprake van een prijselastische vraag (Ev < –1) bij een prijs van € 12. Dit betekent dat het verlagen van de prijs ertoe leidt dat de afzet in verhouding meer stijgt dan de prijs daalt, waardoor de omzet toeneemt (1)
  • Na een jaar spelen wordt de vraag bij een prijs van € 12 inelastischer (Ev > –1), waardoor het verhogen van de prijs / afschaffen van de korting leidt tot een toename van de omzet van Amador (1)

Opgave 2 Een eigen huis

Beau is een afgestudeerd psycholoog en huurt sinds 1 januari 2017 een kamer. Per 1 januari 2019 heeft ze een vast arbeidscontract en wil ze een eigen huis kopen. Ze kan een hypotheek krijgen van € 200.000 op basis van haar inkomen.

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat er bij de aankoop van een eigen huis met een hypothecaire lening sprake is van ruilen over de tijd.

Bekijk het antwoord
  • Door middel van het hypothecaire krediet wordt consumptie vervroegd, want ze kan nu al het huis kopen (1)
  • later zal ze minder bestedingsmogelijkheden hebben / kunnen consumeren door de aflossingen aan de hypotheekverstrekker (1)

Beau oriënteert zich op de kredietverstrekking van de banken BNA en GNI. Tabellen 1 en 2 tonen de gevonden informatie. Daarin staan de hypotheekrentes, gebaseerd op de H/A-verhouding:

het bedrag van de hypotheeklening H/A-verhouding = x 100% de aankoopsom van de woning

Tabel 1 Rentepercentages bij verschillende H/A-verhoudingen en een rentevaste periode van 1 jaar

bank H/A-verhouding H/A-verhouding H/A-verhouding = 60% = 80% = 100% BNA 1,05% 1,15% 1,60% GNI 1,25% 1,44% 1,64%

Tabel 2 Rentepercentages bij verschillende H/A verhoudingen en een rentevaste periode van 10 jaar

bank H/A-verhouding H/A-verhouding H/A-verhouding = 60% = 80% = 100% BNA 1,45% 1,81% 2,17% GNI 1,70% 1,90% 2,22%

Toelichting: een rentevaste periode is een periode waarin de rente niet wordt gewijzigd.

Uit de tabellen blijkt dat de hypotheekrente stijgt naarmate de H/A-verhouding stijgt en naarmate de rentevaste periode langer is.

Vraag 7 2 punten

Leg uit waarom de hypotheekrente stijgt bij een toenemende H/A- verhouding.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Naarmate de H/A-verhouding hoger wordt, loopt de bank meer risico op een restschuld later (als de woningwaarde daalt dan kan de schuld groter worden dan de woningwaarde) (1)
  • hierdoor zal de bank meer rente eisen ter compensatie van het hogere risico (en dus is er een positief verband) (1)

Vraag 8 2 punten

Leg uit waarom het risico op inflatie leidt tot een positief verband tussen de rentevaste periode en de hypotheekrente.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als ‘onzekerheid’ niet correct is verwoord, maximaal 1 scorepunt toekennen.

Beau twijfelt over de rentevaste periode die ze zal kiezen. In een economische analyse eind 2019 leest ze over twee economische ontwikkelingen die invloed hebben op de toekomstige hypotheekrente: i. de hoogconjunctuur in Nederland zal de komende jaren aanhouden. ii. pensioenfondsen en buitenlandse banken zullen vanaf volgend jaar ook hypotheken gaan aanbieden.

Vraag 9 2 punten

Leg bij elk van beide ontwikkelingen uit of daarbij een rentevaste periode van 1 jaar verstandiger is dan een rentevaste periode van 10 jaar.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Door de aanhoudende stijging van het inkomen zal de vraag naar eigen huizen en daarmee de vraag naar hypothecaire leningen (verder) stijgen en zal de hypotheekrente in de toekomst stijgen, waardoor een looptijd van 1 jaar niet verstandig is (vanwege de duurdere herfinanciering) (1)
  • Doordat het aanbod van hypothecaire leningen in Nederland volgend jaar toeneemt, zal de hypotheekrente in de toekomst dalen en dan is een korte looptijd van 1 jaar verstandig (1)

Opgave 3 Importheffing

De overheid van de Verenigde Unie (VU) onderzoekt de positie van de VU ten opzichte van het buitenland en kijkt daarbij naar de internationale handelsstromen en in het bijzonder naar die met het land Cinai (zie tabel 1). De VU en Cinai hebben hun valuta’s aan elkaar gekoppeld.

Tabel 1 Goederen- en dienstenstromen van de VU met het buitenland in miljarden VU dollars (VU$)

variabele 2000 2010 2020 exportwaarde van goederen en diensten 900 944 1.013 (waarvan naar Cinai) (90) (91) (96) importwaarde van goederen en diensten 1.000 1.125 1.300 (waarvan uit Cinai) (250) (399) (519) bbp VU 3.000 3.300 4.550

Aan de hand van de tabel stelt de overheid van de VU het volgende: i. Onze internationale concurrentiepositie ten opzichte van Cinai is in de periode 2000–2020 verslechterd. ii. De eigen economie is in 2000–2020 afhankelijker geworden van Cinai.

Vraag 10 2 punten

Leg beide stellingen uit. Motiveer het antwoord met behulp van relevante getallen uit tabel 1.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het toekennen van het tweede scorepunt dienen zowel import als export te zijn verwoord.

Momenteel importeert de VU 90% van het binnenlandse vraagoverschot naar batterijen (in mobiele telefoons) uit Cinai. De overheid van de VU wil de eigen economie minder afhankelijk maken van Cinai en stelt een importheffing voor op batterijen uit Cinai van VU$ 60 per batterij in 2021. Om de gevolgen van de protectionistische maatregel te kunnen doorrekenen, maakt de overheid gebruik van een model (zie tabel 2). In het model wordt aangenomen dat andere landen hun productie van batterijen niet kunnen verhogen en de wereldmarktprijs onveranderd blijft.

Tabel 2 Binnenlandse markt van batterijen in de VU voor 2021.

Qv = –3P + 675 collectieve binnenlandse vraag naar batterijen in miljoenen stuks Qa = P

  • 125 collectief aanbod van batterijen door binnenlandse producenten in miljoenen stuks P marktprijs per batterij op de binnenlandse markt in VU$ P wereldmarkt = 150 wereldmarktprijs per batterij in VU$

De overheid van de VU verwacht door de invoering van de importheffing in 2021 dat de VU geen batterijen meer uit Cinai zal importeren en dat het saldo lopende rekening van de VU met Cinai zal verbeteren.

Vraag 11 2 punten

Toon met behulp van een berekening aan dat VU na invoering van de importheffing geen batterijen uit Cinai zal importeren.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Qv = Qa geeft +4P = 800 dus P = VU$ 200. Door de invoerheffing van VU$ 60 wordt de prijs van batterijen uit Cinai:150 + 60 = VU$ 210 (1)
  • Omdat de importprijs hoger wordt dan de binnenlandse prijs zal er helemaal geen import meer zijn uit Cinai (1)

Vraag 12 2 punten

Bereken met hoeveel miljard VU$ het saldo lopende rekening van de VU met Cinai zal verbeteren als gevolg van de importheffing.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • P = 150 invullen: Qv = – 450 + 675 = 225 miljoen en Qa = 150 – 125 = 25 miljoen Het vraagoverschot is 225 – 25 = 200 miljoen stuks (1)
  • Dit wordt voor 90% uit Cinai opgevuld = 180 miljoen. De importwaarde van de batterijen uit Cinai daalt met 180 mln x 150 = VU$ 27 miljard (want de binnenlandse prijs van VU$ 200 ligt onder de importprijs na de importheffing van VU$ 210) (1)

In hun reactie geven enkele economen twee beweringen over het saldo lopende rekening van de VU: i. “Cinai kan de importheffing op lange termijn door directe investeringen in de VU volledig gaan omzeilen. ii. Deze directe investeringen leiden ertoe dat het saldo lopende rekening van de VU met Cinai enerzijds kan verslechteren, anderzijds kan verbeteren.”

Vraag 13 3 punten

Leg beide beweringen van de economen uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Cinai kan door directe investeringen in de VU daar bedrijven opzetten en daar produceren waardoor ze toetreden tot de binnenlandse markt. Hierdoor gelden de importheffingen niet meer (1)
  • De kapitaalinvoer maakt het mogelijk dat de import van batterijen kan worden verminderd / (dat de VU zelf kan gaan exporteren) en dat is gunstig voor de saldo lopende rekening (1)
  • De kapitaalinvoer zorgt ervoor dat, indien deze buitenlandse investeringen in de VU rendabel zijn, later (een deel van) de winst naar Cinai terugvloeit, waardoor de (primaire) inkomensrekening van de VU (als onderdeel van dezelfde lopende rekening) ongunstig wordt beïnvloed (1)

De overheid van de VU heeft een financieringstekort en gaat ervan uit dat door de importheffing het financieringstekort kan afnemen. De economen menen dat protectionistische maatregelen tussen landen kunnen worden opgevat als een sequentieel spel en dat het financieringstekort van de VU juist kan oplopen.

Vraag 14 3 punten

Geef een verklaring voor de mening van de economen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Cinai zal reageren met protectionistische tegenmaatregelen op de importheffing van de VU (waardoor er sprake is van een sequentieel spel) (1)
  • Door de toenemende protectie worden producten op alle goederenmarkten, dus ook op de binnenlandse markt van de VU (schaarser en) duurder. Hierdoor kunnen de (consumptieve) bestedingen en daarmee het bbp van de VU gaan dalen / hierdoor verslechtert de internationale concurrentiepositie ten opzichte van andere landen waardoor de export daalt en daarmee het bbp van de VU (1)
  • Als gevolg daarvan daalt de inkomstenbelasting / daalt de productie waardoor de werkloosheid toeneemt en stijgen de uitgaven aan sociale uitkeringen / subsidies. Hierdoor zal het financieringstekort juist oplopen (1)

Opgave 4 Loonquote onder de loep

Een steeds kleiner deel van de economische groei is de afgelopen jaren ten goede gekomen aan de productiefactor arbeid. Econoom Van Nassau onderzocht in 2018 mogelijke oorzaken van deze daling van de loonquote (het totale loon van alle werknemers in bedrijven als percentage van de totale netto toegevoegde waarde van bedrijven). Hij gebruikt figuur 1.

Figuur 1 Factoren van invloed op de loonquote

Toelichting: globalisering houdt in dat er sprake is van een groeiende internationale handel en buitenlandse investeringen en een toegenomen betekenis van multinationals.

Vraag 15 2 punten

Verklaar met behulp van figuur 1 dat een lagere groei van de lonen kan leiden tot een lagere groei van de arbeidsproductiviteit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als de lonen slechts matig stijgen, wordt de productiefactor arbeid relatief goedkoper ten opzichte van kapitaal. Bedrijven kunnen er dan voor kiezen om geen / minder arbeidsbesparende investeringen te doen (1)
  • De technologische ontwikkeling blijft achter waardoor de arbeidsproductiviteit minder toeneemt of (zelfs) afneemt (1)

Vraag 16 2 punten

Verklaar met behulp van figuur 1 dat globalisering een negatieve invloed kan hebben op de loonquote.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Globalisering leidt tot meer internationale concurrentie. Bedrijven kunnen makkelijker diensten kopen uit landen waar de kosten lager zijn. Hierdoor stijgt het overige inkomen van bedrijven, waardoor het loon als onderdeel van de totale netto toegevoegde waarde daalt (en de loonquote daalt). (2)

Van Nassau verwacht echter dat krapte op de arbeidsmarkt tijdens de hoogconjunctuur in 2019 wel degelijk zal leiden tot een relatief sterkere ontwikkeling van de lonen, waardoor de loonquote in 2019 wel zal stijgen. Hij onderbouwt deze verwachting met gegevens uit tabel 1.

Tabel 1 macro-economische gegevens

procentuele ontwikkeling

2019 t.o.v. 2018 productievolume in bedrijven 2,7 inflatie 2,5 gemiddeld loon per arbeidsuur in bedrijven 4,0 werkgelegenheid in arbeidsuren in bedrijven 1,5 arbeidsproductiviteit in bedrijven 1,2

Vraag 17 2 punten

Bereken de procentuele stijging van de loonquote in 2019 ten opzichte van 2018. Rond je antwoord af op een decimaal.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Het totale loon groeit met 100 x 1,015 x 1,04 = 105,56 De netto toegevoegde waarde groeit met (productievolume en inflatie): 100 x 1,027 x 1,025= 105,27 of met (inflatie, werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit): 100 x 1,012 x 1,015 x 1,025 = 105,27 (1)
  • Loonquote = (totale loon werknemers / totale netto toegevoegde waarde) (105,56/105,27) x 100 = 100,28 De loonquote is gestegen met 0,3% (1)

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat werknemers met een flexibel contract gemiddeld een relatief laag loon hebben ten opzichte van werknemers met een vast contract. Op basis van dit onderzoek stelt econoom Van Houtven dat de ontwikkeling van de loonquote afhangt van de conjunctuur en de flexibele schil. De flexibele schil is het aantal flexibele contracten in verhouding tot het aantal vaste arbeidscontracten. Zij doet de volgende uitspraak: “De flexibele schil zorgt ervoor dat de loongroei minder afneemt in een laagconjunctuur en minder toeneemt in een hoogconjunctuur.” Dit is grafisch weergegeven in figuur 2.

Figuur 2 Effect flexibele schil op de loongroei

Toelichting: De loongroei is de ontwikkeling van het gemiddeld loonniveau. In de figuur wordt verondersteld dat de loongroei gelijk opgaat met de conjunctuur

Vraag 18 2 punten

Leg uit dat de flexibele schil ervoor zorgt dat de loongroei minder afneemt in een laagconjunctuur en minder toeneemt in een hoogconjunctuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij een laagconjunctuur zullen werkgevers eerst de werknemers met een flexibel contract ontslaan. Deze hebben een relatief laag loon wat een opwaarts effect heeft op de ontwikkeling van het gemiddelde loonniveau van (niet ontslagen) werknemers (1)
  • Bij een hoogconjunctuur zullen werkgevers eerst mensen aannemen met een flexibel contract (omdat nog niet zeker is of de economische opgang lang zal duren). Deze hebben een relatief laag loon wat een neerwaarts effect heeft op de ontwikkeling van het gemiddelde loonniveau van werknemers (1)

Econoom Van Houtven meent bovendien dat tijdens een laagconjunctuur de verhouding tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt verandert als gevolg van loonstarheid: hierdoor zullen de lonen ook minder hard stijgen als de conjunctuur weer aantrekt.

Vraag 19 2 punten

Onderbouw de mening van econoom Van Houtven.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Als gevolg van loonstarheid zullen de lonen tijdens een laagconjunctuur relatief weinig tot niet dalen. De vraag naar arbeid is dan kleiner dan het aanbod van arbeid met als gevolg een ruime arbeidsmarkt. Hierdoor zullen de lonen bij een hoogconjunctuur minder snel stijgen om voldoende arbeid aan te kunnen trekken. − Als gevolg van loonstarheid zal de werkloosheid (sterker) toenemen in een laagconjunctuur waardoor er een ruime arbeidsmarkt ontstaat. Als de economie zich vervolgens herstelt en in een hoogconjunctuur terecht komt, is de arbeidsmarkt nog relatief ruim waardoor de lonen minder snel stijgen (om aan de gevraagde arbeid te voldoen). (2)

Opgave 5 Uitvaartverzekering

Uitvaartonderneming Funus biedt een verzekering aan waarbij Funus de complete uitvaart verzorgt en betaalt. Klanten kunnen kiezen om maandelijks een premie te betalen of om eenmalig een bedrag te betalen (een afkoopsom). De hoogte van de premie of afkoopsom is mede afhankelijk van de leeftijd van de klant. Funus belegt de betaalde premies en afkoopsommen in aandelen en staatsobligaties. Funus adverteert met een kwalitatief goede verzorging van uitvaarten.

In 2019 is Funus in financiële problemen gekomen. Oorzaken hiervan waren de aanhoudend lage rente en de sterker dan verwacht stijgende kosten van uitvaarten. Hierdoor heeft Funus te weinig vermogen om te voldoen aan zijn verplichtingen. De Nederlandsche Bank (DNB) is toezichthouder en maakt zich zorgen over de (toekomstige) dienstverlening door Funus, want de dekkingsgraad van Funus van 85% is lager dan de minimale eis van 130%.

huidig vermogen dekkingsgraad = x 100% huidige waarde toekomstige verplichtingen

Een van de redenen om toezicht te houden op de bedrijfsvoering van uitvaartverzekeraars is het bestaan van een principaal-agentprobleem tussen verzekeraar en verzekerden.

Vraag 20 3 punten

Leg uit dat er een principaal-agent probleem is tussen verzekeraar en verzekerden bij de uitvaartverzekering en leg uit hoe toezicht hierop door DNB dit kan verminderen.

Bekijk het antwoord
  • De verzekerde is de principaal en de uitvaartverzekering is agent. De verzekerde wil zekerheid van complete verzorging / de organisatie van de uitvaart. De verzekeraar wil zoveel mogelijk winst maken (1)
  • De verzekerde weet niet zeker of de uitvaartverzekering de ingelegde premie/afkoopsom wel zodanig belegt dat de verzekeraar kan voldoen aan de kwalitatief goede / complete organisatie van de uitvaart (1)
  • Toezicht geeft de verzekerde (als principaal) vertrouwen dat DNB alle informatie heeft / de informatieasymmetrie wordt opgeheven, en indien nodig kan ingrijpen zodat de uitvaartverzekeraar in het belang van de verzekerde handelt (1)

Mevrouw Sardjoe is 64 jaar en heeft besloten een uitvaartverzekering af te sluiten bij Funus. Ze kiest voor een afkoopsom van € 6.000. De gemiddelde levensverwachting is 84 jaar. Naar verwachting kost een uitvaart over 20 jaar gemiddeld € 7.500. Funus moet van DNB rekenen met een rente van 1,5% per jaar.

Vraag 21 2 punten

Bereken met welk bedrag de afkoopsom verhoogd moet worden om te voldoen aan de vereiste dekkingsgraad.

Bekijk het antwoord
  • De contante waarde van de toekomstige verplichting is: 7.500 = 5.568,53 (1)
  • Daarvoor is nodig: € 5.568,53 x 1,3 = € 7.239,09 De afkoopsom moet met € 1.239,09 verhoogd worden (€ 7.239,09 – € 6.000) (1)

Funus stelt dat de rente van 1,5% in eerste instantie leidt tot een lage dekkingsgraad, maar op den duur weer voor een stijgende dekkingsgraad: “Die rente is gebaseerd op de rente op staatsobligaties. Als gevolg van de aanhoudend lage rente zijn de koersen van staatsobligaties die wij al in bezit hebben, gestegen. Hierdoor kan de dekkingsgraad weer stijgen.”

Vraag 22 2 punten

Leg uit dat de koersen van staatsobligaties stijgen als gevolg van een dalende rente.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Bij dalende rente stijgt de vraag naar (reeds uitgegeven) staatsobligaties met een hogere rente, omdat ze in de toekomst een hogere rentevergoeding bieden dan de nieuwe uitgegeven staatsobligaties. De koers van deze reeds uitgegeven staatsobligaties zal daardoor stijgen. (2)

Uit onderzoek blijkt dat de dekkingsgraad verhoogd kan worden door een verhoging van de premie. De bevolking vergrijst en van ouderen is bekend dat zij meer risico-avers zijn dan jongeren. DNB stelt: “De vraaglijn van uitvaartverzekeringen zal daarom geleidelijk verschuiven, waardoor Funus, zelfs bij een hogere premie, een hogere omzet kan behalen en zo de dekkingsgraad verbetert.”

Vraag 23 2 punten

Beargumenteer de stelling van DNB.

Bekijk het antwoord
  • Doordat er meer ouderen in de samenleving komen en ze meer risico- avers zijn, stijgt de vraag naar uitvaartverzekeringen bij dezelfde premie / verschuift de vraaglijn naar rechts (1)
  • Hierdoor kan Funus dus zelfs de premie verhogen zonder klanten te verliezen (ten opzichte van de uitgangssituatie) en stijgen de inkomsten waardoor de vermogenspositie verbetert (en dus de dekkingsgraad stijgt) (1)

Ondanks alle opties is het Funus niet gelukt om de financiële buffers te verhogen om zelfstandig te kunnen blijven. Concurrent LADE wil het totale polissenbestand en de beleggingen van Funus overnemen. LADE heeft ruim voldoende vermogen om, inclusief de verzekeringspolissen van Funus, te voldoen aan de vereiste dekkingsgraad. Ondanks de kosten van de overname, kan dit een positief effect hebben op de winstgevendheid van verzekeringspolissen van LADE na de overname.

Vraag 24 2 punten

Verklaar dat een overname van Funus door LADE een positief effect kan hebben op de winstgevendheid van verzekeringspolissen van LADE na de overname.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: De organisaties van beide bedrijven worden samengevoegd. De totale organisatiekosten zullen, door efficiencyverbeteringen, lager zijn dan de totale organisatiekosten van Funus en LADE samen op dit moment. Hierdoor kan de winstgevendheid op polissen van LADE (inclusief de oorspronkelijke polissen van Funus) toenemen. (2)

Opgave 6 Leasefiets

Ellen en Daphne willen in een grote stad starten met de onderneming Bike Mobility. Klanten krijgen een fiets in bruikleen tegen betaling van een maandelijks abonnementsbedrag. De klanten hebben een mobiliteitsgarantie: bij schade kan de fiets worden omgeruild tegen een andere fiets bij een van de vele aangesloten fietsenmakers. Een app geeft aan waar er een fiets klaar staat. Bike Mobility zal de enige aanbieder van leasefietsen zijn in deze stad. Ellen en Daphne hebben een marktonderzoek gedaan (zie tabel 1).

Tabel 1 Resultaten marktonderzoek Bike Mobility aantal geschatte gemiddeld geschatte vraag- potentiële aantal reparaties per jaar vergelijking klanten in de groep bij fietsen bij gebruik in eigen van bezit leasefietsen groep 1 80.000 2,5 4 Qv1= 60.000

  • 1.500P studenten groep 2 35.000 2 4 Qv2= 27.500
  • 250P overigen

Toelichting: Qv1, Qv2 = de gevraagde hoeveelheid leasefietsen per maand van groep 1, respectievelijk 2 P = de prijs per maand in euro’s van een abonnement op een leasefiets.

De collectieve vraagfunctie luidt: Qv= 87.500

  • 1.750P (voor 17.500 < Qv ≤ 87.500)

Overige gegevens van Bike Mobility:

  • De reparatiekosten bedragen gemiddeld € 20 per reparatie. De klanten betalen Bike Mobility een eigen bijdrage van € 5 per reparatie.
  • Per maand bedragen de overige variabele kosten € 10 per geleasete fiets.
  • De vaste (constante) kosten bedragen € 150.000 per maand.
  • Het leasecontract duurt minstens 6 maanden, daarna kunnen deelnemers de fiets op elk moment inleveren en hoeven zij vanaf dat moment niet meer te betalen.

Daphne beweert dat uit de tabel en uit de overige gegevens blijkt dat Bike Mobility een maatregel heeft genomen tegen moral hazard, maar dat die maatregel niet helemaal afdoende is.

Vraag 25 2 punten

Leg de bewering van Daphne uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Er is een maatregel genomen tegen moral hazard, omdat uit de overige gegevens blijkt dat klanten een eigen bijdrage betalen van € 5 per reparatie waardoor ze (deels) zelf betalen als zij een schade veroorzaken (1)
  • De maatregel is niet afdoende aangezien uit de tabel blijkt dat het geschatte aantal reparaties bij deelname aan leasefietsen is toegenomen ten opzichte van de situatie in eigen bezit (4 > 2,5 en 4 > 2), wat aantoont dat mensen onvoorzichtiger met de leasefietsen omgaan (1)

Ellen en Daphne discussiëren aan de hand van de gegevens of het toepassen van prijsdiscriminatie mogelijk is. Daarin stellen zij het volgende:

  • Ellen zegt op basis van tabel 1 dat prijsdiscriminatie mogelijk is. Ze wijst op het verschil in maximale betalingsbereidheid van de twee groepen waardoor voor groep 2 een hogere prijs gerekend kan worden.
  • Daphne zegt dat prijsdiscriminatie niet mogelijk is omdat aan één van de voorwaarden van prijsdiscriminatie niet is voldaan.

Vraag 26 2 punten

Geef voor beide stellingen een verklaring.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De maximale betalingsbereidheid voor groep 1 is € 40, en voor groep 2 € 110. Omdat bij groep 2 de betalingsbereidheid het hoogst is kan voor deze groep een hogere prijs gerekend worden (1)
  • Prijsdiscriminatie is echter niet mogelijk omdat onderlinge doorverkoop mogelijk is (een klant uit groep 1 zou een leasecontract kunnen tekenen voor iemand uit groep 2) (1)

Ellen en Daphne zien af van prijsdiscriminatie en besluiten voor maximale winst te gaan op basis van de collectieve vraag.

Vraag 27 3 punten

Toon met een berekening aan dat Bike Mobility maximale winst behaalt bij een leasetarief van € 32,50 per maand.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Qv = 87.500 − 1.750P → P = 50 − Q 1.750 1 TO = PxQ → TO = 50Q − Q2 1.750 1 MO = TO' = 50 − Q (1)
  • MK = (4 x (20 - 5) / 12) + 10 = 15 1 MO = MK → 50 − Q = 15 → Q = 30.625 per maand (1)
  • 30.625 = 87.500 – 1.750P → P = € 32,50 per maand (1)

Ellen en Daphne discussiëren verder over de prijs die ze willen hanteren voor groep 1. Ellen stelt voor om de prijs voor groep 1 lager vast te stellen dan de winstmaximaliserende prijs, om de kans te vergroten dat Bike Mobility ook op de lange termijn winst kan behouden.

Vraag 28 2 punten

Verklaar het voorstel van Ellen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Een lage prijs betekent dat meer fietsen zullen worden gehuurd bij Bike Mobility, waardoor nieuwe aanbieders minder afzet kunnen realiseren en toetreding niet winstgevend zal zijn / nieuwe toetreders op de monopoliemarkt worden geweerd. Hiermee wordt de kans op het behalen van winst op lange termijn groter. (2)

Een gemeenteraadslid beweert: “Burgers in de gemeente klagen over het grote aantal verwaarloosde fietsen dat maanden in fietsenrekken staat zonder dat ze gebruikt worden. De gemeente moet daarom het initiatief van Bike Mobility steunen.” Het gemeenteraadslid stelt dat de manier waarop Bike Mobility werkt een prikkel inhoudt om negatieve externe effecten te verminderen en daarmee de maatschappelijke kosten verlaagt.

Vraag 29 2 punten

Leg de stelling van het gemeenteraadslid uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als een klant de fiets een periode niet gebruikt, zal deze de fiets inleveren bij Bike Mobility om zo de leaseprijs niet te hoeven betalen. Zo zullen er minder fietsen achterblijven in rekken (1)
  • Hierdoor daalt de overlast, en de kosten van de overlast zitten niet in de prijs van fietsen, waardoor de negatieve externe effecten en dus de maatschappelijke kosten dalen (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-22-1-o

Andere examens economie vwo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vwo 2022, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vraag en aanbod (5), internationale handel (5) en arbeidsmarkt (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-22-1-c).

Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.