Eindexamen economie vwo 2026, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Indiase rijst, Opgave 2 Krediet onderzocht, Opgave 3 Flexibele inflatie, Opgave 4 Waarvan akte, Opgave 5 Welkom Kroatië, Opgave 6 Klimaatbeleid.
Het centraal examen economie vwo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (8), marktvormen (3) en conjunctuur (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Geld en inflatie | 2, 6-8, 10-11, 13, 21 | 8 |
| Marktvormen | 3, 17, 25 | 3 |
| Conjunctuur | 15-16, 22 | 3 |
| Internationale handel | 1, 24 | 2 |
| Overheid en belastingen | 4, 28 | 2 |
| Risico en verzekeren | 9, 29 | 2 |
| Inkomen en consumptie | 12, 23 | 2 |
| Vraag en aanbod | 5 | 1 |
| Arbeidsmarkt | 14 | 1 |
| Productie en kosten | 19 | 1 |
| Speltheorie | 27 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over geld en inflatie (31% van de vragen, gemiddeld 11%) en marktvormen (12% van de vragen, gemiddeld 4%). Minder over overheid en belastingen (8% van de vragen, gemiddeld 19%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2026, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2026, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2026, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Indiase rijst
Klimaatverandering zorgt voor een daling van de productie van rijst per hectare, waardoor de prijs van rijst is gestegen. Rijst geldt als de belangrijkste bron van voedsel in India. De Indiase overheid wil voedselzekerheid voor haar burgers en stelt daarom een exportverbod in voor rijst. Voedselzekerheid wordt bepaald door te kijken naar de hoeveelheid rijst die mensen kunnen kopen.
Vraag 1 2 punten
Leg uit welk effect het exportverbod heeft op de voedselzekerheid in India.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg over het verband tussen het exportverbod en het aanbod van rijst in India. (1)
- een uitleg over het gevolg voor de rijstprijs en de voedselzekerheid. (1)
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het exportverbod van rijst zorgt ervoor dat het aanbod van rijst in India toeneemt. (1)
- Dit leidt tot een lagere rijstprijs. Hierdoor kunnen mensen meer rijst kopen waardoor de voedselzekerheid toeneemt. (1)
Een econoom onderzoekt de voedselzekerheid in India (zie tabel 1).
Tabel 1 Gegevens van India
| 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | |
|---|---|---|---|---|
| prijsindex van rijst (basisjaar 2019) | 100 | 103,1 | 132,2 | 151,0 |
| wegingsfactor rijst als aandeel van het totale uitgavenpakket | 20% | 20% | 20% | 20% |
| nominaal bbp per hoofd van de bevolking (in US$) | $ 2.050 | $ 1.913 | $ 2.238 | $ 2.288 |
In de periode 2019–2022 stegen de overige prijzen in India met 15%.
Vraag 2 3 punten
Bereken de verandering van de koopkracht in de periode 2019-2022 en beargumenteer of de voedselzekerheid is toegenomen of afgenomen.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context: − een berekening van de inflatie.
− een berekening van de nominale loonstijging. − een berekening van de reële loonstijging / koopkracht. − een conclusie over de voedselzekerheid.
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
− indexcijfer inflatie India: (151 x 0,20) + (115 x 0,80) = 122,2 (PIC) − indexcijfer nominaal loon: ((2288 – 2050) / 2050) x 100% = 11,6% → NIC = 111,6
− (RIC = (NIC / PIC) x 100) → (111,6 / 122,2) x 100 = 91,3. − De reële lonen zijn / koopkracht is gedaald, dus de voedselzekerheid is afgenomen.
indien vier elementen juist (3)
indien drie elementen juist (2)
indien twee elementen juist (1)
indien minder dan twee elementen juist (0)
De Indiase overheid start vanaf 2023 een programma om mensen met de laagste inkomens verder te helpen. Dit houdt in:
- De overheid koopt rijst op tegen een garantieprijs van $ 750 per ton.
- De overheid verkoopt de rijst in speciale winkels aan mensen met de laagste inkomens voor $ 125 per ton. De lokale overheid registreert deze mensen en zij moeten een identiteitsbewijs tonen.
Vraag 3 1 punt
Noem een voorwaarde waaraan moet worden voldaan om op een markt prijsdiscriminatie te kunnen toepassen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
− Deelmarkten moeten gescheiden zijn.
− Er mag geen sprake zijn van onderlinge doorverkoop. − Er zijn verschillen in de maximale betalingsbereidheid van consumenten.
Een econoom analyseert de gevolgen van het programma met een vraagen aanbodmodel (zie figuur 1).

Hierbij geldt dat:
De vraag (V): Qv = –0,4P + 550 Het aanbod (A): Qa = 0,8P – 100 Q is in miljoenen tonnen P is de prijs per ton (in $)
Het programma leidt per saldo tot een verlies voor de overheid.
Vraag 4 2 punten
Arceer in figuur 1 in de uitwerkbijlage het verlies van de overheid.

Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- het correct aangeven van het verschil tussen vraag en aanbod bij een prijs van $ 750. (1)
- het correct aangeven van het verschil tussen de garantieprijs en de prijs van rijst voor mensen met de laagste inkomens bij Q = 500. (1)
Een voorbeeld van een juiste arcering is:

Producenten gaan er door het programma op vooruit.
Vraag 5 3 punten
Bereken de toename van het producentensurplus in dollars door het programma.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
− De oude evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid zijn: Qv = Qa → –0,4P + 550 = 0,8P – 100 → P = 541,67 en Q = 333,33 − PS oud = (541,67 – 125) x 333,33 x ½ = $ 69.444,31 (x 1mln) − PS nieuw = (750 – 125) x 500 x ½ = $ 156.250 (x 1mln) − Het totale producentensurplus neemt toe met 156.250 – 69.444,31 (x 1mln) = $ 86,8 miljard.
of
− De oude evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid zijn: Qv = Qa → –0,4P + 550 = 0,8P – 100 → P = 541,67 en Q = 333,33 − toename rechthoek = (750 – 541,67) x 333,33 mln = $ 69,44 mld. − toename driehoek = 0,5 x (750 – 541,67) x (500 mln – 333,33 mln) = $17,36 mld.
− totaal = $69,44 mld + $17,36 mld = $86,8 mld.
indien vier elementen juist (3)
indien drie elementen juist (2)
indien twee elementen juist (1)
indien minder dan twee elementen juist (0)
Opmerking
Als het producentensurplus in miljoenen in plaats van miljarden wordt berekend, kunnen maximaal twee scorepunten worden behaald.
Opgave 2 Krediet onderzocht
Kredietverleners (bijvoorbeeld banken) willen weten wat het risico is op wanbetaling door potentiële kredietnemers (geldleners). Dit kunnen kredietverleners zelf onderzoeken, maar ook laten doen door het Bureau Leen Administratie (BLA). Het BLA voert dit kredietonderzoek uit voor aangesloten kredietverleners.
Vraag 6 2 punten
Leg uit dat de inzet van het BLA de transactiekosten van kredietverleners per saldo kan verminderen.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het BLA kan zich specialiseren / schaalvergroting realiseren / door meer ervaring efficiënter de onderzoeken uitvoeren. (1)
- Hierdoor kan het BLA onderzoek doen tegen lagere kosten dan de kredietverleners zelf. (1)
Kredietverleners betalen per onderzoek een vast percentage van het krediet. Het BLA voert alleen onderzoek uit bij een krediet groter dan € 50.000. Het BLA heeft alleen gegevens van de bij het BLA aangesloten kredietverleners. Ieder kredietonderzoek heeft dezelfde kostprijs.
Vraag 7 1 punt
Beargumenteer de keuze van het BLA om een minimale kredietgrootte te hanteren.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Bij een te klein krediet zijn de opbrengsten te laag ten opzichte van de kosten / wordt er geen winst (of zelfs verlies) gemaakt.
In het geval van wanbetaling draagt de gemeente de kosten van bemiddeling tussen kredietverleners en kredietnemers. Door het BLA daalt het risico van wanbetaling.
Vraag 8 2 punten
Leg uit dat inzet van het BLA leidt tot lagere maatschappelijke kosten van kredietverlening.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Wanbetaling leidt tot (bemiddelings)kosten die niet door de kredietnemer worden gedragen, maar door de gemeente. (1)
- Door de inzet van het BLA wordt het risico van wanbetaling kleiner / worden er minder leningen afgesloten en worden de maatschappelijke kosten lager. (1)
Kredietverleners vragen lagere premies voor kredietnemers die een lager risico op wanbetaling hebben. Dit wordt premiedifferentiatie genoemd.
Vraag 9 2 punten
Leg uit of premiedifferentiatie leidt tot een afname van averechtse selectie.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Premiedifferentiatie leidt ertoe dat goede risico’s een lagere premie / rente betalen dan slechte risico’s. (1)
- Hierdoor zullen goede risico’s een prikkel hebben om toch krediet aan te vragen (en hierdoor neemt averechtse selectie af). (1)
Hypotheekbank SVD overweegt de inzet van het BLA. De directeur maakt hiervoor een analyse (zie tabel 2).
Tabel 2 Kredietgegevens SVD – voorspelling 2025–2035
| zonder inzet BLA | met inzet BLA | |
|---|---|---|
| totale omzet | ||
| aantal afgesloten kredieten | 50.000 | 48.000 |
| gemiddelde omvang krediet | € 310.000 | € 340.000 |
| gemiddeld rentepercentage | 4,1% | 3,9% |
| totale kosten | € 568,695 miljoen | … |
| schadekosten1) | 9% | 3% |
| vermogenskosten2) | 3,3% | 3,3% |
| jaarlijks tarief BLA (als % van het verleende krediet) | - | 0,05% |
noot 1 de schadekosten van wanbetaling als percentage van de omzet noot 2 kosten voor het aantrekken van het benodigde vermogen als percentage van het verleende krediet
Vraag 10 3 punten
Bereken de verandering van de winst door de inzet van het BLA.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een berekening van de omzetten in beide situaties. (1)
- een berekening van de totale kosten in beide situaties. (1)
- een berekening van de toename van de winst. (1)
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
- omzet: zonder BLA → 50.000 x 310.000 x 0,041 = € 635,5 mln. met BLA → 48.000 x 340.000 x 0,039 = € 636,48 mln. (1)
- kosten: zonder BLA → (635,5 mln x 0,09) + (50.000 x € 310.000 x 0,033) = € 568,695 mln. met BLA → (636,48 mln x 0,03) + (48.000 x 340.000 x 0,033) + (48.000 x 340.000 x 0,0005) = € 565,8144 mln. (1)
- winst: zonder BLA → 635,5 mln – 568,695 mln = € 66.805.000 met BLA → 636,48 mln – 565,8144 mln = € 70.665.600 toename winst = € 70.665.600 – € 66.805.000 = € 3.860.600 (1)
De SVD leent zelf op de geldmarkt. Hier sluit de SVD kortlopende leningen af om dit vervolgens uit te lenen via kredieten met een vaste looptijd van 30 jaar en een rentevaste periode. Dit is een periode waarin de rente op een krediet gelijk blijft. Als de centrale bank monetair beleid voert zal de rente op de geldmarkt veranderen.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat het voeren van krap monetair beleid door de centrale bank leidt tot een lagere winst voor de SVD op korte termijn.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Door krap monetair beleid zal de rente stijgen. Dit leidt tot hogere (vermogens)kosten voor de SVD. (1)
- Omdat sprake is van een rentevaste periode (op de kredieten) kan de rente niet worden verhoogd (en daalt de winst). (1)
of
- Krap monetair beleid is een teken van hoge inflatie. Als de inflatie hoog is, zullen meer mensen de rekeningen niet kunnen betalen waardoor wanbetaling toeneemt. (1)
- Als gevolg hiervan zullen de (schade)kosten toenemen van de SVD (en daalt de winst). (1)
Opgave 3 Flexibele inflatie
Een land heeft al langere tijd te maken met een hoge inflatie. De centrale bank van het land heeft de refirente een aantal keer verhoogd. Dit heeft niet geleid tot een toename van de spaarquote.
Vraag 12 2 punten
Leg uit dat een hoge tijdsvoorkeur ertoe kan leiden dat de spaarquote niet toeneemt.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Bij een hoge tijdsvoorkeur willen consumenten graag nu besteden / hun consumptie naar voren halen. (1)
- Hierdoor blijven de bestedingen hoog / nemen de besparingen niet toe, (waardoor de spaarquote niet toeneemt). (1)
Het verhogen van de refirente zou moeten leiden tot een hogere spaarrente. Door marktmacht van banken gebeurt dit niet.
Vraag 13 1 punt
Geef een verklaring waarom marktmacht van banken ervoor zorgt dat de spaarrente niet stijgt.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Bij marktmacht is er een gebrek aan concurrentie waardoor banken de spaarrente niet hoeven te verhogen om spaargelden aan te trekken / klanten te behouden.
De overheid van het land wil de inflatie verlagen door flexwerk (werk op basis van flexibele arbeidscontracten) te stimuleren.
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat het stimuleren van flexwerk kan leiden tot lagere prijzen.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Meer flexwerk zal ervoor zorgen dat arbeiders eerder worden ontslagen / bedrijven overtollig personeel kunnen ontslaan. (1)
- Hierdoor daalt hun inkomen waardoor de bestedingen dalen (en dus zal de inflatie / zullen de prijzen dalen). (1)
of
- Hierdoor dalen de loonkosten / lonen (sneller) (en kunnen bedrijven sneller hun prijs verlagen). (1)
Vraag 15 2 punten
Leg uit dat toegenomen flexibiliteit op de arbeidsmarkt leidt tot een verticaler verloop van de GA-curve.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Door flexibilisering van de arbeidsmarkt zullen lonen / contracten sneller aanpassen aan de output gap. (1)
- Bij een daling van de productie zal de inflatie sneller dalen (waardoor de GA-curve verticaler loopt). (1)
Figuur 2 toont het IS-MB-GA model met een flexibele arbeidsmarkt. In dit land ontstaat er een laagconjunctuur waardoor IS₀ verschuift naar IS₁. Neem aan dat de centrale bank de economie met één rentestap terugbrengt naar het evenwicht.
Vraag 16 3 punten
Bepaal de evenwichten bij de nieuwe stabiele inflatie. Doe het als volgt:
- Teken in figuur 2 in de uitwerkbijlage de nieuwe MB-curve (MB₁) en GA-curve (GA₁).
- Noteer in de tabel eronder het nieuwe inkomen (Y*), de nieuwe reële rente, de inflatie in de uitgangssituatie en de nieuwe inflatie.


Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een schets van GA₁ (1)
- een schets van MB₁ (1)
- het oude inkomen, de nieuwe reële rente, de oude en nieuwe inflatie. (1)

- het verschuiven van de GA-curve met 2 procentpunt. (1)
- het verschuiven van de MB-curve met 1 procentpunt. (1)
- het noteren van de evenwichtswaarden 7, 400, 5,5 en 3,5 (1)
| reële rente | inkomen | inflatie | |
|---|---|---|---|
| uitgangssituatie | 8 | 400 | 5,5 |
| nieuwe situatie | 7 | 400 | 3,5 |
Opmerking
Als de inflatie met 0,2 procentpunt verschil wordt afgelezen kan het maximale aantal scorepunten worden behaald.
Opgave 4 Waarvan akte
Legenda:
MB₀ = MB-curve in uitgangssituatie (bij Y = Y*) IS₀ = IS-curve in uitgangssituatie IS₁ = IS-curve tijdens laagconjunctuur GA₀ = geaggregeerd aanbod Y = inkomen
Een notaris heeft als taak om officiële documenten op te stellen zoals een hypotheekakte. Hierin staan alle voorwaarden waaraan zowel de bank als het huishouden dat een hypotheek wil afsluiten moeten voldoen. Er zijn op de markt 1.227 notarissen actief. Bij het zoeken naar een notaris kijken mensen niet alleen naar de prijs, maar ook naar reiskosten en persoonlijk contact.
Gebruik bovenstaande tekst.
Vraag 17 2 punten
Beargumenteer aan de hand van twee kenmerken van welke marktvorm er sprake is op de markt van hypotheekakten.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- Het noemen van twee marktkenmerken. (1)
- Een logische gevolgtrekking daaruit van de marktvorm. (1)
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Er zijn veel aanbieders met een heterogeen product, (1)
- dus er is sprake van monopolistische concurrentie. (1)
Opmerking
Het tweede scorepunt alleen toekennen als het een logisch gevolg is van het eerste scorepunt.
Notariskantoor Athena investeert in een eigen AI-omgeving (= een digitaal systeem met kunstmatige intelligentie) die hypotheekakten kan opstellen. De bank en het huishouden geven elk hun voorwaarden aan. AI stelt daarna de hypotheekakte op. Athena vraagt een patent aan op bovenstaande ontwikkeling.
Vraag 18 2 punten
Beargumenteer dat het patent door de overheid:
- wel wordt verstrekt,
- maar een beperkte looptijd krijgt.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Als Athena een patent kan krijgen, dan is het winstgevender / aantrekkelijker om te innoveren. De overheid wil innovatie stimuleren. (1)
- Als een patent na een beperkte tijd weer afloopt, dan kan concurrentie leiden tot een lagere prijs / verdere innovatie. (1)
of
- Om oneerlijke concurrentie op lange termijn tegen te gaan heeft het patent een beperkte duur. (1)
Notarissen stellen jaarlijks twee miljoen hypotheekakten op. In de uitgangssituatie verkoopt Athena 3% van de totale hoeveelheid hypotheekakten. Het opstellen van een hypotheekakte kost drie uur zonder AI. Het uurloon van notarissen is € 200. Athena hanteert een gemiddelde winst van € 100 bovenop de kosten.
Door AI zijn er geen loonkosten meer en worden de variabele kosten per akte € 50 waardoor de prijs van Athena daalt. Athena blijft een gemiddelde winst van € 100 hanteren. Athena sluit 20% van de totale hoeveelheid hypotheekakten af. Constante kosten blijven buiten beschouwing.
Vraag 19 3 punten
Bereken de procentuele verandering van Athena’s omzet als gevolg van de investering in AI.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een berekening van de oude omzet. (1)
- een berekening van de nieuwe omzet. (1)
- een berekening van de procentuele verandering van de omzet. (1)
Een voorbeeld van een juiste berekening is:
- oude prijs = 200 x 3 + 100 = € 700 per akte oude omzet = 700 x 2 mln x 0,03 = € 42 miljoen (1)
- nieuwe prijs = 50 + 100 = € 150 per akte nieuwe omzet = 150 x 0,2 x 2 mln = € 60 miljoen (1)
(−)/42 60 42 x100% = 42,9%
- procentuele verandering van de omzet = (1)
Door de inzet van AI treden er positieve externe effecten op.
Vraag 20 1 punt
Geef een voorbeeld van een positief extern effect als gevolg van de inzet van AI bij hypotheekakten.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
Een antwoord waaruit blijkt dat er sprake is van positieve gevolgen van productie of consumptie voor de welvaart van anderen zonder dat de consument / producent daarvoor betaalt.
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
− Huishoudens kunnen de vrijgekomen middelen bij andere sectoren / bedrijven besteden.
− Hypotheekakten kunnen sneller afgerond worden waardoor mensen sneller in hun woning kunnen waardoor hun welzijn stijgt. − De inzet van AI kan ervoor zorgen dat ook andere sectoren gebruik maken van deze innovatie.
− AI kan zorgen voor minder papiergebruik en dus hogere duurzaamheid.
Opgave 5 Welkom Kroatië
Per 1 januari 2023 is Kroatië als twintigste land toegetreden tot de Economische en Monetaire Unie (EMU). Hiermee hebben zij de euro als wettig betaalmiddel ingevoerd. Als gevolg van de toetreding kan de Centrale Bank van Kroatië (KCB) geen onafhankelijk monetair beleid meer voeren.
Vraag 21 2 punten
Leg uit dat de KCB in 2022, via interventies op de valutamarkt, onderbesteding kon verminderen.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg over de relatie tussen onderbesteding en de interventie op de valutamarkt. (1)
- een uitleg over het verband tussen de interventie en de bestedingen. (1)
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Bij onderbesteding zal de KCB op de valutamarkt het aanbod van de eigen valuta verhogen / vreemde valuta opkopen. (1)
- Als gevolg hiervan zal de Kroatische valuta depreciëren, waardoor de export stijgt (en de onderbesteding afneemt). (1)
Een econoom stelt: “als Kroatië als enige lidstaat van de EMU zich in een laagconjunctuur bevindt, dan kan het rentebeleid van de ECB een procyclisch effect hebben op de conjunctuur van Kroatië.”
Vraag 22 2 punten
Leg de stelling van de econoom uit.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Als het merendeel van de lidstaten zich in een hoogconjunctuur bevindt (met een hoge inflatie), zal de ECB de rente verhogen om sparen te stimuleren / lenen te ontmoedigen. (1)
- Dit beleid zal zorgen voor een daling van bestedingen terwijl Kroatië in een laagconjunctuur zit, waardoor de onderbesteding wordt versterkt (= procyclisch effect). (1)
De econoom analyseert geldstromen op de lopende rekening zowel voor de toetreding (2022) als na de toetreding (2023).

Y_k = Nationaal inkomen van Kroatië in het betreffende jaar in euro’s.
Neem aan dat de handel van Kroatië met de rest van de wereld in evenwicht is.
Gebruik figuur 3
Vraag 23 2 punten
Leg op basis van de geldstromen uit of het nationaal spaarsaldo van Kroatië in 2023 positief of negatief is.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- In 2023 levert de export (E) 22% van Y op, terwijl de import (M) 20,5% van Y kost. (1)
- Het saldo op de lopende rekening is positief en dus ook het nationaal spaarsaldo. (1)
In 2023 stijgt het nationaal inkomen van Kroatië ten opzichte van 2022 met 3,4% tot € 68,9 miljard.
Gebruik figuur 3
Vraag 24 2 punten
Toon met een berekening aan of toetreding tot de EU een positief effect heeft gehad op de exportwaarde van Kroatië.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- In 2022 was de exportwaarde 0,2 x (68,9 / 1,034) = € 13,3 miljard. In 2023 was de exportwaarde 0,22 x 68,9 = € 15,2 miljard. (1)
- De exportwaarde is toegenomen met 15,2 – 13,3 = € 1,9 miljard. Toetreding heeft dus een positief effect gehad op de exportwaarde. (1)
De toetreding tot de EMU heeft voor Kroatië nog meer effecten gehad zoals de invoering van de mededingingswet. Deze wet bevat regels ten aanzien van kartels en misbruik van een economische machtspositie. De mededingingsautoriteit handhaaft de mededingingswet.
Vraag 25 2 punten
Leg uit dat de mededingingswet een collectief goed is.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg dat de mededingingswet niet rivaliserend is. (1)
- een uitleg dat de mededingingswet niet uitsluitbaar is. (1)
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Niet rivaliserend: als de wet één persoon / onderneming beschermt, beschermt hij ook andere personen / ondernemingen. (1)
- Niet uitsluitbaar: de wet geldt voor iedereen. Het kan niet dat bepaalde personen / ondernemingen worden uitgesloten van handhaving. (1)
Opgave 6 Klimaatbeleid
Om de mondiale CO₂-uitstoot terug te brengen, is onder leiding van de Verenigde Naties (VN) het klimaatakkoord van Parijs opgesteld. Een onderdeel van dit akkoord betreft afspraken over het voeren van klimaatbeleid, zoals het belasten van CO₂-uitstoot.
Vraag 26 2 punten
Leg uit dat het voeren van klimaatbeleid per saldo kan zorgen voor een toename van het groen bbp.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
− Bij minder CO₂-uitstoot daalt de (monetaire waarde van de) schade aan het milieu.
− Door de belasting stijgen prijzen waardoor de vraag naar goederen daalt en de productie daalt.
− Als de (monetaire) verbetering van het milieu groter is dan de daling van de productie, stijgt het groen bbp.
indien drie elementen juist (2)
indien twee elementen juist (1)
indien minder dan twee elementen juist (0)
Een econoom heeft de netto baten van klimaatbeleid onderzocht voor 195 landen (zie figuur 4). In dit model wordt aangenomen dat alle landen even groot zijn en dus zijn de netto baten per land gelijk.

Figuur 4 toont aan dat de netto baten van een land afhankelijk zijn van hoeveel landen in totaal klimaatbeleid voeren. Als bijvoorbeeld 80 landen klimaatbeleid voeren, kan een enkel ander land kiezen tussen klimaatbeleid voeren (de netto baten van dit land zijn dan ongeveer € 120 miljard) of geen klimaatbeleid voeren (de netto baten van dit land zijn dan ongeveer € 60 miljard).
Gebruik figuur 4
Vraag 27 2 punten
Noem de twee Nash-evenwichten als landen hun keuze om klimaatbeleid te voeren alleen baseren op hun eigen netto baten.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- 0 landen voeren klimaatbeleid. (1)
- 195 landen / Alle landen voeren klimaatbeleid. (1)
De meeste overheden hebben momenteel een overheidssaldo van 0. Overheden willen niet dat het voeren van klimaatbeleid ten koste gaat van de bestedingen van de huidige generatie werkenden.
Vraag 28 2 punten
Leg uit dat het voeren van klimaatbeleid zal leiden tot uitgestelde belastingheffing.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Het voeren van klimaatbeleid verhoogt de overheidsuitgaven en dit zal leiden tot een hogere staatsschuld. (1)
- De rente / aflossing zal door toekomstige generaties betaald moeten worden (= uitgestelde belastingheffing). (1)
Bij een volgende vergadering van landen die deelnemen aan het klimaatakkoord, worden onderstaande voorwaarden besproken:
a Alle deelnemers aan het akkoord worden verplicht klimaatbeleid te voeren.
b Terugtrekking uit het akkoord is niet mogelijk.
c Landen zijn zelf verantwoordelijk voor het klimaatbeleid en het meten van de resultaten hiervan.
Op basis van bovenstaande voorwaarden voorziet de econoom dat er een risico ontstaat op een principaal-agent probleem, waarbij de VN optreedt als principaal.
Vraag 29 3 punten
Leg het bovengenoemde principaal-agent probleem uit en noem een maatregel die dit risico zou kunnen verminderen.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord bevat in relatie tot de context:
- een uitleg dat er sprake is van tegengestelde belangen. (1)
- een uitleg dat er sprake is van asymmetrische informatie. (1)
- een oplossing dat de tegengestelde belangen en asymmetrische informatie vermindert. (1)
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- Er zijn tegengestelde belangen: de VN (principaal) wil dat er klimaatbeleid wordt gevoerd, terwijl landen (agenten) een prikkel hebben om goedkoper te (blijven) produceren (geen klimaatbeleid te voeren). (1)
- Er is sprake van asymmetrische informatie: landen analyseren (en meten) hun eigen resultaten. Zij kunnen andere data aanleveren / minder hun best doen. De VN kan dit niet allemaal controleren op juistheid. (1)
- De VN kan landen een contract laten ondertekenen waarbij zij akkoord gaan met boetes die hoog genoeg zijn om het voeren van klimaatbeleid rendabeler te maken dan het niet voeren van klimaatbeleid. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2026, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens economie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2026, tijdvak 2?
Het centraal examen economie vwo 2026, tijdvak 2 loopt tot vraag 29. Van 26 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over geld en inflatie (8), marktvormen (3) en conjunctuur (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2026, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2026, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vwo/documenten/cse-2/vw-1022-a-26-2-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2026, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.