Eindexamen economie vwo 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Duurzaamheid stimuleren, Opgave 2 Staat van de schulden, Opgave 3 Valutaverzekering, Opgave 4 Onder de motorkap, Opgave 5 Vissen naar winst, Opgave 6 Groeien tot de top.
Het centraal examen economie vwo 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (8), conjunctuur (6) en productie en kosten (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Overheid en belastingen | 2-4, 8-12 | 8 |
| Conjunctuur | 18, 20-21, 26-27, 29 | 6 |
| Productie en kosten | 5, 16, 28 | 3 |
| Risico en verzekeren | 14-15, 17 | 3 |
| Geld en inflatie | 7, 19 | 2 |
| Marktvormen | 22-23 | 2 |
| Speltheorie | 24-25 | 2 |
| Vraag en aanbod | 6 | 1 |
| Internationale handel | 13 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over conjunctuur (21% van de vragen, gemiddeld 11%) en overheid en belastingen (29% van de vragen, gemiddeld 18%). Minder over inkomen en consumptie (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en internationale handel (4% van de vragen, gemiddeld 11%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Duurzaamheid stimuleren
De overheid van een land heeft met de overheden van andere landen een afspraak gemaakt om de CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen. Een politicus stelt een combinatie van maatregelen voor om het afgesproken doel te behalen: het instellen van heffingen op vervuilende productie (markt A) en het subsidiëren van schone productie (markt B). Een econoom onderzoekt deze twee markten van volledige mededinging.
Figuur 1 Marktsituatie van A, met en zonder heffing:
Figuur 2 Marktsituatie van B, met en zonder subsidie:
De vervuilende productie van product A leidt tot maatschappelijke kosten.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat de productie van product A leidt tot negatieve externe effecten en maatschappelijke kosten. Geef daarbij een voorbeeld van een negatief extern effect.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • Het noemen van een voorbeeld van een negatief externe effect. (1) • Een uitleg dat dit negatieve externe effect tot maatschappelijke kosten leidt. (1) Een voorbeeld van een juist antwoord is: • De vervuilende productie leidt tot milieuvervuiling zoals stankoverlast / klimaatverandering / slechtere luchtkwaliteit / slechtere waterkwaliteit. (1) • Dit leidt tot (extra) kosten die niet door de gebruikers zelf worden betaald maar door de maatschappij (via betaalde belastingen). (1) (2)
Vraag 2 2 punten
Bereken hoeveel procent van de heffing wordt doorberekend in de prijs van product A.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Aflezen evenwichtsprijs: De marktprijs stijgt van € 18 naar € 20, dus een stijging van € 2. Aflezen heffing: Uit de verschuiving van de aanbodlijn blijkt dat de heffing € 4 per stuk bedraagt. (1)
- Doorberekenen heffing: (2 / 4) x 100% = 50%. (1)
Voor product B geldt: Qa = 2p
- 20 Qv = –2p + 80 Qa = aangeboden hoeveelheid zonder subsidie (x 1.000 stuks) Qv = gevraagde hoeveelheid (x 1.000 stuks) P = de prijs per product in euro’s
De subsidie bedraagt € 5 per product. De CO2-uitstoot per product A is 6 kilogram, en per product B is het 2 kilogram.
Vraag 3 4 punten
Bereken hoeveel kilogram de totale CO2-uitstoot zal afnemen door de heffing op product A en de subsidie op product B.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: − Markt A: de productie daalt van 50.000 naar 40.000 stuks, de CO2- reductie is 10.000 x 6 = 60.000 kg. − Markt B: de oude hoeveelheid: Qv = Qa –2P + 80 = 2P – 20 P= 25 en daarbij geldt Q = 30.000. − Markt B: De nieuwe aanbodvergelijking wordt Qa = 2(P+5) – 20 Qa = 2P – 10. − Markt B: de nieuwe hoeveelheid: Qv = Qa P = 22,50 en Q = 35.000. De CO2-uitstoot neemt toe met 5.000 x 2 = 10.000 kg. − Per saldo is de CO2-reductie 60.000 – 10.000 = 50.000 kg. indien vijf elementen juist (4) indien vier elementen juist (3) indien drie elementen juist (2) indien twee elementen juist (1) indien een of geen elementen juist (0) (4)
Vraag 4 2 punten
Arceer in de uitwerkbijlage:
- de heffingsopbrengst voor de overheid in figuur 1.
- het verlies aan economische doelmatigheid als gevolg van de subsidie in figuur 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Andere arceringen kunnen ook juist zijn.
De econoom bekijkt hoe de heffing zal uitwerken voor een individueel bedrijf op de markt van product A (zie figuur 1). Bedrijf Knop had voor de heffing € 12 constante kosten per product en € 5 proportioneel variabele kosten per product.
Vraag 5 2 punten
Leg met behulp van getallen uit of bedrijf Knop het komende jaar door zal gaan met de productie, als de heffing wordt ingevoerd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De prijs is € 20 en de variabele kosten per product zijn € 5 + € 4 (heffing) = € 9. (1)
- Omdat P > GVK zal het bedrijf Knop doorgaan met produceren, omdat dit tot een lager verlies leidt dan stoppen met produceren. (1)
De econoom plaatst een kanttekening bij haar analyse: “De subsidie op markt B heeft ook effect op markt A. De kruislingse prijselasticiteiten zijn positief voor product A en B. Als de prijs van product B daalt, zal de verwachte CO2-uitstoot van product A veranderen.”
Vraag 6 2 punten
Leg met behulp van de kruislingse prijselasticiteit uit of de verwachte CO2-uitstoot van product A toeneemt of afneemt bij een prijsdaling van product B.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- De kruislingse prijselasticiteit is positief, dus er is sprake van substituten. (1p)
- Een prijsdaling van product B leidt dus tot een vraagdaling van product A, waardoor de CO2-uitstoot daalt. (1p)
Opgave 2 Staat van de schulden
Maecenates is een land dat al jaren kampt met een oplopende staatsschuld. Economen Falco en Colomba analyseren de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de doelmatigheid van de overheidsbestedingen in de periode 2011-2020 aan de hand van de gegevens in figuur 1.
Figuur 1 Staatsschuldquote en nominale rente Maecenates
staatsschuld Staatsschuldquote = x 100% bbp
Econoom Falco beweert dat er een verband bestaat tussen de staatsschuldquote en de ontwikkeling van het nominaal rentepercentage op staatsobligaties.
Vraag 7 1 punt
Geef met behulp van figuur 1 een verklaring voor de ontwikkeling van het nominale rentepercentage op staatsobligaties.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De hogere staatsschuldquote verhoogt het risico op wanbetaling. Beleggers zullen een hogere vergoeding eisen voor dit risico. − De hogere staatsschuldquote kan zorgen voor meer vraag naar vermogen (als de staatsschuld is toegenomen). Hierdoor stijgt de rente (op nieuwe obligaties). (1)
Econoom Falco beweert dat de dienstverlening van de overheid onder druk komt te staan, als de rente-uitgaven groter worden dan 10% van de overheidsuitgaven. De overheidsuitgaven van Maecenates bedragen 43% van het bbp in 2020.
Vraag 8 2 punten
Bereken of de dienstverlening van de overheid in Maecenates in 2020 volgens Falco onder druk komt te staan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking De conclusie is noodzakelijk voor toekenning van de maximumscore.
Falco wil dat de staatsschuldquote afneemt door een verhoging van de inkomstenbelasting. Colomba vindt dat een verhoging van de inkomstenbelasting door een uitverdieneffect en een grotere belastingwig, een beperkt effect heeft op de staatsschuld.
Vraag 9 2 punten
Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting door het uitverdieneffect, een beperkt effect heeft op de staatsschuld.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een belastingverhoging leidt tot een lager besteedbaar inkomen, waardoor de consumptie daalt en daarmee (via de effectieve vraag en productie) het inkomen. De opbrengsten van de inkomstenbelasting / indirecte belastingen dalen (uitverdieneffect). (1)
- Hierdoor zullen de belastinginkomsten minder stijgen dan verwacht waardoor de daling van de staatsschuld ook beperkt is. (1)
Vraag 10 2 punten
Leg uit dat een verhoging van de inkomstenbelasting leidt tot een grotere belastingwig en dat daardoor het bbp kan dalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Dit leidt tot een daling van de consumptie waardoor de vraag naar goederen/diensten daalt. Hierdoor daalt de productie (en dus het bbp). (1p)
Colomba stelt: “De overheidsinvesteringen kunnen via het publiek kapitaal op termijn tot een lagere staatsschuldquote leiden.”
Vraag 11 2 punten
Leg de stelling van Colomba uit. Geef daarbij een voorbeeld van publiek kapitaal.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat in relatie tot de context: • Het noemen van een juist voorbeeld van publiek kapitaal en een uitleg dat daardoor het verdienvermogen / de productiviteit stijgt. (1) • Een uitleg dat een investering in publiek kapitaal leidt tot een lagere staatsschuldquote via het bbp. (1) Een voorbeeld van een juist antwoord is: • Investeringen in publiek kapitaal zoals infrastructuur / elektriciteitsnet, verhogen de productiviteit / het verdienvermogen van bedrijven door sneller transport / betere energievoorziening, (1) • hierdoor kan het bbp (op lange termijn) stijgen waardoor de staatsschuldquote daalt. (1) of • Investeringen in publiek kapitaal zoals onderwijs / medische zorg, verhogen de productiviteit / het verdienvermogen van bedrijven door beter geschoold personeel / minder uitval van personeel, (1) • hierdoor kan het bbp (op lange termijn) stijgen waardoor de staatsschuldquote daalt. (1) (2)
Bezuinigingen van de overheid verlagen de binnenlandse bestedingen en leiden tot een positief overheidssaldo. Het positieve overheidssaldo leidt via de vermogensmarkt ertoe dat de binnenlandse bestedingen toch kunnen toenemen.
Vraag 12 2 punten
Leg uit dat een positief overheidssaldo via de vermogensmarkt kan leiden tot toenemende binnenlandse bestedingen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bij een positief overheidssaldo daalt de vraag naar kapitaal en daalt de rente (bij een gelijkblijvend aanbod). (1)
- Hierdoor worden investeringen aantrekkelijker / sparen minder aantrekkelijk. De investeringen / consumptie stijgen waardoor de binnenlandse bestedingen (per saldo) kunnen toenemen. (1)
Opgave 3 Valutaverzekering
Wanneer Nederlandse exporteurs handelen met bedrijven buiten de eurozone, kan gekozen worden voor betaling in euro’s of in de vreemde valuta. Als wordt afgesproken om te betalen in vreemde valuta, bestaat het risico dat tussen het moment van afsluiten van de koopovereenkomst en het moment van betaling de wisselkoersen veranderen. Dit is een valutarisico dat voor Nederlandse exporteurs nadelig kan uitpakken.
Vraag 13 2 punten
Leg uit dat een betaling in vreemde valuta voor Nederlandse exporteurs nadelig uitpakt bij een tussentijdse appreciatie van de euro.
Bekijk het antwoord
- Bij een (tussentijdse) appreciatie van de euro wordt de andere munt (in euro’s) relatief minder waard. (1)
- Contracten afgesloten in de vreemde valuta leveren de Nederlandse bedrijven minder euro’s op (en dat is nadelig). (1)
De verzekeraar Tradesure introduceert een nieuwe verzekering: de valutaverzekering bij export. De voorwaarden staan in tabel 1.
Tabel 1 Voorwaarden valutaverzekering bij export
Verzekering Een exporteur kan naast het exportcontract ook een valutaverzekering afsluiten als de betaling van het exportcontract in vreemde valuta wordt gedaan. De verzekering wordt afgesloten tegen het risico van een koerswijziging ten opzichte van de garantiekoers (= de op dat moment geldende koers). Verzekerde Standaardvaluta’s: wisselkoersen van westerse en relatief valuta stabiele ontwikkelingslanden.
Hogere risico valuta’s: wisselkoersen van instabielere landen. Premie Er is een vaste premie van 0,5% van de verzekerde contractsom, tot een maximumpremie van € 125.000.
Daarnaast is er een variabele premie van 0,16% per maand van de contractsom voor de standaardvaluta’s en 0,25% per maand van de contractsom voor de hogere risico valuta’s. Uitkering Wanneer bij betaling van het exportcontract het ontvangen bedrag in euro’s lager is dan het verzekerde bedrag in euro’s tegen de garantiekoers, keert Tradesure het verschil uit.
Vraag 14 2 punten
Leg uit of het hanteren van verschillende variabele premies ervoor zorgt dat averechtse selectie binnen de valutaverzekering wordt verminderd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Exporteurs die handelen in standaardvaluta’s betalen minder (variabele) premie dan exporteurs die handelen in de hogere risico valuta’s. Daarmee wordt averechtse selectie vermindert omdat de ‘goede’ risico’s minder hoeven te betalen (ten opzichte van een gemiddelde premie) waardoor ze eerder geneigd zijn om zich alsnog te verzekeren. (2)
Vraag 15 1 punt
Verklaar of Tradesure rekening moet houden met de aanwezigheid van moral hazard.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Het valutarisico ontstaat door schommelingen in vraag en aanbod op de valutamarkt en niet door riskanter gedrag van de verzekerde. Daarom hoeft Tradesure geen rekening te houden met moral hazard. (1)
Arco is een bedrijf dat handelt in tweedehands-landbouwapparatuur. Arco onderhandelt al enkele maanden met Tradesure over een aantal voorwaarden.
Vraag 16 1 punt
Beargumenteer of de onderhandelingskosten van Arco verzonken kosten zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Als er na het onderhandelen geen verzekering / exportcontract wordt afgesloten, kunnen de gemaakte onderhandelingskosten niet (op een andere manier) worden terugverdiend. Daarom is er sprake van verzonken kosten. (1)
Arco sluit op 1-1-2023 een exportcontract met een bedrijf uit Rwanda voor de levering van € 12 miljoen aan landbouwapparatuur. Arco ontvangt van het bedrijf het bedrag in Rwandese Frank (RF), volgens Tradesure een hogere risico valuta. Daarom sluit Arco een valutaverzekering af bij Tradesure op 1-1-2023. Het bedrijf uit Rwanda betaalt op 1-7-2023.
Figuur 1 Verwachte ontwikkeling wisselkoers van de euro in RF
Gebruik bovenstaande tekst, figuur 1 en tabel 1.
Vraag 17 2 punten
Bereken of Arco voordeel heeft gehad van het afsluiten van de valutaverzekering.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Bij het niet-afsluiten van een verzekering: De contractsom = € 12 miljoen x 980 = 11,76 miljard RF. Op 1-7 ontvangt Arco: 11,76 miljard RF / 1.024 = € 11.484.375. Er is dus een verlies van € 12.000.000 – € 11.484.375 = € 515.625. (1)
- Bij afsluiten van de verzekering ontvangt Arco € 12 miljoen (conform de verzekeringsvoorwaarden). De kosten van de verzekering zijn het vaste deel + variabel deel = (0,005 x 12.000.000) + (0,0025 x 6 x 12.000.000) = € 240.000. De verzekering leidt tot een voordeel van: € 515.625 – € 240.000 = € 275.625. (1)
Opgave 4 Onder de motorkap
Westland en Oostland hebben na jaren van economische groei nu de potentiële productie bereikt. Binnenkort zijn er verkiezingen in Westland. De regering van Westland wil de tarieven van de inkomstenbelasting en de winstbelasting verlagen.
In Oostland heeft de centrale bank besloten om de inflatiedoelstelling te veranderen. De centrale bank van Oostland past daarom het monetair beleid aan.
Een wetenschapper gebruikt het IS-MB-GA model om de gevolgen te analyseren van beide beleidsvoornemens (zie figuren 1 en 2). De wetenschapper neemt voor beide landen aan dat Y0 = Y*.
Figuur 1 Model Westland Figuur 2 Model Oostland
De reële rente (r) en inflatie (π) zijn in procenten. Het reële inkomen / de reële productie (Y) is in miljarden.
Door het plan van de regering van Westland om de inkomstenbelasting te verlagen verschuift IS0 naar IS1.
Vraag 18 2 punten
Leg met behulp van de GA-curve uit dat de reële productie in Westland zal stijgen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Door de verschuiving van de IS-curve ontstaat er een situatie van overbesteding. Daardoor ontstaat er een hogere inflatie (dan verwacht). (1)
- Hierdoor dalen reële productiekosten / stijgen de reële winstmarges, waardoor de productie zal stijgen (verschuiving langs de GA-curve). (1)
Door de veranderde inflatiedoelstelling van de Oostlandse centrale bank verschuift MB0 naar MB1.
Vraag 19 2 punten
Leg uit of de verschuiving van de MB-curve in Oostland duidt op een lagere of hogere inflatiedoelstelling van de centrale bank.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De MB-curve is naar beneden verschoven. Hierdoor ontstaat een positieve output gap / situatie van overbesteding. (1)
- Hierdoor stijgt de inflatie en dus hanteert de centrale bank een hogere inflatiedoelstelling. (1)
De IS-curve geeft het verband weer tussen de reële rente en het reële inkomen. Hier is sprake van ruilen over de tijd.
Vraag 20 2 punten
Leg uit dat het dalend verband van de IS-curve aantoont dat huishoudens ruilen over de tijd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als de reële rente stijgt wordt sparen aantrekkelijker / lenen duurder en zullen de consumptie / investeringen afnemen. (1)
- Dit betekent dat huishoudens hun bestedingen uitstellen (en dus ruilen over de tijd). (1)
De wetenschapper stelt dat beide economieën na één renteaanpassing terugkeren naar de potentiële productie. In Oostland zal er een evenwicht ontstaan bij MB0 = MB2. In Westland zal een ander evenwicht ontstaan omdat daar ander beleid is gevoerd.
Het model laat drie variabelen zien: de reële productie, de reële rente en de inflatie. De wetenschapper concludeert: “Als ik enkel naar de figuren kijk, zie ik dat slechts één van deze drie variabelen verschilt als beide economieën weer naar Y* terug zijn gekeerd.”
Vraag 21 3 punten
Toon de conclusie van de wetenschapper aan. Werk de opdracht in de uitwerkbijlage als volgt uit:
- Teken in figuur 3 de curven die de economie van Westland weergeven nadat de economie is teruggekeerd naar de potentiële productie (Y*).
- Benoem de reële rente en inflatie in het nieuwe evenwicht voor beide landen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • Het correct tekenen van de GA1-curve met een verschuiving van 0,5 procentpunt omhoog (naar een inflatie van 4%). (1) • Het correct tekenen van de MB1-curve met een verschuiving van 2 procentpunt omhoog (naar een reële rente van 6%). (1) • Het juist benoemen van de evenwichtswaarden van de inflatie en de reële rente. (1) Een juist antwoord is: • de nieuwe GA-curve (1) • de nieuwe MB-curve (1) • Het benoemen van de evenwichtswaarden: (1) Westland Oostland inflatie 4% 4% reële rente 6% 4% (3)
Opgave 5 Vissen naar winst
Een econoom maakt een analyse van de ontwikkeling van de vismarkt in een regio door de eeuwen heen. De vismarkt in de middeleeuwen (zie figuur 1) wordt gekenmerkt door veel kleine aanbieders. De individuele consumenten kijken vanwege armoede enkel naar de prijs.
Figuur 1 Dagelijkse vismarkt in de middeleeuwen
Alle individuele vissers hebben de volgende kostenfunctie: TK = 0,005q2 + 0,25q + 153,12 TK = totale kosten in koperstukken q = het aantal vissen
De econoom gaat er in het model vanuit dat elke individuele visser streeft naar maximale winst.
Vraag 22 3 punten
Bereken hoeveel vissers er actief zijn op de middeleeuwse vismarkt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- MO = 2 koperstukken (want de vissers zijn prijsnemers dus P = GO = MO). De marginale kostenfunctie MK (=TK’) = 0,01q + 0,25. (1)
- De verkochte hoeveelheid per visser bedraagt (MO = MK) 2 = 0,01q + 0,25 1,75 = 0,01q q = 175. (1)
- Het aantal vissers bedraagt (Q / q) 7.000.000 / 175 = 40.000. (1)
In de late middeleeuwen worden de consumenten welvarender en kopen ze meer vis. De econoom beweert: i. Door de toegenomen welvaart verandert de prijselasticiteit van de vraag naar vis. ii. Door de toegenomen welvaart ontstaat een markt van monopolistische concurrentie.
Vraag 23 2 punten
Leg beide beweringen van de econoom uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Door de toegenomen welvaart nemen de winstkansen voor producenten toe. Om zich te onderscheiden van anderen zullen ze concurreren op het product waardoor het product vis heterogener wordt en er een markt van monopolistische concurrentie ontstaat. (1p)
In de twintigste eeuw vinden er grote technologische ontwikkelingen plaats waardoor schepen sneller meer vis binnenhalen. Door deze schaalvoordelen ontstaat een oligopolistische markt. Visserijen Dirdam en Nednol domineren de markt in de regio. Beide visserijen kunnen hun prijzen verlagen of handhaven (zie matrix 1).
Matrix 1 Winsten van Dirdam en Nednol in miljoenen €
Nednol handhaaft de Nednol verlaagt de prijs prijs Dirdam handhaaft de 30 ; 10 14 ; 20 prijs Dirdam verlaagt de prijs 33 ; –2 19 ; 6
Vraag 24 2 punten
Leg met behulp van getallen uit matrix 1 uit of er sprake is van een gevangenendilemma.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voor Dirdam is 33 > 30 en 19 >14 en voor Nednol is 20 > 10 en 6 > –2, dus prijs verlagen is voor beide visserijen de dominante strategie / het Nash-evenwicht is beiden verlagen. (1)
- Het Nash-evenwicht is een suboptimale uitkomst (laagste collectieve winst / 25 < 40) en dus is er sprake van een gevangenendilemma. (1)
Na enkele jaren vormen Dirdam en Nednol een kartel. Syrap kan toetreden tot de vismarkt met een lagere prijs of de kartelprijs. De econoom presenteert spelboom 1 met daarin de keuzes.
Spelboom 1 Winsten Syrap, Nednol en Dirdam in miljoenen €
De = symbolen geven aan waar Nednol / Dirdam ervoor kiezen hun prijs gelijk te houden aan de eerdere kartelprijs. De
- symbolen geven aan waar Nednol / Dirdam ervoor kiezen hun prijs te verlagen ten opzichte van de eerdere kartelprijs.
Vraag 25 2 punten
Leg uit of Syrap toetreedt met een kartelprijs of een lagere prijs (getallen hoeven niet expliciet benoemd te worden).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Dirdam zal altijd de prijs verlagen / heeft een dominante strategie, want de winst is dan altijd hoger dan wanneer de prijs gelijk wordt gehouden. Daarop zal Nednol ook de prijs verlagen vanwege dezelfde verschillen in winst. (1)
- De uitkomst behorend bij het Nash-evenwicht is lagere prijs, prijs verlagen, prijs verlagen. Syrap treedt toe met een lagere prijs. (1)
Opgave 6 Groeien tot de top
Een econoom kijkt met behulp van twee vereenvoudigde modellen naar de economische groei op korte termijn (figuur 1) en op de lange termijn (figuur 2). Met behulp van deze modellen kan de econoom onderzoeken hoe de economische groei kan worden gestimuleerd.
Figuur 1 Economische kringloop (pijlen zijn geldstromen)
Legenda Y nationaal inkomen E export EV effectieve vraag M import
C consumptie B belastingen I investeringen Co autonome consumptie O overheidsbestedingen lo autonome investeringen Oo autonome overheidsbestedingen
Vraag 26 2 punten
Leg uit of er bij figuur 1 sprake is van een Keynesiaans model of een Nieuw klassiek model.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − In het model is te zien dat een verhoging van de bestedingen / EV leidt tot een verhoging van het inkomen (Y). Er is dus sprake van een Keynesiaans model. − De Nieuw klassieken veronderstellen dat bestedingen (EV) enkel effect hebben op de inflatie en niet op het inkomen / dat de groei van de economie wordt bepaald door structurele ontwikkelingen. In dit model bepalen bestedingen de groei en dus is het Keynesiaans. (2)
De econoom analyseert met behulp van figuur 1 twee opties om de economische groei op korte termijn te stimuleren:
- de autonome overheidsbestedingen stimuleren.
- de autonome consumptie stimuleren.
Vraag 27 2 punten
Leg uit welke optie het sterkste effect heeft op de groei van het nationaal inkomen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een toename van de autonome consumptie zal voor een deel weglekken naar het buitenland in de vorm van extra importen. (1)
- Bij de autonome overheidsbestedingen is dit niet het geval. De verhoging van de autonome overheidsbestedingen heeft daarom de grootste multiplier / het sterkste effect op het nationaal inkomen. (1)
De economische groei op lange termijn kan worden bestudeerd met behulp van de productiefunctie: Y = A*f(K,L) waarbij: Y = potentieel nationaal inkomen
A = factorproductiviteit K = de hoeveelheid beschikbaar kapitaal L = de hoeveelheid beschikbare arbeid
Figuur 2 Productiefunctie
Legenda: Y1 = de productiefunctie in de uitgangssituatie Y2 = de productiefunctie na het stimuleren van R&D-investeringen
Vraag 28 2 punten
Leg aan de hand van de productiefunctie Y1 uit dat de marginale winst van extra productie zal afnemen, als de inzet van de productiefactor arbeid toeneemt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Als de inzet van de productiefactor arbeid toeneemt, ontstaan er afnemende meeropbrengsten: de extra productie per arbeider zal steeds afnemen (want de curve vlakt af). (1)
- Dit betekent dat de (arbeids)kosten per product van de extra arbeider toenemen (bij gelijkblijvend loon), waardoor de marginale winst zal afnemen. (1)
De econoom concludeert: “Door de R&D-investeringen te stimuleren, kan de totale factorproductiviteit op lange termijn stijgen. Daardoor zal de productiefunctie in figuur 2 van Y1 naar Y2 verschuiven.”
Vraag 29 2 punten
Leg de conclusie van de econoom uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat in relatie tot de context: • Een uitleg over de relatie tussen R&D en de factorproductiviteit. (1) • Een uitleg over de relatie tussen de factorproductiviteit en de productie. (1) Een voorbeeld van een juist antwoord is: • Door het stimuleren van R&D-investeringen zullen productieprocessen sneller verlopen en stijgt de totale factorproductiviteit. (1) • Bij iedere inzet van arbeid zal er een hogere productie worden bereikt. Hierdoor verschuift de productiefunctie van Y1 naar Y2. (1) (2)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-24-1-o
Andere examens economie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2024, tijdvak 1?
Het centraal examen economie vwo 2024, tijdvak 1 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over overheid en belastingen (8), conjunctuur (6) en productie en kosten (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2024, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2024, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-24-1-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.