Eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 AnyWay van de grond, Opgave 2 Groene bussen, Opgave 3 Op weg naar het pensioen, Opgave 4 Prijsbeleid in de verf gezet, Opgave 5 Devaluatie van de wal in de sloot, Opgave 6 Gelijkheid en groei.

Kort antwoord

Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (6), internationale handel (5) en vraag en aanbod (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Inkomen en consumptie10-13, 23, 256
Internationale handel19-22, 285
Vraag en aanbod1, 15, 183
Arbeidsmarkt2-43
Speltheorie5, 16-173
Conjunctuur24, 27, 293
Productie en kosten6-72
Overheid en belastingen8, 262
Risico en verzekeren91
Geld en inflatie141

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over inkomen en consumptie (21% van de vragen, gemiddeld 8%) en internationale handel (17% van de vragen, gemiddeld 11%). Minder over overheid en belastingen (7% van de vragen, gemiddeld 20%) en geld en inflatie (3% van de vragen, gemiddeld 12%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 AnyWay van de grond

European Air Company (EAC) is een luchtvaartmaatschappij die vluchten verzorgt in Europa. De laatste jaren ondervindt EAC toenemende concurrentie van luchtvaartmaatschappijen die sterk op de prijs concurreren door middel van budgetvluchten. Deze maatschappijen kunnen goedkoop vliegen omdat ze lagere loon- en overige vluchtkosten hebben. De directie van EAC onderzoekt in 2017 het plan om zelf een dochteronderneming op te richten, AnyWay, die ook tegen lage prijzen vluchten gaat aanbieden. De onderneming gaat dan verder onder de naam Combined Air Services (CAS). EAC en AnyWay worden eigendom van CAS (zie figuur 1). De huidige aandeelhouders van EAC zullen in dit plan hun aandelen omruilen in aandelen CAS. Daarnaast zal CAS extra aandelen uitgeven.

Figuur 1 organogram van de voorgestelde bedrijfsstructuur

De aandeelhouders staan positief tegenover het hierboven omschreven plan, op voorwaarde dat de piloten die nu nog werken op vluchten van EAC, bereid zijn 20% van hun werktijd te werken op vluchten van AnyWay, waarvoor ze 10% minder loon ontvangen.

Er bestaan twee vakbonden voor piloten. De directie van EAC nodigt deze uit voor overleg over het plan. De directie geeft aan dat het bedrijf er niet goed voor staat: “De laatste vier jaar is de afzet met meer dan 20% gedaald. Als er niets wordt gedaan, is de kans groot dat EAC op termijn failliet gaat.” De vakbonden willen een faillissement voorkomen. De directie onderbouwt haar uitspraken met gegevens uit tabel 1.

Tabel 1 marktontwikkeling vluchten in Europa, 2012

  • 2016

2012 2013 2014 2015 2016 marktaandeel standaardvluchten 75% 70% 68% 62% 59% waarvan vluchten EAC 10,0%* 10,4% 10,3% 9,0% 8,9% budgetvluchten 25% 30% 32% 38% 41% jaarlijkse groei alle vluchten 2,75% 3,33% 3,87% 1,86% 3,05% (% t.o.v. het voorgaande jaar) *Toelichting: 10% van alle standaardvluchten wordt uitgevoerd door EAC.

Vraag 1 2 punten

Toon met een berekening aan dat de afzet van EAC in 2016 ten opzichte van 2012 met meer dan 20% is gedaald.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • totale groei van alle vluchten: 100 × 1,0333 × 1,0387 × 1,0186 × 1,0305 = 112,66 (1)
  • aandeel van EAC van alle standaardvluchten: 2012: 100 × 0,75 × 0,1 = 7,5 2016: 112,66 × 0,59 × 0,089 = 5,9 5,9 − 7,5 × 100% = −21,3% (1)

AnyWay zal gebruik gaan maken van alle voorzieningen van EAC, zoals hangars, incheckbalies en reparatiecentra. De directie stelt dat daardoor de gemiddelde winst per vlucht van EAC omhoog kan gaan.

Vraag 2 2 punten

Verklaar de stelling van de directie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Zonder vermelding van constante kosten worden geen scorepunten toegekend.
  • Voor een antwoord gericht op de winst van CAS in plaats van EAC wordt maximaal 1 scorepunt toegekend.

Eén van de vakbonden zou akkoord willen gaan met 10% minder loon voor vluchten van AnyWay, vergeleken met het huidige loon bij EAC, als daar een zodanige loonsverhoging voor vluchten van EAC tegenover staat, dat de gemiddelde loonsverhoging voor CAS uitkomt op 1% ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij is ervan uitgegaan dat de piloten daadwerkelijk 20% van hun werktijd vliegen voor AnyWay.

Vraag 3 2 punten

Bereken hoeveel procent de lonen op vluchten van EAC dan moeten stijgen. Rond je antwoord af op twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: (20% van de werktijd wordt gevlogen voor Anyway en 80% voor EAC. Stel dat het oude loon gelijk wordt gesteld aan 100. oud: 0,2 x 100 + 0,8 x 100 = 100 Het totale loon stijgt met 1% terwijl het loon voor Anyway daalt met 10%. nieuw: 0,2 x 90 + 0,8 x loon EAC = 101 83 Loon EAC = = 103,75 → 3,75% loonsverhoging 0,8 (2)

De directie reageert: “Een te grote loonsverhoging brengt de opstart van de nieuwe bedrijfsstructuur in gevaar. De uitgifte van extra aandelen heeft alleen kans van slagen bij voldoende interesse van de kant van beleggers.”

Vraag 4 2 punten

Leg uit dat een te sterke loonsverhoging het succes van een aandelenuitgifte van CAS in gevaar kan brengen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij een te sterke loonsverhoging (bij EAC) kan de verwachte winst (van CAS) te laag uitvallen (1)
  • Hierdoor kan er onvoldoende interesse worden gevonden bij beleggers, omdat deze verwachten dat er na uitgifte voor hen te weinig dividend beschikbaar zal zijn / de koers van de aandelen na uitgifte zal dalen / het rendement op het aandeel zal dalen (1)

De directie stelt voor om alle EAC-piloten een nieuw contract aan te bieden bij CAS, waarbij ze 20% van de uren voor AnyWay vliegen voor 10% lager loon. Om dit voorstel aan te scherpen stelt de directie de volgende voorwaarden:

  • Het voorstel geldt alleen bij een akkoord van beide vakbonden.
  • Als één van de vakbonden niet akkoord gaat, zullen de daarbij aangesloten piloten een contract krijgen waarbij ze 30% bij AnyWay vliegen en de piloten van de vakbond die wel akkoord is, een contract waarbij ze maximaal 10% bij AnyWay vliegen. In beide gevallen ontvangen ze voor hun vluchten bij AnyWay 10% minder loon.
  • Als beide vakbonden niet akkoord gaan, is het plan van de baan en dreigt er een faillissement van EAC. De directie weet dat alle piloten zijn aangesloten bij één van de twee vakbonden en dat beide vakbonden ongeveer even groot zijn. De vakbonden en de directie kunnen samen tot afspraken komen en zijn niet gebonden aan een cao. De vakbonden besluiten onafhankelijk van elkaar.

Vraag 5 2 punten

Zullen beide vakbonden, uitsluitend op basis van bovenstaand voorstel en de betreffende aanscherping van de directie, akkoord gaan? Licht je antwoord toe door strategieën van beide vakbonden te vergelijken.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
  • Aan een toelichting met behulp van een matrix kunnen ook beide scorepunten worden toegekend.

Opgave 2 Groene bussen

In een grote stad wil het gemeentebestuur dat dieselbussen vervangen worden door elektrische bussen. Op die manier kan de milieudruk in de binnenstad worden verlaagd. Er ligt een voorstel op tafel om één van de bestaande busondernemingen een concessie (vergunning met uitsluiting van andere ondernemingen) te verlenen voor een periode van vijf jaar om met elektrische bussen te gaan rijden. Busondernemingen geven aan dat met het oog op het verschil in kosten tussen een elektrische bus en een dieselbus deze concessieperiode niet lang genoeg is.

De variabele kosten per kilometer zijn voor een elektrische bus weliswaar lager dan voor een dieselbus, maar de aanschafprijs van een elektrische bus (€ 500.000) is veel hoger dan van een dieselbus (€ 340.000). De aanschafprijs wordt hier gezien als constante kosten. Er wordt afgezien van de mogelijkheid om de bussen na de concessieperiode door te verkopen. Naar verwachting wordt er 60.000 kilometer per jaar per bus gereden. Figuur 1 laat het verloop van de kosten van beide typen bussen zien.

Figuur 1 aanschaf- en variabele kosten van elektrische en dieselbussen

Vraag 6 1 punt

Bereken hoeveel euro de variabele kosten per kilometer van het rijden met een elektrische bus lager zijn dan van het rijden met een dieselbus.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste berekening zijn: € 500.000 − € 340.000 = € 0,40 per kilometer 400.000 of door twee punten af te lezen: Diesel: bij 200.000 kilometers zijn de totale variabele kosten € 160.000. De variabele kosten per kilometer zijn dan € 0,80 (160.000 / 200.000). Elektrisch: bij 500.000 kilometers zijn de totale variabele kosten € 200.000. De variabele kosten per kilometer zijn dan € 0,40 (200.000 / 500.000). Het verschil is € 0,80 − € 0,40 = € 0,40. (1)

Vraag 7 1 punt

Bepaal met een berekening hoelang de concessieperiode minimaal moet zijn voordat het rijden met elektrische bussen goedkoper is dan met dieselbussen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: (Binnen de concessieperiode moeten minimaal 400.000 kilometers kunnen worden gereden, voordat het rijden met elektrische bussen goedkoper is dan met dieselbussen, zoals figuur 1 laat zien.) 400.000 De concessieperiode moet dan minimaal = 6,67 jaar bedragen. 60.000 (1)

De gemeente kiest voor het verlenen van een concessie voor een periode van vijf jaar, wetende dat daarbij een jaarlijks subsidiebedrag nodig zal zijn. Busondernemingen kunnen een bod doen, waarin zij aangeven welk subsidiebedrag zij nodig hebben om het busvervoer rendabel te kunnen verzorgen. De gemeente zal de concessie toekennen aan de busonderneming die de minste subsidie nodig heeft. De wethouder van milieu beweert dat er ondanks de extra uitgaven aan subsidies voor de gemeente per saldo een maatschappelijk voordeel kan ontstaan.

Vraag 8 2 punten

Leg de bewering van de wethouder uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Elektrische bussen veroorzaken minder negatieve externe effecten / uitlaatgassen / geluidshinder dan dieselbussen. Dit leidt tot lagere maatschappelijke kosten (1)
  • Als de daling van de maatschappelijke kosten groter is dan het subsidiebedrag kan er per saldo een maatschappelijk voordeel ontstaan (1)

Door het toekennen van een concessie ontstaat er een tijdelijk wettelijk monopolie. Voor de concessie stelt de gemeente daarbij de volgende voorwaarden: i. 98% van de ritten van inwoners van de gemeente naar het centrum mag niet langer dan veertig minuten duren. ii. Maximaal 6% van de busritten mag vertraging hebben. iii. Alleen bij overmacht, zoals defecte bussen of stroomstoringen, mogen alsnog dieselbussen ingezet worden. iv. Alle bussen moeten voorzien zijn van een gps-trackingsysteem, waardoor een controlebureau van de gemeente te allen tijde de posities van de gebruikte bussen kan aflezen. v. Aan reizigers mag een prijs van maximaal € 0,11 per kilometer worden berekend.

Vraag 9 4 punten

Leg uit dat een principaal-agentprobleem tussen de gemeente en de busonderneming kan optreden, en leg uit welke twee voorwaarden uit de overeenkomst dit probleem kunnen verminderen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De gemeente (principaal) en de busonderneming (agent) hebben naar verwachting verschillende doelstellingen: de busonderneming zal meer gericht zijn op het behalen van winst, terwijl de overheid vooral de belangen van de reizigers op het oog heeft (reistijd, op tijd rijden) (1)
  • De gemeente heeft beperkt zicht op de ritten / kosten en opbrengsten van de busonderneming. Er is sprake van informatie-asymmetrie (1)
  • voorwaarde iv: hierdoor krijgt de gemeente direct informatie over vertragingen en reistijd. De busonderneming kan vertragingen of het schrappen van ritten niet geheim houden en zal zich sterker inzetten om vertragingen en uitval te voorkomen (1)
  • voorwaarde v: door de maximale prijs kan de busonderneming niet ten koste van de reiziger alleen voor maximale winst gaan (en zal er meer oog zijn voor de belangen van de reizigers) (1)

Opgave 3 Op weg naar het pensioen

In een land wil een technisch bedrijf een vestiging openen met uitsluitend recent afgestudeerde werknemers die geschoold zijn in de nieuwste technieken. Het bedrijf wilt haar werknemers een bedrijfspensioen aanbieden en besteedt het opzetten van het bedrijfspensioen uit aan een pensioenfonds. De nieuwe medewerkers krijgen een keuze tussen twee vormen van premiebetaling zoals weergegeven in figuur 1.

Figuur 1 leeftijdsafhankelijke premie vergeleken met doorsneepremie

De keuze tussen de twee vormen van premiebetaling is als volgt:

1 Doorsneepremie: jongere en oudere werknemers betalen hetzelfde vaste percentage van het brutoloon als pensioenpremie.

2 Leeftijdsafhankelijke premie: jongere werknemers betalen een lager percentage van het brutoloon als pensioenpremie dan ouderen. Naarmate ze ouder worden zullen ze een steeds groter gedeelte van hun brutoloon betalen aan pensioenpremie. Bij beide vormen van premiebetaling worden de premies gebruikt om vanaf de pensioenleeftijd een levenslange uitkering te garanderen die gelijk is aan 70% van het gemiddelde brutoloon. Er wordt uitgegaan van een gelijkblijvende pensioenleeftijd en lonen die geïndexeerd worden aan de inflatie.

Vraag 10 2 punten

Leg uit voor welke premiebetaling een jonge werknemer zal kiezen met een relatief lage tijdsvoorkeur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een werknemer met een relatief lage tijdsvoorkeur zal liever nu sparen en later consumeren (1)
  • Dit betekent dat de werknemer voor de doorsneepremie zal kiezen omdat dan de pensioenopbouw later relatief lager / de consumptie relatief hoger is vergeleken met het andere systeem (1)

Vraag 11 2 punten

Leg uit hoe de lijn van de doorsneepremie zal verschuiven indien de levensverwachting in dit land stijgt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een stijgende levensverwachting betekent dat pensioendeelnemers langer een pensioenuitkering krijgen waardoor er meer vermogen opgebouwd zal moeten worden (gegeven de gegarandeerde levenslange uitkering) (1)
  • Dit betekent dat gedurende een loopbaan een werknemer een groter percentage pensioenpremie zal moeten betalen dus de lijn verschuift omhoog (1)

Het pensioenfonds belegt het grootste deel van de ontvangen premies de eerste twintig jaar in aandelen. Daarna zal het grootste deel vooral in staatsobligaties worden belegd. Financieel directeur Hajar beargumenteert dat deze keuze, over de hele beleggingsperiode, zorgt voor een relatief hoog rendement in combinatie met een laag risico.

Vraag 12 3 punten

Leg de argumentatie van de financieel directeur uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • In de eerste periode van twintig jaar wordt de meerderheid van de premies belegd in aandelen. Aandelen hebben een hoog rendement en een hoog risico, maar er is voldoende tijd over de hele beleggingsperiode om bij een negatieve schok een rendementsverlies goed te maken (2)
  • In de tweede periode wordt de meerderheid van de premies belegd in obligaties. Obligaties hebben een laag rendement en een laag risico. Over de hele periode is er dan een relatief hoog rendement met een laag risico (1)

De werknemers die kiezen voor een leeftijdsafhankelijke premie, zijn bezorgd over hun koopkracht op oudere leeftijd. Hoewel lonen geïndexeerd worden aan de inflatie, verwacht het bedrijf uitstekende doorgroeimogelijkheden te kunnen bieden. Financieel directeur Hajar stelt dat, gezien de verwachte gunstige carrièreontwikkeling binnen het bedrijf, de koopkracht van hun loon niet nadelig wordt beïnvloed ten opzichte van hun loon in hun jongere jaren.

Vraag 13 2 punten

Leg de stelling van de financieel directeur uit.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • In het bedrijf is sprake van een verwachte gunstige carrièreontwikkeling (naast geïndexeerde lonen). Dit betekent dat de lonen van de werknemers gedurende hun loopbaan meer zullen stijgen dan de inflatie (1)
  • Als zij op oudere leeftijd een hoger premiepercentage betalen bij een hoger brutoloon kan het zijn dat het nettoloon van de oudere werk- nemers niet lager is dan het nettoloon in hun jongere jaren. De koopkracht wordt daarmee niet nadelig beïnvloed (1)

Financieel directeur Hajar dient het plan voor de twee vormen van premiebetaling in bij de directie. Zij maakt daarbij een kanttekening. Zij verwacht dat de premies in de toekomst hoger kunnen uitvallen dan weergegeven in figuur 1. Zij wijst daarbij op de mogelijke ontwikkelingen op de vermogensmarkt. Als de rente op de vermogensmarkt daalt, dan kunnen de pensioenpremies in de toekomst verder worden verhoogd.

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat een lage rente op de vermogensmarkt een oorzaak kan zijn voor het verhogen van de pensioenpremies.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Door een lage rente op de vermogensmarkt is het rendement op (een deel van de) beleggingen van pensioenfondsen laag / lager dan verwacht (1)
  • Door het lagere rendement zullen pensioenfondsen (bij de garantie van een levenslang pensioen) de pensioenpremies moeten verhogen om eenzelfde pensioen te kunnen garanderen (1)

Opgave 4 Prijsbeleid in de verf gezet

Het verfbedrijf International Colors (IC) produceert een verfsoort voor roestend metaal. De directie bespreekt tijdens een vergadering de strategische keuzes die het bedrijf heeft om de winstgevendheid van de productie van deze specifieke verfsoort te verhogen. IC heeft op deze markt alleen concurrentie van Farbo die een vergelijkbare verfsoort op de markt brengt. Farbo streeft net als IC naar maximale totale winst en hanteert een prijs van 12 euro per liter verf.

De prijsafzetfunctie van IC luidt als volgt: qic = −2 pic + 2 pfb + 4 qic = hoeveelheid verkochte liters verf (× 100.000) pic = prijs van IC verf per liter in euro’s pfb = prijs van Farbo verf per liter in euro’s Verder geldt voor IC: MK (marginale kosten) = 8 euro

Vraag 15 3 punten

Toon met behulp van een berekening aan dat IC 11 euro vraagt voor een liter verf bij de gegeven prijs van Farbo.

Bekijk het antwoord
  • qic = −2pic + 2x12 + 4 → qic = −2pic + 28 → pic = −0,5qic + 14 (1)
  • (TO = pic x qic ) (TO = (−0,5qic + 14) x qic ) (TO = −0,5q²ic + 14qic ) MO = −qic + 14 (1)
  • MO = MK: −qic + 14 = 8 → qic = 6 → pic = 11 (1)

De directie van IC bespreekt gedurende de vergadering het prijsbeleid en overweegt daarbij drie mogelijkheden: de prijs gelijk laten, verhogen met 10% of verlagen met 10%. De directie verwacht dat Farbo op dezelfde manier zal reageren op het prijsbeleid van IC. Een directielid geeft de situatie weer met onderstaande spelboom.

Figuur 1 spelboom

Vraag 16 2 punten

Verklaar met behulp van de spelboom dat het voor IC gezien de doelstelling niet zinvol is om de prijs van een liter verf aan te passen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor het juist verwoorden van de doelstelling van IC zonder het benoemen van getallen worden ook scorepunten toegekend.

Analist Havermans onderzoekt wat er gebeurt als beide bedrijven tegelijkertijd moeten beslissen. Deze situatie kan worden geanalyseerd met matrix 1, die de verwachte totale winst (x € 100.000) toont bij iedere combinatie van prijszettingen per liter verf. Zij signaleert daarin twee Nash-evenwichten.

Matrix 1 simultaan spel bij prijszettingen van IC en Farbo

Farbo prijs per liter € 13,20 € 12,00 € 10,80 IC € 12,10 15,4; 25,6 5,6; 27,0

  • 4,3; 22,6 € 11,00 15,2; 11,3 8,0; 16,0 0,8;14,9 € 9,90 10,1; −2,9 5,6; 5,0 1,0; 7,2

Vraag 17 2 punten

Beargumenteer of het spel volgens deze matrix voor beide spelers een optimaal resultaat kan opleveren. Benoem daarbij beide Nash- evenwichten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Er zijn twee Nash-evenwichten: beide partijen houden de prijs gelijk (pic = € 11,00; pfb = € 12,00) of beide partijen verlagen de prijs (pic = € 9,90; pfb = € 10,80) (1)
  • Een gezamenlijke prijsverhoging (p ic = € 12,10; pfb = € 13,20) zal voor beide partijen een hogere uitkomst bieden dan bij de beide Nash- evenwichten, maar deze uitkomst zal (zonder onderlinge afspraak) niet tot stand komen (1)

Havermans stelt: “Bij onveranderd prijsbeleid kan IC zich meer richten op een marketingcampagne met nadruk op de goede reputatie van de verfsoort die IC sinds zijn oprichting verkoopt. De campagne moet gericht zijn op zowel klantenbinding als op het aantrekken van klanten van Farbo en van nieuwe kopers van deze verfsoort. Als gevolg van de campagne zou de prijsafzetfunctie van IC veranderen, onder de veronderstelling dat Farbo niet ook een marketingcampagne gaat voeren.” Slechts één van de volgende vier prijsafzetfuncties combineert alle drie de gewenste effecten.

a qic = −1,5 pic + 2,0 pfb + 3 b qic = −2,5 pic + 2,0 pfb + 4 c qic = −1,5 pic + 2,5 pfb + 5 d qic = −2,5 pic + 1,5 pfb + 6

Vraag 18 2 punten

Welke van de vier prijsafzetfuncties laat zien dat de bedoelde effecten van de marketingcampagne kunnen zijn bereikt? Beargumenteer je keuze en betrek daarbij alle drie de gewenste effecten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste toelichting is: Bij deze functie dient te gelden ten opzichte van de uitgangssituatie dat − klanten minder sterk reageren op de prijs van IC (klantenbinding) (-1,5 < -2), − klanten sterker reageren op de prijs van Farbo (aantrekken klanten van Farbo) (2,5 > 2) en − er onafhankelijk van de prijzen meer nieuwe kopers komen (5 > 4). − Alle effecten worden gelijktijdig bereikt bij prijsafzetfunctie c. indien vier elementen juist (2) indien drie elementen juist (1) indien minder dan drie elementen juist (0) (2)

Opgave 5 Devaluatie van de wal in de sloot

In het land Imareca zijn presidentsverkiezingen. Centraal in de campagne staat het stimuleren van de zwakke economie. De werkloosheid neemt toe en de lopende rekening van de betalingsbalans met de belangrijkste handelspartner, het land Nachi, vertoont een groot tekort. De valuta van Imareca heeft een vaste wisselkoers ten opzichte van die van Nachi. Een kandidaat kondigt aan dat hij als president onmiddellijk over zal gaan tot een devaluatie van 20% ten opzichte van de valuta van Nachi. Dit zou volgens hem zowel het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans met Nachi als de binnenlandse werkloosheid verminderen.

Econoom Paulus stelt: “Devaluatie zal op korte termijn juist nadelig zijn voor de economie van Imareca. Dit heeft te maken met de prijselasticiteiten van de import en van de export. De importwaarde, gemeten in eigen valuta, kan op korte termijn stijgen waardoor het tekort op de lopende rekening met Nachi verder zal toenemen.” De formules van de prijselasticiteiten van de export en van de import van goederen en diensten luiden:

% verandering exportvolume prijselasticiteit van de export = % verandering exportprijs in vreemde valuta

% verandering importvolume prijselasticiteit van de import = % verandering importprijs in eigen valuta

Analyses wijzen uit dat op korte termijn de prijselasticiteit van de export

  • 0,5 bedraagt en de prijselasticiteit van de import
  • 0,4.

Beide formules zijn varianten op de prijselasticiteit van de vraag. Bij de prijselasticiteit van de export staat in de noemer de prijs in vreemde valuta, terwijl bij de prijselasticiteit van de import in de noemer de prijs is genoteerd in eigen (binnenlandse) valuta.

Vraag 19 1 punt

Verklaar dit verschil in de noemers.

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste verklaring is: Bij de import wordt die vraag uitgeoefend binnen het land zelf. Vragers reageren op de prijs zoals die in de eigen (binnenlandse) valuta luidt. Bij de export komt de vraag uit het buitenland en reageren de (buitenlandse) vragers op de prijs die wordt gerekend in de valuta van hun land. (1)

Vraag 20 3 punten

Toon met een berekening op basis van bovenstaande prijselasticiteiten aan dat een devaluatie van 20% leidt tot een sterkere toename van de importwaarde dan van de exportwaarde van Imareca, beide gemeten in de eigen valuta.

Bekijk het antwoord
  • % verandering Pexp (in vreemde valuta) = −20% % verandering qexp = −0,5 × −20% = +10% (1)
  • % verandering Pimp (in eigen valuta) = 1,25; +25% 0,8 % verandering qimp = −0,4 × 25% = −10% (1)
  • indexcijfer exportwaarde (in eigen valuta): 100 × 1,1 = 110 indexcijfer importwaarde (in eigen valuta): 100 × 0,9 × 1,25 = 112,5 De importwaarde in eigen valuta stijgt meer dan de exportwaarde in eigen valuta (1)

Paulus stelt verder: “De import zal op langere termijn mogelijk elastischer zijn, waardoor er dan meer kans is dat het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans met Nachi zal verminderen.”

Vraag 21 2 punten

Geef een verklaring voor de stelling van Paulus dat op langere termijn de import elastischer is dan op korte termijn.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juiste verklaring zijn: − Op lange termijn is het makkelijker om substituten te vinden, waardoor op lange termijn het importvolume sterker reageert op prijsstijgingen van de importen. Hierdoor is de import op lange termijn elastischer. − Op korte termijn zijn importeurs gebonden aan contracten / is het niet makkelijk om andere (binnenlandse) leveranciers te vinden. Hierdoor reageert het importvolume zwak op een prijsstijging van de importen waardoor op korte termijn de import inelastischer is. (2)

Paulus: “Op de lange termijn kan een devaluatie echter ook effect hebben op het binnenlandse loonniveau. Dit kan van invloed zijn op de lopende rekening van de betalingsbalans, wat de beoogde vermindering van de werkloosheid in de weg kan staan.”

Vraag 22 2 punten

Verklaar de door Paulus genoemde verbanden tussen devaluatie, binnenlands loonniveau en werkloosheid.

Bekijk het antwoord
  • Devaluatie leidt ertoe dat de prijzen van importen stijgen waardoor er (meer dan verwachte) inflatie ontstaat. Werknemers kunnen na enige tijd als reactie hogere lonen eisen (om koopkracht te behouden) (1)
  • Hogere loonkosten worden doorberekend in de verkoopprijs waardoor de internationale concurrentiepositie verslechtert en de export weer kan afnemen. Als gevolg daarvan kan de werkloosheid op lange termijn juist verder oplopen (1)

Econoom Liman stelt binnenlands beleid voor. “Als we gebruikmaken van het kringloopmodel, is te zien dat er in Imareca sprake is van een overheidstekort dat niet wordt opgevangen door een particulier spaaroverschot. Ik stel voor dat de overheid gaat bezuinigen om daarmee ook het tekort op de lopende rekening te verlagen.” Liman onderbouwt zijn visie met gegevens uit tabel 1.

Tabel 1 macro-economische gegevens van Imareca in 2019

variabele in procenten van het bbp overheidstekort 2,6 particuliere besparingen (S) … particuliere investeringen (I) 20,3 tekort op de lopende rekening 3,2

Vraag 23 2 punten

Bereken de omvang van de particuliere besparingen in 2019 in procenten van het bbp.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Voor een juiste berekening met toelichting in woorden in plaats van met symbolen worden ook scorepunten toegekend.

De presidentskandidaat wil zijn plannen doorzetten: “Ook al vermindert het tekort op de lopende rekening niet van vandaag op morgen, er is op termijn tenminste uitzicht op verbetering. Het voorstel van Liman ga ik niet uitvoeren. Hierdoor zou de werkloosheid al te zeer toenemen.”

Vraag 24 2 punten

Leg uit dat het voorstel van Liman om de overheid te laten bezuinigen kan leiden tot toename van de werkloosheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Als de overheid gaat bezuinigen om het overheidstekort te verlagen, zal dat leiden tot een afname van de overheidsbestedingen en daarmee een afname van de productie, (1)
  • hierdoor kan de vraag naar arbeid afnemen, met toename van de werkloosheid als mogelijk gevolg (1)

Opgave 6 Gelijkheid en groei

Econoom Pikets onderzoekt primaire en secundaire inkomensverschillen, maar ook de inkomensontwikkeling in het land Alpha. In zijn onderzoek zijn alle geldbedragen genoteerd in de valuta van Alpha, de Alphaanse dollar (A$). Tabel 1 schetst de primaire inkomensverdeling in 2016.

Tabel 1 primaire inkomensverdeling in land Alpha in 2016

inkomensklasse aantal personen gemiddeld primair jaarinkomen in A$ per persoon

1 3 mln. 2.500

2 2 mln. 7.500

3 1 mln. 15.000

4 0,75 mln. 30.000

5 0,25 mln. 50.000

Voor de inkomstenbelasting geldt één algemeen tarief van 30% voor primaire jaarinkomens en één algemene heffingskorting van A$ 250 per belastingplichtige. Mensen zonder enig primair inkomen kunnen in dit land aanspraak maken op een bijstandsuitkering van A$ 1.200 per jaar. De bijstandsuitkering is belastingvrij. De financiering loopt via de begroting van de overheid. Als maatstaf voor inkomensongelijkheid gebruikt Pikets de Ginicoëfficiënt.

Vraag 25 2 punten

Is de Ginicoëfficiënt in dit land lager bij de primaire of bij de secundaire inkomensverdeling? Geef twee argumenten voor je keuze.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als beide argumenten correct zijn uitgewerkt, maar gekozen is voor de primaire inkomensverdeling, kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.

Pikets meent dat de bijstandswet ongewenste effecten kan hebben: “Sommige mensen met inkomen uit arbeid of vermogen zijn nu door de werking van het belastingstelsel slechter af dan mensen met een bijstandsuitkering.”

Vraag 26 2 punten

Bereken onder welke hoogte van het primaire jaarinkomen iemand na aftrek van inkomstenbelasting minder ontvangt dan een bijstandsuitkering.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juiste berekening is: A$ 1.200 = (1 − 0,3) × primair inkomen + A$ 250 0,7 × primair inkomen = A$ 950 → primair inkomen = A$ 1.357,14 (2)

In de jaren 1980-1990 behoorde Alpha tot de groep landen met de laagste inkomens ter wereld. De overheid van Alpha heeft daarom in 1990 besloten om een leerplicht in te voeren en scholing financieel te ondersteunen. Deze investeringen hebben geleid tot een toename van de economische groei.

Vraag 27 2 punten

Leg uit hoe het invoeren van de leerplicht heeft geleid tot een toename van de economische groei.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Als het begrip ‘arbeidsproductiviteit’ niet is verwoord, kan maximaal

1 scorepunt worden toegekend.

Daarnaast is het kapitaalverkeer sinds 2010 veel vrijer geworden, waardoor de wisselkoers van de Alphaanse valuta ten opzichte van de Amerikaanse dollar aanmerkelijk is veranderd. Pikets veronderstelt dat door de wisselkoersverandering het saldo lopende rekening is gestegen en hierdoor het nationaal inkomen in Alpha is gestegen.

Vraag 28 2 punten

Is op basis van deze vooronderstelling de valuta van Alpha tegenover de Amerikaanse dollar tussen 2010 en 2016 gestegen of gedaald? Licht het antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • gedaald Een voorbeeld van een juiste toelichting is: Door de waardedaling van de eigen valuta ten opzichte van de US$ worden de exportprijzen voor buitenlandse klanten (in US$) lager, en kan het exportvolume toenemen / worden de importprijzen in eigen valuta hoger, en kan het importvolume afnemen. De binnenlandse productie en het nationaal inkomen kunnen hierdoor toenemen. (2)

Na jaren van economische groei voorziet de regering van Alpha in 2017 een neergang van de conjunctuur en wil stimulerend begrotingsbeleid voeren. Er worden twee maatregelen bediscussieerd: i. verlaging van het algemene tarief van de inkomstenbelasting, met afschaffing van de algemene heffingskorting en ii. gelijk houden van het algemene tarief van de inkomstenbelasting, met verhoging van de algemene heffingskorting.

Pikets gaat uit van de volgende aanname: mensen met een hoog inkomen sparen meer van een extra Alphaanse dollar netto-inkomen dan mensen met een laag inkomen.

Vraag 29 2 punten

Welke maatregel is volgens de aanname van Pikets het meest effectief in de bestrijding van de neergaande conjunctuur? Betrek het effect van beide maatregelen in je antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Maatregel ii komt relatief meer ten goede aan de lagere inkomens- klassen, terwijl maatregel i per saldo de hogere inkomensklassen het meest bevoordeelt (1)
  • De consumptieve bestedingen zullen bij maatregel ii meer stijgen dan bij maatregel i. De totale bestedingen en het bruto binnenlands product vertonen hierdoor een sterkere stijging (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-21-1-o

Andere examens economie vwo

Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 1?

Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over inkomen en consumptie (6), internationale handel (5) en vraag en aanbod (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2021, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2021, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-1/vw-1022-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.