Eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Vrouwenvoetbal, Opgave 2 Pensioenleeftijd, Opgave 3 Een CO2-taks, water- en afvalwaterbedrijven, Opgave 4 Gezonde zorg, Opgave 5 Maatregelen die werken, Opgave 6 De Afrikaanse euro-variant.
Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (7), overheid en belastingen (5) en inkomen en consumptie (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Arbeidsmarkt | 1-2, 21-25 | 7 |
| Overheid en belastingen | 7, 12, 14-16 | 5 |
| Inkomen en consumptie | 6, 8-10 | 4 |
| Internationale handel | 11, 13, 26, 29 | 4 |
| Productie en kosten | 4, 17-18 | 3 |
| Speltheorie | 5, 19 | 2 |
| Geld en inflatie | 27-28 | 2 |
| Risico en verzekeren | 3 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens economie vwo sinds 2018: dit examen vroeg meer over arbeidsmarkt (25% van de vragen, gemiddeld 6%) en inkomen en consumptie (14% van de vragen, gemiddeld 8%). Minder over conjunctuur (0% van de vragen, gemiddeld 12%) en vraag en aanbod (0% van de vragen, gemiddeld 7%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen economie vwo 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen economie vwo 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen economie vwo 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Vrouwenvoetbal
Vrouwenvoetbal ontwikkelt zich snel en de verwachting is dat clubs hoge salarissen gaan betalen voor topspeelsters. De nationale voetbalbond wil voorkomen dat clubs zich in de schulden steken om speelsters aan te trekken. Mede daarom eist de bond van de clubs een begrotingsregel: de kosten van een jaar mogen niet hoger zijn dan de opbrengsten, op straffe van puntenaftrek of zelfs degradatie naar een lagere klasse. De voorzitter van de bond stelt dat deze begrotingsregel invloed heeft op de marktwaarde van speelsters.
Vraag 1 2 punten
Leg uit hoe de begrotingsregel invloed heeft op de marktwaarde van speelsters.
Bekijk het antwoord
- Een club zal de kosten minimaal gelijk moeten houden aan de opbrengsten, waardoor bij het aantrekken van een nieuwe speelster minder budget beschikbaar is (1)
- Hierdoor daalt de betalingsbereidheid en zal (bij een gelijkblijvend aanbod) de prijs / marktwaarde van een speelster kunnen afnemen (1)
Voetbalclub VV (Vrouwen Vooruit) heeft een betaald team dat speelt in de hoogste divisie. De club heeft als doelstelling om dit jaar kampioen te worden en wil een ervaren speelster aantrekken. Tot op heden hebben speelsters een vast salaris (variant 1), maar bij het aantrekken van een nieuwe speelster overweegt directeur Verheijen ook een variabele variant:
- Variant 1: een vast salaris van € 30.000 per jaar.
- Variant 2: een vast salaris van € 12.000 per jaar + € 1.100 per gespeelde wedstrijd. In de competitie worden 30 wedstrijden gespeeld. De speelsters worden vier dagdelen per week op de club verwacht voor trainingen. Zij worden daarnaast geacht zelfstandig te trainen om hun conditie op peil te houden om wedstrijden te kunnen spelen. De meeste speelsters hebben naast inkomsten uit het voetbal nog andere inkomsten.
Directeur Verheijen verwacht dat er bij het aanbieden van variant 1 eerder averechtse selectie kan optreden dan bij variant 2.
Vraag 2 2 punten
Leg de verwachting van directeur Verheijen uit.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Variant 1 biedt toekomstige speelsters een vast salaris onafhankelijk van hun fitheid en prestaties. Door het bieden van een vast salaris (variant 1) zullen vooral minder fitte speelsters zich aanmelden bij voetbalclub VV omdat ze weten dat ze een hoger bedrag krijgen dan clubs die een variabele beloning bieden. (2)
Vraag 3 2 punten
Leg uit welke variant directeur Verheijen zal kiezen om moral hazard te verminderen.
Bekijk het antwoord
- Moral hazard betekent dat een speelster geen prikkel heeft om na het ondertekenen van het contract haar conditie op peil te houden (1)
- Bij variant 2 zal ze minder geselecteerd / ingezet worden bij wedstrijden als ze minder fit is. Hierdoor krijgt ze minder betaald en daarmee wordt moral hazard verminderd (1)
Directeur Verheijen zegt: “De begroting in tabel 1 laat nu een kleine plus zien zonder de extra speelster. Als we geen verlies willen lijden en toch een extra speelster willen aantrekken, dan zullen de bezoekersaantallen omhoog moeten.”
Tabel 1 Resultatenbegroting 2021 zonder extra speelster (in euro’s)
kosten opbrengsten Vaste salarissen 480.000 Sponsorbijdragen* 466.000 Overige constante 216.000 Televisierechten* 80.000 kosten* Totale variabele kosten 18.000 Entreegelden: 180.000 (proportioneel 18.000 bezoekers x afhankelijk van aantal €10* bezoekers) Winst 12.000
726.000 726.000 * Deze bedragen worden verondersteld niet te veranderen bij onderstaande vragen.
Vraag 4 2 punten
Bereken met hoeveel procent het bezoekersaantal moet stijgen om break- even te bereiken, als de nieuwe speelster gecontracteerd wordt met beloningsvariant 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- TO = TK 466.000 + 80.000 + 10q = 30.000 + 480.000 + 216.000 + q (1)
- 9q = 180.000 q = 20.000 (20.000 – 18.000) / 18.000 x 100% = 11,1 % (1)
Directeur Verheijen ziet graag jeugdspeelsters doorgroeien van het jeugdteam naar het betaalde elftal. Hij wil extra investeren in de jeugdopleiding door middel van betere faciliteiten en een betere begeleiding. Hij voorziet wel een berovingsprobleem. Hij denkt dit probleem te kunnen beperken door de volgende maatregel: speelsters die voor hun 20ste levensjaar vertrekken bij de club moeten VV een vergoeding betalen.
Vraag 5 2 punten
Leg uit hoe de maatregel van directeur Verheijen het berovingsprobleem deels kan beperken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De club doet een specifieke investering in een speelster die niet terugverdiend kan worden als een jeugdspeelster vroegtijdig vertrekt, waardoor een berovingsprobleem ontstaat (en de club niet zal investeren) (1)
- door de voorwaarde dat speelsters bij een vroegtijdig vertrek een vergoeding betalen aan de club worden deze kosten (deels) vergoed (het berovingsprobleem wordt deels voorkomen) (1)
Opgave 2 Pensioenleeftijd
Het pensioen bestaat in een land voor de meeste mensen uit AOW en (tegelijkertijd) het aanvullend pensioen. De AOW wordt betaald uit premies die onderdeel zijn van de inkomensheffing, en is bestemd voor iedere ingezetene, ongeacht of men heeft gewerkt. Het aanvullend pensioen wordt gefinancierd volgens het kapitaaldekkingsstelsel. De betaalbaarheid van de pensioenen is onder druk komen te staan door onderstaande demografische ontwikkelingen:
− A: de laatste jaren is het aantal gepensioneerden toegenomen, terwijl de werkzame beroepsbevolking constant is gebleven.
- B: de levensverwachting in dit land neemt toe.
Een econoom stelt dat bij de aanvullende pensioenen slechts één van deze twee ontwikkelingen tot financieringsproblemen leidt.
Vraag 6 2 punten
Leg voor beide ontwikkelingen uit of deze tot financieringsproblemen leiden bij de aanvullende pensioenen.
Bekijk het antwoord
- De toename van het aantal pensioengerechtigden (A) leidt niet tot financieringsproblemen omdat deze mensen zelf (in principe) tijdens hun werkzame leven premies hebben betaald en dat uitgekeerd zullen krijgen (1)
- De toename van de levensverwachting (B) leidt tot financieringsproblemen, omdat een gelijkblijvend (uit premies en beleggingen bijeengebracht) kapitaal beschikbaar is terwijl over een langere periode uitkeringen moeten worden gedaan. (1)
Om de betaalbaarheid van de AOW te verbeteren is enige tijd geleden de AOW gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting: voor elk jaar dat de gemiddelde levensverwachting stijgt, wordt de AOW-leeftijd met acht maanden verhoogd.
Een politicus wil deze koppeling in 2022 afschaffen en bovendien de pensioenleeftijd verlagen. De econoom verwacht dat het overheidssaldo zal verslechteren door deze maatregel.
Vraag 7 2 punten
Geef twee oorzaken waarom het verlagen van de pensioenleeftijd kan leiden tot een verslechtering van het overheidssaldo.
Bekijk het antwoord
- Als ouderen eerder met pensioen gaan zullen zij jaren minder premie betalen. Hierdoor dalen de inkomsten van de overheid (1)
- Daarnaast zullen ouderen langer een uitkering krijgen waardoor de uitgaven voor de overheid stijgen (1)
Figuur 1 Factoren die de hoogte van de premie van het aanvullend pensioen bepalen
te verwachten aantal maanden dat beleggingsopbrengst premie wordt betaald a b
Premiehoogte c d
aantal maanden hoogte van de dat uitkeringen pensioenuitkering worden ontvangen
De econoom legt de voordelen van de koppeling uit: “De koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting kan leiden tot een verlaging van de premie voor het aanvullend pensioen.” Op basis van figuur 1 geeft de econoom daarvoor drie verklaringen.
Vraag 8 2 punten
Geef op basis van figuur 1 de drie verklaringen waarom de premie voor het aanvullend pensioen kan worden verlaagd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor het toekennen van de tweede deelscore dienen beide verklaringen (op basis van pijlen b en c) correct te zijn verwoord.
De econoom vreest dat wanneer er geen extra maatregelen worden genomen, de premies voor het aanvullend pensioen en de AOW moeten worden verhoogd om de pensioenen betaalbaar te houden. De export kan hierdoor onder druk komen te staan.
Vraag 9 2 punten
Leg de vrees van de econoom uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De werknemers zullen hogere looneisen stellen om de hogere premies te compenseren (zodat hun nettoloon gelijk blijft) (1)
- Als de hogere loonkosten worden doorberekend in de prijzen, zullen Nederlandse producten minder aantrekkelijk worden voor het buitenland en zal de export dalen (1)
De politicus vindt een verhoging van de AOW-leeftijd acceptabel als daar tegenover staat dat de uitkeringen welvaartsvast worden zonder premieverhoging. De politicus beweert: “Als door de verhoging van de AOW-leeftijd de verhouding tussen de AOW-gerechtigden en de werkenden gelijk kan blijven, dan kan de AOW welvaartsvast worden zonder lastenverzwaring voor de werkenden (premieplichtigen).”
Totaal bedrag AOW
- uitkeringen Premiepercentage AOW= × 100% Totaal bruto
- inkomen premieplichtigen
Vraag 10 2 punten
Leg de bewering uit met behulp van de formule.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Opgave 3 Een CO2-taks
In 2015 ondertekende de Nederlandse overheid het klimaatverdrag van Parijs waarin internationaal werd afgesproken om maatregelen te nemen om de uitstoot van CO2 door bedrijven en gezinnen sterk te beperken. De Nederlandsche Bank (DNB) onderzoekt in dit kader de gevolgen van een belasting op CO2-uitstoot, de CO2-taks. Als Nederland een CO2-taks invoert en de andere landen niet, zal de kostprijs bij Nederlandse bedrijven stijgen. Dit zal leiden tot een verslechtering van de internationale concurrentiepositie. Hierdoor kan het zogenoemde CO2-lek ontstaan: in Nederland daalt de uitstoot van CO 2 maar de totale mondiale uitstoot daalt niet.
Vraag 11 2 punten
Geef een verklaring voor het ontstaan van het CO2-lek.
Bekijk het antwoord
Opmerking Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Een DNB-econoom stelt (gegeven de beschreven context) dat de CO2-taks juist bij de exportbedrijven een grote rol kan spelen bij het terugdringen van de mondiale CO 2-uitstoot.
Vraag 12 2 punten
Leg de stelling van de DNB-econoom uit.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste uitleg is: (Export)bedrijven zullen eerder besluiten te investeren in duurzame innovaties om zodoende de kosten (van een CO 2-taks) te verlagen waardoor de concurrentiepositie intact blijft. De CO2-uitstoot (als gevolg van productie) zal dan verminderen. (2)
Uit doorrekening van de rekenmodellen blijkt dat door een CO2-taks van
50 euro per ton CO2 de kostprijs van Nederlandse exportproducten gemiddeld zal stijgen met 1,2%. Deze CO2-taks heeft ook een effect op het buitenlandse prijspeil.
Vraag 13 2 punten
Verklaar dat een Nederlandse CO2-taks ook effect heeft op het prijspeil in het buitenland.
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Nederland exporteert goederen (waaronder halffabricaten/grondstoffen) naar het buitenland. Buitenlandse bedrijven krijgen daardoor ook te maken met een hogere kostprijs. Als zij deze toegenomen kosten doorberekenen in hun verkoopprijzen dan stijgt het prijspeil in het buitenland. (2)
water- en afvalwaterbedrijven
bouw diensten waarvan transport
0 50 100 150 200 250 300 350 400
De DNB-econoom stelt op basis van figuur 1 dat de invoering van een CO2-taks een sterker negatief effect heeft op de winstgevendheid van de chemiesector dan op de winstgevendheid van de bouwsector.
Vraag 14 2 punten
Onderbouw deze stelling op basis van figuur 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De chemische industrie kent relatief de hoogste som van import en export. Dit betekent dat de sector sterk internationaal georiënteerd is, wat betekent dat er substituten zijn. Om de internationale concurrentiepositie niet te zeer onder druk te zetten zal de sector een CO2-taks slechts ten dele doorberekenen in de eindprijs. Dit gaat ten kosten van de winstgevendheid (1)
- De bouwsector heeft veel minder last van internationale concurrentie en kan zodoende een groter deel van een CO 2-taks doorberekenen, waardoor de winstgevendheid (gemiddelde winst) op peil blijft. (1)
In een vraag- en aanbodmodel van de chemische sector berekent de DNB-econoom het effect van de CO2-taks van 2,5% op de evenwichtsprijs. Hieruit blijkt dat, gegeven een prijselasticiteit van de vraag van -2, de gevraagde hoeveelheid zal dalen met 4,3%. De DNB- econoom beweert dat meer dan driekwart van de CO2-taks uiteindelijk zal worden doorberekend aan de consument.
Vraag 15 2 punten
Toon met een berekening aan of de bewering van de DNB-econoom juist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Prijselasticiteit van de vraag = -2 Procentuele stijging van de prijs: -4,3 / -2 = 2,15% (1)
- Doorberekening in de verkoopprijs: 2,15 / 2,5 x 100 = 86% Er wordt meer dan driekwart van de taks doorberekend aan de consument, dus de bewering van de DNB-econoom is juist (1)
De DNB-econoom simuleert de effecten van de CO2-taks op de Nederlandse economie in een model. In tabel 1 zijn drie bestemmingen opgenomen van de opbrengsten van de CO 2-taks van de overheid.
Tabel 1 Macro-economische effecten van CO2-taks bestemming van extra belastinginkomsten verbetering verlaging verlaging begrotings- inkomsten- winst- saldo belasting belasting bruto binnenlands product (% mutatie) -0,9 0,5 -0,4 reëel beschikbaar huishoudinkomen (% mutatie) -2,5 1,8 -1,9 particuliere consumptie (% mutatie) -2,1 2,2 -1,6 bedrijfsinvesteringen (% mutatie) -2,0 -0,5 3,4 uitvoer goederen en diensten (% mutatie) -0,5 -0,5 -0,1 werkloosheid (% beroepsbevolking) 0,6 -0,4 0,3 begrotingssaldo (% bbp) 0,6 0,3 -0,4 Toelichting: getallen zijn cumulatieve effecten in procenten na vijf jaar
De DNB-econoom concludeert dat de overheid die bestemming moet kiezen waarbij de macro-economische effecten per saldo het minst negatief uitpakken.
Vraag 16 1 punt
Leg uit welke bestemming leidt tot de minst negatieve macro- economische effecten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Verlaging van de inkomstenbelasting Een voorbeeld van een juist antwoord is: De verlaging van de inkomstenbelasting zorgt per saldo voor een totale productiegroei van 0,5%. De andere twee bestemmingen zorgen voor een negatieve productiegroei. (1)
Opgave 4 Gezonde zorg
Ziekenhuiszorg wordt in Nederland aangeboden door meer dan 300 ziekenhuizen. De ziekenhuizen zijn zelfstandige, particuliere organisaties. Zorgverzekeraars sluiten contracten met ziekenhuizen over de prijs en de hoeveelheid zorg die wordt geboden aan de vragers naar zorg (de verzekerden). De vier grootste zorgverzekeraars hebben samen 80% van de zorgverzekeringsmarkt in handen.
Een redactrice van een economisch magazine schrijft een artikel over specialisatie van behandelingen bij ziekenhuizen. Ze richt zich op een bepaalde behandeling waarin patiënten uit een regio alleen terecht kunnen bij één ziekenhuis. Voor 2021 onderhandelen de vier grootste zorgverzekeraars gezamenlijk met het ziekenhuis over een contract. De gezamenlijke zorgverzekeraars stellen een prijs van € 1.000 per behandeling voor. Het ziekenhuis vindt dat onacceptabel, omdat er dan verlies wordt geleden op deze behandeling. Het ziekenhuis dreigt het aantal behandelingen te beperken. Hierdoor zullen de wachtlijsten langer worden.
Voor deze behandeling geldt in 2021 de volgende kostenfunctie: TK = 101Q²
- 10Q + 3.500 TK = totale kosten per dag in euro’s Q = aantal behandelingen per dag
Vraag 17 2 punten
Bereken het aantal behandelingen per dag waarbij het verlies minimaal is bij een prijs van € 1.000 per behandeling.
Bekijk het antwoord
- Er is een minimaal verlies bij MO = MK MK = TK’ = 202Q -10 (1)
- MO = 1.000 (elke extra behandeling levert € 1.000 op) MO = MK 1.000 = 202Q – 10 Q=5 Er is een minimaal verlies bij vijf behandelingen per dag (1)
Het ziekenhuis komt met een voorstel aan de zorgverzekeraars. De prijs van deze behandeling wordt zodanig vastgesteld dat de winst 15% van de omzet van deze behandeling bedraagt. Voor de overige zorg gaat het ziekenhuis akkoord met een lagere prijs. De zorgverzekeraars gaan akkoord met dit voorstel en stellen twee voorwaarden voor de hogere prijs van deze behandeling:
- Het aantal behandelingen moet worden uitgebreid naar 10 per dag.
- Het ziekenhuis moet deze behandelmethode innoveren. Als gevolg van deze specifieke investering zullen de constante (vaste) kosten van deze behandeling stijgen met 20%.
Vraag 18 2 punten
Bereken de prijs van deze behandeling als het ziekenhuis akkoord gaat met de voorwaarden van de zorgverzekeraars.
Bekijk het antwoord
- Constante kosten worden 3.500 x 1,20 = 4.200 TK = 101Q² – 10Q + 4.200 Q = 10 geeft TK = 14.200 (1)
- TW = TO – TK → waarbij TW = 0,15 x TO 0,15 x TO = TO – 14.200 0,85 x TO = 14.200 TO = 14.200 / 0,85 = 16.705,88; GO = 16.705,88 / 10 = € 1.670,59 (1)
De redactrice schrijft: “Ik verwacht dat als het ziekenhuis akkoord gaat met de voorwaarden voor alleen het aankomende jaar, dat de zorgverzekeraars na 2021 mogelijk een lagere prijs per behandeling afdwingen door te dreigen een ander ziekenhuis in de regio te benaderen om in de toekomst deze behandeling uit te voeren. Het ziekenhuis zal een meerjarig contract moeten eisen.”
Vraag 19 2 punten
Leg uit dat het ziekenhuis een meerjarig contract moet eisen om een berovingsprobleem te vermijden.
Bekijk het antwoord
- Het ziekenhuis doet specifieke investeringen. Als de zorgverzekeraar de behandeling in een ander ziekenhuis laat doen blijft dit ziekenhuis zitten met vaste (constante) kosten die op geen enkele andere wijze zijn terug te verdienen (1)
- Het ziekenhuis zal dan een meerjarig contract moeten eisen om verzekerd te zijn van toekomstige opbrengsten / niet in een berovingsprobleem te komen (1)
In haar artikel beschrijft de redactrice dat de overheidsdoelstelling van betaalbare zorg met deze onderhandelingssituatie het best wordt gediend. De redactrice concludeert: “De prijsstijging van deze behandelmethode zou hoger zijn geweest als:
de zorgverzekeraars geen marktleider zouden zijn op de oligopolistische markt van de zorgverzekeringen.
er meerdere ziekenhuizen zouden zijn die de behandeling kunnen en willen uitvoeren.”
Vraag 20 2 punten
Leg beide argumenten van de conclusie van de redactrice uit.
Bekijk het antwoord
- Als de zorgverzekeraars geen marktleider zouden zijn op een oligopolistische markt, zouden ze minder sterk staan bij een eis om de prijsstijging zo laag mogelijk te houden. Dit zal leiden tot een stijging van de prijs van de behandeling, waardoor de zorgpremies stijgen (Dit is niet goed voor de betaalbaarheid van de zorg) (1)
- Indien meerdere ziekenhuizen de behandeling uitvoeren zullen per ziekenhuis de totale constante kosten over minder behandelingen kunnen worden verdeeld. De gemiddelde totale kosten vallen daardoor hoger uit. De ziekenhuizen zullen dan een hogere prijs eisen voor de behandeling. Dit zal leiden tot een stijging van de zorgpremies. (Dit is niet goed voor de betaalbaarheid van de zorg) (1)
Opgave 5 Maatregelen die werken
In een land is sprake van vergrijzing en een dalende arbeidsdeelname. Veel jongeren besluiten pas later te gaan werken en veel ouderen kiezen nog altijd voor een vervroegd pensioen. Dit is voor de overheid aanleiding om een onderzoek uit te laten voeren naar de ontwikkeling van de omvang van de beroepsgeschikte bevolking (bevolking tussen 15 en 70 jaar) en de arbeidsdeelname. De overheid wil aan de hand van het onderzoek haar beleid aanpassen. Figuur 1 is afkomstig uit het onderzoek.
Figuur 1 Prognose ontwikkelingen 2020-2045 ontwikkeling 108 74 arbeids- beroepsgeschikte deelname bevolking 106 73 (in %) (2020 = 100)
104 72
102 71
100 70
98 69
96 68
94 67
92 66
90 65
2020 2025 2030 2035 2040 2045 Legenda: de arbeidsdeelname de beroepsgeschikte bevolking
Beroepsbevolking in personen Arbeidsdeelname = × 100% Beroepsgeschikte bevolking
Vraag 21 2 punten
Bereken hoeveel procent de beroepsbevolking naar verwachting krimpt in de periode 2020 tot 2040.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juiste berekening is: Omvang beroepsbevolking (in indexcijfers) in 2020: Beroepsbevolking in personen Arbeidsdeelname = × 100% Beroepsgeschikte bevolking ? 73% = × 100% 100 100 × 73 Beroepsbevolking = = 73 100 ? Omvang beroepsbevolking in 2040: 70% = × 100% 94 94 × 70 Beroepsbevolking = = 65,8 100 65,8 − 73 Procentuele verandering = × 100% = -9,9% 73 (2)
In het onderzoek staan twee beweringen over de economische gevolgen van de ontwikkeling van de arbeidsdeelname van 2020 tot 2040:
1 “De ontwikkeling van de arbeidsdeelname in figuur 1 kan op termijn leiden tot loonkosteninflatie.
2 Zonder groei van de arbeidsproductiviteit kan de loonkostenstijging, vanwege het open karakter van de economie, een negatief effect hebben op de economische groei van het land.”
Vraag 22 3 punten
Verklaar beide beweringen van het onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De dalende arbeidsdeelname in combinatie met een gelijkblijvende beroepsgeschikte bevolking leidt tot een daling van het aanbod van arbeid. Bij een gegeven vraag stijgt het gemiddeld loon (en dus ontstaat er loonkosteninflatie) (1)
- Indien de arbeidsproductiviteit niet voldoende stijgt, stijgen de loonkosten per product. Als deze worden doorberekend in de prijs verslechtert de internationale concurrentiepositie (1)
- Aangezien dit land een open karakter heeft, zal de verzwakking van de internationale concurrentiepositie leiden tot een dalende export en daardoor een negatief effect hebben op de groei van het bbp (1)
Uit het onderzoeksrapport blijkt dat de arbeidsdeelname vooral daalt bij jongeren (18 tot 25 jaar). Econoom Van de Ven kijkt hierbij specifiek naar de hoogopgeleide jongeren die later toetreden tot de arbeidsmarkt. Zij vindt deze ontwikkeling zorgwekkend en voorziet nog meer problemen: “De dalende arbeidsdeelname van de hoogopgeleide jongeren zorgt voor een stijging van de lonen voor hoogopgeleiden. Hierdoor kan het aanbod van arbeid van de oudere hoogopgeleiden (de groep met een leeftijd tussen de 55 en 70 jaar) nu en over 40 jaar ook dalen.”
Vraag 23 2 punten
Geef twee verschillende verklaringen waarom het arbeidsaanbod van de oudste groep hoogopgeleiden nu en over 40 jaar zal dalen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Door het hogere loon kunnen de oudere hoogopgeleiden besluiten om het hogere loon in te ruilen voor meer vrije tijd. Door deze substitutie zal het aantal aangeboden uren dalen (1)
- Hoger opgeleiden zullen een hoger pensioen opbouwen / meer sparen en daardoor een prikkel hebben om eerder te stoppen met werken, waardoor het aanbod van arbeid daalt (1)
Volgens de econoom moet de arbeidsdeelname van zowel de jongere als de oudere hoogopgeleiden omhoog om op de middellange termijn te kunnen voldoen aan de vraag naar hoogopgeleide arbeidskrachten. In het onderzoeksrapport staat de volgende maatregel: “De pensioenuitkering, die gefinancierd wordt via het kapitaaldekkingsstelsel, begint niet langer voor iedereen bij 70 jaar, maar nadat men 45 jaar heeft gewerkt.”
Vraag 24 2 punten
Verklaar hoe deze maatregel een positief effect kan hebben op de arbeidsdeelname van zowel de jongere als de oudere hoogopgeleiden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- De maatregel leidt er toe dat jongeren een prikkel hebben om eerder voor arbeid te kiezen (sneller af te studeren) omdat zij dan eerder met pensioen kunnen, waardoor de arbeidsdeelname zal toenemen (1)
- Het flexibel maken van de pensioenleeftijd zorgt er voor dat ouderen niet voor hun 45 arbeidsjaren kunnen kiezen voor pensionering waardoor zij langer blijven deelnemen op de arbeidsmarkt (1)
Door deze maatregel zal de arbeidsdeelname van de hoogopgeleiden toenemen. De econoom vindt echter dat in het rapport geen rekening is gehouden met het optreden van andere gevolgen. Ze verwacht een positief gevolg voor de houdbaarheid van het pensioenstelsel en een mogelijk negatief gevolg voor de gemiddelde arbeidsproductiviteit.
Vraag 25 2 punten
Leg de verwachting van de econoom uit.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Doordat hoogopgeleiden eerder gaan werken (jongeren) of langer blijven werken (ouderen) zal er meer premie betaald worden waardoor de betaalbaarheid (werking) van het pensioenstelsel verbetert (1)
- Jongeren kunnen een prikkel krijgen om geen vervolgopleiding te doen / om eerder te gaan werken / ouderen die minder productief zijn kunnen langer doorwerken. Hierdoor zal de gemiddelde arbeidsproductiviteit in het land kunnen dalen (1)
Opgave 6 De Afrikaanse euro-variant
Veertien West- en Centraal-Afrikaanse landen (de CFA-landen) vormen samen een monetaire unie. Ze hebben afgesproken een gemeenschappelijke munteenheid te gebruiken: de CFA-frank. In de onderlinge handel wordt met deze CFA-frank betaald. De CFA-landen handelen ook buiten de muntunie: ongeveer 20% van de export van de CFA-landen gaat naar de Verenigde Staten (VS).
Een journaliste schrijft hierover: “Ondanks de lage inflatie in de CFA-landen is er sprake van een groeiend tekort op de gezamenlijke lopende rekening van de CFA-landen met de VS. Dit heeft echter niet geleid tot een depreciatie van de CFA-frank ten opzichte van de dollar. In tegendeel, de CFA-frank is geapprecieerd ten opzichte van de dollar.”
Vraag 26 2 punten
Geef de oorzaak van de appreciatie van de CFA-frank ten opzichte van de dollar.
Bekijk het antwoord
- Er is sprake van een tekort op de lopende rekening (met de VS). De munt is geapprecieerd dus zal er per saldo een overschot op de betalingsbalans (met de VS) moeten zijn zodat de vraag naar de CFA- frank groter is dan het aanbod (1)
- Dit betekent dat het overschot op de kapitaalrekening (met de VS) groter is dan het tekort op de lopende rekening (met de VS) (1)
De journaliste schrijft dat de CFA-overheden in overleg met de centrale bank hun beleid van de afgelopen jaren gericht hebben op het laag houden van de inflatie bij een relatief hoge nominale rente. Dit heeft geleid tot zowel een positief effect als een negatief effect op de totale investeringen in de CFA-landen.
Vraag 27 2 punten
Leg uit waarom het beleid van de centrale bank de totale investeringen in de CFA-landen zowel positief als negatief heeft beïnvloed.
Bekijk het antwoord
- Een hoge nominale rente trekt buitenlandse beleggers aan. Dit leidt tot een relatief hoge kapitaalimport (1)
- De hoge nominale rente leidt in het binnenland (in combinatie met een relatief lage inflatie) tot een hoge reële rente waardoor investeringen worden afgeremd (1)
De centrale bank van de CFA-landen wil de economische groei stimuleren. De journaliste beweert: “De centrale bank zal de eigen munt depreciëren door direct te interveniëren op de valutamarkt. Hierdoor zal de omvang van de valutareserve veranderen.”
Vraag 28 2 punten
Leg uit hoe de centrale bank intervenieert op de valutamarkt en welk gevolg dit heeft voor de omvang van de valutareserve.
Bekijk het antwoord
Opmerking Uitsluitend 0 of 2 scorepunten toekennen.
Ondanks het voeren van begrotingsbeleid en monetair beleid blijft er een tekort op de gezamenlijke lopende rekening van de CFA-landen. De overheden van de CFA-landen willen door middel van importheffingen op buitenlandse goederen het tekort op de gezamenlijke lopende rekening op korte termijn verminderen. De journaliste schrijft dat hierdoor het saldo lopende rekening op langere termijn juist kan verslechteren.
Vraag 29 2 punten
Leg uit hoe de overheden van de CFA-landen via de importheffing het tekort op de lopende rekening op korte termijn kunnen verminderen en tevens op langere termijn juist kunnen vergroten.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Voorbeelden van een juist antwoord voor de lange termijn zijn: (1p)
- door de importheffingen stijgen de binnenlandse prijzen en zullen de looneisen toenemen om de koopkracht op peil te houden. Als deze looneisen worden ingewilligd en doorberekend worden in de verkoopprijzen zullen de CFA-landen duurder worden en zal de export dalen (en dus het saldo lopende rekening zal verslechteren) op de langere termijn
- door de importheffingen stijgen de prijzen van geïmporteerde grondstoffen. Als deze grondstoffen worden verwerkt in goederen voor de export dan stijgen de exportprijzen. Hierdoor daalt de export en verslechtert het saldo op de lopende rekening
- door het invoeren van importheffingen op buitenlandse goederen daalt de export van het buitenland. Het buitenland kan hierop reageren waardoor er een sequentieel spel ontstaat als het buitenland ook importheffingen instelt op goederen uit de CFA- landen. Hierdoor zal de export van de CFA-landen dalen en het saldo op de lopende rekening verslechteren
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vwo Economie 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1022-a-21-3-o
Andere examens economie vwo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker economie per vraagtype nakijkt, lees je op economie toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen economie vwo 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen economie vwo 2021, tijdvak 3 loopt tot vraag 29. Van 28 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over arbeidsmarkt (7), overheid en belastingen (5) en inkomen en consumptie (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen economie vwo 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van economie vwo 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vwo/documenten/cse-3/vw-1022-a-21-3-c).
Hoe oefen ik met het examen economie vwo 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.