Eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Tatoeages, Opgave 2 Wijken mengen, Opgave 3 Het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw.

Kort antwoord

Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 22. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over verhouding (6), vorming (6) en macht en gezag (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Verhouding1, 9, 11-13, 166
Vorming2-5, 10, 196
Macht en gezag7-8, 17, 204
Binding14-15, 183
Verandering6, 222

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens maatschappijwetenschappen havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over verhouding (29% van de vragen, gemiddeld 14%). Minder over macht en gezag (19% van de vragen, gemiddeld 40%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Opgave 1 Tatoeages

Bij deze opgave horen de teksten 1 en 2 uit het bronnenboekje.

Inleiding Deze opgave gaat over de populariteit van tatoeages (tattoos), onprofessioneel werken in de tattoobranche en de mogelijke invoering van een verplichte training voor beginnende tatoeëerders.

Gebruik regel 5 tot en met 17 van tekst 1. In de eerste alinea van tekst 1 wordt de tatoeëerder Rob Boerman geciteerd. Er zijn drie soorten sociale ongelijkheid, waaronder ongelijke verdeling van bezit.

Vraag 1 2 punten

Leg uit welke andere soort sociale ongelijkheid te herkennen is in de uitspraak van Boerman in regel 5 tot en met 17 van tekst 1. Gebruik in je uitleg:

  • een soort sociale ongelijkheid;
  • een voorbeeld van de gekozen soort sociale ongelijkheid uit regel 5 tot en met 17 van tekst 1.
Tekst 1

Van stratenmaker tot geleerde

“Een tattoo wordt steeds gewoner, Aan de ene kant duidt de populariteit ook voor vrouwen”, zegt [tatoeëerder 25 van tatoeages op … (1) … (…). “Zo Rob] Boerman, terwijl hij de naald van: Ik bepaal zelf of ik een plakkaat van zijn tatoeëermachine in een potje op mijn lijf laat zetten. Het uiterlijk

5 inkt doopt. “Vroeger was een wordt belangrijker. (…) [Nogal] wat tatoeage asociaal. Bedoeld voor burgers hebben een opgeblazen criminelen. Maar dat stigma is weg. 30 zelfbeeld. Dat heeft te maken met de Ik tatoeëer mensen uit alle lagen van verwende samenleving. Veel jongens de bevolking. Van stratenmaker tot en meisjes worden thuis behandeld

10 geleerde. Zaterdag zet ik een tattoo als prinsjes en prinsesjes. Ze worden bij een professor uit Rotterdam. Die op de troon gezet en aan al hun wil een dolk met roos. Bij een vrouw 35 verlangens moet worden voldaan.” die een domineesopleiding1) volgt, heb ik een lantaarn op haar Aan de andere kant verraadt de

15 bovenarm gezet. Voor haar is die tattoocultus echter dat de moderne tattoo een symbool van het licht van mens helemaal niet zo zelfstandig is, God.” (…) analyseert Van Stokkom. “Burgers

40 volgen toch vaak gedwee de mode. Het tattoovirus grijpt om zich heen. Wanneer een popster of een sporter Wat vindt socioloog (…) dr. Bas van een tattoo zet, ontlokt dat

20 Stokkom daarvan? “Ik bespeur een navolgingsgedrag. Mensen willen opvallende paradox”, zegt Van zich identificeren met hun idolen.” Stokkom, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

naar: www.rd.nl, 16 september 2017

noot 1 dominee = persoon die in de protestantse kerk de kerkdienst leidt

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • het noemen van de ongelijke verdeling van status (1) • een uitleg dat een ongelijke verdeling van status in de tekst te herkennen is, met een voorbeeld van een ongelijke verdeling van status uit regel 5-17 van tekst 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In de uitspraak van Boerman is ongelijke verdeling van status te herkennen (1) • Boerman geeft in regel 5-17 van tekst 1 de beroepen stratenmaker en geleerde/professor/dominee als voorbeeld (van dat hij mensen uit alle lagen van de bevolking tatoeëert). Een stratenmaker heeft minder status dan een geleerde/professor/dominee (1) (2)

Gebruik tekst 1. Socioloog Bas van Stokkom beschrijft twee schijnbaar tegengestelde verschijnselen die volgens hem beide samenhangen met de populariteit van tatoeages. Het eerste verschijnsel komt overeen met één van de kernconcepten van maatschappijwetenschappen en moet in tekst 1 op de puntjes bij (1) worden ingevuld.

Vraag 2 2 punten

− Welk kernconcept moet op de puntjes bij (1) in tekst 1 worden ingevuld?

  • Geef met behulp van dit kernconcept een verklaring voor de toegenomen populariteit van tatoeages. Gebruik in je verklaring de omschrijving van dit kernconcept.
Tekst 1

Van stratenmaker tot geleerde

“Een tattoo wordt steeds gewoner, Aan de ene kant duidt de populariteit ook voor vrouwen”, zegt [tatoeëerder 25 van tatoeages op … (1) … (…). “Zo Rob] Boerman, terwijl hij de naald van: Ik bepaal zelf of ik een plakkaat van zijn tatoeëermachine in een potje op mijn lijf laat zetten. Het uiterlijk

5 inkt doopt. “Vroeger was een wordt belangrijker. (…) [Nogal] wat tatoeage asociaal. Bedoeld voor burgers hebben een opgeblazen criminelen. Maar dat stigma is weg. 30 zelfbeeld. Dat heeft te maken met de Ik tatoeëer mensen uit alle lagen van verwende samenleving. Veel jongens de bevolking. Van stratenmaker tot en meisjes worden thuis behandeld

10 geleerde. Zaterdag zet ik een tattoo als prinsjes en prinsesjes. Ze worden bij een professor uit Rotterdam. Die op de troon gezet en aan al hun wil een dolk met roos. Bij een vrouw 35 verlangens moet worden voldaan.” die een domineesopleiding1) volgt, heb ik een lantaarn op haar Aan de andere kant verraadt de

15 bovenarm gezet. Voor haar is die tattoocultus echter dat de moderne tattoo een symbool van het licht van mens helemaal niet zo zelfstandig is, God.” (…) analyseert Van Stokkom. “Burgers

40 volgen toch vaak gedwee de mode. Het tattoovirus grijpt om zich heen. Wanneer een popster of een sporter Wat vindt socioloog (…) dr. Bas van een tattoo zet, ontlokt dat

20 Stokkom daarvan? “Ik bespeur een navolgingsgedrag. Mensen willen opvallende paradox”, zegt Van zich identificeren met hun idolen.” Stokkom, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

naar: www.rd.nl, 16 september 2017

noot 1 dominee = persoon die in de protestantse kerk de kerkdienst leidt

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • het noemen van het kernconcept individualisering (1) • een verklaring voor de toegenomen populariteit van tatoeages met behulp van de omschrijving van het kernconcept individualisering (1) • individualisering (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De toegenomen populariteit van tatoeages kan verklaard worden met behulp van het proces van individualisering omdat mensen in toenemende mate zelfstandig een keuze kunnen maken of ze een tatoeage willen hebben, niet beperkt door traditionele instituties of het gezin. Dit is een voorbeeld van individualisering (1) (2)

Gebruik regel 36 tot en met 44 van tekst 1.

Vraag 3 3 punten

Bij de andere verklaring voor de populariteit van tatoeages die Van Stokkom geeft, speelt de socialiserende werking van de media een rol.

  • Geef aan wat de socialiserende werking van de media inhoudt.
  • Leg vervolgens uit dat uit regel 36 tot en met 44 van tekst 1 blijkt dat de media een socialiserende werking hebben.
  • Geef ten slotte aan de hand van deze socialiserende werking van de media een verklaring voor de populariteit van tatoeages.
Tekst 1

Van stratenmaker tot geleerde

“Een tattoo wordt steeds gewoner, Aan de ene kant duidt de populariteit ook voor vrouwen”, zegt [tatoeëerder 25 van tatoeages op … (1) … (…). “Zo Rob] Boerman, terwijl hij de naald van: Ik bepaal zelf of ik een plakkaat van zijn tatoeëermachine in een potje op mijn lijf laat zetten. Het uiterlijk

5 inkt doopt. “Vroeger was een wordt belangrijker. (…) [Nogal] wat tatoeage asociaal. Bedoeld voor burgers hebben een opgeblazen criminelen. Maar dat stigma is weg. 30 zelfbeeld. Dat heeft te maken met de Ik tatoeëer mensen uit alle lagen van verwende samenleving. Veel jongens de bevolking. Van stratenmaker tot en meisjes worden thuis behandeld

10 geleerde. Zaterdag zet ik een tattoo als prinsjes en prinsesjes. Ze worden bij een professor uit Rotterdam. Die op de troon gezet en aan al hun wil een dolk met roos. Bij een vrouw 35 verlangens moet worden voldaan.” die een domineesopleiding1) volgt, heb ik een lantaarn op haar Aan de andere kant verraadt de

15 bovenarm gezet. Voor haar is die tattoocultus echter dat de moderne tattoo een symbool van het licht van mens helemaal niet zo zelfstandig is, God.” (…) analyseert Van Stokkom. “Burgers

40 volgen toch vaak gedwee de mode. Het tattoovirus grijpt om zich heen. Wanneer een popster of een sporter Wat vindt socioloog (…) dr. Bas van een tattoo zet, ontlokt dat

20 Stokkom daarvan? “Ik bespeur een navolgingsgedrag. Mensen willen opvallende paradox”, zegt Van zich identificeren met hun idolen.” Stokkom, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

naar: www.rd.nl, 16 september 2017

noot 1 dominee = persoon die in de protestantse kerk de kerkdienst leidt

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een omschrijving van de socialiserende werking van de media (1) • een uitleg dat uit regel 36 tot en met 44 van tekst 1 blijkt dat de media een socialiserende werking hebben (1) • aan de hand van deze socialiserende werking van de media een verklaring voor de populariteit van tatoeages (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De media kunnen een socialiserende werking hebben. Via de media wordt cultuur / worden normen, waarden, opvattingen, voorstellingen en andere cultuurelementen overgedragen aan mediagebruikers (1) • In tekst 1 staat dat burgers vaak de mode volgen en dat wanneer een popster of een sporter een tattoo zet, dit navolgingsgedrag ontlokt (r. 39-43). Mensen nemen kennis van deze popsterren, sporters en idolen via de media, zoals internet en televisie en sociale netwerken. Via deze media wordt de opvatting/de norm dat het hebben van een tattoo normaal of zelfs ‘cool’ is overgebracht aan de mediagebruikers (1) • De opvatting/de norm dat het hebben van een tatoeage normaal of zelfs ‘cool’ is, kan de mediagebruikers stimuleren om ook een tatoeage te laten zetten. Het gevolg is een toename van het aantal mensen met een tattoo (1) (3)

Gebruik tekst 1. Er zijn verschillende functies van socialisatie te onderscheiden, bijvoorbeeld de functie ‘identiteitsontwikkeling van het individu’ en de functie ‘identificatie met de eigen groep en cultuur’.

Vraag 4 2 punten

Leg uit welke andere functie van socialisatie te herkennen is in tekst 1. Gebruik in je uitleg:

  • de naam en omschrijving van de functie van socialisatie;
  • een voorbeeld uit tekst 1 van deze functie.
Tekst 1

Van stratenmaker tot geleerde

“Een tattoo wordt steeds gewoner, Aan de ene kant duidt de populariteit ook voor vrouwen”, zegt [tatoeëerder 25 van tatoeages op … (1) … (…). “Zo Rob] Boerman, terwijl hij de naald van: Ik bepaal zelf of ik een plakkaat van zijn tatoeëermachine in een potje op mijn lijf laat zetten. Het uiterlijk

5 inkt doopt. “Vroeger was een wordt belangrijker. (…) [Nogal] wat tatoeage asociaal. Bedoeld voor burgers hebben een opgeblazen criminelen. Maar dat stigma is weg. 30 zelfbeeld. Dat heeft te maken met de Ik tatoeëer mensen uit alle lagen van verwende samenleving. Veel jongens de bevolking. Van stratenmaker tot en meisjes worden thuis behandeld

10 geleerde. Zaterdag zet ik een tattoo als prinsjes en prinsesjes. Ze worden bij een professor uit Rotterdam. Die op de troon gezet en aan al hun wil een dolk met roos. Bij een vrouw 35 verlangens moet worden voldaan.” die een domineesopleiding1) volgt, heb ik een lantaarn op haar Aan de andere kant verraadt de

15 bovenarm gezet. Voor haar is die tattoocultus echter dat de moderne tattoo een symbool van het licht van mens helemaal niet zo zelfstandig is, God.” (…) analyseert Van Stokkom. “Burgers

40 volgen toch vaak gedwee de mode. Het tattoovirus grijpt om zich heen. Wanneer een popster of een sporter Wat vindt socioloog (…) dr. Bas van een tattoo zet, ontlokt dat

20 Stokkom daarvan? “Ik bespeur een navolgingsgedrag. Mensen willen opvallende paradox”, zegt Van zich identificeren met hun idolen.” Stokkom, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

naar: www.rd.nl, 16 september 2017

noot 1 dominee = persoon die in de protestantse kerk de kerkdienst leidt

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • het noemen en omschrijven van de functie ‘verandering van de cultuur van de samenleving’ (1) • een uitleg dat de (dominante) cultuur is veranderd, met een voorbeeld hiervan uit tekst 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 1 is de functie ‘verandering van de cultuur van de samenleving’ te herkennen. Cultuur is geen statisch verschijnsel. Er worden steeds nieuwe elementen aan de cultuur van een samenleving toegevoegd (1) • Deze functie van socialisatie is te herkennen in tekst 1, omdat in tekst 1 staat dat het zetten en hebben van een tattoo steeds gewoner wordt. De (dominante) cultuur is veranderd: het zetten en hebben van een tattoo is tegenwoordig steeds normaler in de (dominante) cultuur (1) (2)

Gebruik tekst 2. Volgens de voorzitter van de vakorganisatie zijn beunhazen in de tattoobranche een probleem.

Vraag 5 2 punten

Geef met behulp van de rationele-keuzetheorie een verklaring voor het feit dat er in de tattoobranche tatoeëerders zijn die onprofessioneel werken. Gebruik in je verklaring:

  • een omschrijving van de rationele-keuzetheorie;
  • aan de hand van informatie uit tekst 2 een voorbeeld van kosten en een voorbeeld van baten.
Tekst 2

Beunhazen1) en verplichte training

Het is niet alles goud wat er blinkt in groot dat een tatoeëerder het de tattoobranche. Dat benadrukt 35 jarenlang niet zo nauw neemt met de Hugh Stoffers, voorzitter van de hygiëne.” (…) Meer vakorganisatie Belangenbehartiging onaangekondigde controles,

5 voor Tatoeëerders en Piercers (…). verplichte training en scholing Grote zorgen maakt Stoffers zich omtrent hygiëne van beginnende over beunhazen1). Tatoeëerders die 40 tatoeëerders. Dat is de wens van voor een habbekrats een Stoffers. Zijn hoop is gevestigd op krakkemikkig tattoosetje een nieuwe richtlijn2) die voor de

10 aanschaffen. Thuisprikkers die op Europese tattoobranche moet gaan zolder aan de slag gaan en tattoos gelden. De beraadslagingen ver onder de marktprijs aanbieden. 45 daarover zijn een eind op streek. Die zich weinig gelegen laten liggen Mogelijk wordt de nieuwe richtlijn aan hygiënevoorschriften. (…) medio volgend jaar van kracht. “Die

15 Pijnpunt is dat het huidige stelsel van Europese richtlijn gaat hopelijk vergunningverlening en toezicht training en examinering van rammelt, vindt Stoffers (…). 50 tatoeëerders verplicht stellen”, zegt Stoffers. De GGD verleent vergunningen, in samenspraak met het Rijksinstituut [Thijs] Veenstra is namens het RIVM

20 voor Volksgezondheid en Milieu betrokken bij het opstellen van (RIVM), en voert eens per drie jaar richtlijnen voor de tattoobranche, ook aangekondigde controles uit. “De 55 in samenspraak met de GGD. Verder GGD-vergunning biedt slechts is hij tijdens de besprekingen voor de schijnveiligheid. Het is een fluitje van nieuwe Europese normen

25 een cent om een tattooshop te delegatieleider namens Nederland. beginnen. Wil je een vergunning (…) Net als Stoffers hoopt ook krijgen, dan is slechts nodig dat je op 60 Veenstra dat de ophanden zijnde hygiënische wijze een tattoostip kunt Europese richtlijn de tattoobranche zetten. (…) Ik vind het funest dat zo’n naar een hoger plan tilt. “De kans

30 beginnende tatoeëerder na het bestaat dat in de toekomst verkrijgen van zijn vergunning pas na beginnende tatoeëerders een drie jaar weer een aangekondigde 65 verplichte training krijgen. Dat zou ik GGD-controle krijgt. Het gevaar is toejuichen.” (…)

naar: www.rd.nl, 16 september 2017 noot 1 beunhazen = mensen die onprofessioneel werken noot 2 Europese richtlijnen bevatten doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar hoe een lidstaat daaraan voldoet niet. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken.

Opgave 2 Wijken mengen

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een verklaring voor het feit dat er in de tattoobranche tatoeëerders zijn die onprofessioneel werken met behulp van de omschrijving van de rationele-keuzetheorie, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen de kosten en de baten (1) • aan de hand van informatie uit tekst 2 een voorbeeld van de kosten en een voorbeeld van de baten van onprofessioneel handelen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Volgens de rationele-keuzetheorie zullen tatoeëerders een afweging maken tussen de kosten en de baten. Als met onprofessioneel werken de baten relatief hoger uitvallen dan de kosten zullen zij volgens deze theorie hiertoe besluiten (1) • Uit tekst 2 valt af te leiden dat dit het geval is. De pakkans en de kans op eventuele boetes of andere nadelen zijn klein. (Een tatoeëerder kan makkelijk onprofessioneel werken zonder dat hij gecontroleerd wordt (r. 15-36).) De kosten zijn dus laag. De baten, zoals het geld besparen door niet te investeren in hygiëne of scholing en het aantrekken van (meer) klanten door het aanbieden van tattoos onder de marktprijs, zijn dan relatief hoger (1) (2)

Zie tekst 2. De voorzitter van de vakorganisatie ziet het probleem van onprofessioneel werken in de tattoobranche graag opgelost. Zijn wens is dat training en examinering over hygiënevoorschriften van tatoeëerders verplicht worden gesteld. Stel dat zijn wens werkelijkheid wordt.

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat er dan sprake is van institutionalisering. Gebruik in je uitleg de woorden ‘geformaliseerde regels’, ‘standaardgedragspatronen’ en ‘reguleren’.

Tekst 2

Beunhazen1) en verplichte training

Het is niet alles goud wat er blinkt in groot dat een tatoeëerder het de tattoobranche. Dat benadrukt 35 jarenlang niet zo nauw neemt met de Hugh Stoffers, voorzitter van de hygiëne.” (…) Meer vakorganisatie Belangenbehartiging onaangekondigde controles,

5 voor Tatoeëerders en Piercers (…). verplichte training en scholing Grote zorgen maakt Stoffers zich omtrent hygiëne van beginnende over beunhazen1). Tatoeëerders die 40 tatoeëerders. Dat is de wens van voor een habbekrats een Stoffers. Zijn hoop is gevestigd op krakkemikkig tattoosetje een nieuwe richtlijn2) die voor de

10 aanschaffen. Thuisprikkers die op Europese tattoobranche moet gaan zolder aan de slag gaan en tattoos gelden. De beraadslagingen ver onder de marktprijs aanbieden. 45 daarover zijn een eind op streek. Die zich weinig gelegen laten liggen Mogelijk wordt de nieuwe richtlijn aan hygiënevoorschriften. (…) medio volgend jaar van kracht. “Die

15 Pijnpunt is dat het huidige stelsel van Europese richtlijn gaat hopelijk vergunningverlening en toezicht training en examinering van rammelt, vindt Stoffers (…). 50 tatoeëerders verplicht stellen”, zegt Stoffers. De GGD verleent vergunningen, in samenspraak met het Rijksinstituut [Thijs] Veenstra is namens het RIVM

20 voor Volksgezondheid en Milieu betrokken bij het opstellen van (RIVM), en voert eens per drie jaar richtlijnen voor de tattoobranche, ook aangekondigde controles uit. “De 55 in samenspraak met de GGD. Verder GGD-vergunning biedt slechts is hij tijdens de besprekingen voor de schijnveiligheid. Het is een fluitje van nieuwe Europese normen

25 een cent om een tattooshop te delegatieleider namens Nederland. beginnen. Wil je een vergunning (…) Net als Stoffers hoopt ook krijgen, dan is slechts nodig dat je op 60 Veenstra dat de ophanden zijnde hygiënische wijze een tattoostip kunt Europese richtlijn de tattoobranche zetten. (…) Ik vind het funest dat zo’n naar een hoger plan tilt. “De kans

30 beginnende tatoeëerder na het bestaat dat in de toekomst verkrijgen van zijn vergunning pas na beginnende tatoeëerders een drie jaar weer een aangekondigde 65 verplichte training krijgen. Dat zou ik GGD-controle krijgt. Het gevaar is toejuichen.” (…)

naar: www.rd.nl, 16 september 2017 noot 1 beunhazen = mensen die onprofessioneel werken noot 2 Europese richtlijnen bevatten doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar hoe een lidstaat daaraan voldoet niet. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken.

Opgave 2 Wijken mengen

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een uitleg dat er bij het verplicht stellen van training en examinering over hygiënevoorschriften in de tattoobranche sprake is van institutionalisering, met de toepassing van de woorden ‘geformaliseerde regels’ en ‘standaardgedragspatronen’ (1) • een uitleg dat er bij het verplicht stellen van training en examinering over hygiënevoorschriften in de tattoobranche sprake is van institutionalisering, met de toepassing van het woord ‘reguleren’ (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Er is sprake van institutionalisering omdat geformaliseerde regels over hygiënevoorschriften zich ontwikkelen tot standaardgedragspatronen (1) • die de werkwijze van tatoeëerders reguleren (1) (2)

Gebruik tekst 2. Uit tekst 2 blijkt dat voorzitter Stoffers en delegatieleider Veenstra beiden graag willen dat er een verplichte training voor beginnende tatoeëerders komt. Stel dat Stoffers spreekt namens de vakorganisatie Belangenbehartiging voor Tatoeëerders en Piercers en Veenstra namens Nederland.

Vraag 7 2 punten

Leg uit wie op basis van het hebben van formele macht meer kan bijdragen aan de invoering van nieuwe Europese normen voor de tattoobranche: de voorzitter of de delegatieleider. Gebruik in je uitleg:

  • een soort machtsbron en een voorbeeld daarvan uit tekst 2;
  • de omschrijving van het kernconcept macht.
Tekst 2

Beunhazen1) en verplichte training

Het is niet alles goud wat er blinkt in groot dat een tatoeëerder het de tattoobranche. Dat benadrukt 35 jarenlang niet zo nauw neemt met de Hugh Stoffers, voorzitter van de hygiëne.” (…) Meer vakorganisatie Belangenbehartiging onaangekondigde controles,

5 voor Tatoeëerders en Piercers (…). verplichte training en scholing Grote zorgen maakt Stoffers zich omtrent hygiëne van beginnende over beunhazen1). Tatoeëerders die 40 tatoeëerders. Dat is de wens van voor een habbekrats een Stoffers. Zijn hoop is gevestigd op krakkemikkig tattoosetje een nieuwe richtlijn2) die voor de

10 aanschaffen. Thuisprikkers die op Europese tattoobranche moet gaan zolder aan de slag gaan en tattoos gelden. De beraadslagingen ver onder de marktprijs aanbieden. 45 daarover zijn een eind op streek. Die zich weinig gelegen laten liggen Mogelijk wordt de nieuwe richtlijn aan hygiënevoorschriften. (…) medio volgend jaar van kracht. “Die

15 Pijnpunt is dat het huidige stelsel van Europese richtlijn gaat hopelijk vergunningverlening en toezicht training en examinering van rammelt, vindt Stoffers (…). 50 tatoeëerders verplicht stellen”, zegt Stoffers. De GGD verleent vergunningen, in samenspraak met het Rijksinstituut [Thijs] Veenstra is namens het RIVM

20 voor Volksgezondheid en Milieu betrokken bij het opstellen van (RIVM), en voert eens per drie jaar richtlijnen voor de tattoobranche, ook aangekondigde controles uit. “De 55 in samenspraak met de GGD. Verder GGD-vergunning biedt slechts is hij tijdens de besprekingen voor de schijnveiligheid. Het is een fluitje van nieuwe Europese normen

25 een cent om een tattooshop te delegatieleider namens Nederland. beginnen. Wil je een vergunning (…) Net als Stoffers hoopt ook krijgen, dan is slechts nodig dat je op 60 Veenstra dat de ophanden zijnde hygiënische wijze een tattoostip kunt Europese richtlijn de tattoobranche zetten. (…) Ik vind het funest dat zo’n naar een hoger plan tilt. “De kans

30 beginnende tatoeëerder na het bestaat dat in de toekomst verkrijgen van zijn vergunning pas na beginnende tatoeëerders een drie jaar weer een aangekondigde 65 verplichte training krijgen. Dat zou ik GGD-controle krijgt. Het gevaar is toejuichen.” (…)

naar: www.rd.nl, 16 september 2017 noot 1 beunhazen = mensen die onprofessioneel werken noot 2 Europese richtlijnen bevatten doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar hoe een lidstaat daaraan voldoet niet. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken.

Opgave 2 Wijken mengen

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: een uitleg dat de delegatieleider (Veenstra) meer kan bijdragen aan de invoering van nieuwe Europese normen voor de tattoobranche, met: • het noemen van politieke machtsbron als soort machtsbron en een voorbeeld daarvan uit tekst 2 (1) • gebruik van de omschrijving van het kernconcept macht (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De delegatieleider (Veenstra) zit bij de besprekingen voor de nieuwe Europese normen namens Nederland en de voorzitter niet. Deelnemen aan de besprekingen over de nieuwe Europese normen is een middel tot het legitiem uitoefenen van dwang en daarmee een politieke machtsbron van de delegatieleider om de doelstelling te bereiken (1) • Om de doelstelling van nieuwe Europese normen voor de tattoobranche te bereiken, heeft de delegatieleider dus meer formele hulpbronnen dan de voorzitter. De delegatieleider heeft daarom meer formele macht dan de voorzitter (1) (2)

Gebruik tekst 2.

Vraag 8 1 punt

Bij het proces van politieke besluitvorming zijn verschillende partijen betrokken. Waartoe behoort voorzitter Stoffers?

  1. A adviesorganen
  2. B ambtenaren
  3. C particulieren
  4. D pressiegroepen
Tekst 2

Beunhazen1) en verplichte training

Het is niet alles goud wat er blinkt in groot dat een tatoeëerder het de tattoobranche. Dat benadrukt 35 jarenlang niet zo nauw neemt met de Hugh Stoffers, voorzitter van de hygiëne.” (…) Meer vakorganisatie Belangenbehartiging onaangekondigde controles,

5 voor Tatoeëerders en Piercers (…). verplichte training en scholing Grote zorgen maakt Stoffers zich omtrent hygiëne van beginnende over beunhazen1). Tatoeëerders die 40 tatoeëerders. Dat is de wens van voor een habbekrats een Stoffers. Zijn hoop is gevestigd op krakkemikkig tattoosetje een nieuwe richtlijn2) die voor de

10 aanschaffen. Thuisprikkers die op Europese tattoobranche moet gaan zolder aan de slag gaan en tattoos gelden. De beraadslagingen ver onder de marktprijs aanbieden. 45 daarover zijn een eind op streek. Die zich weinig gelegen laten liggen Mogelijk wordt de nieuwe richtlijn aan hygiënevoorschriften. (…) medio volgend jaar van kracht. “Die

15 Pijnpunt is dat het huidige stelsel van Europese richtlijn gaat hopelijk vergunningverlening en toezicht training en examinering van rammelt, vindt Stoffers (…). 50 tatoeëerders verplicht stellen”, zegt Stoffers. De GGD verleent vergunningen, in samenspraak met het Rijksinstituut [Thijs] Veenstra is namens het RIVM

20 voor Volksgezondheid en Milieu betrokken bij het opstellen van (RIVM), en voert eens per drie jaar richtlijnen voor de tattoobranche, ook aangekondigde controles uit. “De 55 in samenspraak met de GGD. Verder GGD-vergunning biedt slechts is hij tijdens de besprekingen voor de schijnveiligheid. Het is een fluitje van nieuwe Europese normen

25 een cent om een tattooshop te delegatieleider namens Nederland. beginnen. Wil je een vergunning (…) Net als Stoffers hoopt ook krijgen, dan is slechts nodig dat je op 60 Veenstra dat de ophanden zijnde hygiënische wijze een tattoostip kunt Europese richtlijn de tattoobranche zetten. (…) Ik vind het funest dat zo’n naar een hoger plan tilt. “De kans

30 beginnende tatoeëerder na het bestaat dat in de toekomst verkrijgen van zijn vergunning pas na beginnende tatoeëerders een drie jaar weer een aangekondigde 65 verplichte training krijgen. Dat zou ik GGD-controle krijgt. Het gevaar is toejuichen.” (…)

naar: www.rd.nl, 16 september 2017 noot 1 beunhazen = mensen die onprofessioneel werken noot 2 Europese richtlijnen bevatten doelstellingen waar alle lidstaten van de Europese Unie aan moeten voldoen. Het beoogde resultaat staat vast, maar hoe een lidstaat daaraan voldoet niet. De lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze de richtlijn uitwerken.

Opgave 2 Wijken mengen

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Opgave 2 Wijken mengen

Bij deze opgave horen de teksten 3 en 4 uit het bronnenboekje.

Inleiding In bepaalde wijken in Nederland zijn veel economische en maatschappelijke problemen, zoals armoede, overlast en criminaliteit. Deze wijken worden ook wel achterstandswijken genoemd. De overheid heeft de afgelopen decennia geprobeerd met verschillende beleidsmaatregelen problemen in deze wijken te verminderen. Een van die maatregelen is het sociaaleconomisch mengen van wijken: het stimuleren van rijkere mensen om naar achterstandswijken te verhuizen of van armere mensen uit achterstandswijken om naar meer welvarende wijken te verhuizen.

Gebruik tekst 3. In tekst 3 wordt twee onderzoekers, die een onderzoek hebben gedaan naar jongeren in achterstandswijken, gevraagd hoe het opgroeien in een achterstandswijk doorwerkt in de kansen van jongeren.

Vraag 9 2 punten

Leg uit dat in het in tekst 3 gegeven antwoord het kernconcept sociale ongelijkheid te herkennen is. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept sociale ongelijkheid.

Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • informatie uit tekst 3 waarin het kernconcept sociale ongelijkheid te herkennen is (1) • een uitleg waaruit blijkt dat in deze informatie uit tekst 3 het kernconcept sociale ongelijkheid te herkennen is (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 3 staat dat jongeren die opgroeien in achterstandswijken makkelijker toegang hebben tot illegale activiteiten dan tot regulier werk 1 • Het soort wijk waarin jongeren opgroeien, leidt dus tot een ongelijke verdeling van een schaarse en hooggewaardeerde zaak, namelijk regulier werk. Daarin is het kernconcept sociale ongelijkheid te herkennen (1) (2)

Gebruik tekst 3.

Vraag 10 2 punten

Leg uit dat uit tekst 3 blijkt dat de socialisatie van jongeren in achterstandswijken invloed kan hebben op hun kansen op de arbeidsmarkt. Gebruik in je uitleg:

  • een citaat uit tekst 3;
  • de omschrijving van het kernconcept socialisatie.
Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een citaat uit tekst 3 waaruit blijkt dat de socialisatie van jongeren in achterstandswijken invloed kan hebben op hun kansen op de arbeidsmarkt (1) • een uitleg dat uit het gekozen citaat blijkt dat de socialisatie van jongeren in achterstandswijken invloed kan hebben op hun kansen op de arbeidsmarkt, met gebruik van de omschrijving van het kernconcept socialisatie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 3 staat in het antwoord op de vraag hoe het opgroeien in een achterstandswijk doorwerkt in de kansen van jongeren: “De sociale vaardigheden die jongeren in deze wijken verwerven, sluiten vaak niet goed aan bij de cultuur op scholen en bij (…) werkgevers.” (r. 25-29) (1) • Deze sociale vaardigheden behoren blijkbaar tot de cultuur van de achterstandswijken en niet tot die van de (dominante) cultuur op scholen en bij werkgevers (want ze zijn anders dan die op scholen en door werkgevers gewenst). Deze cultuur van de achterstandswijken wordt door de jongeren in deze wijken verworven. Er is sprake van socialisatie. Uit tekst 3 blijkt dus dat de socialisatie van jongeren in achterstandswijken invloed kan hebben op hun kansen op de arbeidsmarkt (1) (2)

Gebruik tekst 3. Op basis van tekst 3 is te beredeneren dat jongeren in achterstandswijken een verhoogd risico lopen op sociale uitsluiting in de Nederlandse samenleving. Er zijn vier componenten met behulp waarvan de mate van sociale uitsluiting kan worden vastgesteld, zoals het niet goed kunnen voorzien in elementaire levensbehoeften en geringe toegang tot sociale grondrechten.

Vraag 11 2 punten

Leg uit welke andere component van sociale uitsluiting te herkennen is in tekst 3. Gebruik in je uitleg:

  • de naam en omschrijving van de component van sociale uitsluiting;
  • informatie uit tekst 3 waarin deze component van sociale uitsluiting te herkennen is.
Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • het noemen van de component beperkte normatieve integratie (1) • uitleg van de betekenis van de component met bijpassende informatie uit tekst 3 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 3 is de component beperkte normatieve integratie te herkennen (1) • In tekst 3 staat dat er sprake is van overlast en de criminaliteit meestal niet ver weg is (r. 13-16). Mensen die overlast veroorzaken en crimineel gedrag vertonen leven de gangbare normen in de samenleving niet goed na. Er is dan sprake van beperkte normatieve integratie (1) (2)

Gebruik tekst 3. Er zijn verschillende vormen van kapitaal te onderscheiden, waaronder sociaal kapitaal en cultureel kapitaal. In tekst 3 staat dat opgroeien in een achterstandswijk de kansen voor jongeren verkleint. Dit verband is op basis van tekst 3 te verklaren met het begrip cultureel kapitaal.

Vraag 12 4 punten

− Geef deze verklaring. Gebruik in je verklaring een voorbeeld uit tekst 3 van cultureel kapitaal.

  • Noem een andere vorm van kapitaal dan sociaal en cultureel kapitaal en verklaar met behulp van deze vorm van kapitaal dat opgroeien in een achterstandswijk de kansen voor jongeren kan verkleinen. Gebruik in je antwoord een eigen voorbeeld van deze vorm van kapitaal.
Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een voorbeeld uit tekst 3 van cultureel kapitaal (1) • een verklaring dat dit voorbeeld van cultureel kapitaal de kansen van jongeren die opgroeien in een achterstandswijk verkleint (1) • het noemen van economisch kapitaal (1) • met behulp van een eigen voorbeeld van economisch kapitaal een verklaring dat opgroeien in een achterstandswijk de kansen voor jongeren kan verkleinen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een voorbeeld uit tekst 3 van cultureel kapitaal is sociale vaardigheden. Hiermee is te verklaren dat opgroeien in een achterstandswijk de kansen van jongeren verkleint (1) • In tekst 3 staat dat jongeren in achterstandswijken sociale vaardigheden verwerven die vaak niet goed aansluiten bij de cultuur op scholen en bij werkgevers. Door de sociale vaardigheden die zij opdoen in de wijk maken deze jongeren minder kans op regulier werk, dan jongeren uit andere wijken (1) • Een andere vorm van kapitaal is economisch kapitaal (1) • Een gebrek aan financiële middelen kan de kansen van jongeren verkleinen. Jongeren (en hun ouders) kunnen dan bijvoorbeeld onvoldoende geld hebben om als ze het nodig hebben bijles voor een vak op school te betalen. Daardoor kan het zijn dat zij niet de opleiding kunnen volgen die zij met bijles wel hadden kunnen volgen. De kansen van de jongeren worden dan verkleind door het gebrek aan financiële middelen (1) (4)

Gebruik tekst 3. In tekst 3 noemen de onderzoekers verschillende factoren die kunnen bijdragen aan de verminderde kansen van jongeren uit achterstandswijken om een goede maatschappelijke positie te bereiken.

Vraag 13 2 punten

− Noem een factor uit tekst 3 waarbij er sprake zou kunnen zijn van het proces van positietoewijzing en leg uit dat er dan sprake is van positietoewijzing. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het proces van positietoewijzing.

  • Noem een factor uit tekst 3 waarbij er sprake zou kunnen zijn van het proces van positieverwerving en leg uit dat er dan sprake is van positieverwerving. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het proces van positieverwerving.
Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord

Opmerking Alleen een scorepunt toekennen als zowel de factor als de bijbehorende uitleg juist is.

Volgens sociaalpsychologische theorieën kan groepsvorming leiden tot bindingen die crimineel gedrag bevorderen.

Vraag 14 2 punten

Leg uit hoe groepsvorming onder jongeren volgens sociaalpsychologische theorieën crimineel gedrag kan bevorderen. Gebruik in je uitleg:

  • sociaalpsychologische theorieën over het plegen van criminaliteit binnen een groep gelijkgestemden;
  • de omschrijving van het kernconcept groepsvorming.
Tekst 3

Opgroeien in een achterstandswijk

Jongeren in achterstandswijken De bewoners in deze wijken zijn staan er beroerd voor, zo stellen gemiddeld armer en minder gezond, onderzoekers Suzanne Tan en hun opleidingsniveau is lager en een Maarten Davelaar in hun boek De 20 deel spreekt maar weinig

5 jeugd maar geen toekomst? (…) Een Nederlands. De huizen zijn vaak vraag aan de twee onderzoekers. klein en de gezinnen groot waardoor Hoe werkt het opgroeien in een veel kinderen op straat te vinden zijn, achterstandswijk door in de al dan niet onder toezicht van oudere kansen van jongeren? 25 broers of zussen. De sociale

10 “Dat zet hen vaak op een flinke vaardigheden die jongeren in deze achterstand. De omgeving waarin wijken verwerven, sluiten vaak niet deze jongeren opgroeien is weinig goed aan bij de cultuur op scholen en stimulerend. Er is ondanks alle bij (…) werkgevers. Veel jongeren investeringen nog steeds sprake van 30 hebben makkelijker toegang tot

15 verloedering en overlast en de illegale activiteiten dan tot regulier criminaliteit is meestal niet ver weg. werk.”

naar: www.kis.nl, 10 januari 2017

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: een uitleg hoe groepsvorming onder jongeren volgens sociaalpsychologische theorieën crimineel gedrag kan bevorderen, met gebruik van: • sociaalpsychologische theorieën over het plegen van criminaliteit binnen een groep gelijkgestemden (1) • de omschrijving van het kernconcept groepsvorming (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Volgens sociaalpsychologische theorieën overtuigen groepsleden elkaar voor of tijdens het plegen van strafbare feiten dat er niets mis is met hun gedrag (en dus met hun criminele waarden en normen) (1) • Zij beïnvloeden elkaar hierin en ontwikkelen gemeenschappelijke (criminele) waarden en normen. Op deze manier kan groepsvorming het plegen van criminaliteit bevorderen (1) (2)

In 2007 heeft de overheid veertig wijken geselecteerd met een opeenstapeling van sociale problemen. Om te kunnen bepalen in hoeverre er in een wijk sprake is van sociale overlast, is aan de inwoners van verschillende wijken onder andere de volgende vraag gesteld: In welke mate ondervindt u overlast door directe buren? Mensen konden antwoorden met: ‘vaak’, ‘soms’, ‘(bijna) nooit’ en ‘weet niet’. Per wijk werd een wijkscore berekend. Hoe hoger de wijkscore, hoe meer overlast in een wijk werd ervaren.

Vraag 15 2 punten

Leg uit dat de wijkscore een indicator is van de mate van sociale cohesie in de wijk. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie.

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: een uitleg dat de wijkscore een indicator is van de mate van sociale cohesie in de wijk, met: • gebruik van de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie (1) • het leggen van een verband tussen het kernconcept sociale cohesie en de indicator (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De wijkscore is een indicator van de mate van de sociale cohesie in de wijk, want deze indicator zegt iets over de kwaliteit van de bindingen tussen mensen in een groep of gemeenschap (1) • Mensen die kwalitatief goede bindingen hebben met hun buren, zullen minder snel overlast veroorzaken / zullen minder snel overlast ervaren (1) (2)

Gebruik regel 1 tot en met 8 van tekst 4. Een van de beleidsmaatregelen tegen problemen in achterstandswijken is het sociaaleconomisch mengen van wijken. In tekst 4 staat het idee achter dit beleid beschreven.

Vraag 16 2 punten

Leg uit wat het doel is van dit beleid als het gaat om jongeren in achterstandswijken. Gebruik in je uitleg:

  • het begrip maatschappelijke ladder;
  • informatie uit regel 1 tot en met 8 van tekst 4.
Tekst 4

Verhuizen naar rijkere buurt (…)

Problemen in achterstandswijken tot meer problemen. Een verklaring worden vaak aangepakt door de hiervoor is dat jongeren hun eigen buurt sociaaleconomisch te mengen. 20 situatie vergelijken met die van hun Het idee hierachter is dat de meer welvarende buren, waardoor

5 buurtbewoners met lagere inkomens hun relatief benadeelde sociaal- en opleidingen zich kunnen economische positie wordt bevestigd. optrekken aan hun buren die het Wanneer zij dit als oneerlijk sociaaleconomisch beter doen. 25 beschouwen, kan het zich uiten in probleemgedrag. (…) Maar jongeren die naar een rijkere

10 buurt verhuizen, vertonen daarna Deze studie toont aan dat het juist meer probleemgedrag. Dit is een mengen van wijken niet per definitie van de belangrijkste conclusies uit tot positieve resultaten leidt. (…) (…) onderzoek van (…) [de] Faculteit 30 Beleid zou zich vooral moeten richten Bouwkunde van de TU Delft. (…) Het op het vergroten van kansen op

15 grotere contrast tussen hun eigen opleiding en werk van jongeren, niet sociaaleconomische situatie en die door te mengen, maar door te van de rest van de buurt lijkt te leiden investeren in onderwijs.

naar: www.tudelft.nl, 10 april 2017

Opgave 3 Het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een uitleg van het doel van het beleid als het gaat om jongeren in achterstandswijken, met gebruik van het begrip maatschappelijke ladder (1) • gebaseerd op informatie uit regel 1 tot en met 8 van tekst 4 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 4 staat dat er met het beleid van uit wordt gegaan dat buurtbewoners met lagere inkomens en opleidingen zich zullen optrekken aan hun buren die het sociaaleconomisch beter doen (r. 4-8) (1) • Dat wil zeggen dat jongeren door te verhuizen naar een rijkere wijk een betere maatschappelijke positie krijgen en zo zullen stijgen op de maatschappelijke ladder (1) (2)

Gebruik tekst 4. De politieke besluitvorming over de beleidsmaatregel van het mengen van wijken kan geanalyseerd worden met het systeemmodel. Dit model bestaat uit vier fasen, waaronder de fase uitvoer.

Vraag 17 2 punten

Leg uit dat beleidsvorming een doorgaand proces is. Gebruik in je uitleg:

  • twee andere fasen van het systeemmodel;
  • van elk van deze fasen van het systeemmodel een voorbeeld uit tekst 4.
Tekst 4

Verhuizen naar rijkere buurt (…)

Problemen in achterstandswijken tot meer problemen. Een verklaring worden vaak aangepakt door de hiervoor is dat jongeren hun eigen buurt sociaaleconomisch te mengen. 20 situatie vergelijken met die van hun Het idee hierachter is dat de meer welvarende buren, waardoor

5 buurtbewoners met lagere inkomens hun relatief benadeelde sociaal- en opleidingen zich kunnen economische positie wordt bevestigd. optrekken aan hun buren die het Wanneer zij dit als oneerlijk sociaaleconomisch beter doen. 25 beschouwen, kan het zich uiten in probleemgedrag. (…) Maar jongeren die naar een rijkere

10 buurt verhuizen, vertonen daarna Deze studie toont aan dat het juist meer probleemgedrag. Dit is een mengen van wijken niet per definitie van de belangrijkste conclusies uit tot positieve resultaten leidt. (…) (…) onderzoek van (…) [de] Faculteit 30 Beleid zou zich vooral moeten richten Bouwkunde van de TU Delft. (…) Het op het vergroten van kansen op

15 grotere contrast tussen hun eigen opleiding en werk van jongeren, niet sociaaleconomische situatie en die door te mengen, maar door te van de rest van de buurt lijkt te leiden investeren in onderwijs.

naar: www.tudelft.nl, 10 april 2017

Opgave 3 Het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • het noemen van de fase terugkoppeling/feedback en de fase invoer/input, met van elk van deze fasen een voorbeeld uit tekst 4 (1) • een uitleg dat beleidsvorming een doorgaand proces is, op basis van de fase terugkoppeling/feedback of de fase invoer/input (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De onderzoekers hebben de resultaten van de beleidsmaatregel van het mengen van wijken voor jongeren onderzocht (r. 11-14; 27-29): een evaluatie van het beleid. Daarmee dragen zij bij aan de fase van terugkoppeling. Dit is geen definitief eindpunt (1) • Op basis van de resultaten van het beleid geven de onderzoekers een advies voor nieuwe beleidsmaatregelen, het investeren in onderwijs (r. 30-34). Daarmee dragen zij bij aan de fase van invoer, waarmee een nieuwe ronde van politieke besluitvorming kan beginnen. Hieruit blijkt dat beleidsvorming (of politieke besluitvorming) een doorgaand proces is (1) (2)

Opgave 3 Het afsteken van vuurwerk met oud en nieuw

Bij deze opgave horen de teksten 5, 6 en 7 en tabel 1 uit het bronnenboekje.

Inleiding Het afsteken van vuurwerk hoort voor veel Nederlanders bij oud en nieuw. In 2015 heeft de traditie van het afsteken van consumentenvuurwerk met oud en nieuw een plaats gekregen op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. De laatste jaren is de weerstand tegen het afsteken van consumentenvuurwerk echter toegenomen, onder andere vanwege de ongelukken die hierbij gebeuren en de schade die het oplevert.

Gebruik tekst 5.

Vraag 18 2 punten

Leg uit dat uit tekst 5 blijkt dat het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling een sociale institutie is. Gebruik in je uitleg:

  • informatie uit tekst 5;
  • de omschrijving van het kernconcept sociale institutie.
Tekst 5

Het afsteken van consumentenvuurwerk met oud en nieuw

Oudejaarsavond gaat aan weinig afsteken op oudejaarsdag vanaf mensen in Nederland ongemerkt 20 18.00 uur tot 2.00 uur in de voorbij. Het meest hoor- en zichtbaar nieuwjaarsnacht. Het is gebruikelijk is wel het vuurwerk dat rond dat volwassenen vuurwerk op straat

5 middernacht wordt afgestoken. Rond ‘voor de deur’ afsteken. Buren, dat tijdstip gaat menigeen naar vrienden en familie grijpen de buiten om te kijken naar het 25 gelegenheid aan om elkaar een vuurwerk. Zo schieten we het oude gelukkig nieuwjaar te wensen. Zo jaar weg en heten we het nieuwe versterkt het afsteken van vuurwerk

10 welkom. Op de drie werkdagen voor de sociale cohesie in de buurt.

1 januari kunnen mensen bij een Het afsteken van vuurwerk door goedgekeurd verkooppunt 30 particulieren staat ter discussie. De Nederlands consumentenvuurwerk weerstand groeit vanwege de kopen. De vuurwerkwinkels staan geluidsoverlast en de ongelukken die

15 deze laatste drie dagen vol met elk jaar weer gebeuren, vooral bij het voornamelijk vaders en zoons die afsteken van zwaar, illegaal hun ‘buit’ komen ophalen. Het 35 vuurwerk. (…) gekochte vuurwerk mag men zelf

bron: www.immaterieelerfgoed.nl, december 2017

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: een uitleg dat uit tekst 5 blijkt dat het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling een sociale institutie is, met gebruik van: • informatie uit tekst 5 (1) • de omschrijving van het kernconcept sociale institutie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 5 blijkt dat het afsteken van vuurwerk een jaarlijkse traditie is waar regels en gewoonten aan verbonden zijn. Zo mogen mensen drie werkdagen voor 1 januari bij een goedgekeurd verkooppunt consumentenvuurwerk kopen (r. 10-14) / Zo is het gebruikelijk dat mensen vuurwerk op straat ‘voor de deur’ afsteken en grijpen buren, vrienden en familie de gelegenheid aan om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen (r. 21-26) (1) • Deze (in meer of mindere mate geformaliseerde) regels reguleren het gedrag en de onderlinge relaties van mensen rond de jaarwisseling. Daarom is er sprake van een sociale institutie (1) (2)

Gebruik tekst 6, inclusief noot 1. Er kunnen twee redenen worden onderscheiden waarom onveiligheid een politiek vraagstuk is. Een van de redenen is dat het verschaffen van veiligheid voor de burgers tot de basisfuncties van de staat wordt gerekend. In tekst 6 is ook de andere reden te herkennen waarom het afsteken van vuurwerk door consumenten tijdens de jaarwisseling een politiek vraagstuk is.

Vraag 19 2 punten

Leg uit welke andere reden te herkennen is in tekst 6. Gebruik in je uitleg een voorbeeld uit tekst 6, inclusief noot 1.

Tekst 6

Is de jaarwisseling nog wel een feestelijke gebeurtenis?

‘Redelijk rustige’ jaarwisseling consumentenvuurwerk. (…) In de evaluaties van verschillende gemeenten van de laatste Wetgeving over vuurwerk jaarwisseling (2016-2017) wordt De meeste lidstaten van de EU

5 geschreven over (…) een ‘rustige 35 werken met vier categorieën jaarwisseling’ of ‘rustiger dan vorig vuurwerk: F1, F2, F3 en F4. Dit is het jaar’. (…) resultaat van een richtlijn van het Maar ondanks de ‘rustige Europees Parlement uit 2013 die jaarwisseling’ is er nog steeds sprake lidstaten aanspoort om de wet- en

10 van 482 behandelingen van 40 regelgeving te harmoniseren. Echter, vuurwerkslachtoffers bij de de lidstaten interpreteren de Spoedeisende Hulp; 10 tot 15 miljoen categorieën niet eenduidig. F4 is schade aan gebouwen, spullen en vrijwel overal verboden voor auto’s; milieugevolgen door te hoge consumenten en mag alleen verkocht

15 concentraties fijnstof; meer dan 45 worden aan mensen met een 10.000 vuurwerk gerelateerde speciale vergunning. Maar met incidenten en branden; een toename betrekking tot categorie F2 en F3 zijn van het zware verboden vuurwerk; er in Nederland, België en Duitsland

63 geweldsincidenten tegen de grote verschillen (met betrekking tot

20 politie en 560 aanhoudingen door de 50 de hoeveelheid kruit). Ook zijn er politie. (…) verschillen met betrekking tot de periodes waarin het verkocht mag Zorgen over onze vuurwerktraditie worden (…). (…) Polen heeft het Vooral artsen wijzen op de meest liberale vuurwerkbeleid: het vuurwerkslachtoffers die iedere 55 mag erg zwaar zijn en het hele jaar

25 jaarwisseling vallen. (…) Zij vinden worden verkocht en afgestoken. het afsteken van vuurwerk door Sommige lidstaten verbieden consumenten te risicovol en onveilig. consumentenvuurwerk totaal (met (…) In 2014 zijn onder anderen de uitzondering van F1). In Ierland en oogartsen gestart met een 60 Roemenië mag geen vuurwerk

30 vuurwerkmanifest 1) , waarin zij pleiten worden afgestoken door voor een verbod op consumenten.

bron: www.maatschappijenveiligheid.nl, 18 oktober 2017

noot 1 In dit manifest, dat een initiatief is van oogartsen en steun kreeg van vele (artsen)organisaties, staat dat zij de manier waarop oud en nieuw nu wordt gevierd niet in verhouding vinden staan tot alle ellende die het oplevert. Zij vinden dat alleen professionals vuurwerk mogen afsteken en pleiten voor een verbod op consumentenvuurwerk. Organisaties en particulieren worden ertoe opgeroepen dit manifest te ondertekenen. Eind 2017 hadden 1200 organisaties en 51.500 particulieren het manifest ondertekend.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • De andere reden dat het afsteken van vuurwerk door consumenten tijdens de jaarwisseling een politiek vraagstuk is, is dat een groot aantal organisaties (en burgers) van mening is dat de overheid actie moet ondernemen om dit maatschappelijke probleem (onveiligheid door afsteken van vuurwerk) op te lossen (1)
  • In tekst 6 staat namelijk dat oogartsen een manifest hebben opgesteld waarin zij pleiten voor een verbod op vuurwerk (r. 28-32). Dit manifest is door veel organisaties en particulieren ondertekend (noot 1) (1)

Gebruik tekst 6. Criminaliteit is een relatief begrip.

Vraag 20 2 punten

− Geef een omschrijving van het begrip criminaliteit.

  • Leg vervolgens uit dat uit tekst 6 blijkt dat criminaliteit een relatief begrip is. Gebruik in je uitleg een voorbeeld uit tekst 6.
Tekst 6

Is de jaarwisseling nog wel een feestelijke gebeurtenis?

‘Redelijk rustige’ jaarwisseling consumentenvuurwerk. (…) In de evaluaties van verschillende gemeenten van de laatste Wetgeving over vuurwerk jaarwisseling (2016-2017) wordt De meeste lidstaten van de EU

5 geschreven over (…) een ‘rustige 35 werken met vier categorieën jaarwisseling’ of ‘rustiger dan vorig vuurwerk: F1, F2, F3 en F4. Dit is het jaar’. (…) resultaat van een richtlijn van het Maar ondanks de ‘rustige Europees Parlement uit 2013 die jaarwisseling’ is er nog steeds sprake lidstaten aanspoort om de wet- en

10 van 482 behandelingen van 40 regelgeving te harmoniseren. Echter, vuurwerkslachtoffers bij de de lidstaten interpreteren de Spoedeisende Hulp; 10 tot 15 miljoen categorieën niet eenduidig. F4 is schade aan gebouwen, spullen en vrijwel overal verboden voor auto’s; milieugevolgen door te hoge consumenten en mag alleen verkocht

15 concentraties fijnstof; meer dan 45 worden aan mensen met een 10.000 vuurwerk gerelateerde speciale vergunning. Maar met incidenten en branden; een toename betrekking tot categorie F2 en F3 zijn van het zware verboden vuurwerk; er in Nederland, België en Duitsland

63 geweldsincidenten tegen de grote verschillen (met betrekking tot

20 politie en 560 aanhoudingen door de 50 de hoeveelheid kruit). Ook zijn er politie. (…) verschillen met betrekking tot de periodes waarin het verkocht mag Zorgen over onze vuurwerktraditie worden (…). (…) Polen heeft het Vooral artsen wijzen op de meest liberale vuurwerkbeleid: het vuurwerkslachtoffers die iedere 55 mag erg zwaar zijn en het hele jaar

25 jaarwisseling vallen. (…) Zij vinden worden verkocht en afgestoken. het afsteken van vuurwerk door Sommige lidstaten verbieden consumenten te risicovol en onveilig. consumentenvuurwerk totaal (met (…) In 2014 zijn onder anderen de uitzondering van F1). In Ierland en oogartsen gestart met een 60 Roemenië mag geen vuurwerk

30 vuurwerkmanifest 1) , waarin zij pleiten worden afgestoken door voor een verbod op consumenten.

bron: www.maatschappijenveiligheid.nl, 18 oktober 2017

noot 1 In dit manifest, dat een initiatief is van oogartsen en steun kreeg van vele (artsen)organisaties, staat dat zij de manier waarop oud en nieuw nu wordt gevierd niet in verhouding vinden staan tot alle ellende die het oplevert. Zij vinden dat alleen professionals vuurwerk mogen afsteken en pleiten voor een verbod op consumentenvuurwerk. Organisaties en particulieren worden ertoe opgeroepen dit manifest te ondertekenen. Eind 2017 hadden 1200 organisaties en 51.500 particulieren het manifest ondertekend.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een omschrijving van het begrip criminaliteit waaruit blijkt dat het om gedragingen gaat die wettelijk strafbaar zijn gesteld (1) • een uitleg dat uit tekst 6 blijkt dat criminaliteit plaatsgebonden/cultuurgebonden en dus een relatief begrip is, met gebruik van een voorbeeld uit tekst 6 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Criminaliteit is het geheel van gedragingen dat wettelijk strafbaar is gesteld (1) • Uit de laatste alinea van tekst 6 blijkt dat de regelgeving over vuurwerk verschilt per land. Het afsteken van vuurwerk door consumenten is in Ierland en Roemenië bijvoorbeeld strafbaar, terwijl in Polen het hele jaar vuurwerk mag worden afgestoken. Het afsteken van consumentenvuurwerk is in het ene land dus crimineel gedrag en in het andere land niet. Hieruit blijkt dat criminaliteit een relatief begrip is (1) (2)

In november 2017 heeft I&O Research in samenwerking met het blad Binnenlands Bestuur een online onderzoek uitgevoerd naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders met betrekking tot vuurwerk. Er hebben 3.339 Nederlanders van 18 jaar en ouder aan het onderzoek deelgenomen. De deelnemers aan het onderzoek zijn geworven op basis van steekproeven en konden zich niet zelf aanmelden. Een sociaalwetenschappelijk onderzoek moet voldoen aan verschillende eisen, zoals de eis van betrouwbaarheid en de eis van generaliseerbaarheid.

Vraag 21 2 punten

Leg uit aan welke andere eis van sociaalwetenschappelijk onderzoek moeilijk voldaan kan worden als mensen zichzelf kunnen aanmelden voor het online onderzoek naar de standpunten en ervaringen met betrekking tot vuurwerk. Gebruik in je antwoord:

  • de naam en omschrijving van een eis die aan sociaalwetenschappelijk onderzoek gesteld wordt;
  • een eigen voorbeeld waarmee je laat zien dat aan deze eis moeilijk kan worden voldaan als mensen zichzelf kunnen aanmelden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een uitleg dat aan de eis van representativiteit, dat is dat de steekproef een dwarsdoorsnede van de totale onderzoekspopulatie moet zijn, moeilijk voldaan kan worden als mensen zichzelf kunnen aanmelden voor het online onderzoek (1) • aan de hand van een eigen voorbeeld een uitleg dat aan deze eis moeilijk voldaan kan worden als mensen zichzelf kunnen aanmelden voor het online onderzoek naar de standpunten en ervaringen met betrekking tot vuurwerk (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Aan de eis van representativiteit kan dan moeilijk voldaan worden. Als mensen zichzelf kunnen aanmelden, dan zijn de uiteindelijke deelnemers wellicht geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder (1) • In het onderzoek wordt gevraagd naar ervaringen van mensen met betrekking tot vuurwerk. Het kan zijn dat vooral/relatief veel mensen die negatieve ervaringen met vuurwerk hebben en een beperking of verbod van het afsteken van consumentenvuurwerk willen zichzelf aanmelden om deel te nemen, bijvoorbeeld omdat zij zo hun ongenoegen kunnen uiten. Als dit het geval is, dan zal het onderzoek niet representatief zijn voor de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder (1) (2)

Gebruik tekst 7.

Vraag 22 2 punten

Leg uit van welk kernconcept bij het hoofdconcept verandering het houden van een Stadsdialoog Vuurwerk zoals beschreven in tekst 7 een voorbeeld is. Gebruik in je uitleg:

  • informatie uit tekst 7 waarin een kernconcept bij het hoofdconcept verandering te herkennen is;
  • de naam en omschrijving van dit kernconcept bij het hoofdconcept verandering. Je mag het kernconcept institutionalisering niet gebruiken.
Tekst 7

Stadsdialoog Vuurwerk

In Enschede is dit jaar een hebben gestemd over de voorstellen. Stadsdialoog Vuurwerk gehouden, De gemeenteraad neemt deze waarbij inwoners konden meepraten voorstellen in principe over. Zo over de omgang met vuurwerk en de 15 komen er vuurwerkvrije zones in de

5 beperking van overlast tijdens oud en stad en wordt er meer gedaan aan nieuw. Bewoners hebben in bewustwording en voorlichting. verschillende groepen nagedacht (…) Het overgrote deel van de over ideeën en oplossingen en deze Nederlanders (73 procent) vindt een besproken met professionals en de 20 dergelijke stadsdialoog een goed

10 politiek. Uniek is dat de inwoners (die initiatief. via loting waren gekozen) zelf

bron: ioresearch.nl, december 2017

tabel 1

mening over Stadsdialoog Vuurwerk (n=3.339) (heel) goed (heel) slecht weet ik niet zelf deelnemen? Ja, zeker wel 10% 9% 0% Ja, waarschijnlijk wel 30% 14% 6% Nee, waarschijnlijk niet 36% 15% 24% Nee, zeker niet 16% 59% 54% Weet niet 9% 4% 15%

naar: ioresearch.nl, december 2017

Toelichting In tabel 1 wordt de samenhang tussen de mening over een Stadsdialoog Vuurwerk en de bereidheid om zelf deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk weergegeven. Uit de tabel valt bijvoorbeeld af te lezen dat 30% van de mensen die aangaven een Stadsdialoog Vuurwerk een (heel) goed initiatief te vinden, aangeeft waarschijnlijk wel bereid te zullen zijn om zelf ook deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk. De percentages zijn afgerond op hele getallen.

►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • informatie uit tekst 7 waarin het kernconcept democratisering te herkennen is (1) • een uitleg dat uit deze informatie uit tekst 7 blijkt dat het houden van een Stadsdialoog Vuurwerk een voorbeeld is van het kernconcept democratisering met het noemen van het kernconcept democratisering (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De inwoners konden meepraten met professionals en de politiek over de omgang met vuurwerk en de beperking van overlast tijdens oud en nieuw. Deze inwoners hebben zelf gestemd over de voorstellen en de gemeenteraad neemt deze voorstellen in principe over (r. 3-14) (1) • De burgers hebben dus een grotere inspraak en medezeggenschap gekregen middels deze Stadsdialoog Vuurwerk. Dit laat een verschuiving zien in de machts- en gezagsverhoudingen tussen professionals en de politiek enerzijds en de burger (inwoners) anderzijds. Er is sprake van democratisering (1) (2)

Gebruik tekst 7 en tabel 1. De onderzoekers van I&O Research wilden weten hoe groot de bereidheid onder Nederlanders is om zelf aan een Stadsdialoog Vuurwerk deel te nemen.

Vraag 23 3 punten

− Formuleer op basis van regel 18 tot en met 21 van tekst 7 een hypothese over de bereidheid zelf deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk, die te toetsen is met tabel 1. Doe dit door de volgende zin in te vullen: Hoe …, hoe … .

  • Benoem de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in de hypothese.
  • Leg uit of de hypothese op basis van de gegevens in tabel 1 bevestigd wordt of niet. Gebruik in je antwoord gegevens uit tabel 1.
Tekst 7

Stadsdialoog Vuurwerk

In Enschede is dit jaar een hebben gestemd over de voorstellen. Stadsdialoog Vuurwerk gehouden, De gemeenteraad neemt deze waarbij inwoners konden meepraten voorstellen in principe over. Zo over de omgang met vuurwerk en de 15 komen er vuurwerkvrije zones in de

5 beperking van overlast tijdens oud en stad en wordt er meer gedaan aan nieuw. Bewoners hebben in bewustwording en voorlichting. verschillende groepen nagedacht (…) Het overgrote deel van de over ideeën en oplossingen en deze Nederlanders (73 procent) vindt een besproken met professionals en de 20 dergelijke stadsdialoog een goed

10 politiek. Uniek is dat de inwoners (die initiatief. via loting waren gekozen) zelf

bron: ioresearch.nl, december 2017

tabel 1

mening over Stadsdialoog Vuurwerk (n=3.339) (heel) goed (heel) slecht weet ik niet zelf deelnemen? Ja, zeker wel 10% 9% 0% Ja, waarschijnlijk wel 30% 14% 6% Nee, waarschijnlijk niet 36% 15% 24% Nee, zeker niet 16% 59% 54% Weet niet 9% 4% 15%

naar: ioresearch.nl, december 2017

Toelichting In tabel 1 wordt de samenhang tussen de mening over een Stadsdialoog Vuurwerk en de bereidheid om zelf deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk weergegeven. Uit de tabel valt bijvoorbeeld af te lezen dat 30% van de mensen die aangaven een Stadsdialoog Vuurwerk een (heel) goed initiatief te vinden, aangeeft waarschijnlijk wel bereid te zullen zijn om zelf ook deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk. De percentages zijn afgerond op hele getallen.

►►► ν

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: • een hypothese gebaseerd op regel 18 t/m 21 van tekst 7, die te toetsen is met tabel 1, geformuleerd als hoe …, hoe … (1) • het noemen van de onafhankelijke en de afhankelijke variabele in de hypothese (1) • een uitleg of de hypothese bevestigd wordt of niet, waarbij gebruikgemaakt wordt van gegevens uit tabel 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Hoe positiever men is over een Stadsdialoog Vuurwerk, hoe groter de bereidheid zal zijn om aan een Stadsdialoog Vuurwerk deel te nemen (1) • onafhankelijke variabele: de mening van mensen over een Stadsdialoog Vuurwerk. afhankelijke variabele: de mate van bereidheid om zelf deel te nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk (1) • Deze hypothese wordt wel bevestigd door de gegevens in tabel 1. Van de mensen die een Stadsdialoog Vuurwerk een (heel) slecht initiatief vinden, stelt 23% zeker of waarschijnlijk (9% + 14%) deel te zullen nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk. Van de mensen die een Stadsdialoog Vuurwerk een (heel) goed initiatief vinden, stelt 40% zeker of waarschijnlijk (10% + 30%) deel te zullen nemen aan een Stadsdialoog Vuurwerk. Dit is een hoger percentage en daarom wordt de hypothese wel bevestigd (1) (3)

In het rapport dat I&O Research over het onderzoek heeft uitgebracht, is een aantal antwoorden van mensen opgenomen op de vraag waarom mensen niet deelnemen aan een stads- of dorpsdialoog over vuurwerk en de jaarwisseling. Twee antwoorden op deze vraag waren: “De politiek beslist, die kies ik om namens mij besluiten te nemen.” “Ik geef m’n stem één keer per vier jaar en dat is voldoende.”

Vraag 24 1 punt

Leg uit welk kernconcept in deze uitspraken te herkennen is. Noem ook de naam van het gekozen kernconcept.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage

Bekijk het antwoord
  • een juist antwoord bevat: een uitleg dat het kernconcept representatie / het kernconcept politieke institutie in de uitspraken te herkennen is, met een toepassing van de omschrijving van het gekozen kernconcept De naam van het gekozen kernconcept moet worden genoemd. voorbeeld van een juist antwoord: Het kernconcept representatie is te herkennen. De uitspraken verwijzen namelijk naar het feit dat burgers volksvertegenwoordigers kiezen die hen vertegenwoordigen (in dit geval de gemeenteraad). (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Maatschappijwetenschappen 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1034-a-19-1-o

Andere examens maatschappijwetenschappen havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1?

Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1 loopt tot vraag 22. Van 21 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over verhouding (6), vorming (6) en macht en gezag (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1034-a-19-1-c).

Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.