Eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Vechtafspraken, Hippies en hun pensioen, Jongerenpartij, Schoolbussen in Toulouse.

Kort antwoord

Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over macht en gezag (11), vorming (6) en verhouding (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Macht en gezag2-5, 10-11, 14-16, 19-2011
Vorming6-9, 12-136
Verhouding1, 17, 223
Binding18, 21, 233

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens maatschappijwetenschappen havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over macht en gezag (48% van de vragen, gemiddeld 39%). Minder over verandering (0% van de vragen, gemiddeld 9%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Vechtafspraken

Criminologen hebben in 2017 onderzoek gedaan naar vechtafspraken, bijvoorbeeld van voetbalsupporters. Socioloog Wolsink en criminoloog Ferwerda hebben in 2021 een vervolgonderzoek gedaan naar dit verschijnsel.

Gebruik regel 1 tot en met 21 van tekst 1.

tekst 1: Deelnemers aan vechtafspraken treden steeds vaker in de openbaarheid

(…) In 2017 publiceerde het
onderzoeksprogramma Politie en
Wetenschap het eerste onderzoek
van Bureau Beke op het terrein van
5 vechtafspraken. Dat was destijds de
eerste wetenschappelijke publicatie
in Europa die zich richtte op een
opmerkelijk fenomeen: hooligans1)
die afspraken maken om te gaan
10 vechten. Het was een inkijk in een
wereld waarin mannen met elkaar
afspreken om in bossen of op
industrieterreinen met elkaar op de
vuist te gaan. De vechtafspraken
15 bleken voorzien te zijn van regels,
een competitiereglement en een
scheidsrechter. Vreemd wellicht,
maar het speelde zich af op
afgelegen locaties waardoor
20 onschuldige omstanders hier geen
last van hadden. (…)
De situatie is nu zorgelijker
De uitkomsten van dit nieuwe
onderzoek stemmen (…) tot grotere
25 zorg: de groepen (…) zijn in
coronatijd ook actief geworden bij
politieke demonstraties en groeien uit
tot een bedreiging voor de openbare
veiligheid. (…) Daarnaast blijken de
30 vechtgroepen ook steeds vaker het
gevecht aan te gaan met de Mobiele
Eenheid2). (…)
Ingrijpen of niet?
Het blijft steeds een afweging of het
35 verstandiger is om de vechtgroepen
hun gang te laten gaan zo lang zij
niet in het publieke domein vechten.
De hogere mate van
georganiseerdheid en
40 professionaliteit zorgen ervoor dat de
tendens sinds 2017 aan het
veranderen is, omdat dit fenomeen
een gevaar begint te vormen voor de
politie en burgers. Daarnaast komen
45 ook steeds vaker zogenoemde
Hit-and-Run acties voor. Het betreft
aanvallen op andere vechtgroepen
die van tevoren niet zijn afgesproken
en waar geen spelregels gelden,
50 waardoor er dus ook wapens gebruikt
worden. Deze vinden plaats in de
openbare ruimte – zoals in
woonwijken en uitgaanscentra – waar
de vechtgroepen niet zijn
55 afgezonderd van onschuldige
burgers en ondernemers, die er
zodoende bij betrokken kunnen raken
en slachtoffer kunnen worden van het
geweld. (…)

De situatie is nu zorgelijker

De uitkomsten van dit nieuwe onderzoek stemmen (…) tot grotere zorg: de groepen (…) zijn in coronatijd ook actief geworden bij politieke demonstraties en groeien uit tot een bedreiging voor de openbare veiligheid. (…) Daarnaast blijken de vechtgroepen ook steeds vaker het gevecht aan te gaan met de Mobiele Eenheid. (…)

Ingrijpen of niet?

Het blijft steeds een afweging of het verstandiger is om de vechtgroepen hun gang te laten gaan zo lang zij niet in het publieke domein vechten. De hogere mate van georganiseerdheid en professionaliteit zorgen ervoor dat de tendens sinds 2017 aan het veranderen is, omdat dit fenomeen een gevaar begint te vormen voor de politie en burgers. Daarnaast komen ook steeds vaker zogenoemde Hit-and-Run acties voor. Het betreft aanvallen op andere vechtgroepen die van tevoren niet zijn afgesproken en waar geen spelregels gelden, waardoor er dus ook wapens gebruikt worden. Deze vinden plaats in de openbare ruimte – zoals in woonwijken en uitgaanscentra – waar de vechtgroepen niet zijn afgezonderd van onschuldige burgers en ondernemers, die er zodoende bij betrokken kunnen raken en slachtoffer kunnen worden van het geweld. (…)

bron: politieenwetenschap.nl, 2022

noot 1 hooligans = relschoppers; mensen die meedoen aan georganiseerd geweld dat in groepsverband wordt gepleegd

noot 2 Mobiele Eenheid (ME) = eenheid van de politie met als taak verstoringen van de openbare orde te voorkomen of te bestrijden

Vraag 1 1 punt

Leg uit dat uit het onderzoek uit 2017 blijkt dat in het verschijnsel vechtafspraken samenwerking te herkennen is.

Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept samenwerking;
  • informatie uit regel 1 tot en met 21 van tekst 1 waaruit samenwerking blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

Volgens tekst 1 blijkt uit het onderzoek uit 2017 dat voor de vechtafspraken relschoppers hun handelen op elkaar afstemmen door af te spreken voor een gemeenschappelijk doel, namelijk om met elkaar op de vuist te gaan, oftewel om te vechten (r. 8-14). Dus blijkt uit het onderzoek uit 2017 dat in het verschijnsel vechtafspraken samenwerking te herkennen is.

Gebruik tekst 1.

In tekst 1 staat dat vechtgroepen door hun veranderde gedrag na 2017 uitgroeien tot een bedreiging van de openbare veiligheid.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen subjectieve en objectieve onveiligheid.

Vraag 2 2 punten

Beredeneer dat zowel de subjectieve als de objectieve onveiligheid toeneemt door het veranderde gedrag bij vechtafspraken na 2017.

Gebruik in je redenering:

  • een omschrijving van subjectieve onveiligheid;
  • een omschrijving van objectieve onveiligheid;
  • per vorm van onveiligheid informatie uit tekst 1.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 1 staat dat de gevechten tussen vechtgroepen sinds 2017 steeds vaker in de openbare ruimte plaatsvinden, zoals in woonwijken, waar de vechtgroepen niet afgezonderd zijn van onschuldige burgers (r. 51-56). Daardoor zal sinds 2017 het gevoel van onveiligheid bij burgers toegenomen zijn.
  • In tekst 1 staat dat burgers door het veranderde gedrag bij vechtafspraken na 2017 slachtoffer kunnen worden van het geweld van vechtgroepen (r. 56-59). Dat wil zeggen dat mensen sinds 2017 feitelijk een grotere kans hebben om slachtoffer te worden van criminaliteit door vechtgroepen.

Gebruik tekst 1.

Vraag 3 2 punten

Leg uit dat de politie de macht heeft om in te grijpen bij vechtafspraken.

Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept macht;
  • informatie uit tekst 1 om macht te illustreren.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 1 staat dat het een afweging blijft voor de politie om in te grijpen bij vechtafspraken (r. 34-37), wat wil zeggen dat de politie het vermogen heeft om hulpbronnen in te zetten.
  • om bepaalde doelstellingen, namelijk openbare veiligheid (r. 28-29) te bereiken.

Opmerking: als het antwoord geen uitleg bevat, dan kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.

In 2022 werden naar aanleiding van het vervolgonderzoek naar vechtafspraken in de Tweede Kamer vragen gesteld aan de minister van Justitie en Veiligheid. Een Kamerlid vroeg of de uitrusting van agenten nog wel voldoende toereikend is tegen dit soort professioneel geweld. De minister antwoordde: “Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de vraag of de ME voldoende middelen beschikbaar heeft. Recente grootschalige rellen en geweld tegen politie is hiervoor de aanleiding. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek wordt bekeken of andere uitrusting nodig is.”

In het systeemmodel bestaat de fase omzetting uit drie subfasen. Twee van deze subfasen zijn te herkennen in het antwoord van de minister tijdens het besluitvormingsproces over de uitrusting van een politie-eenheid, namelijk de ME.

Vraag 4 2 punten

Geef een van deze subfasen aan die te herkennen is in het antwoord van de minister.

Gebruik in je antwoord:

  • een subfase van de fase omzetting;
  • informatie uit de inleiding op de vraag waaruit de gekozen subfase blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

In het antwoord van de minister is de subfase van beleidsvoorbereiding te herkennen. In de inleiding op de vraag staat namelijk dat de minister een onderzoek laat doen naar de vraag of de ME voldoende middelen beschikbaar heeft.

of

In het antwoord van de minister is de subfase van beleidsbepaling te herkennen. In de inleiding op de vraag staat namelijk dat volgens de minister op basis van de uitkomsten bekeken wordt of andere uitrusting nodig is.

Gebruik tekst 2.

tekst 2: Informatie over vechtafspraken en de strategie van de politie

(…) De informatiepositie van de
politie ten aanzien van
vechtafspraken is beperkt. De politie
focust zich in en rondom het stadion
5 dan ook op signalen die kunnen
duiden op een geplande
vechtafspraak. (…) Wanneer
dergelijke informatie bekend is, blijkt
uit (…) interviews dat de strategie
10 verschillend is tussen de
verschillende politieteams. Over het
algemeen zijn er twee strategieën
van elkaar te onderscheiden.
Allereerst kan er voor worden
15 gekozen om een vechtafspraak stuk
te maken indien bekend is dat deze
plaats gaat vinden. Hiervoor probeert
de politie aanwezig te zijn op de
betreffende locatie, bijvoorbeeld door
20 te posten op verscheidene stations in
de stad (…). (…) De tweede strategie
betreft het inzichtelijk maken welke
personen participeren in de
vechtafspraken en hen op heterdaad
25 aanhouden. Er wordt dan gekozen
om de vechtafspraak door te laten
gaan om vervolgens herkenningen te
doen op basis van observaties, foto’s
en films. (…) Door deze werkwijze
30 zijn er al een aantal mannen
veroordeeld voor strafbare feiten wat
zijn weerslag heeft op anderen.

bron: Wolsink & Ferwerda, 2022

De overheid combineert preventief en repressief beleid bij de criminaliteitsbestrijding. Deze beide vormen van beleid zijn herkenbaar in de strategieën die de politie hanteert om de vechtafspraken te bestrijden.

Vraag 5 2 punten

Leg uit dat in de strategieën van de politie om de vechtafspraken te bestrijden preventief beleid en repressief beleid te herkennen zijn.

Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van preventief beleid;
  • een omschrijving van repressief beleid;
  • per soort beleid informatie uit tekst 2.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • Uit tekst 2 blijkt dat de politie met de ene/eerste strategie aanwezig is op de betreffende locatie van de vechtafspraak om te voorkomen dat de vechtafspraak ook echt doorgaat (r. 14-19), oftewel de politie richt zich op het voorkomen van criminaliteit. Dus is in deze strategie van de politie preventief beleid te herkennen.
  • Uit tekst 2 blijkt dat de politie met de andere/tweede strategie de deelnemers aan vechtafspraken op heterdaad betrapt of opspoort via foto’s en films (r. 21-29), oftewel de politie richt zich op het opsporen van daders om hen te kunnen laten veroordelen voor strafbare feiten. Dus is in deze strategie van de politie repressief beleid te herkennen.

Hippies en hun pensioen

Babyboomers zijn geboren in het decennium na de Tweede Wereldoorlog. De babyboomers waren jong in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Een deel van de babyboomers behoorde in hun jeugd tot de hippies. De hippies vormden een opvallende jongerencultuur, ook wel flowerpower genoemd. Inmiddels gaan de babyboomers met pensioen. Volgens onderzoekers Tunney en Van Solinge van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) is er meer aandacht voor het idee dat de socialisatie tijdens de jeugd doorwerkt in het latere leven. Tunney en Van Solinge hebben onderzoek gedaan naar de invloed van de cultuur van de hippies in hun jeugd op de manier waarop babyboomers tegen hun pensioenperiode aankijken.

Gebruik tekst 3.

In tekst 3 beschrijft muzikant Ernst Jansz van de voormalige Nederlandse band Doe Maar zijn herinneringen aan zijn jaren als jongvolwassene in het dorp Neerkant in het natuurgebied de Peel.

tekst 3: Hippies in de Peel

De hippies. Zo noemden de
dorpelingen ons. Wij kwamen vanuit
Amsterdam naar Neerkant, Brabant.
Lang haar, Spaanse laarzen,
5 Afghaanse jassen. We speelden
muziek (…) op Vietnam
demonstraties (…). Lief zijn voor
elkaar. Want het was de tijd van de
flowerpower, als reactie op de
10 toenemende verstarring in de
samenleving, op de koude oorlog en
de verschroeiende oorlog in Vietnam.
De jeugd wilde het anders. Mooie
idealen. Iedereen vrij. Make love not
15 war. Popfestivals ontstonden, waar
duizenden langharigen bij elkaar
kwamen. Flight to Lowlands
Paradise, Kralingen, Pinkpop. (…)
Het was 1970 en ik was
20 eenentwintig. Geboren en getogen in
Amsterdam, een keurige jongen op
het gymnasium, maar mijn studie
strandde in de muziek. Met de
muziek mee. Naar de Peel, om er in
25 een commune1) te wonen. (…) De
plaatselijke bewoners vonden ons
raar en griezelig. Wij waren een
bezienswaardigheid. Op zondag
kwamen ze bij bosjes tegelijk naar
30 ons kijken, als hielden wij open dag.
Ze gingen zitten op de matrassen en
de kleedjes op de grond en keken
hun ogen uit. Wij schonken thee. Dan
stapten ze weer op. Ze vonden ons
35 knettergek, maar niet onaardig. (…)

bron: Ernst Jansz, 2010

noot 1 commune = woongemeenschap waarin mensen in een groep samenwonen en leven

Vraag 6 2 punten

Leg uit dat ‘hippies’ te herkennen is als een collectieve identiteit in de beschrijving van hippies door Jansz.

Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van het begrip collectieve identiteit;
  • informatie uit tekst 3 waaruit collectieve identiteit blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In de beschrijving van hippies door Ernst Jansz is ‘hippies’ als een collectieve identiteit te herkennen, want veel niet-leden van de groep, namelijk de plaatselijke bewoners, hadden een zij-beeld van de groep van Ernst Jansz.
  • In tekst 3 staat namelijk dat de dorpelingen de groep van Ernst Jansz de hippies noemden (r. 1-2) en dat deze plaatselijke bewoners hen raar vonden (r. 25-27).

Gebruik tekst 3.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden jongerenculturen.

Vraag 7 3 punten

Beredeneer dat in de cultuur van de hippies volgens Jansz een jongerencultuur uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw te herkennen is.

Gebruik in je redenering:

  • de omschrijving van het kernconcept cultuur;
  • informatie uit tekst 3 waaruit cultuur blijkt;
  • een kenmerk van jongerenculturen;
  • informatie uit tekst 3 waaruit het gekozen kenmerk blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In opvattingen, zoals make love not war (r. 14-15), die jongeren als hippies hebben verworven, is de cultuur van de hippies te herkennen.
  • De cultuur van de hippies is een jongerencultuur uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, omdat daarin verzet tegen de dominante cultuur te herkennen is.
  • Volgens Jansz was die cultuur van de hippies namelijk een reactie op de verschroeiende oorlog in Vietnam en wilde de jeugd het anders (r. 11-13).

Gebruik figuur 1.

“Waar denken oudere werknemers (60-65 jaar) aan bij hun toekomstige pensioen?” gerangschikt naar identificatie met de tegencultuur uit hun jeugd (jaren ’60 en ’70), 2015 (N=6024)

figuur 1

identificatierust / vrij van werknieuw begin / ontplooien
niet5618
beetje4924
tamelijk4230
sterk3537

bron: Stichting Cito – Demos, NIDI – 2022

Toelichting

De mate van identificatie van de oudere werknemers met de tegencultuur uit hun jeugd is gemeten op een vierpuntsschaal. De antwoordmogelijkheden waren: sterk, tamelijk, een beetje en niet. Om de identificatie met de tegencultuur te meten, is aan de respondenten gevraagd in hoeverre zij zich in hun jeugd identificeerden met kenmerken uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, zoals hippiecultuur, protestgeneratie, individualisme, feminisme en alternatieve leefstijlen.

Uit de figuur is af te lezen dat 56 procent van oudere werknemers uit de categorie die zich niet identificeert met de tegencultuur uit hun jeugd, de periode na het pensioen ziet als een tijd waarin ze rustig aan kunnen doen en niet meer hoeven te werken.

Figuur 1 gaat over de kijk van oudere werknemers op hun pensioen, gerangschikt naar de mate van identificatie met de ‘tegencultuur’ uit hun jeugd. De hippiecultuur was zo’n tegencultuur. Daarvoor is de respondenten gevraagd in hoeverre zij zich identificeren met kenmerken uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, zoals de hippiecultuur.

Vraag 8 3 punten

  • Formuleer een hypothese die met figuur 1 bevestigd kan worden.
  • Leg uit dat je hypothese bevestigd wordt met de gegevens in figuur 1.
  • Leg uit wat de onafhankelijke variabele in je hypothese is. Gebruik in je uitleg een omschrijving van het begrip onafhankelijke variabele.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • Hoe sterker oudere werknemers (die geboren zijn tussen 1950 en 1955) zich identificeren met de tegencultuur uit hun jeugd, des te vaker zij de periode van hun pensioen zien als een nieuw begin/een tijd waarin zij zich kunnen ontplooien / des te vaker zij een meer actieve kijk op hun pensioen hebben.
  • Uit figuur 1 is af te lezen dat 18 procent van de oudere werknemers die zich niet identificeren met de tegencultuur uit hun jeugd, het pensioen als een nieuw begin ziet en dat dit percentage oploopt tot 37 procent van de oudere werknemers die zich sterk identificeren met de jongerencultuur.
  • De mate van identificatie met de jongerencultuur uit de eigen jeugd is de onafhankelijke variabele in de hypothese, want de mate van identificatie met die tegencultuur wordt met de gegevens in figuur 1 als een mogelijke oorzaak voor de kijk op het pensioen onderzocht.

Gebruik figuur 1.

Er zijn verschillende functies van socialisatie te onderscheiden. Een daarvan is de identificatie van het individu. De identificatie van een individu vormt de identiteit van dat individu.

Bij figuur 1 hoort een toelichting.

Vraag 9 4 punten

Beredeneer aan de hand van figuur 1 dat de identiteit van oudere werknemers gevormd zal zijn door socialisatie in hun jeugd.

Gebruik in je redenering:

  • de omschrijving van het kernconcept socialisatie;
  • informatie uit figuur 1 om socialisatie te illustreren;
  • de omschrijving van het kernconcept identiteit;
  • informatie uit figuur 1 om identiteit te illustreren.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • Oudere werknemers die zich sterk identificeren met de tegencultuur in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, waarin onder meer individualisme centraal staat, zullen een individualistische cultuur hebben verworven die aan hen is overgedragen door omgang met anderen uit die tegencultuur uit hun jeugd.
  • Volgens figuur 1 zullen deze oudere werknemers hun pensioen zien als een periode waarin zij zich kunnen ontplooien. Ontplooiing past namelijk bij het individualistische beeld van zichzelf, dat is afgeleid van de groep waarvan zij in hun jeugd deel hebben uitgemaakt. Dus zal de identiteit van oudere werknemers gevormd zijn door socialisatie in hun jeugd.

Opmerking: als het antwoord geen redenering bevat, dan kunnen maximaal 3 scorepunten worden toegekend.

Jongerenpartij

Daniël van Duijn van de Jongeren Partij (DJP) wilde als lijsttrekker meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021.

Gebruik regel 1 tot en met 33 van tekst 4.

tekst 4: Jacht op jonge kiezer geopend

“Er is een partij voor de dieren,
ouderen en gelovigen. Maar een
jongerenpartij kennen we niet. De tijd
is er nu rijp voor”, zegt Daniël van
5 Duijn, lijsttrekker van De
Jongerenpartij. “De machteloosheid
bij jongeren is groter dan ooit door
corona.”1) Heeft de partij kans van
slagen? (…)
10 “Jongeren gaan van heel veel
problemen last krijgen waar de
huidige politici niets aan doen”, zegt
Daniël van Duijn. De kersverse
lijsttrekker van De Jongeren Partij
15 (DJP) somt een rijtje op: “Denk aan
woningnood. Moeite om een baan te
krijgen. Groeiende eenzaamheid. En
jongeren worden onevenredig hard
geraakt door de coronamaatregelen.
20 Daar gaan wij wat aan doen.”
Aan enthousiasme ontbreekt het de
29-jarige Van Duijn niet. En ook niet
aan goede kuiten. Acht dagen lang
fietst de lijsttrekker door het land om
25 de jongere kiezer te ontmoeten. “Ik
ga 800 kilometer fietsen om
gesprekken te voeren. Van studenten
tot relschoppers.” En natuurlijk gaat
hij de jongeren ervan overtuigen dat
30 ze naar de stembus moeten voor de
Tweede Kamerverkiezingen. “Het
liefst een stem op mijn partij. Maar
belangrijker is dat ze gaan stemmen.” (…)
[Jongeren zijn] relatief slechte
35 stemmers. Elke verkiezing opnieuw
blijkt dat jongeren tussen de 18 en 24
jaar van alle leeftijdscategorieën het
minst stemmen. Ondanks de hoge
opkomst bij de Tweede
40 Kamerverkiezingen van 2017 (ruim
80 procent) bleef een op de drie
jonge stemmers thuis, blijkt uit cijfers
van onderzoeksbureau Ipsos. (…)
Lijsttrekker Van Duijn beseft dat.
45 Vanwege corona denkt hij zelfs dat
jongeren nog minder interesse
hebben in politiek. “Vanwege corona
zijn de scholen dicht en worden ze
minder met politiek geconfronteerd.
50 Veel jongeren zijn wel klaar met het
nieuws, omdat het alleen maar over
corona gaat.” Aan de andere kant: de
behoefte om serieus genomen te
worden groeit. Volgens Van Duijn is
55 de afstand tussen de Tweede Kamer
en jongeren groot. “Neem de
gemiddelde leeftijd in de Kamer. Die
is 47 jaar. Er is maar één Kamerlid
onder de 30. De onderwerpen zijn
60 vaak ook oubollig en worden vanuit
een verouderde visie behandeld.” (…)
Hij gelooft in zijn
verkiezingsprogramma dat hij na
gesprekken met studenten-
65 verenigingen en jongeren uit
Amsterdam-Zuidoost heeft gemaakt. (…)
“We zijn (…) voor een
basisbeurs. Betaalde stages en
werkervaringsplekken. Een forse
70 boete op etnisch profileren en een
minister voor gelijke behandeling.” (…)

“Jongeren gaan van heel veel problemen last krijgen waar de huidige politici niets aan doen”, zegt Daniël van Duijn. De kersverse lijsttrekker van De Jongeren Partij (DJP) somt een rijtje op: “Denk aan woningnood. Moeite om een baan te krijgen. Groeiende eenzaamheid. En jongeren worden onevenredig hard geraakt door de coronamaatregelen. Daar gaan wij wat aan doen.”

Aan enthousiasme ontbreekt het de 29-jarige Van Duijn niet. En ook niet aan goede kuiten. Acht dagen lang fietst de lijsttrekker door het land om de jongere kiezer te ontmoeten. “Ik ga 800 kilometer fietsen om gesprekken te voeren. Van studenten tot relschoppers.” En natuurlijk gaat hij de jongeren ervan overtuigen dat ze naar de stembus moeten voor de Tweede Kamerverkiezingen. “Het liefst een stem op mijn partij. Maar belangrijker is dat ze gaan stemmen.” (…)

[Jongeren zijn] relatief slechte stemmers. Elke verkiezing opnieuw blijkt dat jongeren tussen de 18 en 24 jaar van alle leeftijdscategorieën het minst stemmen. Ondanks de hoge opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 (ruim 80 procent) bleef een op de drie jonge stemmers thuis, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Ipsos. (…)

Lijsttrekker Van Duijn beseft dat. Vanwege corona denkt hij zelfs dat jongeren nog minder interesse hebben in politiek. “Vanwege corona zijn de scholen dicht en worden ze minder met politiek geconfronteerd. Veel jongeren zijn wel klaar met het nieuws, omdat het alleen maar over corona gaat.” Aan de andere kant: de behoefte om serieus genomen te worden groeit. Volgens Van Duijn is de afstand tussen de Tweede Kamer en jongeren groot. “Neem de gemiddelde leeftijd in de Kamer. Die is 47 jaar. Er is maar één Kamerlid onder de 30. De onderwerpen zijn vaak ook oubollig en worden vanuit een verouderde visie behandeld.” (…)

Hij gelooft in zijn verkiezingsprogramma dat hij na gesprekken met studentenverenigingen en jongeren uit Amsterdam-Zuidoost heeft gemaakt. (…) “We zijn (…) voor een basisbeurs. Betaalde stages en werkervaringsplekken. Een forse boete op etnisch profileren en een minister voor gelijke behandeling.” (…)

bron: RTL Nieuws, 2021

De jongerenpartij van Van Duijn kan gezien worden als een single-issue-partij. Single-issue-partijen hebben kenmerken van een pressiegroep en van een politieke partij. Pressiegroepen en politieke partijen hebben allebei als kenmerk dat ze proberen om invloed uit te oefenen op politieke besluitvorming.

Vraag 10 2 punten

  • Geef aan welk ander kenmerk van een pressiegroep te herkennen is in de jongerenpartij. Gebruik in je antwoord informatie uit regel 1 tot en met 33 van tekst 4.
  • Geef aan welk ander kenmerk van een politieke partij te herkennen is in de jongerenpartij. Gebruik in je antwoord informatie uit regel 1 tot en met 33 van tekst 4.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 4 staat dat de jongerenpartij zich richt op problemen die jongeren raken (r. 10-20). Dus komt de jongerenpartij op voor deelbelangen, wat een kenmerk is van een pressiegroep.
  • In tekst 4 staat dat Van Duijn wil dat jongeren gaan stemmen op zijn partij (r. 31-32). Dus zijn er kandidaten van zijn partij voor de verkiezingen, wat een kenmerk is van een politieke partij.

Gebruik regel 1 tot en met 33 van tekst 4.

Vraag 11 2 punten

Beredeneer dat Van Duijn wil deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen om de representativiteit van jongeren in de Tweede Kamer te verbeteren.

Gebruik in je redenering:

  • de omschrijving van het kernconcept representativiteit;
  • informatie uit regel 1 tot en met 33 van tekst 4 waaruit representativiteit blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • Uit tekst 4 blijkt dat Van Duijn aan de Tweede Kamerverkiezingen wil deelnemen, omdat jongeren volgens hem last krijgen van allerlei problemen waar de huidige politici niets aan doen, zoals woningnood, en waar zijn politieke partij vanuit de Tweede Kamer iets aan kan gaan doen (r. 10-20).
  • Dat wil zeggen dat volgens Van Duijn de huidige politieke besluiten onvoldoende overeenkomen met de vraagstukken van jongeren, de groep die Van Duijn met zijn jongerenpartij in de Tweede Kamer wil vertegenwoordigen. Dus wil Van Duijn aan de Tweede Kamerverkiezingen deelnemen om de representativiteit van jongeren in de Tweede Kamer te verbeteren.

Gebruik tekst 4.

In tekst 4 staat dat Van Duijn op zijn fiets het land in trekt om jonge kiezers te ontmoeten.

Vraag 12 3 punten

Leg uit dat Van Duijn kan bijdragen aan de politieke socialisatie van jongeren.

Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept politieke socialisatie;
  • informatie uit tekst 4 om politieke socialisatie te illustreren.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 4 staat dat Van Duijn de jongeren ervan wil overtuigen dat ze naar stembus moeten voor de Tweede Kamerverkiezingen (r. 28-33).
  • Van Duijn kan deze opvatting over het belang van stemmen overdragen aan de jongeren die hij spreekt.
  • Als deze jongeren na hun gesprek met Van Duijn gaan stemmen, dan zal Van Duijn hebben bijgedragen aan het verwerven van de politieke cultuur van het stemmen. Dus kan Van Duijn bijdragen aan de politieke socialisatie van jongeren.

Opmerking: als het antwoord geen uitleg bevat, dan kunnen maximaal 2 scorepunten worden toegekend.

Tekst 4 is een artikel van RTL Nieuws waarvoor Van Duijn zich heeft laten interviewen.

Er zijn verschillende hypotheses over de invloed van de media op mensen. Een van deze hypotheses is de selectiviteitshypothese.

Vraag 13 1 punt

Beredeneer vanuit de selectiviteitshypothese wanneer het interview voor RTL Nieuws een effectieve manier van Van Duijn is om jonge kiezers te werven. Gebruik in je redenering een omschrijving van de selectiviteitshypothese.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

Het interview voor RTL Nieuws is een effectieve manier van Van Duijn om jonge kiezers te werven als veel jongeren RTL Nieuws uit het media-aanbod kiezen en het artikel dus zullen lezen.

Gebruik regel 34 tot en met 71 van tekst 4.

Politieke partijen vervullen verschillende functies. Een daarvan is de aggregatiefunctie.

Vraag 14 2 punten

Leg uit dat de jongerenpartij van Van Duijn de aggregatiefunctie vervult. Gebruik in je uitleg informatie uit regel 34 tot en met 71 van tekst 4 waaruit de aggregatiefunctie blijkt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • De jongerenpartij van Van Duijn vervult de aggregatiefunctie van politieke partijen, omdat voor het verkiezingsprogramma van zijn partij wensen en eisen van jongeren bij elkaar gebracht zijn.
  • In tekst 4 staat namelijk dat Van Duijn het verkiezingsprogramma van zijn jongerenpartij heeft gemaakt na gesprekken met studentenverenigingen en jongeren uit Amsterdam-Zuidoost, bijvoorbeeld over een basisbeurs en etnisch profileren (r. 63-71).

Gebruik regel 34 tot en met 71 van tekst 4.

Vraag 15 2 punten

Beredeneer of de oprichting van de jongerenpartij van Van Duijn bij democratisering past.

Gebruik in je redenering:

  • de omschrijving van het kernconcept democratisering;
  • informatie uit regel 34 tot en met 71 van tekst 4 om democratisering te illustreren.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 4 staat dat de behoefte van jongeren om serieus genomen te worden groeit (r. 52-54). Dat wil zeggen dat jongeren een grotere inspraak in de politiek willen, volgens Van Duijn. Met de jongerenpartij van Van Duijn kunnen jongeren ten opzichte van ouderen meer inspraak krijgen.
  • Dat wil zeggen dat de machtsverhoudingen in de Tweede Kamer kunnen veranderen tussen de ouderen en degenen met minder macht, namelijk de jongeren. In tekst 4 staat namelijk dat de afstand groot is tussen de Tweede Kamer en de jongeren (r. 55-56), wat dus kan veranderen met de oprichting van de jongerenpartij van Van Duijn. Dus is in de oprichting van de jongerenpartij van Van Duijn democratisering te herkennen.

of

  • In tekst 4 staat dat uit onderzoek blijkt dat jongeren slechte stemmers zijn (r. 34-43). Als jongeren niet op de jongerenpartij van Van Duijn gaan stemmen, dan zullen zij geen grotere inspraak krijgen ten opzichte van ouderen.
  • Dat wil zeggen dat de machtsverhoudingen in de Tweede Kamer niet zullen veranderen tussen de ouderen en degenen met minder macht, namelijk de jongeren. In tekst 4 staat dat er maar één Kamerlid is van onder de dertig jaar (r. 58-59), wat dus niet zal veranderen met de oprichting van de jongerenpartij van Van Duijn. Dus is in de oprichting van de jongerenpartij van Van Duijn geen democratisering te herkennen.

Opmerking: als het antwoord geen redenering bevat, dan kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.

Gebruik de inleiding van de vraag.

De Kiesraad is verantwoordelijk voor de verkiezingen in Nederland, zoals de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. In de aanloop naar deze verkiezingen constateerde de Kiesraad dat een aantal partijen ‘verzuimen’, waaronder de jongerenpartij van Van Duijn. Bij ‘verzuimen’ ontbreekt bijvoorbeeld een bepaald aantal ondersteuningsverklaringen. Een ondersteuningsverklaring is een schriftelijke verklaring van een kiesgerechtigde dat deze de deelname van de politieke partij aan de verkiezingen steunt. Deze ondersteuningsverklaringen zijn nodig wanneer de partij voor het eerst deelneemt aan de verkiezingen. Omdat niet alle ‘verzuimen’ zijn hersteld, mocht de jongerenpartij van Van Duijn niet deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen van 2021.

Vraag 16 2 punten

Leg uit dat de Kiesraad de jongerenpartij van Van Duijn heeft uitgesloten van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021, omdat deelname aan de verkiezingen geïnstitutionaliseerd is.

Gebruik in je uitleg:

  • de omschrijving van het kernconcept institutionalisering;
  • informatie uit de inleiding van de vraag.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • Uit de inleiding van de vraag blijkt dat voor deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen door een nieuwe politieke partij geformaliseerde regels gelden, bijvoorbeeld dat nieuwe politieke partijen om mee te kunnen doen aan de verkiezingen een bepaald aantal ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigden aanleveren.
  • Nieuwe politieke partijen die niet aan dergelijke regels kunnen voldoen, zoals de jongerenpartij van Van Duijn, worden door de Kiesraad uitgesloten van de Tweede Kamerverkiezingen. Dat wil zeggen dat het gedrag van politieke partijen die willen deelnemen aan de verkiezingen, gereguleerd wordt door de Kiesraad. Dus kon de jongerenpartij van Van Duijn niet deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen van 2021.

Opmerking: als het antwoord geen uitleg bevat, dan kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.

Schoolbussen in Toulouse

Deze opgave gaat over een schoolbusproject van de Franse stad Toulouse. De jongeren uit de armste buitenwijken van Toulouse worden elke dag met de schoolbus naar scholen in de meer welvarende wijken van de stad gebracht.

Gebruik tekst 5.

tekst 5: Frans schoolbusproject biedt hoop voor buitenwijken van Toulouse

In drie grote woonwijken aan de rand
van Toulouse wonen ongeveer
30.000 mensen. Deze wijken worden
beschouwd als behorend tot de
5 armste stadswijken van
Zuid-Frankrijk. Maar elke ochtend,
van maandag tot vrijdag, nemen zij
deel aan een opmerkelijk sociaal
project. De twee belangrijkste
10 scholen in deze wijken hadden de
slechtste schoolprestaties van de
Haute Garonne, het departement1)
waartoe Toulouse, de vierde stad van
Frankrijk, behoort. (...) Vier jaar
15 geleden besloten de plaatselijke
autoriteiten deze scholen te sluiten
en de leerlingen met bussen naar
scholen in het welvarende
stadscentrum te brengen.
20 (…) De man achter het project is
Georges Méric, de centrumlinkse
voorzitter van het
departementsbestuur. “Door sociale
integratie kunnen deze kinderen
25 beter slagen op school”, zegt hij. (...)
Om zeven uur is het nog donker in de
wijken, maar een groepje kinderen
komt met rugzakken uit de schaduw
van de flatgebouwen tevoorschijn en
30 wacht bij verschillende
opstapplaatsen op de bus. (...)
In elke bus bevindt zich een
welzijnswerker om eventuele
problemen op te lossen en te
35 overleggen met schoolpersoneel en
ouders. In één bus zorgt Laounia
Benguetaib voor een militaire
discipline. De jongens moeten hun
capuchon afdoen, hun telefoon
40 uitzetten en hun gordel omhouden.
Zij maakt al sinds de start deel uit
van het project: “Het is geweldig, de
kinderen zijn er inmiddels aan
gewend, zijn goed geïntegreerd in
45 hun nieuwe scholen en hebben
nieuwe vrienden gemaakt buiten hun
eigen wijk. Ze hebben erg veel
geluk.” (…)
Voordat de bussen werden ingezet,
50 bedroeg het percentage voortijdige
schoolverlaters na het Brevet, het
Franse diploma voor 15-jarigen, bijna
50%. Het ligt nu onder de 6% en de
cijfers van deze leerlingen zijn met
55 bijna 15% verbeterd. “Het busvervoer
is onmisbaar geworden, omdat het
de integratie bevordert”, zegt Bernard
Vigouroux, directeur van de
Michelet-school in het stadscentrum
60 (...). Veel kinderen uit armere
leefmilieus hebben geen stabiele
gezinssituatie die hen aanmoedigt
om te presteren, vertelt hij, maar het
busproject helpt iedereen.
65 “Leerlingen uit de verschillende
gemeenschappen leren elkaars
levensomstandigheden kennen en
ondersteunen elkaar. Ze werken in
groepen en dat pakt heel positief uit”,
70 zegt het schoolhoofd. (…)

Om zeven uur is het nog donker in de wijken, maar een groepje kinderen komt met rugzakken uit de schaduw van de flatgebouwen tevoorschijn en wacht bij verschillende opstapplaatsen op de bus. (...) In elke bus bevindt zich een welzijnswerker om eventuele problemen op te lossen en te overleggen met schoolpersoneel en ouders. In één bus zorgt Laounia Benguetaib voor een militaire discipline. De jongens moeten hun capuchon afdoen, hun telefoon uitzetten en hun gordel omhouden. Zij maakt al sinds de start deel uit van het project: “Het is geweldig, de kinderen zijn er inmiddels aan gewend, zijn goed geïntegreerd in hun nieuwe scholen en hebben nieuwe vrienden gemaakt buiten hun eigen wijk. Ze hebben erg veel geluk.” (…)

Voordat de bussen werden ingezet, bedroeg het percentage voortijdige schoolverlaters na het Brevet, het Franse diploma voor 15-jarigen, bijna 50%. Het ligt nu onder de 6% en de cijfers van deze leerlingen zijn met bijna 15% verbeterd. “Het busvervoer is onmisbaar geworden, omdat het de integratie bevordert”, zegt Bernard Vigouroux, directeur van de Michelet-school in het stadscentrum (...). Veel kinderen uit armere leefmilieus hebben geen stabiele gezinssituatie die hen aanmoedigt om te presteren, vertelt hij, maar het busproject helpt iedereen.

“Leerlingen uit de verschillende gemeenschappen leren elkaars levensomstandigheden kennen en ondersteunen elkaar. Ze werken in groepen en dat pakt heel positief uit”, zegt het schoolhoofd. (…)

bron: bbc.com, 2021

noot 1 departement = gebied, regio, provincie

Er zijn verschillende soorten sociale ongelijkheid. Een daarvan is ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen.

Vraag 17 3 punten

a Geef aan welk ander soort sociale ongelijkheid te herkennen is tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse, volgens tekst 5. Gebruik in je antwoord informatie uit tekst 5 waaruit het gekozen soort sociale ongelijkheid blijkt.

b Beredeneer dat de sociale ongelijkheid tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse is afgenomen door het schoolbusproject. Gebruik in je redenering:

  • de omschrijving van het kernconcept sociale ongelijkheid;
  • informatie uit tekst 5 waaruit een afname van sociale ongelijkheid blijkt.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

a Tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse is een ongelijke verdeling van economische hulpbronnen te herkennen. Uit tekst 5 blijkt namelijk dat leerlingen in de buitenwijken van Toulouse in de armste stadswijken van Zuid-Frankrijk wonen (r. 1-6).

of

a Tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse is een ongelijke verdeling van sociale hulpbronnen te herkennen. In tekst 5 staat namelijk dat veel kinderen uit de armere leefmilieus geen stabiele gezinssituatie hebben om hen te stimuleren (r. 60-63).

b In tekst 5 staat dat de leerlingen uit de arme buitenwijken van Toulouse niet meer naar de slecht presterende scholen in hun eigen wijk gingen, maar door het schoolbusproject per bus naar de scholen in het welvarende centrum van Toulouse gebracht werden (r. 9-19). Dat wil zeggen dat door het schoolbusproject kenmerken van leerlingen in Toulouse, namelijk de wijk waarin zij wonen, minder leiden tot een ongelijke behandeling, namelijk het niveau van onderwijs dat zij krijgen. Dus is de sociale ongelijkheid tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse afgenomen door het schoolbusproject.

Gebruik regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

In tekst 5 legt politicus Georges Méric uit dat hij met het schoolbusproject de sociale uitsluiting van de leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse wil tegengaan.

In de situatie voordat het schoolbusproject van start ging, kan sociale uitsluiting van de leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse herkend worden.

De mate van sociale uitsluiting kan worden vastgesteld aan de hand van vier componenten. Een van deze componenten is de mate van normatieve integratie van de groep.

Vraag 18 2 punten

Geef aan in welk ander component de sociale uitsluiting van deze leerlingen te herkennen is. Gebruik in je antwoord informatie uit regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • De leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse hadden beperkt toegang tot een sociaal grondrecht, wat een component van sociale uitsluiting is.
  • Volgens tekst 5 hadden de leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse namelijk maar beperkt toegang tot goed onderwijs (r. 9-14).

Gebruik regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

In bijvoorbeeld Nederland en Frankrijk hebben overheden een aantal instrumenten om sociale ongelijkheid te beïnvloeden. Een van die instrumenten is onderwijsbeleid.

Vraag 19 1 punt

Geef aan welk ander overheidsinstrument te herkennen is in het schoolbusproject. Gebruik in je antwoord informatie uit regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

In tekst 5 staat dat de armste wijken in Toulouse deelnemen aan het schoolbusproject (r. 1-9). Dus is in het schoolbusproject het overheidsinstrument wijkgericht achterstandsbeleid te herkennen.

Gebruik regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

Net als in Nederland zijn in Frankrijk de politieke hoofdstromingen te herkennen in de politiek.

Vraag 20 2 punten

Geef aan bij welke twee uitgangspunten van de sociaaldemocratische stroming het schoolbusproject in Toulouse aansluit. Gebruik in je antwoord per uitgangspunt informatie uit regel 1 tot en met 25 van tekst 5.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 5 staat dat politicus Méric met het schoolbusproject de kinderen uit de buitenwijken van Toulouse naar scholen in het welvarende centrum brengt om hen betere, namelijk meer gelijke, kansen te bieden om op school te slagen (r. 17-25), waarin het sociaaldemocratische uitgangspunt gelijkheid te herkennen is.
  • Volgens tekst 5 heeft de overheid de scholen uit de buitenwijken, die de slechtste schoolprestaties hadden, gesloten en schoolbussen ingezet (r. 9-16), waarin het sociaaldemocratische uitgangspunt sturende overheid te herkennen is.

Gebruik regel 26 tot en met 48 van tekst 5.

Vraag 21 3 punten

a Leg uit dat er sociale controle is in de schoolbus. Gebruik in je uitleg:

  • een omschrijving van het begrip sociale controle;
  • informatie uit regel 26 tot en met 48 van tekst 5 waaruit sociale controle blijkt.

b Geef vervolgens aan of deze sociale controle formeel of informeel is. Gebruik in je antwoord informatie uit regel 26 tot en met 48 van tekst 5 waaruit het gekozen type sociale controle blijkt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

a In tekst 5 staat dat de leerlingen in de bussen op weg naar school wordt opgedragen om bijvoorbeeld hun capuchon afdoen (r. 36-39). Dat wil zeggen dat zij gedwongen worden om zich te houden aan bepaalde normen, zoals gedragsregels in de bus. Dus is er sociale controle in de schoolbus.

b Deze sociale controle is formeel. In tekst 5 staat namelijk dat de welzijnswerker op de schoolbus is aangesteld om eventuele problemen met de leerlingen op te lossen en te overleggen met het schoolpersoneel en de ouders (r. 32-36), waaruit formele sociale controle blijkt.

Gebruik tekst 5.

Vraag 22 1 punt

Welke uitspraak is het meest van toepassing op het schoolbusproject volgens tekst 5?

Het schoolbusproject probeert voor de leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse

  1. A de effecten van positietoewijzing te verkleinen, en hun sociale mobiliteit te vergroten.
  2. B de effecten van positietoewijzing te verkleinen, en hun sociale mobiliteit te verkleinen.
  3. C de effecten van positieverwerving te verkleinen, en hun sociale mobiliteit te vergroten.
  4. D de effecten van positieverwerving te verkleinen, en hun sociale mobiliteit te verkleinen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

A

Gebruik tekst 5.

In tekst 5 wordt onderscheid gemaakt tussen de groep leerlingen uit de buitenwijken van Toulouse en de groep leerlingen uit de andere wijken van Toulouse.

Er zijn factoren die sociale cohesie kunnen vergroten. Een daarvan is het versterken van de wederzijdse afhankelijkheid.

Vraag 23 3 punten

Beredeneer met een andere factor dat de sociale cohesie tussen beide groepen leerlingen in Toulouse zal toenemen door het schoolbusproject.

Gebruik in je redenering:

  • een factor die sociale cohesie vergroot;
  • informatie uit tekst 5 waaruit de gekozen factor blijkt;
  • de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld van een juist antwoord:

  • In tekst 5 staat dat leerlingen uit beide groepen elkaars levensomstandigheden leren kennen en elkaar ondersteunen en in groepen werken (r. 65-68).
  • Tijdens het elkaar leren kennen en ondersteunen vormen zich gedeelde waarden en normen, wat een factor voor sociale cohesie is.
  • Door het samenbrengen van beide groepen leerlingen die vervolgens samen werken en elkaar helpen, kun je zeggen dat er bindingen ontstaan tussen leerlingen uit verschillende wijken in Toulouse. Dat wil zeggen dat het aantal bindingen tussen de groepen leerlingen toeneemt, dus zal de sociale cohesie toenemen door het schoolbusproject.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Maatschappijwetenschappen 2025, tijdvak 2. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.

Andere examens maatschappijwetenschappen havo

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2?

Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2 telt 23 vragen. De meeste vragen gaan over macht en gezag (11), vorming (6) en verhouding (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-2/ha-1034-a-25-2-c).

Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.