Eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Oefenstemmen, Open Hiring, Een tweede familie, Inkomensafhankelijke boetes?.
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over macht en gezag (10), verhouding (6) en vorming (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Macht en gezag | 3-5, 17, 19-24 | 10 |
| Verhouding | 1, 6-8, 12, 18 | 6 |
| Vorming | 2, 9, 14, 16 | 4 |
| Binding | 10-11, 13, 15 | 4 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens maatschappijwetenschappen havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over verhouding (25% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over verandering (0% van de vragen, gemiddeld 9%) en vorming (17% van de vragen, gemiddeld 24%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Oefenstemmen
Bij deze opgave horen tekst 1 en figuur 1 uit het bronnenboekje.
In de periode voor de verkiezingen organiseren sommige gemeenten oefendagen. Op deze dagen kunnen burgers in een stembureau oefenen met het uitbrengen van hun stem. Dit zogenoemde oefenstemmen is voor burgers die anders misschien niet of ongeldig gaan stemmen, omdat stemmen in het stembureau voor hen lastig is. Dit zijn bijvoorbeeld vluchtelingen, mensen met een lichamelijke beperking en mensen met een taalachterstand.
Tekst 1 gaat over oefenstemmen voorafgaand aan de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen in 2023.
tekst 1
‘Je moet één bolletje inkleuren’
(…) Zodra het stembiljet van
statushouder¹ Ibrahim Demir (52) in
de verkeerde bus dreigt te belanden,
grijpt een stembureaumedewerker in.
5 ‘Niet in de rechter, de linker is voor
de waterschappen².’ Demir had het
hele stemproces – van het tonen van
zijn verblijfsdocument tot het
inkleuren van het juiste bolletje in het
10 hokje – tot dan toe vlekkeloos
volbracht, maar met de finish al in
zicht ging het toch nog bijna mis.
Gelukkig is dat vrijdagochtend in het
oefenstembureau in Arnhem geen
15 enkel punt. Het is daar juist de
bedoeling dat kiezers alle stappen
eens doorlopen, voordat ze
woensdag daadwerkelijk hun keuze
maken voor de Provinciale Staten- en
20 waterschapsverkiezingen.
Steeds meer gemeenten organiseren
voorafgaand aan verkiezingen dit
soort oefendagen. (…)
Vluchtelingen, maar ook kiezers met
25 een taalachterstand, autisme, een
lichamelijke handicap of licht
verstandelijke beperking, kunnen op
de verkiezingsdag namelijk allerlei
hobbels tegenkomen. Een slecht
30 begaanbaar stembureau, een
omgeving met te veel prikkels of een
onbegrijpelijk stembiljet: 2 miljoen
kiesgerechtigden lopen er bij het
stemmen tegenaan, blijkt uit cijfers
35 van de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten. Het is voor sommigen
reden genoeg om thuis te blijven.
(…) ‘We denken dat oefendagen voor
sommige kiezers de drempels
40 kunnen wegnemen’, zegt de
Arnhemse burgemeester Ahmed
Marcouch. (…)
bron: volkskrant.nl, 2023
noot 1 statushouder = vluchteling met een verblijfsvergunning
noot 2 Tegelijkertijd met de verkiezingen voor de Provinciale Staten werden ook de waterschapsverkiezingen gehouden. Statushouders konden alleen voor de waterschappen stemmen.
Gebruik de inleiding van deze opgave.
Gemeenten kunnen met het organiseren van dagen voor oefenstemmen sociale uitsluiting van bepaalde burgers tegengaan. Sociale uitsluiting kent vier componenten. Twee daarvan zijn geringe toegang tot sociale grondrechten en beperkte normatieve integratie.
Vraag 1 1 punt
Noem een andere component van sociale uitsluiting die gemeenten met het organiseren van dagen voor oefenstemmen willen tegengaan.
Bekijk het antwoord
beperkte (sociale en) politieke participatie
Gebruik regel 1 tot en met 23 van tekst 1.
Vraag 2 2 punten
Leg uit dat oefenstemmen kan bijdragen aan de politieke socialisatie van de deelnemers. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept politieke socialisatie;
- informatie uit regel 1 tot en met 23 van tekst 1 waaruit politieke socialisatie blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit tekst 1 blijkt dat Ibrahim Demir leert wat hij moet doen om zijn stem uit te brengen door alle stappen in het stembureau te doorlopen, van het tonen van het verblijfsdocument tot het stembiljet in de juiste stembus doen (r. 1-12).
- Dit laat zien dat tijdens het oefenen op het stembureau (kennis over het stemproces en dus) de politieke cultuur van het stemmen voor de verkiezingen wordt overgedragen / verworven kan worden. Het oefenen van stemmen voor verkiezingen kan dus bijdragen aan de politieke socialisatie van de deelnemers.
Gebruik regel 24 tot en met 42 van tekst 1.
Er zijn twee visies op de wenselijkheid van politieke participatie te onderscheiden.
Vraag 3 2 punten
Beredeneer dat de gemeenten het oefenstemmen organiseren vanuit de ontwikkelingsvisie. Gebruik in je redenering:
- een omschrijving van de ontwikkelingsvisie;
- informatie uit regel 24 tot en met 42 van tekst 1 om de ontwikkelingsvisie te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit tekst 1 blijkt dat sommige kiezers hobbels ondervinden, waardoor zij niet gaan stemmen (r. 24-29; r. 36-37). De gemeenten denken met de oefenstemdagen deze drempels (voor sommige kiezers) weg te kunnen nemen, zodat deze kiezers wel gaan stemmen (r. 38-40).
- De gemeenten willen dus graag dat alle kiezers gaan en kunnen stemmen. Het (oefen)stemmen kan politieke kennis van de deelnemers bevorderen en bijdragen aan (bredere) politieke participatie. Politieke participatie als doel komt overeen met de ontwikkelingsvisie.
Gebruik tekst 1.
Vraag 4 2 punten
Beredeneer dat gemeenten met het organiseren van oefendagen op stembureaus de representativiteit van politieke besluiten kunnen vergroten. Gebruik in je redenering:
- de omschrijving van het kernconcept representativiteit;
- informatie uit tekst 1 om representativiteit te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- In tekst 1 staat dat twee miljoen kiesgerechtigden tegen problemen aanlopen bij het stemmen, waardoor een deel van hen niet gaat stemmen (r. 32-37).
- Als deze mensen (die niet gaan stemmen omdat ze tegen problemen aanlopen) door het oefenen toch gaan stemmen, dan zullen hun politieke standpunten beter vertegenwoordigd worden in de politieke besluitvorming waarin besluiten worden genomen voor de gehele bevolking. Dus kan de gemeente met het organiseren van oefendagen op stembureaus de representativiteit van politieke besluiten vergroten.
Gebruik figuur 1.
Stel dat de ontwikkeling die te zien is in figuur 1 verband houdt met het gezag dat mensen toekennen aan de gemeenteraad.
figuur 1
| jaartal | opkomst (%) |
|---|---|
| 1986 | 73 |
| 1990 | 62 |
| 1994 | 66 |
| 1998 | 59 |
| 2002 | 58 |
| 2006 | 58 |
| 2010 | 54 |
| 2014 | 54 |
| 2018 | 55 |
| 2022 | 51 |
bron: Stichting Cito – Kiesraad, 2023
Vraag 5 2 punten
Beredeneer op basis van figuur 1 dat het gezag van de gemeenteraden de afgelopen veertig jaar is veranderd. Gebruik in je redenering:
- de omschrijving van het kernconcept gezag;
- gegevens uit figuur 1 waaruit verandering blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit figuur 1 blijkt een daling in de opkomst tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in de periode van de jaren tachtig van de vorige eeuw tot in de jaren twintig van deze eeuw. Midden jaren tachtig heeft ruim 70% van alle kiesgerechtigden gestemd, terwijl begin jaren twintig ruim 50% gestemd heeft.
- Het zou kunnen dat steeds meer burgers uit onvrede of desinteresse niet gaan stemmen, omdat zij de macht van de gemeenteraad niet meer als legitiem beschouwen. In dat geval is het gezag van de gemeenteraden afgenomen in de afgelopen veertig jaar.
Open Hiring
Bij deze opgave hoort tekst 2 uit het bronnenboekje.
Deze opgave gaat over een nieuwe sollicitatiemethode genaamd Open Hiring. Bij Open Hiring hoeven werkzoekenden, in tegenstelling tot bij traditionele sollicitatiemethodes, geen sollicitatiegesprek te voeren en zijn opleiding, ervaring en arbeidsverleden niet relevant. De enige eis is dat de werkzoekende denkt het werk aan te kunnen. Wie interesse heeft in een bepaalde baan, zet zijn of haar naam op een lijst van het bedrijf. Als de baan vrij is of komt, dan kan de eerste op de lijst direct aan de slag.
tekst 2
Waardigheid herstellen met Open Hiring
(...) Open Hiring is ontwikkeld door
Bernie Glassman, de oprichter van
Bakkerij Greyston in de stad
Yonkers, in de Amerikaanse staat
5 New York. Het kwam voort uit zijn
streven om een gemeenschap die het
moeilijk had te helpen herstellen. (...)
Hij begreep dat gemeenschappen die
het moeilijk hebben, kampen met een
10 gebrek aan kansen als gevolg van
grote belemmeringen op de
arbeidsmarkt, vooral voor mensen
die vaak geen kans maken in
traditionele sollicitatieprocedures.
15 Denk hierbij aan jongeren die zonder
diploma het onderwijs verlaten
hebben of ex-gedetineerden. In
Yonkers was er een tekort aan
officiële banen voor bovengenoemde
20 groepen mensen, waardoor vele van
hen hun toevlucht namen tot de
kleine criminaliteit, drugshandel en
gevaarlijke en illegale manieren van
geld verdienen.
(...) Glassman zag dat sommige van
deze mensen volkomen geschikt en
bereid waren om een baan aan te
nemen als ze de kans kregen. Hij
opende een bakkerij als een
30 hulpmiddel om kansarme mensen
aan het werk te helpen en gebruikte
een vernieuwende sollicitatie-
procedure¹ om belemmeringen voor
het vinden van een baan weg te
35 nemen. (...)
Het voorbeeld van Dion Drew
Dion had van andere leden van de
gemeenschap over Greyston
gehoord en zette zijn naam in 2009
40 op de wervingslijst. Hij was zonder
geld teruggekeerd naar Yonkers, zijn
geboortestad, nadat hij in een
gevangenis had gezeten vanwege
drie overtredingen in de drugshandel.
45 Hij had zo’n acht maanden naar een
baan gezocht, had alleen maar
afwijzingen gekregen en stond op het
punt om de verkoop van drugs weer
op te pakken. Zijn leven veranderde
50 echter toen hij een telefoontje kreeg
waarin hij een baan kreeg
aangeboden van Bakkerij Greyston.
Voor het eerst in lange tijd voelde hij
zich positief en hoopvol. Een
55 gerespecteerd bedrijf vertrouwde
hem, bood hem een opleidingsplaats
en herkende zijn mogelijkheden. Het
bedrijf stelde geen vragen over zijn
verleden en hij zag dit als een unieke
60 kans.
Ineens voelde hij zich erkend als een
mens die een positieve bijdrage kan
leveren aan de samenleving. Hij zegt
dat het telefoontje van Greyston zijn
65 leven heeft veranderd. Tien jaar en
verschillende promoties later werkt
hij als leidinggevende in de bakkerij
en leidt hij nieuwe medewerkers op.
Onlangs kocht hij een auto en
70 verhuisde hij met zijn verloofde en
hun kinderen naar een huis met drie
slaapkamers.
“Ik heb alle doelen bereikt die ik voor
mezelf gesteld had”, zegt Drew, die
75 soms overmand wordt door emoties
bij het vertellen van zijn verhaal. (...)
Dion Drew is weer in contact
gekomen met zijn oorspronkelijke
waarde als mens en voelt zich
waardevol (...).
bron: Pirson & Livne-Tarandach, Rutgers Business Review, 2020
noot 1 Zie voor een beschrijving van deze sollicitatieprocedure (Open Hiring) de inleiding van de opgave.
Gebruik regel 1 tot en met 35 van tekst 2.
Uit tekst 2 blijkt dat er in de stad Yonkers sprake is van sociale ongelijkheid.
Er zijn verschillende soorten sociale ongelijkheid te onderscheiden, zoals ongelijke verdeling van economische hulpbronnen.
Vraag 6 2 punten
Beredeneer welke andere soort sociale ongelijkheid die van invloed is op het vinden van een baan, wordt tegengegaan met Open Hiring. Gebruik in je redenering:
- de naam en een voorbeeld van een andere soort sociale ongelijkheid;
- informatie uit regel 1 tot en met 35 van tekst 2 om deze soort sociale ongelijkheid te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Met Open Hiring wordt een ongelijke verdeling van symbolische hulpbronnen die van invloed is op het vinden van een baan tegengegaan. De invloed die (een lage) status heeft op het vinden van een baan wordt met Open Hiring namelijk tegengegaan.
- Uit tekst 2 blijkt dat bepaalde mensen, zoals ex-gedetineerden, niet worden aangenomen bij de traditionele sollicitatieprocedures. Deze mensen ervaren grote belemmeringen bij het vinden van werk (r. 8-17). Dat deze mensen niet worden aangenomen bij de traditionele sollicitatieprocedures, en andere groepen mensen wel, kan het gevolg zijn van de lagere status die zij hebben, dat wil zeggen dat ex-gedetineerden minder gewaardeerd worden (ten opzichte van de mensen die niet tot deze gemarginaliseerde groepen behoren), omdat zij een crimineel verleden hebben. Met Open Hiring worden deze ex-gedetineerden/kansarme mensen aangenomen (r. 28-35).
Stelling: Open Hiring vergroot de subjectieve arbeidsmarktkansen.
Vraag 7 1 punt
Wat betekent dit?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Gebruik regel 36 tot en met 80 van tekst 2.
Open Hiring heeft voor Dion Drew uiteindelijk geleid tot opwaartse sociale mobiliteit.
Vraag 8 3 punten
Leg uit dat de opwaartse sociale mobiliteit van Dion Drew het gevolg is van zowel positietoewijzing als positieverwerving. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van opwaartse sociale mobiliteit;
- een omschrijving van positietoewijzing en informatie uit regel 36 tot en met 80 van tekst 2 waaruit de opwaartse sociale mobiliteit door positietoewijzing blijkt;
- een omschrijving van positieverwerving en informatie uit regel 36 tot en met 80 van tekst 2 waaruit de opwaartse sociale mobiliteit door positieverwerving blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- De opwaartse sociale mobiliteit van Dion Drew, dat wil zeggen de hogere maatschappelijke positie die Dion Drew verkregen heeft (als leidinggevende in de bakkerij),
- is het gevolg van positietoewijzing, omdat de nieuwe sollicitatiemethode Open Hiring een voorbeeld is van een maatschappelijke oorzaak die buiten een persoon ligt. Uit tekst 2 blijkt dat Dion Drew eerst onderaan de maatschappelijke ladder stond als ex-gedetineerde zonder baan (r. 40-49), maar door Open Hiring werd aangenomen bij Bakkerij Greyston (waardoor hij dus een hogere sociale positie heeft bereikt).
- Daarnaast is de opwaartse sociale mobiliteit van Dion Drew ook het gevolg van positieverwerving, omdat hij daar ook persoonlijk aan heeft bijgedragen. Hij heeft namelijk zijn naam op de lijst gezet bij Bakkerij Greyston (r. 39-40) en hij is daar daarna gaan werken en hij heeft zichzelf binnen het bedrijf opgewerkt tot leidinggevende (r. 65-68).
Gebruik regel 36 tot en met 80 van tekst 2.
Vraag 9 2 punten
Beredeneer dat Open Hiring de identiteit van Dion Drew veranderd heeft. Gebruik in je redenering:
- de omschrijving van het kernconcept identiteit;
- informatie uit regel 36 tot en met 80 van tekst 2 waaruit een verandering van identiteit blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- In tekst 2 staat dat ex-gedetineerde Dion Drew, nadat hij via Open Hiring werd aangenomen door Bakkerij Greyston, een maatschappelijk geaccepteerde carrière heeft kunnen maken (r. 63-72) en dat hij zich waardevol is gaan voelen (r. 77-80) / zich erkend voelde als een mens die een positieve bijdrage kan leveren aan de samenleving (r. 61-63).
- Dus heeft Open Hiring het beeld dat Dion Drew van zichzelf heeft en dat is afgeleid van (zijn perceptie over) de groep waar hij deel van uitmaakt, namelijk als werknemer in plaats van ex-gedetineerde, veranderd.
Gebruik regel 36 tot en met 80 van tekst 2.
In tekst 2 wordt beschreven dat Dion Drew na de vele afwijzingen bij sollicitaties op het punt stond om weer drugs te gaan verkopen.
De bindingstheorie is een theorie om crimineel gedrag te verklaren. Er zijn verschillende typen sociale bindingen, waaronder cognitieve bindingen.
Vraag 10 3 punten
Geef met behulp van de bindingstheorie en twee andere typen bindingen een verklaring voor het feit dat Dion Drew niet meer is teruggevallen in de drugscriminaliteit. Gebruik in je verklaring:
- een omschrijving van de bindingstheorie;
- twee andere typen bindingen;
- bij elk type binding informatie uit regel 36 tot en met 80 van tekst 2.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- De bindingstheorie stelt dat maatschappelijke bindingen remmend werken op crimineel gedrag. Met zijn werk bij Bakkerij Greyston kreeg Dion Drew maatschappelijke bindingen die hij voorheen niet had, waardoor hij niet meer is teruggevallen in de drugscriminaliteit.
- Zo heeft het werken bij de bakkerij voor Dion Drew tot een economische binding geleid. Dion Drew werkt er tien jaar en meerdere promoties later nog steeds (r. 65-68). Werk / Het geld dat met werk verdiend wordt, is een voorbeeld van een economische binding.
- Ook heeft het werken bij de bakkerij voor Dion Drew tot een affectieve binding met het bedrijf geleid. Door het bedrijf voelt hij zich erkend als een mens die een positieve bijdrage kan leveren aan de samenleving (r. 61-63).
Opmerking: Als het antwoord geen verklaring bevat, dan kunnen maximaal 2 scorepunten worden toegekend.
Een tweede familie
Bij deze opgave hoort tekst 3 uit het bronnenboekje.
Op Okinawa, een Japanse eilandengroep, leven mensen opmerkelijk langer, gezonder en gelukkiger dan de meeste mensen elders. Onderzoeker Dan Buettner verklaart de hoge levensverwachting op Okinawa met de moai-traditie. Moai’s zijn een soort tweede familie. Het zijn groepen waarin mensen vanaf hun kindertijd worden opgenomen. Deze opgave gaat over moai’s op Okinawa, Japan.
tekst 3
Moai
(…) Moai’s zijn sociale groepen die
gevormd worden in de kindertijd en
voortduren tot op hoge leeftijd. De
term moai ontstond honderden jaren
5 geleden voor een systeem van
financiële ondersteuning in een dorp.
(...) Als een persoon geld nodig had
om land te kopen of voor een
noodgeval, dan was de enige manier
10 dat de dorpsbewoners zelf geld bij
elkaar legden. Tegenwoordig is dit
systeem uitgegroeid tot een sociaal
netwerk, een culturele traditie voor
sociale steun.
In kleine buurten verspreid over
Okinawa, komen vrienden samen
(soms dagelijks en soms een paar
keer per week) met een
gemeenschappelijk voornemen om te
20 roddelen, te genieten van het leven,
advies te delen en zelfs om financiële
bijstand te geven als dat nodig is. Ze
noemen deze groepen hun moai. Van
oudsher worden ongeveer vijf jonge
25 kinderen aan elkaar gekoppeld in een
groep en op dat moment gaan ze een
verbintenis voor het leven met elkaar
aan. Ze komen regelmatig samen
met hun moai voor zowel werk als
30 plezier en om middelen met elkaar te
delen, alsof het hun tweede familie
is. Sommige moai’s zijn meer dan 90
jaar bij elkaar gebleven!
Een van de vrouwen met wie Dan
Buettner en mede-onderzoekers in
Okinawa het genoegen hadden om
kennis te maken, was Klazuko
Manna, die met haar 77 jaar de
jongste van haar moai was. Ze
40 benadrukte dat het niet alleen om
roddelen en kletsen gaat – het is
diepgaande steun en respect voor
elkaar. “Elk lid weet dat haar
vrienden net zoveel op haar rekenen
45 als zij op haar vrienden. Als je ziek
wordt, je partner overlijdt of als je
geen geld meer hebt, weten we dat
iemand je zal helpen. Het is veel
gemakkelijker om door het leven te
50 gaan als je weet dat er een stevig
vangnet is.” Tot op de dag van
vandaag is ongeveer de helft van de
Okinawanen lid van minstens één
moai. (…)
55 Onderzoek toont aan dat je sociale
contacten een langdurig effect
kunnen hebben op je gezondheid en
geluk. (...) In Okinawa weten leden
van een moai met zekerheid dat er
60 altijd iemand voor hen is, wat stress-
verlagend werkt. (...) Ouderen zonder
goede vrienden hebben een grotere
kans om chronische ziekten zoals
hartaandoeningen, diabetes en
65 depressie te ontwikkelen dan hun
leeftijdgenoten met goede vrienden.
(...) Door een goede vriendenkring te
hebben, voeg je niet alleen jaren aan
je leven toe, maar geniet je ook net
70 iets meer van je tijd hier op aarde.
(...)
bron: Aislinn Kotifani, bluezones.com, 2018
Gebruik regel 1 tot en met 33 van tekst 3.
Vraag 11 2 punten
Leg uit dat in de moai op Okinawa een sociale institutie te herkennen is. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept sociale institutie;
- informatie uit regel 1 tot en met 33 van tekst 3 waaruit sociale institutie blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit tekst 3 blijkt dat van oudsher rond de vijf jonge kinderen aan elkaar worden gekoppeld en dat zij een verbintenis voor het leven met elkaar aangaan (r. 23-28), waarin een min of meer geformaliseerde regel te herkennen is.
- Deze min of meer geformaliseerde regel reguleert het gedrag van en de relaties tussen de leden van een moai. Uit tekst 3 blijkt namelijk dat de leden van een moai regelmatig bij elkaar komen voor onder andere werk en plezier (r. 28-30). Daarom is in de moai op Okinawa een sociale institutie te herkennen.
Opmerking: Als het antwoord geen uitleg bevat, dan kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.
Gebruik regel 1 tot en met 54 van tekst 3.
Vraag 12 2 punten
Leg uit dat er tussen de leden van een moai sprake is van samenwerking. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept samenwerking;
- informatie uit regel 1 tot en met 54 van tekst 3 waaruit samenwerking blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit tekst 3 blijkt dat de leden van een moai als (jonge) kinderen aan elkaar gekoppeld worden en dat zij een verbintenis voor het leven aangaan (r. 23-28). Zij vormen dus relaties om het handelen op elkaar af te stemmen.
- De leden van een moai doen dit voor een gemeenschappelijk doel, namelijk om elkaar te steunen, sociaal en financieel (r. 7-14; r. 43-48).
Opmerking: Als het antwoord geen uitleg bevat, dan kan maximaal 1 scorepunt worden toegekend.
Gebruik regel 1 tot en met 54 van tekst 3.
Vraag 13 3 punten
Beredeneer met het hoofdconcept binding dat de samenleving op Okinawa minder geïndividualiseerd is dan de Nederlandse samenleving. Gebruik in je redenering:
- de omschrijving van het hoofdconcept binding;
- informatie uit regel 1 tot en met 54 van tekst 3 om binding te illustreren;
- de omschrijving van het kernconcept individualisering;
- informatie uit regel 1 tot en met 54 van tekst 3 die je redenering ondersteunt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Uit tekst 3 blijkt dat de relaties en afhankelijkheden tussen mensen op Okinawa in belangrijke mate worden bepaald door de moai-traditie (r. 11-14; r. 51-54).
- Moai’s worden op jonge leeftijd gevormd door groepjes van ongeveer vijf kinderen samen te stellen die vervolgens een levenslang durende verbintenis met elkaar aangaan, waarin ze elkaar steunen op veel verschillende gebieden (r. 11-14; r. 23-28; r. 41-51).
- Hieruit blijkt dat de mensen/kinderen op Okinawa in mindere mate hun zelfstandigheid op het gebied van vriendschap / zelfstandig hun keuze wie hun vrienden worden / met wie zij relaties en afhankelijkheden/bindingen aangaan, bepalen dan in de Nederlandse samenleving. Daarom kan worden gesteld dat de samenleving op Okinawa minder geïndividualiseerd is dan de Nederlandse samenleving.
Gebruik regel 1 tot en met 54 van tekst 3.
In tekst 3 staat dat de moai’s zich tegenwoordig ontwikkeld hebben tot een culturele traditie voor sociale steun.
Vraag 14 2 punten
Leg uit dat je zou kunnen spreken van een ‘moai-cultuur’. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept cultuur;
- informatie uit regel 1 tot en met 54 van tekst 3 waaruit cultuur blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Je zou kunnen spreken van een ‘moai-cultuur’, omdat in moai’s gemeenschappelijke normen, waarden en opvattingen gelden, zoals de waarde behulpzaamheid en de norm dat je je moai-vrienden helpt in tijden van nood.
- Zo blijkt uit tekst 3 dat elk lid van een moai weet dat vrienden in een moai op elkaar kunnen rekenen en dat er altijd een vriend (in de moai) zal zijn die je helpt als je bijvoorbeeld ziek bent, iemand verliest of gebrek aan geld hebt (r. 43-48).
Gebruik regel 55 tot en met 71 van tekst 3.
Vraag 15 2 punten
Leg uit dat in tekst 3 een verband wordt gelegd tussen gezondheid en sociale cohesie. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie;
- informatie uit regel 55 tot en met 71 van tekst 3 waaruit sociale cohesie blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- In tekst 3 staat dat leden van een moai de stressverlagende zekerheid hebben van het weten dat er altijd iemand voor hen is, om hen te helpen (r. 58-61). Weten dat er altijd iemand in jouw moai is om je te helpen betekent dat er een grote mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn is en dat draagt bij aan het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van een gemeenschap. Er is dan sprake van sociale cohesie.
- Deze sociale bindingen die mensen/leden van een moai met elkaar hebben, kunnen volgens tekst 3 een langetermijninvloed hebben op iemands gezondheid (r. 55-58). In tekst 3 staat ook dat oudere mensen zonder goede vrienden eerder chronische ziekten ontwikkelen (r. 61-66). In tekst 3 wordt dus een verband gelegd tussen gezondheid en sociale cohesie.
Gebruik tekst 3.
Hofstede onderscheidt zes verschillende culturele dimensies. Drie hiervan zijn:
- grote machtsafstand versus kleine machtsafstand;
- individualistisch versus collectivistisch;
- langetermijngerichtheid versus kortetermijngerichtheid.
De zes dimensies hebben elk twee polen. Zo heeft de dimensie individualistisch versus collectivistisch de pool individualistisch en de pool collectivistisch.
Vraag 16 2 punten
Beredeneer bij welke pool van een andere dimensie van Hofstede de traditie van moai’s op Okinawa past. Gebruik in je redenering:
- de naam en omschrijving van de gekozen pool;
- informatie uit tekst 3 om de gekozen pool te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- De traditie van de moai’s past bij de pool hoge onzekerheidsvermijding (van de dimensie van Hofstede lage onzekerheidsvermijding versus hoge onzekerheidsvermijding).
- In samenlevingen met een hoge onzekerheidsvermijding voelen mensen zich sneller bedreigd door onzekere of onbekende situaties dan in samenlevingen met lage onzekerheidsvermijding. Met de moai’s beschermen mensen zich tegen onzekere situaties en mogelijke risico’s die ze lopen op bijvoorbeeld het gebied van gezondheid en financiën. Leden van een moai weten dat zij altijd op de moai(-leden) kunnen rekenen als zij een probleem krijgen (r. 43-48; r. 58-61).
Inkomensafhankelijke boetes?
Bij deze opgave hoort tekst 4 uit het bronnenboekje.
Verkeersovertredingen worden in Nederland bestraft met standaardboetes. De hoogte van een standaardboete is afhankelijk van de ernst van het delict en is voor iedereen gelijk. Hoogleraar Elena Kantorowicz-Reznichenko van de Erasmus Universiteit Rotterdam pleit voor inkomensafhankelijke boetes. De hoogte van een inkomensafhankelijke boete is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de verkeersovertreder.
tekst 4
Moeten rijke mensen een hogere prijs betalen voor verkeersovertredingen?
(…) In verschillende Europese
landen wordt een inkomens-
afhankelijk boetesysteem
gehanteerd, waarbij overtredende
5 grootverdieners¹ hogere
verkeersboetes betalen dan
verkeersovertreders met een laag
inkomen. (…) Toch krijgt een
inkomensafhankelijk verkeersboete-
10 systeem geen voet aan de grond in
Nederland. Een gemiste kans
volgens Elena Kantorowicz-
Reznichenko, hoogleraar (…) aan
Erasmus School of Law en expert op
15 het gebied van inkomensafhankelijke
boetes.
(…) Standaard verkeersboetes zijn
volgens Kantorowicz-Reznichenko
makkelijk toe te passen en lijken op
20 het eerste gezicht eerlijk omdat ze
voor alle overtreders gelijk zijn.
Daarentegen (…), hoe armer de
overtreder, hoe meer van diens
inkomen wordt gebruikt om de
25 verkeersboete te betalen. Zo zou een
boete van 200 euro ongeveer 16%
uitmaken van het maandloon van
iemand die 1.200 euro per maand
verdient, en 2% voor iemand die
30 10.000 euro per maand verdient.
“Ten gevolge draagt de armere
persoon een zwaardere last voor
precies dezelfde overtreding dan de
rijkere persoon”, concludeert
35 Kantorowicz-Reznichenko.
Een ander voordeel van inkomens-
afhankelijke boetes dat Kantorowicz-
Reznichenko benadrukt, is het betere
vermogen om overtreders af te
40 schrikken: “Met de standaard
verkeersboete kan het ‘recht’ op
overtredingen eenvoudigweg worden
gekocht door degenen voor wie dit
bedrag verwaarloosbaar is. Door de
45 boete te koppelen aan het inkomen
van mensen kunnen zij beter worden
afgeschrikt om de wet te overtreden,
ongeacht hun inkomen en vermogen”
(…).
50 (…) Politieke partijen als de SP en de
ChristenUnie opperden het
inkomensafhankelijke systeem
enkele jaren geleden al, maar
ervoeren veel weerstand.
55 Deze weerstand tegen een dergelijk
boetemodel kan verschillende
redenen hebben, vertelt Kantorowicz-
Reznichenko. “Ten eerste brengt een
dergelijk systeem meer complexiteit
60 met zich mee dan de standaard-
boetes. In beginsel moet het inkomen
van elke overtreder in kaart worden
gebracht wanneer een boete wordt
opgelegd. Ten tweede zou de
65 informatie die nodig is om de juiste
boete te ontwerpen het recht op
privacy van het individu kunnen
schenden. Ten slotte maken
sommigen zich zorgen over te hoge
70 boetes voor de rijkste overtreders. Zo
kreeg een directeur van Nokia in
Finland meer dan 100.000 euro
boete voor een snelheids-
overtreding”, aldus Kantorowicz-
75 Reznichenko. (…)
bron: eur.nl, 2022
noot 1 grootverdiener = iemand met een hoog inkomen
Gebruik de inleiding van deze opgave.
Het strafrecht onderscheidt daadrecht en daderrecht.
Vraag 17 2 punten
a Leg uit bij welk type recht het geven van standaardboetes voor verkeersovertredingen past.
b Leg uit bij welk type recht het geven van inkomensafhankelijke boetes voor verkeersovertredingen past.
Gebruik voor a en b in je uitleg telkens:
- een omschrijving van het begrip daadrecht of daderrecht;
- informatie uit de inleiding van deze opgave waaruit het gekozen type recht blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
a In de inleiding staat dat bij standaardboetes de hoogte van de boete afhankelijk is van de ernst van het delict en voor iedereen gelijk is. Het daadrecht stelt de daad centraal en gaat uit van gestandaardiseerde sancties voor elke soort overtreding. Dus past het geven van standaardboetes bij het daadrecht.
b In de inleiding staat dat bij inkomensafhankelijke boetes de hoogte van de boete afhankelijk is van de hoogte van het inkomen van de verkeersovertreder. Het daderrecht houdt rekening met persoonskenmerken en de sociale omstandigheden van de dader, zoals de hoogte van het inkomen van de overtreder. Dus past het geven van inkomensafhankelijke boetes bij het daderrecht.
Gebruik regel 1 tot en met 35 van tekst 4.
Er zijn drie vormen van kapitaal.
Vraag 18 3 punten
Leg uit welke vorm van kapitaal in het boetesysteem met standaardboetes de sociale ongelijkheid vergroot, volgens Kantorowicz-Reznichenko. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept sociale ongelijkheid;
- informatie uit regel 1 tot en met 35 van tekst 4 waaruit sociale ongelijkheid blijkt;
- de naam van een vorm van kapitaal;
- informatie uit regel 1 tot en met 35 van tekst 4 waaruit de gekozen vorm van kapitaal blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Volgens tekst 4 hebben sommige overtreders een maandloon van 1.200 euro en andere overtreders een maandinkomen van 10.000 euro (r. 28-30). Dit maandelijkse inkomen is economisch kapitaal.
- Een standaardboete maakt procentueel een groter deel uit van het inkomen van een overtreder met een lager maandloon dan van een overtreder met een hoger maandloon (r. 25-30).
- Dat wil zeggen dat in een boetesysteem met standaardboetes loonverschillen tussen overtreders leiden tot een (nog) ongelijkere verdeling van schaarse zaken, zoals geld/inkomen. Dus vergroot in het boetesysteem met standaardboetes economisch kapitaal de sociale ongelijkheid, volgens Kantorowicz-Reznichenko.
Gebruik regel 36 tot en met 49 van tekst 4.
Volgens Kantorowicz-Reznichenko schrikken inkomensafhankelijke boetes meer af dan standaardboetes. In regel 36 tot en met 49 van tekst 4 licht ze dit toe.
Vraag 19 2 punten
Verklaar met de rationele keuzetheorie dat voor mensen met een hoog inkomen de afschrikwekkende werking van standaardboetes klein is en ook dat de afschrikwekkende werking van inkomensafhankelijke boetes groter is. Gebruik in je verklaring:
- bij beide soorten boetes een omschrijving van de rationele keuzetheorie;
- bij beide soorten boetes informatie uit regel 36 tot en met 49 van tekst 4 om de rationele keuzetheorie te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Kantorowicz-Reznichenko stelt dat met standaardboetes overtredingen kunnen worden afgekocht door mensen met een (hoog) inkomen, voor wie het bedrag van de standaardboete verwaarloosbaar is (r. 40-44). Mensen voor wie het bedrag van een standaardboete onbeduidend is, zullen de baten van het overtreden van de wet, bijvoorbeeld ergens sneller aankomen wanneer zij te hard rijden, dus hoger inschatten/beschouwen dan de kosten, namelijk het krijgen van de standaardboete voor de overtreding (want die kosten zijn voor hen geen enkel probleem).
- Een inkomensafhankelijke boete zal deze mensen (voor wie het bedrag van een standaardboete onbeduidend is) beter afschrikken (r. 44-49). Bij een inkomensafhankelijke boete zullen de kosten voor deze mensen veel hoger zijn (want hoe hoger het inkomen, hoe hoger de boete). De kans dat zij de baten van te hard rijden dan lager inschatten dan de kosten (een boete) is dan veel groter.
Gebruik regel 36 tot en met 49 van tekst 4.
In regel 36 tot en met 49 benoemt Kantorowicz-Reznichenko een voordeel van inkomensafhankelijke boetes ten opzichte van standaardboetes. Stel dat je wilt onderzoeken of dit genoemde voordeel klopt.
Vraag 20 3 punten
- Formuleer een hypothese die je voorafgaand aan dit onderzoek zou kunnen stellen.
- Benoem de afhankelijke en de onafhankelijke variabele in je hypothese.
- Formuleer een vraag die je in een enquête zou kunnen stellen om de afhankelijke variabele te meten.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Als een boete inkomensafhankelijk is, dan worden mensen met een hoog inkomen meer afgeschrikt om een strafbaar feit te begaan dan als er een standaardboete gegeven wordt. / Als een boete inkomensafhankelijk is, dan overtreden mensen met een hoog inkomen de wet minder vaak dan als er een standaardboete gegeven wordt.
- onafhankelijke variabele: het type boete / inkomensafhankelijke boete of standaardboete; afhankelijke variabele: de mate waarin mensen met een hoog inkomen worden afgeschrikt om een strafbaar feit te begaan / de mate waarin mensen met een hoog inkomen de wet overtreden
- Let je er met een inkomensafhankelijke boete meer op dat je binnen de snelheidslimiet blijft / geen verkeersovertreding begaat dan met de standaardboete?
Gebruik regel 17 tot en met 54 van tekst 4.
In tekst 4 staat dat het invoeren van inkomensafhankelijke boetes al eens is voorgesteld door onder meer de politieke partij SP. De SP kan gerekend worden tot de socialistische stroming.
Vraag 21 1 punt
Geef met een uitgangspunt van de socialistische stroming een argument tegen het systeem van standaardboetes. Gebruik in je antwoord:
- een uitgangspunt van de socialistische stroming;
- informatie uit regel 17 tot en met 54 van tekst 4 die je argument ondersteunt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
Een uitgangspunt van de socialistische stroming is gelijkheid en het systeem van standaardboetes vergroot de ongelijkheid tussen mensen met lagere en mensen met hogere inkomens. Voor eenzelfde overtreding draagt een armere persoon procentueel een zwaardere last dan een rijkere persoon (r. 25-34).
Gebruik regel 50 tot en met 75 van tekst 4.
In de redenen voor de politieke weerstand tegen inkomensafhankelijke boetes is een andere politieke hoofdstroming dan de socialistische stroming te herkennen.
Vraag 22 2 punten
Geef met een uitgangspunt van deze andere politieke hoofdstroming een argument tegen het invoeren van inkomensafhankelijke boetes. Gebruik in je antwoord:
- een uitgangspunt en de naam van deze andere politieke hoofdstroming;
- informatie uit regel 50 tot en met 75 van tekst 4 om het gekozen uitgangspunt te illustreren.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
- Het invoeren van inkomensafhankelijke boetes kan het recht op privacy van het individu schenden (r. 66-68).
- Dat wil zeggen dat het invoeren van inkomensafhankelijke boetes aan individuele rechten raakt, wat een uitgangspunt van de liberale stroming is.
Gebruik de inleiding van deze vraag en regel 50 tot en met 75 van tekst 4.
In 2021 heeft de SP een motie ingediend om de mogelijkheden van inkomensafhankelijke boetes in Nederland nader te onderzoeken. Daarna heeft de Raad voor de rechtspraak hierover een rapport geschreven. De weerstand tegen inkomensafhankelijke boetes is echter groot, zoals uit tekst 4 blijkt.
Het barrièremodel is een model voor politieke besluitvorming. Het model onderscheidt vier barrières. Een daarvan is het (h)erkend krijgen van een wens, zoals een inkomensafhankelijk boetesysteem, als politiek probleem.
Vraag 23 2 punten
a Leg uit welke andere barrière is genomen met de motie van de SP. Gebruik in je uitleg informatie uit de inleiding van deze vraag.
b Beredeneer dat de eerstvolgende barrière lastig te nemen zal zijn. Gebruik in je redenering:
- de naam van de eerstvolgende barrière die nog niet genomen is;
- informatie uit regel 50 tot en met 75 van tekst 4 die je redenering ondersteunt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld van een juist antwoord:
a De barrière die is genomen met de motie van de SP, is het toekennen van een hoge prioriteit aan de kwestie van inkomensafhankelijke boetes. Uit de inleiding van de vraag blijkt namelijk dat de SP een motie heeft ingediend om de mogelijkheden van inkomensafhankelijke boetes in Nederland nader te onderzoeken en dat er ook onderzoek heeft plaatsgevonden. Het onderwerp stond dus op de politieke agenda.
b De barrière ‘beslissen over (een beleidsmatige oplossing van) het probleem’ zal lastig te nemen zijn. Volgens Kantorowicz-Reznichenko maken sommigen zich zorgen over het schenden van het recht op privacy (r. 64-68). Een mogelijke schending van de privacy bemoeilijkt de beslissing over de inkomensafhankelijke boetes.
Het proces van politieke besluitvorming kan met het systeemmodel en met het barrièremodel geanalyseerd worden. Beide modellen benadrukken andere aspecten van politieke besluitvorming. Het barrièremodel legt de nadruk op een kernconcept in politieke besluitvorming.
Vraag 24 1 punt
Welk kernconcept wordt in het barrièremodel het meeste benadrukt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Maatschappijwetenschappen 2025, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens maatschappijwetenschappen havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1?
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over macht en gezag (10), verhouding (6) en vorming (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/havo/documenten/cse-1/ha-1034-a-25-1-c).
Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen havo 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.