Eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Vrouwenvoetbal, Opgave 2 Straffen en vertrouwen in de rechtspraak, Opgave 3 Een dementievriendelijke samenleving.
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 27. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vorming (9), macht en gezag (9) en binding (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Vorming | 1, 3, 5-6, 18, 21, 24-26 | 9 |
| Macht en gezag | 7-9, 13, 16-17, 19-20, 23 | 9 |
| Binding | 14-15, 22 | 3 |
| Verhouding | 2, 27 | 2 |
| Verandering | 4 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens maatschappijwetenschappen havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over vorming (38% van de vragen, gemiddeld 23%). Minder over verhouding (8% van de vragen, gemiddeld 16%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Vrouwenvoetbal
Bij deze opgave horen de teksten 1 en 2 uit het bronnenboekje.
Gebruik tekst 1. Er bestaat een onderscheid tussen gender en sekse.
Vraag 1 2 punten
Leg uit of er in regel 14 tot en met 23 van tekst 1 sprake is van het indelen van vrouwen op grond van sekse of van het indelen van vrouwen op grond van gender. Geef daarbij aan wat het verschil is tussen sekse en gender.
Tekst 1
Waarom het vrouwenvoetbal niet populair is (…)
Voetballende vrouwen krijgen net 40 en dé specialist op het terrein. (…) zoveel kansen als mannen, denken Gezien de spectaculaire opkomst van we. Toch stuiten ze op subtiele het Nederlands vrouwenvoetbal, zou culturele barrières. (…) Het bekijken je verwachten dat Prange
5 van voetballende vrouwen lijkt nog optimistisch gestemd is, maar gêne te veroorzaken. Zwetende, 45 daarvan is (…) weinig te merken. Het knokkende, in voetbalbroek gestoken door haar geleide onderzoek heeft dames zouden er niet aantrekkelijk haar vermoeden bevestigd dat het genoeg uitzien. (…) In 2004 raadde gros van de mannen nog altijd ‘geen
10 FIFA 1) -voorzitter Sepp Blatter enkele belangstelling vertoont voor vrouwen nog aan in ‘vrouwelijke 50 de sportieve prestaties van vrouwen’ kleren te sporten, in strakkere
- en dat probleem is breder dan het broekjes bijvoorbeeld’. Dat zou de voetbalwereldje. (…) sport populairder maken. In zijn
15 woorden klinkt het traditionele idee Het argument dat ‘het sportpubliek’, door dat vrouwen beter sporten vaak mannen van middelbare leeftijd, kunnen beoefenen waarin ze er leuk 55 vrouwenvoetbal niet interessant of uitzien, zoals turnen, paardrijden, aantrekkelijk genoeg vindt, zorgt er zwemmen. Zulke ‘sierlijke’ sporten weer voor dat er te weinig geld naar
20 mogen vrouwen al een eeuw lang vrouwen gaat, constateert Prange. beoefenen; voetbal werd nog tot diep Zo ontstaat een vicieuze cirkel: in de vorige eeuw als een veel te 60 “Vrouwenvoetbal lijkt de wind mee te ruwe bezigheid beschouwd
- in hebben, maar we moeten ons niet Nederland tenminste. In 1938 stelde vergissen in de bestuurders. Dat zijn
25 de KNVB2) zijn velden niet meer voor haast allemaal mannen, en niet altijd vrouwen open. Pas in 1979 stond de zo professioneel. Die willen alleen bond meiden weer toe lid te worden 65 geld steken in wat aandacht krijgt in van een voetbalvereniging. de media. Terwijl de media alleen Voetballende vrouwen moeten zich uitzenden waar hun kijkers al bekend
30 dus op twee fronten bewijzen: ze mee zijn.” Dat schiet natuurlijk niet moeten net zo krachtig, hard en snel op, verzucht Prange. “Soms denk ik kunnen voetballen als mannen, maar 70 weleens dat er sinds de jaren tachtig ze mogen er ook weer niet als weinig is gebeurd. Ja, vrouwen ‘manwijven’ uitzien. (…) worden gestimuleerd, maar alleen als ze mannen niet in de weg zitten. Dat
35 (…) Martine Prange (…) is zie je op alle niveaus terug”, legt hoogleraar filosofie in Tilburg, hoofd 75 Prange uit. Als sportclubs van het door de NWO ondersteunde bezuinigen, gaan de vrouwenteams onderzoeksproject ‘Van er het eerste uit. Zo geef je vrouwen voetbalvrouwen tot vrouwenvoetbal’ het gevoel dat ze onbelangrijk zijn.
“Stel dat je trainer bent van vrouwen dat moment een extra training inlast,
80 en je wilt om 16.00 uur op veld 1 word je opzij geschoven. (…)” spelen. Zodra een team mannen op
naar: www.trouw.nl, 14 juli 2017
noot 1 FIFA = Fédération Internationale de Football Association: de internationale voetbalbond noot 2 KNVB = Koninklijke Nederlandse Voetbalbond
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het verschil tussen sekse en gender: gender verwijst naar de cultureel bepaalde verschillen tussen mannen en vrouwen en sekse verwijst naar de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen (1) • een uitleg dat er in regel 14-23 van tekst 1 sprake is van het indelen van vrouwen op grond van gender, met een toepassing van het begrip gender (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Gender verwijst naar de cultureel bepaalde verschillen tussen mannen en vrouwen en sekse naar de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen (1) • Dat vrouwen beter ‘sierlijke’ sporten kunnen beoefenen waarbij ze er leuk uitzien en dat voetbal een veel te ruwe bezigheid voor vrouwen zou zijn (r. 14-23) is een voorbeeld van gender, want het gaat over cultureel bepaalde opvattingen over wat vrouwelijk is of hoe vrouwen zich zouden moeten gedragen en eruit zouden moeten zien (1) (2)
Gebruik tekst 1. Uit tekst 1 blijkt dat er nog steeds sprake is van sociale ongelijkheid in de wereld van het voetbal.
Vraag 2 2 punten
Leg uit dat uit tekst 1 blijkt dat er tegenwoordig in de wereld van het voetbal nog steeds sprake is van sociale ongelijkheid. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept sociale ongelijkheid;
- informatie uit tekst 1 waaruit sociale ongelijkheid blijkt.
Tekst 1
Waarom het vrouwenvoetbal niet populair is (…)
Voetballende vrouwen krijgen net 40 en dé specialist op het terrein. (…) zoveel kansen als mannen, denken Gezien de spectaculaire opkomst van we. Toch stuiten ze op subtiele het Nederlands vrouwenvoetbal, zou culturele barrières. (…) Het bekijken je verwachten dat Prange
5 van voetballende vrouwen lijkt nog optimistisch gestemd is, maar gêne te veroorzaken. Zwetende, 45 daarvan is (…) weinig te merken. Het knokkende, in voetbalbroek gestoken door haar geleide onderzoek heeft dames zouden er niet aantrekkelijk haar vermoeden bevestigd dat het genoeg uitzien. (…) In 2004 raadde gros van de mannen nog altijd ‘geen
10 FIFA 1) -voorzitter Sepp Blatter enkele belangstelling vertoont voor vrouwen nog aan in ‘vrouwelijke 50 de sportieve prestaties van vrouwen’ kleren te sporten, in strakkere
- en dat probleem is breder dan het broekjes bijvoorbeeld’. Dat zou de voetbalwereldje. (…) sport populairder maken. In zijn
15 woorden klinkt het traditionele idee Het argument dat ‘het sportpubliek’, door dat vrouwen beter sporten vaak mannen van middelbare leeftijd, kunnen beoefenen waarin ze er leuk 55 vrouwenvoetbal niet interessant of uitzien, zoals turnen, paardrijden, aantrekkelijk genoeg vindt, zorgt er zwemmen. Zulke ‘sierlijke’ sporten weer voor dat er te weinig geld naar
20 mogen vrouwen al een eeuw lang vrouwen gaat, constateert Prange. beoefenen; voetbal werd nog tot diep Zo ontstaat een vicieuze cirkel: in de vorige eeuw als een veel te 60 “Vrouwenvoetbal lijkt de wind mee te ruwe bezigheid beschouwd
- in hebben, maar we moeten ons niet Nederland tenminste. In 1938 stelde vergissen in de bestuurders. Dat zijn
25 de KNVB2) zijn velden niet meer voor haast allemaal mannen, en niet altijd vrouwen open. Pas in 1979 stond de zo professioneel. Die willen alleen bond meiden weer toe lid te worden 65 geld steken in wat aandacht krijgt in van een voetbalvereniging. de media. Terwijl de media alleen Voetballende vrouwen moeten zich uitzenden waar hun kijkers al bekend
30 dus op twee fronten bewijzen: ze mee zijn.” Dat schiet natuurlijk niet moeten net zo krachtig, hard en snel op, verzucht Prange. “Soms denk ik kunnen voetballen als mannen, maar 70 weleens dat er sinds de jaren tachtig ze mogen er ook weer niet als weinig is gebeurd. Ja, vrouwen ‘manwijven’ uitzien. (…) worden gestimuleerd, maar alleen als ze mannen niet in de weg zitten. Dat
35 (…) Martine Prange (…) is zie je op alle niveaus terug”, legt hoogleraar filosofie in Tilburg, hoofd 75 Prange uit. Als sportclubs van het door de NWO ondersteunde bezuinigen, gaan de vrouwenteams onderzoeksproject ‘Van er het eerste uit. Zo geef je vrouwen voetbalvrouwen tot vrouwenvoetbal’ het gevoel dat ze onbelangrijk zijn.
“Stel dat je trainer bent van vrouwen dat moment een extra training inlast,
80 en je wilt om 16.00 uur op veld 1 word je opzij geschoven. (…)” spelen. Zodra een team mannen op
naar: www.trouw.nl, 14 juli 2017
noot 1 FIFA = Fédération Internationale de Football Association: de internationale voetbalbond noot 2 KNVB = Koninklijke Nederlandse Voetbalbond
Bekijk het antwoord
Opmerking Ongelijkheid met een verwijzing naar het verbod dat de KNVB in 1938 instelde (r. 24-28) mag niet goed worden gerekend (want er wordt gevraagd naar sociale ongelijkheid in het heden).
In regel 62-63 van tekst 1 stelt filosoof Prange dat de bestuurders in de wereld van het voetbal bijna allemaal mannen zijn. Het percentage vrouwen in voetbalbesturen ten opzichte van het percentage vrouwen onder de voetballers is een indicator van een kernconcept.
Vraag 3 2 punten
Leg uit welk kernconcept dit is. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het gekozen kernconcept.
Tekst 1
Waarom het vrouwenvoetbal niet populair is (…)
Voetballende vrouwen krijgen net 40 en dé specialist op het terrein. (…) zoveel kansen als mannen, denken Gezien de spectaculaire opkomst van we. Toch stuiten ze op subtiele het Nederlands vrouwenvoetbal, zou culturele barrières. (…) Het bekijken je verwachten dat Prange
5 van voetballende vrouwen lijkt nog optimistisch gestemd is, maar gêne te veroorzaken. Zwetende, 45 daarvan is (…) weinig te merken. Het knokkende, in voetbalbroek gestoken door haar geleide onderzoek heeft dames zouden er niet aantrekkelijk haar vermoeden bevestigd dat het genoeg uitzien. (…) In 2004 raadde gros van de mannen nog altijd ‘geen
10 FIFA 1) -voorzitter Sepp Blatter enkele belangstelling vertoont voor vrouwen nog aan in ‘vrouwelijke 50 de sportieve prestaties van vrouwen’ kleren te sporten, in strakkere
- en dat probleem is breder dan het broekjes bijvoorbeeld’. Dat zou de voetbalwereldje. (…) sport populairder maken. In zijn
15 woorden klinkt het traditionele idee Het argument dat ‘het sportpubliek’, door dat vrouwen beter sporten vaak mannen van middelbare leeftijd, kunnen beoefenen waarin ze er leuk 55 vrouwenvoetbal niet interessant of uitzien, zoals turnen, paardrijden, aantrekkelijk genoeg vindt, zorgt er zwemmen. Zulke ‘sierlijke’ sporten weer voor dat er te weinig geld naar
20 mogen vrouwen al een eeuw lang vrouwen gaat, constateert Prange. beoefenen; voetbal werd nog tot diep Zo ontstaat een vicieuze cirkel: in de vorige eeuw als een veel te 60 “Vrouwenvoetbal lijkt de wind mee te ruwe bezigheid beschouwd
- in hebben, maar we moeten ons niet Nederland tenminste. In 1938 stelde vergissen in de bestuurders. Dat zijn
25 de KNVB2) zijn velden niet meer voor haast allemaal mannen, en niet altijd vrouwen open. Pas in 1979 stond de zo professioneel. Die willen alleen bond meiden weer toe lid te worden 65 geld steken in wat aandacht krijgt in van een voetbalvereniging. de media. Terwijl de media alleen Voetballende vrouwen moeten zich uitzenden waar hun kijkers al bekend
30 dus op twee fronten bewijzen: ze mee zijn.” Dat schiet natuurlijk niet moeten net zo krachtig, hard en snel op, verzucht Prange. “Soms denk ik kunnen voetballen als mannen, maar 70 weleens dat er sinds de jaren tachtig ze mogen er ook weer niet als weinig is gebeurd. Ja, vrouwen ‘manwijven’ uitzien. (…) worden gestimuleerd, maar alleen als ze mannen niet in de weg zitten. Dat
35 (…) Martine Prange (…) is zie je op alle niveaus terug”, legt hoogleraar filosofie in Tilburg, hoofd 75 Prange uit. Als sportclubs van het door de NWO ondersteunde bezuinigen, gaan de vrouwenteams onderzoeksproject ‘Van er het eerste uit. Zo geef je vrouwen voetbalvrouwen tot vrouwenvoetbal’ het gevoel dat ze onbelangrijk zijn.
“Stel dat je trainer bent van vrouwen dat moment een extra training inlast,
80 en je wilt om 16.00 uur op veld 1 word je opzij geschoven. (…)” spelen. Zodra een team mannen op
naar: www.trouw.nl, 14 juli 2017
noot 1 FIFA = Fédération Internationale de Football Association: de internationale voetbalbond noot 2 KNVB = Koninklijke Nederlandse Voetbalbond
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het noemen van het kernconcept representativiteit (1) • een uitleg dat het percentage vrouwen in voetbalbesturen ten opzichte van het percentage vrouwen onder de voetballers een indicator is van het kernconcept representativiteit, met een toepassing van dit kernconcept door het noemen van sekse/geslacht als achtergrondkenmerk (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het percentage vrouwen in voetbalbesturen ten opzichte van het percentage vrouwen onder de voetballers is een indicator van het kernconcept representativiteit (1) • Het percentage vrouwen in voetbalbesturen ten opzichte van het percentage vrouwen onder de voetballers geeft namelijk de mate aan waarin het achtergrondkenmerk (behorend tot de vrouwelijke) sekse van de bestuurders overeenkomt met dat van de groep die vertegenwoordigd wordt, namelijk voetballende vrouwen (1) (2)
De internationale voetbalbond FIFA wil meer vrouwen in bestuursfuncties benoemen. In 2018 gaf de FIFA aan dat de FIFA wil dat in 2022 ten minste een derde van de bestuurscommissie uit vrouwelijke leden bestaat.
Vraag 4 2 punten
Leg uit dat in dit streven van de FIFA een veranderingsvraagstuk te herkennen is. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het hoofdconcept verandering;
- de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept verandering. Let op: je mag het kernconcept institutionalisering niet gebruiken.
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in dit streven van de FIFA (dat in 2022 ten minste een derde van de bestuurscommissie uit vrouwelijke leden bestaat) een veranderingsvraagstuk te herkennen is, met een toepassing van het kernconcept democratisering (1) • een uitleg dat in dit streven van de FIFA (dat in 2022 ten minste een derde van de bestuurscommissie uit vrouwelijke leden bestaat) een veranderingsvraagstuk te herkennen is, met een toepassing van het hoofdconcept verandering, waarbij het tempo en/of de richting van de verandering wordt benoemd (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In dit streven van de FIFA is een veranderingsvraagstuk te herkennen, want als er meer vrouwen in het bestuur komen, krijgen vrouwen meer inspraak en medezeggenschap en veranderen de machtsverhoudingen binnen de voetbalbond. Er is sprake van het proces van democratisering (1) • Hierdoor worden in een relatief korte tijd, na vele jaren van achterstand, de mogelijkheden van vrouwen om ontwikkelingen in het voetbal te beïnvloeden vergroot (1) (2)
Gebruik tekst 2. Tekst 2 is een fragment uit een interview met Prange dat twee maanden na het Europees Kampioenschap (EK) vrouwenvoetbal in 2017 is afgenomen. Nederland werd toen Europees kampioen.
Vraag 5 2 punten
Leg uit dat het volgen van de wedstrijden tijdens het EK vrouwenvoetbal een socialiserende werking voor jonge meisjes kan hebben. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept socialisatie;
- de omschrijving van het kernconcept cultuur;
- een voorbeeld uit tekst 2 waaruit het kernconcept cultuur blijkt.
Tekst 2
Fragment uit een interview met Martine Prange
“(…) Ik denk dat jonge meisjes (…) Het besef dat profvoetballer ondertussen in ieder geval weten dat worden ook voor een meisje is ze met hun sport een serieuze 20 weggelegd, hoe belangrijk is dat? ambitie kunnen hebben, dat ze prof “Die meiden van het Nederlands
5 kunnen worden, en dat ze daar, elftal zijn zoveel meer dan voetballer zeker als ze in het buitenland spelen, alleen. Zij zijn niet alleen ook nog eens een aardige boterham ambassadeur van hun sport, maar mee kunnen verdienen. (…) 25 ook een rolmodel. Die meiden die in Er staan momenteel 153.000 meisjes de finale speelden, waren zich niet
10 bij de KNVB ingeschreven. Ik denk alleen bewust van het feit dat het de dat dit aantal nog flink gaat allereerste keer in de geschiedenis toenemen. Wat ik ook zie is dat veel was dat ze zo’n toernooi zouden meisjes, maar ook veel jongetjes, 30 kunnen winnen, maar ook dat ze opeens weten wie Lieke Martens is. daarmee voor een doorbraak van het
15 Het is leuk om te zien dat de vrouwenvoetbal zouden zorgen. speelsters van nu opeens de eerste Ik vind het des te knapper hoe zij het echte idolen zijn.” hebben gedaan.
35 (…) het winnen van het EK is niet alleen een sportieve, maar ook een maatschappelijke prestatie, die een bijdrage levert aan de emancipatie van vrouwen.”
naar: Opzij, 5 oktober 2017
Opgave 2 Straffen en vertrouwen in de rechtspraak
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een toepassing van het kernconcept cultuur en een voorbeeld uit tekst 2 waaruit het kernconcept cultuur blijkt (1) • een uitleg dat het volgen van de wedstrijden tijdens het Europees Kampioenschap (EK) vrouwenvoetbal een socialiserende werking voor jonge meisjes kan hebben, met een toepassing van het kernconcept socialisatie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De vrouwen van het Nederlands elftal zijn een rolmodel voor meisjes (r. 15-17; r. 23-25), die nu weten dat ze met hun sport een serieuze ambitie kunnen hebben en dat ze prof kunnen worden (r. 1-8). Dit zijn voorstellingen/opvattingen/waarden. Voorstellingen/opvattingen/waarden maken deel uit van een cultuur (1) • Deze voorstellingen/opvattingen/waarden over de mogelijkheden om als meisje prof te worden en over voetballende vrouwen in het algemeen worden tijdens het EK vrouwenvoetbal overgedragen, en meisjes die naar het EK vrouwenvoetbal kijken, kunnen deze voorstellingen/opvattingen/waarden overnemen. Het volgen van de wedstrijden tijdens het EK vrouwenvoetbal kan dus een socialiserende werking voor jonge meisjes hebben (1) (2)
Er zijn verschillende theorieën en hypothesen over de mate waarin media invloed hebben op mensen. De selectiviteitshypothese stelt dat de invloed van de media zeer gering is. Dit stelt de hypothese aan de hand van drie selectiemechanismen. Twee van deze mechanismen zijn selectieve perceptie en selectief onthouden.
Vraag 6 1 punt
Leg aan de hand van het andere selectiemechanisme uit dat veel positieve aandacht voor de successen van vrouwenvoetbal op televisie relatief weinig invloed zal hebben op iemand die vrouwenvoetbal niet interessant vindt.
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat een uitleg dat veel positieve aandacht voor de successen van vrouwenvoetbal op televisie weinig of geen invloed zal hebben op iemand die vrouwenvoetbal niet interessant vindt, met een toepassing van het begrip selectieve blootstelling. voorbeeld van een juist antwoord: Volgens de selectiviteitshypothese zal veel positieve aandacht voor de successen van vrouwenvoetbal op televisie weinig of geen invloed hebben op iemand die vrouwenvoetbal niet interessant vindt, omdat hij (volgens deze hypothese) niet naar (programma’s over) vrouwenvoetbal op televisie zal kijken. (1)
Opgave 2 Straffen en vertrouwen in de rechtspraak
Bij deze opgave horen de teksten 3 en 4 en figuur 1 uit het bronnenboekje.
Inleiding Uit onderzoek blijkt dat burgers willen dat rechters strenger straffen dan ze in werkelijkheid doen. Toch is het vertrouwen in de rechtspraak in Nederland hoog, zo blijkt uit onderzoek.
Lees tekst 3. In het strafrecht hebben de klassieke school en de moderne school verschillende uitgangspunten. In tekst 3 staat dat als burgers geïnformeerd worden over onder andere de achtergrond van de verdachte, de behoefte aan strengere straffen afneemt. Blijkbaar betrekken burgers de achtergrond van de verdachte in hun strafoordeel.
Vraag 7 3 punten
Beredeneer of geïnformeerde burgers het eens zullen zijn met de uitgangspunten van de klassieke school of met die van de moderne school. Geef daarbij ook aan waarom zij het niet met de uitgangspunten van de andere school eens zullen zijn. Gebruik in je redenering:
- een omschrijving van het begrip daadrecht;
- een omschrijving van het begrip daderrecht.
Tekst 3
Waarom vinden burgers dat rechters te licht straffen?
(…) Jarenlang onderzoek laat zien vastgesteld of het uitmaakt hoeveel dat burgers willen dat rechters informatie over een zaak wordt strenger straffen dan ze in 30 gelezen, en of dat verschilt tussen werkelijkheid doen. Ook blijkt dat als hoger en lager opgeleiden. (…)
5 burgers geïnformeerd worden over de strafzaak en over de Beter informeren achtergronden van de verdachte, die De meeste mensen komen tijdens behoefte aan strengere straffen hun leven weinig in contact met de afneemt. Er is dus een ‘informatie- 35 politie of de rechter. Bij hun oordeel
10 effect’. Ook opleiding is van invloed: over hoe het rechtssysteem werkt, hoger opgeleiden vinden een streng gaan ze vooral af op de media. Maar straffende rechter minder belangrijk mediaberichten zijn niet altijd dan lager opgeleiden. Naast een volledig. Ernstige criminaliteit krijgt informatie-effect treedt dus ook een 40 begrijpelijkerwijs veel aandacht, net
15 ‘opleidingseffect’ op. als slachtoffers. Dat kan ten koste gaan van achtergrondinformatie over Het onderzoek een zaak. Burgers gaan bovendien Psychologiestudenten (hoger bijna nooit zomaar eens naar een opgeleiden) en ROC-studenten (lager 45 zitting. Zij zijn meestal niet goed op opgeleiden) kregen een beschrijving de hoogte van hoe de rechtspraak in
20 van een mishandelingszaak te lezen, het echt functioneert. Als burgers niet waarna zij een voorstel voor een straf begrijpen hoe rechters de straf konden doen. Die beschrijving van de bepalen, kan dat negatieve gevolgen strafzaak was bij de helft van alle 50 hebben voor hun steun voor die respondenten kort (een straffen. Het is daarom van belang
25 krantenberichtje) en bij de andere dat er meer en meer begrijpelijke helft langer (een uittreksel uit het informatie over de achtergronden van dossier). Op die manier kon worden zaken wordt verspreid (…).
bron: www.nscr.nl, mei 2017
figuur 1
Effecten van informatie en opleiding op de hoogte van de gewenste straf (in aantal maanden)
naar: Trema, mei 2017
Toelichting In figuur 1 is af te lezen welke straf de burgers voorstelden in de mishandelingszaak waarover ze te lezen kregen (zie regel 16 tot en met 31 van tekst 3). Er is een onderscheid gemaakt tussen burgers die weinig informatie kregen (een korte beschrijving van de zaak) en burgers die veel informatie kregen (een lange beschrijving van de zaak). Er is tevens een onderscheid gemaakt tussen burgers met een lager (laag/gemiddeld) opleidingsniveau en burgers met een hoger (hoog) opleidingsniveau.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het noemen van de moderne school als school waarmee geïnformeerde burgers het eens zullen zijn, met als uitgangspunt van de moderne school daderrecht en een omschrijving hiervan (1) • het noemen en omschrijven van het uitgangspunt daadrecht als uitgangspunt van de klassieke school (1) • een redenering waarom geïnformeerde burgers het eens zullen zijn met de uitgangspunten van de moderne school en niet met de uitgangspunten van de klassieke school (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Geïnformeerde burgers zullen het eens zijn met de uitgangspunten van de moderne school, want de moderne school stelt in plaats van de daad de dader centraal: daderrecht. Dit betekent dat bij het bepalen van de strafmaat rekening wordt gehouden met de achtergrond van de verdachte (1) • Als burgers na het krijgen van informatie over de achtergrond van de verdachte minder behoefte hebben aan strengere straffen, past dit dus bij de moderne school. Informatie over de achtergrond van de verdachte zal in de visie van de klassieke school geen invloed hebben op de strafmaat (1) • De klassieke school stelt namelijk de daad centraal en gaat uit van vaststaande sancties voor alle daders: daadrecht (1) (3)
Er bestaan verschillende doelen van straffen. De klassieke school en de moderne school leggen de nadruk op verschillende doelen van straffen.
Vraag 8 1 punt
Waar staan de doelen van straffen bij de twee scholen juist? de nadruk van de klassieke de nadruk van de moderne school school
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Er zijn verschillende soorten machtsbronnen te onderscheiden, bijvoorbeeld affectieve machtsbronnen.
Vraag 9 3 punten
− Leg uit over welke twee soorten machtsbronnen rechters beschikken.
- Leg vervolgens uit dat rechters macht hebben. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept macht.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen een scorepunt toekennen als zowel de soort machtsbron als de bijbehorende uitleg juist is.
Lees regel 16 tot en met 31 van tekst 3 en gebruik figuur 1. De onderzoekers van het onderzoek dat in regel 16 tot en met 31 van tekst 3 beschreven is, hebben onderzocht of de ontvangen informatie over een specifieke strafzaak effect heeft op de behoefte aan het opleggen van strengere straffen. Dit hebben ze gedaan onder twee verschillende groepen: een groep hoger opgeleiden (psychologiestudenten aan een universiteit) en een groep lager opgeleiden (studenten dienstverlening aan een ROC). In figuur 1 zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven. Bij aanvang van een onderzoek kun je meerdere hypothesen formuleren.
Vraag 10 2 punten
− Formuleer een hypothese over het verband tussen de hoeveelheid informatie die de groep lager opgeleiden kreeg en de strafmaat die deze groep lager opgeleiden voorstelde, die bevestigd wordt door de informatie in figuur 1.
- Benoem de afhankelijke variabele in het onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een toetsbare hypothese over het verband tussen de hoeveelheid informatie die de groep lager opgeleiden kreeg en de strafmaat die deze groep lager opgeleiden voorstelde, die bevestigd wordt door de informatie uit figuur 1 (1) • het noemen van het aantal maanden gevangenisstraf / de hoogte van de gewenste straf als afhankelijke variabele (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een door figuur 1 bevestigde hypothese over het verband tussen de hoeveelheid informatie die de groep lager opgeleiden kreeg en de strafmaat die deze groep voorstelde, is: Lager opgeleiden die veel informatie krijgen, stellen minder maanden gevangenisstraf voor / stellen minder hoge straffen voor dan de lager opgeleiden die weinig informatie krijgen (1) • De afhankelijke variabele is het aantal maanden gevangenisstraf / de hoogte van de gewenste straf (1) (2)
In een artikel over het in tekst 3 beschreven onderzoek in Trema, het tijdschrift voor de rechterlijke macht, benoemen de onderzoekers enkele beperkingen van het onderzoek. Zij schrijven onder andere dat het woordgebruik uit de beschrijving van de mishandelingszaak voor sommige deelnemers uit de groep lager opgeleiden misschien lastig was.
Vraag 11 1 punt
Leg uit dat dit woordgebruik een beperking van de betrouwbaarheid van het onderzoek kan betekenen. Gebruik in je uitleg een omschrijving van betrouwbaarheid als eis voor sociaalwetenschappelijk onderzoek.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat een uitleg dat dit woordgebruik een beperking van de betrouwbaarheid van het onderzoek kan betekenen, met een toepassing van de eis van betrouwbaarheid voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. voorbeeld van een juist antwoord: Als het taalgebruik voor sommige lager opgeleide deelnemers lastig is, dan kan het zijn dat zij delen van de beschrijving van de mishandelingszaak niet begrijpen en daardoor zal de strafmaat die zij voorstellen berusten op toeval en niet betrouwbaar zijn. (1)
Gebruik regel 16 tot en met 31 van tekst 3. In vraag 11 wordt het woordgebruik als een beperking van het onderzoek genoemd. Een andere genoemde beperking was de geselecteerde steekproef.
Vraag 12 2 punten
Leg uit aan welke eis van sociaalwetenschappelijk onderzoek niet volledig voldaan is door de geselecteerde steekproef. Gebruik in je uitleg:
- de naam en omschrijving van een eis van sociaalwetenschappelijk onderzoek;
- informatie uit regel 16 tot en met 31 van tekst 3 waaruit blijkt dat niet volledig voldaan is aan deze eis.
Tekst 3
Waarom vinden burgers dat rechters te licht straffen?
(…) Jarenlang onderzoek laat zien vastgesteld of het uitmaakt hoeveel dat burgers willen dat rechters informatie over een zaak wordt strenger straffen dan ze in 30 gelezen, en of dat verschilt tussen werkelijkheid doen. Ook blijkt dat als hoger en lager opgeleiden. (…)
5 burgers geïnformeerd worden over de strafzaak en over de Beter informeren achtergronden van de verdachte, die De meeste mensen komen tijdens behoefte aan strengere straffen hun leven weinig in contact met de afneemt. Er is dus een ‘informatie- 35 politie of de rechter. Bij hun oordeel
10 effect’. Ook opleiding is van invloed: over hoe het rechtssysteem werkt, hoger opgeleiden vinden een streng gaan ze vooral af op de media. Maar straffende rechter minder belangrijk mediaberichten zijn niet altijd dan lager opgeleiden. Naast een volledig. Ernstige criminaliteit krijgt informatie-effect treedt dus ook een 40 begrijpelijkerwijs veel aandacht, net
15 ‘opleidingseffect’ op. als slachtoffers. Dat kan ten koste gaan van achtergrondinformatie over Het onderzoek een zaak. Burgers gaan bovendien Psychologiestudenten (hoger bijna nooit zomaar eens naar een opgeleiden) en ROC-studenten (lager 45 zitting. Zij zijn meestal niet goed op opgeleiden) kregen een beschrijving de hoogte van hoe de rechtspraak in
20 van een mishandelingszaak te lezen, het echt functioneert. Als burgers niet waarna zij een voorstel voor een straf begrijpen hoe rechters de straf konden doen. Die beschrijving van de bepalen, kan dat negatieve gevolgen strafzaak was bij de helft van alle 50 hebben voor hun steun voor die respondenten kort (een straffen. Het is daarom van belang
25 krantenberichtje) en bij de andere dat er meer en meer begrijpelijke helft langer (een uittreksel uit het informatie over de achtergronden van dossier). Op die manier kon worden zaken wordt verspreid (…).
bron: www.nscr.nl, mei 2017
figuur 1
Effecten van informatie en opleiding op de hoogte van de gewenste straf (in aantal maanden)
naar: Trema, mei 2017
Toelichting In figuur 1 is af te lezen welke straf de burgers voorstelden in de mishandelingszaak waarover ze te lezen kregen (zie regel 16 tot en met 31 van tekst 3). Er is een onderscheid gemaakt tussen burgers die weinig informatie kregen (een korte beschrijving van de zaak) en burgers die veel informatie kregen (een lange beschrijving van de zaak). Er is tevens een onderscheid gemaakt tussen burgers met een lager (laag/gemiddeld) opleidingsniveau en burgers met een hoger (hoog) opleidingsniveau.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • de eis van representativiteit of de eis van generaliseerbaarheid en een uitleg dat aan deze eis van sociaalwetenschappelijk onderzoek niet volledig voldaan is door de geselecteerde steekproef, met een toepassing van deze eis (1) • informatie uit regel 16 tot en met 31 van tekst 3 waaruit blijkt dat niet volledig voldaan is aan deze eis (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De geselecteerde groep hoger opgeleiden bestond uit alleen psychologiestudenten (1) • Psychologiestudenten zijn geen dwarsdoorsnede van de totale onderzoekspopulatie hoger opgeleiden. Daarom is aan de eis van representativiteit is niet volledig voldaan (1) (2)
Gebruik tekst 3.
Vraag 13 2 punten
Beargumenteer dat selectieve berichtgeving en een gebrek aan kennis het gezag van rechters kunnen aantasten. Gebruik in je argumentatie:
- de omschrijving van het kernconcept gezag;
- informatie uit tekst 3 waaruit selectieve berichtgeving blijkt.
Tekst 3
Waarom vinden burgers dat rechters te licht straffen?
(…) Jarenlang onderzoek laat zien vastgesteld of het uitmaakt hoeveel dat burgers willen dat rechters informatie over een zaak wordt strenger straffen dan ze in 30 gelezen, en of dat verschilt tussen werkelijkheid doen. Ook blijkt dat als hoger en lager opgeleiden. (…)
5 burgers geïnformeerd worden over de strafzaak en over de Beter informeren achtergronden van de verdachte, die De meeste mensen komen tijdens behoefte aan strengere straffen hun leven weinig in contact met de afneemt. Er is dus een ‘informatie- 35 politie of de rechter. Bij hun oordeel
10 effect’. Ook opleiding is van invloed: over hoe het rechtssysteem werkt, hoger opgeleiden vinden een streng gaan ze vooral af op de media. Maar straffende rechter minder belangrijk mediaberichten zijn niet altijd dan lager opgeleiden. Naast een volledig. Ernstige criminaliteit krijgt informatie-effect treedt dus ook een 40 begrijpelijkerwijs veel aandacht, net
15 ‘opleidingseffect’ op. als slachtoffers. Dat kan ten koste gaan van achtergrondinformatie over Het onderzoek een zaak. Burgers gaan bovendien Psychologiestudenten (hoger bijna nooit zomaar eens naar een opgeleiden) en ROC-studenten (lager 45 zitting. Zij zijn meestal niet goed op opgeleiden) kregen een beschrijving de hoogte van hoe de rechtspraak in
20 van een mishandelingszaak te lezen, het echt functioneert. Als burgers niet waarna zij een voorstel voor een straf begrijpen hoe rechters de straf konden doen. Die beschrijving van de bepalen, kan dat negatieve gevolgen strafzaak was bij de helft van alle 50 hebben voor hun steun voor die respondenten kort (een straffen. Het is daarom van belang
25 krantenberichtje) en bij de andere dat er meer en meer begrijpelijke helft langer (een uittreksel uit het informatie over de achtergronden van dossier). Op die manier kon worden zaken wordt verspreid (…).
bron: www.nscr.nl, mei 2017
figuur 1
Effecten van informatie en opleiding op de hoogte van de gewenste straf (in aantal maanden)
naar: Trema, mei 2017
Toelichting In figuur 1 is af te lezen welke straf de burgers voorstelden in de mishandelingszaak waarover ze te lezen kregen (zie regel 16 tot en met 31 van tekst 3). Er is een onderscheid gemaakt tussen burgers die weinig informatie kregen (een korte beschrijving van de zaak) en burgers die veel informatie kregen (een lange beschrijving van de zaak). Er is tevens een onderscheid gemaakt tussen burgers met een lager (laag/gemiddeld) opleidingsniveau en burgers met een hoger (hoog) opleidingsniveau.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • informatie uit tekst 3 waaruit selectieve berichtgeving blijkt (1) • een argumentatie dat deze selectieve berichtgeving en een gebrek aan kennis het gezag van rechters kunnen aantasten, met een toepassing van het kernconcept gezag (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 3 blijkt dat mensen bij hun oordeel over hoe het rechtssysteem werkt vooral afgaan op de media, maar dat mediaberichten selectief zijn. Zo krijgen slachtoffers bijvoorbeeld veel aandacht, wat ten koste kan gaan van achtergrondinformatie over een zaak (r. 39-43) (1) • Als burgers door deze selectieve berichtgeving over rechtszaken en door gebrek aan kennis over het rechtssysteem niet begrijpen hoe de rechters de straf bepalen, kan dat negatieve gevolgen hebben voor hun steun voor die straffen (r. 47-51). Als burgers de besluiten van de rechters niet of minder accepteren, wordt de macht van de rechters als minder legitiem beschouwd en wordt hun gezag aangetast (1) (2)
Vraag 14 1 punt
Leg uit dat de rechtspraak een sociale institutie is. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept sociale institutie.
Tekst 3
Waarom vinden burgers dat rechters te licht straffen?
(…) Jarenlang onderzoek laat zien vastgesteld of het uitmaakt hoeveel dat burgers willen dat rechters informatie over een zaak wordt strenger straffen dan ze in 30 gelezen, en of dat verschilt tussen werkelijkheid doen. Ook blijkt dat als hoger en lager opgeleiden. (…)
5 burgers geïnformeerd worden over de strafzaak en over de Beter informeren achtergronden van de verdachte, die De meeste mensen komen tijdens behoefte aan strengere straffen hun leven weinig in contact met de afneemt. Er is dus een ‘informatie- 35 politie of de rechter. Bij hun oordeel
10 effect’. Ook opleiding is van invloed: over hoe het rechtssysteem werkt, hoger opgeleiden vinden een streng gaan ze vooral af op de media. Maar straffende rechter minder belangrijk mediaberichten zijn niet altijd dan lager opgeleiden. Naast een volledig. Ernstige criminaliteit krijgt informatie-effect treedt dus ook een 40 begrijpelijkerwijs veel aandacht, net
15 ‘opleidingseffect’ op. als slachtoffers. Dat kan ten koste gaan van achtergrondinformatie over Het onderzoek een zaak. Burgers gaan bovendien Psychologiestudenten (hoger bijna nooit zomaar eens naar een opgeleiden) en ROC-studenten (lager 45 zitting. Zij zijn meestal niet goed op opgeleiden) kregen een beschrijving de hoogte van hoe de rechtspraak in
20 van een mishandelingszaak te lezen, het echt functioneert. Als burgers niet waarna zij een voorstel voor een straf begrijpen hoe rechters de straf konden doen. Die beschrijving van de bepalen, kan dat negatieve gevolgen strafzaak was bij de helft van alle 50 hebben voor hun steun voor die respondenten kort (een straffen. Het is daarom van belang
25 krantenberichtje) en bij de andere dat er meer en meer begrijpelijke helft langer (een uittreksel uit het informatie over de achtergronden van dossier). Op die manier kon worden zaken wordt verspreid (…).
bron: www.nscr.nl, mei 2017
figuur 1
Effecten van informatie en opleiding op de hoogte van de gewenste straf (in aantal maanden)
naar: Trema, mei 2017
Toelichting In figuur 1 is af te lezen welke straf de burgers voorstelden in de mishandelingszaak waarover ze te lezen kregen (zie regel 16 tot en met 31 van tekst 3). Er is een onderscheid gemaakt tussen burgers die weinig informatie kregen (een korte beschrijving van de zaak) en burgers die veel informatie kregen (een lange beschrijving van de zaak). Er is tevens een onderscheid gemaakt tussen burgers met een lager (laag/gemiddeld) opleidingsniveau en burgers met een hoger (hoog) opleidingsniveau.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat een uitleg dat de rechtspraak een sociale institutie is, met een toepassing van het kernconcept sociale institutie. voorbeeld van een juist antwoord: De rechtspraak is gebaseerd op wetten, geformaliseerde regels, en door middel van de rechtspraak worden het gedrag en de onderlinge relaties van mensen gereguleerd. (1)
Sociale instituties hebben verschillende kenmerken. Een kenmerk is dat ze vaak niet alleen op dwingende macht, maar ook op gezag berusten.
Vraag 15 2 punten
Noem twee andere kenmerken van sociale instituties die voor de institutie rechtspraak gelden.
Tekst 3
Waarom vinden burgers dat rechters te licht straffen?
(…) Jarenlang onderzoek laat zien vastgesteld of het uitmaakt hoeveel dat burgers willen dat rechters informatie over een zaak wordt strenger straffen dan ze in 30 gelezen, en of dat verschilt tussen werkelijkheid doen. Ook blijkt dat als hoger en lager opgeleiden. (…)
5 burgers geïnformeerd worden over de strafzaak en over de Beter informeren achtergronden van de verdachte, die De meeste mensen komen tijdens behoefte aan strengere straffen hun leven weinig in contact met de afneemt. Er is dus een ‘informatie- 35 politie of de rechter. Bij hun oordeel
10 effect’. Ook opleiding is van invloed: over hoe het rechtssysteem werkt, hoger opgeleiden vinden een streng gaan ze vooral af op de media. Maar straffende rechter minder belangrijk mediaberichten zijn niet altijd dan lager opgeleiden. Naast een volledig. Ernstige criminaliteit krijgt informatie-effect treedt dus ook een 40 begrijpelijkerwijs veel aandacht, net
15 ‘opleidingseffect’ op. als slachtoffers. Dat kan ten koste gaan van achtergrondinformatie over Het onderzoek een zaak. Burgers gaan bovendien Psychologiestudenten (hoger bijna nooit zomaar eens naar een opgeleiden) en ROC-studenten (lager 45 zitting. Zij zijn meestal niet goed op opgeleiden) kregen een beschrijving de hoogte van hoe de rechtspraak in
20 van een mishandelingszaak te lezen, het echt functioneert. Als burgers niet waarna zij een voorstel voor een straf begrijpen hoe rechters de straf konden doen. Die beschrijving van de bepalen, kan dat negatieve gevolgen strafzaak was bij de helft van alle 50 hebben voor hun steun voor die respondenten kort (een straffen. Het is daarom van belang
25 krantenberichtje) en bij de andere dat er meer en meer begrijpelijke helft langer (een uittreksel uit het informatie over de achtergronden van dossier). Op die manier kon worden zaken wordt verspreid (…).
bron: www.nscr.nl, mei 2017
figuur 1
Effecten van informatie en opleiding op de hoogte van de gewenste straf (in aantal maanden)
naar: Trema, mei 2017
Toelichting In figuur 1 is af te lezen welke straf de burgers voorstelden in de mishandelingszaak waarover ze te lezen kregen (zie regel 16 tot en met 31 van tekst 3). Er is een onderscheid gemaakt tussen burgers die weinig informatie kregen (een korte beschrijving van de zaak) en burgers die veel informatie kregen (een lange beschrijving van de zaak). Er is tevens een onderscheid gemaakt tussen burgers met een lager (laag/gemiddeld) opleidingsniveau en burgers met een hoger (hoog) opleidingsniveau.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- twee van de volgende kenmerken: − Sociale instituties hebben vaak een lange traditie. − Sociale instituties zijn enerzijds vrij stabiel, maar anderzijds vrij veranderlijk/veranderbaar. − Een individu kan sociale instituties niet zomaar op eigen kracht veranderen. / Sociale instituties hebben een ‘eigen realiteit’. per juist kenmerk (1) (2)
Gebruik tekst 4. Er wordt wel gesteld dat de kloof tussen de straf die rechters opleggen en de strafmaat die burgers gepast vinden, kan leiden tot onvrede over de rechtspraak en nadelig kan zijn voor het vertrouwen dat de burgers in de rechtspraak hebben. Volgens een publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in
2017 is het vertrouwen van Nederlanders in de rechtspraak hoog vergeleken met andere instituties. Volgens een onderzoek van het SCP had 67% van de Nederlanders eind 2016 ‘voldoende vertrouwen’ in de rechtspraak. Tekst 4 gaat over het belang van vertrouwen in de rechtspraak voor de samenleving. Op basis van tekst 4 kan gesteld worden dat vertrouwen in de rechtspraak de objectieve veiligheid kan vergroten.
Vraag 16 2 punten
Beredeneer dat vertrouwen in de rechtspraak de objectieve veiligheid kan vergroten. Gebruik in je redenering:
- een omschrijving van het begrip objectieve veiligheid;
- informatie uit tekst 4 waaruit blijkt dat vertrouwen in de rechtspraak de objectieve veiligheid kan vergroten.
Tekst 4
Zonder maatschappelijk vertrouwen geen toekomstbestendige rechtspraak
Het vertrouwen dat burgers in de verbondenheid tussen burgers als rechterlijke macht hebben is (…) van geheel. Zij durven meer op elkaar te centraal belang. Volgens [politicoloog vertrouwen en relaties aan te gaan en filosoof] Fukuyama (…) is het als zij zich beschermd voelen door
5 vertrouwen niet alleen een 15 adequate rechtshandhaving, in voorwaarde voor het functioneren eerste instantie door de politie en als van overheidsinstituties, in dit geval ultimum remedium2) door de de rechtspraak, maar is het rechtspraak. Ook zullen zij zich ook indicatief1) voor de kwaliteit van de zelf eerder aan de regels van de
10 samenleving en de onderlinge 20 rechtsorde houden.
bron: Rechtstreeks 2, 2017
noot 1 indicatief voor = een aanwijzing voor noot 2 ultimum remedium = laatste, uiterste middel
Opgave 3 Een dementievriendelijke samenleving
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • informatie uit tekst 4 waaruit blijkt dat vertrouwen in de rechtspraak de objectieve veiligheid kan vergroten (1) • een redenering dat het hebben van vertrouwen in de rechtspraak de objectieve veiligheid kan vergroten, met een toepassing van het begrip objectieve veiligheid (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 4 blijkt dat als mensen vertrouwen hebben in de rechtspraak zij zich ook zelf eerder aan de regels van de rechtsorde houden (r. 18-20) (1) • Als mensen zich meer aan de regels van de rechtsorde houden, worden er minder overtredingen/misdrijven begaan en lopen mensen minder risico om slachtoffer te worden van een strafbaar feit. Daarmee wordt de objectieve veiligheid groter (1) (2)
Gebruik tekst 4.
Vraag 17 1 punt
Beredeneer dat het hebben van vertrouwen in instituties als de politie en de rechtspraak de subjectieve veiligheid kan vergroten. Gebruik in je redenering:
- een omschrijving van het begrip subjectieve veiligheid;
- informatie uit tekst 4 om de redenering te onderbouwen.
Tekst 4
Zonder maatschappelijk vertrouwen geen toekomstbestendige rechtspraak
Het vertrouwen dat burgers in de verbondenheid tussen burgers als rechterlijke macht hebben is (…) van geheel. Zij durven meer op elkaar te centraal belang. Volgens [politicoloog vertrouwen en relaties aan te gaan en filosoof] Fukuyama (…) is het als zij zich beschermd voelen door
5 vertrouwen niet alleen een 15 adequate rechtshandhaving, in voorwaarde voor het functioneren eerste instantie door de politie en als van overheidsinstituties, in dit geval ultimum remedium2) door de de rechtspraak, maar is het rechtspraak. Ook zullen zij zich ook indicatief1) voor de kwaliteit van de zelf eerder aan de regels van de
10 samenleving en de onderlinge 20 rechtsorde houden.
bron: Rechtstreeks 2, 2017
noot 1 indicatief voor = een aanwijzing voor noot 2 ultimum remedium = laatste, uiterste middel
Opgave 3 Een dementievriendelijke samenleving
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat een redenering dat het hebben van vertrouwen in instituties als de politie en de rechtspraak de subjectieve veiligheid kan vergroten, met een toepassing van het begrip subjectieve veiligheid en informatie uit tekst 4 om de redenering te onderbouwen. voorbeeld van een juist antwoord: Uit tekst 4 blijkt dat wanneer mensen zich beschermd voelen door rechtshandhaving door politie en rechtspraak, zij meer op elkaar durven te vertrouwen. Als mensen meer op elkaar durven te vertrouwen, kan dit het gevoel van veiligheid en dus de subjectieve veiligheid vergroten. (1)
In tekst 3 staat dat burgers meestal niet goed op de hoogte zijn van hoe de rechtspraak in het echt functioneert. In tekst 4 staat dat het vertrouwen dat burgers in de rechterlijke macht hebben van centraal belang is. Of iemand kennis heeft over de rechterlijke macht is onder andere afhankelijk van zijn politieke socialisatie.
Vraag 18 1 punt
Leg dit uit. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept politieke socialisatie.
Tekst 4
Zonder maatschappelijk vertrouwen geen toekomstbestendige rechtspraak
Het vertrouwen dat burgers in de verbondenheid tussen burgers als rechterlijke macht hebben is (…) van geheel. Zij durven meer op elkaar te centraal belang. Volgens [politicoloog vertrouwen en relaties aan te gaan en filosoof] Fukuyama (…) is het als zij zich beschermd voelen door
5 vertrouwen niet alleen een 15 adequate rechtshandhaving, in voorwaarde voor het functioneren eerste instantie door de politie en als van overheidsinstituties, in dit geval ultimum remedium2) door de de rechtspraak, maar is het rechtspraak. Ook zullen zij zich ook indicatief1) voor de kwaliteit van de zelf eerder aan de regels van de
10 samenleving en de onderlinge 20 rechtsorde houden.
bron: Rechtstreeks 2, 2017
noot 1 indicatief voor = een aanwijzing voor noot 2 ultimum remedium = laatste, uiterste middel
Opgave 3 Een dementievriendelijke samenleving
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat een uitleg dat of iemand kennis heeft over de rechterlijke macht onder andere afhankelijk is van zijn politieke socialisatie, met een toepassing van het kernconcept politieke socialisatie. voorbeeld van een juist antwoord: De rechterlijke macht maakt deel uit van de politieke cultuur in Nederland. Politieke socialisatie is het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waartoe mensen behoren. Het bijbrengen van kennis over de rechterlijke macht is dus een onderdeel van de politieke socialisatie van burgers. (1)
Opgave 3 Een dementievriendelijke samenleving
Bij deze opgave horen de teksten 5 en 6 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over de manier waarop wij als samenleving omgaan met mensen met dementie. Dementie is de verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de hersenen informatie niet meer goed verwerken. De ziekte komt vooral bij ouderen voor en komt tot uiting in vergeetachtigheid, problemen met gewone dagelijkse handelingen, plotselinge veranderingen in gedrag en vergissingen in tijd en plaats. Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie naar verwachting toenemen van 270.000 in 2019 naar 550.000 in 2040. Uit onderzoek van Alzheimer Nederland, een organisatie voor mensen met dementie en mensen die hiermee te maken hebben, blijkt dat mensen op straat en medewerkers van bedrijven de ziekte niet goed herkennen en niet goed weten hoe ze het best kunnen reageren of kunnen helpen. Daarom zijn Alzheimer Nederland, pensioenuitvoeringsorganisatie PGGM en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in 2016 gestart met de campagne voor een dementievriendelijke samenleving. Op de website samendementievriendelijk.nl kunnen mensen een online training volgen in de omgang met mensen met dementie. Via spotjes op tv en sociale media worden mensen gewezen op de website. Bedrijven kunnen ook een training laten verzorgen voor hun personeel. In tekst 1 staat een deel van de toespraak die de staatssecretaris van VWS hield bij de presentatie van de campagne voor een dementievriendelijke samenleving tijdens een EU-conferentie over dementie.
Gebruik de inleiding van deze opgave op pagina 6. Er is door het ministerie van VWS een politiek besluit genomen om enkele miljoenen euro’s te investeren in de campagne voor een dementievriendelijke samenleving. Politieke besluitvorming wordt beïnvloed door de omgeving. Er zijn verschillende soorten omgevingsfactoren te onderscheiden die de mogelijkheden voor overheidsbeleid kunnen beperken of verruimen, bijvoorbeeld sociale of culturele factoren. Ook relaties van Nederland met andere landen kunnen van invloed zijn op de besluitvorming. In de inleiding is een andere soort omgevingsfactor te herkennen die invloed kan hebben op de politieke steun voor het investeren van miljoenen euro’s in de campagne.
Vraag 19 2 punten
− Welke andere soort omgevingsfactor is te herkennen in de inleiding? Licht je antwoord toe met een citaat uit de inleiding waaruit deze factor blijkt.
- Beredeneer dat deze factor de politieke steun voor het investeren van geld in de campagne voor een dementievriendelijke samenleving kan vergroten.
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het noemen van de demografische factor met een verwijzing naar het citaat “Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie naar verwachting toenemen van 270.000 in 2019 naar 550.000 in 2040” (1) • een redenering dat de demografische omgevingsfactor de politieke steun voor het investeren van geld in de campagne voor een dementievriendelijke samenleving kan vergroten (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In de inleiding is de demografische omgevingsfactor te herkennen: “Door de vergrijzing zal het aantal mensen met dementie naar verwachting toenemen van 270.000 in 2019 naar 550.000 in 2040” (1) • De demografische omgevingsfactor kan de politieke steun voor het investeren van geld in de campagne voor een dementievriendelijke samenleving vergroten, omdat de wetenschap dat er in Nederland steeds meer mensen met dementie zullen leven, politici de noodzaak kan doen inzien van het investeren in een dementievriendelijke(r) samenleving (1) (2)
Alzheimer Nederland is mede-initiatiefnemer van de campagne voor een dementievriendelijke samenleving. Op de website van Alzheimer Nederland staat: “Al ons werk draait om de wensen en behoeften van mensen met dementie en hun omgeving. (…) We geven voorlichting over de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, bieden ondersteuning en komen op voor betere zorg voor mensen met dementie. (…) Alzheimer Nederland zit boven op het zorgbeleid in Den Haag, door het actief volgen en beïnvloeden van de politieke agenda en nauw contact met Kamerleden.” Hieruit blijkt dat Alzheimer Nederland een pressiegroep is.
Vraag 20 3 punten
− Leg uit welke twee kenmerken van pressiegroepen te herkennen zijn in bovenstaand citaat van de website van Alzheimer Nederland. Pressiegroepen verschillen van politieke partijen.
- Geef voor elk van de genoemde kenmerken van pressiegroepen aan waarin dat kenmerk verschilt van politieke partijen.
Bekijk het antwoord
- Het kenmerk van pressiegroepen dat zij het overheidsbeleid willen beïnvloeden is te herkennen, want er staat dat Alzheimer Nederland de politieke agenda beïnvloedt (1)
- Het kenmerk dat pressiegroepen zich richten op één specifiek terrein / op deelbelangen is te herkennen, want er staat dat al hun werk draait om de wensen en behoeften van mensen met dementie en hun omgeving (1)
- Pressiegroepen willen het overheidsbeleid beïnvloeden zonder kandidaten te stellen voor verkiezingen, terwijl politieke partijen het overheidsbeleid willen beïnvloeden door wel kandidaten te stellen voor verkiezingen. Pressiegroepen komen niet op voor het algemeen belang / de samenleving als geheel / houden zich niet bezig met meerdere terreinen (maar met deelbelangen/specifiek terrein), en politieke partijen wel (1)
Gebruik de inleiding van deze opgave op pagina 6. Er zijn verschillende functies van socialisatie te onderscheiden, bijvoorbeeld de functie ‘identificatie met de eigen groepen en cultuur’ en de functie ‘verandering van de cultuur van de samenleving en van groepen daarbinnen’.
Vraag 21 2 punten
Leg uit welke andere functie van socialisatie te herkennen is in de inleiding van deze opgave op pagina 6. Gebruik in je uitleg:
- de naam van de functie van socialisatie;
- informatie uit de inleiding op pagina 6 om deze functie te illustreren.
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het noemen van de gedragsregulerende functie van socialisatie (1) • een uitleg dat de gedragsregulerende functie van socialisatie te herkennen is, met informatie uit de inleiding op pagina 6 om deze functie te illustreren (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De gedragsregulerende functie van socialisatie is te herkennen, (1) • want door de online training / de campagne wordt er kennis overgedragen over hoe mensen dementie kunnen herkennen en het best kunnen omgaan met mensen met dementie. Zij kunnen dan hun gedrag aanpassen als zij in contact komen met iemand die dementie heeft (1) (2)
Gebruik de inleiding van deze opgave op pagina 6 en tekst 5.
Vraag 22 2 punten
Leg uit dat de campagne voor een dementievriendelijke samenleving de sociale cohesie in de samenleving kan versterken. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie;
- een voorbeeld uit tekst 5 waaruit sociale cohesie blijkt.
Tekst 5
Toespraak staatssecretaris Van Rijn bij EU-conferentie over dementie
(…) In Nederland woont 70 procent betalen in de supermarkt. Ze leed van de mensen met dementie thuis aan een ziekte. (...) (...). Ze wonen in ons dorp, in onze 35 (...) De eigenaar van de supermarkt buurt, in onze straat. Velen van hen heeft het signaal begrepen. Hij riep al
5 kunnen nog heel lang goed zijn medewerkers bij elkaar en zei: functioneren. Ze willen ook niet als wij gaan mensen die vergeetachtig ziek en zielig beschouwd worden. zijn niet aangeven bij de politie, we (...) Het enige wat ze soms nodig 40 gaan ze een handje helpen. Voortaan hebben is een beetje extra aandacht, zeggen we dan: Zal ik dit even voor u
10 een duwtje in de goede richting. Zij terugleggen? Zal ik u even helpen zijn zo gebaat bij mensen die met betalen? Kan ik u helpen met doorhebben wat er aan de hand is zoeken? Een jaar na deze als iemand het even niet meer weet 45 gebeurtenis ben ik op bezoek bij de kapper of zonder bestemming geweest in die winkel in Doorn om
15 de bus instapt. hun het predicaat En zo kwamen we tot het idee van de ‘dementievriendelijke supermarkt’ uit dementievriendelijke samenleving. te reiken. Dat staat daar nu met een Een campagne die we vandaag 50 groot plakkaat op het winkelraam en graag presenteren. de manager is er terecht heel trots
20 Eigenlijk is het idee voor die op. En omdat deze supermarkt een campagne begonnen met een vestiging is van de grootste telefoongesprek. Een jaar geleden winkelketen van Nederland, zijn er nu kreeg een keurige Amsterdamse 55 veel meer van zulke supermarkten in dame een telefoontje van de politie Nederland. Bij heel veel vestigingen
25 van Doorn (…). De agent zei: “Uw krijgen de medewerkers scholing in moeder is aangehouden wegens omgaan met mensen met dementie. winkeldiefstal, kunt u even (...) Na deze supermarktketen langskomen?” (...) 60 volgde de grootste busmaatschappij. Onderweg naar het politiebureau En daarna verschillende gemeenten.
30 besefte ze dat haar moeder dus niet (...) En nieuwe partners sluiten zich gewoon een beetje vergeetachtig aan: van banken en verzekeraars tot was. (...) Ze vergat nu dus ook om te campingbeheerders. (…)
bron: samendementievriendelijk.nl, 2016
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een uitleg dat de campagne voor een dementievriendelijke samenleving de sociale cohesie in de samenleving kan versterken, met een toepassing van het kernconcept sociale cohesie (1) • een voorbeeld uit tekst 5 waaruit het kernconcept sociale cohesie blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • De campagne bestaat onder andere uit het aanbieden van (online) trainingen of scholing in het omgaan met mensen met dementie. Door deze trainingen en scholing leren mensen hoe ze het best kunnen omgaan met mensen met dementie. Zo benoemt de eigenaar van de supermarkt dat ze mensen die vergeten te betalen niet gaan aangeven bij de politie, maar gaan helpen, bijvoorbeeld met betalen of met zoeken (r. 35-44) (1) • Hieruit blijkt meer verantwoordelijkheid voor het welzijn van mensen met dementie. / Dit kan het gevoel een groep te zijn / gezamenlijk lid te zijn van een gemeenschap, vergroten. Daarom kan de campagne voor een dementievriendelijke samenleving de sociale cohesie in de samenleving versterken (1) (2)
Gebruik tekst 5. De campagne voor een dementievriendelijke samenleving wordt gesteund door politieke partijen uit verschillende politieke stromingen en sluit aan bij uitgangspunten van verschillende politieke stromingen. In tekst 5 is een uitgangspunt van de confessionele stroming te herkennen.
Vraag 23 2 punten
Leg uit welk uitgangspunt van de confessionele stroming dit is. Gebruik in je uitleg informatie uit tekst 5 waarin dit uitgangspunt te herkennen is.
Tekst 5
Toespraak staatssecretaris Van Rijn bij EU-conferentie over dementie
(…) In Nederland woont 70 procent betalen in de supermarkt. Ze leed van de mensen met dementie thuis aan een ziekte. (...) (...). Ze wonen in ons dorp, in onze 35 (...) De eigenaar van de supermarkt buurt, in onze straat. Velen van hen heeft het signaal begrepen. Hij riep al
5 kunnen nog heel lang goed zijn medewerkers bij elkaar en zei: functioneren. Ze willen ook niet als wij gaan mensen die vergeetachtig ziek en zielig beschouwd worden. zijn niet aangeven bij de politie, we (...) Het enige wat ze soms nodig 40 gaan ze een handje helpen. Voortaan hebben is een beetje extra aandacht, zeggen we dan: Zal ik dit even voor u
10 een duwtje in de goede richting. Zij terugleggen? Zal ik u even helpen zijn zo gebaat bij mensen die met betalen? Kan ik u helpen met doorhebben wat er aan de hand is zoeken? Een jaar na deze als iemand het even niet meer weet 45 gebeurtenis ben ik op bezoek bij de kapper of zonder bestemming geweest in die winkel in Doorn om
15 de bus instapt. hun het predicaat En zo kwamen we tot het idee van de ‘dementievriendelijke supermarkt’ uit dementievriendelijke samenleving. te reiken. Dat staat daar nu met een Een campagne die we vandaag 50 groot plakkaat op het winkelraam en graag presenteren. de manager is er terecht heel trots
20 Eigenlijk is het idee voor die op. En omdat deze supermarkt een campagne begonnen met een vestiging is van de grootste telefoongesprek. Een jaar geleden winkelketen van Nederland, zijn er nu kreeg een keurige Amsterdamse 55 veel meer van zulke supermarkten in dame een telefoontje van de politie Nederland. Bij heel veel vestigingen
25 van Doorn (…). De agent zei: “Uw krijgen de medewerkers scholing in moeder is aangehouden wegens omgaan met mensen met dementie. winkeldiefstal, kunt u even (...) Na deze supermarktketen langskomen?” (...) 60 volgde de grootste busmaatschappij. Onderweg naar het politiebureau En daarna verschillende gemeenten.
30 besefte ze dat haar moeder dus niet (...) En nieuwe partners sluiten zich gewoon een beetje vergeetachtig aan: van banken en verzekeraars tot was. (...) Ze vergat nu dus ook om te campingbeheerders. (…)
bron: samendementievriendelijk.nl, 2016
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een uitgangspunt van de confessionele stroming dat te herkennen is in tekst 5 (1) • een uitleg waarom dit uitgangspunt in tekst 5 te herkennen is, met informatie uit tekst 5 waarin dit uitgangspunt te herkennen is (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 5 is het uitgangspunt gespreide verantwoordelijkheid te herkennen (1) • Uit tekst 5 blijkt dat burgers en bedrijven ook zorg en verantwoordelijkheid dragen voor een dementievriendelijke samenleving (r. 56-64) (1) (2)
Zie regel 22 tot en met 28 van tekst 5. In trainingen of scholing in het kader van een dementievriendelijke samenleving leren mensen de signalen te herkennen van dementie en hoe zij het best kunnen omgaan met mensen met dementie. Er zijn onder andere speciale trainingen om dementievriendelijk op je werk te zijn.
Vraag 24 2 punten
Leg uit hoe een training over dementie het referentiekader van werknemers verandert en ervoor kan zorgen dat gebeurtenissen zoals beschreven in regel 22 tot en met 28 van tekst 5 niet meer plaatsvinden. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het begrip referentiekader;
- een omschrijving van het begrip selectieve perceptie.
Tekst 5
Toespraak staatssecretaris Van Rijn bij EU-conferentie over dementie
(…) In Nederland woont 70 procent betalen in de supermarkt. Ze leed van de mensen met dementie thuis aan een ziekte. (...) (...). Ze wonen in ons dorp, in onze 35 (...) De eigenaar van de supermarkt buurt, in onze straat. Velen van hen heeft het signaal begrepen. Hij riep al
5 kunnen nog heel lang goed zijn medewerkers bij elkaar en zei: functioneren. Ze willen ook niet als wij gaan mensen die vergeetachtig ziek en zielig beschouwd worden. zijn niet aangeven bij de politie, we (...) Het enige wat ze soms nodig 40 gaan ze een handje helpen. Voortaan hebben is een beetje extra aandacht, zeggen we dan: Zal ik dit even voor u
10 een duwtje in de goede richting. Zij terugleggen? Zal ik u even helpen zijn zo gebaat bij mensen die met betalen? Kan ik u helpen met doorhebben wat er aan de hand is zoeken? Een jaar na deze als iemand het even niet meer weet 45 gebeurtenis ben ik op bezoek bij de kapper of zonder bestemming geweest in die winkel in Doorn om
15 de bus instapt. hun het predicaat En zo kwamen we tot het idee van de ‘dementievriendelijke supermarkt’ uit dementievriendelijke samenleving. te reiken. Dat staat daar nu met een Een campagne die we vandaag 50 groot plakkaat op het winkelraam en graag presenteren. de manager is er terecht heel trots
20 Eigenlijk is het idee voor die op. En omdat deze supermarkt een campagne begonnen met een vestiging is van de grootste telefoongesprek. Een jaar geleden winkelketen van Nederland, zijn er nu kreeg een keurige Amsterdamse 55 veel meer van zulke supermarkten in dame een telefoontje van de politie Nederland. Bij heel veel vestigingen
25 van Doorn (…). De agent zei: “Uw krijgen de medewerkers scholing in moeder is aangehouden wegens omgaan met mensen met dementie. winkeldiefstal, kunt u even (...) Na deze supermarktketen langskomen?” (...) 60 volgde de grootste busmaatschappij. Onderweg naar het politiebureau En daarna verschillende gemeenten.
30 besefte ze dat haar moeder dus niet (...) En nieuwe partners sluiten zich gewoon een beetje vergeetachtig aan: van banken en verzekeraars tot was. (...) Ze vergat nu dus ook om te campingbeheerders. (…)
bron: samendementievriendelijk.nl, 2016
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een uitleg hoe een training over dementie het referentiekader van werknemers verandert, met een toepassing van het begrip referentiekader (1) • een uitleg dat werknemers het gedrag van mensen met dementie anders zullen waarnemen (selectieve perceptie), zodat gebeurtenissen zoals beschreven in regel 22 tot en met 28 van tekst 5 voorkomen kunnen worden (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Het referentiekader van mensen wordt onder andere gevormd door hun kennis en ervaringen. Een training over dementie verandert het referentiekader van mensen, omdat zij in de training signalen leren te herkennen van dementie en vaardigheden leren om met mensen met dementie om te gaan. Zij krijgen dus meer kennis over het gedrag van mensen met dementie (1) • Mensen nemen selectief waar. Hoe mensen gedrag waarnemen en interpreteren is afhankelijk van hun referentiekader. Zonder kennis over dementie kunnen werknemers gedrag van klanten met dementie anders waarnemen en interpreteren dan mét kennis over dementie. Waar de medewerkers voorafgaand aan de training misschien gedacht hadden aan crimineel gedrag, denken zij na de training wellicht eerder aan de mogelijkheid van dementie (1) (2)
Gebruik tekst 6. Er zijn verschillende hypothesen over de mate waarin massamedia invloed hebben op mensen. Een voorbeeld van zo’n mediahypothese is de cultivatiehypothese. In tekst 6 geven The en Olde Rikkert een verklaring voor het beeld dat mensen hebben van mensen met dementie.
Vraag 25 2 punten
Leg uit welke andere mediahypothese in deze verklaring te herkennen is. Gebruik in je uitleg:
- de naam en de omschrijving van een mediahypothese;
- informatie uit tekst 6 waarin deze mediahypothese te herkennen is.
Tekst 6
Strijd tegen (…) dementie: ‘Er valt nog lang goed mee te leven’
Wilsonbekwaam, incontinent en wat hulp zelfstandig thuis woont, vergeetachtig. Wanneer het over ondernemend is en het leven nog dementie gaat, doemen al snel absoluut de moeite waard vindt. (...) beelden op van wegkwijnende De eenzijdige focus op de eindfase
5 mensen in verpleeghuizen. Dementie 20 van de ziekte in de media en politiek als het allerergste dat iemand kan is schadelijk. Het staat een overkomen. Reclamespots met dementievriendelijke samenleving in teksten als ‘Alzheimer verwoest de weg, stelt Marcel Olde Rikkert levens’ versterken dit gevoel. vast. (...)
10 Maar dit is slechts een klein deel van 25 “Die beelden maken dat we nog de werkelijkheid, vertellen steeds als samenleving denken: ja, wetenschappers Anne-Mei The en maar dat zijn toch wel heel gestoorde Marcel Olde Rikkert in Nieuwsuur. mensen, allemaal heel erg zielig en (...) daar moeten we toch eigenlijk niet te Wat zelden wordt getoond, is de 30 veel mee te maken hebben.” (...)
15 grote groep die na de diagnose met
bron: nos.nl, januari 2018
HA-10 34-a-b 8/8 lees verdereinde ►►► ν
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • het noemen van de mediaframing hypothese (1) • een uitleg dat deze hypothese in de verklaring van The en Olde Rikkert te herkennen is, met een toepassing van de mediaframing hypothese en informatie uit tekst 6 dat de media een eenzijdige focus hebben op de eindfase van de ziekte (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In deze verklaring is de mediaframing hypothese te herkennen (1) • Volgens The en Olde Rikkert belichten de media vooral/eenzijdig de eindfase van de ziekte (r. 19-20). Deze invalshoek is het frame. Hierdoor wordt het beeld dat mensen hebben van mensen met dementie (gestoorde, zielige mensen (r. 27-28); wilsonbekwaam, incontinent en vergeetachtig (r. 1-2)) beïnvloed (1) (2)
Gebruik tekst 6. In het rapport ‘Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg’ van de overheid staat het volgende: “Uit een onderzoek blijkt dat het krijgen van de diagnose dementie een enorme impact heeft op iemands identiteit, met gevoelens van verlies, boosheid, onzekerheid en frustratie tot gevolg. De wens om hun vroegere identiteit te behouden, kan ertoe leiden dat mensen met dementie terughoudend zijn om hun diagnose te delen met familieleden of de bredere sociale omgeving.” Er kan een spanning bestaan tussen persoonlijke en externe collectieve identiteit.
Vraag 26 3 punten
Beredeneer dat deze spanning kan verklaren dat iemand met de diagnose dementie deze diagnose niet graag deelt met de bredere sociale omgeving. Gebruik in je redenering:
- een omschrijving van externe collectieve identiteit met een voorbeeld daarvan uit tekst 6;
- de omschrijving van het kernconcept identiteit.
Tekst 6
Strijd tegen (…) dementie: ‘Er valt nog lang goed mee te leven’
Wilsonbekwaam, incontinent en wat hulp zelfstandig thuis woont, vergeetachtig. Wanneer het over ondernemend is en het leven nog dementie gaat, doemen al snel absoluut de moeite waard vindt. (...) beelden op van wegkwijnende De eenzijdige focus op de eindfase
5 mensen in verpleeghuizen. Dementie 20 van de ziekte in de media en politiek als het allerergste dat iemand kan is schadelijk. Het staat een overkomen. Reclamespots met dementievriendelijke samenleving in teksten als ‘Alzheimer verwoest de weg, stelt Marcel Olde Rikkert levens’ versterken dit gevoel. vast. (...)
10 Maar dit is slechts een klein deel van 25 “Die beelden maken dat we nog de werkelijkheid, vertellen steeds als samenleving denken: ja, wetenschappers Anne-Mei The en maar dat zijn toch wel heel gestoorde Marcel Olde Rikkert in Nieuwsuur. mensen, allemaal heel erg zielig en (...) daar moeten we toch eigenlijk niet te Wat zelden wordt getoond, is de 30 veel mee te maken hebben.” (...)
15 grote groep die na de diagnose met
bron: nos.nl, januari 2018
HA-10 34-a-b 8/8 lees verdereinde ►►► ν
Bekijk het antwoord
- Een juist antwoord bevat: • een voorbeeld uit tekst 6 van externe collectieve identiteit van mensen met dementie (1) • een toepassing van het kernconcept identiteit op het gegeven dat de wens van iemand met de diagnose dementie is om de vroegere identiteit te houden (1) • een redenering dat het bestaan van een spanning tussen persoonlijke en externe collectieve identiteit kan verklaren dat iemand met de diagnose dementie deze diagnose niet graag deelt met de bredere sociale omgeving (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 6 blijkt dat het beeld dat bestaat van mensen met dementie vaak een beeld is van wilsonbekwame, incontinente, zielige mensen (r. 1-2; r. 28). Dit is de externe collectieve identiteit van mensen met dementie (1) • Iemand die net de diagnose dementie heeft gekregen wil graag het beeld van zichzelf behouden, en ook uitdragen naar anderen, als iemand die niet dement is, niet wilsonbekwaam, incontinent en zielig, en wil dus zijn vroegere persoonlijke identiteit behouden (1) • Dit beeld van zichzelf komt niet overeen met de externe collectieve identiteit van mensen met dementie. De angst om door anderen vereenzelvigd te worden met deze externe collectieve identiteit zal iemand met de diagnose dementie ertoe kunnen brengen niet snel met de sociale omgeving te delen dat hij de diagnose dementie heeft gekregen (1) (3)
Mensen met dementie lopen een verhoogd risico op sociale uitsluiting. In het rapport ‘Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg’ van de overheid staat: “Door de beperkingen van de ziekte is het vaak moeilijk om (…) contacten te onderhouden, bijvoorbeeld omdat gesprekken moeizamer gaan, of omdat anderen niet goed weten hoe ze met de persoon met dementie moeten omgaan. Ook zorgen de beperkingen ervoor dat het moeilijk is om vrijwilligerswerk uit te voeren, of deel te nemen aan het verenigingsleven.”
Vraag 27 1 punt
Op welke component van sociale uitsluiting lopen mensen met dementie een verhoogd risico volgens het bovenstaande citaat?
Bekijk het antwoord
- (op de component) beperkte sociale (en politieke) participatie (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Maatschappijwetenschappen 2021, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-2/ha-1034-a-21-2-o
Andere examens maatschappijwetenschappen havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2?
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2 loopt tot vraag 27. Van 24 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over vorming (9), macht en gezag (9) en binding (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-2/ha-1034-a-21-2-c).
Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen havo 2021, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.