Eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Opgave 1 Nederland fietsland, Opgave 2 Aanpak Top600, Opgave 3 Opleiding, afkomst en de kans op succes, Opgave 4 Nationaal Kiezersonderzoek.
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 24. Van 22 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (7), verhouding (5) en vorming (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Macht en gezag | 4, 9-12, 22, 24 | 7 |
| Verhouding | 1, 6-7, 17-18 | 5 |
| Vorming | 2, 13, 19, 21, 23 | 5 |
| Verandering | 3, 5, 20 | 3 |
| Binding | 8, 14 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens maatschappijwetenschappen havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over verhouding (23% van de vragen, gemiddeld 15%). Minder over macht en gezag (32% van de vragen, gemiddeld 40%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Opgave 1 Nederland fietsland
Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 4 uit het bronnenboekje.
Inleiding Deze opgave gaat over Nederland als fietsland.
Gebruik tekst 1.
Vraag 1 2 punten
Leg uit dat uit tekst 1 blijkt dat in het gebruik van de fiets door Nederlanders een verhoudingsvraagstuk te herkennen is. Gebruik in je uitleg:
- de omschrijving van het hoofdconcept verhouding;
- het woord ‘statusverschillen’.
Tekst 1
‘Nederlanders zijn een onafhankelijk fietsvolkje’
Op 18 mei 2017 is het Fiets-naar-je- Pas met de acties van de werk-dag. Nederlanders grijpen al hervormingsbeweging in de jaren bovengemiddeld vaak naar de fiets. zestig en zeventig kenterde die Hoe komt dat eigenlijk? (…) NEMO 40 ontwikkeling langzaam. Een groeiend
5 Kennislink vraagt het fietsexpert Adri aantal mensen begon te protesteren Albert de la Bruheze van de tegen auto’s die hun woonwijken Universiteit Twente. (…) overnamen, en die de leefbaarheid en veiligheid aantastten. (...) Soms Zowel Denemarken als Nederland 45 gingen ze zelfs letterlijk op de vuist zijn vlakke landen met relatief veel met automobilisten die hun straat
10 fietspaden. Hangt de populariteit binnenreden of hielden die aan terwijl van fietsen daarmee samen met ze schreeuwden: ‘Hé, mijn kinderen het fysieke landschap? “Dat speelt moeten veilig buiten kunnen spelen!’ wel een rol, maar is zeker niet 50 Beleidsmakers begonnen naar deze allesbepalend. (...). Het hangt af van eisen te luisteren. Ze legden meer
15 heel veel factoren (...). In Nederland fietspaden aan in de stad, in een is het heel gewoon dat ook mensen poging het autogebruik terug te met een hoge positie, zoals de dringen.” minister-president en de koning, de tweewieler pakken. Op fietsen wordt 55 Hoe kwam het dat fietspaden in
20 niet neergekeken als een vervoer- steden nog relatief zeldzaam middel dat slechts goed is voor de waren? “Tot die tijd legde de armen en kanslozen zoals in overheid de meeste fietspaden aan sommige landen wel het geval is. langs snelwegen of anderszins langs (...) Maar ook politiek speelt een rol 60 wegen buiten de stad. Dit had deels
25 en, daarmee samenhangend, de prioriteit omdat het veel verkeersbeleid.” gevaarlijker is om langs wegen te fietsen waar auto’s hard mogen Kun je daar iets meer over rijden. Een andere reden was dat het vertellen? “Waar de fiets nu niet 65 beleid zich vooral richtte op fietsen meer weg te denken is uit het als vrijetijdsbesteding
- wat
30 Nederlandse landschap, leek dit doorgaans buiten de steden, in de vervoermiddel aan het begin van de natuur, plaatsvond. Toen de jaren zestig juist zijn langste tijd te infrastructuur voor fietsers binnen de hebben gehad. In (…) Nederland 70 bebouwde kom geleidelijk aan [werd], net als in andere Europese verbeterd werd, werd de fiets snel
35 landen, een beleid in gang gezet dat populairder in de stad.” (...) was gericht op de auto. (...)
bron: www.nemokennislink.nl, 18 mei 2017
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat in het gebruik van de fiets door Nederlanders een verhoudingsvraagstuk te herkennen is, met gebruik van de omschrijving van het hoofdconcept verhouding (1) • de constatering dat er voor wat betreft het gebruik van de fiets in Nederland relatief weinig/minder vorm wordt gegeven aan statusverschillen, met gebruik van tekst 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Dat in Nederland de fiets niet alleen door armen en kanslozen wordt gebruikt, maar ook door mensen met een hoge positie, zoals de minister-president en de koning, is een voorbeeld van de wijze waarop mensen in Nederland zich tot elkaar verhouden. Hoe in de Nederlandse samenleving vorm wordt gegeven aan sociale verschillen is onderdeel van het hoofdconcept verhouding (1) • Dat in Nederland door alle klassen gebruik wordt gemaakt van de fiets, lijkt erop te duiden dat in Nederland wat betreft het gebruik van de fiets in mindere mate vorm wordt gegeven aan statusverschillen dan in (sommige) andere landen, waar op fietsen wordt neergekeken als een vervoermiddel dat slechts goed is voor de armen en kanslozen (r. 19-23) (1) (2)
In een essay in het tijdschrift De Groene Amsterdammer schreef socioloog Giselinde Kuipers van de Universiteit van Amsterdam het volgende over de fiets in Nederland: “Er is een netwerk van gewoontes en gebruiken waarin iedereen meedoet, dat vanzelfsprekend wordt gevonden. Je neemt gewoon de fiets. Iedereen fietst. Je zou niet weten hoe het anders moet. In steden is de eenheid van afstand de fietsminuut, zelfs in de brochures van de makelaar. (…) fietsen is een tweede natuur geworden.”
Vraag 2 2 punten
Leg uit of je op grond van bovenstaand citaat van Kuipers kunt beweren dat Nederlanders het fietsen hebben geïnternaliseerd. Gebruik in je uitleg:
- een omschrijving van het begrip internalisatie;
- het citaat uit de inleiding bij deze vraag.
Bekijk het antwoord
- Uit de inleiding bij de vraag blijkt dat fietsen een tweede natuur is geworden, mensen niet zouden weten hoe het anders moet / dat fietsen vanzelfsprekend is geworden (1)
- Nederlanders hebben het fietsen dus verinnerlijkt / zich het fietsen zo eigengemaakt dat het vanzelfsprekend wordt. Nederlanders hebben het fietsen dus geïnternaliseerd (1)
Volgens planoloog Karel Martens van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft het type samenleving dat Nederland was vóór de jaren zestig van de vorige eeuw invloed gehad op het feit dat er in Nederland door zoveel mensen gefietst wordt. In deze jaren moesten protestantse kinderen naar protestantse scholen en katholieke kinderen naar katholieke scholen. Kinderen gaan in Nederland vrijwel nooit met gezamenlijk vervoer als een schoolbus naar school. Scholen van het gewenste type lagen vaak zo ver van huis, dat de kinderen moesten fietsen en dat fietsen blijven ze vaak doen als ze ouder zijn.
Vraag 3 1 punt
Hoe heet het type samenleving dat volgens Martens invloed heeft gehad op het feit dat er in Nederland door zoveel mensen gefietst wordt?
Bekijk het antwoord
Opmerking Het antwoord ‘verzuiling’ mag ook goed gerekend worden.
Gebruik tekst 1. Politieke keuzes speelden een rol in de uiteindelijke populariteit van de fiets. Uit tekst 1 blijkt dat de verkeersonveiligheid in de wijken op de politieke agenda is gekomen. Of een probleem op de politieke agenda komt, is afhankelijk van een aantal voorwaarden, zoals dat de situatie als veranderbaar wordt beschouwd en dat er voldoende ruimte is op de politieke agenda. Uit tekst 1 blijkt dat het probleem van de verkeersonveiligheid in de wijken ook voldeed aan andere voorwaarden om op de politieke agenda te komen.
Vraag 4 2 punten
Noem een van deze andere voorwaarden om op de politieke agenda te komen en geef uit tekst 1 een voorbeeld van deze voorwaarde.
Tekst 1
‘Nederlanders zijn een onafhankelijk fietsvolkje’
Op 18 mei 2017 is het Fiets-naar-je- Pas met de acties van de werk-dag. Nederlanders grijpen al hervormingsbeweging in de jaren bovengemiddeld vaak naar de fiets. zestig en zeventig kenterde die Hoe komt dat eigenlijk? (…) NEMO 40 ontwikkeling langzaam. Een groeiend
5 Kennislink vraagt het fietsexpert Adri aantal mensen begon te protesteren Albert de la Bruheze van de tegen auto’s die hun woonwijken Universiteit Twente. (…) overnamen, en die de leefbaarheid en veiligheid aantastten. (...) Soms Zowel Denemarken als Nederland 45 gingen ze zelfs letterlijk op de vuist zijn vlakke landen met relatief veel met automobilisten die hun straat
10 fietspaden. Hangt de populariteit binnenreden of hielden die aan terwijl van fietsen daarmee samen met ze schreeuwden: ‘Hé, mijn kinderen het fysieke landschap? “Dat speelt moeten veilig buiten kunnen spelen!’ wel een rol, maar is zeker niet 50 Beleidsmakers begonnen naar deze allesbepalend. (...). Het hangt af van eisen te luisteren. Ze legden meer
15 heel veel factoren (...). In Nederland fietspaden aan in de stad, in een is het heel gewoon dat ook mensen poging het autogebruik terug te met een hoge positie, zoals de dringen.” minister-president en de koning, de tweewieler pakken. Op fietsen wordt 55 Hoe kwam het dat fietspaden in
20 niet neergekeken als een vervoer- steden nog relatief zeldzaam middel dat slechts goed is voor de waren? “Tot die tijd legde de armen en kanslozen zoals in overheid de meeste fietspaden aan sommige landen wel het geval is. langs snelwegen of anderszins langs (...) Maar ook politiek speelt een rol 60 wegen buiten de stad. Dit had deels
25 en, daarmee samenhangend, de prioriteit omdat het veel verkeersbeleid.” gevaarlijker is om langs wegen te fietsen waar auto’s hard mogen Kun je daar iets meer over rijden. Een andere reden was dat het vertellen? “Waar de fiets nu niet 65 beleid zich vooral richtte op fietsen meer weg te denken is uit het als vrijetijdsbesteding
- wat
30 Nederlandse landschap, leek dit doorgaans buiten de steden, in de vervoermiddel aan het begin van de natuur, plaatsvond. Toen de jaren zestig juist zijn langste tijd te infrastructuur voor fietsers binnen de hebben gehad. In (…) Nederland 70 bebouwde kom geleidelijk aan [werd], net als in andere Europese verbeterd werd, werd de fiets snel
35 landen, een beleid in gang gezet dat populairder in de stad.” (...) was gericht op de auto. (...)
bron: www.nemokennislink.nl, 18 mei 2017
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Het probleem van de verkeersonveiligheid in de wijken voldeed ook aan de voorwaarde dat de negatief beoordeelde situatie hevige emoties oproept (1p)
- Dit blijkt uit tekst 1 omdat in tekst 1 staat dat mensen soms zelfs letterlijk op de vuist gingen met automobilisten die hun straat binnenreden terwijl ze schreeuwden: ‘Hé, mijn kinderen moeten veilig buiten kunnen spelen!’ (r. 44-49) (1p)
Gebruik tekst 2. Volgens Hans Buiter, verenigingshistoricus van de ANWB, raakten verkeerskundigen in de jaren zeventig van de vorige eeuw geïnspireerd door ‘traffic engineering’. Met de opkomst van de auto wilden de verkeerskundigen de verkeersveiligheid verbeteren.
Vraag 5 2 punten
Leg uit dat uit tekst 2 blijkt dat traffic engineering een voorbeeld is van een gerationaliseerde aanpak. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept rationalisering.
Tekst 2
Hans Buiter, verenigingshistoricus bleek dat er nog steeds veel fietsers van de ANWB: rondreden en in sommige gebieden “De verkeerskundigen waren in die 15 werd zelfs massaal gefietst. De tijd helemaal niet op zoek naar de fietsers waren niet verdwenen, maar
5 fiets, maar ze kwamen de fiets tegen. de auto’s waren erbij gekomen en die Ze waren geïnspireerd door de beheersten het beeld. En dat Amerikaanse wetenschappelijke toegenomen autoverkeer leidde tot aanpak van het verkeer: traffic 20 meer verkeersonveiligheid. De engineering. En daar hoorde tellen beleidsmakers en de verkeers-
10 bij. Vervolgens werden op basis van kundigen keken naar de cijfers en de cijfers modellen gemaakt. De fiets zagen dat er iets moest gebeuren.” kwam in beeld dankzij het tellen. Het
naar: www.fietsersbond.nl, 18 augustus 2015
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg waaruit blijkt dat traffic engineering een voorbeeld van een gerationaliseerde aanpak is, met een toepassing van het kernconcept rationalisering (1) • informatie uit tekst 2 over traffic engineering waaruit blijkt dat er sprake is van een gerationaliseerde aanpak (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Met de invoering van traffic engineering gingen verkeerskundigen tellen in het verkeer en maakten zij op basis van de cijfers modellen (r. 9-11) (1) • Het tellen en maken van modellen van de verkeerssituatie om de verkeersveiligheid te verbeteren, duidt op het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid om haar beheersbaar te maken. Dus is in traffic engineering een gerationaliseerde aanpak te herkennen (1) (2)
Gebruik tekst 3. De laatste jaren is het fietsgebruik in Nederland flink toegenomen. Dat kan voor drukte op de fietspaden zorgen. In sommige grotere steden wordt al gesproken van files op het fietspad. CROW-fietsberaad, een kenniscentrum voor fietsbeleid, heeft een onderzoek gedaan naar de oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen ten aanzien van de drukte op fietspaden. Van belang was hoe de fietser zelf de drukte ervaart. Tekst 3 komt uit het rapport over het onderzoek en gaat in op gedragingen van bepaalde soorten fietsers die door andere soorten fietsers storend worden bevonden.
Vraag 6 2 punten
Beredeneer aan de hand van tekst 3 dat er tussen mensen die behoren tot verschillende soorten fietsers sprake kan zijn van een conflict. Gebruik in je redenering:
- de omschrijving van het kernconcept conflict;
- twee soorten fietsers uit tekst 3;
- de doelen die deze twee soorten fietsers uit tekst 3 hebben. Let op: deze doelen staan niet in de tekst maar moet je zelf bedenken. De doelen moeten passen bij de soort fietser.
Tekst 3
Last van andere fietsers
Bepaalde gedragingen van andere 10 fietsers en met fietsers die niet aan fietsers dragen bij aan de drukte- de kant gaan. Recreatieve fietsers beleving. Storende factor is als meer aan de andere kant klagen over mensen (…) naast elkaar fietsen. schreeuwende wielrenners en het
5 Scholieren (…) vinden dat de lagere snelheidsverschil met racefietsers en snelheid van andere fietsers veel 15 elektrische fietsers bij het inhalen. bijdraagt aan de drukte op het Allemaal gedragingen die het drukte- fietspad. Ook racefietsers hebben gevoel versterken. moeite met naast elkaar rijdende
bron: www.fietsberaad.nl, 22 september 2017
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een redenering dat er tussen mensen die behoren tot verschillende soorten fietsers sprake kan zijn van een conflict, met: • het noemen van twee soorten fietsers die met elkaar strijdige ‘fietsdoelen’ hebben met een omschrijving van hun ‘fietsdoelen’ (1) • een uitleg dat, om die doelen te kunnen bereiken, die twee soorten fietsers elkaar tegenwerken (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 3 blijkt dat recreatieve fietsers klagen over het snelheidsverschil met racefietsers en racefietsers naast elkaar rijdende fietsers storend vinden. Recreatieve fietsers rijden vaak naast elkaar, bijvoorbeeld met als doel gezelligheid / dat ze met elkaar willen praten. Racefietsers hebben als doel snel te fietsen (1) • Door naast elkaar te fietsen, werken recreatieve fietsers racefietsers tegen, omdat het lastiger is om snel te fietsen als mensen naast elkaar fietsen. Racefietsers op hun beurt kunnen de recreatieve fietsers weer tegenwerken omdat zij door het snelle inhalen en schreeuwen het plezier en ontspannen naast elkaar fietsen kunnen verstoren. Er is dan dus sprake van een conflict (1) (2)
Gebruik tekst 4. Shared Space is een manier waarop men onveilige situaties in het verkeer probeert te voorkomen. Door scheidingen tussen weggebruikers, verkeerslichten en verkeersborden weg te nemen, moet Shared Space de eigen verantwoordelijkheid en sociaal gedrag bij mensen in het verkeer stimuleren.
Vraag 7 2 punten
Leg uit welk kernconcept bij het hoofdconcept verhouding te herkennen is in het idee van Shared Space in tekst 4. Gebruik in je uitleg:
- de naam en de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept verhouding;
- informatie uit tekst 4 waaruit het gekozen kernconcept blijkt.
Tekst 4
Ongelooflijk, maar er gaat niks mis in Shared Space
Het was gedoemd te mislukken: 25 een snorfietser, waarbij de fietser ten fietsers en voetgangers het zelf laten val kwam. Eén! (...) uitzoeken. En dan ook nog achter Allemaal alerte mensen, dat is Amsterdam Centraal Station. Waar eigenlijk waar het op neerkomt.
5 ponten aanlanden, mensen haast Passanten, of ze nu lopend zijn of op hebben en lichtgeraakt zijn. Waar 30 de fiets of de snorfiets zitten: ze bovendien duizenden fietsers letten op. Ze doen niet zomaar wat, onderweg zijn van de ene kant van ze kijken en handelen pas daarna. de stad naar de andere. Shared Het gevolg is, het klinkt tuttig,
10 Space, dat hippe, enge concept waar voorzichtigheid. (...) voorrang en regeltjes ontbreken, hier, 35 Ook Ruwan Aluvihare is uitgesproken op deze plek? Het kón niet goed positief. De grote gemeentelijke gaan. voortrekker van het beginsel van Maar het blijkt dus wel te kunnen. Shared Space noemt de eerste
15 Precies drie maanden nadat zo ervaringen achter CS zelfs ‘boven ongeveer alle verkeersborden 40 verwachting’. “Het gaat zoals ik werden weggehaald, drie maanden hoopte, beter zelfs. Mensen maken waarin fietsers het voor ongeveer contact, kijken naar de mensen met honderd meter zonder fietspad wie zij de ruimte delen. Het maakt
20 moeten doen, hebben geen dat mensen weer mensen worden. noemenswaardige ongelukken 45 Alleen een enkele brommer of opgeleverd. Eén botsing weet de snorfiets scheurt er nog weleens gemeente op te diepen op basis van doorheen. Voor de rest: heel erg de camerabeelden: een fietser en goed.”
Shared Space achter Amsterdam CS, waar veel soorten verkeer elkaar kruisen
bron: www.parool.nl, 27 februari 2016
Opgave 2 Aanpak Top600
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • het noemen van het kernconcept samenwerking en informatie uit tekst 4 waaruit het kernconcept samenwerking blijkt (1) • een uitleg dat in deze informatie uit tekst 4 het kernconcept samenwerking te herkennen is, met de toepassing van het kernconcept samenwerking (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Uit tekst 4 blijkt dat mensen met elkaar contact maken en op (elkaar) letten. Ze doen niet zomaar wat, ze kijken en handelen pas daarna. Hierin is het kernconcept samenwerking te herkennen (1) • De verkeersgebruikers stemmen immers hun handelen op elkaar af met veiligheid als gemeenschappelijk doel (1) (2)
Zie tekst 4.
Vraag 8 2 punten
− Beredeneer wat het verband is tussen het op grote schaal toepassen van Shared Space in de openbare ruimte en de mate van binding in de samenleving. Gebruik in je redenering de omschrijving van het hoofdconcept binding.
- Beredeneer vervolgens dat het op grote schaal toepassen van Shared Space de sociale cohesie kan bevorderen. Gebruik in je redenering de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie.
Tekst 4
Ongelooflijk, maar er gaat niks mis in Shared Space
Het was gedoemd te mislukken: 25 een snorfietser, waarbij de fietser ten fietsers en voetgangers het zelf laten val kwam. Eén! (...) uitzoeken. En dan ook nog achter Allemaal alerte mensen, dat is Amsterdam Centraal Station. Waar eigenlijk waar het op neerkomt.
5 ponten aanlanden, mensen haast Passanten, of ze nu lopend zijn of op hebben en lichtgeraakt zijn. Waar 30 de fiets of de snorfiets zitten: ze bovendien duizenden fietsers letten op. Ze doen niet zomaar wat, onderweg zijn van de ene kant van ze kijken en handelen pas daarna. de stad naar de andere. Shared Het gevolg is, het klinkt tuttig,
10 Space, dat hippe, enge concept waar voorzichtigheid. (...) voorrang en regeltjes ontbreken, hier, 35 Ook Ruwan Aluvihare is uitgesproken op deze plek? Het kón niet goed positief. De grote gemeentelijke gaan. voortrekker van het beginsel van Maar het blijkt dus wel te kunnen. Shared Space noemt de eerste
15 Precies drie maanden nadat zo ervaringen achter CS zelfs ‘boven ongeveer alle verkeersborden 40 verwachting’. “Het gaat zoals ik werden weggehaald, drie maanden hoopte, beter zelfs. Mensen maken waarin fietsers het voor ongeveer contact, kijken naar de mensen met honderd meter zonder fietspad wie zij de ruimte delen. Het maakt
20 moeten doen, hebben geen dat mensen weer mensen worden. noemenswaardige ongelukken 45 Alleen een enkele brommer of opgeleverd. Eén botsing weet de snorfiets scheurt er nog weleens gemeente op te diepen op basis van doorheen. Voor de rest: heel erg de camerabeelden: een fietser en goed.”
Shared Space achter Amsterdam CS, waar veel soorten verkeer elkaar kruisen
bron: www.parool.nl, 27 februari 2016
Opgave 2 Aanpak Top600
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een redenering wat het verband is tussen het op grote schaal toepassen van Shared Space in de openbare ruimte en de mate van binding in de samenleving, met gebruik van de omschrijving van het hoofdconcept binding (1) • een redenering dat het op grote schaal toepassen van Shared Space de sociale cohesie kan bevorderen, met gebruik van de omschrijving van het kernconcept sociale cohesie (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Mensen gaan, als ze gebruikmaken van Shared Space, een relatie met elkaar aan en zijn van elkaar afhankelijk voor hun eigen en andermans veiligheid. De afhankelijkheid tussen mensen neemt toe. Shared Space kan zo de bindingen in de samenleving versterken (1) • Deze afhankelijkheid van elkaar kan leiden tot een groter gevoel van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn en kan het gevoel een groep te zijn, lid te zijn van een gemeenschap, vergroten, doordat mensen contact met elkaar maken en in gezamenlijkheid tot oplossingen komen. Er is dan sprake van sterkere sociale cohesie (1) (2)
Opgave 2 Aanpak Top600
Bij deze opgave horen de teksten 5 en 6 en de figuren 1 en 2 uit het bronnenboekje.
Inleiding In mei 2011 nam het Amsterdamse gemeentebestuur in samenwerking met zorg- en jeugdinstellingen, de politie en het Openbaar Ministerie het initiatief tot de Aanpak Top600. De Top600 is een ranglijst van jonge veelplegers die met voorrang worden aangepakt. Deze jongeren hebben meerdere misdrijven gepleegd zoals straatroof, overvallen en woninginbraken.
Gebruik tekst 5. In de pijlers van de Aanpak Top600 zoals die beschreven worden in tekst 5 zijn de drie overheidsstrategieën om criminaliteit te bestrijden te herkennen.
Vraag 9 3 punten
− Noem de drie overheidsstrategieën om criminaliteit te bestrijden.
- Geef bij elke overheidsstrategie een voorbeeld uit tekst 5.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Bekijk het antwoord
Opmerking Voor alleen drie juiste overheidsstrategieën, zonder juiste voorbeelden uit tekst 5, mag 1 scorepunt worden toegekend.
Gebruik tekst 5. In het strafrecht zijn twee scholen te onderscheiden: de klassieke en de moderne school.
Vraag 10 2 punten
− Geef aan welk kenmerk van de klassieke school te herkennen is in de Aanpak Top600.
- Geef bij dit kenmerk een voorbeeld uit tekst 5.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een kenmerk van de klassieke school dat te herkennen is in de Aanpak Top600 (1) • een voorbeeld uit tekst 5 van dit kenmerk (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een kenmerk van de klassieke school is dat de nadruk ligt op vergelding en generale preventie als functies van straffen. Dit kenmerk is te herkennen in de Aanpak Top600 omdat een deel van de maatregelen de nadruk legt op vergelding en generale preventie als functies van straffen (1) • Dit blijkt bijvoorbeeld uit de maatregel om daders snel te berechten en consequent toe te zien op de executie van straffen (pijler 1) (1) (2)
Gebruik tekst 5. Politieke stromingen hebben verschillende opvattingen over de bestrijding van criminaliteit. De pijlers van de Aanpak Top600 passen bij zowel de liberale als bij de socialistische/sociaaldemocratische opvatting over de bestrijding van criminaliteit.
Vraag 11 1 punt
Noem een pijler die past bij de liberale opvatting. Licht je keuze toe door een opvatting van deze politieke stroming over de bestrijding van criminaliteit te noemen.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Bekijk het antwoord
- Pijler 1 past bij de liberale opvatting dat een overheid vooral de nadruk moet leggen op rechtshandhaving. (1)
Vraag 12 1 punt
Noem een pijler die past bij de socialistische/sociaaldemocratische opvatting. Licht je keuze toe door een opvatting van deze politieke stroming over de bestrijding van criminaliteit te noemen.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: het noemen van pijler 2 / pijler 3 en een daarbij passende opvatting van de socialistische/sociaaldemocratische stroming over de bestrijding van criminaliteit voorbeeld van een juist antwoord: Pijler 3 past bij de socialistische/sociaaldemocratische opvatting die de nadruk legt op de mogelijkheden van preventief beleid. (1)
Gebruik tekst 6.
Vraag 13 4 punten
Leg uit dat er bij de behandeling van de jongeren uit de Top600 sprake is van vorming. Gebruik in je uitleg:
- de naam en de omschrijving van een kernconcept bij het hoofdconcept vorming;
- informatie uit tekst 6 waaruit dit kernconcept blijkt;
- de omschrijving van het hoofdconcept vorming;
- informatie uit tekst 6 waaruit dit hoofdconcept blijkt.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Tekst 6
Zorg ervoor dat ze een ander denkkader krijgen
Geef jongeren het gevoel dat ze bijvoorbeeld schoonmaken en koken. ergens bij horen. Dat is volgens Het bieden van een netwerk ligt wat ambulant werker Michael van der ingewikkelder. Steede een belangrijk uitgangspunt Ze hebben al een netwerk, maar dat
5 voor de hulp aan jongeren uit de 40 is vaak niet het beste netwerk. Je Top600. Als ze zich gewaardeerd moet ze dus los zien te krijgen van voelen, hebben ze minder snel de die slechte invloeden. Dat kan door neiging om hun ‘verkeerde’ vrienden ze een andere dagbesteding te op te zoeken. Van der Steede werkt bieden. (…) Als je daarmee zorgt dat
10 in Fasehuis ‘t Gein (…), waar 45 ze zich gewaardeerd voelen, hebben jongeren met een licht verstandelijke ze niet de neiging terug te gaan naar beperking worden voorbereid op het hun oude vriendenkring. zelfstandig wonen. (…) “We leren jongeren hier Als de jongeren hier komen, hebben
15 vaardigheden aan, zodat ze straks ze vaak een ‘air’ van ‘ikke, ikke en de zelfstandig kunnen leven. Dat wil 50 rest boeit me niet’. Dat denkkader zeggen dat we ervoor zorgen dat ze verander je door veel met ze te een dagbesteding hebben, dat hun praten. Wat willen ze? Hoe bereik je financiën op orde zijn, dat ze het huis dat? Wij geven de jongeren sociale-
20 schoonmaken en dat ze kunnen vaardigheidstraining (…) en we koken (…). 55 hebben themagesprekken over Een deel van de jongeren dat bij ons onderwerpen waar jongeren meer zit zijn jongeren uit de Top600. Het over willen weten of waar ze volgens werken met die jongeren is extra het team behoefte aan hebben. (…)
25 ingewikkeld (…). Het belangrijkste Het denkkader veranderen is een (…) is dat je ze het gevoel geeft dat 60 moeizaam proces en gaat vaak in ze ergens bij horen. Dat vinden ze kleine stapjes. Maar uiteindelijk zie je enorm belangrijk. (…) toch kleine veranderingen. Je zorgt ervoor dat de jongens weer Weet je, deze jongens zijn hier als
30 normaal kunnen functioneren als je gevolg van onmacht, niet van onwil. ze structuur biedt, ze een netwerk 65 Ze zijn opgegroeid in een omgeving geeft en hun denkkader verandert. waar ze bepaalde vaardigheden niet Die structuur bieden we net als we hebben geleerd. (…) Als je dat in je die de andere jongeren bieden. Door achterhoofd houdt, dan blijft dit werk
35 duidelijke afspraken te maken over de moeite waard.”
bron: Jong aan de Amstel, Nieuwsblad over de jeugdzorg in de stadsregio Amsterdam, 2014
figuur 1
Aandeel personen met een dagvaarding per periode, met bijbehorende N
Toelichting Figuur 1 toont het percentage van personen met een dagvaarding, onderverdeeld naar het aantal jaar dat iemand ‘in regie is’, dus onder de Aanpak Top600 valt. In het eerste jaar vóór regie had bijvoorbeeld 78% van de personen een dagvaarding op zijn naam staan. In het derde jaar nadat personen onder de Top600-aanpak vallen heeft 40% een dagvaarding op zijn naam staan. Omdat niet iedereen even lang in regie is, is per jaar het aantal Top600-personen genoemd waarover de analyse is uitgevoerd.
naar: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
figuur 2
Percentage problemen bij de broertjes en zusjes op verschillende leefgebieden bij aanvang van de begeleiding
bron: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
Opgave 3 Opleiding, afkomst en de kans op succes
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: een uitleg dat er bij de behandeling van de jongeren uit de Top600 sprake is van vorming, met: • de naam en de toepassing van een kernconcept bij het hoofdconcept vorming (1) • informatie uit tekst 6 waaruit dit kernconcept blijkt (1) • de toepassing van het hoofdconcept vorming (1) • informatie uit tekst 6 waaruit het hoofdconcept vorming blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Vorming vindt plaats door middel van (re)socialisatie omdat de behandeling onder andere gericht is op een soort (her)opvoeding. De jongeren maken zich de elementen van de dominante cultuur eigen, die nodig zijn om goed te functioneren in de samenleving (1) • Deze resocialisatie blijkt uit de behandeling in Fasehuis ’t Gein waarbij ervoor gezorgd wordt dat de jongeren een dagbesteding hebben en onder andere door middel van socialevaardigheidstraining wordt geprobeerd het denkkader van de jongeren te veranderen (r. 50-54) (1) • En als er daarmee voor gezorgd wordt dat de jongeren zich gewaardeerd voelen (r. 44-45; r. 6-7) kan hun identiteit positief worden beïnvloed (1) • Daarmee is de behandeling van de jongeren gericht op het verwerven van een andere (positieve) identiteit van deze jongeren. Er is dan sprake van vorming (1) (4)
Gebruik tekst 6.
Vraag 14 4 punten
Leg uit welke twee kernconcepten bij het hoofdconcept binding te herkennen zijn bij de behandeling van de jongeren uit de Top600. Gebruik in je uitleg:
- de naam en de omschrijving van twee kernconcepten bij het hoofdconcept binding;
- bij elk kernconcept informatie uit tekst 6 waaruit dit kernconcept blijkt.
Tekst 5
De Aanpak Top600 samengevat
Pijler 1 deze stoornissen. Tijdens en na de We halen de daders van de straat. uitvoering van de straf bieden we op (…) We treden consequent, snel en de persoon toegesneden zorg en streng op tegen crimineel gedrag en 25 begeleiding.
5 brengen ze sneller voor de rechter. Dit bereiken we onder andere door: (…) Dit bereiken we onder andere (…) door: - nazorg voor deze groep wordt (...) onderdeel van de door de rechter
- snelle aanhouding, voorgeleiding, opgelegde straf berechting en consequent toezien op (…)
10 de executie van straffen 30 - inzetten op opleiding, arbeid, (…) stageplekken en wonen
- verstoren, tegenhouden, actief benaderen en gericht toezicht door Pijler 3 meer intensieve politiecontroles en We richten onze aanpak ook op de integrale handhavingsacties broertjes en zusjes. We voorkomen (…) 35 ermee dat de broertjes afglijden naar de criminaliteit (…).
15 Pijler 2 Dit bereiken we onder andere door: We bieden een uitweg. We screenen - intensief toezicht en begeleiding alle daders zodra zij zijn door Jeugdzorg en Reclassering aangehouden of veroordeeld op 40 - screening van de broertjes en verstandelijke beperking, zusjes
20 psychosociale problematiek, (…) verslaving of een combinatie van
naar: gemeente Amsterdam, 2011
Tekst 6
Zorg ervoor dat ze een ander denkkader krijgen
Geef jongeren het gevoel dat ze bijvoorbeeld schoonmaken en koken. ergens bij horen. Dat is volgens Het bieden van een netwerk ligt wat ambulant werker Michael van der ingewikkelder. Steede een belangrijk uitgangspunt Ze hebben al een netwerk, maar dat
5 voor de hulp aan jongeren uit de 40 is vaak niet het beste netwerk. Je Top600. Als ze zich gewaardeerd moet ze dus los zien te krijgen van voelen, hebben ze minder snel de die slechte invloeden. Dat kan door neiging om hun ‘verkeerde’ vrienden ze een andere dagbesteding te op te zoeken. Van der Steede werkt bieden. (…) Als je daarmee zorgt dat
10 in Fasehuis ‘t Gein (…), waar 45 ze zich gewaardeerd voelen, hebben jongeren met een licht verstandelijke ze niet de neiging terug te gaan naar beperking worden voorbereid op het hun oude vriendenkring. zelfstandig wonen. (…) “We leren jongeren hier Als de jongeren hier komen, hebben
15 vaardigheden aan, zodat ze straks ze vaak een ‘air’ van ‘ikke, ikke en de zelfstandig kunnen leven. Dat wil 50 rest boeit me niet’. Dat denkkader zeggen dat we ervoor zorgen dat ze verander je door veel met ze te een dagbesteding hebben, dat hun praten. Wat willen ze? Hoe bereik je financiën op orde zijn, dat ze het huis dat? Wij geven de jongeren sociale-
20 schoonmaken en dat ze kunnen vaardigheidstraining (…) en we koken (…). 55 hebben themagesprekken over Een deel van de jongeren dat bij ons onderwerpen waar jongeren meer zit zijn jongeren uit de Top600. Het over willen weten of waar ze volgens werken met die jongeren is extra het team behoefte aan hebben. (…)
25 ingewikkeld (…). Het belangrijkste Het denkkader veranderen is een (…) is dat je ze het gevoel geeft dat 60 moeizaam proces en gaat vaak in ze ergens bij horen. Dat vinden ze kleine stapjes. Maar uiteindelijk zie je enorm belangrijk. (…) toch kleine veranderingen. Je zorgt ervoor dat de jongens weer Weet je, deze jongens zijn hier als
30 normaal kunnen functioneren als je gevolg van onmacht, niet van onwil. ze structuur biedt, ze een netwerk 65 Ze zijn opgegroeid in een omgeving geeft en hun denkkader verandert. waar ze bepaalde vaardigheden niet Die structuur bieden we net als we hebben geleerd. (…) Als je dat in je die de andere jongeren bieden. Door achterhoofd houdt, dan blijft dit werk
35 duidelijke afspraken te maken over de moeite waard.”
bron: Jong aan de Amstel, Nieuwsblad over de jeugdzorg in de stadsregio Amsterdam, 2014
figuur 1
Aandeel personen met een dagvaarding per periode, met bijbehorende N
Toelichting Figuur 1 toont het percentage van personen met een dagvaarding, onderverdeeld naar het aantal jaar dat iemand ‘in regie is’, dus onder de Aanpak Top600 valt. In het eerste jaar vóór regie had bijvoorbeeld 78% van de personen een dagvaarding op zijn naam staan. In het derde jaar nadat personen onder de Top600-aanpak vallen heeft 40% een dagvaarding op zijn naam staan. Omdat niet iedereen even lang in regie is, is per jaar het aantal Top600-personen genoemd waarover de analyse is uitgevoerd.
naar: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
figuur 2
Percentage problemen bij de broertjes en zusjes op verschillende leefgebieden bij aanvang van de begeleiding
bron: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
Opgave 3 Opleiding, afkomst en de kans op succes
Bekijk het antwoord
- een uitleg welke twee kernconcepten bij het hoofdconcept binding te herkennen zijn bij de behandeling van jongeren uit de Top600, met de naam en de toepassing van twee kernconcepten bij het hoofdconcept binding (per kernconcept 1 scorepunt) (2p)
- twee voorbeelden uit tekst 6 om de twee kernconcepten te illustreren (per kernconcept een voorbeeld, 1 scorepunt per voorbeeld) (2p)
voorbeeld van een juist antwoord:
Gebruik figuur 1. Figuur 1 komt uit een rapportage over de resultaten en effecten van de Aanpak Top600 in het jaar 2016. Figuur 1 toont het percentage personen met een dagvaarding, onderverdeeld naar het aantal jaar dat iemand ‘in regie is’, dus onder de Aanpak Top600 valt.
Vraag 15 2 punten
− Noem de onafhankelijke en afhankelijke variabele in figuur 1.
- Beschrijf de richting van het verband tussen de variabelen in figuur 1. Doe dit door de volgende zin aan te vullen: Hoe … , hoe … .
Tekst 6
Zorg ervoor dat ze een ander denkkader krijgen
Geef jongeren het gevoel dat ze bijvoorbeeld schoonmaken en koken. ergens bij horen. Dat is volgens Het bieden van een netwerk ligt wat ambulant werker Michael van der ingewikkelder. Steede een belangrijk uitgangspunt Ze hebben al een netwerk, maar dat
5 voor de hulp aan jongeren uit de 40 is vaak niet het beste netwerk. Je Top600. Als ze zich gewaardeerd moet ze dus los zien te krijgen van voelen, hebben ze minder snel de die slechte invloeden. Dat kan door neiging om hun ‘verkeerde’ vrienden ze een andere dagbesteding te op te zoeken. Van der Steede werkt bieden. (…) Als je daarmee zorgt dat
10 in Fasehuis ‘t Gein (…), waar 45 ze zich gewaardeerd voelen, hebben jongeren met een licht verstandelijke ze niet de neiging terug te gaan naar beperking worden voorbereid op het hun oude vriendenkring. zelfstandig wonen. (…) “We leren jongeren hier Als de jongeren hier komen, hebben
15 vaardigheden aan, zodat ze straks ze vaak een ‘air’ van ‘ikke, ikke en de zelfstandig kunnen leven. Dat wil 50 rest boeit me niet’. Dat denkkader zeggen dat we ervoor zorgen dat ze verander je door veel met ze te een dagbesteding hebben, dat hun praten. Wat willen ze? Hoe bereik je financiën op orde zijn, dat ze het huis dat? Wij geven de jongeren sociale-
20 schoonmaken en dat ze kunnen vaardigheidstraining (…) en we koken (…). 55 hebben themagesprekken over Een deel van de jongeren dat bij ons onderwerpen waar jongeren meer zit zijn jongeren uit de Top600. Het over willen weten of waar ze volgens werken met die jongeren is extra het team behoefte aan hebben. (…)
25 ingewikkeld (…). Het belangrijkste Het denkkader veranderen is een (…) is dat je ze het gevoel geeft dat 60 moeizaam proces en gaat vaak in ze ergens bij horen. Dat vinden ze kleine stapjes. Maar uiteindelijk zie je enorm belangrijk. (…) toch kleine veranderingen. Je zorgt ervoor dat de jongens weer Weet je, deze jongens zijn hier als
30 normaal kunnen functioneren als je gevolg van onmacht, niet van onwil. ze structuur biedt, ze een netwerk 65 Ze zijn opgegroeid in een omgeving geeft en hun denkkader verandert. waar ze bepaalde vaardigheden niet Die structuur bieden we net als we hebben geleerd. (…) Als je dat in je die de andere jongeren bieden. Door achterhoofd houdt, dan blijft dit werk
35 duidelijke afspraken te maken over de moeite waard.”
bron: Jong aan de Amstel, Nieuwsblad over de jeugdzorg in de stadsregio Amsterdam, 2014
figuur 1
Aandeel personen met een dagvaarding per periode, met bijbehorende N
Toelichting Figuur 1 toont het percentage van personen met een dagvaarding, onderverdeeld naar het aantal jaar dat iemand ‘in regie is’, dus onder de Aanpak Top600 valt. In het eerste jaar vóór regie had bijvoorbeeld 78% van de personen een dagvaarding op zijn naam staan. In het derde jaar nadat personen onder de Top600-aanpak vallen heeft 40% een dagvaarding op zijn naam staan. Omdat niet iedereen even lang in regie is, is per jaar het aantal Top600-personen genoemd waarover de analyse is uitgevoerd.
naar: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
figuur 2
Percentage problemen bij de broertjes en zusjes op verschillende leefgebieden bij aanvang van de begeleiding
bron: Effectmonitor Top600 2016, gemeente Amsterdam, 1 februari 2017
Opgave 3 Opleiding, afkomst en de kans op succes
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Bijlage · Opgaven
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • de onafhankelijke variabele: het aantal jaren ‘in regie’/onder de Aanpak Top600 en de afhankelijke variabele: percentage/aantal personen met een dagvaarding (1) • een beschrijving van de richting van het verband tussen de variabelen in figuur 1 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • onafhankelijke variabele: het aantal jaren ‘in regie’/onder de Aanpak Top600 afhankelijke variabele: percentage/aantal personen met een dagvaarding (1) • Hoe langer de regieperiode, hoe kleiner het percentage/aantal personen met een dagvaarding (1) (2)
Bekijk figuur 2. De Aanpak Top600 richt zich ook op de broertjes en zusjes van de Top600-personen (zie tekst 5, pijler 3). De broertjes en zusjes krijgen begeleiding met als doel het voorkomen dat ook zij in de criminaliteit terechtkomen. Om de begeleiding goed vorm te kunnen geven, wordt bij aanvang van elk begeleidingstraject in kaart gebracht op welke gebieden er sprake is van problemen bij de broertjes en zusjes. Figuur 2 laat de percentages problemen bij de broertjes en zusjes op verschillende leefgebieden bij aanvang van de begeleiding zien.
Vraag 16 2 punten
− Bedenk een indicator voor de problemen op het leefgebied ‘gedrag op school’.
- Leg uit waarom dit een goede indicator is voor problemen bij de broertjes en zusjes op dat leefgebied.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Bijlage
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een indicator voor het leefgebied ‘gedrag op school’ (1) • een uitleg waarom dit een goede indicator is voor problemen bij de broertjes en zusjes op dat leefgebied (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een indicator voor het leefgebied ‘gedrag op school’: het aantal keren dat een leerling (in een bepaalde periode) uit een les verwijderd is (1) • Dit is een indicator voor problemen bij de broertjes en zusjes op het leefgebied ‘gedrag op school’, omdat uit de les verwijderd worden, duidt op ongewenst gedrag van de leerling tijdens die les. Een leerling die bijvoorbeeld vaak uit de les verwijderd wordt, vertoont (volgens de docent/school) dus vaak ongewenst gedrag. Het aantal keren dat een leerling uit de les wordt verwijderd, is dus een indicator voor het gedrag op school van de leerling (1) (2)
Opgave 3 Opleiding, afkomst en de kans op succes
Bij deze opgave hoort tekst 7 uit het bronnenboekje.
Inleiding Onderzoeker Sara Rezai onderzocht welke bijdrage de familie levert aan het succes van studenten met een niet-westerse migratieachtergrond. Haar onderzoek wijst ook naar de toegevoegde waarde van ‘belangrijke anderen’ die beschikken over een hoger opgeleid netwerk in het leven van deze studenten.
Gebruik regel 1 tot en met 58 van tekst 7. Rezai sprak met migrantenkinderen die analfabete of laagopgeleide ouders hebben en toch maatschappelijk succes boeken.
Vraag 17 4 punten
Leg uit dat bij de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek van Rezai zowel sprake is van positieverwerving als van positietoewijzing. Gebruik in je uitleg:
- een citaat uit regel 1 tot en met 58 van tekst 7 waaruit blijkt dat er sprake is van positieverwerving;
- een omschrijving van het begrip positieverwerving;
- een citaat uit regel 1 tot en met 58 van tekst 7 waaruit blijkt dat er sprake is van positietoewijzing;
- een omschrijving van het begrip positietoewijzing.
Tekst 7
Het geheim van migrantensucces: familie
Onderzoeker Sara Rezai Marokko. Ze zag onder meer dat onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide ouders tóch een laagopgeleide immigranten tóch 15 belangrijke rol kunnen spelen in het maatschappelijk succes boeken. succes van hun kinderen.
5 (...) “Om mij heen zag ik migranten- Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kinderen die analfabete ouders kunnen hun kinderen steun geven. hebben en goed scoren op een hbo- Die bestaat uit verschillende opleiding of op de universiteit. Ik 20 boodschappen die zij hun bewust of dacht: Hoe doen ze dat?” (…) onbewust geven. Rezai noemt dat
10 Rezai keek naar de studieprestaties ‘familieboodschappen’. en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en
Ze vond drie soorten familie- grijpen om verder te komen.” boodschappen. De eerste is het
25 ‘gezamenlijke mobiliteitsproject’. (...) Ouders zijn naar Nederland gekomen Naast de steun van de ouders viel om het hier beter te krijgen. Dat is 60 iets anders op. Alle geslaagde niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan kinderen van migranten kregen doorgegeven aan de kinderen. Rezai: tijdens hun schoolloopbaan hulp van
30 “Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in ‘belangrijke anderen’. Dat kunnen elk geval wel beter krijgt.’” leraren of docenten zijn, zegt Rezai.
65 Maar ook vrienden of hoogopgeleide De tweede familieboodschap is het familieleden. Zij onderkennen het negatieve rolmodel dat ouders voor talent van de scholier of student. Ze hun kinderen zijn. Ouders wijzen geven advies, zijn een soort coach,
35 daar vaak zelf op. Rezai: “Ze zeggen: gunnen hun een stage of eerste baan ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en 70 via hun netwerk. krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen Deze betrokken buitenstaanders door je best te doen op school, door leren hun ook de nodige subtiele
40 te studeren, door te zorgen voor een etiquette en gewoonten: welk pak diploma.’” Dezelfde ouders wijzen draag je, hoe gedraag je je in een ook vaak op een positief rolmodel 75 chic restaurant, wanneer ben je binnen de familie. Dat kan zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal bijvoorbeeld een oom of een nicht vriendelijk.
45 zijn die heeft gestudeerd en een (...) mooie baan heeft. Rezai: “Ze En de geslaagde migrantenkinderen zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan zelf? Hadden die ook nog bepaalde dit ook! Het zit ook in jouw genen.’” 80 kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze De derde familieboodschap is de meestal optimistisch. Én ze bleken
50 vergelijking tussen het land van zeer goed ontwikkelde sociale herkomst en Nederland. Ze wijzen vaardigheden te hebben. Rezai: “Ze erop dat in Nederland het onderwijs 85 zijn in staat om mensen te lezen. Ze toegankelijk is voor iedereen. In weten feilloos in welke situatie ze Turkije en Marokko hadden ze niet welk grapje moeten maken, of juist
55 die kansen gehad. Rezai: “Ouders niks zeggen. Ze hebben hulp altijd maken hun kinderen ervan bewust zelf moeten organiseren. Dan dat ze de kans om te leren moeten 90 ontwikkel je dat.”
bron: www.nrc.nl, 8 november 2017
►►► ν
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een citaat uit regel 1-58 van tekst 7 waaruit blijkt dat er sprake is van positieverwerving (1) • aan de hand van dit citaat een uitleg dat bij de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek van Rezai sprake is van positieverwerving, met gebruik van een omschrijving van het begrip positieverwerving (1) • een citaat uit regel 1-58 van tekst 7 waaruit blijkt dat er sprake is van positietoewijzing (1) • aan de hand van dit citaat een uitleg dat bij de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek van Rezai sprake is van positietoewijzing, met gebruik van een omschrijving van het begrip positietoewijzing (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 7 staat “Om mij heen zag ik migrantenkinderen die analfabete ouders hebben en goed scoren op een hbo-opleiding of op de universiteit.” (r. 5-8) (1) • Om goed te presteren op een hbo-opleiding of universiteit is een eigen inspanning van de migrantenkinderen vereist. Hier is sprake van het verkrijgen van een maatschappelijke positie door de eigen bijdrage van een persoon. Er is dus sprake van positieverwerving (1) • In tekst 7 staat “Ze wijzen erop dat in Nederland het onderwijs toegankelijk is voor iedereen.” (r. 51-53) (1) • Dat het onderwijs in Nederland toegankelijk is voor iedereen en dus ook voor hen, is een omstandigheid waar de migrantenkinderen persoonlijk niets aan kunnen of hoeven doen. Het gaat om maatschappelijke oorzaken die van buitenaf op een persoon of groep inwerken waardoor een persoon of groep op een bepaalde positie terechtkomt. Er is dus sprake van positietoewijzing (1) (4)
Gebruik regel 59 tot en met 90 van tekst 7. In tekst 7 worden factoren beschreven die van invloed zijn op het maatschappelijk succes van kinderen van laagopgeleide immigranten. In tekst 7 wordt beschreven dat succesvolle migrantenkinderen over zowel sociaal kapitaal als cultureel kapitaal beschikken.
Vraag 18 2 punten
Leg uit dat uit tekst 7 blijkt dat de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek beschikken over sociaal kapitaal en over cultureel kapitaal. Gebruik in je uitleg:
- een voorbeeld van sociaal kapitaal uit regel 59 tot en met 90 van tekst 7;
- een voorbeeld van cultureel kapitaal uit regel 59 tot en met 90 van tekst 7.
Tekst 7
Het geheim van migrantensucces: familie
Onderzoeker Sara Rezai Marokko. Ze zag onder meer dat onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide ouders tóch een laagopgeleide immigranten tóch 15 belangrijke rol kunnen spelen in het maatschappelijk succes boeken. succes van hun kinderen.
5 (...) “Om mij heen zag ik migranten- Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kinderen die analfabete ouders kunnen hun kinderen steun geven. hebben en goed scoren op een hbo- Die bestaat uit verschillende opleiding of op de universiteit. Ik 20 boodschappen die zij hun bewust of dacht: Hoe doen ze dat?” (…) onbewust geven. Rezai noemt dat
10 Rezai keek naar de studieprestaties ‘familieboodschappen’. en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en
Ze vond drie soorten familie- grijpen om verder te komen.” boodschappen. De eerste is het
25 ‘gezamenlijke mobiliteitsproject’. (...) Ouders zijn naar Nederland gekomen Naast de steun van de ouders viel om het hier beter te krijgen. Dat is 60 iets anders op. Alle geslaagde niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan kinderen van migranten kregen doorgegeven aan de kinderen. Rezai: tijdens hun schoolloopbaan hulp van
30 “Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in ‘belangrijke anderen’. Dat kunnen elk geval wel beter krijgt.’” leraren of docenten zijn, zegt Rezai.
65 Maar ook vrienden of hoogopgeleide De tweede familieboodschap is het familieleden. Zij onderkennen het negatieve rolmodel dat ouders voor talent van de scholier of student. Ze hun kinderen zijn. Ouders wijzen geven advies, zijn een soort coach,
35 daar vaak zelf op. Rezai: “Ze zeggen: gunnen hun een stage of eerste baan ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en 70 via hun netwerk. krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen Deze betrokken buitenstaanders door je best te doen op school, door leren hun ook de nodige subtiele
40 te studeren, door te zorgen voor een etiquette en gewoonten: welk pak diploma.’” Dezelfde ouders wijzen draag je, hoe gedraag je je in een ook vaak op een positief rolmodel 75 chic restaurant, wanneer ben je binnen de familie. Dat kan zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal bijvoorbeeld een oom of een nicht vriendelijk.
45 zijn die heeft gestudeerd en een (...) mooie baan heeft. Rezai: “Ze En de geslaagde migrantenkinderen zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan zelf? Hadden die ook nog bepaalde dit ook! Het zit ook in jouw genen.’” 80 kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze De derde familieboodschap is de meestal optimistisch. Én ze bleken
50 vergelijking tussen het land van zeer goed ontwikkelde sociale herkomst en Nederland. Ze wijzen vaardigheden te hebben. Rezai: “Ze erop dat in Nederland het onderwijs 85 zijn in staat om mensen te lezen. Ze toegankelijk is voor iedereen. In weten feilloos in welke situatie ze Turkije en Marokko hadden ze niet welk grapje moeten maken, of juist
55 die kansen gehad. Rezai: “Ouders niks zeggen. Ze hebben hulp altijd maken hun kinderen ervan bewust zelf moeten organiseren. Dan dat ze de kans om te leren moeten 90 ontwikkel je dat.”
bron: www.nrc.nl, 8 november 2017
►►► ν
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een uitleg dat uit tekst 7 blijkt dat de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek over sociaal kapitaal beschikken met gebruik van een voorbeeld van sociaal kapitaal uit regel 59-90 van tekst 7 (1) • een uitleg dat uit tekst 7 blijkt dat de succesvolle migrantenkinderen uit het onderzoek over cultureel kapitaal beschikken met gebruik van een voorbeeld van cultureel kapitaal uit regel 59-90 van tekst 7 (1) voorbeeld van een juist antwoord: • In tekst 7 staat dat succesvolle migrantenkinderen via het netwerk van ‘belangrijke anderen’ zoals docenten, vrienden of hoogopgeleide familieleden, een stage of eerste baan gegund wordt (r. 60-70). Zij beschikken dus over connecties/een netwerk. Dat is een voorbeeld van sociaal kapitaal (1) • Volgens Rezai hebben de succesvolle migrantenkinderen ook bepaalde kenmerken. Zo zijn zij competent, deskundig en hebben zeer goede sociale vaardigheden (r. 80-84). Dit zijn voorbeelden van cultureel kapitaal (1) (2)
Gebruik regel 59 tot en met 90 van tekst 7.
Vraag 19 2 punten
Geef met behulp van het kernconcept acculturatie een verklaring voor het succes van de migrantenkinderen uit tekst 7. Gebruik in je verklaring:
- de omschrijving van het kernconcept acculturatie;
- een voorbeeld uit regel 59 tot en met 90 van tekst 7 bij het kernconcept acculturatie.
Tekst 7
Het geheim van migrantensucces: familie
Onderzoeker Sara Rezai Marokko. Ze zag onder meer dat onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide ouders tóch een laagopgeleide immigranten tóch 15 belangrijke rol kunnen spelen in het maatschappelijk succes boeken. succes van hun kinderen.
5 (...) “Om mij heen zag ik migranten- Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kinderen die analfabete ouders kunnen hun kinderen steun geven. hebben en goed scoren op een hbo- Die bestaat uit verschillende opleiding of op de universiteit. Ik 20 boodschappen die zij hun bewust of dacht: Hoe doen ze dat?” (…) onbewust geven. Rezai noemt dat
10 Rezai keek naar de studieprestaties ‘familieboodschappen’. en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en
Ze vond drie soorten familie- grijpen om verder te komen.” boodschappen. De eerste is het
25 ‘gezamenlijke mobiliteitsproject’. (...) Ouders zijn naar Nederland gekomen Naast de steun van de ouders viel om het hier beter te krijgen. Dat is 60 iets anders op. Alle geslaagde niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan kinderen van migranten kregen doorgegeven aan de kinderen. Rezai: tijdens hun schoolloopbaan hulp van
30 “Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in ‘belangrijke anderen’. Dat kunnen elk geval wel beter krijgt.’” leraren of docenten zijn, zegt Rezai.
65 Maar ook vrienden of hoogopgeleide De tweede familieboodschap is het familieleden. Zij onderkennen het negatieve rolmodel dat ouders voor talent van de scholier of student. Ze hun kinderen zijn. Ouders wijzen geven advies, zijn een soort coach,
35 daar vaak zelf op. Rezai: “Ze zeggen: gunnen hun een stage of eerste baan ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en 70 via hun netwerk. krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen Deze betrokken buitenstaanders door je best te doen op school, door leren hun ook de nodige subtiele
40 te studeren, door te zorgen voor een etiquette en gewoonten: welk pak diploma.’” Dezelfde ouders wijzen draag je, hoe gedraag je je in een ook vaak op een positief rolmodel 75 chic restaurant, wanneer ben je binnen de familie. Dat kan zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal bijvoorbeeld een oom of een nicht vriendelijk.
45 zijn die heeft gestudeerd en een (...) mooie baan heeft. Rezai: “Ze En de geslaagde migrantenkinderen zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan zelf? Hadden die ook nog bepaalde dit ook! Het zit ook in jouw genen.’” 80 kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze De derde familieboodschap is de meestal optimistisch. Én ze bleken
50 vergelijking tussen het land van zeer goed ontwikkelde sociale herkomst en Nederland. Ze wijzen vaardigheden te hebben. Rezai: “Ze erop dat in Nederland het onderwijs 85 zijn in staat om mensen te lezen. Ze toegankelijk is voor iedereen. In weten feilloos in welke situatie ze Turkije en Marokko hadden ze niet welk grapje moeten maken, of juist
55 die kansen gehad. Rezai: “Ouders niks zeggen. Ze hebben hulp altijd maken hun kinderen ervan bewust zelf moeten organiseren. Dan dat ze de kans om te leren moeten 90 ontwikkel je dat.”
bron: www.nrc.nl, 8 november 2017
►►► ν
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een verklaring voor het succes van de migrantenkinderen uit tekst 7, met een toepassing van het kernconcept acculturatie (1) • een voorbeeld uit regel 59-90 van tekst 7 waaruit het kernconcept acculturatie blijkt (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een verklaring voor het succes van de migrantenkinderen uit tekst 7 is dat deze succesvolle migrantenkinderen zich met hulp van belangrijke anderen een andere cultuur hebben eigen gemaakt dan die waarin zij zijn grootgebracht, namelijk de (sub)cultuur van de hoogopgeleiden. (Er is dus sprake van acculturatie.) (1) • In tekst 7 wordt bijvoorbeeld gesproken van ‘subtiele etiquette en gewoonten’ die ze overgedragen krijgen en zich eigen maken, zoals welk pak je draagt en hoe je je gedraagt in een chic restaurant (r. 71-77). Er is sprake van overdracht en verwerving van andere cultuurelementen dan die waarmee zij zijn grootgebracht (1) (2)
Gebruik tekst 7. Stel dat de in tekst 7 geschetste situatie representatief is voor alle kinderen in Nederland.
Vraag 20 2 punten
Beredeneer of Nederland in dat geval op basis van tekst 7 als een open of een gesloten samenleving kan worden beschouwd. Gebruik in je redenering:
- een kenmerk van de gekozen soort samenleving;
- informatie uit tekst 7;
- een omschrijving van het begrip sociale mobiliteit.
Tekst 7
Het geheim van migrantensucces: familie
Onderzoeker Sara Rezai Marokko. Ze zag onder meer dat onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide ouders tóch een laagopgeleide immigranten tóch 15 belangrijke rol kunnen spelen in het maatschappelijk succes boeken. succes van hun kinderen.
5 (...) “Om mij heen zag ik migranten- Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kinderen die analfabete ouders kunnen hun kinderen steun geven. hebben en goed scoren op een hbo- Die bestaat uit verschillende opleiding of op de universiteit. Ik 20 boodschappen die zij hun bewust of dacht: Hoe doen ze dat?” (…) onbewust geven. Rezai noemt dat
10 Rezai keek naar de studieprestaties ‘familieboodschappen’. en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en
Ze vond drie soorten familie- grijpen om verder te komen.” boodschappen. De eerste is het
25 ‘gezamenlijke mobiliteitsproject’. (...) Ouders zijn naar Nederland gekomen Naast de steun van de ouders viel om het hier beter te krijgen. Dat is 60 iets anders op. Alle geslaagde niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan kinderen van migranten kregen doorgegeven aan de kinderen. Rezai: tijdens hun schoolloopbaan hulp van
30 “Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in ‘belangrijke anderen’. Dat kunnen elk geval wel beter krijgt.’” leraren of docenten zijn, zegt Rezai.
65 Maar ook vrienden of hoogopgeleide De tweede familieboodschap is het familieleden. Zij onderkennen het negatieve rolmodel dat ouders voor talent van de scholier of student. Ze hun kinderen zijn. Ouders wijzen geven advies, zijn een soort coach,
35 daar vaak zelf op. Rezai: “Ze zeggen: gunnen hun een stage of eerste baan ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en 70 via hun netwerk. krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen Deze betrokken buitenstaanders door je best te doen op school, door leren hun ook de nodige subtiele
40 te studeren, door te zorgen voor een etiquette en gewoonten: welk pak diploma.’” Dezelfde ouders wijzen draag je, hoe gedraag je je in een ook vaak op een positief rolmodel 75 chic restaurant, wanneer ben je binnen de familie. Dat kan zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal bijvoorbeeld een oom of een nicht vriendelijk.
45 zijn die heeft gestudeerd en een (...) mooie baan heeft. Rezai: “Ze En de geslaagde migrantenkinderen zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan zelf? Hadden die ook nog bepaalde dit ook! Het zit ook in jouw genen.’” 80 kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze De derde familieboodschap is de meestal optimistisch. Én ze bleken
50 vergelijking tussen het land van zeer goed ontwikkelde sociale herkomst en Nederland. Ze wijzen vaardigheden te hebben. Rezai: “Ze erop dat in Nederland het onderwijs 85 zijn in staat om mensen te lezen. Ze toegankelijk is voor iedereen. In weten feilloos in welke situatie ze Turkije en Marokko hadden ze niet welk grapje moeten maken, of juist
55 die kansen gehad. Rezai: “Ouders niks zeggen. Ze hebben hulp altijd maken hun kinderen ervan bewust zelf moeten organiseren. Dan dat ze de kans om te leren moeten 90 ontwikkel je dat.”
bron: www.nrc.nl, 8 november 2017
►►► ν
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een redenering dat Nederland op basis van tekst 7 als een open samenleving beschouwd kan worden omdat er sprake is van stijgen op de maatschappelijke ladder tussen twee generaties, met informatie uit tekst 7 (1) • een juist gebruik van een omschrijving van het begrip sociale mobiliteit binnen deze context (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Nederland kan op basis van tekst 7 als een open samenleving worden beschouwd, want uit tekst 7 blijkt dat het voor de migrantenkinderen mogelijk is om te stijgen op de maatschappelijke ladder (1) • Zij bereiken een hogere maatschappelijke positie dan hun ouders hebben. Deze opwaartse sociale mobiliteit ten opzichte van de vorige generatie kenmerkt een open samenleving (1) (2)
Gebruik regel 23 tot en met 58 van tekst 7. In de familieboodschappen die de ouders hun kinderen meegeven, geven de ouders aan dat er zowel nature- als nurturefactoren zijn die het succes van hun kinderen beïnvloeden.
Vraag 21 2 punten
− Geef uit regel 23 tot en met 58 van tekst 7 een naturefactor die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen.
- Geef uit regel 23 tot en met 58 van tekst 7 een nurturefactor die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen.
Tekst 7
Het geheim van migrantensucces: familie
Onderzoeker Sara Rezai Marokko. Ze zag onder meer dat onderzocht hoe kinderen van laagopgeleide ouders tóch een laagopgeleide immigranten tóch 15 belangrijke rol kunnen spelen in het maatschappelijk succes boeken. succes van hun kinderen.
5 (...) “Om mij heen zag ik migranten- Ouders, ook als ze analfabeet zijn, kinderen die analfabete ouders kunnen hun kinderen steun geven. hebben en goed scoren op een hbo- Die bestaat uit verschillende opleiding of op de universiteit. Ik 20 boodschappen die zij hun bewust of dacht: Hoe doen ze dat?” (…) onbewust geven. Rezai noemt dat
10 Rezai keek naar de studieprestaties ‘familieboodschappen’. en de (goede) banen van kinderen van migranten uit Turkije en
Ze vond drie soorten familie- grijpen om verder te komen.” boodschappen. De eerste is het
25 ‘gezamenlijke mobiliteitsproject’. (...) Ouders zijn naar Nederland gekomen Naast de steun van de ouders viel om het hier beter te krijgen. Dat is 60 iets anders op. Alle geslaagde niet altijd gelukt. Dat doel wordt dan kinderen van migranten kregen doorgegeven aan de kinderen. Rezai: tijdens hun schoolloopbaan hulp van
30 “Ze zeggen: ‘Zorg ervoor dat jij het in ‘belangrijke anderen’. Dat kunnen elk geval wel beter krijgt.’” leraren of docenten zijn, zegt Rezai.
65 Maar ook vrienden of hoogopgeleide De tweede familieboodschap is het familieleden. Zij onderkennen het negatieve rolmodel dat ouders voor talent van de scholier of student. Ze hun kinderen zijn. Ouders wijzen geven advies, zijn een soort coach,
35 daar vaak zelf op. Rezai: “Ze zeggen: gunnen hun een stage of eerste baan ‘Kijk, ik doe fysiek zwaar werk en 70 via hun netwerk. krijg weinig geld en weinig waardering. Jij kan dat anders doen Deze betrokken buitenstaanders door je best te doen op school, door leren hun ook de nodige subtiele
40 te studeren, door te zorgen voor een etiquette en gewoonten: welk pak diploma.’” Dezelfde ouders wijzen draag je, hoe gedraag je je in een ook vaak op een positief rolmodel 75 chic restaurant, wanneer ben je binnen de familie. Dat kan zakelijk afstandelijk, wanneer joviaal bijvoorbeeld een oom of een nicht vriendelijk.
45 zijn die heeft gestudeerd en een (...) mooie baan heeft. Rezai: “Ze En de geslaagde migrantenkinderen zeggen: ‘Kijk, het is je oom. Jij kan zelf? Hadden die ook nog bepaalde dit ook! Het zit ook in jouw genen.’” 80 kenmerken? Ja, zegt Rezai. Behalve competent en deskundig zijn ze De derde familieboodschap is de meestal optimistisch. Én ze bleken
50 vergelijking tussen het land van zeer goed ontwikkelde sociale herkomst en Nederland. Ze wijzen vaardigheden te hebben. Rezai: “Ze erop dat in Nederland het onderwijs 85 zijn in staat om mensen te lezen. Ze toegankelijk is voor iedereen. In weten feilloos in welke situatie ze Turkije en Marokko hadden ze niet welk grapje moeten maken, of juist
55 die kansen gehad. Rezai: “Ouders niks zeggen. Ze hebben hulp altijd maken hun kinderen ervan bewust zelf moeten organiseren. Dan dat ze de kans om te leren moeten 90 ontwikkel je dat.”
bron: www.nrc.nl, 8 november 2017
►►► ν
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een voorbeeld van een naturefactor uit regel 23-58 van tekst 7 die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen (1) • een voorbeeld van een nurturefactor uit regel 23-58 van tekst 7 die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen (1) voorbeeld van een juist antwoord: • Een voorbeeld van een naturefactor die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen is het hebben van de genen (om te kunnen studeren) (r. 46-48) (1) • Een voorbeeld van een nurturefactor die volgens de ouders invloed heeft op het mogelijke succes van hun kinderen is het feit dat in Nederland het onderwijs voor iedereen toegankelijk is (r. 51-53) (1) (2)
Opgave 4 Nationaal Kiezersonderzoek
Bij deze opgave horen geen bronnen uit het bronnenboekje.
Inleiding In 2016 verscheen van de hand van vier politicologen het boek Rumoer: Nederlandse kiezers en politiek 1998-2012. Voor het boek maakten de schrijvers gebruik van de gegevens uit verschillende Nationale Kiezersonderzoeken (NKO’s), die plaatsvonden tussen 1998 en 2012. De schrijvers wilden onder andere weten in hoeverre kiezers bij twee opeenvolgende verkiezingen, in de periode 1998-2012, op dezelfde partij hebben gestemd. Ook wilden de onderzoekers weten op welke partij kiezers gingen stemmen als ze wisselden van partijvoorkeur.
Een van de schrijvers van het boek, Joop van Holsteyn, politicoloog aan de Universiteit Leiden, zegt in een interview met NRC Handelsblad: “(…) het vooroordeel dat kiezers anno nu maar wat doen, dat klopt niet. Kiezers houden er vaak, bewust of onbewust, een setje aan keuzes op na. Daar zitten partijen in die ongeveer dezelfde opvattingen hebben. GroenLinks, PvdA en de SP zitten vaak samen in zo’n keuzeset. En aan de rechterkant geldt dat voor de VVD, D66 en het CDA.” De VVD en D66 kunnen gerekend worden tot de liberale stroming die over het algemeen voor beperkte overheidsbemoeienis in sociaaleconomische kwesties is. GroenLinks, de PvdA en de SP kunnen gerekend worden tot de sociaaldemocratische stroming, die een wat grotere rol voor de overheid in sociaaleconomische kwesties voorstaat.
Vraag 22 2 punten
− Noem een gemeenschappelijk uitgangspunt van de VVD en D66 dat past bij hun opvatting over de rol van de overheid en dat kan verklaren dat de VVD en D66 voor kiezers samen in een keuzeset zitten.
- Noem een gemeenschappelijk uitgangspunt van de PvdA en de SP dat past bij hun opvatting over de rol van de overheid en dat kan verklaren dat de PvdA en de SP voor kiezers samen in een keuzeset zitten.
Bekijk het antwoord
- een juist antwoord bevat: • een gemeenschappelijk uitgangspunt van de VVD en D66 dat past bij hun opvatting over de rol van de overheid en dat kan verklaren dat de VVD en D66 voor kiezers samen in een keuzeset zitten (1) • een gemeenschappelijk uitgangspunt van de PvdA en de SP dat past bij hun opvatting over de rol van de overheid en dat kan verklaren dat de PvdA en de SP voor kiezers samen in een keuzeset zitten (1) voorbeeld van een juist antwoord: • een gemeenschappelijk uitgangspunt van de VVD en D66: eigen initiatief (van burgers) (1) • een gemeenschappelijk uitgangspunt van de PvdA en de SP: bevorderen van de gelijkheid tussen mensen/het bestrijden van sociale ongelijkheid (1) (2)
Kiezers die wisselen van partijvoorkeur worden in veel mediaberichtgeving ook wel ‘zwevende kiezers’ genoemd. Deze kiezers worden soms ook wel ‘geëmancipeerde kiezers’ genoemd.
Vraag 23 2 punten
Beargumenteer dat, welk van de twee benamingen een journalist ook kiest (zwevende kiezers of geëmancipeerde kiezers), er in beide gevallen sprake zal zijn van ‘framing’. Gebruik in je argumentatie:
- een vergelijking tussen beide benamingen;
- de omschrijving van het begrip framing.
Bekijk het antwoord
- Door de kiezer te benaderen als ‘geëmancipeerde kiezer’ wordt de kiezer voorgesteld als kiezer die bewuste/overwogen keuzes maakt en niet klakkeloos op dezelfde politieke partij stemt. Door de kiezer te beschouwen als ‘zwevende kiezer’, wordt een beeld geschapen van de kiezer als iemand die niet weloverwogen een beslissing neemt, maar van de ene partij naar de andere zweeft of kan zweven (1)
- Met de keuze voor het gebruik van een van de beide benamingen (geëmancipeerde kiezer of zwevende kiezer), kies je voor een bepaald frame, een bepaalde manier waarop de kiezer wordt voorgesteld. De wijze waarop een onderwerp wordt gebracht / wordt ingekleed en uitgelegd, noemen we framing. Daarom is er in beide gevallen sprake van framing (1)
In 2017 vond ook een Nationaal Kiezersonderzoek plaats. In dit onderzoek werd een aantal stellingen over bestuurlijke vernieuwing voorgelegd aan de respondenten. Een van deze stellingen was: ‘De minister-president moet rechtstreeks door kiezers gekozen worden.’
Vraag 24 1 punt
Leg uit dat met het voorleggen van deze stelling de mate van steun voor democratisering onder de bevolking gemeten wordt. Gebruik in je uitleg de omschrijving van het kernconcept democratisering.
Bekijk het antwoord
Als veel mensen het eens zijn met deze stelling is dit een aanwijzing dat er onder de bevolking steun is voor democratisering. Kiezers krijgen dan immers meer inspraak en medezeggenschap. / Er is dan sprake van een verandering in de machtsverhoudingen in het voordeel van degenen met minder macht: de kiezers.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Maatschappijwetenschappen 2019, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-2/ha-1034-a-19-2-o
Andere examens maatschappijwetenschappen havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2?
Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2 loopt tot vraag 24. Van 22 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over macht en gezag (7), verhouding (5) en vorming (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-2/ha-1034-a-19-2-c).
Hoe oefen ik met het examen maatschappijwetenschappen havo 2019, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.