Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Brandmelders, Ontkalkingstabletten, 12 werken., Epsomzout, 13 uit zeewater schematisch weergegeven., 12 het schilderij., Vuurwerkplant.
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (31), zuren en basen (12) en verbranden (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 2-3, 6, 16-21, 24-31, 33-46 | 31 |
| Zuren en basen | 7-15, 22-23, 32 | 12 |
| Verbranden | 1, 4-5, 47-48 | 5 |
Vergeleken met andere jaren
De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Brandmelders
Bij het bouwen van huizen is het verplicht om een rookmelder te plaatsen. Dit apparaat reageert op de vaste deeltjes in rook en geeft een alarmtoon als er rook in een ruimte aanwezig is. Een bepaald soort rookmelder bevat een kleine hoeveelheid americiumoxide (AmO2). De hoeveelheid AmO2 in één rookmelder bevat 0,20 mg van het element americium.
Vraag 1 1 punt
Op welk van onderstaande verbrandingsproducten zal de rookmelder reageren?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 2 1 punt
Americiumoxide bestaat uit ionen. Wat is de lading van het americiumion in AmO2?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 3 2 punten
De relatieve atoommassa van americium in deze rookmelder is 241. Bereken hoeveel milligram AmO2 in de rookmelder aanwezig is.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van AmO2 en Am: 241 (u) optellen bij 2 × 16,0 (u) en delen door 241 (u) (1)
- berekening van het aantal mg AmO 2: de massaverhouding van AmO2 en Am vermenigvuldigen met 0,20 (mg) (1)
Het is raadzaam om in huis ook een melder voor koolstofmono-oxide te plaatsen. Deze melders zijn onder andere te koop in een bouwmarkt. In een folder staat over dit product: detecteert gevaarlijke concentraties koolstofmono-oxide.
Vraag 4 1 punt
Waarom is koolstofmono-oxide gevaarlijk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 5 1 punt
Een koolstofmono-oxidemelder reageert, net als een rookmelder, op reactieproducten van een onvolledige verbranding van koolstofverbindingen. Een onvolledige verbranding kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer de verbrandingsinstallatie verkeerd is afgesteld. Geef aan waardoor een verbranding onvolledig verloopt.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Er is te weinig zuurstof (ten opzichte van de hoeveelheid brandstof). − Er is te veel brandstof (ten opzichte van de hoeveelheid zuurstof). − Er is onvoldoende ventilatie (dus er is te weinig zuurstof). (1)
Ontkalkingstabletten
In huishoudelijke apparaten waarin leidingwater wordt verwarmd, ontstaat ketelsteen. Deze apparaten moeten daarom regelmatig ontkalkt worden. Hoe vaak dit moet gebeuren, is afhankelijk van de hardheid van het leidingwater. Deze hardheid wordt uitgedrukt in Duitse hardheidsgraden (DH). Er wordt een aantal watercategorieën onderscheiden:
categorie DH
1 tot 4
2 4 tot 8
3 8 tot 12
4 12 tot 18
5 hoger dan 18
naar: https://nl.wikipedia.org
Vraag 6 1 punt
Geef de formule van een deeltje dat de hardheid van (leiding)water veroorzaakt.
Bekijk het antwoord
Indien het antwoord 'Ca' of 'Mg' is gegeven (0) Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
Vraag 7 1 punt
Bij welke categorie leidingwater zal een apparaat, bij gelijk gebruik, het eerst ontkalkt moeten worden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 8 1 punt
Welke van onderstaande vergelijkingen geeft het ontkalken weer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Er zijn speciale ontkalkingstabletten verkrijgbaar. Een oplossing van zo'n tablet wordt in het apparaat verwarmd. Hierbij treedt een reactie op tussen ketelsteen en de werkzame stof uit het ontkalkingstablet. Een bijsluiter van ontkalkingstabletten vermeldt dat een tablet:
- 50 gram weegt;
- 30 massaprocent werkzame stof bevat;
- moet worden opgelost in 200 mL water.
Vraag 9 2 punten
Paul maakt een oplossing volgens de informatie in de bijsluiter. Bereken hoeveel gram werkzame stof deze oplossing per liter bevat. Neem aan dat alle gebruikte werkzame stof in de oplossing komt.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massa werkzame stof in één tablet: 50 (g) vermenigvuldigen met 30(%) en delen door 100(%) (1)
- berekening van de concentratie werkzame stof: de massa werkzame stof in één tablet delen door 200 (mL) en vermenigvuldigen met 1000 (mL L –1) (1)
Vraag 10 1 punt
Op internet leest Paul iets anders dan in de bijsluiter, namelijk dat twee tabletten moeten worden opgelost in 1,0 liter water. Hij vraagt zich af of de oplossing dan dezelfde concentratie krijgt als wanneer hij de bijsluiter volgt. Is de concentratie werkzame stof in deze oplossing met twee tabletten per liter hoger of lager dan in de oplossing volgens de bijsluiter, of is deze dan gelijk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Om te onderzoeken hoeveel werkzame stof een ontkalkingstablet bevat, voert Paul een titratie uit. Hij I gebruikt hierbij een opstelling zoals in de afbeelding hiernaast is weergegeven. Onderdeel I vult hij met natronloog. In onderdeel II doet hij 25,0 mL van de oplossing die is gemaakt volgens de bijsluiter (één tablet in 200 mL water). Aan deze oplossing voegt hij een indicator toe. Het eindpunt van de titratie is bereikt wanneer Paul 15,4 mL natronloog heeft toegevoegd. II
naar: www.thuisexperimenteren.nl
Vraag 11 2 punten
Geef de naam van glaswerk I en II in de opstelling die is weergegeven in de afbeelding. Noteer je antwoord als volgt: glaswerk I = … glaswerk II = …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- glaswerk I = buret (1)
- glaswerk II = erlenmeyer (1)
Vraag 12 2 punten
Geef de notatie van natronloog. Vermeld ook de toestandsaanduidingen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Indien het antwoord 'NaOH (aq)' is gegeven (1)
Vraag 13 1 punt
Is de pH van de oplossing in onderdeel II na afloop van de titratie lager of hoger dan vóór de titratie, of is deze gelijk gebleven?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 14 2 punten
Van de gebruikte natronloog is bekend dat 1,00 mL reageert met 0,135 g werkzame stof. Bereken met behulp van de resultaten van de titratie hoeveel gram werkzame stof het onderzochte ontkalkingstablet bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
12 werken.
naar: www.nasonline.org
Vraag 15 2 punten
Wanneer salpeterzuur in contact komt met koper (regels 1 tot en met 6) treedt een chemische reactie op. Dit blijkt uit waarnemingen die zijn genoemd in bovenstaande tekst. Geef een van deze waarnemingen. Licht toe waarom daaruit blijkt dat een chemische reactie optreedt.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Er ontstaat een bruisende/sissende/blauwe vloeistof, dus er zijn nieuwe stoffen ontstaan.
- Er ontstaat een donker/rood gas, dus de beginstoffen zijn omgezet (tot nieuwe stoffen).
- Het salpeterzuur verandert van kleur / wordt blauw, dus er zijn reactieproducten ontstaan.
Vraag 16 2 punten
Het rode gas (regel 6) heeft een molecuulmassa van 46,0 u en kan worden weergegeven met de formule NOx. Bereken x.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: 46,0 (u)
- 14,0 (u) = 32,0 (u) en 32,0 (u) : 16,0 (u) = 2; dus x is 2.
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 17 2 punten
Er ontstonden ook andere gassen, zoals een gas met de formule N2O4. Geef de rationele naam van N2O4.
Bekijk het antwoord
- stikstofoxide (1)
- voorvoegsels di en tetra juist (1)
Vraag 18 1 punt
Welk van onderstaande deeltjes geeft de blauwe kleur aan de vloeistof (regel 5 en 6)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 19 1 punt
Een etiket met een pictogram op de fles salpeterzuur had Ira kunnen waarschuwen voor de effecten die hij waarnam toen hij het muntje oppakte (regels 7 tot en met 11). Welk pictogram is dat?
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
pictogram I pictogram II pictogram III
A pictogram I
B pictogram I
C pictogram III
Vraag 20 2 punten
De manier waarop Ira experimenteerde was niet veilig. Behalve voorzorgsmaatregelen zoals het dragen van een veiligheidsbril, had hij ook de uitvoering van zijn onderzoek kunnen verbeteren. Geef twee verbeteringen voor de uitvoering van zijn onderzoek. Baseer je antwoord op de informatie in de regels 4 tot en met 6.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een verbetering is gegeven die niet is gebaseerd op de uitvoering zoals beschreven in de regels 4 tot en met 6 (zoals beschermende kleding), hiervoor geen scorepunt toekennen.
Epsomzout
Epsomzout (MgSO4) kan worden gemaakt door een reactie van magnesium met een oplossing van zwavelzuur. Dit proces kan worden weergegeven met de volgende reactievergelijking:
Mg (s) + 2 H+ (aq) → Mg2+ (aq) + H2 (g)
Linda maakt epsomzout volgens onderstaand voorschrift:
Benodigdheden Reageerbuizen, indampschaal, trechter, filtreerpapier, driepoot, gaasje en een brander; magnesiumpoeder, broomthymolblauw en een oplossing van zwavelzuur.
Uitvoering stap 1 Schenk een reageerbuisje halfvol met een oplossing van zwavelzuur. stap 2 Voeg een paar druppels broomthymolblauw toe. stap 3 Voeg magnesiumpoeder toe totdat er vaste stof op de bodem blijft liggen. De indicator is dan van kleur veranderd. stap 4 Filtreer de inhoud van de buis. stap 5 Damp het filtraat in totdat er een vaste stof overblijft.
Vraag 21 1 punt
Epsomzout is een triviale naam. Geef de rationele naam van epsomzout.
Bekijk het antwoord
- magnesiumsulfaat (1)
Vraag 22 2 punten
Leg uit of de kleur van de indicator (direct na stap 2) anders is wanneer geconcentreerd zwavelzuur is gebruikt in plaats van verdund zwavelzuur.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Wanneer geconcentreerd zwavelzuur is gebruikt zal de pH lager zijn dan wanneer verdund zwavelzuur is gebruikt. Maar broomthymolblauw wordt pas blauw boven pH=7(,6). De kleur zal dus niet anders zijn / in beide gevallen geel zijn.
- (Broomthymolblauw heeft een omslagtraject van pH 6 tot pH 7,6.) Als geconcentreerd zwavelzuur is gebruikt zal broomthymolblauw geel kleuren. Als zeer verdund zwavelzuur is gebruikt, kan de pH echter ook tussen 6 en 7(,6) liggen, en mogelijk groen kleuren.
Vraag 23 2 punten
Bij stap 3 ontstaat waterstofgas. Dit gas kan worden aangetoond met een proefje. Beschrijf de uitvoering van dit proefje en geef de daarbij behorende waarneming(en). Noteer je antwoord als volgt: handeling(en): … waarneming(en): …
Bekijk het antwoord
- handeling(en): het gas (opvangen en) aansteken (1)
- waarneming(en): er klinkt een knalletje/fluittoon/plofje/blafgeluid (1)
Vraag 24 1 punt
Welke vaste stof ligt na stap 3 op de bodem van de reageerbuis?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Linda denkt na over het aantal deeltjes aantal Mg2+, H+ en SO42– tijdens stap 3. Ze geeft deeltjes
het verloop van het aantal per soort deeltje schematisch weer in een diagram. Dit I diagram is hiernaast weergegeven. II III tijd
Vraag 25 1 punt
Welke lijn in dit diagram hoort bij SO42–?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 26 2 punten
Teken met behulp van de gegeven benodigdheden de opstelling die wordt gebruikt in stap 4. Geef in de tekening aan waar het filtraat en waar het residu zich bevinden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer het filtraat (vloeistof) en/of het residu (vaste stof) niet daadwerkelijk is/zijn getekend, dit niet aanrekenen.
- Wanneer een indampschaaltje is getekend in plaats van een reageerbuis, dit niet aanrekenen.
- Wanneer materialen zijn getekend die niet bij de benodigdheden zijn genoemd, hiervoor geen scorepunt toekennen.
Vraag 27 2 punten
Bij stap 5 ontstaat het epsomzout als neerslag van de opgeloste ionen. Geef de vergelijking van de vorming van het epsomzout. Noteer ook de toestandsaanduidingen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- uitsluitend Mg 2+ en SO42– voor de pijl (1)
- uitsluitend MgSO 4 na de pijl en juiste toestandsaanduidingen (1)
Het epsomzout is na stap 5 nog verontreinigd met de indicator. Om de indicator te verwijderen kan tijdens de uitvoering van de proef Norit® (actieve kool) worden toegevoegd.
Vraag 28 1 punt
Geef de naam van de scheidingsmethode waarbij Norit® wordt gebruikt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
- adsorptie/adsorberen (1)
Vraag 29 1 punt
Op welk moment in de proef kan de Norit® het best worden toegevoegd?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
13 uit zeewater schematisch weergegeven.
Ca2+, OH− H+, Cl−
H 2O H2O
zeewater suspensie Mg(OH)2 Mg2+, Cl− MgCl2 Mg I II III IV V
H 2O
oplossing Y H 2O Cl2
naar: Principles of Modern Chemistry - D.W. Oxtoby
Vraag 30 1 punt
Tot welk soort stoffen behoort magnesium (regel 2)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 31 1 punt
Wat is de formule van stof X (regel 5)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 32 3 punten
Geef de vergelijking van de reactie waarbij een oplossing van calciumhydroxide ontstaat (regels 6 en 7).
Bekijk het antwoord
Indien het antwoord 'CaO + H2O → Ca(OH) 2' is gegeven (2)
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als: CaO + H2O → Ca(OH) 2 → Ca 2+ + 2 OH– , dit goed rekenen.
Vraag 33 1 punt
Welke scheidingsmethode wordt toegepast in ruimte II?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 34 1 punt
Leg uit dat oplossing Y behalve water ook andere stoffen bevat.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De Ca 2+ (uit de calciumhydroxide-oplossing) moet ergens blijven / zal in oplossing Y terechtkomen. − Omdat zeewater meerdere/andere opgeloste stoffen bevat, zullen deze (na filtratie) in de oplossing / het filtraat (over)blijven. − Als OH – of Mg 2+ in overmaat is, zal dit opgelost blijven / overblijven. − Zeewater is altijd onzuiver. / Zeewater zal onzuiverheden bevatten. − Zeewater is een mengsel, en niet alle stoffen reageren met OH –. (1)
Vraag 35 3 punten
Geef de vergelijking van de reactie die optreedt in ruimte III.
Bekijk het antwoord
Indien één van de volgende antwoorden is gegeven: (2)
- Mg(OH) 2 + 2 HCl → Mg 2+ + 2 Cl– + 2 H2O
- Mg(OH) 2 + 2 H+ + 2 Cl– → Mg 2+ + 2 Cl– + 2 H2O
Vraag 36 1 punt
Welk proces vindt plaats in ruimte IV?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 37 2 punten
Bereken hoeveel gram magnesiumchloride maximaal kan worden verkregen uit 1,0 L zeewater dat 1,3 gram magnesiumionen per liter bevat. Neem aan dat:
- in het proces een overmaat chloride-ionen beschikbaar is;
- alle magnesiumionen worden omgezet tot magnesiumchloride.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van MgCl2 en Mg 2+: 24,3 (u) optellen bij 2 × 35,5 (u) en delen door 24,3 (u) (1)
- berekening van het aantal gram MgCl2: de massaverhouding van MgCl2 en Mg 2+ vermenigvuldigen met 1,3 (g) (1)
Vraag 38 1 punt
In reactor V wordt magnesiumchloride gesmolten en geëlektrolyseerd zodat magnesium ontstaat. Geef aan waarom magnesiumchloride gesmolten moet worden om het magnesium op deze manier te kunnen produceren.
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als: 'anders ontstaat er geen magnesium' (0)
12 het schilderij.
Alle cadmiumzouten die hierboven zijn genoemd, bevatten Cd2+-ionen.
naar: Chemistry World, Analytical Chemistry
Vraag 39 1 punt
Geef de formule van cadmiumsulfide (regel 4).
Bekijk het antwoord
- CdS (1)
Vraag 40 1 punt
De reactie waarbij cadmiumsulfide wordt omgezet (regels 5 en 6) is geen fotolyse. Geef aan waaruit dat blijkt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Erratum op de opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'er ontstaat slechts één reactieproduct', dit hier goed rekenen.
Doordat de ionen uit de beschermlaag reageerden (regels 9 tot en met 12), ontstonden CdC2O4 en een ander zout.
Vraag 41 1 punt
Uit hoeveel atoomsoorten bestaat de stof CdC2O4?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 42 1 punt
Geef de naam van het 'andere zout' dat ontstond doordat de ionen uit de beschermlaag reageerden.
Bekijk het antwoord
- loodsulfaat / lood( II)sulfaat (1)
Vraag 43 1 punt
Op het deel van het schilderij waar de lijst overheen kwam, was ook gele verf gebruikt. Geef aan waarom onder de lijst geen cadmiumoxalaat werd gevormd.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Onder de lijst kwam geen/onvoldoende licht (waardoor het cadmiumsulfide daar niet reageerde tot cadmiumsulfaat). − Onder de lijst was (misschien) geen beschermlaag aangebracht (dus er waren geen oxalaationen aanwezig, zodat er geen cadmiumoxalaat gevormd kon worden). (1)
Vuurwerkplant
De bladeren van de 'vuurwerkplant' produceren een olieachtig mengsel. Hierdoor verliest de plant minder vocht. Eén van de bestanddelen van dit mengsel (stof A) ontleedt gemakkelijk tot chavicol (C9H10O) en isopreen (C5H8). Doordat isopreen bij relatief lage temperatuur verdampt, kan op warme, windstille dagen een nevel van isopreen rond de plant ontstaan. Deze nevel is brandbaar.
naar: Chemistry in the Garden - J.R. Hanson
Vraag 44 1 punt
Bij de ontleding ontstaat per molecuul van stof A steeds één molecuul chavicol en één molecuul isopreen. Geef de formule van stof A.
Bekijk het antwoord
- C14 H18O (1)
Vraag 45 1 punt
Wanneer te veel water verdampt, droogt de plant uit. Welke van de onderstaande fase-overgangen geeft verdamping weer?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 46 1 punt
Welke stof (chavicol en/of isopreen) behoort tot de koolwaterstoffen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 47 1 punt
Wanneer een brandstof als nevel aanwezig is, zal de verbranding sneller verlopen, dan wanneer deze brandstof als vloeistof aanwezig is. Geef daarvoor een verklaring.
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als 'dan is er voldoende zuurstof aanwezig' (0)
Vraag 48 3 punten
Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van isopreen.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C5H8 en O2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO 2 en H2O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes voor en na de pijl gelijk en weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2018, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-18-1-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (31), zuren en basen (12) en verbranden (5).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-18-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.