Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Plantaardige boter, De chemie van flashpapier, Zure wijn, Waterstof-Spelen, In het krijt staan, Kunststof testen, Natrium in water.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (28), zuren en basen (15) en verbranden (5). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Stoffen en materialen1-5, 7-12, 23-27, 29, 35-37, 41-4828
Zuren en basen6, 13-21, 30-3415
Verbranden22, 28, 38-405

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over zuren en basen (31% van de vragen, gemiddeld 20%). Minder over stoffen en materialen (58% van de vragen, gemiddeld 68%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Plantaardige boter

Plantaardige alternatieven voor roomboter zijn bijvoorbeeld margarine en halvarine. Margarine bestaat voor ongeveer 80 volumeprocent uit oliën, halvarine maar voor 40 volumeprocent. Beide producten bestaan verder voornamelijk uit water. Olie en water mengen slecht en daarom is een hulpstof toegevoegd die voorkomt dat de stoffen ontmengen.

Tijdens een practicum smelten leerlingen een hoeveelheid margarine. Hierbij gebruiken ze de opstelling die is weergegeven in figuur 1. Wanneer de margarine volledig is gesmolten, zijn lagen ontstaan (zie figuur 2).

figuur 1 figuur 2

Vraag 1 1 punt

Geef de naam van het soort mengsel dat ontstaat wanneer olie en water worden gemengd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • emulsie (1)

Vraag 2 1 punt

Welk van de onderstaande diagrammen geeft het temperatuurverloop bij het smelten van margarine weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

A diagram I

B diagram II

C diagram III

D diagram IV

Vraag 3 1 punt

Geef de maximale temperatuur die de margarine kan bereiken bij dit onderzoek. Vermeld ook de eenheid.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • 373 K / 100 °C indien de eenheid ontbreekt (0) (1)

Vraag 4 1 punt

De leerlingen smelten halvarine op dezelfde manier als de margarine. Welke van de onderstaande figuren geeft het eindresultaat weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: D (1)

De chemie van flashpapier

Sommige goochelaars gebruiken 'flashpapier', dat door het aan te steken onmiddellijk met een felle vlam lijkt te 'verdwijnen'. Flashpapier wordt gemaakt door papier te behandelen met salpeterzuur. Papier bestaat hoofdzakelijk uit cellulose (C6H10O5) dat door deze behandeling wordt omgezet tot cellulosenitraat. De reactie die hierbij optreedt kan vereenvoudigd worden weergegeven met de volgende vergelijking:

C6H10O5 + 3 HNO3 → C6H7N3O11 + 3 H2O (reactie 1)

Bij deze reactie wordt zwavelzuur gebruikt als katalysator.

Vraag 5 2 punten

Welke bewering is juist? Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'juist' of 'onjuist'.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Bij reactie 1 juist/onjuist I (neemt het aantal atoomsoorten toe.) onjuist II (neemt het aantal stoffen toe.) onjuist III (zijn de reactieproducten ontleedbaar.) juist indien drie beweringen juist (2) indien twee beweringen juist (1) indien één of geen bewering juist (0) (2)

Bij reactie 1 juist/onjuist I neemt het aantal atoomsoorten toe. … II neemt het aantal stoffen toe. … III zijn de reactieproducten ontleedbaar. …

Vraag 6 1 punt

Geef aan welke invloed zwavelzuur heeft op reactie 1.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Zwavelzuur versnelt de reactie. − Zwavelzuur verhoogt de reactiesnelheid. − Er ontstaat meer cellulosenitraat per tijdseenheid. / Er ontstaat sneller cellulosenitraat. indien het antwoord 'zwavelzuur/een katalysator wordt (gebruikt, maar) niet verbruikt' is gegeven (0) indien het antwoord 'zwavelzuur verandert/verlaagt de pH' is gegeven (0) (1)

Om flashpapier veilig te bewaren, wordt het vochtig verpakt en voorzien van de volgende aanwijzingen:

  • Verpakking gesloten bewaren.
  • Papier drogen voor gebruik.
  • Let op: zeer licht ontvlambaar.
  • Gebruik op eigen risico.

Vraag 7 1 punt

Het is veilig om het papier vochtig te bewaren, omdat het papier pas kan ontbranden nadat het vocht is verdampt. Welke notatie geeft deze faseovergang weer?

  1. A (g) → (l)
  2. B (g) → (s)
  3. C (l) → (g)
  4. D (l) → (s)
  5. E (s) → (g)
  6. F (s) → (l)
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 8 1 punt

Welk van onderstaande pictogrammen zou, op basis van de gegeven aanwijzingen, op de verpakking moeten worden geplaatst?

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A pictogram I

B pictogram II

C pictogram III

D pictogram IV

E pictogram V

Het werkzame bestanddeel in flashpapier is cellulosenitraat. Zodra het flashpapier is aangestoken, reageert cellulosenitraat. De vergelijking van deze reactie is hieronder onvolledig weergegeven. In deze vergelijking ontbreken nog drie coëfficiënten.

… C6H7N3O11 → 3 CO2 + 9 CO + … H2O + … N2 (reactie 2)

Vraag 9 1 punt

Neem de vergelijking over en vul de drie ontbrekende coëfficiënten in.

Bekijk het antwoord
  • 2 C6H7N3O11 → 3 CO2 + 9 CO + 7 H2O + 3 N2 (1)

Vraag 10 1 punt

Flashpapier wordt ook wel 'verdwijnpapier' genoemd, omdat alle reactieproducten van reactie 2 onzichtbaar zijn. Dit komt onder andere doordat alleen gassen worden gevormd. Deze gassen hebben een overeenkomstige stofeigenschap waardoor ze niet zichtbaar zijn. Geef deze stofeigenschap.

Bekijk het antwoord
  • De reactieproducten zijn kleurloos (en daardoor in gasfase niet zichtbaar). (1)

Zure wijn

Wijn bevat verschillende zuren. Het totale zuurgehalte kan worden bepaald met het volgende voorschrift: figuur 1

1 Vul een klein bekerglas met rode wijn.

2 Ontkleur de wijn met actieve kool.

3 Filtreer het gevormde mengsel.

4 Vul de buret met een oplossing van natriumhydroxide ( NaOH).

5 Lees de beginstand af (zie figuur 1).

6 Pipetteer 10,0 mL van de gefiltreerde en ontkleurde wijn in een erlenmeyer.

7 Voeg drie druppels fenolftaleïne toe aan de gepipetteerde wijn.

8 Titreer de wijn tot de kleuromslag.

Vraag 11 1 punt

Welk van onderstaande begrippen past het best bij actieve kool (stap 2)?

  1. A adsorptiemiddel
  2. B extractiemiddel
  3. C oplosmiddel
  4. D spoelmiddel

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 12 1 punt

Wat is het residu bij deze filtratie (stap 3)?

  1. A actieve kool met rode kleurstof
  2. B ontkleurde wijn
  3. C oplossing van natriumhydroxide
  4. D water

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 13 2 punten

De oplossing in de buret bevat 4,12 mg natriumhydroxide per mL. Bereken de concentratie hydroxide-ionen in mg/mL in deze oplossing.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • berekening van de massaverhouding OH – en NaOH: 16,0 (u) optellen bij 1,0 (u) en de uitkomst delen door de som van 23,0 (u) en 16,0 (u) en 1,0 (u) (1)
  • berekening van de concentratie: 4,12 (mg/mL) vermenigvuldigen met de berekende massaverhouding (1)

Vraag 14 1 punt

Geef de triviale naam van een oplossing van natriumhydroxide.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • natronloog indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)

Vraag 15 1 punt

In figuur 1 is de beginstand van de buret weergegeven. Geef deze beginstand in twee decimalen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een juist antwoord ligt tussen 12,37 en 12,43 (mL). indien een antwoord in één decimaal is gegeven, bijvoorbeeld 12,4 (mL) (0) (1)

Vraag 16 1 punt

Geef aan waarom de rode wijn ontkleurd moet zijn bij de titratie.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Anders zie je de kleur van de indicator/fenolftaleïne niet (veranderen). − De kleurstof in de wijn reageert misschien ook (met natriumhydroxide/fenolftaleïne). (1)

Vraag 17 1 punt

Geef aan welke kleur fenolftaleïne heeft in de ontkleurde wijn (stap 7).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • kleurloos (1)

Vraag 18 1 punt

Waarom wordt fenolftaleïne toegevoegd (stap 7)?

  1. A omdat daardoor de reactie die optreedt tijdens de titratie sneller verloopt
  2. B omdat daardoor duidelijk is wanneer de titratie moet stoppen
  3. C omdat daardoor het aflezen van de buret gemakkelijker is
  4. D omdat fenolftaleïne het zuur uit de wijn neutraliseert

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 19 3 punten

Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt tijdens de titratie. Noteer het zuur als H+ en vermeld ook de toestandsaanduidingen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend H+ en OH– voor de pijl (1)
  • uitsluitend H2O na de pijl (1)
  • juiste toestandsaanduidingen (1)

Vraag 20 1 punt

Verandert de pH van de vloeistof in de erlenmeyer tijdens de titratie?

  1. A Ja, de pH daalt.
  2. B Ja, de pH daalt eerst en stijgt daarna weer.
  3. C Ja, de pH stijgt.
  4. D Ja, de pH stijgt eerst en daalt daarna weer.
  5. E Nee, de pH blijft gelijk.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Sven bepaalt het totale zuurgehalte in een rode wijn. Hij titreert 10,0 mL van deze wijn. Bij de kleuromslag heeft hij 8,65 mL natriumhydroxide- oplossing toegevoegd. Vervolgens berekent Sven het aantal gram zuur in een glas van de onderzochte wijn (120 mL). Hij gaat er hierbij van uit dat 1,0 mL natriumhydroxide-oplossing reageert met 7,5 mg zuur.

Vraag 21 3 punten

Bereken dit aantal gram zuur in 120 mL wijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Waterstof-Spelen

Bij de Olympische Spelen 2020 is gekozen voor waterstof (H2) als brandstof. De olympische vlam brandde bijvoorbeeld op waterstofgas. Waterstof wordt beschouwd als schone brandstof. Dit komt doordat het verbrandingsproduct van waterstof geen bijdrage levert aan het versterkt broeikaseffect.

Vraag 22 1 punt

Wat is het gevolg van het versterkt broeikaseffect?

  1. A De ozonlaag wordt aangetast.
  2. B De aarde warmt op.
  3. C Er ontstaat een tekort aan zuurstof.
  4. D Er wordt zure regen gevormd.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De waterstof werd geproduceerd met behulp van bruinkool. Bruinkool bestaat voornamelijk uit koolstof. In figuur 1 is deze productie vereenvoudigd en onvolledig in drie stappen weergegeven. Eén naam ontbreekt. I: Een deel van de koolstof in bruinkool reageert met zuurstof uit de lucht tot koolstofdioxide. II: De overige koolstof in bruinkool reageert met het koolstofdioxide tot koolstofmono-oxide. III: Het gevormde koolstofmono-oxide reageert vervolgens met waterdamp tot waterstof en koolstofdioxide.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 23 1 punt

Welk soort proces vindt plaats bij stap I?

  1. A kraken
  2. B polymerisatie
  3. C thermolyse
  4. D verbranden

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 24 1 punt

Welke naam moet worden ingevuld op het stippellijntje om figuur 1 compleet te maken?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer het antwoord 'bruinsteen' is gegeven, dit hier goed rekenen.

Vraag 25 2 punten

Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt bij stap III.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend CO en H2 O voor de pijl (1)
  • uitsluitend CO2 en H2 na de pijl (1)

Vraag 26 2 punten

Het gevormde waterstofgas werd als vloeistof vervoerd. Met behulp van Binas-tabel 17 kan worden berekend bij welke temperatuur in °C waterstofgas vloeibaar wordt. Geef deze temperatuur in °C en licht je antwoord toe met een berekening. Ga uit van normale druk (p=p0).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is: 20,3 (K) - 273 = –253 (°C)

  • omrekening van K naar °C juist (1p)

indien het antwoord 20,3 - 273 = –252 is gegeven (1)

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

De totale productie van waterstof met behulp van bruinkool kan vereenvoudigd worden weergegeven met de volgende vergelijking:

2 C + O2 + 2 H2O → 2 CO2 + 2 H2 (reactie 1)

Vraag 27 2 punten

Bereken hoeveel kg H2 volgens reactie 1 maximaal kan ontstaan per ton bruinkool (1 ton = 1000 kg). Neem aan dat bruinkool 65 massaprocent C bevat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
  • Wanneer beide coëfficiënten zijn weggelaten, dit niet aanrekenen.

Vraag 28 1 punt

Waterstof die is geproduceerd volgens reactie 1 wordt door sommigen niet milieuvriendelijk gevonden. Geef hiervoor een argument.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Er komt een broeikasgas/CO2 vrij. − Het maken van waterdamp kost (veel) energie. − Bruinkool is een fossiele brandstof. (1)

In het krijt staan

Als mensen vroeger schulden hadden, werden deze vaak met krijt op een krijtbord geschreven. Dit is terug te vinden in de uitdrukking "in het krijt staan". Als de schuld was afgelost, werd deze van het bord geveegd met een droge doek of met een spons die was natgemaakt met water. Om het bord extra schoon te krijgen, kon een beetje azijn aan het water worden toegevoegd. Azijn is een oplossing van azijnzuur. Azijnzuur reageert met krijt (calciumcarbonaat).

Vraag 29 2 punten

Leg uit of een chemische reactie plaatsvindt bij het schoonvegen van het bord met een droge doek.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Er verandert niets aan (de chemische samenstelling van) het krijt of het bord bij het vegen met een droge doek, dus het is geen chemische reactie.
  • Er ontstaan geen nieuwe stoffen, dus het is geen chemische reactie.
  • Het krijt wordt alleen maar verplaatst, dus het is geen chemische reactie.

Vraag 30 1 punt

Is de pH van het mengsel van water met azijn gelijk aan de pH van water?

  1. A Ja, de beide pH's zijn gelijk.
  2. B Nee, de pH van het mengsel is hoger.
  3. C Nee, de pH van het mengsel is lager.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 31 1 punt

Welke van onderstaande eigenschappen heeft azijnzuur?

  1. A Het kan H+ afstaan.
  2. B Het kan H+ opnemen.
  3. C Het kan OH– afstaan.
  4. D Het kan OH– opnemen.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Op internet is de volgende instructie te vinden:

  • Meng 60 mL azijn met een halve liter (500 mL) lauw water.
  • Dompel de spons in het gemaakte mengsel.
  • Wring de spons uit.
  • Veeg het krijtbord af.

Azijn bevat 40 mg opgelost azijnzuur per mL.

Vraag 32 3 punten

Bereken hoeveel mg azijnzuur het gemaakte mengsel per mL bevat.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 33 3 punten

Opgelost azijnzuur reageert met calciumcarbonaat tot onder meer koolstofdioxide. De vergelijking van deze reactie is hieronder onvolledig weergegeven. Drie formules en één coëfficiënt ontbreken.

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend H+ en CaCO3 voor de pijl (1)
  • uitsluitend Ca 2+, H2O en CO2 na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

… H+ + … → … + … + CO2

Neem de vergelijking over en vul de vier ontbrekende gegevens in.

Vraag 34 1 punt

Geef de formule van het negatieve ion dat aanwezig is in azijn.

Bekijk het antwoord
  • Ac – (1)

Rina wil aantonen dat koolstofdioxide ontstaat bij het gebruik van azijn. Ze maalt een krijtje tot poeder. Vervolgens voegt ze wat azijn toe. Rina wil het gas dat ontstaat opvangen en aantonen dat dit koolstofdioxide is.

Vraag 35 1 punt

Op welke van onderstaande manieren kan ze koolstofdioxide aantonen? Dit kan ze doen door het gas

  1. A op te vangen en het bij een gloeiende houtspaander te houden.
  2. B door helder kalkwater te leiden.
  3. C langs een natgemaakt rood lakmoespapiertje te leiden.
  4. D langs wit kopersulfaat te leiden.
  5. E te mengen met lucht en dit mengsel aan te steken.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Kunststof testen

Om verschillende soorten kunststoffen van elkaar te onderscheiden, kan onder meer het volgende getest worden: I Drijft de kunststof wel of niet op verschillende vloeistoffen? II Geeft de kunststof op een koperdraad kleur aan een kleurloze vlam?

Bart onderzoekt met de twee testen vier soorten kunststoffen. De resultaten hiervan staan in onderstaande tabel.

kunststof test Ia: test Ib: test II (water) (vloeistof X) PE drijft drijft geen kleur PS zinkt drijft geen kleur PVC zinkt zinkt groen PTFE zinkt zinkt geen kleur

Vraag 36 1 punt

Kunststoffen worden gevormd door kleine moleculen te koppelen. Geef de algemene naam voor deze kleine moleculen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • monomeer/monomeren indien een antwoord als 'koolwaterstoffen' is gegeven (0) (1)

Vraag 37 1 punt

Bij test Ia is een andere vloeistof gebruikt dan bij test Ib. Welke van de volgende conclusies is/zijn juist? I: De dichtheid van PE is groter dan die van PVC. II: De dichtheid van vloeistof X is groter dan 1,00 g/cm3.

  1. A alleen I
  2. B alleen II
  3. C beide: I en II
  4. D geen van beide

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Test II verloopt in twee stappen. stap 1: Verhit een stukje koperdraad in een sterk ruisende vlam totdat er geen verkleuring meer waarneembaar is. Bij deze stap reageert het koper aan de buitenkant van de draad met zuurstof tot koper(II)oxide. stap 2: Raak vervolgens met de hete koperdraad kort de kunststof aan, zodat een beetje van de kunststof aan de draad kleeft. Breng de draad met de kunststof erop in een kleurloze vlam.

Vraag 38 1 punt

Welk deel van de sterk ruisende vlam is het heetst?

  1. A deel 1
  2. B deel 2
  3. C deel 3
  4. D deel 4

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 39 1 punt

Welke van onderstaande afbeeldingen geeft de juiste afstelling van de brander weer bij een sterk ruisende vlam?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: A (1)

A afstelling 1

B afstelling 2

C afstelling 3

D afstelling 4

Vraag 40 3 punten

Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt bij stap 1 van test II.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend Cu en O2 voor de pijl (1)
  • uitsluitend CuO na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

Als de kunststof een halogeenverbinding is, ontstaat bij stap 2 een zout dat bestaat uit koper(II)ionen en halogeenionen. Dit zout geeft in de vlam een kenmerkende kleur, behalve wanneer het koper(II)fluoride is.

Vraag 41 2 punten

Geef de formule van het zout dat ontstaat als de kunststof broomatomen bevat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • juiste index (1p)

indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)

Opmerking Wanneer bij vraag 40 'Cu2O' of 'CuO2' als reactieproduct is gegeven, dan 'CuBr' respectievelijk 'CuBr4' als antwoord op vraag 41 goed rekenen.

Vraag 42 1 punt

Met behulp van de resultaten van test II is informatie af te leiden over de samenstelling van de onderzochte kunststof. Uit welk van onderstaande moleculen kan de kunststof PVC zijn gevormd? Maak gebruik van de informatie in twee tekstblokken: boven vraag 36 en boven vraag 41.

  1. A C2F4
  2. B C2H3Cl
  3. C C2H4
  4. D C 2H 4O

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Natrium in water

Natrium komt als zuivere stof in de natuur niet voor, maar alleen in verbindingen. Dit komt doordat natrium gemakkelijk reageert met bijvoorbeeld zuurstof en water. Natrium kan worden geproduceerd uit natriumverbindingen met behulp van bijvoorbeeld elektrolyse. Het geproduceerde natrium wordt vervolgens onder olie bewaard.

Vraag 43 1 punt

In welke groep en in welke periode van het periodiek systeem staat natrium? Noteer je antwoord als volgt: groep: … periode: …

Bekijk het antwoord
  • groep: 1 periode: 3 (1)

Vraag 44 1 punt

Tot welk soort stoffen behoort natrium?

  1. A tot de metalen
  2. B tot de moleculaire stoffen
  3. C tot de zouten
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 45 1 punt

Marco vraagt zich af of de omzetting van natriumverbindingen tot natrium een scheiding is. Leg uit waarom deze omzetting geen scheiding is.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Elektrolyse is een ontleding. − Een natriumverbinding is geen mengsel. − Er ontstaat een nieuwe stof. / Er ontstaan nieuwe stoffen. (1)

Vraag 46 1 punt

Welke van de volgende reacties wordt voorkomen door natrium onder olie te bewaren? I: de reactie van natrium met zuurstof II: de reactie van natrium met water

  1. A alleen I
  2. B alleen II
  3. C beide: I en II
  4. D geen van beide
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Een docent wil demonstreren dat natrium reageert met water. Hierbij gebruikt hij de zuurkast. Hij vult een groot bekerglas met 250 mL water. Vervolgens haalt hij een stukje natrium uit de olie, wrijft dit schoon en weegt het. Daarna doet hij het stukje in het water. Een heftige reactie vindt plaats. De docent noteert de bijbehorende vergelijking:

2 Na (s) + 2 H2O (l) → 2 Na+ (aq) + 2 OH– (aq) + H2 (g)

De docent vertelt dat de heftigheid komt doordat het gevormde waterstofgas onmiddellijk explosief reageert met zuurstof uit de lucht.

Vervolgens herhaalt hij de proef. Hij weegt een stukje natrium af dat exact even zwaar is als de eerste keer. Hij snijdt dit in twee gelijke stukken en doet beide stukjes in water. Het effect van de reactie is deze keer heftiger.

Vraag 47 1 punt

Bij de reactie komen verschillende soorten deeltjes voor. Tot welke soorten deeltjes behoren de reactieproducten?

  1. A atomen en ionen
  2. B atomen en moleculen
  3. C ionen en moleculen
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 48 1 punt

Het aantal deeltjes van de betrokken stoffen verandert tijdens de proeven. Welk van onderstaande diagrammen geeft het verloop van de herhalingsproef het best weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: C (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2023, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-23-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (28), zuren en basen (15) en verbranden (5).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-23-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.