Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De kleur van munten, Appelazijn, Siliciumdioxide, Slakkenbestrijding verbetert moestuin, Groene vlammen, 3D printen.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (37), zuren en basen (9) en verbranden (1). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Stoffen en materialen1-5, 7-10, 12-14, 18-22, 24-31, 34-37, 40-46, 4837
Zuren en basen6, 11, 15-17, 23, 32-33, 399
Verbranden381
Energie471

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (77% van de vragen, gemiddeld 67%). Minder over verbranden (2% van de vragen, gemiddeld 10%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

De kleur van munten

Oude zilveren of verzilverde munten hebben vaak hun glans verloren en zijn zwart geworden. Dit komt doordat zilver reageert volgens:

4 Ag + O2 + ... H2S → ... Ag2S + ... H2O

In deze vergelijking ontbreken drie coëfficiënten.

Vraag 1 2 punten

Geef de rationele naam van Ag2S. Maak hierbij gebruik van een Romeins cijfer.

Bekijk het antwoord
  • zilversulfide (1)
  • Romeins cijfer I juist verwerkt (1)

Vraag 2 1 punt

Wat is de ontbrekende coëfficiënt van H2S?

  1. A 2
  2. B 3
  3. C 4
  4. D 6
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Tegenwoordig bestaan munten meestal uit legeringen die wel goudkleurig of zilverkleurig zijn, maar geen goud of zilver bevatten. Een 2-euromunt heeft een massa van 8,5 gram en bestaat uit twee verschillende legeringen. De samenstelling van deze legeringen is in de afbeelding hieronder weergegeven.

Vraag 3 1 punt

Legeringen worden gemaakt door vloeibare metalen te mengen. Het mengsel laat men vervolgens stollen. Welk diagram geeft het temperatuurverloop bij het stollen weer?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Antwoord: B (1)

A diagram I

B diagram II

C diagram III

D diagram IV

Vraag 4 2 punten

Bereken het massapercentage Cu in een 2-euromunt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 5 2 punten

Leg uit of volgens Binas de goudkleurige legering in een 2-euromunt 'Nordic Gold' wordt genoemd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • De goudkleurige legering bevat geen Al/aluminium/Sn/tin, dus de legering mag geen Nordic Gold worden genoemd.
  • Nordic Gold bevat geen Ni/nikkel, dus de legering wordt geen Nordic Gold genoemd.

Appelazijn

Azijn is een oplossing van azijnzuur in water. Appelazijn kan worden gemaakt door fijngemaakte appels te bewaren in een open pot met een beetje gist. Appels bevatten glucose (C6H12O6). Deze glucose wordt met behulp van micro-organismen omgezet tot azijn. Dit proces gaat als volgt:

  • Glucose reageert tot alcohol (C2H6O) en koolstofdioxide (reactie 1).
  • De vaste appelresten worden daarna uit het mengsel verwijderd.
  • De gevormde alcohol wordt vervolgens met zuurstof omgezet tot azijnzuur en water (reactie 2).
  • Wanneer de azijn de juiste pH heeft bereikt, wordt de pot afgesloten met een deksel. Hierdoor stopt na enige tijd reactie 2.

Vraag 6 1 punt

Geef de formule van het negatieve ionsoort in azijn.

Bekijk het antwoord
  • Ac – (1)

Vraag 7 2 punten

Bij reactie 1 is glucose de enige beginstof. Geef de vergelijking van reactie 1.

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend C6H12O6 voor de pijl en uitsluitend C 2H6O en CO2 na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

Vraag 8 1 punt

Bij reactie 1 reageert uiteindelijk alle glucose. Welke invloed heeft het fijnmaken van de appels op reactie 1? I Er ontstaat meer alcohol en meer koolstofdioxide. II Er ontstaat sneller alcohol en koolstofdioxide.

  1. A alleen I
  2. B alleen II
  3. C beide: I en II
  4. D geen van beide
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 9 1 punt

De vaste appelresten worden van de ontstane vloeistof gescheiden. Geef de naam van een scheidingsmethode die hierbij kan worden gebruikt.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − filtreren/zeven − (laten) bezinken (en daarna afgieten) − (uit)persen (1)

Vraag 10 1 punt

Aan sommige merken appelazijn is een hulpstof toegevoegd. Op de verpakking staat deze hulpstof vermeld als E-228. Welke functie heeft deze hulpstof?

  1. A conserveermiddel
  2. B emulgator
  3. C kleurstof
  4. D smaakstof
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 11 1 punt

Met welke indicator kan de pH van de appelazijn worden bepaald?

  1. A met blauw lakmoespapier
  2. B met broomthymolblauw
  3. C met fenolftaleïne
  4. D met fenolrood
  5. E met rood lakmoespapier
  6. F met universeelindicatorpapier
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 12 1 punt

Leg uit waarom het afsluiten van de pot ervoor zorgt dat reactie 2 stopt.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Bij de alcohol moet zuurstof (kunnen) komen om de reactie te laten verlopen. − Wanneer de deksel op de pot zit, komt er geen zuurstof (meer) bij de alcohol. − Dan raakt de zuurstof op. indien het antwoord 'dan raakt één van de beginstoffen op' is gegeven (0) (1)

Sheyda heeft 1,5 L appelazijn gemaakt. Ze vraagt zich af hoeveel azijnzuur haar appelazijn bevat. Ze schenkt een beetje appelazijn in een bekerglas. Omdat de appelazijn geel van kleur is, maakt ze deze eerst kleurloos met behulp van actieve kool. Ze filtreert daarna het mengsel. Vervolgens pipetteert Sheyda 5,00 mL van de ontkleurde appelazijn in een erlenmeyer en voegt 2 druppels fenolrood toe. Dan titreert ze met natronloog. Voor deze titratie is 48,87 mL natronloog nodig tot het omslagpunt.

Vraag 13 1 punt

Bij welke scheidingsmethode is actieve kool een hulpmiddel?

  1. A bij adsorptie
  2. B bij destillatie
  3. C bij extractie
  4. D bij filtratie
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 14 2 punten

Sheyda heeft bij haar bepaling glaswerk nodig. Hieronder zijn verschillende soorten glaswerk afgebeeld. Geef voor elk van de volgende soorten glaswerk aan welke afbeelding erbij hoort. Zet achter elk soort glaswerk de letter van de juiste afbeelding. Noteer je antwoord als volgt:

  • bekerglas: ...
  • pipet: ...
  • erlenmeyer: ...
  • buret: ...

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • twee soorten glaswerk juist ingevuld (1)
  • nog twee soorten glaswerk juist ingevuld (1)

Vraag 15 1 punt

Geef aan welke kleur het mengsel in de erlenmeyer heeft gekregen na het omslagpunt.

Bekijk het antwoord
  • oranje / rood (1)

Vraag 16 3 punten

Bij de titratie reageert 1,00 mL natronloog volledig met 6,0∙10–3 gram azijnzuur. Neem aan dat azijnzuur hierbij het enige zuur is. Bereken met behulp van de gegevens uit de tekst hoeveel gram azijnzuur aanwezig was in 1,5 L ontkleurde appelazijn.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 17 1 punt

Sheyda overweegt de titratie te herhalen, maar nu met 10,00 mL appelazijn in plaats van 5,00 mL. Ze moet dan de uitvoering aanpassen, omdat haar buret maximaal 50,00 mL natronloog kan bevatten. Welke aanpassing is dan geschikt?

  1. A een andere indicator gebruiken
  2. B een hogere concentratie natronloog gebruiken
  3. C een lagere concentratie natronloog gebruiken
  4. D koudere natronloog gebruiken
  5. E warmere natronloog gebruiken
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Siliciumdioxide

Om slijtage van autobanden tegen te gaan, wordt siliciumdioxide (SiO2) in het rubber van de autobanden verwerkt. Zuiver siliciumdioxide wordt in een aantal stappen gemaakt. Eerst wordt een mengsel van zand en soda (Na2CO3) in een oven verwarmd. Hierbij ontstaat onder meer natriumsilicaat (Na2Si3O7). Het gevormde natriumsilicaat wordt vervolgens omgezet tot zuiver siliciumdioxide.

Vraag 18 1 punt

Welke informatie geeft de term 'di' in de naam siliciumdioxide?

  1. A de lading van de silicium-atomen
  2. B de lading van de zuurstof-atomen
  3. C het aantal silicium-atomen per molecuul
  4. D het aantal zuurstof-atomen per molecuul
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 19 1 punt

Zand is een triviale naam. Welke beschrijving past bij zand?

  1. A Zand is een niet-ontleedbare stof.
  2. B Zand is een zout.
  3. C Zand is een mengsel.
  4. D Zand is een koolwaterstof.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 20 3 punten

In de oven vindt tegelijkertijd een aantal reacties plaats. Een daarvan is de ontleding van soda. Bij deze reactie ontstaan vast natriumoxide en koolstofdioxide. Geef de vergelijking van deze ontleding van Na2CO3. Vermeld ook de toestandsaanduidingen.

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend Na 2CO3 voor de pijl (1)
  • uitsluitend Na 2O en CO2 na de pijl (1)
  • juiste toestandsaanduidingen (1)

Vraag 21 1 punt

Na2Si3O7 heeft een massa van 242,3 u. Laat dit zien aan de hand van een berekening.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

De omzetting van natriumsilicaat (Na2Si3O7) tot siliciumdioxide (SiO2) is schematisch en vereenvoudigd weergegeven in figuur 1.

I: Natriumsilicaat wordt opgelost in water en vormt daarbij een bijzonder mengsel: de stof splitst niet in losse ionen.

II: Door het toevoegen van een zuur vindt vervolgens een reactie plaats. Hierbij ontstaan vast siliciumdioxide, water en een oplossing van natriumsulfaat. Deze reactie kan vereenvoudigd worden weergegeven met de volgende vergelijking:

Na2Si3O7 + 2 H+ → 2 Na+ + 3 SiO2 + H2O (reactie 1)

III: Het gevormde siliciumdioxide wordt van het mengsel gescheiden.

Het nog vochtige siliciumdioxide wordt daarna in een oven gedroogd.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 22 1 punt

Leg uit dat in blok I geen chemische reactie plaatsvindt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Er worden geen nieuwe stoffen gevormd. − De Na2Si3O 7 moleculen worden niet omgevormd tot andere moleculen. − Omdat het proces 'oplossen' is (en dat is geen chemische reactie). − Bij de pijlen naar en vanuit blok I staan dezelfde formules. − Omdat natriumsilicaat (s) → natriumsilicaat (aq) − Oplossen is geen reactie/reageren. indien een antwoord is gegeven als 'er ontstaan geen losse ionen' (0) (1)

Vraag 23 1 punt

Welk van onderstaande zuren wordt toegevoegd in blok II?

  1. A azijnzuur
  2. B salpeterzuur
  3. C zoutzuur
  4. D zwavelzuur

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 24 1 punt

In blok III wordt een mengsel gescheiden door middel van filtratie. Geef de naam van de stof waaruit het residu bestaat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (vochtig) siliciumdioxide indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)

Vraag 25 1 punt

Bij het drogen vindt een faseovergang van water plaats. Wat is de notatie van deze faseovergang?

  1. A g→l
  2. B l→s
  3. C l→g
  4. D s→l

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 26 3 punten

Een bedrijf produceert per dag 196 ton siliciumdioxide volgens reactie 1. Bereken hoeveel ton natriumsilicaat daarbij minimaal nodig is. Gebruik voor Na2Si3O7 de massa 242,3 (u).

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Slakkenbestrijding verbetert moestuin

Slakken kunnen planten in de moestuin opeten, waardoor de oogst lager wordt. Om de planten te beschermen tegen slakken kunnen verschillende materialen worden gebruikt:

  • koperen ringen
  • slakkenkorrels
  • eierschalen

De koperen ringen kunnen om de planten worden gelegd. Het slijm van slakken bevat water, eiwitten, koolhydraten en opgeloste zouten. Als het slijm in contact komt met het koper, ontstaan kleine elektrische schokjes die de slakken afschrikken. De werking van deze ringen neemt langzaam af doordat koper reageert met zuurstof uit de lucht. Hierbij ontstaat onder meer CuO.

Vraag 27 1 punt

Geef aan in welke groep van het periodiek systeem het element koper staat.

Bekijk het antwoord
  • (groep) 11 (1)

Vraag 28 1 punt

Nadat een laagje vast CuO is ontstaan, krijgt de slak geen schok wanneer die over de ring heenglijdt. Noah zegt: "Dit komt doordat CuO niet uit ionen bestaat." Ypke zegt: "CuO bestaat wel uit ionen, maar het geleidt niet omdat de ionen niet vrij kunnen bewegen." Wie heeft gelijk?

  1. A alleen Noah
  2. B alleen Ypke
  3. C geen van beiden
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 29 1 punt

De koperdeeltjes in de ringen ondergaan een ladingsverandering wanneer deze worden omgezet tot CuO. Welke ladingsverandering is dit?

  1. A van 0 naar 1+
  2. B van 0 naar 2+
  3. C van 1+ naar 0
  4. D van 1+ naar 2+
  5. E van 2+ naar 1+
  6. F van 2+ naar 0
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Slakkenkorrels bevatten ijzer(III)fosfaat (FePO4) als werkzame stof. Een bijkomend effect van dit bestrijdingsmiddel is dat de fosfaationen uit de korrels dienen als meststof. Planten hebben namelijk het element P nodig.

Vraag 30 2 punten

Een verpakking van 2,0 kg slakkenkorrels bevat 60 gram ijzer(III)fosfaat. Bereken hoeveel gram P in de tuin terechtkomt, als al deze slakkenkorrels worden gestrooid.

Bekijk het antwoord
  • berekening van de massaverhouding van P en FePO 4: 31,0 (u) delen door de som van 55,8 (u) en 31,0 (u) en 4 × 16,0 (u) (1)
  • berekening van het aantal gram P in 2,0 kg korrels: 60 (g) vermenigvuldigen met de berekende massaverhouding van P en FePO4 (1)

Sommige hobby-tuinders strooien gebroken eierschalen rond de planten. Slakken kruipen namelijk niet graag over de scherpe randjes van de eierschalen heen. Het strooien van eierschalen beïnvloedt de pH van de bodem. Eierschalen bestaan voornamelijk uit calciumcarbonaat, dat reageert met zuren in de bodem. Deze reactie kan als volgt met een vergelijking worden weergegeven:

2 H+ + CaCO3 → Ca2+ + X + Y

In de vergelijking zijn twee formules vervangen door X en Y.

Vraag 31 2 punten

Geef de formules van de stoffen X en Y.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • CO2 (1p)

indien uitsluitend H2CO3 is gegeven (1) indien beide juiste namen zijn gegeven in plaats van de formules (1)

Vraag 32 2 punten

Leg uit of de pH-waarde van de bodem zal dalen of juist zal stijgen door het strooien van eierschalen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juist antwoord zijn:

  • Carbonaationen reageren als base, dus de pH stijgt.
  • Calciumcarbonaat is een base, dus de pH stijgt.
  • Calciumcarbonaat reageert met H +-ionen, dus de pH stijgt.
  • Calciumcarbonaat maakt de grond minder zuur, dus stijgt de pH.
  • De H+-ionen reageren (met CaCO3/als zuur), dus stijgt de pH.
  • Het aantal H+-ionen neemt af, dus de pH stijgt.

Groene vlammen

Een docent voert een demonstratieproef uit. Bij deze proef reageert een zuur met een metaal. De proef bestaat uit vijf stappen:

stap 1: De docent doet ongeveer 50 mL zoutzuur in een erlenmeyer. stap 2: Ze voegt 3,0 gram koper(II)chloride toe aan het zuur en schudt tot een blauwe heldere vloeistof is ontstaan. stap 3: Ze maakt een rolletje van aluminiumfolie, doet dit in de vloeistof en wacht totdat de vloeistof gaat bruisen en sissen. Het rolletje aluminium wordt hierbij zichtbaar kleiner. stap 4: Dan steekt ze het ontstane gas aan. Er ontstaan groene vlammen en er klinkt een ploffend geluid. stap 5: Wanneer de verbranding is gestopt, is het aluminiumfolie niet meer te zien. De vloeistof is nu kleurloos. Wel is in de vloeistof een roodbruine vaste stof te zien.

Na afloop bespreekt de docent de waarnemingen met de klas. Ze komen tot de volgende conclusies: I Het gas dat bij deze reactie ontstaat is waterstofgas. II Er is een oplossing ontstaan met die aluminiumionen bevat. III De roodbruine vaste stof is koper.

Vraag 33 1 punt

Zoutzuur is een mengsel van twee stoffen. Geef de namen van de stoffen waaruit dit mengsel bestaat.

Bekijk het antwoord
  • waterstofchloride en water indien formules zijn gegeven in plaats van de namen (0) indien een antwoord is gegeven als 'waterstof(ionen) en chloride(ionen en water)' (0) (1)

Vraag 34 1 punt

Geef de algemene naam van het soort mengsel dat ontstaat bij stap 2.

Bekijk het antwoord
  • oplossing (1)

Vraag 35 1 punt

Geef de naam van de stof die de kleur van de vlammen veroorzaakt (stap 4). Maak gebruik van Binas.

Bekijk het antwoord
  • koper(ionen) / koper(chloride) indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)

Vraag 36 1 punt

Uit welke waarneming kan conclusie I worden getrokken?

  1. A die van stap 1
  2. B die van stap 2
  3. C die van stap 3
  4. D die van stap 4
  5. E die van stap 5
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 37 2 punten

De formule van koper(II)chloride is CuCl2. Bereken hoeveel gram koper maximaal kan ontstaan uit 3,0 gram koper(II)chloride.

Bekijk het antwoord
  • berekening van de massaverhouding van Cu en CuCI 2: 63,5 (u) delen door de som van 63,5 (u) en 2 × 35,5 (u) (1)
  • berekening van het aantal gram Cu: de massaverhouding van Cu en CuCl 2 vermenigvuldigen met 3,0 (g) (1)

Vraag 38 1 punt

Bij de verbranding van waterstof is nóg een beginstof nodig. Geef de formule van deze beginstof.

Bekijk het antwoord
  • O2 indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)

Vraag 39 1 punt

Het waterstofgas ontstaat uit de reactie van aluminium en zoutzuur. Welke vergelijking geeft deze reactie juist weer?

  1. A 2 Al + 3 H2 → 2 Al3+ + 6 H+
  2. B 2 Al + 6 H+ → 2 Al3+ + 3 H2
  3. C 4 Al + 6 H2O → 4 Al3+ + 12 H+ + 3 O2
  4. D 2 Al3+ + 3 H2 → 2 Al + 6 H+
  5. E 2 Al3+ + 6 H+ → 2 Al + 3 H2
  6. F 4 Al3+ + 6 H2O → 4 Al + 12 H+ + 3 O2
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 40 1 punt

Bij de proef zijn zoutzuur en waterstofgas betrokken. Binas vermeldt van deze stoffen enkele gevaaraspecten. Welke van de volgende pictogrammen passen bij deze gevaaraspecten?

  1. A I en II
  2. B I en III
  3. C I en IV
  4. D II en III
  5. E II en IV
  6. F III en IV
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

De docent filtreert het mengsel uit stap 5. Vervolgens toont ze de aluminiumionen aan door een oplossing van natriumhydroxide toe te voegen aan de vloeistof. Er ontstaat een witte neerslag.

Vraag 41 3 punten

Geef de vergelijking van de reactie waarbij het witte neerslag ontstaat. Maak hierbij gebruik van Binas.

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend Al 3+ en OH– voor de pijl (1)
  • uitsluitend Al(OH) 3 na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

De docent herhaalt stap 1 tot en met 5. Ze gebruikt nu een oplossing van H2SO4 in plaats van zoutzuur. Ook gebruikt ze CuSO4 in plaats van CuCl2. Verder voert ze de proef precies hetzelfde uit. Er vindt nu geen reactie plaats.

Vraag 42 1 punt

Uit de herhalingsproef blijkt dat een bepaald ionsoort aanwezig moet zijn om een reactie te laten plaatsvinden. Welke formule heeft dit ionsoort?

  1. A Cl–
  2. B Cu2+
  3. C H+
  4. D SO42–
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

3D printen

3D printen

Nour wil alle gasten op haar examenfeest een zelfgemaakte beker geven. Ze maakt de bekers met een 3D-printer. In deze printer wordt een kunststofdraad verwarmd en dan laag voor laag op elkaar gebracht totdat een beker is gevormd. In de 3D-printer kunnen alleen thermoplasten worden gebruikt.

Vraag 43 1 punt

Licht toe waarom het belangrijk is dat de kunststofdraad een thermoplast is.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer in een overigens juist antwoord 'smelten' is gebruikt in plaats van 'vervormbaar/zacht worden', dit goed rekenen.

Nour gebruikt kunststofdraden die bestaan uit polymelkzuur (PMZ). PMZ wordt gemaakt door polymerisatie van melkzuur (C3H6O3). Hierbij ontstaat een mengsel van PMZ-ketens van verschillende lengtes. De vorming van zo'n keten is hieronder met een onvolledige vergelijking weergegeven. In deze vergelijking ontbreekt alleen één coëfficiënt.

100 C3H6O3 → C300H402O201 + … H2O (reactie 1)

Vraag 44 1 punt

Uit hoeveel atomen bestaat één molecuul melkzuur?

  1. A 1
  2. B 3
  3. C 12
  4. D 100
  5. E 1200
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 45 1 punt

Melkzuur is een voorbeeld van een beginstof waaruit door polymerisatie een lange keten kan ontstaan. Geef de algemene naam voor beginstoffen van polymerisatie.

Bekijk het antwoord
  • monomeer/monomeren (1)

Vraag 46 1 punt

Geef de ontbrekende coëfficiënt in de vergelijking van reactie 1.

Bekijk het antwoord
  • 99 (1)

Vraag 47 1 punt

Polymelkzuur begint zacht te worden bij 323K. Voor welke van de volgende dranken is de beker van Nour geschikt?

  • warme chocolademelk met een temperatuur van 40 °C
  • groene thee met een temperatuur van 80 °C
  1. A alleen voor warme chocolademelk
  2. B alleen voor groene thee
  3. C voor beide: warme chocolademelk en groene thee
  4. D voor geen van beide
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 48 1 punt

Bij 3D-printen met PMZ kunnen irriterende stoffen vrijkomen. Daarom moet er worden geventileerd en is het verstandig beschermende maatregelen te nemen. Geef een beschermende maatregel voor het printen met PMZ.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist of goed te rekenen antwoord zijn: − handschoenen dragen − een laboratoriumjas dragen − een (laboratorium)bril dragen − een mondkapje dragen − in een zuurkast werken (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2025, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-25-1-o

Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (37), zuren en basen (9) en verbranden (1).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2025/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-25-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2025, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.