Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: 6 vervolgens verbranden., 6 vervolgens verbranden., Faraoslang, Salpeterzuur, 15 alcohol., Rodekool, Bruisend badpoeder, 9 neerslag ook een andere stof bevat..
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 telt 46 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (35), zuren en basen (9) en verbranden (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-3, 6-17, 19, 21-23, 25-31, 34-35, 39-42, 44-46 | 35 |
| Zuren en basen | 18, 20, 24, 32-33, 36-38, 43 | 9 |
| Verbranden | 4-5 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (76% van de vragen, gemiddeld 67%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
6 vervolgens verbranden.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 2 punten
Geef aan welk(e) van de drie genoemde bestanddelen van kaarsvet behoort/behoren tot de koolwaterstoffen. Motiveer je antwoord.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Paraffine, omdat deze stof (uitsluitend) uit C en H atomen bestaat.
- Koolwaterstoffen bestaan (alleen) uit (de elementen) koolstof en waterstof, dus paraffine.
Indien een antwoord is gegeven als 'alle drie de stoffen, want ze bevatten allemaal C en H' (1) Indien het antwoord 'paraffine' is gegeven zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0)
Vraag 2 1 punt
Welk diagram geeft het smelten van kaarsvet het best weer?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
6 vervolgens verbranden.
A diagram I
B diagram II
C diagram III
D diagram IV
Vraag 3 1 punt
Het ontstaan van gassen (regel 5) is onder andere het gevolg van een faseovergang. Welke faseovergang is dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 4 3 punten
Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van palmitinezuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C16H32O2 en O2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO2 en H2 O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 5 1 punt
Als een kaars uitgeblazen wordt, gloeit de lont na. Maar het kaarsvet ontbrandt niet meer. Geef een reden waarom het kaarsvet niet meer ontbrandt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'de temperatuur van de gloeiende lont is te laag om het kaarsvet te verdampen/ontleden, dus er is geen brandstof / dus er is geen vlam mogelijk', dit goed rekenen.
Faraoslang
Farao's werden vroeger soms vermaakt door een magiër die zijn stok in een slang leek te kunnen veranderen. Een bepaalde proef kreeg daarom de naam 'Faraoslang': het lijkt alsof door een chemische reactie 'een slang' ontstaat. Deze proef, die moet worden uitgevoerd in een zuurkast, is hieronder beschreven.
De vaste stof kwik(II )thiocyanaat, Hg(SCN)2 , wordt kort verhit. Hierdoor reageert deze stof volgens onderstaande, nog onvolledig weergegeven, vergelijking. Eén stof ontbreekt.
2 Hg(SCN)2 → 2 HgS + CS2 + … (reactie 1)
De ontstane reactieproducten reageren vervolgens verder. Twee van deze reacties zijn hieronder met een vergelijking weergegeven:
HgS + O2 → Hg + SO2 (reactie 2)
CS2 + 3 O2 → CO2 + 2 SO2 (reactie 3)
naar: http://chemistry.about.com en https://www.youtube.com
Vraag 6 1 punt
Kwik(II )thiocyanaat bestaat uit kwik(II)ionen en thiocyanaationen. Welke lading heeft het thiocyanaation?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 7 2 punten
Reactie 1 is een ontledingsreactie. Geef aan hoe dit uit de reactievergelijking blijkt.
Bekijk het antwoord
Indien slechts een antwoord is gegeven als 'er is één beginstof / er staat één stof voor de pijl' (1) Indien slechts een antwoord is gegeven als 'er staan meerdere stoffen na de pijl' (0)
Vraag 8 2 punten
Geef de rationele naam van CS2.
Bekijk het antwoord
- koolstofsulfide (1)
- voorvoegsel(s) juist (1)
Vraag 9 2 punten
Geef de formule van de ontbrekende stof in de vergelijking van reactie 1.
Bekijk het antwoord
Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
Opmerking De volgorde van de elementen in de gegeven formule niet beoordelen.
Vraag 10 1 punt
In de vergelijking van reactie 2 staan vier stoffen vermeld. Welke van deze stoffen is een zout?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 11 1 punt
Wanneer deze proef zou worden uitgevoerd in een afgesloten bak, zal na afloop gecondenseerd kwik zijn ontstaan op de wand van de bak. Welke toestandsaanduiding hoort bij gecondenseerd kwik?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 12 2 punten
Wanneer 2,0 gram Hg(SCN)2 reageert volgens reactie 1 ontstaat 1,5 gram HgS. Bereken hoeveel gram kwik daaruit maximaal kan ontstaan bij reactie 2. Neem aan dat reactie 1 en reactie 2 volledig verlopen.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van kwik en kwik( II)sulfide: 200,6 (u) delen door de som van 200,6 en 32,1 (u) (1)
- berekening van het aantal gram kwik dat kan ontstaan uit 2,0 gram kwik(II)thiocyanaat: de massaverhouding van kwik en kwik( II)sulfide vermenigvuldigen met 1,5 (g) (1)
Vraag 13 1 punt
Deze proef moet worden uitgevoerd in een zuurkast. Welke reden kan hiervoor gegeven worden?
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
Salpeterzuur
Salpeterzuur is een grondstof voor onder meer kunstmest en kleurstoffen. De productie van salpeterzuur verloopt in drie stappen: stap 1: Ammoniak reageert met zuurstof tot stikstofmono-oxide en water. Om deze reactie te laten verlopen wordt gebruikgemaakt van een katalysator die bestaat uit een legering van platina en rhodium. stap 2: Stikstofmono-oxide wordt vervolgens met zuurstof omgezet tot stikstofdioxide volgens de vergelijking:
2 NO + O2 → 2 NO2 stap 3: Tenslotte wordt de stikstofdioxide door een overmaat water geleid, waarbij de stikstofdioxide met het water reageert tot salpeterzuur. Hierbij ontstaat ook stikstofmono-oxide, dat wordt hergebruikt.
Vraag 14 3 punten
Geef de vergelijking van de reactie die plaatsvindt in stap 1.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend NH 3 en O2 voor de pijl (1)
- uitsluitend NO en H2 O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 15 2 punten
Leg uit of de katalysator nog aanwezig is na de reactie die plaatsvindt in stap 1.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Er is nog katalysator aanwezig/over, want een katalysator wordt niet verbruikt.
- Ja, want een katalysator reageert niet mee.
Indien het antwoord 'ja' of 'er is nog katalysator aanwezig/over' is gegeven zonder uitleg of met een onjuiste uitleg (0)
Vraag 16 1 punt
Tot welke soort stoffen behoort rhodium?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
In het diagram hiernaast is schematisch weergegeven hoe het aantal deeltjes van de deelnemende stoffen verandert tijdens de reactie die plaatsvindt in stap 2.
Vraag 17 2 punten
Geef voor elke lijn (I, II en III ) aan welke stof deze lijn betreft: stikstofmono-oxide, zuurstof of stikstofdioxide. Geef je antwoord als volgt: lijn I : … lijn II : … lijn III : …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer de juiste formules zijn gegeven in plaats van de namen, dit hier goed rekenen.
Vraag 18 1 punt
In stap 3 ontstaat een oplossing van salpeterzuur. Wat is de notatie van een oplossing van salpeterzuur?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
De productie van salpeterzuur is hieronder schematisch en vereenvoudigd in een blokschema weergegeven. Dit blokschema is nog niet volledig: de namen van drie stoffen ontbreken.
Vraag 19 2 punten
Geef aan welke namen moeten staan op de plaatsen X, Y en Z. Geef je antwoord als volgt: X=… Y=… Z=…
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Indien in plaats van de namen de juiste formules zijn gegeven (1)
Opmerking Wanneer bij Z het antwoord 'gasmengsel met stikstofmono-oxide' is gegeven, dit goed rekenen.
De concentratie salpeterzuur in de oplossing kan worden verhoogd met behulp van destillatie. Hieronder zijn een destillatieopstelling en enige gegevens van salpeterzuur weergegeven. (zuiver) salpeterzuur dichtheid (g/mL) 1,5 kookpunt (°C) 83 smeltpunt (°C) -42 molecuulmassa (u) 63,0 oplosbaarheid goed
Vraag 20 1 punt
Waar zal na afloop van de destillatie de grootste concentratie salpeterzuur aanwezig zijn?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
15 alcohol.
naar: www.gezondheid.be
Vraag 21 1 punt
In de tekst staat dat 'natrium' wordt toegevoegd aan water om een sportdrank te maken (regels 6 en 7). Chemisch gezien is dit een onjuiste benaming voor de deeltjes die worden bedoeld. Wat is de formule van de natriumdeeltjes die aanwezig zijn in een sportdrank?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 22 1 punt
Welk E-nummer moet op het etiket zijn vermeld wanneer citroenzuur aan de drank is toegevoegd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 23 1 punt
Geef de formule van glucose.
Bekijk het antwoord
- C6H12O6 (1)
In de tekst staat dat een 'hoge zuurgraad' schadelijk is voor het gebit (regels 9 en 10). Lieke vraagt zich af wat een 'hoge zuurgraad' betekent. Is het een drank met een hoge pH of is de drank juist erg zuur? Daarom meet zij de pH van zo'n sportdrank met een hoge zuurgraad.
Vraag 24 1 punt
Welke pH zal zij gemeten hebben?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
In onderstaande tabel staan gegevens van een aantal sportdranken:
sportdrank koolhydraten natrium (g/100 mL) (mg/100 mL) AA Drink 16,5 0 Aquarius 6,3 22 Extran 15,1 13 Isostar 6,8 70
Vraag 25 1 punt
Welk merk sportdrank voldoet het beste aan de criteria die zijn genoemd in regels 12 en 13?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Lieke zegt: "ik neem wel een paar snoepjes in plaats van sportdrank, daar zit glucose in, en dat is een koolhydraat". Aiko zegt: "maar je hebt ook vocht nodig, ik neem liever een glas cola". Lieke vindt dat cola geen ideale sportdrank is.
Vraag 26 2 punten
Een bepaald soort snoepje heeft een massa van 3,4 gram en bevat 89 massaprocent glucose. De snoepjes bevatten behalve glucose geen andere koolhydraten. Bereken hoeveel snoepjes overeenkomen met de hoeveelheid koolhydraten in 100 mL Extran sportdrank.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 27 2 punten
Leg uit dat cola volgens de informatie Frisdrank met plantenextracten. op internet geen ideale sportdrank is. Ingrediënten: sprankelend water; Maak hierbij gebruik van de informatie suiker; kleurstof: E150d; van het etiket hiernaast en noem een voedingszuur: E338; gegeven uit de tekst (regels 11 tot en plantenextracten; cafeïne. met 15). Tenminste houdbaar tot: zie hals en/of dop. Statiegeldfles.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Een (ideale) sportdrank moet natrium bevatten. Cola bevat (volgens het etiket) geen natrium(zout). (Daarom is cola geen ideale sportdrank.)
- Een (ideale) sportdrank mag geen (andere/extra) toevoegingen / koolzuurgas / cafeïne bevatten. Cola bevat sprankelend water / cafeïne / kleurstof / voedingszuur. (Daarom is cola geen ideale sportdrank.)
Lieke en Aiko vinden op het internet een recept voor het maken van een sportdrank. Daar staat het volgende:
- Vul een fles (1 L) voor de helft met appelsap.
- Vul de rest van de fles met water.
- Voeg een half theelepeltje keukenzout toe.
Lieke gaat 1 liter sportdrank maken. Uit de verpakking van de appelsap blijkt dat een halve liter appelsap 50,0 mg natrium bevat. Lieke wil weten hoeveel gram zout ze nog moet toevoegen om een drank met hetzelfde natriumgehalte te krijgen als dat van Isostar. Ze berekent dat het aantal gram natrium dat ze nog nodig heeft met 2,54 vermenigvuldigd moet worden om het benodigde aantal gram keukenzout te berekenen.
Vraag 28 2 punten
Laat zien dat het aantal gram keukenzout berekend kan worden door het aantal gram natrium met 2,54 te vermenigvuldigen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: NaCl is (23,0 (u) + 35,5 (u) =) 58,5 (u) en Na is 23,0 (u); dus de massaverhouding is 58,5 : 23,0 = 2,54.
- berekening van de molecuulmassa van keukenzout vanuit de atoommassa van Na met de rekenregel: 23,0 (u) vermenigvuldigen met 2,54 (1p)
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 29 2 punten
Bereken hoeveel gram keukenzout Lieke moet toevoegen aan 1 liter zelfgemaakte sportdrank, om een natriumgehalte van 70 mg per 100 mL te krijgen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer de berekening van het totaal benodigde aantal mg natrium per liter sportdrank impliciet is gegeven (bijvoorbeeld als 70 mg/100mL = 700 mg/L), dit niet aanrekenen.
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Rodekool
Rodekool is een harde paarse groente die zowel rauw als gekookt gegeten kan worden. De kooktijd van fijngesneden rodekool in een ruime hoeveelheid water is ten minste 20 minuten. Tijdens het koken wordt het kookwater paars. Om de kool wat zachter te maken wordt soms een kleine hoeveelheid azijn toegevoegd. De kool en het kookwater worden dan paarsrood tot rood.
Vraag 30 1 punt
Grond waarop rodekool wordt verbouwd, moet soms worden bemest met een stof die de atoomsoort stikstof bevat. Welke stof kan hiervoor worden gebruikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 31 1 punt
Door welk verschil in stofeigenschap wordt de kleurstof gescheiden van de rodekool?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 32 1 punt
Geef de notatie van het negatieve ionsoort in azijn.
Bekijk het antwoord
Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
Vraag 33 2 punten
De kleur van het kookwater is afhankelijk van de hoeveelheid azijn die is toegevoegd. Is de H + concentratie in paars kookwater groter dan, gelijk aan, of kleiner dan de H + concentratie in rood kookwater? Motiveer je antwoord.
Bekijk het antwoord
- paars kookwater is minder zuur / heeft een hogere pH dan rood kookwater (1)
- dus de H+ concentratie is lager (1)
Een kilogram (1,0 kg) rodekool bevat onder meer:
- 903 gram water
- 15 gram eiwit
- 35 gram koolhydraten, waarvan 30 gram suikers
- 2 gram vet
- 400 mg calcium
- 300 mg fosfor
naar: www.voedingswaardetabel.nl
Vraag 34 2 punten
Bereken het massapercentage water in rodekool.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Bruisend badpoeder
Voor een ontspannend effect bij het in bad gaan, kan een bruisbal worden gebruikt. In het badwater gaat de bal bruisen en komen de geur en de kleurstoffen uit de bal vrij. Helga en Moniek maken een variant hierop: bruisend badpoeder. Ze gebruiken onderstaand voorschrift:
benodigdheden:
- 25 gram citroenzuur
- 25 gram zuiveringszout
- een spatelpuntje kleurstofpoeder
- 2 druppels parfumolie
uitvoering:
- meng het citroenzuur en het zuiveringszout goed
- voeg het kleurstofpoeder en de parfumolie toe
- roer nog enige tijd goed
Het bruisen wordt veroorzaakt door een chemisch proces. Dit proces kan worden beschouwd als twee opeenvolgende reacties. De vergelijking van de eerste reactie is hieronder weergegeven:
H+ + HCO3− → H2CO3 (reactie 1)
Het reactieproduct ontleedt vervolgens (reactie 2) waarbij water en één andere stof ontstaan.
Vraag 35 1 punt
Wat is de rationele naam van zuiveringszout?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 36 1 punt
Welk type reactie is reactie 1?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 37 2 punten
Geef de naam van de andere stof die ontstaat bij reactie 2 en licht toe waarom deze stof het bruisen veroorzaakt. Geef je antwoord als volgt: naam stof: … veroorzaakt bruisen omdat: …
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een formule is gegeven in plaats van de naam, het eerste scorepunt niet toekennen.
Vraag 38 2 punten
Leg uit van welke stof (citroenzuur of zuiveringszout) bij het maken van het badpoeder een overmaat is gebruikt. Neem hierbij aan dat bij deze reactie de massaverhouding citroenzuur : zuiveringszout = 7 : 3 is. Geef je antwoord als volgt: uitleg: … dus: … is in overmaat.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- uitleg: citroenzuur en zuiveringszout zijn in de verhouding
25 (g) : 25 (g) aanwezig, terwijl ze in de verhouding 7 : 3 reageren. Het citroenzuur is dan eerder op. dus: zuiveringszout is in overmaat.
- uitleg: je hebt eigenlijk meer citroenzuur dan zuiveringszout nodig, dus: als je van beide evenveel hebt, houd je zuiveringszout over.
- uitleg: van citroenzuur en zuiveringszout is evenveel toegevoegd (25 gram), terwijl ze in de verhouding 7 : 3 reageren.
citroenzuur 7 (25) zuiveringszout 3 x dus 25 x 3 : 7 = 11; er blijft dan zuiveringszout over. dus: zuiveringszout is in overmaat.
Vraag 39 2 punten
Het badpoeder moet droog bewaard worden, omdat vocht (water) reactie 1 op gang brengt. Welke functie heeft het vocht? Neem onderstaande tabel over en vul deze in. Maak steeds een keuze tussen 'wel' of 'niet'. wel/niet adsorptiemiddel … indicator … oplosmiddel …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- wel/niet adsorptiemiddel niet indicator niet oplosmiddel wel indien drie functies juist (2) indien twee functies juist (1) indien één of geen functie juist (0) (2)
9 neerslag ook een andere stof bevat.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 40 1 punt
Geef de rationele naam van MgSO4.
Bekijk het antwoord
- magnesiumsulfaat (1)
Vraag 41 1 punt
Geef de reactievergelijking voor het oplossen van MgSO4.
Bekijk het antwoord
- MgSO4 → Mg2+ + SO42– (1)
Vraag 42 2 punten
Geef de formule van bariumhydroxide.
Bekijk het antwoord
Indien het antwoord 'BaOH2' is gegeven (1)
Vraag 43 1 punt
Welke kleur heeft lakmoes als het in contact komt met een oplossing van bariumhydroxide?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 44 1 punt
Geef de naam van het soort mengsel dat ontstaat wanneer Lydian de twee oplossingen samenvoegt.
Bekijk het antwoord
- suspensie (1)
Vraag 45 1 punt
Geef aan uit welk gegeven in Binas-tabel 35 is af te leiden dat het neerslag magnesiumhydroxide bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als 'Mg2+ en OH– reageren slecht met elkaar' (0)
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als 'magnesiumhydroxide is (volgens Binas) slecht oplosbaar', dit goed rekenen.
- Wanneer een antwoord is gegeven als 'Mg2+ en OH– zijn samen slecht oplosbaar', dit goed rekenen.
Vraag 46 1 punt
Geef de formule van de andere stof in het neerslag (regels 8 en 9).
Bekijk het antwoord
Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2021, tijdvak 3. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0174-a-21-3-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 telt 46 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (35), zuren en basen (9) en verbranden (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/vmbo-gl/documenten/cse-3/gt-0174-a-21-3-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2021, tijdvak 3 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.