Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: 10 zuurstof., Witte stof, Methylcyclohexaan, Parfum, 8 vormen bij ontleding onder meer stikstofgas (N2)., 8 vormen bij ontleding onder meer stikstofgas (N2)., Tetra, 15 mengsel., 15 mengsel..
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (36), zuren en basen (8) en verbranden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-6, 8-9, 11-12, 16-23, 25-29, 31-40, 42, 47-48 | 36 |
| Zuren en basen | 10, 13, 41, 43-46, 49 | 8 |
| Verbranden | 7, 14-15, 30 | 4 |
| Energie | 24 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (73% van de vragen, gemiddeld 67%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
10 zuurstof.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 1 punt
Tot welke soort stoffen behoort MnO2?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 2 2 punten
Geef de rationele naam van MnO2. Maak hierbij gebruik van een Romeins cijfer.
Bekijk het antwoord
- mangaanoxide (1)
- Romeins cijfer IV juist verwerkt (1)
Vraag 3 1 punt
Geef een argument waarom MnO2 geen katalysator genoemd mag worden bij deze experimenten (regels 6 tot en met 10).
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − MnO2 wordt verbruikt (tijdens de verbranding/verhitting / bij de ontledingsreactie). − Na de reactie is er geen/minder MnO2 over. − MnO2 wordt omgezet (en een katalysator niet). − Een katalysator wordt niet verbruikt (en MnO 2 wel). (1)
Vraag 4 2 punten
Geef de vergelijking van de omzetting van MnO2 (regels 9 en 10).
Bekijk het antwoord
- uitsluitend MnO2 voor de pijl en uitsluitend Mn3O4 en O2 na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 5 1 punt
In Mn3O4 komen twee soorten mangaanionen voor: Mn2+ en Mn3+. Wat is de verhouding Mn2+ : Mn3+ in Mn3O4?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 6 2 punten
In een laboratorium kan zuurstofgas dat bij een reactie ontstaat, met een proefje worden aangetoond. Beschrijf de uitvoering van dit proefje en geef de daarbij behorende waarneming(en). Noteer je antwoord als volgt: handeling(en): … waarneming(en): …
Bekijk het antwoord
- handeling(en): een gloeiende houtspaander bij het gas houden / erbij houden (1)
- waarneming(en): de houtspaander gloeit op/harder/feller / de houtspaander gaat branden (1)
Vraag 7 1 punt
Geef aan waarom de gevormde zuurstof invloed heeft op het verloop van de verbranding.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Doordat zuurstof ontstaat, is sneller aan de verbrandingsvoorwaarden voldaan. − Er is dan een hogere concentratie zuurstof aanwezig. − De extra zuurstof verhoogt de verbrandingssnelheid/reactiesnelheid. − De gevormde zuurstof is een verbrandingsvoorwaarde. − Zuurstof is een beginstof bij de verbranding. (1)
Witte stof
De klas krijgt een huiswerkopdracht: bedenk hoe je kunt onderzoeken of de witte stof die jullie hebben gekregen natriumcarbonaat óf natriumfosfaat is. Salty Korrel Salty en Salin overleggen over deze He Salin, we moeten nog iets huiswerkopdracht. Hun overleg is bedenken om aan te tonen of die witte stof natriumcarbonaat hiernaast weergegeven. of natriumfosfaat is?
De volgende les voeren ze hun proeven He Salty. Ja! Ik dacht misschien door die stof op uit. Ze maken een oplossing van de witte te lossen…en dan een stof en vullen daarna twee reageerbuizen oplossing van kopernitraat met deze oplossing. toevoegen. Als een neerslag ontstaat, is het natriumfosfaat Proef 1: Aan de eerste reageerbuis wordt een oplossing van koper( II)nitraat Volgens mij kunnen we het Carbonaat-ion ook met toegevoegd. Er ontstaat een neerslag. zwavelzuur aantonen. Proef 2: Aan de tweede reageerbuis Zullen we beide proeven voegen ze een oplossing van zwavelzuur dan doen? toe. Ze zien geen reactieverschijnselen. Oke Salty en Salin trekken uit hun resultaten twee conclusies:
- De witte stof is natriumfosfaat.
- Het neerslag bij proef 1 bestaat dus uit koper(II)fosfaat. Deze conclusies zijn inderdaad juist.
Vraag 8 1 punt
Uit welk type deeltjes bestaat de witte stof?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 9 1 punt
Welke kleur heeft een oplossing van koper(II)nitraat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 10 2 punten
Geef de formules van de twee soorten ionen die aanwezig zijn in een oplossing van zwavelzuur.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- SO42– (1p)
indien beide juiste namen zijn gegeven in plaats van de formules (1)
Vraag 11 3 punten
Geef de vergelijking van de neerslagreactie die plaatsvindt bij proef 1.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1p)
indien het antwoord 'Cu 2+ + PO43– → CuPO4' is gegeven (1) indien het antwoord 'Cu 2+ + CO32– → CuCO 3' is gegeven (1)
Salty en Salin overdenken hun proeven. Salty zegt dat proef 1 eigenlijk ongeschikt is om te bepalen welke stof de witte stof is. Salin merkt vervolgens op dat proef 2 voldoende was geweest om de conclusie te trekken.
Vraag 12 2 punten
Salty legt uit waarom proef 1 ongeschikt is om te bepalen welke stof de witte stof is. Ze maakt daarbij onderstaande tabel. Deze tabel is nog onvolledig, twee gegevens ontbreken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: X: s Y: g uitleg: zowel carbonaationen als fosfaationen geven met koperionen een neerslag (dus kun je geen onderscheid maken / dus weet je niet welke stof de witte stof is).
Opmerking Een uitleg als 'als er twee s-jes in de tabel staan, kun je het niet weten', hier beoordelen als een juiste uitleg.
NO3– CO32– PO43– Cu2+ g X s Na+ g g Y
Geef de ontbrekende gegevens en leg aan de hand daarvan uit waarom proef 1 ongeschikt is. Noteer je antwoord als volgt: X: ... Y: ... uitleg: …
Vraag 13 1 punt
Proef 2 is voldoende om te weten welke stof de witte stof is. Als de witte stof natriumcarbonaat was, zou het zuur ermee reageren. Salty en Salin zouden dan een reactieverschijnsel waarnemen. Welke waarneming zouden Salty en Salin doen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Methylcyclohexaan
Een alternatief voor fossiele brandstoffen is waterstof. Dit gas kan uit water worden verkregen door middel van elektrolyse. Gassen kunnen minder gemakkelijk opgeslagen en vervoerd worden dan vloeistoffen. Maar het vloeibaar maken van waterstof kost veel energie. Daarom is bedacht om waterstof te laten reageren met de vloeistof tolueen (C7H8). Hierbij ontstaat methylcyclohexaan (C7H14), dat ook vloeibaar is. De reactievergelijking voor de vorming van methylcyclohexaan is hieronder onvolledig weergegeven. De formule van waterstof en de bijbehorende coëfficiënt ontbreken.
C7H8 + … … → C7H14 (reactie 1)
Uit methylcyclohexaan worden waterstof en tolueen vervolgens weer volledig vrijgemaakt. De waterstof wordt daarna gebruikt als brandstof. Het tolueen kan worden hergebruikt. Deze cyclus van chemische processen, opslag en vervoer is hieronder vereenvoudigd weergegeven.
Vraag 14 1 punt
Geef de naam van een fossiele brandstof.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − steenkool − aardgas − aardolie (1)
Vraag 15 1 punt
Aan welke van de volgende milieueffecten dragen de verbrandingsproducten van fossiele brandstoffen bij? I aan het versterkt broeikaseffect II aan de aantasting van de ozonlaag
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 16 1 punt
Welke van de stoffen methylcyclohexaan en tolueen is een koolwaterstof?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 17 1 punt
Met hoeveel moleculen waterstof kan een molecuul tolueen maximaal reageren? Maak gebruik van de vergelijking van reactie 1.
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 18 1 punt
In welk van de blokken I, II en III vindt een ontleding plaats?
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Vraag 19 1 punt
Bij welke van de pijlen a, b, c en d hoort het bijschrift methylcyclohexaan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
In ruimte III wordt tolueen (C7H8) weer vrijgemaakt en hergebruikt om waterstof te binden. Per molecuul methylcyclohexaan komt 1 molecuul tolueen vrij. De molecuulmassa van methylcyclohexaan (98 u) is bijna net zo groot als die van tolueen. De vervoerde massa wordt dus maar voor een klein percentage bepaald door het gewenste waterstofgas.
Vraag 20 2 punten
Laat met een berekening zien dat 4,7 ton tolueen vrijkomt uit 5,0 ton methylcyclohexaan.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juiste berekening is: 92,0 : 98 × 5,0 = 4,7 (ton)
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 21 2 punten
Bereken hoeveel massaprocent van het vervoerde methylcyclohexaan wordt vrijgemaakt als waterstofgas. Neem aan dat 4,7 ton tolueen vrijkomt uit 5,0 ton methylcyclohexaan.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Parfum
Parfum is een heldere vloeistof die geurstoffen en alcohol bevat. De geurstoffen kunnen worden verkregen uit bloemblaadjes door er stoom door te leiden. Hieronder is een vereenvoudigde opstelling voor dit proces afgebeeld. De stoom trekt de geurstoffen uit de bloemblaadjes in de kolf. De stoom met geurstoffen wordt vervolgens door een koeler geleid. In de koeler vindt een faseovergang plaats. De opgevangen vloeistof vormt in het opvangvat twee lagen. De onderste laag bestaat voornamelijk uit water. De bovenste laag bevat de geurstoffen.
Vraag 22 1 punt
Welk soort mengsel is parfum?
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het antwoord 'homogeen mengsel' is gegeven, dit niet aanrekenen.
Vraag 23 1 punt
Welk soort proces vindt plaats in de kolf?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 24 1 punt
Het koelwater passeert de stoom met geurstoffen. Als gevolg van het temperatuurverschil wordt warmte overgedragen, waardoor de gewenste koeling plaatsvindt. Het koelwater stroomt van beneden naar boven. Door welke van de volgende redenen gaat het koelen dan beter? I Dan vult de koeler zich helemaal met water en blijft niet gedeeltelijk gevuld met lucht. II Als het koelwater bovenin wordt ingeleid, wordt de stoom onder in de koeler mogelijk niet meer voldoende gekoeld.
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 25 1 punt
Welk van onderstaande begrippen past bij de vloeistoffen in het opvangvat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 26 1 punt
Na enige tijd vormen de vloeistoffen in het opvangvat twee lagen. Dit is het gevolg van een verschil in twee stofeigenschappen. Welke twee stofeigenschappen zijn dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Bij het maken van parfum wordt de vloeistoflaag die de geurstoffen bevat gemengd met alcohol. De geurstoffen blijven langer op de huid achter dan de alcohol. Er zijn 40.000 bloemblaadjes nodig om 50 mL parfum te maken die 25 volumeprocent geurstof bevat.
Vraag 27 1 punt
Geef de formule van alcohol.
Bekijk het antwoord
- C2H6O / C2 H5OH (1)
Vraag 28 1 punt
De geurstoffen zijn te ruiken wanneer deze uit de parfum zijn verdampt. Welke fase hebben de geurstoffen in dat geval?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 29 1 punt
Een andere parfum bevat maar 20 volumeprocent geurstoffen. Hoeveel mL van deze parfum kan worden gemaakt uit 40.000 bloemblaadjes?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
8 vormen bij ontleding onder meer stikstofgas (N2).
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 30 1 punt
Wat draagt bij aan het opblazen van de airbag (regels 4 en 5)? I de gasvorming II de warmte
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 31 1 punt
Natriumazide is een zout dat bestaat uit natriumionen en azide-ionen. Wat is de formule van het azide-ion?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
8 vormen bij ontleding onder meer stikstofgas (N2).
Guanidinenitraat (CH6N4O3) kan worden gemaakt volgens:
stof X + HNO3 → CH6N4O3
Vraag 32 2 punten
Geef de formule van stof X.
Bekijk het antwoord
Opmerking De volgorde van de elementen in de gegeven formule niet beoordelen.
Vraag 33 3 punten
De molecuulmassa van CH6N4O3 is 122 u. Bereken hoeveel liter N2 maximaal kan ontstaan uit 83 gram CH6N4O3. Neem aan dat 1,0 L N2 een massa heeft van 1,4 gram.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van stikstof en guanidinenitraat: 4 × 14,0 (u) delen door 122 (u) (1)
- berekening massa stikstof: 83 (g) vermenigvuldigen met de berekende massaverhouding (1)
- berekening van het aantal liter stikstof: de berekende massa delen door 1,4 (g L–1) (1)
Vraag 34 3 punten
Bij de ontleding van guanidinenitraat ontstaan behalve stikstofgas ook koolstof en waterdamp. Geef de vergelijking van de ontleding van guanidinenitraat.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend CH 6N4 O3 voor de pijl (1)
- uitsluitend N2 en C en H2O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Tetra
Tetra is de triviale naam voor een bepaalde chloorverbinding. De naam verwijst naar het Griekse telwoord voor het aantal chlooratomen in een molecuul van deze stof. Tetra kan worden gebruikt om vlekken te verwijderen die slecht oplosbaar zijn in water.
Vraag 35 1 punt
Hoeveel chlooratomen bevat een molecuul tetra?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De productie van tetra kan vereenvoudigd worden beschreven in drie stappen:
− stap 1: Uit methaan en chloor ontstaat een mengsel van verschillende stoffen (mengsel A). Een daarvan is waterstofchloride.
- stap 2: Waterstofchloride wordt verwijderd met behulp van extractie. Hierbij ontstaat zoutzuur. De overige stoffen lossen niet op in zoutzuur. Van deze stoffen zijn enkele gegevens vermeld in onderstaande tabel.
molecuulformule molecuulmassa (u) kookpunt (K) CH3Cl 50,5 249 CH2Cl2 85,0 313 CHCl3 119,5 334 CCl4 154,0 350
stap 3: Ten slotte wordt tetra van de overige stoffen gescheiden met behulp van destillatie. Tetra is hierbij het residu.
In onderstaand blokschema zijn de drie stappen vereenvoudigd weergegeven.
Vraag 36 1 punt
Geef de formule van methaan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- CH4 (1)
Vraag 37 1 punt
Geef het verband tussen het kookpunt en de molecuulmassa door de volgende zin juist aan te vullen. Maak gebruik van de informatie in de tabel. Hoe …(1)… de molecuulmassa, hoe ...(2)… het kookpunt. Kies 'groter' of 'kleiner' (1) en 'hoger' of 'lager' (2). Noteer je antwoord als volgt: 1: …. 2: ….
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een van onderstaande antwoorden: − 1: groter en 2: hoger − 1: kleiner en 2: lager indien de combinatie 'groter en lager' of 'kleiner en hoger' is gegeven (0) (1)
Vraag 38 1 punt
Geef de naam van stof X die wordt toegevoegd in stap 2 (blok II).
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- water indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 39 1 punt
Na stap 2 blijven er stoffen over. Welke van onderstaande stoffen is bij kamertemperatuur gasvormig?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 40 1 punt
Door welk verschil in stofeigenschap is tetra het residu bij stap 3? door het verschil in
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
15 mengsel.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 41 1 punt
Om sneller rodekoolsap met dezelfde concentratie kleurstof te krijgen, moet Charlotte de bereidingswijze aanpassen. Welke van de volgende aanpassingen is in dat geval de beste?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 42 1 punt
Welke scheidingsmethoden gebruikt Charlotte (regels 9 tot en met 12)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
15 mengsel.
Om de reeks oplossingen te maken krijgt Charlotte van haar docent een oplossing van salpeterzuur en een oplossing van natriumhydroxide. De zure oplossing, die 6,30 mg salpeterzuur per mL bevat, heeft pH = 1. Charlotte neemt steeds een beetje van de oplossing en voegt voldoende water toe. Zo maakt ze vijf oplossingen van pH = 2 tot en met pH = 6. Met de oplossing van natriumhydroxide maakt ze zeven oplossingen: van pH = 8 tot en met pH = 14. Ook zet ze een vloeistof met pH = 7 klaar.
Vraag 43 1 punt
Geef de naam van het negatieve ion in een oplossing van salpeterzuur.
Bekijk het antwoord
- nitraat(ion) indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 44 1 punt
Door 1 mL van de oplossing met pH = 1 te mengen met 9 mL water, kreeg Charlotte een oplossing met pH = 2. Bereken hoeveel mg salpeterzuur is opgelost in 1 mL oplossing met pH = 2.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 45 1 punt
Charlotte maakt de basische oplossingen door te verdunnen met water. Moet ze beginnen met de oplossing met pH = 8 of met de oplossing met pH = 14?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Charlotte voegt een klein beetje rodekoolsap toe aan elke oplossing. Hierdoor verandert steeds de kleur. Ze neemt aan dat het sap geen invloed heeft op de pH. Met kleurpotlood geeft ze de gevonden kleuren in de kleurencirkel (zie afbeelding hiernaast) aan.
Charlotte gebruikt vervolgens haar kleurencirkel voor een onderzoekje. Ze voegt een beetje rodekoolsap toe aan een oplossing van keukenzout, aan een oplossing van soda (Na2CO3) en aan azijn. Ze vergelijkt daarna de kleur die elke vloeistof heeft gekregen met de kleuren op haar kleurencirkel en leest de bijbehorende pH-waarden af: pH = 3, pH = 7 en pH = 11.
Vraag 46 1 punt
Welke kleur krijgt rodekoolsap volgens Binas bij pH = 14?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- geel (1)
Vraag 47 3 punten
Geef de vergelijking van het oplossen van soda in water. Vermeld ook de toestandsaanduidingen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- uitsluitend Na 2CO3 voor de pijl en uitsluitend Na + en CO3 2– na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
- juiste toestandsaanduidingen (1)
Vraag 48 1 punt
Welke van onderstaande eigenschappen heeft soda? Soda kan
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 49 1 punt
Charlotte heeft verschillende pH-waarden afgelezen. Welke van de drie onderzochte vloeistoffen heeft pH = 7?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-24-1-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (36), zuren en basen (8) en verbranden (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-24-1-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.