Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Vaccin, Calciumcarbide, 8 mogelijk om langdurig op de maan te verblijven., Drinkwaterproductie, Wintertafereel, Medailles, 10 met de vloeistof in de maatcilinder (reactie II)., 10 met de vloeistof in de maatcilinder (reactie II)..
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 loopt tot vraag 47. Van 46 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (38), zuren en basen (3) en elektriciteit (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-9, 12, 14-17, 20, 22-27, 29-44, 46 | 38 |
| Zuren en basen | 10, 28, 47 | 3 |
| Elektriciteit | 18-19, 21 | 3 |
| Verbranden | 11, 13 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (83% van de vragen, gemiddeld 67%). Minder over zuren en basen (7% van de vragen, gemiddeld 22%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Vaccin
Om mensen een betere afweer tegen een bepaalde ziekte te laten krijgen, wordt soms een vaccin gebruikt. Een vaccin bevat meestal een sterk verzwakte vorm of een klein deel van de ziekteverwekker. Het lichaam maakt hier dan 'antistoffen' tegen. Hierdoor is het lichaam beter beschermd bij een besmetting met deze ziekteverwekker.
Bij een onderzoek werden twee vaccins (A en B) vergeleken.
Vaccin A bevatte onder meer de volgende bestanddelen:
- 0,86 mg aluminiumhydroxide (Al(OH)3)
- 50 µg conserveringsmiddel
- 50 mg sucrose (C12H22O11)
- 17 µg (verzwakte) ziekteverwekker
Vaccin B had dezelfde samenstelling, maar het bevatte 1,34 mg aluminiumfosfaat (AlPO4) in plaats van het aluminiumhydroxide.
Uit het onderzoek bleek dat de meeste antistoffen werden gemaakt wanneer aluminiumfosfaat in het vaccin was gebruikt.
Vraag 1 1 punt
Een conserveringsmiddel wordt soms weergegeven met een E-nummer. Tussen welke getallen kan dit E-nummer liggen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 2 1 punt
Geef aan uit hoeveel atoomsoorten sucrose bestaat.
Bekijk het antwoord
- 3 (atoomsoorten) (1)
Vraag 3 1 punt
Geef aan waarom in de formule van aluminiumhydroxide haakjes staan.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Omdat (het ion) OH(–) 3× voorkomt. − Omdat zonder haakjes alleen de H 3 × wordt aangegeven. − OH– heeft lading 1–, dit moet dus 3 × voorkomen (om de formule elektrisch neutraal te laten zijn). Maar OH 3 bestaat niet, en daarom moet OH tussen haakjes. − De O en de H blijven bij elkaar wanneer de stof oplost. − De formule van het negatieve/samengestelde ion is dan duidelijker/herkenbaar. − De index betreft alle symbolen die tussen de haakjes staan. − Om aan te geven dat er 3/meerdere hydroxide-ionen zijn (per aluminiumion). (1)
Vraag 4 1 punt
Van welk van de gegeven bestanddelen bevat vaccin A de grootste massa?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 5 1 punt
Welk van de gegeven aluminiumzouten is slecht oplosbaar in water?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 6 2 punten
Bij dit onderzoek moest de hoeveelheid aluminiumionen in beide vaccins vergelijkbaar zijn. Het Al(OH)3 in vaccin A bevat 0,3 mg aluminiumionen. Laat met een berekening zien dat het aluminiumfosfaat in vaccin B ook 0,3 mg aluminiumionen bevat.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juiste berekening laat zien dat het aluminiumfosfaat inderdaad 0,3 mg aluminiumionen bevat.
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Calciumcarbide
Calciumcarbide reageert met water tot het gas ethyn (C2H2) en een oplossing van een zout. De vergelijking van deze reactie is hieronder onvolledig weergegeven. Alleen de formule van calciumcarbide ontbreekt.
… + 2 H2O → C2H2 + Ca2+ + 2 OH–
Ethyn kan bij verbranding een explosie veroorzaken. Een explosie is een extreem snelle verbranding.
Vraag 7 1 punt
Uit de gegeven vergelijking is de formule van calciumcarbide af te leiden. Geef deze formule.
Bekijk het antwoord
Opmerking De volgorde van de atoomsoorten niet beoordelen.
Vraag 8 2 punten
Tot welk soort stoffen behoort ethyn? Neem onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- soort stof wel/niet koolwaterstoffen wel moleculaire stoffen wel zouten niet indien drie soorten juist (2) indien twee soorten juist (1) indien een of geen soort juist (0) (2)
soort stof wel/niet koolwaterstoffen … moleculaire stoffen … zouten …
Vraag 9 1 punt
Geef de triviale naam van de gevormde zoutoplossing.
Bekijk het antwoord
- (helder) kalkwater indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 10 2 punten
Uit de gegeven vergelijking blijkt dat de pH van de vloeistof verandert. Licht dit toe aan de hand van een formule. Noteer je antwoord als volgt: Bij de reactie ontstaat …, dus de pH ..*.. . (*kies 'daalt' of 'stijgt')
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een naam is gegeven in plaats van de formule, het eerste scorepunt niet toekennen.
Vraag 11 3 punten
Geef de vergelijking van de volledige verbranding van ethyn.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C2H2 en O2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO2 en H2 O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Aan het werken met calciumcarbide zijn grote risico’s verbonden. Op de website van een leverancier zijn daarom voorzorgsmaatregelen gegeven, waaronder: a Bewaar in goed gesloten verpakking. b Draag beschermende kleding/materialen bij gebruik.
De leverancier geeft ook informatie over de risico's van calciumcarbide:
1 Vormt in contact met water ontvlambare gassen.
2 Veroorzaakt huidirritatie.
3 Veroorzaakt ernstig oogletsel.
4 Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken.
Vraag 12 1 punt
Welk van onderstaande pictogrammen past bij de gegeven risico’s? Maak eventueel gebruik van Binas.
Bekijk het antwoord
- Antwoord: C (1)
pictogram I pictogram II
A alleen I
B alleen II
C beide: I en II
D geen van beide
Douwe en Riet bespreken het gebruik van calciumcarbide als 'vuurwerk'. Douwe zegt "Dus een beetje calciumcarbide, scheutje water erbij, bal erop als deksel, aansteken en boem, mooie knal! Dat heet carbidschieten."
Vraag 13 1 punt
Een gemeente geeft op haar website aan dat bij carbidschieten gedacht moet worden aan water en een blusdeken. Welke verbrandingsvoorwaarde kan worden weggenomen met een blusdeken?
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het antwoord 'lucht' is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 14 1 punt
Riet stelt dat 'ethyn-schieten' een betere naam is dan 'carbidschieten'. Geef een argument voor de stelling van Riet. Maak gebruik van de informatie boven vraag 7.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Ethyn(gas) is de stof die wordt aangestoken/verbrand (en niet carbid). − (De verbranding van) ethyn(gas) veroorzaakt de knal (bij explosie). − Ethyn(gas) explodeert (en schiet de bal weg). − Het carbid/calciumcarbide zelf verbrandt niet (en ethyn wel). (1)
8 mogelijk om langdurig op de maan te verblijven.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 15 1 punt
In regoliet komen onder meer Al2O3 en Fe2O3 voor. Wanneer van elk metaaloxide 1 kg volledig wordt omgezet door middel van elektrolyse, leveren ze beide een bepaalde massa zuurstof. Welke van beide stoffen levert daarbij de grootste massa zuurstof?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 16 1 punt
Regoliet bevat ook oxiden van andere elementen. Welk van onderstaande oxiden is volgens Binas geen metaaloxide?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 17 1 punt
Het nagemaakte regoliet (regel 6) werd in het laboratorium verhit tot een temperatuur van 950 °C. Bij deze temperatuur is dit regoliet vast. Bij welke temperatuur kan dit regoliet smelten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 18 1 punt
Het nagemaakte regoliet werd fijngemalen en vermengd met gesmolten calciumchloride. In gesmolten calciumchloride kunnen de aanwezige deeltjes bewegen, waardoor deze stof de elektrische stroom geleidt. Welk soort deeltjes zijn dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 19 1 punt
Welk soort proces is de vorming van zuurstof (regel 5)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 20 1 punt
Bij het experiment wordt een elektrode van tin(IV)oxide gebruikt. Welke informatie geeft IV in de naam tin(IV)oxide?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 21 1 punt
Bij de elektrolyse worden oxide-ionen omgezet tot zuurstofmoleculen. Bij welke elektrode vindt deze omzetting plaats?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 22 3 punten
Een astronaut gebruikt gemiddeld 550 liter zuurstof per dag. Bereken hoeveel kilogram regoliet minimaal nodig is om 550 liter zuurstof te produceren. Neem aan dat:
- zuurstof een dichtheid heeft van 1,43 g per liter.
- per gram regoliet 0,42 gram zuurstof kan worden gevormd.
Bekijk het antwoord
- berekening van het aantal gram zuurstof in 550 liter: 550 (L) vermenigvuldigen met 1,43 (g/L) (1)
- berekening van het aantal gram regoliet dat nodig is: het berekende aantal gram zuurstof delen door 0,42 (g per gram regoliet) (1)
- berekening van het aantal kilogram regoliet dat nodig is: het berekende aantal gram regoliet delen door 1000 (g/kg) (1)
Drinkwaterproductie
In Friesland wordt water uit de bodem opgepompt om er drinkwater van te maken. Het opgepompte water bevat nog ongewenste stoffen en is lichtgeel van kleur. Het drinkwater wordt daarom geproduceerd via onder meer de volgende stappen:
1 Water wordt uit de bodem opgepompt.
2 Het opgepompte water wordt in contact gebracht met veel lucht. Sommige stoffen die vies smaken, zoals ijzerverbindingen, vormen daarbij vlokjes.
3 Het vloeibare mengsel wordt gezeefd in bakken die gevuld zijn met fijn zand. De vlokjes blijven achter.
4 Met natronloog worden calciumionen en magnesiumionen in het water omgezet tot calciumhydroxide en magnesiumhydroxide, die vervolgens worden verwijderd.
5 Daarna worden de stoffen verwijderd die de lichtgele kleur veroorzaken. Hierbij wordt een ionenwisselaar gebruikt.
Ten slotte wordt het gereinigde water het leidingnet ingepompt.
Vraag 23 1 punt
Vóórdat het water wordt opgepompt (stap 1) wordt het steeds anders benoemd. In welke volgorde verandert deze naam?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Tijdens stap 2 kunnen ijzerionen omgezet worden tot Fe(OH)3. De vergelijking van deze reactie is hieronder onvolledig weergegeven.
4 Fe2+ + O2 + … H2O + 8 HCO3– → 4 Fe(OH)3 + 8 CO2
Vraag 24 1 punt
Welke coëfficiënt voor H2O maakt de vergelijking kloppend?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 25 3 punten
Bereken hoeveel kg O2 nodig is om 50,0 kg Fe2+-ionen om te zetten volgens de gegeven vergelijking.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 26 1 punt
Geef aan op welk verschil in stofeigenschap stap 3 berust.
Bekijk het antwoord
- (het verschil in) deeltjesgrootte (1)
In onderstaande tabel staan enkele gegevens van het opgepompte water en het gezuiverde drinkwater:
opgepompt water drinkwater ijzerionen 6,1 mg/L 0,1 mg/L mangaanionen 0,25 mg/L 0,0 mg/L magnesiumionen 11 mg/L 10 mg/L calciumionen 90 mg/L 45 mg/L pH 7 8,3
Vraag 27 2 punten
Leg uit dat uit de tabel blijkt dat ontharding van het opgepompte water heeft plaatsgevonden bij de bereiding tot drinkwater. Vermeld in je uitleg de namen van twee betrokken ionsoorten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De hardheid van dit water wordt bepaald door de aanwezigheid van calciumionen en magnesiumionen. De gehaltes/concentraties van beide ionsoorten nemen bij zuivering af. (Er heeft dus ontharding plaatsgevonden.)
- De hoeveelheid calciumionen en magnesiumionen (per liter) neemt bij zuivering (van het opgepompte water tot drinkwater) af. (Bij de zuivering heeft dus ontharding plaatsgevonden.)
- De concentratie van de calciumionen verandert van 90 naar 45 mg/L en de concentratie van de magnesiumionen van 11 naar 10 mg/L. (Er heeft dus ontharding plaatsgevonden.)
Opmerkingen
- Wanneer in een overigens juist antwoord 'calcium' en 'magnesium' zijn gegeven in plaats van calciumionen respectievelijk magnesiumionen, dit niet aanrekenen.
- Wanneer beide juiste formules (Ca 2+ en Mg2+) zijn gegeven in plaats van de namen, dit hier niet aanrekenen.
Vraag 28 1 punt
Uit de tabel blijkt dat de zuurgraad verandert bij de zuivering. Zijn het opgepompte water en het gezuiverde drinkwater zuur, basisch of neutraal? opgepompt water drinkwater
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 29 2 punten
Een Fries drinkwaterbedrijf produceert 2,5∙1010 L drinkwater per jaar. Bereken aan de hand van de gegevens uit de tabel hoeveel kg ijzerionen minimaal per jaar verwijderd wordt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 30 1 punt
Wat gebeurt er in een ionenwisselaar met de stoffen die de kleur in het water veroorzaken (stap 5)?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Wintertafereel
Op Instagram staat een filmpje waarin een spiraal van koperdraad in een bekerglas wordt overgoten met een kleurloze oplossing. Deze oplossing bevat zilverionen (Ag+). Op het koper ontstaat een grijswit laagje zilver, waardoor het lijkt alsof de spiraal met sneeuw is bedekt. De oplossing in het bekerglas verandert hierbij van kleur. De chemische reactie die dit wintertafereel veroorzaakt kan als volgt worden weergegeven:
zilverionen + koper → zilver + koper(II)ionen (reactie 1)
Vraag 31 1 punt
De gebruikte kleurloze oplossing bevat één zout. Geef de naam van een zout dat in deze oplossing aanwezig kan zijn. Maak gebruik van Binas-tabel 35.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het antwoord 'zilversulfaat' is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 32 3 punten
Geef de reactievergelijking van reactie 1 in formules. Vermeld ook de toestandsaanduidingen.
Bekijk het antwoord
Opmerking De vergelijking 'Ag + (aq) + Cu (s) → Ag (s) + Cu2+ (aq)' goed rekenen.
Vraag 33 1 punt
Bij het ontstaan van het wintertafereel verandert de kleur van de oplossing in het bekerglas. Geef aan welke kleur de oplossing krijgt.
Bekijk het antwoord
- (licht)blauw (1)
Vraag 34 2 punten
De massaverhouding zilverionen : koper is gelijk aan 3,40 : 1,00. Bereken hoeveel mg koper maximaal kan reageren met 50,0 mL kleurloze oplossing die 21,6 mg zilverionen per mL bevat.
Bekijk het antwoord
- berekening van het aantal mg Ag + in 50,0 mL: 21,6 (mg/mL) vermenigvuldigen met 50,0 (mL) (1)
- berekening van het aantal mg koper dat kan reageren: het berekende aantal mg Ag + delen door 3,40 en de uitkomst vermenigvuldigen, eventueel impliciet, met 1,00 (1)
Vraag 35 1 punt
Voor één wintertafereel is 1,0 gram zilverionen nodig. Een potje bevat 10 gram van een zilverzout. Hoeveel wintertaferelen kunnen hiermee maximaal worden gemaakt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Medailles
Voor de Olympische Spelen 2020 is oude elektronica ingezameld en gerecycled. Uit de verkregen metalen werden medailles gemaakt. De medailles moesten voldoen aan een aantal eisen:
medaille samenstelling gouden zilver bedekt met minstens 6,0 gram goud zilveren 92,5 massaprocent zilver en 7,5 massaprocent koper bronzen 95 massaprocent koper en 5 massaprocent zink
Vraag 36 1 punt
In de tabel zijn onder 'samenstelling' vier verschillende metalen gegeven. Geef de symbolen van de twee metalen die in dezelfde periode staan.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Cu en Zn indien één of meerdere namen zijn gegeven in plaats van de formules (0) (1)
Vraag 37 1 punt
Eén gouden medaille voor de Olympische Spelen 2020 weegt 556 gram en bevat 1,08 massaprocent goud. Laat door middel van een berekening zien dat een gouden medaille voldoet aan de eis van minimaal 6,0 gram goud.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 38 2 punten
Leg uit of de metalen in de gouden medaille tot een legering zijn gevormd.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- De gouden medaille bevat twee metalen, maar deze zijn niet gemengd. Het is dus geen legering.
- Het goud zit als (een apart) laagje om het zilver heen. Het is dus geen legering.
- conclusie in overeenstemming met de gegeven uitleg (1p)
indien een antwoord is gegeven als 'Nee, want er bestaat geen legering van goud en zilver (in Binas-tabel 37)' (0)
Vraag 39 1 punt
Welke medaille heeft de grootste massa? Neem hierbij aan dat de medailles een gelijk volume hebben.
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 40 1 punt
De benaming 'bronzen medaille' is chemisch gezien opvallend. Deze medaille van de Olympische Spelen 2020 is namelijk niet werkelijk gemaakt van brons. Geef de naam van de legering waaruit deze medaille is samengesteld. Maak gebruik van Binas.
Bekijk het antwoord
- messing (1)
10 met de vloeistof in de maatcilinder (reactie II).
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 41 1 punt
Geef de formule van calciumcarbonaat.
Bekijk het antwoord
- CaCO3 (1)
Vraag 42 1 punt
Door welk type reactie ontstaat het koolstofdioxide (regels 8 en 9)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
10 met de vloeistof in de maatcilinder (reactie II).
De docent geeft deze proef schematisch weer op het bord. Twee stoffen geeft hij alleen aan met een letter: X en Y. Hij geeft de leerlingen de opdracht om de ontbrekende namen aan te vullen.
Vraag 43 2 punten
Voer de opdracht van de docent uit. Maak hierbij gebruik van de informatie boven vraag 41. Noteer je antwoord als volgt: X=… Y=…
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- Y = chloride(-ionen) (1p)
indien beide juiste formules (CO2 en Cl–) zijn gegeven in plaats van de namen (1)
De docent voegt steeds wanneer de reactie stopt, een beetje calciumcarbonaat toe. Dit doet hij net zolang totdat het calciumcarbonaat niet meer reageert.
De leerlingen maken vervolgens een verslag van deze demonstratieproef. Hieronder staat een onderdeel uit zo'n verslag:
− In de erlenmeyer ontstaan belletjes.
- In de maatcilinder gaat het borrelen.
- In de maatcilinder wordt de vloeistof troebel.
- In de erlenmeyer verandert de kleur.
- Na de kleurverandering stopt na een tijdje de gasvorming.
- Op de bodem in de erlenmeyer blijft vaste stof liggen.
Vraag 44 1 punt
Geef aan waaraan de docent merkt dat het calciumcarbonaat niet meer reageert.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De gasvorming stopt. − Er blijft vaste stof liggen/over/achter. − Er komen geen belletjes meer (in de erlenmeyer/maatcilinder). (1)
Vraag 45 1 punt
Een verslag bestaat uit verschillende onderdelen, zoals een onderzoeksvraag. Geef aan welk onderdeel van het verslag is weergegeven.
Bekijk het antwoord
- (de) waarneming(en) indien een antwoord als 'resultaten' is gegeven (0) (1)
Vraag 46 1 punt
Een van de gegeven zinnen uit het verslag maakt duidelijk dat het ontstane gas koolstofdioxide is. Welke van deze zinnen is dat?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 47 1 punt
De kleurverandering in de erlenmeyer is zichtbaar doordat methyloranje aan de vloeistof was toegevoegd. Geef aan welke kleurverandering plaatsvindt. Noteer je antwoord als volgt: De kleur verandert van … naar … .
Bekijk het antwoord
- De kleur verandert van rood naar oranje. indien het antwoord 'De kleur verandert van oranje naar rood.' is gegeven (0) (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-23-1-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 loopt tot vraag 47. Van 46 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (38), zuren en basen (3) en elektriciteit (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.