Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Lood(vervanger), Olifanten-tandpasta, Snoepzout, Popcorn, Luchtzuivering voor astronauten, Verkleurde medaille, Hard water wordt zacht.
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (41), zuren en basen (6) en verbranden (2). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-16, 20-21, 24-40, 42-47 | 41 |
| Zuren en basen | 17-19, 41, 48-49 | 6 |
| Verbranden | 22-23 | 2 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (84% van de vragen, gemiddeld 67%). Minder over zuren en basen (12% van de vragen, gemiddeld 21%) en verbranden (4% van de vragen, gemiddeld 10%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Lood(vervanger)
In de bouw wordt 'bladlood' gebruikt. Bladlood is een dunne plaat lood die over openingen in het dak wordt geplaatst. Hierdoor kan geen water het gebouw binnendringen. Op het bladlood vormt zich na enige tijd een laag die het lood beschermt tegen aantasting door stoffen uit de lucht.

Deze laag ontstaat als volgt:
- Lood reageert met zuurstof uit lucht tot lood(II)oxide ($\mathrm{PbO}$).
- Lood(II)oxide reageert in aanwezigheid van water met een gas uit lucht tot onder meer lood(II)carbonaat ($\mathrm{PbCO_3}$).
Vraag 1 1 punt
Bij de productie van bladlood wordt lood gesmolten.
Boven welke temperatuur in °C moet lood minimaal worden verwarmd om het te smelten? Maak gebruik van Binas-tabel 15.
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 2 2 punten
Geef de vergelijking van de reactie waarbij lood(II)oxide ontstaat uit lood.
Bekijk het antwoord
\mathrm{2\,Pb + O_2 \rightarrow 2\,PbO}
Vraag 3 1 punt
Geef de formule van het gas uit lucht waarmee lood(II)carbonaat wordt gevormd uit lood(II)oxide.
Bekijk het antwoord
$\mathrm{CO_2}$
indien een naam is gegeven in plaats van de formule: 0 scorepunten
Vraag 4 1 punt
Uit Binas-tabel 35 blijkt dat lood(II)carbonaat tegen regenwater kan.
→ Geef aan uit welk gegeven in Binas-tabel 35 dit blijkt.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist of goed te rekenen antwoord zijn:
- Lood(II)carbonaat lost slecht op / is slecht oplosbaar (in water).
- Lood(II)carbonaat reageert niet met water.
- (Op de kruising van $\mathrm{Pb^{2+}}$ en $\mathrm{CO_3^{2-}}$ staat een) s.
- (Bij de combinatie van $\mathrm{Pb^{2+}}$ en $\mathrm{CO_3^{2-}}$ staat) geen g / geen streepje.
indien een antwoord is gegeven als '$\mathrm{Pb^{2+}}$ en $\mathrm{CO_3^{2-}}$ reageren slecht met elkaar': 0 scorepunten
Tegenwoordig wordt in plaats van bladlood vaak een loodvrij materiaal gebruikt. Een veelgebruikt materiaal bestaat uit een gaas van aluminium met daaroverheen een laag bitumen of butylrubber.
Vraag 5 1 punt
Bitumen is een product dat ontstaat bij de destillatie van ruwe aardolie.
Welke van de volgende begrippen passen bij bitumen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 6 1 punt
Butylrubber is een kunststof die kan worden gemaakt door kleine moleculen aan elkaar te koppelen tot lange ketens.
Welk begrip past bij deze kleine moleculen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
D
Olifanten-tandpasta
In een mengsel van waterstofperoxide ($\mathrm{H_2O_2}$), water, kaliumjodide en afwasmiddel vindt een reactie plaats. Hierbij ontstaat snel een grote hoeveelheid schuim. Als het schuim omhoog komt, lijkt dit op een brede sliert tandpasta die uit een tube wordt geknepen. De proef heet daarom ook wel 'het maken van olifanten-tandpasta'.

Een docent voert deze demonstratieproef uit. Hij gebruikt daarbij het volgende voorschrift:
- 1 Maak 100 mL oplossing die 15 volumeprocent waterstofperoxide bevat (15%-oplossing) en schenk die in een maatcilinder van 250 mL.
- 2 Zet de maatcilinder in een kunststof bak en voeg een paar druppels afwasmiddel toe aan de oplossing.
- 3 Meng voorzichtig de inhoud van de maatcilinder.
- 4 Voeg 25 mL kaliumjodide-oplossing toe aan de inhoud van de maatcilinder. Het schuim zal snel omhoog komen! Let op: de olifanten-tandpasta is heel warm!
Vraag 7 2 punten
De docent gebruikt voor stap 1 een oplossing die 30 volumeprocent waterstofperoxide bevat (30%-oplossing). Hij meet een aantal mL af en voegt daar precies voldoende water aan toe om 100 mL 15%-oplossing te maken.
→ Beschrijf het maken van de oplossing bij stap 1 door de volgende zin aan te vullen met de juiste getallen:
Doe ... mL 30%-oplossing in een maatcilinder, en voeg ... mL water toe.
Bekijk het antwoord
Doe 50 mL 30%-oplossing in een maatcilinder, en voeg 50 mL water toe.
indien een antwoord is gegeven waarin onjuiste volumes wel overeenkomen met de verdunningsfactor 2 (bijvoorbeeld: Doe 25 mL 30%-oplossing in een maatcilinder, en voeg 25 mL water toe.): 1 scorepunt
Vraag 8 1 punt
Geef de formule van kaliumjodide.
Bekijk het antwoord
$\mathrm{KI}$
Vraag 9 2 punten
Tijdens de proef ontleedt waterstofperoxide ($\mathrm{H_2O_2}$) tot water en zuurstof.
→ Geef de vergelijking van deze ontleding van waterstofperoxide.
Bekijk het antwoord
\mathrm{2\,H_2O_2 \rightarrow 2\,H_2O + O_2}
Vraag 10 2 punten
De bak (stap 2) blijkt niet te vervormen als de olifanten-tandpasta erin terechtkomt (stap 4).
→ Leg uit of hieruit afgeleid kan worden dat de kunststof waarvan de bak gemaakt is, een thermoharder is.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Het zou kunnen zijn dat de kunststof waarvan de bak gemaakt is, bij een hogere temperatuur wel vervormt. Uit de waarneming kan dus niet worden afgeleid dat de kunststof een thermoharder is.
indien een antwoord gegeven is als 'ja, want de bak vervormt niet als de olifanten-tandpasta erin komt': 1 scorepunt
Vraag 11 1 punt
De docent voert de proef nogmaals uit, maar gebruikt deze keer een oplossing van kaliumjodide met een hogere temperatuur.
Hoelang duurt het voordat het schuim uit de maatcilinder komt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Snoepzout
Salmiak ($\mathrm{NH_4Cl}$) is een witte, vaste stof die onder andere wordt gebruikt in snoepgoed, zoals lolly's. De salmiak lost tijdens het snoepen op in het speeksel op de tong. Dit geeft een zoutachtige smaak aan het zoete snoepgoed. Speeksel bestaat voornamelijk uit water.
Vraag 12 2 punten
Geef de rationele naam voor salmiak.
Bekijk het antwoord
ammoniumchloride
Vraag 13 1 punt
Wat is de vergelijking voor het oplossen van salmiak?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 14 1 punt
In de tekst hierboven staat een aantal stofeigenschappen van salmiak.
→ Geef een van deze stofeigenschappen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Salmiak is een witte stof.
- Salmiak is vast (bij kamertemperatuur).
- Salmiak is goed oplosbaar (in water).
- Salmiak heeft een zoutachtige smaak.
Een docent maakt tijdens de les salmiak uit ammonia en zoutzuur.
Op de fles ammonia staat hetzelfde pictogram als op de fles zoutzuur. Dit pictogram geeft aan dat deze stoffen de huid aantasten. De docent draagt daarom beschermende kleding en voert de proef uit in de zuurkast.
Hij vult een bekerglas met een beetje verdund zoutzuur. Daarna voegt hij een beetje ammonia toe aan het zoutzuur. Er vindt een reactie plaats waarbij een oplossing van salmiak ontstaat.
Vraag 15 1 punt
Wat is de notatie van ammonia?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 16 1 punt
Welk van de volgende pictogrammen staat op het etiket van beide flessen?

Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 17 1 punt
De docent schenkt een beetje zoutzuur in een reageerbuis en steekt een blauw lakmoespapiertje en een rood lakmoespapiertje in het zoutzuur. Dan haalt hij de papiertjes eruit en laat de klas de waarnemingen noteren.
Welke waarnemingen zijn juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 18 1 punt
De docent gebruikt verdund zoutzuur bij het maken van salmiak. Bij een andere proef wordt soms geconcentreerd zoutzuur gebruikt.
→ Leg uit wat het verschil is tussen verdund zoutzuur en geconcentreerd zoutzuur.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Verdund zoutzuur bevat (per liter) minder waterstofchloride / meer water dan geconcentreerd zoutzuur.
Opmerking
Wanneer een antwoord is gegeven als: 'geconcentreerd zoutzuur heeft een lagere pH (dan verdund zoutzuur)', dit goed rekenen.
Vraag 19 1 punt
Wanneer de docent ammonia toevoegt aan het zoutzuur, doet Laura een waarneming. Ze concludeert uit deze waarneming dat het mengsel nog steeds een oplossing is.
→ Noteer de waarneming die Laura doet.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
- De vloeistof in het bekerglas blijft helder.
- Er is geen witte stof / vaste stof / neerslag zichtbaar.
Opmerking
Wanneer het antwoord 'het mengsel blijft kleurloos' is gegeven, dit goed rekenen.
Popcorn
Popcorn wordt gemaakt van maiskorrels. Maiskorrels bevatten vooral water en zetmeel. Het 'poppen' van maiskorrels kan vereenvoudigd als volgt worden beschreven.
Wanneer maiskorrels worden verwarmd, verdampt water. Maar de waterdamp blijft in de korrel gevangen, omdat de buitenste schil van de korrel erg stevig is. Wanneer de temperatuur in de korrel 180 °C bereikt, barst de schil: de korrel 'popt'. Bij het 'poppen' komt de waterdamp vrij en wordt het zetmeel opgeblazen tot een soort schuim. Wanneer dit daarna afkoelt, stolt het zetmeel. Zo ontstaat popcorn.
Vraag 20 1 punt
Waardoor kan het verdampen van water tot gevolg hebben dat de korrel 'popt'?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 21 1 punt
Welke faseovergang vindt plaats tijdens het stollen van het zetmeel?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Mara onderzoekt hoeveel water ontsnapt bij het maken van popcorn. Ze bepaalt eerst de massa van 20 maiskorrels. Dan doet ze de korrels in een bekerglas en verhit deze met behulp van een brander totdat popcorn is ontstaan. Ze gebruikt hierbij een geluidloze blauwe vlam.
Als alle 20 maiskorrels zijn 'gepopt', bepaalt ze de massa van de popcorn. Met haar meetgegevens (zie de tabel) berekent ze hoeveel massaprocent van de maiskorrels is ontsnapt als waterdamp.
| massa (gram) | |
|---|---|
| 20 maiskorrels | 2,95 |
| popcorn (20 gepopte korrels) | 2,39 |
| ontsnapt water | ... |
Vraag 22 3 punten
De brander verbrandt aardgas. Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan.
→ Geef de vergelijking voor de volledige verbranding van methaan.
Bekijk het antwoord
\mathrm{CH_4 + 2\,O_2 \rightarrow CO_2 + 2\,H_2O}
Vraag 23 1 punt
Welke van de volgende afbeeldingen geeft de afstelling weer van de brander zoals Mara die heeft gebruikt?

Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 24 1 punt
Mara vangt tijdens het 'poppen' wat damp op met een gekoeld glasplaatje. Ze laat de damp condenseren. Daarna toont ze aan dat de vloeistof inderdaad water is. Dit doet ze door er een stof aan toe te voegen.
→ Geef de naam van een stof waarmee Mara water kan aantonen.
Bekijk het antwoord
wit kopersulfaat
indien slechts het antwoord 'kopersulfaat' is gegeven: 0 scorepunten
indien een formule is gegeven in plaats van de naam: 0 scorepunten
Opmerking
Wanneer het antwoord 'custard(poeder)' is gegeven, dit hier goed rekenen.
Vraag 25 2 punten
Bereken het massapercentage water in de maiskorrels. Neem hierbij aan dat bij het 'poppen' al het aanwezige water is ontsnapt.
Bekijk het antwoord
Een juist antwoord leidt tot de uitkomst 19(%).
Opmerking
De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Luchtzuivering voor astronauten
Astronauten ademen tijdens een ruimtereis onder meer koolstofdioxide en water uit. Deze gassen worden met behulp van zogenoemde zeolieten uit de lucht gehaald. Zeolieten zijn materialen die veel kleine holtes bevatten. Deze holtes zijn zo klein dat bepaalde moleculen eraan hechten (vast gaan zitten). In een ruimteschip is '$\mathrm{CO_2}$-zeoliet' en '$\mathrm{H_2O}$-zeoliet' aanwezig. De uitgeademde gassen worden daarmee apart uit de lucht gehaald. De lucht in het ruimteschip blijft hierdoor gezonder voor de astronauten.
Vraag 26 1 punt
Welk soort stoffen worden door de beschreven zeolieten uit de lucht gehaald?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
B
Vraag 27 2 punten
De zeolieten bevatten aluminiumoxide ($\mathrm{Al_2O_3}$).
→ Geef de formules van de ionen die voorkomen in aluminiumoxide.
Bekijk het antwoord
$\mathrm{Al^{3+}}$ en $\mathrm{O^{2-}}$
Vraag 28 1 punt
Luchtzuivering met behulp van een zeoliet is een scheidingsmethode.
Wat is de naam van deze scheidingsmethode?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Door de zeolieten te verhitten, komen de aangehechte stoffen weer vrij. De koolstofdioxide uit de $\mathrm{CO_2}$-zeoliet wordt opgevangen en gemengd met waterstof. Hierbij ontstaan methaan en water. Het methaan wordt buiten het ruimteschip geloosd. Het ontstane water wordt opgevangen en samen met het teruggewonnen water uit de $\mathrm{H_2O}$-zeoliet, gebruikt als drinkwater. De zeolieten worden hergebruikt.
Vraag 29 1 punt
Het verkrijgen van water uit de $\mathrm{H_2O}$-zeoliet is beter te vergelijken met destilleren dan met indampen.
→ Geef hiervoor een argument.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Bij indampen zou het water (verdampen en) ontsnappen.
- Alleen bij destilleren wordt de damp opgevangen (en gecondenseerd).
- Het (verdampte) water wordt opgevangen.
indien slechts het antwoord 'bij indampen zou het water verdampen' is gegeven: 0 scorepunten
Vraag 30 2 punten
De reactie van koolstofdioxide met waterstof kan worden weergegeven met een blokschema. Dit blokschema bestaat uit één blok en vier pijlen.
→ Teken dit blokschema. Noteer bij elke pijl de naam van de juiste stof.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
of
Opmerking
Wanneer in plaats van een of meerdere namen de juiste formules zijn gegeven, dit hier goed rekenen.
In plaats van de beide zeolieten kan ook kaliumsuperoxide ($\mathrm{KO_2}$) worden gebruikt voor het zuiveren van de lucht. Kaliumsuperoxide reageert met koolstofdioxide en water tot kaliumwaterstofcarbonaat ($\mathrm{KHCO_3}$) en zuurstof. De vergelijking van deze reactie is hieronder onvolledig weergegeven: de coëfficiënten ontbreken.
\mathrm{\ldots\,KO_2 + \ldots\,CO_2 + \ldots\,H_2O \rightarrow \ldots\,KHCO_3 + \ldots\,O_2}
Vraag 31 1 punt
Neem bovenstaande vergelijking over en vul de vijf ontbrekende coëfficiënten in.
Bekijk het antwoord
\mathrm{4\,KO_2 + 4\,CO_2 + 2\,H_2O \rightarrow 4\,KHCO_3 + 3\,O_2}
Vraag 32 3 punten
Een astronaut ademt per uur gemiddeld 45 gram koolstofdioxide uit.
→ Bereken hoeveel kilogram kaliumsuperoxide minimaal nodig is om tijdens een ruimtereis alle uitgeademde koolstofdioxide van deze astronaut uit de lucht te halen.
Neem aan dat:
- 1,0 kg kaliumsuperoxide reageert met 0,62 kg koolstofdioxide;
- de ruimtereis 240 uur duurt.
Bekijk het antwoord
Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 17 (kg).
of (andere berekening, ook 3 scorepunten):
- berekening van het benodigde aantal gram $\mathrm{KO_2}$ per uur: 45 (g h⁻¹) delen door 0,62 (kg) en de uitkomst vermenigvuldigen, eventueel impliciet, met 1,0 (kg) (1)
- berekening van het benodigde aantal gram $\mathrm{KO_2}$: het berekende aantal gram $\mathrm{KO_2}$ per uur vermenigvuldigen met 240 (h) (1)
- berekening van het benodigde aantal kg $\mathrm{KO_2}$: het berekende aantal gram $\mathrm{KO_2}$ delen door 1000 (g kg⁻¹) (1)
Opmerkingen
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
- Wanneer een onjuist antwoord op vraag 32 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 31, dit antwoord op vraag 32 goed rekenen.
Vraag 33 1 punt
De beide manieren om de lucht te zuiveren kunnen met elkaar worden vergeleken.
Welke van de volgende vergelijkingen is/zijn juist?
Bij gebruik van kaliumsuperoxide moet op de ruimtereis
- I meer drinkwater worden meegenomen dan bij het gebruik van zeolieten.
- II minder zuurstof worden meegenomen dan bij het gebruik van zeolieten.
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Verkleurde medaille
Sommige atleten hebben geklaagd over verkleuringen aan hun bronzen medaille van de Olympische Spelen in 2024. Dit verkleuren is het gevolg van een proces dat verloopt wanneer de medaille in contact komt met zweet en lucht. Deze bronzen medaille bevat koper dat is gemengd met enkele andere metalen.

Uit het koper kan wit koper(I)chloride ($\mathrm{CuCl}$) worden gevormd. Dit zout reageert verder tot een groene verbinding die kan worden weergegeven met de formule $\mathrm{Cu_4Cl_2(OH)_6}$.
Beide koperverbindingen veroorzaken de kleurverandering.
Vraag 34 2 punten
Leg uit aan de hand van gegevens uit de tekst of de bronzen medaille een smeltpunt of een smelttraject heeft.
Bekijk het antwoord
Brons is een mengsel, dus het heeft een smelttraject.
Vraag 35 1 punt
Hoe wordt een mengsel van koper en andere metalen genoemd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 36 1 punt
Het mengsel van koper met de andere metalen in de medaille heeft een massa van 437 gram.
→ Bereken hoeveel gram koper aanwezig is in dit mengsel. Neem aan dat het mengsel 97,0 massaprocent koper bevat.
Bekijk het antwoord
Een juiste berekening leidt tot de uitkomst (437 × 97,0 : 100 =) 424 (g).
Opmerking
De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
De reactie van het witte koper(I)chloride tot het groene $\mathrm{Cu_4Cl_2(OH)_6}$ kan worden weergegeven met:
\mathrm{4\,CuCl + 4\,X + Y \rightarrow Cu_4Cl_2(OH)_6 + 2\,HCl}
Deze vergelijking is onvolledig: twee formules zijn vervangen door X en Y. Deze beginstoffen zijn beide afkomstig uit lucht.
Vraag 37 1 punt
Wat zijn de formules van X en Y?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 38 2 punten
Leg uit of de massa van de medaille toeneemt of juist afneemt door de verkleuring.
Bekijk het antwoord
Een voorbeeld van een juist antwoord is:
Het koper vormt verbindingen (met stoffen uit de lucht en zweet), dus de massa neemt toe.
Vraag 39 1 punt
De groene verbinding bestaat uit drie ionsoorten: $\mathrm{Cu^{2+}}$, $\mathrm{Cl^-}$ en $\mathrm{OH^-}$. Deze verbinding kan worden opgevat als een mengsel van twee verschillende koperzouten.
Wat zijn de formules van deze twee koperzouten?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Vraag 40 3 punten
Bereken hoeveel gram $\mathrm{HCl}$ ontstaat wanneer 40 gram $\mathrm{CuCl}$ reageert volgens de gegeven vergelijking. Gebruik voor $\mathrm{CuCl}$ de massa 99,0 (u).
Bekijk het antwoord
Een juiste berekening leidt tot de uitkomst 7,4 (g).
Bij de vorming van de groene verbinding ontstaat $\mathrm{HCl}$. Wanneer deze stof oplost in water uit de lucht of uit zweet, ontstaan chloride-ionen. Deze ionen reageren met overgebleven koper uit de medaille weer tot koper(I)chloride. Hierdoor kan het verkleuringsproces blijven doorgaan.
Vraag 41 1 punt
Geef de naam van de zure oplossing die ontstaat wanneer $\mathrm{HCl}$ oplost in water.
Bekijk het antwoord
zoutzuur
Vraag 42 2 punten
Leg uit welke kleur de medaille uiteindelijk zal krijgen: wit, koperkleurig of groen. Maak gebruik van de informatie in deze opgave.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Er komen chloride-ionen vrij (bij het ontstaan van de groene verbinding), die reageren tot meer/nieuw wit koperchloride. Het koperchloride reageert verder tot de groene verbinding (waarbij weer nieuwe chloride-ionen vrijkomen, etc.). De medaille wordt dus steeds groener.
- Koper + chloride geeft wit (koperchloride) en wit reageert tot groen (en chloride), dus groen.
Aanvulling: Op pagina 12, bij vraag 42 moeten altijd 2 scorepunten worden toegekend, ongeacht of er wel of geen antwoord gegeven is, en ongeacht het gegeven antwoord. Toelichting: Deze vraag kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd, waardoor onduidelijkheid ontstaat over het toekennen van de deelscores.
Hard water wordt zacht
Hard water heeft een andere samenstelling dan zacht water. Bij gebruik van hard leidingwater kan kalkaanslag ontstaan in apparaten zoals een vaatwasmachine of een waterkoker.
Vraag 43 1 punt
Waarin verschillen hard water en zacht water van elkaar?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 44 1 punt
Marieke gebruikt een vaatwasmachine voor het wassen van vuile pannen.
Welke van de volgende beweringen is juist?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 45 1 punt
Sommige vaatwasmiddelen bevatten enzymen voor een betere reiniging. De werking van enzymen is afhankelijk van de temperatuur. Dat is in de grafiek hiernaast weergegeven. Bij de vaatwasmachine van Marieke kan de temperatuur worden ingesteld op 45 °C, 55 °C, 65 °C en 75 °C.

Welke temperatuur moet worden gekozen om de enzymen zo goed mogelijk te laten werken?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 46 2 punten
Geef twee manieren om de hardheid van water te verminderen.
Bekijk het antwoord
Voorbeelden van manieren om de hardheid te verminderen:
- het water destilleren
- het water koken
- het water door een ionenwisselaar laten gaan
- een stof toevoegen die de calciumionen bindt
Bianca woont in Zuid-Holland. Het leidingwater heeft daar pH=8,2.
Vraag 47 1 punt
Welke beschrijving past bij het leidingwater in Zuid-Holland?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
Vraag 48 1 punt
Welke kleur krijgt rodekoolsap in het leidingwater in Zuid-Holland?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
A
In de waterkoker van Bianca is na langdurig gebruik kalkaanslag ontstaan. Een verkoper van waterkokers geeft het volgende advies:
Vul de waterkoker met een mengsel van water en azijn. Zet de waterkoker aan en laat het mengsel koken. Laat dan de waterkoker een kwartier staan en giet daarna de inhoud weg.
Vraag 49 1 punt
Wat gebeurt er met de pH van azijn als er water aan toegevoegd wordt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
C
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gt Natuur- en scheikunde II 2026, tijdvak 1. Figuren en de exacte opmaak staan in het originele examen.
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (41), zuren en basen (6) en verbranden (2).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2026/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-26-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2026, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.