Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: De verf van Vincent van Gogh, Brandblusser, Vochtige lucht, 10 massatoename van buisje 1., Turnmagnesium, De luchtballon, Levulinezuur, Vitamines.
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (26), zuren en basen (17) en verbranden (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-7, 17-22, 35-36, 38-42, 45-50 | 26 |
| Zuren en basen | 8-13, 23-30, 37, 43-44 | 17 |
| Verbranden | 14-16, 31-34 | 7 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over zuren en basen (34% van de vragen, gemiddeld 20%). Minder over stoffen en materialen (52% van de vragen, gemiddeld 69%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
De verf van Vincent van Gogh
1 Verf die door kunstschilders gebruikt wordt, kan worden gemaakt door het
2 mengen van olie, een pigment en een vulstof. Pigmenten zijn vaste
3 stoffen die kleur aan de verf geven. Hieronder staan vier pigmenten die
4 het element chroom bevatten, met de bijbehorende kleur.
pigment kleur CrO3 rood Cr2O3 groen K2Cr2O7 oranje PbCrO4 geel
5 Een van de pigmenten die de schilder Vincent van Gogh gebruikte, was
6 lood( II )chromaat. De plekken die zijn geschilderd met verf die dit pigment
7 bevat, verkleuren langzaam. Dit komt doordat via een chemisch proces de 2–
8 chroomdeeltjes uit de chromaationen ( CrO 4 ) veranderen. Van Gogh
9 gebruikte bariumsulfaat als vulstof in zijn verf. Deze vulstof speelt
10 mogelijk een rol bij de verkleuring.
Vraag 1 1 punt
Welk soort mengsel is de beschreven verf?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 2 1 punt
In de rationele naam van het rode pigment CrO3 kan een Romeins cijfer worden gebruikt. Geef dit Romeinse cijfer.
Bekijk het antwoord
- VI (1)
Vraag 3 1 punt
Uit welk soort deeltjes bestaat het groene pigment?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 4 1 punt
Het oranje pigment bestaat uit kaliumionen en één soort negatieve ionen. Wat is de lading van dit soort negatieve ionen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 5 1 punt
Het gele pigment mag tegenwoordig niet meer worden gebruikt, omdat onder meer de looddeeltjes schadelijk zijn voor de gezondheid. Wat is het belangrijkste gevaarsaspect van deze looddeeltjes? Maak gebruik van Binas.
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 6 1 punt
Geef de formule van de vulstof die Van Gogh in zijn verf gebruikte.
Bekijk het antwoord
- BaSO4 indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)
Vraag 7 1 punt
Welke kleur had Van Goghs verf vóór de verkleuring (regels 6 en 7)? Neem aan dat de vulstof en de olie geen bijdrage leveren aan de kleur.
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Brandblusser
Maud maakt zelf een brandblusser volgens onderstaand voorschrift. Ze gebruikt hiervoor tafelazijn.
Een brandblusser in vier stappen:
1 Doe 3 eetlepels soda in een grote lege plastic fles.
2 Doe ongeveer 50 mL azijn in een maatbeker.
3 Voeg wat methylrood toe aan de azijn.
4 Schenk de vloeistof uit de maatbeker bij de soda.
Maud ziet dat bij stap 4 de vloeistof begint te bruisen en de indicator methylrood van kleur verandert. De vergelijking van de reactie die bij deze stap optreedt, is hieronder onvolledig weergegeven. Twee coëfficiënten en twee toestandsaanduidingen ontbreken:
Na2CO3 (…) + … H+ (…) → … Na+ (aq) + H2O (l) + CO2 (g)
Vraag 8 1 punt
Welke kleur heeft de vloeistof in de maatbeker na stap 3?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 9 2 punten
Neem de onvolledige vergelijking uit het tekstblok over, en maak deze volledig door de vier ontbrekende gegevens aan te vullen.
Bekijk het antwoord
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
- juiste toestandsaanduidingen (1)
Vraag 10 1 punt
Welke rol hebben de negatieve ionen uit soda bij de reactie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 11 1 punt
Geef de formule van het negatieve ionsoort in azijn.
Bekijk het antwoord
- Ac – indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)
Maud concludeert na afloop van stap 4 dat alle azijnzuur gereageerd heeft en soda waarschijnlijk in overmaat was. Haar docent zegt dat dit niet zo hoeft te zijn en dat het beter is dat ze de overmaat berekent.
Vraag 12 1 punt
De kleuromslag hoeft niet te betekenen dat al het azijnzuur heeft gereageerd. Geef aan, aan de hand van Binas-tabel 36, dat direct na de kleuromslag nog azijnzuur aanwezig kan zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Het omslagtraject ligt beneden pH=7 (dus kan er nog zuur over zijn). − De kleur (van de indicator) verandert al vanaf pH=4,8 (en de oplossing is dan nog zuur). − Methylrood is al geel bij pH=6 (dus moet er nog zuur reageren voordat de pH neutraal is). − Als alle azijnzuur gereageerd heeft, zal de pH hoger dan 7 zijn, maar de kleur van methylrood verandert al bij een lagere pH. (1)
Vraag 13 3 punten
Maud heeft azijn gebruikt die 40 gram azijnzuur per liter bevat. Bereken welke stof in overmaat was: soda of azijnzuur. Ga bij de berekening uit van de volgende gegevens:
- Er is 50 mL azijn gebruikt.
- Drie eetlepels soda (Na2CO3) bevatten samen 9,0 gram.
- De massaverhouding soda : azijnzuur is bij deze reactie 5,3 : 6,0.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een juiste berekening leidt tot de conclusie dat de soda in overmaat was.
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vervolgens test Maud haar brandblusser. Ze leest in het voorschrift:
5 Zet een waxinelichtje op tafel en steek het aan.
6 Breng de opening van de fles zo dicht mogelijk bij het brandende waxinelichtje. Zorg ervoor dat de vloeistof niet in de hals van de fles komt.
Wanneer Maud de fles schuin houdt, merkt ze dat de vlam van het waxinelichtje dooft. Dit komt doordat het koolstofdioxide uit de fles wordt geschonken.
Vraag 14 3 punten
De brandbare stof van een waxinelichtje is parafine. Geef de reactievergelijking voor de volledige verbranding van parafine. Gebruik voor parafine de molecuulformule C25H32.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C25H32 en O2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO2 en H2 O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 15 2 punten
De vlam dooft doordat een verbrandingsvoorwaarde is weggenomen. Leg uit welke verbrandingsvoorwaarde dit is.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- Het gevormde/uitgeschonken koolstofdioxide/gas verdrijft de zuurstof (die nodig is voor de verbranding).
- Het koolstofdioxide dat is ontstaan duwt/blaast de benodigde zuurstof weg.
Vraag 16 1 punt
Het schenken van koolstofdioxide is mogelijk door een verschil in stofeigenschap. Welk verschil is dit?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vochtige lucht
Lucht bevat waterdamp. Het maximale gehalte waterdamp in lucht is afhankelijk van de temperatuur. Dit is in onderstaande tabel weergegeven.
temperatuur (°C) maximale gehalte waterdamp (g per kg lucht)
15 10,7
20 14,6
25 20,0
30 27,3
Vraag 17 1 punt
Welke notatie geeft het verdampen van water weer?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 18 3 punten
Bereken het aantal kg water dat maximaal aanwezig kan zijn in 150 m3 lucht. Ga hierbij uit van de volgende gegevens:
- De temperatuur van de lucht is 20 °C.
- De massa van 1,00 m3 lucht is 1,20 kg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- berekening van de massa lucht in 150 m 3: 150 (m3) vermenigvuldigen met 1,20 (kg/m3) (1)
- berekening van het maximale aantal gram water: de berekende massa lucht vermenigvuldigen met 14,6 (g per kg lucht) (1)
- berekening van het maximale aantal kg water: de berekende massa water delen door 1000 (g/kg) (1)
Vraag 19 2 punten
Wanneer warme lucht afkoelt, kan water uit de lucht condenseren. Welke van onderstaande bewering(en) is/zijn in dat geval van toepassing? Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- bewering wel/niet I (De watermoleculen komen gemiddeld dichter bij elkaar.) wel II (Het maximale watergehalte in de lucht wordt bereikt.) wel III (De watermoleculen bewegen sneller.) niet indien drie beweringen juist (2) indien twee beweringen juist (1) indien één of geen bewering juist (0) (2)
10 massatoename van buisje 1.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 20 2 punten
Geef de vergelijking voor de vorming van fosforzuur (regels 3 en 4).
Bekijk het antwoord
- uitsluitend de juiste formules voor en na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 21 1 punt
Een bepaalde hoeveelheid lucht wordt door de opstelling geleid. De massatoename in buisje 1 na afloop van de proef blijkt 7,5 gram te zijn. Hoeveel gram fosforzuur bevat buisje 1 na afloop van de proef?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 22 1 punt
Flip zegt: "Je kunt in buisje 2 wit kopersulfaat gebruiken, in plaats van difosforpentaoxide." Wat blijkt in dat geval uit buisje 2, wanneer al het water uit de lucht reageert in buisje 1? In buisje 2
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Turnmagnesium
Turners gebruiken 'turnmagnesium' om de handen figuur 1 stroef te maken. Dit poeder is een mengsel van magnesiumzouten (zie figuur 1). Een van deze zouten is magnesiumcarbonaat.
Quinty onderzoekt hoeveel magnesiumcarbonaat aanwezig is in turnmagnesium. Ze gebruikt een opstelling zoals is weergegeven in figuur 2. Quinty weegt 420 mg turnmagnesium af in een erlenmeyer. Vervolgens voegt ze volgens voorschrift zoutzuur toe en doet het stopje met een buisje erdoor op de erlenmeyer. De inhoud van de erlenmeyer figuur 2 gaat bruisen. Het zoutzuur reageert met carbonaationen waarbij koolstofdioxide ontstaat. Het gevormde koolstofdioxide wordt opgevangen. Na afloop van de reactie is 75,9 mL koolstofdioxide ontstaan. Quinty berekent hieruit hoeveel magnesiumcarbonaat heeft gereageerd.
Vraag 23 1 punt
Zoutzuur bestaat uit moleculen water en uit andere deeltjes. Welke andere deeltjes zijn dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 24 1 punt
Quinty concludeert op basis van haar waarnemingen dat de reactiesnelheid steeds verder afneemt aan het einde van de proef. Geef een van de waarnemingen op basis waarvan Quinty haar conclusie baseerde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist of goed te rekenen antwoord zijn: − Er kwamen steeds minder (gas)belletjes (in de erlenmeyer/maatcilinder). − Het volume gas boven de vloeistof in de maatcilinder nam steeds minder snel toe. − Er werd steeds langzamer gas gevormd. / Er ontstond steeds minder gas (per minuut in de maatcilinder). − De vloeistof in de maatcilinder daalt steeds langzamer. − De gasbelletjes werden steeds kleiner. (1)
Vraag 25 1 punt
Het stopje moet direct na het toevoegen van zoutzuur op de erlenmeyer geplaatst worden. Geef aan waarom de uitkomst van Quinty's berekening te laag zal zijn, wanneer ze het stopje later plaatst.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Er zal gas ontsnappen (wanneer het stopje later wordt geplaatst en dan is de uitkomst van Quinty's berekening te laag). − (De uitkomst is te laag,) omdat niet al het gas door het buisje in de maatcilinder terechtkomt. (1)
Vraag 26 2 punten
Quinty berekent dat 288 mg magnesiumcarbonaat heeft gereageerd. Laat met een berekening zien dat deze uitkomst klopt. Ga uit van de volgende gegevens:
- De massaverhouding bij de reactie is MgCO3 : CO2 = 84,3 : 44,0.
- 1,00 mL CO2 heeft een massa van 1,98 mg.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
- 75,9 × 1,98 × 84,3 : 44,0 = 288 (mg)
- (288 × 44,0 : 84,3) : 1,98 = 75,9 (mL)
- berekening van de massa CO 2 die maximaal kan ontstaan:
288 (mg) vermenigvuldigen met 44,0 en delen door 84,3 (1)
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Behalve magnesiumcarbonaat bevat turnmagnesium nog andere zouten. Een daarvan, het magnesiumoxide, reageert ook met zoutzuur, maar vormt hierbij geen gas.
Vraag 27 3 punten
Geef de vergelijking van de reactie van magnesiumoxide met zoutzuur.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1p)
indien de vergelijking 2 H + + O2– → H2O is gegeven (2) indien de vergelijking 2 HCl + MgO → H2O + Mg2+ + 2 Cl– is gegeven (2) indien de vergelijking 2 HCl + MgO → H2O + MgCl2 is gegeven (1)
Opmerking Wanneer het antwoord 'H+ + MgO → Mg2+ + OH–' is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 28 2 punten
De hoeveelheid zoutzuur in het voorschrift is een ruime overmaat. Hierdoor kan de hoeveelheid magnesiumcarbonaat in turnmagnesium juist worden berekend. Geef aan waarom een overmaat zoutzuur nodig is voor de juiste uitkomst. Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'juist' of 'onjuist'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- omdat juist/onjuist I (dan al het magnesiumcarbonaat reageert) juist II (dan de maximale hoeveelheid koolstofdioxide ontstaat) juist III (turnmagnesium een poeder is) onjuist indien drie regels juist (2) indien twee regels juist (1) indien één of geen regel juist (0) (2)
omdat juist/onjuist I dan al het magnesiumcarbonaat reageert … II dan de maximale hoeveelheid koolstofdioxide ontstaat … III turnmagnesium een poeder is …
Vraag 29 1 punt
Quinty berekent de massa magnesiumcarbonaat uit de gevormde hoeveelheid gas. Ze vraagt zich af of ze ook zou kunnen rekenen met de hoeveelheid zoutzuur die is verbruikt wanneer het bruisen stopt. Geef aan waarom de verbruikte hoeveelheid zuur een te hoge uitkomst oplevert.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een voorbeeld van een juist antwoord is: Doordat zoutzuur ook met magnesiumoxide/oxide-ionen reageert, is meer zoutzuur nodig (en wordt de berekende hoeveelheid magnesiumcarbonaat te hoog). (1)
De luchtballon
Het boek Het gouden kompas van Philip Pullman speelt zich af in een fantasiewereld. Hierin vertelt een ballonvaarder dat hij op drie manieren aan gas kan komen voor het opblazen van zijn luchtballon:
1 door een oplossing van zwavelzuur over een brok ijzer te gieten en het waterstofgas dat daarbij ontstaat op te vangen;
2 door een aardgaslek te zoeken en dit aardgas op te vangen;
3 door uit 'steenolie' een gas te maken. Dit gas is een koolwaterstof.
Vraag 30 1 punt
Geef de formule van zwavelzuur.
Bekijk het antwoord
- H2SO4 (1)
Vraag 31 1 punt
Manier 1 kan vereenvoudigd worden weergegeven met de volgende vergelijking:
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
Fe (s) + 2 H+ (aq) → Fe2+ (aq) + H2 (g)
Wat gebeurt er met de massa van het brok ijzer tijdens deze reactie?
A De massa neemt af.
B De massa blijft gelijk.
C De massa neemt toe.
Vraag 32 1 punt
Geef de naam van het hoofdbestanddeel van aardgas.
Bekijk het antwoord
- methaan indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 33 1 punt
Geef de symbolen van de atoomsoorten waaruit het gas uit steenolie bestaat.
Bekijk het antwoord
- C en H indien een naam is gegeven in plaats van het symbool (0) (1)
Vraag 34 1 punt
De drie gassen (waterstofgas, aardgas en gas uit steenolie) worden in de fantasiewereld van de ballonvaarder in luchtballonnen gebruikt. Deze gassen hebben echter alle drie dezelfde stofeigenschap, waardoor ze in de echte wereld meestal niet worden gebruikt in luchtballonnen. Geef deze stofeigenschap.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer het antwoord 'Ze zijn explosief.' of 'Deze gassen kunnen met lucht een explosief mengsel vormen.' is gegeven, dit goed rekenen.
Levulinezuur
Levulinezuur (C5H8O3) kan worden gebruikt voor het produceren van nylon, en wordt gemaakt uit pulp (gemalen afvalhout). In onderstaand blokschema is het proces waarbij levulinezuur wordt verkregen vereenvoudigd en onvolledig weergegeven.
In ruimte I treden meerdere reacties op. Eén van deze reacties is hieronder vereenvoudigd met een vergelijking weergeven. Alleen één formule ontbreekt.
... → 2 C5H8O3 + 2 CH2O2 + H2O (reactie 1)
Het gevormde methaanzuur (CH2O2) wordt afgevoerd. Om zuiver levulinezuur te verkrijgen worden vervolgens drie verschillende scheidingsmethoden toegepast:
- In ruimte II worden de pulpresten door middel van filtratie verwijderd uit het mengsel dat in ruimte I is ontstaan.
- In ruimte III wordt vervolgens de zwavelzuuroplossing afgescheiden met behulp van een oplosmiddel waarin alle stoffen oplossen, behalve de zwavelzuuroplossing.
- In ruimte IV wordt ten slotte het levulinezuur verkregen door middel van destillatie.
Vraag 35 1 punt
Geef de ontbrekende formule in de vergelijking van reactie 1.
Bekijk het antwoord
Opmerking De volgorde van de atoomsoorten niet beoordelen.
Vraag 36 1 punt
Tot welk soort stoffen behoort methaanzuur?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 37 2 punten
Ruimte I bevat een mengsel van 200 kg beginstoffen. Hiervan bestaat 3,1 massaprocent uit een zwavelzuuroplossing. Deze oplossing heeft een dichtheid van 1,83 kg/L. Bereken hoeveel L zwavelzuuroplossing het mengsel van beginstoffen bevat.
Bekijk het antwoord
- berekening van het aantal kg zwavelzuuroplossing: 3,1 delen door 100(%) en vermenigvuldigen met 200 (kg) (1)
- berekening van het aantal L zwavelzuuroplossing: het berekende aantal kg zwavelzuuroplossing delen door 1,83 (kg/L) (1)
Vraag 38 1 punt
De massa levulinezuur die ontstaat bij reactie 1 verschilt van de massa methaanzuur. Welk(e) van onderstaande gegevens is/zijn hiervan de oorzaak? I Van beide stoffen ontstaan niet even veel moleculen. II De molecuulmassa's van beide stoffen zijn ongelijk.
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 39 1 punt
Bij filtreren wordt gebruikgemaakt van een verschil in stofeigenschap. Welke stofeigenschap is dit?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 40 1 punt
Geef de naam van de scheidingsmethode die gebruikt wordt in ruimte III.
Bekijk het antwoord
- extractie / extraheren (1)
Vraag 41 2 punten
Bij de destillatie (ruimte IV) wordt een 'kolom' gebruikt. Deze is hiernaast afgebeeld. Welke van onderstaande kenmerken heeft destilleren met behulp van een kolom? Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- kenmerk wel/niet I (De stof met het laagste kookpunt verdampt het eerst.) wel II (Onderin de kolom is de temperatuur het laagst.) niet III (De stof met het laagste kookpunt komt onder uit de kolom.) niet indien drie kenmerken juist (2) indien twee kenmerken juist (1) indien één of geen kenmerk juist (0) (2)
kenmerk wel/niet I De stof met het laagste kookpunt verdampt het eerst. … II Onderin de kolom is de temperatuur het laagst. … III De stof met het laagste kookpunt komt onder uit de kolom. …
Vraag 42 1 punt
Uit het blokschema blijkt dat twee stoffen kunnen worden hergebruikt in dit proces. Geef de namen van deze twee stoffen. Kies uit: levulinezuur, zwavelzuur, methaanzuur en oplosmiddel.
Bekijk het antwoord
- zwavelzuur en oplosmiddel indien slechts één stof juist (0) (1)
Vraag 43 1 punt
Zwavelzuur komt voor in de ruimtes I, II en III. Alleen in ruimte I treedt dit zuur op als katalysator. Welk argument kan daarvoor worden gegeven?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vitamines
Vitamines spelen een rol bij de groei en het herstel van het lichaam. Deze stoffen worden vaak aangeduid met letters, bijvoorbeeld vitamine B en vitamine C. Vitamines komen voor in ons voedsel. Om een eventueel vitaminetekort aan te vullen kunnen voedingssupplementen worden gebruikt. Het etiket op een verpakking van een 'multivitamine' geeft onder meer de volgende informatie:
ingrediënten per capsule nutriënten: vitamine C 300 mg appelzuur, rijstpoeder, cayennepeper, vitamine B1 7,5 mg lecithine, zoethoutwortel vitamine B2 7,5 mg dosering: vitamine B3 50 mg 2 capsules per dag vlak voor een maaltijd vitamine B5 7,5 mg met water innemen vitamine B6 56 mg bewaaradvies: vitamine B11 400 µg - op een koele donkere droge plaats (7°C) vitamine B12 12,5 µg - buiten bereik en uit het zicht van kinderen
Vraag 44 1 punt
Vitamine C is een zuur. Welke eigenschap heeft een zuur? Een zuur kan
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 45 1 punt
In een capsule is de massa van één soort vitamine B het grootst. Welk soort vitamine B is dit?
Bekijk het antwoord
- (vitamine) B6 (1)
Vraag 46 1 punt
Welk van de nutriënten kan worden aangeduid met E-322? Maak gebruik van Binas.
Bekijk het antwoord
- lecithine (1)
Vraag 47 1 punt
Op het etiket zijn bewaaradviezen gegeven. Welk bewaaradvies helpt afbraak van vitamines door fotolyse voorkomen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Behalve potjes met multivitamines, zijn er ook potjes met alleen maar vitamine B6 (C8H11NO3) of vitamine B12 (C63H88N14O14PCo) te koop. In een krantenartikeltje stond een gedeelte van een gesprek tussen een klant en een verkoopster. De klant wilde tabletten vitamine B12 kopen. Omdat deze tabletten uitverkocht waren, gaf de verkoopster een advies: "U kunt natuurlijk ook twee tabletten B6 innemen."
Vraag 48 1 punt
Bestaat 1 mg vitamine B6 uit evenveel moleculen als 1 mg vitamine B12?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 49 1 punt
Moleculen vitamine B12 bevatten een metaalion. Geef de naam van dit metaalion.
Bekijk het antwoord
Opmerking Een eventueel gegeven lading of Romeins cijfer niet beoordelen.
Vraag 50 1 punt
Bij haar advies heeft de verkoopster mogelijk gedacht: 2 × 6 = 12. Maar het is onwaarschijnlijk dat twee tabletten vitamine B6 dezelfde werking hebben als één tablet vitamine B12. Geef aan waarom dit onwaarschijnlijk is. Neem aan dat de hoeveelheid vitamine B in beide soorten tabletten gelijk is.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist of goed te rekenen antwoord zijn: − Verschillende molecuulsoorten/stoffen hebben verschillende eigenschappen. − De vitamines hebben verschillende stofeigenschappen. − De vitamines zijn opgebouwd uit andere atoomsoorten. − De vitamines bestaan uit een verschillend aantal atoomsoorten (per molecuul). − De vitamines / B6 en B12 zijn verschillende molecuulsoorten/stoffen. Voorbeelden van een onjuist antwoord zijn: − De tabletten zijn niet even groot/zwaar. − Dan moet je meer dan 2 / wel 8 B6-tabletten innemen. (1)
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-22-1-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 telt 50 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (26), zuren en basen (17) en verbranden (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-22-1-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.