Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: 10 worden weergegeven:, Koper uit malachiet, Flashpapier, Fehlingsreagens, Zure matjes, Glas, 9 regen doordat ze met waterdamp uit de lucht reageren tot een zuur..

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (27), zuren en basen (15) en elektriciteit (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Stoffen en materialen1-2, 7-11, 13, 18, 23-28, 36-4727
Zuren en basen15-17, 19-22, 29-35, 4915
Elektriciteit3-64
Verbranden12, 14, 483

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over zuren en basen (31% van de vragen, gemiddeld 20%) en elektriciteit (8% van de vragen, gemiddeld 1%). Minder over stoffen en materialen (55% van de vragen, gemiddeld 69%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

10 worden weergegeven:

2 Mg + O2 + 2 H2O → 2 Mg(OH)2

Vraag 1 1 punt

Tot welk soort stoffen behoort magnesium?

  1. A tot de metalen
  2. B tot de moleculaire stoffen
  3. C tot de zouten
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 2 1 punt

Een geschikte katalysator (regel 4) bevat het element dat staat in groep 10 en periode 6 van het periodiek systeem. Geef de naam van dit element.

Bekijk het antwoord
  • platina indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)

Vraag 3 1 punt

De batterij kan worden aangevuld met behulp van het voorwerp dat hiernaast is afgebeeld. Geef de naam van dit voorwerp.

Bekijk het antwoord
  • (druppel)pipet (1)

Vraag 4 1 punt

Welk soort deeltjes in de zoutoplossing maakt de elektrische stroomgeleiding mogelijk?

  1. A atomen
  2. B ionen
  3. C moleculen
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 5 3 punten

Eén druppel zoutoplossing bevat 0,05 gram water. Bereken hoeveel gram magnesium kan reageren nadat de batterij met zoutoplossing is aangevuld (regels 4 en 5). Neem aan dat de batterij voldoende magnesium bevat.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 6 1 punt

De batterij kan na gebruik opnieuw gevuld worden met zoutoplossing, waarna het autootje weer 30 minuten kan rijden. Bij het aanvullen van de batterij hoeft geen katalysator te worden aangevuld. Geef aan waarom de katalysator niet hoeft te worden aangevuld.

Bekijk het antwoord
  • Een katalysator wordt niet verbruikt. (1)

Koper uit malachiet

Malachiet (Cu2CO3(OH)2) bevat de atoomsoort koper. Uit malachiet kan volgens een oud voorschrift in twee stappen zuiver koper worden gemaakt. Eerst wordt malachiet verhit, waarbij koper(II)oxide (CuO) ontstaat. De reactie die hierbij plaatsvindt, is hieronder onvolledig weergegeven. De formule van één stof is weergegeven met een X.

Cu2CO3(OH)2 → 2 CuO + CO2 + X (reactie 1)

Uit het koper(II)oxide wordt vervolgens in de tweede stap koper gemaakt.

Vraag 7 2 punten

Malachiet is opgebouwd uit koper(II)ionen en twee verschillende soorten negatieve ionen. Geef de namen van deze twee soorten negatieve ionen.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • hydroxide(ionen) (1p)

indien beide juiste formules zijn gegeven in plaats van de namen (1)

Vraag 8 1 punt

Welk type reactie is reactie 1?

  1. A een neerslagreactie
  2. B een ontledingsreactie
  3. C een verbrandingsreactie
  4. D een zuur-basereactie
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 9 1 punt

Geef de formule van de ontbrekende stof (X).

Bekijk het antwoord
  • H2O indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)

Vraag 10 3 punten

Een docent verhit 5,0 gram malachiet. Na afloop van reactie 1 is 2,9 gram koper(II)oxide aanwezig. Bereken met behulp van de vergelijking van reactie 1 of alle malachiet is omgezet. Gebruik voor Cu2CO3(OH)2 de massa 221 u en voor CuO de massa 79,5 u.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een juiste berekening leidt tot de conclusie dat niet alle malachiet is omgezet / er nog malachiet over is.

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Het koper(II)oxide (CuO) wordt in een bolbuis verhit, waarbij tegelijkertijd methaan door de bolbuis stroomt. Het koper(II)oxide reageert met een deel van het methaan tot koper, koolstofdioxide en water. Hierbij ontstaat een gasmengsel. Dit gasmengsel stroomt de bolbuis uit en wordt verbrand. In figuur 1 is de opstelling afgebeeld.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 11 3 punten

Geef de vergelijking van de reactie van koper(II)oxide met methaan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • uitsluitend CuO en CH 4 voor de pijl (1)
  • uitsluitend Cu, CO2 en H2O na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

Vraag 12 1 punt

In het voorschrift staat dat het methaan eerst enige tijd door de bolbuis moet stromen, voordat het uitstromende gasmengsel wordt aangestoken. Dit voorkomt dat in de bolbuis een gasmengsel kan ontstaan dat bij ontbranding een explosie veroorzaakt. Er is dan in de bolbuis namelijk niet meer voldaan aan een bepaalde verbrandingsvoorwaarde. Welke verbrandingsvoorwaarde is dit?

  1. A de aanwezigheid van een brandbare stof
  2. B de aanwezigheid van zuurstof
  3. C het bereiken van de ontbrandingstemperatuur

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Het totale proces om koper te maken uit malachiet, is onvolledig met onderstaand blokschema weergegeven. De namen van twee stoffen zijn vervangen door Y en Z.

Vraag 13 2 punten

Geef de namen van de stoffen die horen bij de pijlen Y en Z. Noteer je antwoord als volgt: Y=… Z = ...

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • Z = methaan (1p)

indien beide juiste formules zijn gegeven in plaats van de namen (1) indien beide juiste namen zijn gegeven maar verwisseld (1)

Opmerking Wanneer de naam koperoxide is gegeven in plaats van koper( II)oxide, dit hier goed rekenen.

Flashpapier

Flashpapier wordt door goochelaars tijdens de show aangestoken. Doordat dit papier onmiddellijk met een felle gele vlam verbrandt, lijkt het papier te 'verdwijnen'. Flashpapier wordt gemaakt door papier te bewerken met salpeterzuur, zwavelzuur en water. Het teveel aan zuur wordt uiteindelijk geneutraliseerd met natriumwaterstofcarbonaat (NaHCO3). Tot slot wordt het papier aan de lucht gedroogd, waarna het geschikt is voor gebruik. Het papier is door de bewerking veranderd van samenstelling, waardoor het veel sneller verbrandt.

Vraag 14 1 punt

De felle vlam is een verbrandingsverschijnsel. Geef nog een verbrandingsverschijnsel.

Bekijk het antwoord
  • rook/roet/warmte/vonken indien een antwoord is gegeven als 'het papier verdwijnt' (0) (1)

Vraag 15 1 punt

Geef de formule van salpeterzuur.

Bekijk het antwoord
  • HNO3 indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)

Vraag 16 1 punt

Uit welk(e) soort(en) deeltjes bestaat een oplossing van zwavelzuur?

  1. A alleen uit atomen
  2. B alleen uit ionen
  3. C alleen uit moleculen
  4. D uit atomen en uit ionen
  5. E uit ionen en uit moleculen
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 17 2 punten

Bij het maken van flashpapier mag geen metalen roerstaaf gebruikt worden om te mengen. Er ontstaat dan namelijk waterstofgas als gevolg van een reactie met de aanwezige zuren. Geef de formule van waterstofgas en geef aan wat het gevaar van dit gas is. Noteer je antwoord als volgt: formule: … gevaar: …

Bekijk het antwoord
  • (formule:) H2 (1)
  • (gevaar:) Het is explosief/brandbaar (1)

Vraag 18 1 punt

Met welke scheidingsmethode is het drogen van het papier vergelijkbaar?

  1. A adsorberen
  2. B bezinken
  3. C destilleren
  4. D extraheren
  5. E filtreren
  6. F indampen
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

De reactie die plaatsvindt bij het neutraliseren (zie vorige tekstblok) is:

H+ + NaHCO3 → Na+ + H2O + CO2

Het mengsel gaat daarbij bruisen. Er wordt steeds een beetje NaHCO3 toegevoegd, net zolang totdat het bruisen stopt.

Vraag 19 1 punt

Het bruisen is het gevolg van een reactieproduct. Welke formule heeft dit reactieproduct?

  1. A H+
  2. B NaHCO3
  3. C Na+
  4. D H2O
  5. E CO2
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 20 2 punten

Leg uit of natriumcarbonaat gebruikt zou kunnen worden om het zuur te neutraliseren.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van juiste antwoorden zijn:

  • Ja, natriumcarbonaat reageert als base.
  • Ja, het carbonaation reageert met (het teveel aan) H+.
  • Ja, het carbonaation is een base.
  • conclusie in overeenstemming met de gegeven uitleg (1p)

indien een antwoord is gegeven als 'ja, want beide stoffen bevatten carbonaat(ionen)' (1)

Vraag 21 1 punt

Wat gebeurt er met de pH tijdens het neutraliseren?

  1. A De pH wordt lager.
  2. B De pH blijft gelijk.
  3. C De pH wordt hoger.
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 22 1 punt

Uit het stoppen van het bruisen blijkt dat al het zuur heeft gereageerd. Maar ook universeelindicator kan dit aangeven. Hiernaast is de kleur weergegeven die universeelindicatorpapier krijgt bij elke pH. Welke kleur krijgt universeelindicatorpapier in de vloeistof wanneer de vloeistof neutraal is geworden?

  1. A blauw
  2. B geel
  3. C groen
  4. D rood
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Fehlingsreagens

'Fehlingsreagens' is een blauwe oplossing die wordt gemaakt door twee oplossingen samen te voegen:

  • oplossing A: een oplossing van koper(II)sulfaat
  • oplossing B: een oplossing van kaliumnatriumtartraat (KNaC4H4O6) en van natriumhydroxide

Oplossing B bevat kaliumnatriumtartraat om een neerslagreactie van koper(II)sulfaat (oplossing A) met het opgeloste natriumhydroxide te voorkomen.

Vraag 23 1 punt

Geef de naam van het positieve ionsoort dat de blauwe kleur van Fehlingsreagens veroorzaakt.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer het antwoord 'koper(ion)' is gegeven, dit hier goed rekenen.

Vraag 24 2 punten

Kaliumnatriumtartraat bestaat uit kaliumionen, natriumionen en tartraationen in de verhouding 1 : 1 : 1. Geef de formule van het tartraation.

Bekijk het antwoord
  • C4H4O6 (1)
  • lading 2– (1)

Vraag 25 1 punt

Geef de naam van het neerslag dat gevormd zou worden uit de reactie van koper(II)sulfaat met opgelost natriumhydroxide.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer het antwoord 'koperhydroxide' is gegeven, dit hier goed rekenen.

Fehlingsreagens kan worden gebruikt om de aanwezigheid van bepaalde suikers, in bijvoorbeeld levensmiddelen, aan te tonen. Door het reagens aan een levensmiddel toe te voegen en het mengsel te verwarmen, kan worden onderzocht of deze suikers aanwezig zijn: er ontstaat dan een roodbruine suspensie. Deze suspensie ontstaat door de vorming van koper(I)oxide.

Vraag 26 1 punt

Uit de informatie in de twee bovenstaande tekstblokken blijkt dat de koperdeeltjes uit het reagens bij het vormen van de roodbruine suspensie een ladingsverandering ondergaan. Welke ladingsverandering is dit?

  1. A van 0 naar 1+
  2. B van 0 naar 2+
  3. C van 1+ naar 0
  4. D van 1+ naar 2+
  5. E van 2+ naar 0
  6. F van 2+ naar 1+
Bekijk het antwoord

Antwoord: F

Vraag 27 1 punt

In Binas-tabel 35 is de oplosbaarheid van het koper(I)ion niet opgenomen. Welke notatie zou op de kruising van het koper(I)ion en het oxide-ion staan?

  1. A een streepje
  2. B de letter g
  3. C de letter s

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 28 1 punt

Bij het aantonen van de suikers met behulp van Fehlingsreagens vindt een chemische reactie plaats. Welk(e) van onderstaande argumenten is/zijn hiervoor te geven? I Er vindt een kleurverandering plaats. II Er ontstaat een nieuwe stof.

  1. A geen van beide
  2. B alleen I
  3. C alleen II
  4. D beide: I en II
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Zure matjes

Zure matjes zijn snoepjes die eerst erg zuur, en daarna zoet smaken. De zure smaak wordt veroorzaakt door citroenzuur (C6H8O7) dat als wit poeder aan de buitenkant van de snoepjes zit.

Selena besluit om uit te zoeken hoeveel citroenzuur een snoepje bevat. Ze doet dit met behulp van een titratie. Ze doet eerst een snoepje in een erlenmeyer met voldoende water en zwenkt de erlenmeyer enige tijd. Vervolgens haalt ze het snoepje eruit en voegt drie druppels van een geschikte indicator toe aan het mengsel in de erlenmeyer. Ze leest de beginstand van de buret af en titreert het mengsel met natronloog. Zodra de kleur omslaat leest ze de eindstand van de buret af. Hieruit blijkt dat ze bij de titratie 6,13 mL natronloog heeft toegevoegd.

De reactie die plaatsvindt tijdens de titratie is hieronder vereenvoudigd en onvolledig weergegeven. Eén formule ontbreekt.

C6H8O7 + 3 OH– → 3 H2O + …

Vraag 29 2 punten

Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en geef voor elke bewering aan of deze 'wel' of 'niet' van toepassing is op citroenzuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • (bewering: citroenzuur) wel/niet van toepassing I (is een koolwaterstof) niet II (is ontleedbaar) wel III (verhoogt de pH van water) niet indien drie beweringen juist (2) indien twee beweringen juist (1) indien één of geen bewering juist (0) (2)

Citroenzuur wel/niet van toepassing I is een koolwaterstof. … II is ontleedbaar. … III verhoogt de pH van water. …

Vraag 30 1 punt

De eindstand van de buret was 8,02 mL. Geef de beginstand die Selena heeft afgelezen in mL.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 31 1 punt

In de gegeven reactievergelijking ontbreekt een formule. Dit is de formule van een ionsoort. Dit ionsoort heeft lading 3–. Geef deze ontbrekende formule.

Bekijk het antwoord
  • C6H5O73– indien slechts het antwoord 'C6H 5O7' is gegeven (0) (1)

Vraag 32 1 punt

Bij de titratie is in de erlenmeyer ook een positieve ionsoort aanwezig dat niet aan de reactie deelneemt. Geef de formule van dit positieve ion.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer zowel bij vraag 31 als bij vraag 32 de lading ontbreekt, dit bij vraag 32 niet aanrekenen.

Vraag 33 1 punt

Bij de titratie is een indicator gebruikt. Het omslagtraject hiervan begint wanneer het mengsel in de erlenmeyer net basisch wordt. Welke indicator kan zijn gebruikt? Maak gebruik van Binas-tabel 36.

  1. A broomfenolrood
  2. B dimethylgeel
  3. C methylrood
  4. D thymolblauw

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 34 2 punten

Van de natronloog is bekend dat 5,00 mL nodig is om 31,4 mg citroenzuur volledig te laten reageren. Bereken met de gegevens van Selena hoeveel mg citroenzuur heeft gereageerd.

Bekijk het antwoord
  • berekening van de volumeverhouding: 6,13 (mL) delen door 5,00 (mL) (1)
  • berekening van het aantal gram citroenzuur dat heeft gereageerd: de berekende volumeverhouding vermenigvuldigen met 31,4 (mg) (1)

Selena gaat ervan uit dat alle citroenzuur van het snoepje gereageerd heeft. Ze heeft bepaald hoeveel milligram citroenzuur het snoepje bevatte, en wil nu ook weten wat het massapercentage citroenzuur van het onderzochte snoepje is. Helaas kan ze dit niet berekenen, omdat ze een gegeven vergeten heeft te bepalen.

Vraag 35 1 punt

Welk gegeven had Selena vooraf moeten bepalen om het massapercentage citroenzuur te kunnen berekenen?

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer 'het gewicht' is gegeven in plaats van 'de massa', dit hier niet aanrekenen.

Glas

Een bepaald type glas wordt gemaakt uit silica (SiO2), soda (Na2CO3) en kalk (CaCO3). Van het glas worden platen gemaakt. In figuur 1 is het productieproces schematisch en vereenvoudigd weergegeven.

De beginstoffen worden in een oven (ruimte I) verwarmd tot zo'n 1600 °C. Bij deze temperatuur smelt de silica. De overige grondstoffen ontleden tot metaaloxiden en koolstofdioxide. Het ontstane vloeibare mengsel vormt gesmolten glas, dat vervolgens langzaam afkoelt bij een oventemperatuur van 1100 °C (ruimte II). Daarna wordt het gesmolten glas op vloeibare tin gegoten (ruimte III). Het glas stolt op het vloeibare tin waardoor mooie gladde glasplaten ontstaan. De temperatuur van het tin is 1100 °C aan het begin van dit tinbad en daalt geleidelijk tot 600 °C aan het einde van het bad. Tot slot wordt de zo gevormde laag glas verder gekoeld (ruimte IV) en op maat gesneden (ruimte V) waarna de glasplaten klaar zijn.

[figuur 1: zie het originele examen]

Vraag 36 1 punt

Wat is het symbool van tin?

  1. A Si
  2. B Sn
  3. C Se
  4. D Te
  5. E Ti
  6. F Tn

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 37 2 punten

Geef de formule van het metaaloxide dat ontstaat bij de ontleding van soda in ruimte I.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • juiste indices (1p)

indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)

Vraag 38 1 punt

Geef aan wat er gebeurt in ruimte II met de deeltjes in het glas. Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'. wel/niet I De gemiddelde afstand tussen de deeltjes neemt af. … II De deeltjes stoppen met bewegen. …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • wel/niet I (De gemiddelde afstand tussen de deeltjes neemt af.) wel II (De deeltjes stoppen met bewegen.) niet indien twee regels juist (1) indien één of geen regel juist (0) (1)

Vraag 39 2 punten

Leg uit aan de hand van een berekening dat het tin aan het einde van het tinbad vloeibaar is.

  • Maak gebruik van Binas-tabel 15 en vermeld in je antwoord het gegeven dat je hebt gebruikt.
  • Neem aan dat het kookpunt van tin hoger is dan 1100 °C.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juist antwoord is:

  • (Het smeltpunt van tin is) 505(K) - 273 = 232 °C, dit is lager dan

600 °C (dus het tin is vloeibaar).

  • De temperatuur aan het einde van het tinbad is 600 (°C) + 273 = 873K, dit is meer dan 505K (dus het tin is vloeibaar).
  • juiste vergelijking van de twee waarden (1p)

indien een antwoord is gegeven als '505K is lager dan 600 °C' (1)

Vraag 40 1 punt

Is de temperatuur waarbij glas stolt lager of hoger dan het smeltpunt van tin, of zijn deze temperaturen gelijk? Deze temperatuur is

  1. A lager dan het smeltpunt van tin.
  2. B hoger dan het smeltpunt van tin.
  3. C gelijk aan het smeltpunt van tin.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 41 1 punt

Het glas blijft op het tin drijven (ruimte III). Welke verklaring kan hiervoor worden gegeven?

  1. A Glas heeft een kleinere dichtheid dan tin.
  2. B Glas heeft minder massa dan tin.
  3. C Glas is onoplosbaar in tin.
  4. D Glas reageert niet met tin.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 42 1 punt

Een glasfabriek brengt 600 ton beginstoffen in ruimte I. Geef een mogelijke verklaring waarom minder dan 600 ton glas uit ruimte V wordt verkregen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist of goed te rekenen antwoord zijn: − Er ontsnapt/ontstaat in het proces ook CO2 /een gas. − Er ontstaan ook metaaloxiden. − In elk proces treden verliezen op. − Er blijven resten achter in de oven. − Kennelijk zijn de verhoudingen van de beginstoffen niet goed. − Er blijft glas/stof achter in het tinbad. indien een antwoord is gegeven als 'in ruimte V wordt er glas afgesneden' (0) (1)

Een glasfabriek produceert glas uit een mengsel van beginstoffen dat onder meer 72 massaprocent silica en 14 massaprocent soda bevat. Dit zijn percentages van de totale massa aan gebruikte beginstoffen. Voor de productie van glas wordt in deze fabriek 350 ton silica per dag gebruikt.

Vraag 43 2 punten

Bereken hoeveel ton soda het mengsel van beginstoffen van deze glasfabriek per dag moet bevatten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

  • berekening van de totale massa beginstoffen: 350 (ton) delen door 72(%) en de uitkomst vermenigvuldigen met 100(%) (1p)
  • berekening van het aantal ton soda: de totale massa beginstoffen delen door 100(%) en de uitkomst vermenigvuldigen met 14(%) (1p)

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

9 regen doordat ze met waterdamp uit de lucht reageren tot een zuur.

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 44 1 punt

Geef de rationele naam van N2O3.

Bekijk het antwoord
  • distikstoftrioxide indien het antwoord 'stikstofoxide' is gegeven (0) (1)

Vraag 45 2 punten

Geef de vergelijking van de reactie van stikstof tot NO2 (regels 3 en 4).

Bekijk het antwoord
  • N2 en O2 voor de pijl en NO2 na de pijl (1)
  • het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)

Vraag 46 1 punt

Geef aan waarom stikstof en zuurstof in de lucht onder normale omstandigheden niet met elkaar reageren.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'de temperatuur van de lucht is (onder normale omstandigheden) lager dan de reactietemperatuur van stikstof', dit goed rekenen.

Vraag 47 1 punt

In de regels 5 en 6 staat dat stikstofoxiden "reageren met zonlicht". Leg uit dat deze bewering chemisch onjuist is.

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'er wordt fotolyse / ontleding onder invloed van licht bedoeld', dit goed rekenen.

Vraag 48 1 punt

Bij de verbranding van sommige fossiele brandstoffen kan, behalve NOx, ook een andere stof vrijkomen die zure regen veroorzaakt. Welke stof is dat?

  1. A cfk
  2. B koolstofmono-oxide
  3. C roet
  4. D zwaveldioxide
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 49 1 punt

Een reactievergelijking voor de vorming van het zuur (regels 8 en 9) is hieronder onvolledig weergegeven:

Bekijk het antwoord
  • 4 NO2 + O2 + 2 H2O → 4 H+ + 4 NO3– (1)

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2022, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-22-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 telt 49 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (27), zuren en basen (15) en elektriciteit (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-22-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2022, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.