Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Spiritus, 15 vervolgens een vlam bij hield, klonk er een plofje., 15 vervolgens een vlam bij hield, klonk er een plofje., 15 Vanuit diverse korpsen is al belangstelling voor het experiment getoond., Zinkfabriek, Aceton, 5 van dit proces is hieronder onvolledig weergegeven., Bier, 5 ontstane mengsel., 12 de gisting op gang is gekomen., 12 de gisting op gang is gekomen., Koeienuier.

Kort antwoord

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 49. Van 48 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (32), zuren en basen (10) en verbranden (6). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2, voor de vragen waarvan het onderwerp bekend is. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Stoffen en materialen1-2, 9, 12, 14-21, 23-28, 30-35, 38-44, 4832
Zuren en basen8, 10-11, 13, 22, 37, 45-47, 4910
Verbranden3-7, 296

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Spiritus

Spiritus is een heldere, blauwe vloeistof die vooral bestaat uit ethanol (C2H6O) en ongeveer 10 volumeprocent water. Ook bevat spiritus kleine hoeveelheden methanol, aceton en pyridine, waardoor de vloeistof ongeschikt is voor consumptie. Spiritus wordt onder andere gebruikt als brandstof. In de tabel hieronder staan enkele gegevens van de bestanddelen van spiritus. Twee gegevens ontbreken nog.

[tabel 1: zie het originele examen] stof formule kookpunt (K) aceton C 3H 6O 329 ethanol C 2H 6O 351 methanol CH4O 338 pyridine C 5H 5N 388 water ... …

Vraag 1 2 punten

Uit welke van onderstaande kenmerken blijkt dat spiritus een oplossing is? Neem onderstaande tabel over en kies bij elk kenmerk uit 'wel' of 'niet'. kenmerk wel/niet Een oplossing bevat altijd water. … Een oplossing is altijd helder. … Een oplossing is altijd gekleurd. … Een oplossing is altijd een vloeistof. …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • kenmerk wel/niet (Een oplossing bevat) altijd water. niet (Een oplossing is) altijd helder. wel (Een oplossing is) altijd gekleurd. niet (Een oplossing is) altijd een vloeistof. wel indien vier kenmerken juist (2) indien drie of twee kenmerken juist (1) indien één of geen kenmerk juist (0) (2)

Vraag 2 2 punten

Geef de ontbrekende gegevens van tabel 1. Noteer je antwoord als volgt: formule: … kookpunt (K): …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer als kookpunt 100 °C is gegeven, hiervoor geen scorepunt toekennen.

Vraag 3 1 punt

Uit tabel 1 kan worden afgeleid dat bij de volledige verbranding van spiritus meer dan twee reactieproducten zullen ontstaan. Geef aan waaruit dat blijkt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De formules in de tabel bevatten samen (behalve zuurstof) drie verschillende atoomsoorten. − De formules in de tabel bevatten (in totaal) drie verschillende atoomsoorten die nog oxides kunnen vormen. − De stoffen die voorkomen in spiritus zijn opgebouwd uit C en H en N. − Pyridine bestaat (behalve uit C en H) ook uit N. − De beginstoffen bevatten (behalve O-atomen) C-atomen, H-atomen en N-atomen. (1)

Vraag 4 1 punt

De hoeveelheid zuurstof die nodig is bij de verbranding van een stof wordt onder meer bepaald door de zuurstof die al in deze stof aanwezig is. In welke stof (aceton, ethanol of methanol) is het massapercentage zuurstof het grootst?

  1. A aceton (C 3H 6O)
  2. B ethanol (C 2H 6O)
  3. C methanol (CH 4O)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Spiritus kan als brandstof worden gebruikt, bijvoorbeeld bij gourmetten (aan tafel koken in kleine pannetjes op een brander). De daarbij gebruikte spiritusbrander heeft een grote opening en een aantal kleinere openingen. Met behulp van een schuif (zie figuur 1) kunnen de kleinere openingen worden afgesloten, waardoor de vlam kleiner wordt. De spiritus verbrandt bij alle schuifstanden volledig. [figuur 1: zie het originele examen]

schuif open schuif dicht

Vraag 5 1 punt

Geef aan waarom de spiritus bij een dichte schuif toch volledig kan verbranden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Een voorbeeld van een juist antwoord is: Er komt via de grote opening voldoende zuurstof bij de brandstof/spiritus. (1)

Vraag 6 1 punt

Geef aan waaraan een onvolledige verbranding te herkennen zou zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − roetvorming − een gele vlam (1)

Mark meet met onderstaande opstelling hoeveel spiritus gedurende

40 minuten verbrandt. Hij voert de proef eerst uit met een open schuif en daarna nogmaals met een gesloten schuif. De resultaten geeft hij weer in een diagram.

200 Legenda: massa (g) schuif open

180 schuif dicht

160

140

120

100

80

0

0 5 10 15 20 25 30 35 40 tijd (min)

Vraag 7 1 punt

Wordt er bij een open schuif meer of minder spiritus per minuut verbruikt dan bij een dichte schuif, of is deze hoeveelheid gelijk?

  1. A meer
  2. B minder
  3. C gelijk

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

15 vervolgens een vlam bij hield, klonk er een plofje.

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 8 1 punt

Welke waarnemingen deed Koen toen hij met rood en blauw lakmoespapier het gedestilleerde water onderzocht?

  1. A Rood lakmoespapier bleef rood, blauw lakmoespapier bleef blauw.
  2. B Rood lakmoespapier bleef rood, blauw lakmoespapier werd rood.
  3. C Rood lakmoespapier werd blauw, blauw lakmoespapier bleef blauw.
  4. D Rood lakmoespapier werd blauw, blauw lakmoespapier werd rood.
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 9 1 punt

Uit de regels 4 tot en met 7 blijkt dat een mengsel is ontstaan. Welk soort mengsel is dit?

  1. A een legering
  2. B een nevel
  3. C een oplossing
  4. D een suspensie
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 10 1 punt

Met behulp van Binas-tabel 36 is uit de resultaten van proef 1 en proef 2 (ongeveer) de pH van het filtraat af te leiden. Wat is, zo nauwkeurig mogelijk, de waarde van deze pH?

  1. A De pH ligt tussen 2,9 en 4,8.
  2. B De pH ligt tussen 2,9 en 6,0.
  3. C De pH ligt tussen 4,0 en 4,8.
  4. D De pH ligt tussen 4,0 en 6,0.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

15 vervolgens een vlam bij hield, klonk er een plofje.

Om de waarnemingen bij de proeven 3, 4 en 5 te verklaren gebruikt Koen Binas-tabel 35. In deze tabel komt maar één ionsoort voor die alle waarnemingen bij deze drie proeven kan veroorzaken, als deze ionsoort in het filtraat aanwezig is.

Vraag 11 1 punt

Welke ionsoort kan de waarnemingen van proef 3, 4 én 5 veroorzaken?

  1. A Br–
  2. B CO32–
  3. C PO43–
  4. D SO42–

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Vraag 12 1 punt

Uit het resultaat van de vlamkleuringstest (regels 10 en 11) blijkt dat in het filtraat deeltjes van een bepaald element aanwezig kunnen zijn. Welk element is dat?

  1. A calcium
  2. B koper
  3. C natrium
  4. D zink

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 13 1 punt

Omdat bij het elektrolyse-proefje chloorgas ontstond (regels 12 tot en met 14), concludeert Koen dat het filtraat chloride-ionen bevatte. Bij proef 5 zorgden de aanwezige chloride-ionen voor een neerslag van zilverchloride. Wat is de notatie van dit neerslag?

  1. A AgCl (aq)
  2. B AgCl (s)
  3. C AlCl3 (aq)
  4. D AlCl3 (s)

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 14 1 punt

Geef de naam van het gas dat is ontstaan bij de negatieve elektrode.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0)

1 April!

15 Vanuit diverse korpsen is al belangstelling voor het experiment getoond.

naar: Deventer Dagblad

Vraag 15 1 punt

Helium behoort tot de elementen in groep 18 van het periodiek systeem. Geef de algemene naam van deze groep elementen.

Bekijk het antwoord
  • edelgassen (1)

Vraag 16 1 punt

Bij de brandweer wordt regelmatig gebruikgemaakt van een ademluchtset. Deze set bestaat uit een draagstel en een stalen ademluchtfles die via een ventiel en slangen lucht levert aan een gezichtsmasker. Geef een reden waarom het soms nodig is dat brandweerlieden lucht uit een ademluchtset gebruiken tijdens de bestrijding van een brand.

Bekijk het antwoord

Indien slechts een antwoord is gegeven als 'om zuurstof te hebben' of 'anders kan de brandweerman stikken' (0)

Opmerkingen

  • Wanneer een antwoord is gegeven als 'er ontstaat een zuurstoftekort' of 'bij een (ver)brand(ing) wordt (veel) zuurstof verbruikt', dit goed rekenen.
  • Wanneer een antwoord is gegeven als 'ter voorkoming van het inademen van verbrandingslucht/verbrandingsgassen/ vervuilde (buiten)lucht / giftige (buiten)lucht', dit goed rekenen.

III Frank vermoedt dat de lucht die in de ademluchtfles wordt geperst niet wordt gemengd met helium (regel 4), maar dat II de stikstof in die lucht wordt vervangen door helium. Hiernaast is de samenstelling van de samengeperste lucht in de (normale) ademluchtfles van de brandweer in een cirkeldiagram weergegeven. I

Vraag 17 1 punt

Geef de formule van de stikstof in lucht.

Bekijk het antwoord
  • N2 (1)

Vraag 18 1 punt

Welk gedeelte van de ademlucht (uit het cirkeldiagram hierboven) wordt vervangen wanneer de stikstof door helium zou worden vervangen?

  1. A I
  2. B II
  3. C III
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

"Op zich geen gek idee, maar er klopt iets niet in dit verhaal!" zei Frank toen hij het krantenartikel las. Enkele dagen na plaatsing werd het artikel door de redactie teruggenomen. Het bleek een 1 aprilgrap van de Deventer brandweer te zijn! "Zie je wel," dacht Frank, "een besparing van

5 kilo (regel 14) is wel heel erg veel."

Vraag 19 3 punten

Bereken hoeveel kilogram een gevulde ademluchtfles minder zou wegen, wanneer de Deventer brandweer alle stikstof in deze ademluchtfles door helium zou hebben vervangen. Ga uit van de volgende gegevens:

  • De lucht in de ademluchtfles bevat 1735 gram stikstofgas.
  • Stikstof is 7,0 maal zo zwaar als helium.
Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
  • Wanneer een berekening als '1735 × 10− 3 × 6,0 : 7,0 = 1,5' is gegeven, dit goed rekenen.

Zinkfabriek

Een Nederlandse zinkfabriek produceert zink uit zinkerts en ander zinkhoudend materiaal. Dit proces kan sterk vereenvoudigd als volgt worden beschreven:

stap 1 Over het zinkhoudend materiaal wordt hete lucht geblazen. Hierbij treedt onder andere een reactie op die hieronder met een vergelijking is weergegeven. In deze vergelijking ontbreken nog de coëfficiënten.

… ZnS + … O2 → … ZnO + … SO2 stap 2 Het gevormde zinkoxide laat men reageren met een oplossing van zwavelzuur, waardoor een oplossing van zinksulfaat ontstaat.

stap 3 Door de oplossing van zinksulfaat wordt stroom geleid, waardoor vast zink ontstaat. De vergelijking van dit proces kan worden weergegeven als:

2 Zn2+ + 2 H2O → 2 Zn + 4 H+ + O2 Hierbij ontstaat een oplossing van zwavelzuur die wordt teruggevoerd naar stap 2.

Het proces kan vereenvoudigd met het volgende blokschema worden weergegeven:

zuurstof

zinksulfaat- zinksulfide zinkoxide oplossing zink I II III

zwaveldioxide zwavelzuuroplossing zuurstof

Vraag 20 1 punt

Neem de vergelijking van de reactie die plaatsvindt bij stap 1 over en vul de ontbrekende coëfficiënten aan.

Bekijk het antwoord
  • 2 ZnS + 3 O 2 → 2 ZnO + 2 SO 2 (1)

Vraag 21 1 punt

Een van de reactieproducten wordt afgevangen en omgezet, omdat deze stof anders in het milieu zure regen kan veroorzaken. Geef de naam van deze stof.

Bekijk het antwoord

Indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0)

Vraag 22 1 punt

De reactie die optreedt bij stap 2 is een zuur-basereactie. Welke deeltjes reageren hierbij als base?

  1. A de oxide-ionen
  2. B de sulfaationen
  3. C de watermoleculen
  4. D de waterstofionen
  5. E de zinkionen
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 23 1 punt

Het bij stap 3 gevormde zink ontstaat bij de negatieve elektrode. Welke waarneming kan worden gedaan bij de andere (positieve) elektrode?

Bekijk het antwoord

Indien een conclusie (bijvoorbeeld 'het wordt zuur' of 'er ontstaat zuurstofgas') is gegeven in plaats van een waarneming (0)

Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'er ontstaat een gas', dit hier goed rekenen.

Bij het proces ontstaat vervuild afvalwater dat sulfaationen bevat. Dit afvalwater wordt behandeld in bioreactoren waar bacteriën de sulfaationen omzetten tot sulfide-ionen. Hierbij ontstaat onder andere zinksulfide (ZnS), dat neerslaat. Met behulp van een scheidingsmethode wordt het zinksulfide teruggewonnen en weer gebruikt in stap 1.

Vraag 24 1 punt

Met behulp van welke scheidingsmethode wordt het zinksulfide teruggewonnen?

  1. A adsorberen
  2. B bezinken
  3. C extraheren
  4. D neutraliseren
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 25 2 punten

In de bioreactor wordt per dag 12 000 kg zinksulfide teruggewonnen. Hieruit wordt zink geproduceerd. Bereken hoeveel kg zink maximaal kan worden geproduceerd uit

12 000 kg zinksulfide.

Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Het geproduceerde zink wordt uiteindelijk gesmolten en in vormen gegoten zoals blokken en platen. Ook worden er legeringen van gemaakt.

Vraag 26 1 punt

Het maken van zinken platen uit vast zink is geen chemische reactie. Geef aan waarom dit geen chemische reactie is.

Bekijk het antwoord
  • Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Er ontstaan geen nieuwe stoffen. − Zink wordt alleen (om)gesmolten/omgevormd (er ontstaat geen nieuwe stof). − De zinkplaten hebben dezelfde stofeigenschappen als het (omgesmolten) zink. (1)

Vraag 27 2 punten

Welke van onderstaande legeringen kunnen worden gemaakt met zink? Neem onderstaande tabel over en kies bij elke legering uit 'wel' of 'niet'. legering wel/niet amalgaam … brons … messing … nieuw zilver …

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • legering wel/niet amalgaam wel brons niet messing wel nieuw zilver wel indien vier legeringen juist (2) indien drie of twee legeringen juist (1) indien één of geen legering juist (0) (2)

Aceton

Aceton is een stof die goed mengt met water, maar ook met olie en olieachtige stoffen. Daarom wordt aceton veel gebruikt als oplosmiddel. In onderstaande tabel staan enkele gegevens van aceton.

molecuulformule C 3H 6O molecuulmassa 58,0 (u) rationele naam propanon kookpunt 329 K smeltpunt 178 K

naar: www.wilsor.nl en wikipedia

Vraag 28 1 punt

Welke fase-aanduiding heeft aceton bij kamertemperatuur (293 K)?

  1. A aq
  2. B g
  3. C l
  4. D s

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 29 1 punt

Om het oplossen van stoffen te versnellen kan aceton verwarmd worden. Het verwarmen van aceton kan gevaarlijk zijn. Leg uit waarom aceton beter verwarmd kan worden in een warmwaterbad dan met een brander.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'aceton is explosief', dit goed rekenen.

5 van dit proces is hieronder onvolledig weergegeven.

CaC4H6O4 → C3H6O + stof X

naar: http://werner.yellowcouch.org

Vraag 30 1 punt

Tot welk soort stoffen behoort calciumethanoaat?

  1. A koolwaterstoffen
  2. B metalen
  3. C moleculaire stoffen
  4. D niet-ontleedbare stoffen
  5. E zouten
Bekijk het antwoord

Antwoord: E

Vraag 31 2 punten

Geef de formule van stof X.

Bekijk het antwoord

Indien de naam 'calciumcarbonaat' is gegeven (1) Indien een andere naam is gegeven in plaats van de formule (0)

Vraag 32 1 punt

Welk proces treedt op wanneer calciumethanoaat wordt verwarmd (regels 2 en 3)?

  1. A ontleding
  2. B oplossen
  3. C polymerisatie
  4. D verbranding
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 33 2 punten

Bereken hoeveel gram aceton maximaal kan ontstaan uit 12,5 gram calciumethanoaat. Neem aan dat aceton en stof X ontstaan in de massaverhouding aceton : stof X = 1,0 : 1,7.

Bekijk het antwoord

Opmerkingen

  • De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
  • Wanneer de berekening '12,5 : 2,7 = 4,6' is gegeven, dit goed rekenen.

Bier

De productie van bier verloopt in stappen. In de afbeelding hieronder is een aantal van die stappen weergegeven.

Bij het maken van bier wordt 'mout' gebruikt. Mout bevat onder andere zetmeel en enzymen (biologische katalysatoren). Bij het maischen wordt een mengsel van water en mout langere tijd verwarmd. Daardoor zetten de enzymen het aanwezige zetmeel om tot moutsuikers. Het verwarmen gebeurt in drie stappen, waarbij de temperatuur telkens enige tijd constant wordt gehouden. Zo worden de aanwezige enzymen optimaal gebruikt. De opbrengst aan moutsuikers is dan het hoogst. In tabel 1 staan enkele enzymen die betrokken zijn bij het maischen.

[tabel 1: zie het originele examen] enzym temperatuurtraject temperatuur waarbij het enzym waarboven het enzym optimaal werkt (in ºC) niet meer werkt (in ºC) α-amylase 70-75 80 β-amylase 60-65 70 carboxypeptidase 50-60 70 endopeptidase 50-60 80 grensdextrinase 55-60 65

Vraag 34 2 punten

De moleculen van de moutsuikers zijn opgebouwd uit dezelfde atoomsoorten als de moleculen van glucose. Geef de namen van deze atoomsoorten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Indien het antwoord 'C, H en O' is gegeven (1) Indien één of meer onjuiste symbolen zijn gegeven (0)

Opmerking De volgorde van de atoomsoorten niet beoordelen.

Vraag 35 1 punt

Wat is de functie van een katalysator?

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Indien het antwoord 'een katalysator wordt gebruikt, maar niet verbruikt' is gegeven (0)

Vraag 36 1 punt

Tijdens het maischen is het gewenst dat alle enzymen enige tijd onder optimale temperatuuromstandigheden worden gehouden. Welk van onderstaande diagrammen geeft het temperatuurverloop tijdens het maischen het best weer? temperatuur temperatuur temperatuur (°C) (°C) (°C)

90 90 90

80 80 80

70 70 70

60 60 60

50 50 50

40 40 40

30 30 30

20 20 20

0 0 0

1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7 tijd tijd tijd diagram I diagram II diagram III

  1. A diagram I
  2. B diagram II
  3. C diagram III

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Vraag 37 1 punt

De enzymen die in tabel 1 staan, werken het best bij een pH tussen 5,0 en 5,6. Bij pH 5,0 is de concentratie van een bepaalde ionsoort hoger dan bij pH 5,6. Welke concentratie ionen is dat? +

  1. A de concentratie H -ionen –
  2. B de concentratie OH -ionen
  3. C geen van deze beide concentraties

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

5 ontstane mengsel.

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 38 1 punt

Wat is de naam van het proces waarbij de geur- en smaakstoffen worden afgegeven aan de vloeistof?

  1. A adsorptie
  2. B destillatie
  3. C extractie
  4. D filtratie
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Vraag 39 1 punt

Waaruit bestaat het residu van de laatste filtratie (regels 4 en 5)?

  1. A geur- en smaakstoffen
  2. B mout
  3. C gekookte vruchtbolletjes
  4. D water
Bekijk het antwoord

Antwoord: C

12 de gisting op gang is gekomen.

(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)

Vraag 40 1 punt

Wat is de naam van de vloeistof (regel 10) en welke waarneming zal Sarina doen als het gisten op gang is gekomen?

  1. A Kalkwater, dit vormt rook.
  2. B Kalkwater, dit wordt wit.
  3. C Kopersulfaatoplossing, dit wordt blauw.
  4. D Kopersulfaatoplossing, dit wordt troebel.
Bekijk het antwoord

Antwoord: B

12 de gisting op gang is gekomen.

Na het gisten volgt het 'rijpen'. Tijdens het rijpen ontstaan de speciale geur en smaak van bier. Eén van de reacties die hierbij plaatsvindt, is hieronder in een vergelijking weergegeven. In deze vergelijking is de formule van één stof vervangen door stof X.

C6H12O2 + C2H6O → stof X + H2O

Vraag 41 1 punt

Bier bevat alcohol. Wat is de formule van alcohol?

  1. A C 2H 6O
  2. B C6H12O2
  3. C C6H12O6
  4. D C12H22O11
Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Vraag 42 1 punt

Hoeveel H-atomen bevat een molecuul van stof X?

  1. A 10
  2. B 12
  3. C 14
  4. D 16
  5. E 18
Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Voor het bier dat Sarina wil maken heeft ze water nodig met een hardheid van DH 10,0 (1 DH = 7,1 mg Ca2+ per liter water). Het kraanwater dat Sarina gebruikt, heeft DH 7,0. Ze leest op de site www.hobbybrouwen.nl dat ze CaSO4 kan toevoegen om het water harder te maken.

Vraag 43 2 punten

Laat met een berekening zien dat het massapercentage Ca in CaSO4 gelijk is aan 29,4%.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Een voorbeeld van een juiste berekening is: 40,1 × 100% = 29, 4% (4 0,1+ 32,1+ 4 × 16,0)

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 44 2 punten

Bereken hoeveel mg CaSO4 Sarina per liter water moet toevoegen om de hardheid met DH 3,0 te verhogen (van DH 7,0 naar DH 10,0). Maak gebruik van de volgende gegevens:

  • Het massapercentage Ca in CaSO4 is 29,4%.
  • De toegevoegde hoeveelheid CaSO4 lost volledig op.
Bekijk het antwoord

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Koeienuier

Stichting C3 heeft kaarten waarop steeds een chemische experiment is beschreven. Een daarvan is de koeienuier:

De reactie die plaatsvindt tussen de schoonmaakazijn en het zuiveringszout kan als volgt worden weergegeven:

H+ (aq) + NaHCO3 (s) → H2O (l) + CO2 (g) + Na+ (aq)

Vraag 45 1 punt

Schoonmaakazijn bevat behalve H+ ionen nog een andere ionsoort. Geef de formule van deze andere ionsoort.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord
  • Ac – (1)

Vraag 46 3 punten

Laat met een berekening zien dat het zuiveringszout in overmaat in de handschoen zal worden gedaan. Neem aan dat:

  • een hoeveelheid van 2 eetlepels zuiveringszout overeenkomt met

14 gram; +

  • een half kopje schoonmaakazijn 0,13 gram H bevat.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeelden van een juiste berekening zijn:

  • Er is 0,13 × (23,0 + 1,0 + 12,0 + 3 × 16,0) : 1,0 = 11 gram zuiveringszout nodig om met alle H+ te reageren, en dat is minder dan

14 gram (dus is het zuiveringszout in overmaat).

  • Er is 14,0 × 1,0 : (23,0 + 1,0 + 12,0 + 3 × 16,0) = 0,17 gram H+ nodig om met alle zuiveringszout te reageren en dat is meer dan 0,13 gram (dus is het zuiveringszout in overmaat).

Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.

Vraag 47 2 punten

De pH van het mengsel dat in de handschoen ontstaat (middelste plaatje) kan worden vergeleken met de pH van schoonmaakazijn. Leg uit of de pH van het mengsel hoger of lager zal zijn dan van schoonmaakazijn, of dat de pH gelijk zal zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

De pH van het mengsel zal hoger worden (dan van de schoonmaakazijn), omdat er H+ ionen reageren met het zuiveringszout.

Indien een antwoord is gegeven als: 'De pH van de azijn zal hoger worden, omdat er H + ionen verdwijnen/kwijtraken/opraken.' (1) Indien het antwoord 'hoger' is gegeven, zonder uitleg (0)

Het effect van de reactie in de dichtgeknepen handschoen is zichtbaar in de afbeelding hiernaast.

Vraag 48 1 punt

De handschoen wordt 'opgeblazen'. Welke van onderstaande oorzaken kan/kunnen hiervoor worden gegeven? I De afstand tussen de deeltjes van de stoffen in de handschoen is groter geworden. II De totale massa van de stoffen in de handschoen is groter geworden.

  1. A uitsluitend oorzaak I
  2. B uitsluitend oorzaak II
  3. C oorzaak I en II
  4. D geen van beide oorzaken

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Sabri wil de proef thuis uitvoeren. In de kast staat geen schoonmaakazijn, maar wel huishoudazijn. Schoonmaakazijn bevat 80 gram azijnzuur per liter. Huishoudazijn bevat 40 gram azijnzuur per liter.

Vraag 49 1 punt

Hoeveel huishoudazijn moet Sabri toevoegen om evenveel CO2 in de handschoen te krijgen? Neem aan dat het zuiveringszout in overmaat is.

  1. A minder dan een half kopje
  2. B een half kopje
  3. C meer dan een half kopje

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2018, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-18-2-o

Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?

Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 loopt tot vraag 49. Van 48 vragen staat het onderwerp in de vragenbank. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (32), zuren en basen (10) en verbranden (6).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2018/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-18-2-c).

Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2018, tijdvak 2 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.