Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: 10 andere raceauto's., 10 andere raceauto's., Ballon blaast zichzelf op, Chloorbleekloog in zwembad, Katalysator, 12 De drie reacties zijn hieronder schematisch en onvolledig weergegeven., 12 De drie reacties zijn hieronder schematisch en onvolledig weergegeven., 7 andere algengroei., 7 andere algengroei..
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (37), zuren en basen (7) en verbranden (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 2-8, 10, 13-18, 21, 23-31, 33-36, 38-46 | 37 |
| Zuren en basen | 9, 11-12, 19-20, 22, 37 | 7 |
| Verbranden | 1, 32, 47-48 | 4 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg meer over stoffen en materialen (77% van de vragen, gemiddeld 67%). Minder over zuren en basen (15% van de vragen, gemiddeld 21%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
10 andere raceauto's.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 1 3 punten
Een brandstof die in veel auto's wordt gebruikt, is benzine. Benzine is een mengsel en kan worden weergegeven met de gemiddelde formule C7H16. Geef de vergelijking van de volledige verbranding van C7H16.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C7H16 en O 2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO2 en H2 O na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 2 2 punten
Geef de rationele naam van N2O.
Bekijk het antwoord
- stikstofoxide (1)
- voorvoegsel(s) juist verwerkt (1)
Vraag 3 2 punten
Een tank bevat ongeveer 8 kilogram N2O. Bereken hoeveel kg zuurstof maximaal kan ontstaan uit 8,0 kg N2O.
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- Wanneer een antwoord is gegeven als '(32,0 : 44,0) : 2 × 8,0 = 2,9' dit goed rekenen.
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 4 1 punt
Geef de naam van de faseovergang die plaatsvindt wanneer lachgas vloeibaar wordt gemaakt (regel 4).
Bekijk het antwoord
- condenseren/condensatie (1)
Vraag 5 2 punten
Onderweg naar de motor verdampt het vloeibare lachgas tot gas. Vinden onderstaande veranderingen plaats bij verdampen? Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- verandering wel/niet I (De gemiddelde afstand tussen de moleculen neemt toe.) wel II (De totale massa van de moleculen neemt af.) niet III (De moleculen worden omgezet tot andere moleculen.) niet indien drie veranderingen juist (2) indien twee veranderingen juist (1) indien één of geen verandering juist (0) (2)
10 andere raceauto's.
verandering wel/niet I De gemiddelde afstand tussen de moleculen neemt toe. ... II De totale massa van de moleculen neemt af. ... III De moleculen worden omgezet tot andere moleculen. ...
Vraag 6 1 punt
Geef de naam van het type ontleding dat plaatsvindt in de motor (regels 6 en 7).
Bekijk het antwoord
- thermolyse (1)
Vraag 7 3 punten
Geef de vergelijking van de ontleding van N2O.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend N2O voor de pijl (1)
- uitsluitend N2 en O2 na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Ballon blaast zichzelf op
Tijdens een practicum krijgen de leerlingen het volgende voorschrift:
stap 1: Giet 100 mL schoonmaakazijn in een fles. stap 2: Doe 5,0 gram zuiveringszout in een ballon. stap 3: Bevestig de ballon met het 'tuitje' over de opening van de fles. stap 4: Schud de inhoud van de ballon leeg in de fles.
Zodra het zuiveringszout in de fles terechtkomt, blaast de ballon zichzelf op. Dit komt doordat er koolstofdioxide (CO2) ontstaat.
Vraag 8 1 punt
Zuiveringszout is een triviale naam. Geef de rationele naam van zuiveringszout.
Bekijk het antwoord
- natriumwaterstofcarbonaat indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 9 1 punt
Schoonmaakazijn is een oplossing van azijnzuur in water. Geef de formule van het negatieve ionsoort in schoonmaakazijn.
Bekijk het antwoord
- Ac – indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)
Vraag 10 1 punt
Tot welk soort stoffen behoort koolstofdioxide?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
De vergelijking van de reactie van zuiveringszout (NaHCO3) en schoonmaakazijn (stap 4) kan als volgt worden weergegeven:
NaHCO3 + H+ → Na+ + ... + CO2
In deze vergelijking ontbreekt alleen de formule van één stof.
Vraag 11 1 punt
Welk soort deeltje reageert bij deze reactie als base?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 12 1 punt
Verandert de pH van de vloeistof in de fles als gevolg van stap 4?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 13 1 punt
Geef de formule van de ontbrekende stof in de gegeven vergelijking.
Bekijk het antwoord
- H2O indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)
Vraag 14 3 punten
Bereken hoeveel liter CO2 maximaal kan ontstaan uit 5,0 gram NaHCO3.
- Gebruik voor NaHCO3 de massa 84,0 (u).
- Neem aan dat 1,0 L CO2 een massa heeft van 2,1 g.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van CO 2 en NaHCO 3: 12,0 (u) optellen bij 2 × 16,0 (u) en de uitkomst delen door 84,0 (u) (1)
- berekening van het aantal gram CO2: 5,0 (g) vermenigvuldigen met de berekende massaverhouding (1)
- berekening van het aantal liter CO 2: het berekende aantal gram CO2 delen door 2,1 (g) en de uitkomst vermenigvuldigen, eventueel impliciet, met 1,0 (L) (1)
Sayara onderzoekt of ze eenzelfde ballon nog groter kan laten worden. Ze voert stap 1 tot en met 4 nogmaals uit, maar gebruikt bij stap 1 meer schoonmaakazijn. Ze merkt dat de ballon niet groter is geworden dan bij haar eerdere proef. Hieruit concludeert ze dat er dus evenveel CO2 is ontstaan.
Vraag 15 1 punt
Geef een verklaring waarom er evenveel CO2 is ontstaan.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Het schoonmaakazijn was (kennelijk) al/ook de eerste keer in overmaat. − Dan was het zuiveringszout als eerste op / in 'ondermaat'. − Als je meer azijn toevoegt, is ook meer zuiveringszout nodig (voor een hogere gasproductie). − Meer schoonmaakazijn levert alleen meer koolstofdioxide als er nog zuiveringszout aanwezig is. (1)
Vraag 16 2 punten
Sayara laat de opgeblazen ballon leeglopen in een bekerglas met helder kalkwater. Er zijn dan in het kalkwater verschillende verschijnselen waar te nemen. Geef twee van deze waarnemingen.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een waarneming is gegeven als: 'er ontstaat een neerslag', dit hier beoordelen als een juiste waarneming.
Chloorbleekloog in zwembad
Aan het water in zwembaden worden desinfecterende stoffen toegevoegd, zoals waterstofperoxide en 'chloorbleekloog'. Chloorbleekloog is een oplossing van natriumhypochloriet (NaClO) in water. Natriumhypochloriet bestaat uit natriumionen en hypochloriet-ionen. De hypochloriet-ionen hebben een desinfecterende werking. Zwembadwater heeft een pH-waarde tussen pH = 7,2 en pH = 7,6. In dit pH-gebied werken de hypochloriet-ionen het best.
Vraag 17 1 punt
Geef de formule van waterstofperoxide.
Bekijk het antwoord
- H2O2 indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0) (1)
Vraag 18 1 punt
Welke lading heeft het hypochloriet-ion?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 19 1 punt
Welke van de volgende omschrijvingen past het meest bij zwembadwater waarin natriumhypochloriet het best werkt? Dit zwembadwater is
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 20 1 punt
Om aan te tonen dat een vloeistof een pH tussen 7,2 en 7,6 heeft, zijn twee proeven nodig met elk een andere indicator. Welke van onderstaande indicatoren zijn daarbij het meest geschikt?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 21 1 punt
Een leverancier van chloorbleekloog levert verpakkingen van 1 L en 20 L. Alle verpakkingen zijn gevuld vanuit dezelfde voorraadtank. Zijn de volgende beweringen over deze verpakkingen juist? I De concentratie natriumhypochloriet is in alle verpakkingen gelijk. II De hoeveelheid hypochloriet-ionen is in alle verpakkingen gelijk.
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 22 1 punt
Wanneer de pH van het zwembadwater lager dan 7,2 is, kan de pH worden verhoogd door een stof toe te voegen. Welke van de volgende stoffen kan de pH in dat geval verhogen naar 7,2?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 23 3 punten
In een overdekt zwembad is 1,4 mg natriumhypochloriet per liter nodig voor een goede desinfecterende werking. Bereken hoeveel liter chloorbleekloog minimaal moet worden opgelost in een zwembad met 2,0∙105 L water. Neem aan dat chloorbleekloog
150 g natriumhypochloriet per L bevat.
Bekijk het antwoord
- berekening van het aantal benodigde aantal mg natriumhypochloriet in 2,0∙105 (L): 1,4 (mg per L) vermenigvuldigen met 2,0∙105 (L) (1)
- berekening van het benodigde aantal g natriumhypochloriet: benodigde aantal mg natriumhypochloriet delen door 1000 (mg g –1) (1)
- berekening van het aantal liter chloorbleekloog: het berekende aantal gram natriumhypochloriet delen door 150 (g L–1) (1)
Katalysator
Een docent oefent met de klas het inzicht in reacties. Hij schrijft op het bord:
A + B → C+D
In deze vergelijking zijn A, B, C en D elk een moleculaire stof, aangeduid met letters in plaats van met formules. Bij de reactie wordt een katalysator gebruikt.
Vraag 24 1 punt
Verandert de totale massa van de vier stoffen gedurende de reactie?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 25 1 punt
Stof A is een verbinding van de atoomsoorten C, H en O. Leg uit waarom stof A geen koolwaterstof is.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − Een koolwaterstof bevat alleen de atoomsoorten C en H. − Een koolwaterstof bevat geen O-atomen. (1)
Vraag 26 1 punt
De molecuulmassa van stof B is 60,0 u. Laat met een berekening zien dat stof B de formule C2H4O2 kan hebben.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer de uitkomst 60,0 (u) is weggelaten, dit niet aanrekenen.
Vraag 27 1 punt
Stof C heeft een smeltpunt van 195K en een kookpunt van 415K. Welke fase heeft stof C bij kamertemperatuur? Maak gebruik van Binas-tabel 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- vloeibaar/vloeistof/(l) (1)
Vraag 28 2 punten
De docent geeft aan dat A een molecuulmassa heeft van 90 u. Hij zegt vervolgens: "Uit 10 mg A ontstaat bij deze reactie 2,0 mg D." Bereken de molecuulmassa van D.
Bekijk het antwoord
Opmerkingen
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
- Wanneer het antwoord '90 : 5 = 18' is gegeven, dit hier goed rekenen.
Vraag 29 2 punten
Welke invloed heeft de katalysator? Neem de Romeinse cijfers uit onderstaande tabel over en kies steeds 'wel' of 'niet'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Door de katalysator wel/niet I (is minder A en B nodig.) niet II (is de molecuulverhouding A : B anders.) niet III (duurt het langer voordat dezelfde hoeveelheden C en D niet zijn gevormd.) indien drie regels juist (2) indien twee regels juist (1) indien één of geen regel juist (0) (2)
Door de katalysator wel/niet I is minder A en B nodig. ... II is de molecuulverhouding A : B anders. ... III duurt het langer voordat dezelfde hoeveelheden C en D ... zijn gevormd.
Op de verpakking van stof C moet het volgende pictogram worden geplaatst:
Vraag 30 1 punt
Wat betekent dit pictogram?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Gedurende het verloop van de reactie veranderen de hoeveelheden van de betrokken stoffen. Onderstaand diagram geeft van drie stoffen deze veranderingen weer.
Vraag 31 1 punt
Lijn III is de lijn van de katalysator. Leg uit waarom de lijn van de katalysator horizontaal loopt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − omdat de katalysator (wel wordt gebruikt maar) niet wordt verbruikt − omdat de hoeveelheid van een katalysator niet verandert indien een antwoord is gegeven als 'omdat de katalysator (alleen) de reactie versnelt' (0) (1)
12 De drie reacties zijn hieronder schematisch en onvolledig weergegeven.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 32 1 punt
De meeste scooters rijden op fossiele brandstoffen. Het verbranden van waterstof is minder nadelig voor het milieu dan het verbranden van fossiele brandstoffen. Geef een reden waarom het verbranden van waterstof minder nadelig is voor het milieu.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'waterstof raakt niet op', dit hier goed rekenen.
Vraag 33 1 punt
In het diagram hiernaast is weergegeven hoe gedurende reactie 1 de massa van één stof verandert. Van welke stof is dit weergegeven?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 34 1 punt
Uit welk soort deeltjes is magnesiumhydroxide (reactie 2) opgebouwd?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 35 1 punt
Hoeveel procent van het geproduceerde waterstofgas kan maximaal uit magnesiumhydride afkomstig zijn? Maak gebruik van de vergelijking van reactie 2.
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
12 De drie reacties zijn hieronder schematisch en onvolledig weergegeven.
Uit het magnesiumhydroxide dat ontstaat bij reactie 2, kan magnesium worden gevormd. Met dit magnesium kan dan nieuwe magnesiumhydride worden geproduceerd via reactie 1. De vorming van magnesium uit magnesiumhydroxide verloopt in twee stappen. Eerst wordt magnesiumhydroxide met behulp van een zure oplossing omgezet tot magnesiumchloride (blok IV). Daarna wordt dit magnesiumchloride omgezet tot magnesium (blok V).
Alle beschreven processen zijn schematisch met een blokschema weergegeven in figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Vraag 36 1 punt
Een van de blokken in figuur 1 geeft de batterij (regels 10 en 11 in de tekst boven vraag 32) weer. Geef het nummer van dit blok.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- (blok) III (1)
Vraag 37 1 punt
Geef de naam van de zure oplossing die wordt ingevoerd in blok IV.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- zoutzuur / waterstofchloride-oplossing/oplossing van waterstofchloride indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0) (1)
Vraag 38 1 punt
In welk blok vindt een ontleding plaats?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Uit onderzoek bleek dat reactie 2 te snel stopt, doordat op het magnesiumhydride een afsluitend laagje ontstaat. Daarom werd onderzocht of de powerpasta beter werkt als:
- het magnesiumhydride is fijngemalen.
- behalve het fijnmalen, ook een zout is toegevoegd.
Er zijn drie verschillende zouten onderzocht. Alle drie de zouten bleken reactie 2 vollediger te laten verlopen. De resultaten van het onderzoek zijn in onderstaand diagram weergegeven met de lijnen I tot en met IV. Ook is het resultaat van ongemalen magnesiumhydride weergegeven.
Vraag 39 1 punt
Uit het diagram blijkt dat het fijnmalen van magnesiumhydride invloed heeft op het verloop van reactie 2. Welke invloed is dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 40 2 punten
Uit het onderzoek blijkt dat de powerpasta het best werkt wanneer ZrCl4 is toegevoegd. Zr heeft atoomnummer 40. Geef de rationele naam van ZrCl4. Maak hierbij gebruik van een Romeins cijfer.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- zirkoniumchloride (1)
- Romeins cijfer IV juist verwerkt (1)
Vraag 41 1 punt
Een van de lijnen in het diagram geeft het verloop weer van gemalen magnesiumhydride zonder toevoeging van een zout. Welke lijn is dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
7 andere algengroei.
(Deze vraag heeft geen inleidende tekst.)
Vraag 42 2 punten
Geef de formule van ammoniak. Vermeld ook de toestandsaanduiding bij kamertemperatuur.
Bekijk het antwoord
- NH3 (1)
- juiste toestandsaanduiding (1)
Vraag 43 1 punt
Tot welk soort water behoren rivieren (regel 6)?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
7 andere algengroei.
Imram vindt dit koeientoilet een beetje raar. Hij zegt: "Ze kunnen toch gewoon de urine en de mest tegelijk opvangen en daarna scheiden?" Ook vraagt hij zich af waarom de nitraationen niet achteraf uit het rivierwater kunnen worden verwijderd.
Vraag 44 2 punten
Imram stelt dat de vaste mest van urine kan worden gescheiden met behulp van een scheidingsmethode op basis van het verschil in deeltjesgrootte. Geef de naam van deze scheidingsmethode en geef aan welke stof (de urine of de mest) dan het residu is. Noteer je antwoord als volgt: scheidingsmethode: ... residu: ...
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer als scheidingsmethode 'bezinken en afgieten' is gegeven, dit beoordelen als een juiste scheidingsmethode.
Vraag 45 1 punt
Geef aan met behulp van de regels 2 tot en met 5 waarom urine en mest niet achteraf moeten worden gescheiden.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van een juist antwoord zijn: − De (ongewenste) stikstofverbindingen zijn dan al ontstaan/gevormd. − De urine en de mest hebben dan al met elkaar gereageerd. indien een antwoord is gegeven als 'dat is beter voor het milieu' (0) (1)
Vraag 46 1 punt
Leg uit met behulp van Binas-tabel 35 waarom de nitraationen niet met een neerslagreactie uit rivierwater kunnen worden verwijderd.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een antwoord is gegeven als 'nitraationen kunnen niet neerslaan', dit hier goed rekenen.
Stikstofverbindingen hebben negatieve effecten op het milieu. Zo is de bijdrage van een kg N2O aan het versterkt broeikaseffect bijna 300 keer zo groot als dat van een kg CO2.
Vraag 47 1 punt
Wat is het gevolg van het versterkt broeikaseffect?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 48 1 punt
Boer Harm heeft nog geen koeientoilet. Op zijn boerderij wordt veel N2O gevormd, wel 8,2 ton. Hoeveel ton CO2 levert dezelfde bijdrage aan het broeikaseffect als 8,2 ton N2O?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2024, tijdvak 2. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-24-2-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 telt 48 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (37), zuren en basen (7) en verbranden (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/vmbo-gl/documenten/cse-2/gt-0174-a-24-2-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2024, tijdvak 2 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.