Eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Gasontsnapping, Kunstmest, Azijnzuur in azijn, Ammoniakcentrale, 9 vereenvoudigd weergegeven., De geest van Aladin, Sprinkler.
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 telt 47 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (28), zuren en basen (11) en verbranden (7). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Stoffen en materialen | 1-3, 8-14, 27-40, 44-47 | 28 |
| Zuren en basen | 6, 15-24 | 11 |
| Verbranden | 4-5, 7, 25-26, 41-42 | 7 |
| Energie | 43 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 16 examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl sinds 2018: dit examen vroeg minder over stoffen en materialen (60% van de vragen, gemiddeld 68%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Gasontsnapping
Jan leest op Twitter het volgende bericht:
Gasontsnapping bij ExxonMobil in het Botlekgebied. Het petrochemische bedrijf ExxonMobil is deels ontruimd vanwege de lekkage van waterstof. De gasontsnapping bij de raffinaderij …
naar: https://twitter.com
Vraag 1 1 punt
Welke algemene naam is van toepassing op waterstof?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Vraag 2 2 punten
Geef aan de hand van Binas een reden voor de ontruiming van het bedrijf. Vermeld daarbij het nummer van de tabel waarop je je antwoord baseert. Noteer je antwoord als volgt: Binas-tabel nummer: … reden: …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als 'zwavelverbindingen zijn giftig', of 'brandstoffen zijn brandbaar' (0)
Het petrochemische bedrijf verwerkt aardolie tot brandstoffen, waarbij aanwezige zwavelverbindingen moeten worden verwijderd. Bij de verbranding van zwavelverbindingen ontstaan namelijk reactieproducten die negatieve effecten op het milieu hebben. Bij het verwijderen van zwavelverbindingen wordt waterstofgas gebruikt.
Vraag 3 1 punt
Welke scheidingsmethode wordt gebruikt bij het verwerken van aardolie tot brandstoffen?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 4 1 punt
Een voorbeeld van een brandstof is benzine. Geef de naam van twee andere brandstoffen die uit aardolie kunnen worden verkregen.
Bekijk het antwoord
- Voorbeelden van juiste brandstoffen zijn: − lpg − kerosine − diesel − stookolie − paraffine/kaarsvet indien twee brandstoffen juist (1) indien één of geen brandstoffen juist (0) (1)
Een voorbeeld van een zwavelverbinding die uit brandstof moet worden verwijderd, is thiofeen (C4H4S). Bij de volledige verbranding van thiofeen ontstaan koolstofdioxide, water en zwaveldioxide, waardoor bijvoorbeeld zure regen kan worden veroorzaakt.
Vraag 5 3 punten
Geef de vergelijking van de volledige verbranding van thiofeen.
Bekijk het antwoord
- uitsluitend C4H4S en O 2 voor de pijl (1)
- uitsluitend CO 2, H2O en SO2 na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 6 1 punt
Welk van de onderstaande zuren kan in het milieu uit de verbrandingsproducten van thiofeen ontstaan?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Thiofeen reageert met waterstofgas volgens onderstaande, nog onvolledig weergegeven, vergelijking. Eén formule en de coëfficiënt ervan ontbreken.
C 4H 4S + … … → C 4H 6 + H2S (reactie 1)
De gevormde H2S wordt in het bedrijf omgezet tot zwavel volgens:
2 H 2S + O 2 → 2 S + 2 H 2O (reactie 2)
De ontstane zwavel wordt vervolgens uit de brandstof afgescheiden.
Vraag 7 1 punt
Welke gegevens ontbreken in de vergelijking van reactie 1?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 8 1 punt
Geef de rationele naam van H2S.
Bekijk het antwoord
- (di)waterstof(mono)sulfide (1)
Vraag 9 2 punten
Bereken hoeveel kg zwavel maximaal kan ontstaan uit 15 kg thiofeen.
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van zwavel en thiofeen: 32,1 (u) delen door de som van 4 × 12,0 (u) en 4 × 1,0 (u) en 32,1 (u) (1)
- berekening van het aantal kilogram zwavel dat ontstaat uit 15 kg thiofeen: de massaverhouding van zwavel en thiofeen vermenigvuldigen met 15 (kg) (1)
Jan leest bovenstaande informatie en tekent aan de aantal moleculen hand van de vergelijking O2 van reactie 2 een diagram. Hij gaat er hierbij van uit dat H 2O alle beginstoffen volledig worden omgezet. Dit S diagram is hiernaast weergegeven. Helaas heeft Jan zich vergist: niet alle lijnen zijn H 2S tijd (sec) juist.
Vraag 10 2 punten
Van welke stof(fen) is de lijn in het diagram van Jan onjuist? Neem onderstaande tabel over en kies steeds uit 'juist' of 'onjuist'.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- stof juist/onjuist (H2S) (juist) H 2O onjuist O2 onjuist S juist indien drie gegevens juist (2) indien twee gegevens juist (1) indien één of geen gegeven juist (0) (2)
Kunstmest
Planten hebben voor hun groei onder meer de atoomsoorten stikstof, fosfor en kalium nodig. Daarom bevatten veel soorten kunstmest verbindingen van deze elementen.
Vraag 11 2 punten
Een stof die gebruikt wordt als stikstofbron is ammoniumnitraat. Geef de formule van ammoniumnitraat.
Bekijk het antwoord
Indien een formule als 'NH4(NO 3) 2' is gegeven (1)
Vraag 12 1 punt
'Superfosfaat' is een kunstmest die de atoomsoort fosfor bevat. Deze kunstmest bestaat onder andere uit Ca(H2PO4)2, dat is opgebouwd uit calciumionen en diwaterstoffosfaationen. Wat is de formule van het diwaterstoffosfaation?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Hieronder staat een deel van het etiket van een flesje POKON® UNIVERSEEL PLANTENVOEDSEL. Dit plantenvoedsel bestaat uit een mengsel van meststoffen waarin onder meer de atoomsoorten stikstof, fosfor en kalium voorkomen. Ook zijn er kleine hoeveelheden verbindingen van andere atoomsoorten in aanwezig (micronutriënten).
POKON® UNIVERSEEL PLANTENVOEDSEL EG MESTSTOF Oplossing van NPK-meststoffen Micronutriënten oplosbaar in water: met micronutriënten. 0,02% boor; 0,004% koper; 7% stikstof totaal 0,04% ijzer; 0,02% mangaan; 2,9% nitraatstikstof 0,002% molybdeen; 0,004% zink. 1,8% ammoniumstikstof 2,3% ureumstikstof Buiten bereik van kinderen bewaren. 3,0% in water oplosbaar P 2O 5 7,0% in water oplosbaar K 2O Inhoud 500 mL; 710 g
Vraag 13 1 punt
Wat is de notatie van de oplosbare zinkdeeltjes die in POKON® UNIVERSEEL PLANTENVOEDSEL aanwezig zijn?
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
Op het etiket staat vermeld dat het plantenvoedsel 7,0% K2O zou bevatten. Hiermee wordt bedoeld dat een hoeveelheid van 100 gram plantenvoedsel net zoveel K+ bevat als 7,0 gram K2O. Er is dus niet werkelijk K2O aanwezig in het plantenvoedsel. Dit kan namelijk niet, omdat deze stof reageert met water. De vergelijking van deze zuur-basereactie is:
H2O + K2O → 2 OH– + 2 K+ (reactie 1)
naar: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kunstmest
Vraag 14 3 punten
Bereken hoeveel gram kaliumionen aanwezig is in het flesje POKON®. Gebruik hierbij ook de informatie op het etiket.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 15 1 punt
Welk deeltje reageert in reactie 1 als base?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Vraag 16 1 punt
Wordt bij het optreden van reactie 1 de pH van de vloeistof hoger, lager of blijft deze gelijk?
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Azijnzuur in azijn
Azijn bevat azijnzuur. Volgens de Warenwet mag de aanduiding azijn alleen worden gebruikt als een soort azijn ten minste 4 gram azijnzuur per
100 mL bevat. In de supermarkt zijn verschillende soorten azijn te verkrijgen, waaronder schoonmaakazijn en tafelazijn. Henk en Achmed onderzoeken welke van deze twee soorten azijn het meeste azijnzuur per liter bevat.
Vraag 17 1 punt
Wat is de notatie van azijn?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Vraag 18 2 punten
Laat door middel van een berekening zien dat azijn die 46,0 mg azijnzuur per mL bevat, voldoet aan de Warenwet.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juiste berekening zijn:
- 46,0 × 100 : 1000 = 4,60 (en dat is meer dan 4)
- 4 × 1000 : 100 = 40 (en dat is minder dan 46)
Opmerkingen
- De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
- Wanneer een berekening is gegeven als '46,0 mg/mL = 46,0 g/L = 4,60 g / 100 mL', dit goed rekenen.
Henk en Achmed gebruiken onderstaand stappenplan:
1 Doe 1,0 mL azijnzuuroplossing in een erlenmeyer.
2 Vul deze oplossing aan met gedestilleerd water tot 10 mL.
3 Voeg enkele druppels fenolftaleïen toe.
4 Vul een druppelflesje met natronloog.
5 Bepaal de massa van het druppelflesje met natronloog.
6 Voeg natronloog toe totdat de indicator van kleur verandert.
7 Weeg het druppelflesje met natronloog nogmaals.
8 Bereken hoeveel gram natronloog is toegevoegd.
Volgens dit stappenplan onderzoeken ze eerst een oplossing die precies
60 mg azijnzuur per mL bevat. Daarna worden ook de schoonmaakazijn en de tafelazijn onderzocht. De resultaten van de eerste twee proeven staan in onderstaande tabel vermeld.
soort azijn toegevoegd natronloog (g) azijnzuuroplossing (60 mg/mL) 11,64 schoonmaakazijn 16,95 tafelazijn …
Vraag 19 1 punt
Geef de naam van het negatief geladen deeltje in natronloog.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0)
Vraag 20 2 punten
Bereken met de gegevens van Henk en Achmed hoeveel mg azijnzuur de onderzochte schoonmaakazijn per mL bevat.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- berekening van de verhouding van de massa toegevoegd natronloog voor de bekende oplossing van 60 mg/mL en de massa toegevoegd natronloog voor de schoonmaakazijn: 16,95 (g) delen door 11,64 (g) (1)
- berekening van het aantal mg opgelost azijnzuur per mL: de berekende massaverhouding toegevoegd natronloog vermenigvuldigen met 60 (mg/mL) (1)
Vraag 21 1 punt
In de tabel op bladzijde 8 ontbreekt nog de hoeveelheid toegevoegde natronloog van de proef met tafelazijn. Om deze te bepalen zijn twee gegevens nodig. In welke twee stappen van het stappenplan worden deze gegevens verkregen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: F
Vraag 22 1 punt
Henk en Achmed berekenen vervolgens dat de onderzochte tafelazijn 46,0 mg azijnzuur per mL bevat. Hoeveel natronloog is toegevoegd bij de proef met tafelazijn?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: E
Henk en Achmed voeren hun onderzoek nogmaals uit, maar gebruiken nu methylrood als indicator. Ze voegen natronloog toe totdat de kleur van de indicator in de erlenmeyer verandert.
Vraag 23 1 punt
Is de hoeveelheid toegevoegd natronloog nu meer of minder, of is deze gelijk aan die bij de titratie waarbij fenolftaleïen is gebruikt? Maak gebruik van Binas-tabel 36.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 24 1 punt
Henk en Achmed hadden hun onderzoek ook anders kunnen uitvoeren, namelijk met een titratie-opstelling. Er is dan geen weegschaal nodig. Ook kan in plaats van een druppelflesje een ander voorwerp gebruikt worden. Welk voorwerp is het meest geschikt?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Ammoniakcentrale
De meeste elektriciteitscentrales produceren elektriciteit uit energie (warmte) die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals aardgas (methaan). Er bestaan ook centrales die de energie uit wind of van de zon gebruiken voor het opwekken van elektriciteit. De hoeveelheid energie uit deze bronnen is echter niet constant. Daarom wordt onderzocht of een tijdelijk teveel aan energie kan worden gebruikt om ammoniak (NH3) te maken, die op een later moment kan worden verbrand. Wanneer er bijvoorbeeld weinig zon is, kan extra elektriciteit worden geproduceerd uit de verbrandingswarmte van ammoniak.
Vraag 25 1 punt
Geef de naam van een andere fossiele brandstof dan aardgas.
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer een aardolieproduct als benzine, diesel of kerosine is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 26 1 punt
Bij de volledige verbranding van aardgas ontstaat een stof die ook ontstaat bij de volledige verbranding van ammoniak. Geef de formule van deze stof.
Bekijk het antwoord
Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
9 vereenvoudigd weergegeven.
gasmengsel A
lucht stikstof gasmengsel B I
ammoniak ammoniak gasmengsel C III opslag IV
II water waterstof
stof X
Vraag 27 3 punten
Geef de reactievergelijking voor de vorming van ammoniak (regel 1 en 2).
Bekijk het antwoord
- uitsluitend N2 en H2 voor de pijl (1)
- uitsluitend NH3 na de pijl (1)
- het aantal deeltjes van elk element voor en na de pijl gelijk en de coëfficiënten weergegeven in zo klein mogelijke gehele getallen (1)
Vraag 28 1 punt
In enkele ruimtes vindt zowel een scheiding als een reactie plaats. Maar in één van de ruimtes vindt alleen een scheiding plaats. Welke ruimte is dit?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 29 1 punt
Uit ruimte I wordt een gasmengsel geleid (gasmengsel A). Geef de naam van het hoofdbestanddeel van gasmengsel A.
Bekijk het antwoord
Indien een formule is gegeven in plaats van de naam (0)
Vraag 30 1 punt
Geef de formule van stof X die ontstaat bij het proces in ruimte II.
Bekijk het antwoord
Indien een naam is gegeven in plaats van de formule (0)
Vraag 31 2 punten
Ammoniak wordt vloeibaar gemaakt en opgeslagen. Neem onderstaande tabel over en geef aan of de genoemde gegevens 'wel' of 'niet' veranderen wanneer een bepaalde hoeveelheid ammoniakgas wordt omgezet tot een vloeistof.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- gegeven verandert wel/niet het aantal moleculen niet de afstand tussen de moleculen wel de massa niet het volume wel indien vier gegevens juist (2) indien drie of twee gegevens juist (1) indien één of geen gegeven juist (0) (2)
gegeven verandert wel/niet het aantal moleculen … de afstand tussen de moleculen … de massa … het volume …
Het gebruik van ammoniak als opslagmiddel voor energie heeft ook nadelen. Ammoniak is giftig en bij de verbranding (ruimte IV) kunnen stikstofoxiden worden gevormd. Daarom moet gasmengsel C worden behandeld. Een methode hiervoor is om de gassen te laten reageren met ammoniak. Hierbij ontstaan uit de stikstofoxiden weer stikstof en water. Eén van de reacties die hierbij optreedt, is hieronder onvolledig weergegeven:
… NH3 + … NO + O2 → … N2 + … H2O
Vraag 32 1 punt
Neem de onvolledige vergelijking uit het tekstblok over en vul de vier ontbrekende coëfficiënten aan.
Bekijk het antwoord
Indien een antwoord is gegeven als '8 NH3 + 8 NO + 2 O2 → 8 N2 + 12 H2O' (0)
Vraag 33 1 punt
De reactieproducten van deze behandeling van gasmengsel C kunnen mogelijk worden gescheiden en teruggeleid naar verschillende ruimtes. Welke ruimtes zijn dat? Maak gebruik van het blokschema op bladzijde 10.
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
De geest van Aladin
Een docent vertelt het sprookje van Aladin die over een toverlamp wreef, waardoor een geest uit deze lamp verscheen. Terwijl hij vertelt, heeft de docent een 'toverlamp' in zijn hand waar hij overheen wrijft. Maar er gebeurt niets. Harder wrijven helpt niet. Dan opent hij de deksel van zijn toverlamp en roept: "Geest, wel even meewerken, hè!" Hij doet snel de deksel weer op de lamp en wrijft weer. Vrijwel meteen verschijnt er een grote wolk. "Kijk, de geest van Aladin!"
Voordat de les begon, heeft de docent de toverlamp gemaakt volgens onderstaand voorschrift:
- Vul een 'toverlamp' met 50 mL waterstofperoxide-oplossing (H2O2).
- Doe een spatel mangaan(IV)oxide in filtreerpapier en vouw dit tot een pakketje.
- Knoop een touwtje om het pakketje en hang het pakketje boven de vloeistof in de toverlamp.
- Klem het touwtje vast onder de deksel van de toverlamp.
Vraag 34 2 punten
De gebruikte vloeistof is een oplossing. Neem onderstaande tabel over en geef aan of de genoemde kenmerken 'wel' of 'niet' van toepassing zijn op een oplossing. Een oplossing ... wel/niet is altijd kleurloos. … bevat altijd water. … is altijd helder. …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Een oplossing ... wel/niet is altijd kleurloos. niet bevat altijd water. niet is altijd helder. wel indien drie kenmerken juist (2) indien twee kenmerken juist (1) indien één of geen kenmerk juist (0) (2)
Vraag 35 1 punt
De gebruikte oplossing heeft een gehalte waterstofperoxide van
15 volumeprocent. Bereken hoeveel mL waterstofperoxide de toverlamp bevat.
Bekijk het antwoord
Opmerking De significantie bij deze berekening niet beoordelen.
Vraag 36 1 punt
Geef de formule van mangaan(IV)oxide.
Bekijk het antwoord
- MnO 2 (1)
Wanneer de docent de deksel opent, valt het pakketje in de oplossing. Het mangaan(IV)oxide is een katalysator voor de ontleding van waterstofperoxide tot water en zuurstof. Bij de reactie komt warmte vrij waardoor waterdamp ontstaat. Buiten de toverlamp vormt zich een nevel (de wolk) doordat de waterdamp daar afkoelt.
Vraag 37 2 punten
Geef de vergelijking van de ontleding van waterstofperoxide.
Bekijk het antwoord
Indien de vergelijking 'H2O 2 → H2 + O 2' is gegeven (1)
Vraag 38 2 punten
Water ondergaat na het openen van de deksel achtereenvolgens twee fase-overgangen. Geef de namen van deze fase-overgangen. Noteer je antwoord als volgt:
- eerst: …
- dan: ….
Bekijk het antwoord
- eerst: verdampen (1)
- dan: condenseren (1)
Vraag 39 1 punt
Op een bepaald moment stopt de ontleding. Wat kan hiervan de oorzaak zijn?
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
De docent voert vervolgens twee proeven uit. Hij gebruikt bij beide proeven 50 mL van een 15 volumeprocent waterstofperoxide-oplossing. Proef I: Hij voegt eerst een spatelpunt mangaan(IV)oxide toe aan de oplossing en meet voortdurend proef II volume het aantal mL zuurstof dat zuurstof vrijkomt. (mL) Proef II: Hij herhaalt proef I, maar gebruikt nu een theelepel mangaan(IV)oxide. proef I
De resultaten van de twee proeven zijn in het diagram hiernaast weergegeven. tijd (sec)
Vraag 40 2 punten
Een leerling trekt na afloop van beide proeven een aantal conclusies:
1 De hoeveelheid katalysator heeft invloed op de totale hoeveelheid zuurstof die vrijkomt.
2 Hoe meer katalysator wordt toegevoegd, hoe sneller de reactie is afgelopen.
3 Tijdens de proef neemt de reactiesnelheid af. Geef voor elke conclusie aan of deze 'juist' of 'onjuist' is. Noteer je antwoord als volgt:
- conclusie 1: …
- conclusie 2: …
- conclusie 3: …
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- − conclusie 1: onjuist − conclusie 2: juist − conclusie 3: juist indien drie conclusies juist (2) indien twee conclusies juist (1) indien één of geen conclusies juist (0) (2)
Sprinkler
Een sprinklerinstallatie is een brandblusinstallatie met sprinklers (sproeikoppen) aan het plafond. In elke sprinkler is een smeltzekering aanwezig die de watertoevoer afsluit. Bij een brand zullen deze smeltzekeringen, als gevolg van de warmte, smelten en vervormen. De sprinklers gaan dan water sproeien, waardoor de brand wordt geblust.
naar: http://www.explainthatstuff.com
Vraag 41 2 punten
Bij het blussen van een brand worden verbrandingsvoorwaarden weggenomen. Geef de drie verbrandingsvoorwaarden.
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
- (Er moeten een) brandstof en (voldoende) zuurstof (aanwezig zijn) en de ontbrandingstemperatuur (moet bereikt zijn).
- Een brandstof, zuurstof en een voldoende hoge temperatuur (zijn nodig).
Opmerkingen
- Wanneer in plaats van zuurstof het begrip 'lucht' is gebruikt, dit goed rekenen.
- Wanneer in plaats van 'ontbrandingstemperatuur' de voorwaarde '(hoge) temperatuur', 'verbrandingstemperatuur' of 'warmte' is gegeven, dit goed rekenen.
Vraag 42 1 punt
Aan bluswater worden soms stoffen toegevoegd die schuim veroorzaken. Waaruit bestaat dit schuim?
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
De smeltzekering kan bestaan uit een legering. Een voorbeeld van een legering die wordt gebruikt in sprinklers is Woodsmetaal. Woodsmetaal is een bijzonder mengsel. Het heeft namelijk een smeltpunt (341 K). In tabel 1 zijn de samenstelling van Woodsmetaal en enkele bijbehorende gegevens weergegeven.
[tabel 1: zie het originele examen] metaal massapercentage (%) atoommassa (u) smeltpunt (K) bismut 50 209 544 lood 25 207,2 600 tin 12,5 118,7 505 cadmium 12,5 112,4 594
Vraag 43 1 punt
Bij brand komt warmte vrij, waardoor Woodsmetaal zal smelten. Welk van onderstaande diagrammen geeft het temperatuurverloop bij het smelten van Woodsmetaal weer?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- Antwoord: A (1)
temperatuur
temperatuur
temperatuur
temperatuur tijd tijd tijd tijd diagram I diagram II diagram III diagram IV
A diagram I
B diagram II
C diagram III
D diagram IV
Vraag 44 2 punten
Een bepaalde smeltzekering van Woodsmetaal bevat 0,48 gram lood. Bereken de totale massa van deze smeltzekering in gram.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
- berekening van de massaverhouding van de smeltzekering en lood: 100(%) delen door 25(%) (1)
- berekening van de massa van de smeltzekering: de massaverhouding van de smeltzekering en lood vermenigvuldigen met 0,48 (g) (1)
Vraag 45 1 punt
Bevat Woodsmetaal meer of minder tinatomen dan cadmiumatomen of zijn dit er evenveel?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
Vraag 46 2 punten
Een sprinkler is veiliger wanneer de smeltzekering bestaat uit Woodsmetaal dan wanneer deze uit zuiver bismut bestaat. Leg dit uit met behulp van gegevens uit tabel 1 en de daarbij behorende tekst.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
Een voorbeeld van een juist antwoord is: Woodsmetaal smelt bij een temperatuur van 341 K. Deze temperatuur is lager dan het smeltpunt van (zuiver) bismut / 544 K. Dus het blussen van de brand begint eerder. / Dus Woodsmetaal smelt eerder dan bismut.
Niet alle smeltzekeringen van sprinklers glaskleur smeltpunt (°C) bestaan uit Woodsmetaal. Sommige smeltzekeringen zijn van glas. Dit glas is oranje 57 gekleurd. Met de kleur wordt aangegeven bij rood 68 welke temperatuur de smeltzekering smelt. geel 79 De tabel hiernaast geeft een overzicht van groen 93 de kleuren en bijbehorende smeltpunten. blauw 141
Vraag 47 1 punt
Welke kleur heeft een glazen smeltzekering die bij dezelfde temperatuur smelt als Woodsmetaal (341 K)?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen vmbo-gl/tl Natuur- en scheikunde II 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-19-1-o
Andere examens natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 telt 47 vragen. De meeste vragen gaan over stoffen en materialen (28), zuren en basen (11) en verbranden (7).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/vmbo-gl/documenten/cse-1/gt-0174-a-19-1-c).
Hoe oefen ik met het examen natuur- en scheikunde II vmbo-gl/tl 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.