Eindexamen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Walstroom, Wereldrecord blobspringen, Kookstenen, Oude horloges, Elysium.
Het centraal examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over beweging (5), straling (5) en energie en arbeid (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Beweging | 7, 25-27, 29 | 5 |
| Straling | 13, 21-24 | 5 |
| Energie en arbeid | 1-3, 11 | 4 |
| Krachten | 9-10, 12, 28 | 4 |
| Warmte | 14-17 | 4 |
| Elektriciteit | 4-6 | 3 |
| Geluid en trillingen | 18-20 | 3 |
| Golven | 8 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over beweging (17% van de vragen, gemiddeld 9%) en warmte (14% van de vragen, gemiddeld 7%). Minder over astrofysica (0% van de vragen, gemiddeld 9%).
Opgaven en correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Walstroom
De Nederlandse marine heeft figuur 1 een artikel uitgebracht over de energievoorziening van marineschepen. In dit artikel wordt de vergelijking gemaakt tussen het elektrisch energieverbruik van een marineschip en dat van huishoudens. Zie figuur 1. Eén huishouden gebruikt per jaar gemiddeld 3,5 ∙ 103 kWh.
Uit deze gegevens volgt dat het elektrisch vermogen van het marineschip 1,2 ∙ 106 W is.
Vraag 1 3 punten
Toon dat aan met een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een berekening: Voor het elektrisch vermogen van het schip geldt:
E 3000 ⋅ 3,5 ⋅103 ⋅ 3, 6 ⋅106 P= = = 1, 2 ⋅106 W. t 365 ⋅ 24 ⋅ 3600
Opmerkingen
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
- Als de eenheid niet vermeld is: dit niet aanrekenen.
Op het marineschip wordt elektriciteit opgewekt met een dieselmotor. Deze motor verbrandt stookolie en drijft een generator aan. Het rendement van de dieselmotor is 35%. Het rendement van de generator is 80%. In figuur 2 is dit met pijlen op schaal weergegeven.
[figuur 2: zie het originele examen]
III Dieselmotor Generator I η = 35% II η = 80%
Iedere pijl staat voor een bepaalde soort energie. Deze figuur is ook op de uitwerkbijlage weergegeven.
Vraag 2 2 punten
Omcirkel in de tabel op de uitwerkbijlage de juiste energiesoort bij de gegeven pijlen I, II en III.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- pijl I chemische energie pijl II warmte pijl III elektrische energie indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien één of geen antwoord juist (0) (2)
De generator van het schip wekt een elektrisch vermogen op van 1,2∙106 W.
Vraag 3 5 punten
Bereken het volume van de stookolie in m3 dat het schip per 24 uur gebruikt om elektriciteit op te wekken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Binas: V = 9,3 (m3) Sciencedata: V = 9,5 (m3 )
voorbeeld van een berekening: In 24 uur geldt voor de elektrische energie die de generator heeft geleverd: Eelektrisch = Pt = 1,2 ∙ 106 ∙ 3600 ∙ 24 = 1,04 ∙ 1011 J. Voor de energie die de dieselmotor aan de generator moet leveren geldt: Eelektrisch Eelektrisch 1, 04 ⋅1011 η= → Emotor= → Emotor= = 1,30 ⋅1011 J. Emotor η 0,80 Voor de energie die de stookolie moet leveren geldt: Emotor Emotor 1,30 ⋅1011 η= → Estookolie = → Estookolie = 3, 70 ⋅1011 J. = Estookolie η 0,35 Voor de stookolie geldt dan:
E 3, 70 ⋅1011 Estookolie = rV V → V = stookolie = (9) = 9,3 m3 . rV 40 ⋅10
Opmerkingen
- Sciencedata geeft rV = 38,9 ∙ 109 J m−3. Hieruit volgt Vstookolie = 9,5 m3 .
- Wanneer een van de factoren voor het rendement niet of onjuist is meegenomen, vervalt de tweede deelscore. Wanneer beide factoren niet of onjuist zijn meegenomen, vervallen de tweede en de vijfde deelscore.
In de haven kan een schip aangesloten worden op de elektriciteit aan land, de zogenaamde walstroom. De dieselmotor hoeft dan niet te draaien. Voor een marineschip worden 36 identieke kabels parallel aangesloten tussen land en schip. Er wordt een spanning gebruikt van
440 V om 1,2∙106 W aan elektrisch vermogen te leveren.
Vraag 4 3 punten
Bereken de stroomsterkte door één van de 36 kabels.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Ikabel = 76 A
voorbeeld van een berekening: Voor de totale stroomsterkte in alle kabels geldt: Pschip 1, 2 ⋅106 Pschip = UI totaal → I totaal = = = 2727 A. U 440 De 36 kabels zijn parallel aangesloten, dus: I totaal 2727 I= kabel = = 76 A.
36 (36)
De Nederlandse marine gebruikt tegenwoordig een nieuwe methode om schepen aan te sluiten op het elektriciteitsnet in de haven. Ze gebruiken daarbij een spanning van 6,6 kV en nog maar één hoogspanningskabel. Deze kabel vervangt alle 36 kabels die eerst nodig waren. Zie figuur 3.
[figuur 3: zie het originele examen]
De hoogspanningskabel is 13 m lang. De kabel is gemaakt van koper. De kabel heeft een doorsnede met een oppervlakte van 25 cm2.
Vraag 5 3 punten
Bereken de weerstand van de hoogspanningskabel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Binas: R = 8,8∙10−5 Ω Sciencedata: R = 8,7∙10−5 Ω
voorbeeld van een berekening: Voor de weerstand van de koperen draad geldt: ρ λ 17 ⋅10−9 ⋅13 R = = −4 = 8,8 ⋅10−5 Ω.
Opmerkingen
- Sciencedata geeft ρkoper = 16,8 ∙ 10−9 Ω m. Hieruit volgt R = 8,7∙10−5 Ω.
- Wanneer een kandidaat rekent met een lengte van 26 m, dit niet aanrekenen.
De nieuwe methode van aansluiten heeft veel voordelen. Het schip kan door minder mensen in kortere tijd aangesloten worden op het elektriciteitsnet aan wal. Voor de nieuwe kabel is veel minder koper nodig dan voor de 36 oorspronkelijke kabels. Bovendien is het energieverlies in de kabel lager. De dunnere hoogspanningskabel is even lang, maar heeft een veel grotere weerstand dan de oorspronkelijke 36 kabels parallel samen. Het elektrisch vermogen van het schip is gelijk gebleven.
Vraag 6 2 punten
Omcirkel op de uitwerkbijlage in elke zin het juiste alternatief.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- De geleidbaarheid van de 6,6 kV kabel is veel kleiner dan de geleidbaarheid van de 36 oude 440 V kabels samen. De stroomsterkte door de 6,6 kV kabel is veel kleiner dan de stroomsterkte door de 36 oude 440 V kabels samen. per juiste regel (1) (2)
Wereldrecord blobspringen
In juni 2011 werd het wereldrecord figuur 1 blobspringen verbeterd door Reto Zimmerli. Zie de fotomontage in figuur 1. Voor deze afbeelding zijn diverse na elkaar gemaakte foto’s van de recordpoging samengevoegd tot één beeld. Zes van deze foto’s zijn ook apart weergegeven op de uitwerkbijlage. Links sprong een groep van drie personen tegelijk van een hoge toren. Ze landden op het uiteinde van een met lucht gevulde zak op het water, de blob. Hierdoor werd Zimmerli, die diep weggezakt in het andere uiteinde van de blob lag te wachten, de lucht in geschoten.
Van de beweging van de deelnemers aan deze recordpoging is met behulp van een videometing een (h,t)-diagram gemaakt. Zie figuur 2. De hoogte is gemeten ten opzichte van het wateroppervlak.
[figuur 2: zie het originele examen] 18 hoogte t.o.v. wateroppervlak in m 16
Zimmerli 14
12
10
3 personen 8
6
4
2
0
0 1 2 3 4 5 6 tijd in s
Tijdens de val ondervindt de groep van drie personen weerstand. De drie personen die op de blob vallen, raken de blob op t = 1,27 s. Figuur 2 is ook op de uitwerkbijlage weergegeven.
Vraag 7 3 punten
Bepaal, met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage, de snelheid waarmee de groep de blob raakt. Geef in deze figuur aan hoe je aan je antwoord komt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: vgroep = 11,8 m s−1 (met een marge van 0,6 m s−1)
voorbeeld van een bepaling: De snelheid van de groep is te bepalen door op t = 1,27 s de helling van de raaklijn te bepalen. ∆h 17,1 Er geldt: vgroep = = = 11,8 m s −1. ∆t 1, 45
Als de drie personen op t = 1,27 s de blob raken, begint er in de blob een drukgolf te bewegen van de groep naar Zimmerli. Op t = 1,34 s komt de drukgolf bij Zimmerli aan.
Vraag 8 3 punten
Toon aan of de snelheid waarmee die drukgolf beweegt gelijk is aan de geluidssnelheid in lucht. Maak daarvoor eerst een beredeneerde schatting van de afstand waarover de drukgolf reist. Gebruik hierbij figuur 1.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een antwoord:
methode 1 Voor de snelheid van de drukgolf geldt: sblob sblob vdrukgolf = = . tdrukgolf 1,34
- 1, 27 De afstand die de drukgolf door de blob reist moet geschat worden. Op de foto is de afstand tussen de groep en Zimmerli op de blob 2 cm. De groep valt van een hoogte van 9,9 m. Op de foto is dit een afstand van 2,8 cm. 2 Voor de afstand die de drukgolf aflegt geldt dan: ⋅ 9,9 =
7 m. 2,8 7 Ingevuld levert dit: vdrukgolf = = 1 ⋅102 m s −1 . 1,34
- 1, 27 Deze snelheid is lager dan de geluidssnelheid in lucht (= 3,4∙102 m s−1).
of
methode 2 De lengte van een persoon op de foto is te schatten op 1,8 m. Dit komt overeen met 0,5 cm op de foto. De afstand tussen Zimmerli en de groep is 1,8
2 cm. Voor de afstand die de drukgolf aflegt geldt dan: ⋅2 =7 m. 0,5 7 Ingevuld levert dit: vdrukgolf = = 1 ⋅102 m s −1 . 1,34
- 1, 27 Deze snelheid is lager dan de geluidssnelheid in lucht (= 3,4∙102 m s−1).
Opmerkingen
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
- Bij een schatting tussen 3,5 m en 9,4 m: dit goed rekenen.
Uit de videometing volgt dat Zimmerli tijdens de lancering door de blob een gemiddelde versnelling omhoog heeft ondergaan van 1,78∙102 m s−2. Zimmerli heeft een massa van 80 kg.
Vraag 9 3 punten
Bereken de gemiddelde kracht omhoog die de blob tijdens de lancering op Zimmerli heeft uitgeoefend.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Fblob = 1,5 ∙104 N
voorbeeld van een berekening: Fres Fblob
- Fz volgt: Uit = Fblob = Fres + Fz = ma + mg = 80 ⋅1, 78 ⋅102 + 80 ⋅ 9,81 = 1,5 ⋅104 N.
Opmerking Als de kandidaat geen gebruik heeft gemaakt van Fz = mg vervallen de tweede en de derde deelscore.
Foto 3 op de uitwerkbijlage toont Zimmerli op weg naar het hoogste punt.
Vraag 10 1 punt
Geef aan in welke van de onderstaande tekeningen I, II, III of IV de krachtvector of de krachtvectoren op Zimmerli in verticale richting op dat moment juist is of zijn weergeven. I II III IV
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- antwoord: IV (1)
De groep van drie personen met een gezamenlijke massa van 300 kg viel over een afstand van 9,9 m omlaag. Zimmerli heeft een massa van 80 kg.
Vraag 11 3 punten
Bereken de hoogte die Zimmerli maximaal had kunnen bereiken als alle energieverliezen verwaarloosd mogen worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Δh = 37 m
voorbeeld van een berekening: Volgens het behoud van energie geldt: mgroep ∆hgroep mgroep g ∆hgroep = mZimmerli g ∆hZimmerli → = ∆hZimmerli → mZimmerli
300 ⋅ 9,9 ∆hZimmerli = = 37 m. 80
Opmerking Wanneer een kandidaat de snelheid van de groep heeft gebruikt, vervalt de eerste deelscore.
De luchtweerstand is niet verwaarloosbaar, waardoor Zimmerli bij deze recordpoging minder hoog kwam dan de maximale hoogte die hij zou kunnen bereiken. Op de uitwerkbijlage staan nog drie mogelijke verklaringen voor het niet bereiken van de maximale hoogte.
Vraag 12 2 punten
Geef op de uitwerkbijlage van elke verklaring aan of deze juist of onjuist is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- mogelijke verklaringen juist onjuist De blob neemt energie op. X De zwaartekracht remt Zimmerli af. X Zimmerli schiet schuin omhoog weg. X indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien één of geen antwoord juist (0) (2)
Kookstenen
In de prehistorie kookten mensen water figuur 1 met behulp van kookstenen. Deze stenen werden in hete as opgewarmd en daarna in een eikenhouten pot met koud water gedaan. Na enige tijd begon het water te koken. Zie figuur 1.
Archeologen van de Universiteit Leiden experimenteerden met deze methode. De stenen die zij gebruikten waren van graniet. Met behulp van een infrarood-thermometer kon de temperatuur van zo’n steen in de as bepaald worden omdat een hete steen infraroodstraling uitzendt. Zie figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
De temperatuur van de steen is 384 °C.
Vraag 13 3 punten
Bereken de golflengte van de straling die het meest door de steen wordt uitgezonden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: λmax = 4,41∙10−6 m
voorbeeld van een berekening: k 2,8978 ⋅10−3 λmaxT = k W → λmax = W = 4, 41 ⋅10− 6 m. = T ( 384 + 273)
Opmerking Als de tweede deelscore niet is gehaald, kan de derde deelscore nog wel worden behaald.
In figuur 3 staat een tabel met een aantal stofeigenschappen van materialen die in deze opgave een rol spelen.
[figuur 3: zie het originele examen] warmtegeleidings- dichtheid soortelijke warmte coëfficiënt
103 kg m−3 W m−1 K−1 103 J kg−1 K−1 graniet 2,7 3,5 0,82 basalt 3,0 1 0,88 eikenhout 0,78 0,4 2,4
De steen van graniet heeft een massa van 2,3 kg en een begintemperatuur van 384 °C. De steen koelt af in het water. Door de vrijgekomen energie wordt het water verwarmd van 18 °C tot het kookpunt van 100 °C. Verwaarloos het opwarmen van de houten pot en warmteverlies naar de omgeving.
Vraag 14 4 punten
Bereken de massa van het water dat met deze steen tot het kookpunt verwarmd kan worden.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: m = 1,6 kg
voorbeeld van een berekening: geldt: Qgraniet Qwater → cgraniet= Er= mgraniet ∆Tgraniet cwater mwater ∆Twater . Hieruit volgt: cgraniet mgraniet ∆Tgraniet 0,82 ⋅103 ⋅ 2,3 ⋅ (384
- 100) mwater = = = 1, 6 kg water. cwater ∆Twater 4,18 ⋅103 ⋅ (100
- 18)
Het experiment wordt herhaald onder dezelfde omstandigheden. Nu wordt een kooksteen van basalt gebruikt in plaats van de kooksteen van graniet. De begintemperatuur van beide kookstenen is even hoog.
Vraag 15 2 punten
Leg uit of de kooksteen van basalt zwaarder, lichter of precies even zwaar moet zijn als de kooksteen van graniet om dezelfde hoeveelheid water te verwarmen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Basalt heeft een grotere soortelijke warmte. Er is dus een kleinere massa basalt nodig om dezelfde hoeveelheid water op te warmen.
Opmerking Een antwoord gebaseerd op dichtheid: geen scorepunten toekennen.
De eikenhouten pot met water verliest in werkelijkheid wel warmte aan de omgeving.
De opwarmtijd van een bepaalde hoeveelheid water zal variëren onder verschillende omstandigheden. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met vijf verschillende situaties waarin steeds één omstandigheid verschilt. Alle overige omstandigheden blijven gelijk.
Vraag 16 3 punten
Geef in de tabel bij iedere gegeven situatie met een kruisje aan of de opwarmtijd langer of korter wordt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- opwarmtijd water opwarmtijd water situatie wordt langer wordt korter De kooksteen heeft een X groter oppervlak bij gelijke massa. De kooksteen heeft een X hogere begintemperatuur. De houten pot wordt X afgedekt met een deksel. De houten pot is breder X en minder diep. De pot is gevuld met dezelfde hoeveelheid water. De bodem waar de X houten pot op staat is bevroren. indien vijf antwoorden juist (3) indien vier antwoorden juist (2) indien drie antwoorden juist (1) indien minder dan drie antwoorden juist (0) (3)
De warmtestroom door de wand van de eikenhouten pot is het grootst als het water aan de kook is. De archeologen hebben de oppervlakte van de wand van de pot geschat op 1 ∙ 103 cm2 en de dikte van de wand op 3 cm. De temperatuur van de buitenlucht is 20 °C.
Vraag 17 3 punten
Bereken de warmtestroom door de wand van de pot als het water aan de kook is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Wanneer gerekend met een waarde voor λ tussen 0,3 en 0,5 W m−1 K−1 (Binas), dit niet aanrekenen.
Oude horloges
In de jaren ’60 en ’70 kwamen er horloges op de markt waarin nieuwe technische ontwikkelingen werden toegepast. Eén van de ontwikkelingen was gericht op de nauwkeurigheid van de horloges. Horloges werkten tot dan toe mechanisch; de wijzers werden daarbij aangedreven door een veer. Een horlogemaker kwam in 1960 met de ‘Accutron’, het eerste elektronische horloge. Het horloge maakte gebruik van een stemvork. Zie figuren 1 en 2. De harmonische trilling van de stemvork werd gebruikt om de draaisnelheid van de wijzers te regelen.
figuur 1 figuur 2
Vraag 18 1 punt
Hoe noemt men de frequentie waarmee de stemvork trilt na het aanslaan?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Opmerking Alleen resonantie: geen scorepunt toekennen.
Op de uitwerkbijlage zie je een oscillogram van de stemvork. Hierin is de uitwijking uitgezet tegen de tijd. Eén hokje staat voor 1,0 ms. De mens hoort frequenties tussen 20 Hz en 20 kHz.
Vraag 19 3 punten
Toon met behulp van het oscillogram aan of de toon van de stemvork in het hoorbare gebied ligt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een antwoord: (3)
De NASA wilde deze techniek ook gebruiken voor klokken in de ruimtevaart. Een stemvork kun je beschouwen als een massa-veersysteem met een bepaalde veerconstante C. Voor de nauwkeurigheid van de klok is het belangrijk dat de trillingstijd van de stemvork heel constant is.
Vraag 20 2 punten
Leg uit of de NASA voor de stemvork in deze klok rekening moest houden met een andere trillingstijd in de ruimte dan op aarde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: In een massa-veersysteem (met een bepaalde C) hangt T alleen af van m. Hierin is m onafhankelijk van de plaats. Dus T is dan overal hetzelfde; de NASA hoeft geen rekening te houden met een andere T in de ruimte.
Een andere nieuwe ontwikkeling figuur 3 had te maken met de afleesbaarheid van horloges. De wijzers en getallen werden geverfd met een mengsel van promethium- 147 en zinksulfide zodat deze oplichtten in het donker. Op de wijzerplaat werd dit aangegeven met een ℗. Zie figuur 3.
Promethium-147 (Pm-147) is een radioactieve stof die alleen β-straling uitzendt.
Vraag 21 3 punten
Geef de vergelijking van de vervalreactie van promethium-147.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord:
147 147 (0)
61 Pm → 62 Sm + −1 e
De wijzers zenden ook röntgenstraling uit. Deze is niet afkomstig van het promethium-147. De behuizing van het horloge is gemaakt van ijzer. Het ioniserend vermogen van β-straling is groter dan dat van röntgenstraling. Toch blijkt de röntgenstraling voor (de pols van) de drager van het horloge een groter risico dan de β-straling.
Vraag 22 2 punten
Leg uit hoe dit komt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: β-straling komt (blijkbaar) niet of nauwelijks door de behuizing heen. Röntgenstraling komt er door het grote doordringende vermogen wel doorheen.
De röntgenstraling heeft een energie van 0,05 MeV per foton. De dikte van het ijzer aan de achterzijde van het horloge is 1,47 mm.
Vraag 23 3 punten
Omcirkel in de tabel op de uitwerkbijlage hoeveel procent van de röntgenstraling de achterkant van het horloge doorlaat. Licht je antwoord toe.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: 0 tot 20%
voorbeelden van een antwoord:
methode 1 (Binas) De halveringsdikte van ijzer bij 0,05 MeV is 0,049 cm. 0,147 Er is dus = 3, 0 maal gehalveerd. 0, 049 Dus 100 ⋅ ( 12 )3 = 12,5% van de röntgenstraling dringt door de achterzijde van het horloge, dus 0 tot 20%.
of
methode 2 (Sciencedata) De halveringsdikte van ijzer bij 0,05 MeV is 0,045 cm. Voor 3 keer halveren is een ijzerdikte van 3 ∙ 0,045 = 0,135 cm = 1,35 mm nodig. Dan zou 12,5% van de röntgenstraling overblijven. De achterkant van het horloge is nog dikker, dus er blijft nog minder over, dus 0 tot 20%.
Opmerkingen
- Bij een juist antwoord waarbij dit niet is omcirkeld in de tabel, dit niet aanrekenen.
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Het deel van de pols dat wordt bestraald door de röntgenstraling heeft een massa van 75 gram en ontvangt gedurende een jaar gemiddeld
25 röntgenfotonen per seconde. De stralingsweegfactor voor röntgenstraling is gelijk aan 1. De jaarlijkse dosislimiet voor ledematen bedraagt 50 ∙ 10−3 Sv.
Vraag 24 5 punten
Toon aan of de equivalente dosis als gevolg van het dragen van het horloge onder deze jaarlijkse dosislimiet blijft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Per seconde ontvangt de pols een energie van
E = 25 · 0,05 = 1,25 MeV. Dit komt overeen met 1, 25 ⋅1, 6 ⋅10−13 = 2, 0 ⋅10−13 J.
E 2, 0 ⋅10−13 D = = = 2, 7 ⋅10−12 Gy per seconde. m 0, 075 Uit H = wR D volgt per jaar: H = 365 ⋅ 24 ⋅ 3600 ⋅1 ⋅ 2, 7 ⋅10−12 = 8 ⋅10−5 Sv. Het dragen van het horloge blijft dus (ruimschoots) onder de limiet van 50∙10−3 Sv.
Opmerkingen
- Het gebruik van H = wR D mag ook impliciet.
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Elysium
In de film ‘Elysium’ uit 2013 is een enorm, figuur 1 ringvormig ruimtestation te zien waarvan de rand bewoond wordt. Zie figuur 1. In deze opgave worden twee waarnemingen uit de film op natuurkundige juistheid gecontroleerd.
Het ruimtestation ‘Elysium’ draait in een cirkelbaan rond de aarde. Als de hoogte van Elysium boven het aardoppervlak bekend is, is het mogelijk om de baansnelheid van Elysium rond de aarde uit te rekenen.
Vraag 25 1 punt
Hoe kun je die baansnelheid uitrekenen?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
In de film lijkt het erop dat Elysium zich voortdurend boven hetzelfde punt van de aarde bevindt. In dat geval zou Elysium zich in de geostationaire baan moeten bevinden.
Voor de cirkelvormige baan van een object om een planeet geldt:
r 3 GM = T 2 4π 2
Hierin is:
- r de straal van de cirkelbaan;
- T de omlooptijd;
- G de gravitatieconstante;
- M de massa van de planeet.
De geostationaire baan bevindt zich op een hoogte van 36 ·103 km boven het aardoppervlak.
Vraag 26 4 punten
Toon aan dat die baan geostationair is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: De afstand r van de geostationaire baan tot het middelpunt van de aarde is gelijk aan 6,371∙106 + 36 ∙ 106 = 42 ∙ 106 m. Er geldt: r 3 GM 2 4π 2 r 3 4π 2 ⋅ (42 ⋅106 )3 2 = (2) → T = = −11 (24) = 7,53 ⋅109 → T 4π GM 6, 674 ⋅10 ⋅ 5,972 ⋅10 T 8, 7 ⋅104 s. = 8, 6 ⋅104 Dit (komt overeen met = 24 h en) is de tijd waarin de aarde één 3, 60 ⋅103 keer rond zijn as draait.
r 3 GM
Opmerkingen
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
- Als geen rekening is gehouden met RA, vervallen de tweede en vierde deelscore.
Om te controleren of Elysium in de geostationaire baan zit is een andere waarneming uit de film te gebruiken. In de film lijkt Elysium vanaf de aarde gezien even groot als de maan. Dat betekent dat je Elysium en de maan allebei onder dezelfde hoek α vanaf de aarde ziet. Zie figuur 2. Deze figuur is niet op schaal. De diameter van het ruimtestation is 64 ∙ 103 m. De maan heeft een diameter van 3,5 ∙ 106 m.
[figuur 2: zie het originele examen] Aarde Elysium α
64∙103 m
geostationaire hoogte?
Aarde Maan α
3,5∙106 m
3,8∙108 m
Vraag 27 2 punten
Toon met figuur 2 aan of uit deze waarneming volgt dat Elysium zich in de geostationaire baan bevindt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een antwoord:
methode 1 Als Elysium even groot lijkt als de maan, moeten de twee gegeven driehoeken gelijkvormig zijn. Er geldt dan voor de hoogte waarop Elysium zich moet bevinden: DM hM 3,5 ⋅106 3,8 ⋅108 = → = → DElysium hElysium 64 ⋅103 hElysium 6,9 ⋅106 m (= 6,9 ⋅103 km). hElysium = Dit is lager dan de geostationaire baan.
- inzicht dat geldt = (1) DElysium hElysium
- completeren en consequente conclusie (1p)
of
methode 2 Voor de hoek waaronder je de maan ziet geldt: 3,5 ⋅106 tan= α α 0,53°. →= 3,8 ⋅108 Voor de hoek waaronder je Elysium ziet als deze zich in de geostationaire baan zou bevinden geldt:
64 ⋅103 tan= α α 0,10°. →=
36 ⋅106 Deze hoeken zijn niet hetzelfde, Elysium kan zich dus niet in de geostationaire baan bevinden.
diameter
Opmerkingen
- Wanneer is gerekend met de sinus (kleine hoekenbenadering), dit niet aanrekenen.
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.
In een baan om de aarde ervaar je geen normaalkracht; je bent gewichtloos. Elysium draait als een wiel met constante baansnelheid om zijn as S. Zie figuur 1. Een bewoner in de ring ervaart hierdoor wel een normaalkracht waardoor het lijkt alsof hij op het aardoppervlak staat. Deze normaalkracht werkt als middelpuntzoekende kracht.
Vraag 28 1 punt
Geef aan in welk plaatje I, II, III, IV of V de kracht of de krachten op de bewoner als gevolg van het draaien van de ring juist is of zijn weergegeven. I II III
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- antwoord: II (1)
IV V
In de film ervaart een bewoner van de ring van Elysium dezelfde normaalkracht als hij op het aardoppervlak zou ervaren. Om dat effect te bereiken zou de rand van Elysium met een baansnelheid van 5,8∙102 m s−1 om S moeten draaien. In de film is te zien dat Elysium om zijn eigen as draait. In 3,2 s draait het station over een hoek van 3,0 graden. Na 360 graden draaien heeft Elysium een volledige omwenteling afgelegd. De straal van Elysium is
32 km.
Vraag 29 3 punten
Toon met een berekening aan of uit deze waarneming blijkt dat de rand van Elysium met de benodigde 5,8 ∙ 102 m s−1 draait.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een berekening:
2πr 360 Er geldt: v = met T = ⋅ 3, 2 = 384s. T 3, 0 2π ⋅ 32 ⋅103 v Dus= = 5, 2 ⋅102 m s −1. 384 Dit is minder dan de benodigde snelheid.
2πr
Opmerking Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2019, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-19-1-o
Andere examens natuurkunde havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1?
Het centraal examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1 telt 29 vragen. De meeste vragen gaan over beweging (5), straling (5) en energie en arbeid (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2019, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2019/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-19-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2019, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.