Eindexamen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Lassen, De maan Europa, Kitmarker, 10 keer zo groot als de halveringsdikte van aluminium., Sprong van Luke Aikins, Cicaden.
Het centraal examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over straling (6), geluid en trillingen (5) en krachten (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Straling | 9, 13-14, 16-18 | 6 |
| Geluid en trillingen | 26-30 | 5 |
| Krachten | 7, 20, 22, 24 | 4 |
| Astrofysica | 8, 10-12 | 4 |
| Warmte | 1-3 | 3 |
| Elektriciteit | 4-6 | 3 |
| Beweging | 21, 25 | 2 |
| Magnetisme | 15 | 1 |
| Grootheden en eenheden | 19 | 1 |
| Energie en arbeid | 23 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018: dit examen vroeg minder over energie en arbeid (3% van de vragen, gemiddeld 11%).
Opgaven en correctievoorschrift
- Opgaven
- Uitwerkbijlage
- Correctievoorschrift
- Aanvulling correctievoorschrift
- Tweede aanvulling correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Lassen
Voor deze opgave moet je gebruikmaken van de tabel met stofeigenschappen van ijzer in figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen] stofeigenschap waarde dichtheid 7,87∙103 kg m−3 elasticiteitsmodulus 2,20∙1011 Pa smeltpunt 1,811∙103 K soortelijke warmte 0,46∙103 J kg−1 K−1 soortelijke weerstand 1,05∙10−7 Ω m treksterkte 3,5∙108 Pa warmtegeleidingscoëfficiënt 80,3 W m−1 K−1
Lassen is een techniek om figuur 2 metalen delen aan elkaar te bevestigen. Dit kan door die delen met een brander zo te verhitten dat op de plek van de verhitting het materiaal van beide delen smelt en vervolgens na afkoeling tot één geheel samen vast wordt. Zie figuur 2. Deze plek wordt een ‘las’ genoemd.
Vraag 1 1 punt
Hoe heet de tweede faseovergang in het beschreven lasproces?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: C
Het smeltpunt kan ook bereikt worden figuur 3 door een elektrische stroom door de metalen delen te laten lopen. Hiervoor wordt een puntlasapparaat gebruikt. Een puntlasapparaat levert een hoge stroomsterkte bij een lage spanning over twee elektroden. Twee plaatjes ijzer worden met een puntlasapparaat aan elkaar gelast. Zie figuur 3. De plaatjes worden op elkaar gelegd en krachtig op elkaar gedrukt door de twee elektroden.
Als de elektroden tegen de plaatjes worden gedrukt gaat er een stroom I door het ijzer tussen de elektroden lopen. Het ijzer tussen de elektroden is bij benadering cilindervormig. Zie figuur 4a. De ijzeren plaatjes tussen de elektroden zijn samen 1,8 mm dik en raken elkaar alleen tussen de elektroden. De oppervlakte A waarmee de ijzeren plaatjes elkaar raken, is 6,4·10−5 m2; deze is even groot als de oppervlakte van de punt van een elektrode. Zie figuur 4a en 4b.
figuur 4a
figuur 4b
Over de plaatjes staat een spanning van 0,20 V. De stroomsterkte door het ijzer is op dat moment gelijk aan 68 kA.
Vraag 2 3 punten
Toon dat aan met een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een berekening: Voor de elektrische weerstand geldt: ρ λ 1, 05 ·10−7 ·1,8 ·10−3 R= = −5 = 2,95 ·10−6 Ω.
A 6, 4 ·10 Hieruit volgt: U 0, 20 I= = = 6,8 ·10 4 A (= 68 kA). R 2, 95 ·10 −6
De massa van het cilindervormige deel ijzer tussen de elektroden is 9,1∙10−4 kg. Het ijzer heeft een begintemperatuur van 20 °C. Van de warmte die ontstaat tussen de elektroden wordt 15% gebruikt om het ijzer tussen de elektroden tot het smeltpunt te verhitten. De weerstand van het ijzer tussen de elektroden wordt als constant beschouwd.
Vraag 3 5 punten
Bereken na hoeveel tijd het ijzer begint te smelten.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: t = 0,31 s
voorbeeld van een berekening: Voor de warmte die het ijzer heeft opgenomen geldt: Q = cmΔT = 0, 46 ·103 · 9,1·10−4 · (1811
- 293) = 6,35 ·102 J.
Voor de warmte die de elektroden leveren geldt: Q = E = η Pt = ηUIt
2 3 6,35 ·102 6,35 ·10 = 0,15 · 0, 20 · 68 ·10 · t → t = = 0,31 s. 2, 04 ·103
Opmerking Als er verkeerd is omgerekend van °C naar K vervalt de tweede deelscore en is de laatste deelscore nog wel te behalen.
Vaak worden meerdere lassen naast elkaar gemaakt. Zie figuur 5 en schematisch in figuur 6. De elektrische spanning over de elektroden is voor iedere las even groot.
[figuur 5: zie het originele examen]
[figuur 6: zie het originele examen]
De platen raken elkaar alleen op de lassen. Zie figuur 6.
Vraag 4 2 punten
Leg uit of de stroomsterkte door de elektroden tijdens het maken van meerdere lassen naast elkaar groter wordt, kleiner wordt of gelijk blijft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Met iedere extra las wordt de geleidbaarheid G tussen de plaatjes groter. Er geldt I = GU. De stroom I neemt toe (bij een gelijke spanning U).
In werkelijkheid blijft de weerstand figuur 7 van het ijzer tussen de elektroden niet constant gedurende het vormen van een las (de ‘lastijd’). Zie figuur 7.
Vraag 5 2 punten
Leg met behulp van figuur 7 uit of ijzer een PTC-materiaal of een NTC-materiaal is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Tijdens het toenemen van de lastijd neemt de temperatuur in de las toe. Volgens de figuur neemt de weerstand van het materiaal dan ook toe. Dit is een eigenschap van PTC-materiaal.
De koperen elektroden worden heet tijdens het lassen. Ze moeten daarom gekoeld worden door er met slangen water doorheen te pompen. Zie figuur 8.
[figuur 8: zie het originele examen]
Op de uitwerkbijlage staan drie stellingen over het heet worden van de elektroden.
Vraag 6 2 punten
Geef op de uitwerkbijlage per stelling met een kruisje aan of deze waar of niet waar is.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het heet worden van de elektroden waar niet waar wordt veroorzaakt door: het hoge smeltpunt van het koper X van de elektroden de elektrische weerstand van de X koperen elektroden de grote kracht die de elektroden X uitoefenen op de ijzeren platen indien drie antwoorden goed (2) indien twee antwoorden goed (1) indien één of geen antwoord goed (0) (2)
Als de las is afgekoeld zijn de ijzeren plaatjes op die plek tot één geheel met elkaar verbonden. De oppervlakte A van de las is 6,4·10−5 m2. Op de las kan een trekkracht F uitgeoefend worden. Zie figuur 9.
[figuur 9: zie het originele examen]
Vraag 7 2 punten
Bereken de maximale trekkracht F op de las zonder dat de las breekt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: F = 2, 2 ·104 N
voorbeeld van een berekening: Er geldt: F = σ A = 3,5 ·108 · 6, 4 ·10−5 = 2, 2 ·104 N.
De maan Europa
De planeet Jupiter heeft meerdere manen. Zie figuur 1. Deze figuur is niet op schaal. Een van deze manen heet Europa. Gegevens over de maan Europa zijn te vinden in Binas-tabel 31 of Sciencedata-tabel 3.3a.
[figuur 1: zie het originele examen]
De straal van de baan van Europa is 670,9 ·106 m.
Vraag 8 3 punten
Bereken de baansnelheid van Europa rond Jupiter.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: v = 1,374 ·104 m s −1
voorbeeld van een berekening: De omlooptijd van Europa is 3,551 ∙ 24 ∙ 3600 = 3,0681 ∙ 105 s (Binas-tabel 31 of Sciencedata-tabel 3.3a). 2πr 2π · 670,9 ·106 Er geldt: v = = (5) = 1,374 ·104 m s −1. T 3, 0681 ·10
De oppervlaktetemperatuur van Europa is 173 K. Dit is bepaald door λmax te meten van het infraroodspectrum dat deze maan uitzendt.
Vraag 9 3 punten
Bereken de frequentie die hoort bij deze λmax.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: f = 1, 79 ·1013 Hz
voorbeeld van een berekening: 2,898 ·10 −3 Er geldt: λmaxT = k W → λmax = = 1, 675 ·10 −5 m. 173 c 2,998 ·108 Dus: f = = −5 = 1, 79 ·1013 Hz. λ 1, 675 ·10
Sommige wetenschappers denken dat de temperatuur onder het oppervlak van Europa veel hoger is dan 173 K. Hun verklaring hiervoor is de voortdurende verandering van de gravitatiekracht op de maan Europa. In figuur 2 zijn Jupiter en Europa getekend. Deze figuur is niet op schaal. Op de maan Europa zijn twee punten gemarkeerd met ‘a’ en ‘b’.
[figuur 2: zie het originele examen]
De gravitatiekracht die Jupiter op Europa uitoefent is in punt a niet even groot als in punt b. Hierdoor wordt Europa een beetje vervormd. Dit is schematisch weergegeven in figuur 3.
[figuur 3: zie het originele examen]
Vraag 10 2 punten
Beredeneer met behulp van de formule voor de gravitatiekracht welke figuur (I of II) de vervorming van Europa het best weergeeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: figuur II
voorbeeld van een antwoord: Mm Voor de gravitatiekracht geldt: Fg = G . De gravitatiekracht op een r2 massa m wordt dus kleiner als de afstand r tot Jupiter groter wordt. (Europa wordt dus harder aangetrokken in punt a dan in punt b.) Dit komt het best overeen met figuur II.
Behalve Jupiter oefenen ook de manen Ganymedes en Io een (kleine) gravitatiekracht uit op Europa. Omdat deze drie manen ten opzichte van elkaar in beweging zijn, veranderen deze gravitatiekrachten steeds. De wetenschappers denken dat de maan Europa zo ‘gekneed’ wordt. Hierbij zou dan warmte ontstaan waardoor de temperatuur in het inwendige van Europa kan stijgen.
In figuur 4 is de stand van de drie manen op een bepaald moment t = 0 weergegeven. Neem aan dat Jupiter stilstaat en dat de drie manen in een cirkelbaan in de aangegeven richting bewegen. Op t = 3,55 d heeft de maan Io 2,0 omwentelingen om Jupiter gemaakt en is de stand zoals in figuur 5. Figuur 4 en 5 zijn niet op schaal.
figuur 4 figuur 5
Vergelijk de resulterende kracht op (het zwaartepunt van) Europa in figuur 5 met die in figuur 4.
Vraag 11 1 punt
Welke uitspraak is waar?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: A
De omlooptijden van de manen van Jupiter hebben een vaste verhouding tot elkaar. Er geldt:
TIo : TEuropa : TGanymedes = 1: 2 : 4
Figuur 4 en figuur 5 staan ook op de uitwerkbijlage.
Vraag 12 4 punten
Teken in de derde figuur op de uitwerkbijlage de stand van de manen op t = 5,32 d. Leg je antwoord uit met behulp van een berekening.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een berekening:
methode 1 3,55 De omlooptijd van Io is = 1, 78 d. Hieruit volgt voor Europa een 2, 0 omlooptijd van 2 ·1, 78 = 3,55 d en voor Ganymedes 4 ·1, 78 = 7,10 d. 5,32 Voor het aantal omwentelingen op t = 5,32 d geldt dan voor Io = 3, 0 ; 1, 78 5,32 5,32 voor Europa = 1,5 en voor Ganymedes = 0, 75 . 3,55 7,10
- standen van de drie manen consequent en tegen de klok in ingetekend (1p)
of
methode 2 De omlooptijden TIo , TEuropa en TGanymedes hebben de verhouding 1:2:4. Dat betekent dat het aantal omwentelingen in een bepaalde tijd de omgekeerde verhouding 4:2:1 heeft. Na 3,55 d heeft Io 2,0 omwentelingen gemaakt, dus tussen 3,55 d en 5,32 d is dat nog 1,0 omwenteling extra. 1, 0 In diezelfde tijd heeft Europa nog = 0, 5 omwenteling extra gemaakt en 2 1, 0 Ganymedes = 0, 25 omwenteling extra. 4 Tegen de klok in draaiend levert dat:
- inzicht dat de verhouding in omloopfrequentie omgekeerd evenredig is aan de verhouding in omlooptijd (1p)
- inzicht dat vanuit het aantal omlopen van Io (of Europa) het aantal omlopen van de andere manen kan worden berekend (1p)
Opmerkingen
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
- Als wordt uitgegaan van TIo : TEuropa : TGanymedes = f Io : f Europa : fGanymedes : maximaal 2 scorepunten toekennen.
- Als voor vraag 8 een verkeerde waarde is gebruikt voor de omlooptijd van Europa en er hier mee is verder gerekend: niet opnieuw aanrekenen.
Kitmarker
Een kitmarker is een permanente figuur 1 lichtbron die aan een sleutelbos gehangen kan worden. Zie figuur 1. Zo zijn sleutels in het donker terug te vinden. Een kitmarker heeft geen batterij. Het is een glazen buisje met daarin gasvormig H-3 (tritium). Tritium is een β-straler.
Vraag 13 3 punten
Geef de vergelijking van de vervalreactie van tritium.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- bètadeeltje rechts van de pijl (1)
- He als vervalproduct, mits verkregen via kloppende atoomnummers (1)
- aantal nucleonen links en rechts gelijk (1)
De binnenkant van de glazen buis is voorzien van een speciale verflaag. De vrijgekomen straling uit het tritiumverval zorgt ervoor dat de verflaag groenblauw licht gaat uitzenden. De fotonen van dit zichtbare licht hebben een energie van 2,5 eV.
Vraag 14 3 punten
Bereken de frequentie van deze fotonen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: f = 6,0 ∙ 1014 Hz
voorbeeld van een berekening:
E 2,5 ·1, 60 ·10−19 Er geldt: f = = −34 = 6, 0 ·1014 Hz. h 6, 63 ·10
De uitgezonden β-deeltjes passeren de positieve kernen van het tritium. Hierbij verandert de richting van de baan van het β-deeltje.
Vraag 15 1 punt
In welke figuur is een mogelijke verandering van de richting van de baan juist weergegeven?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Antwoord: D (1)
A B C D
Bij de verandering van de baan van een β-deeltje komt energie vrij. Deze energie komt vrij als een foton met een energie van 1,0 ∙10−2 MeV. Dit foton wordt ook door de kitmarker uitgezonden.
Vraag 16 1 punt
Welke soort elektromagnetische straling is dit?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: B
10 keer zo groot als de halveringsdikte van aluminium.
Achter aluminium plaatjes van diverse diktes meet de onderzoeker de intensiteit van de straling afkomstig van de kitmarker. Hij meet met een GM-teller het aantal pulsen per minuut. Zijn metingen zijn uitgezet in een diagram. Zie figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
Ten slotte heeft hij de achtergrondstraling bepaald. Deze is 1,00∙103 pulsen per minuut. Figuur 2 is ook op de uitwerkbijlage weergegeven.
Vraag 17 4 punten
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de halveringsdikte voor de straling van de kitmarker in menselijk lichaamsweefsel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: d 12 = 14 mm
voorbeeld van een bepaling: Zonder aluminium is de intensiteit van de kitmarker gelijk aan 6, 00 ·103
- 1, 00 ·103 = 5, 00 ·103 pulsen per minuut. Na een halvering is dat 5, 00 ·103 = 2, 50 ·103 pulsen per minuut. 2 Het diagram moet afgelezen worden bij 2,50 ·103 + 1, 0 ·103 = 3,50 ·103 pulsen per minuut. Hieruit volgt dat de halveringsdikte voor aluminium gelijk is aan 1,43 mm. De halveringsdikte voor menselijk weefsel is dan gelijk aan 1, 43 ·10 = 14 mm.
Opmerkingen
- Als de achtergrondstraling eenmaal juist wordt toegepast vervalt alleen de eerste deelscore.
- Als er geen rekening wordt gehouden met de achtergrondstraling of als deze twee keer onjuist wordt verrekend vervallen de eerste en de laatste deelscore.
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
De onderzoeker neemt aan dat iemand de kitmarker 8,0 uur per dag in zijn zak heeft. De bestraalde lichaamsmassa is 1,5∙102 gram. Deze massa absorbeert per seconde de energie van 1,25∙103 fotonen. De weegfactor voor deze straling is 1. Ieder foton heeft een energie van 1,6∙10−15 J. De equivalente dosislimiet voor dit deel van het lichaam is
50 mSv per jaar.
Vraag 18 4 punten
Toon met een berekening aan of de opgelopen straling beneden de jaarlijkse equivalente dosislimiet blijft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord:
methode 1 Voor de energie die de bestraalde lichaamsmassa in een jaar absorbeert geldt: Etotaal = Ef · A · t = 1,6 ·10−15 ·1, 25 ·103 · (365 · 8, 0 · 3600) = 2,10 ·10−5 J.
H = wR D = wR = 1· = 1, 4 ·10−4 Sv (= 0,14 mSv). m 0,15 Dit is minder dan de jaarlijkse equivalente dosislimiet.
H f = wR D = wR f = 1· = 1, 07 ·10−14 Sv. m 0,15 Voor het jaarlijkse dosisequivalent geldt dan:
H totaal = H f · A · t = 1, 07 ·10−14 ·1, 25 ·103 · (365 · 8, 0 · 3600) = 1, 4 ·10−4 Sv (= 0,14 mSv). Dit is minder dan de jaarlijkse equivalente dosislimiet.
Opmerkingen
- Het gebruik van H = wR D mag ook impliciet.
- Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Sprong van Luke Aikins
In 2016 sprong skydiver Luke Aikins zonder parachute vanaf een hoogte van bijna 8 km recht naar beneden. Boven de grond was een groot net opgespannen om hem veilig op te vangen. Zie figuur 1 en 2.
figuur 1 figuur 2
Aikins ondervond een luchtweerstandskracht. Hiervoor geldt:
Fw = kAv 2
Hierin is:
- k een constante;
- A de frontale oppervlakte van Aikins;
- v de snelheid ten opzichte van de lucht.
Vraag 19 2 punten
Leid de eenheid van k af in (grond)eenheden van het SI zoals vermeld in Binas-tabel 3a of Sciencedata-tabel 1.3a.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Fw N N s 2 kg [ ] k = = = = 3. [ ]
Dankzij de luchtweerstandskracht bereikte hij na verloop van tijd een constante snelheid van 54 m s−1. Zijn massa is 75 kg en zijn frontale oppervlakte is 0,80 m2.
Vraag 20 2 punten
Bereken de waarde van k.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: k = 0,32 (kg m−3 )
voorbeeld van een berekening: Er geldt: Fw = (−) Fz . mg 75 · 9,81 Hieruit volgt: k = (2) = (2) = 0, 32 (kg m −3 ). Av 0,80 · 54
Opmerking Als er een verkeerde eenheid is vermeld voor k: dit niet aanrekenen.
Tijdens de laatste 1,0 kilometer op weg naar het net was Aikins’ valsnelheid 54 m s−1. Ook was er zijwind die hem een constante horizontale snelheid zou geven van 4,9 km h−1. Aikins moest tijdens zijn val daarom bijsturen op weg naar het net.
Vraag 21 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Bereken de valtijd waarin Aikins de 1,0 kilometer naar het net aflegde.
- Bereken hoe ver Aikins zou afwijken van de koers als hij niet zou bijsturen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomsten: t = 19 s en s = 25 m
voorbeeld van een berekening: h 1, 0 ·103
- t= = = 19 s. vv (54) 4,9
- s = vh th = ·19 = 25 m. 3,6
Een landing op de buik is gevaarlijk. Aikins moest daarom vlak voor de landing draaien. Dat deed hij door een van zijn handen dichter bij zijn lichaam te houden. In figuren 3 en 4 is dat weergegeven. Aikins wordt hierbij als stilstaand beschouwd, terwijl de bewegende lucht weerstandskracht op zijn beide handen uitoefent. Andere krachten worden niet meegenomen.
figuur 3 figuur 4
Op beide handen werken even Aikins buigt één hand dichter naar grote luchtweerstandskrachten. De zich toe. De grootte van de werklijnen en aangrijpingspunten luchtweerstandskrachten op zijn van deze krachten zijn handen blijft constant. Hierdoor weergegeven in de figuur. ontstaat een verschil in moment links Aikins is hierbij in evenwicht. en rechts. Als gevolg van het buigen begint Aikins te draaien rondom draaipunt D, in de richting van de kracht met het grootste moment.
Op de uitwerkbijlage staan figuren 3 en 4 en twee invulzinnen.
Vraag 22 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Teken op de uitwerkbijlage in beide figuren de luchtweerstandskrachten op de handen. Teken alle krachten in de juiste onderlinge verhouding.
- Teken in beide figuren de armen die horen bij deze krachten.
- Omcirkel in iedere zin het goede antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
- inzicht dat iedere arm de kortste afstand tussen D en werklijn is (1p)
Doordat Aikins één hand naar zich toe buigt, wordt het moment van de luchtweerstandskracht op die hand kleiner. Aikins begint hierdoor te draaien in de richting van Q.
Opmerking Als de krachtvectoren naar beneden zijn getekend moet de kandidaat consequent hebben gekozen voor draairichting P.
Van de landing in het net is een videometing gemaakt. Zie figuur 5.
[figuur 5: zie het originele examen]
1 2
3 4
Het net remde Aikins af van 54 m s−1 tot stilstand. Tijdens het afremmen legde Aikins nog 37 m naar beneden af. Verwaarloos de arbeid door de luchtwrijvingskracht tijdens het remmen.
Vraag 23 4 punten
Bereken de energie die het net geabsorbeerd heeft.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: Enet = 1, 4 ·105 J
voorbeeld van een berekening: Er geldt: Enet = 12 mv 2 + mgh Enet = 12 · 75 · 542 + 75 · 9,81· 37 Enet = 1, 4 ·105 J
Opmerking Als het inzicht, genoemd in de eerste deelscore, ontbreekt, vervalt ook de laatste deelscore.
Het net moest aan diverse eisen voldoen om Aikins veilig tot stilstand te brengen. Op de uitwerkbijlage staat een tabel met technische ontwerpoplossingen voor het net en natuurkundige concepten die daarbij een rol spelen.
Vraag 24 2 punten
Omcirkel bij elke ontwerpoplossing het beste bijbehorende natuurkundige concept.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- oplossing in ontwerp natuurkundig concept Het net is hoog opgehangen. remafstand Het net scheurt niet. treksterkte Het net veert niet terug. plastische vervorming indien drie antwoorden juist (2) indien twee of één antwoord(en) juist (1) indien geen antwoorden juist (0) (2)
Op de uitwerkbijlage staat het (v,t)-diagram van het laatste deel van de stunt van Aikins: het afremmen in het net. Ook staat op de uitwerkbijlage een tweede diagram. In dit diagram is af te lezen gedurende hoeveel tijd een mens een bepaalde vertraging veilig kan ondergaan voordat deze vertraging schadelijk wordt.
Vraag 25 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit met behulp van de grafieken op de uitwerkbijlage:
- Bepaal de grootte en de tijdsduur van de maximale vertraging die Aikins onderging.
- Toon aan of deze maximale vertraging veilig was voor Aikins.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomsten: a = 54,5 m s −2 (met een marge van 2 m s −2 ) Δt = 0, 72 s (met een marge van 0,05 s)
− voorbeeld van een bepaling: Met behulp van een raaklijn in het steilste deel van de (v,t)-grafiek kan de grootte en de duur van de vertraging bepaald worden. Hiervoor geldt: Δv 60, 0 a= = = 54,5 m s −2 . Δ t raaklijn 88, 60
- 87,50
De tijdsduur van deze vertraging is 88, 44
- 87, 72 = 0, 72 s.
voorbeeld van een antwoord: In het tweede diagram is te zien dat de maximale veilige vertraging bij 0,72 s gelijk is aan 93 m s−2 of dat de maximale vertraging van 54,5 m s −2 veel langer mag duren dan 0,72 s. Het afremmen van Aikins was dus veilig voor hem.
Δv
Opmerking Er hoeft voor de derde deelscore geen rekening gehouden te worden met significantie.
Cicaden
In het bos zijn in de zomer vaak cicaden te vinden. Zie figuur 1 en 2. Figuur 2 is hier op ware grootte.
figuur 1 figuur 2
De mannetjes van deze insectensoort produceren een hard geluid om vrouwtjes te zoeken.
Vraag 26 2 punten
Omcirkel in iedere zin op de uitwerkbijlage het goede antwoord.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- Het geluid gaat van een cicade-mannetje naar een cicade-vrouwtje via een lopende golf in de lucht. Deze golf is longitudinaal. per juist alternatief (1) (2)
De mannetjes produceren het geluid door het afwisselend samentrekken en ontspannen van een spier, waardoor een zogenaamde tymbaal van vorm verandert. Bij het aanspannen van de spier veroorzaakt die vormverandering van de tymbaal kortstondig een geluidspuls (de ‘in-klik’). Door de spier te ontspannen klapt de tymbaal weer terug en wordt opnieuw een korte geluidspuls gemaakt (de ‘uit-klik’). Zie figuur 3.
[figuur 3: zie het originele examen]
Van het geluid van een cicade is een oscillogram gemaakt. Zie figuur 4.
[figuur 4: zie het originele examen]
In figuur 4 is opeenvolgend het patroon van de geluidspuls van de in-klik en van de uit-klik te zien.
Het oscillogram is gemaakt met een meetapparaat dat voor de tijdsregistratie gebruikmaakt van een klok. De klok produceert om de
10 ms een piek. Die pieken zijn ook weergeven in figuur 4. Deze figuur staat ook op de uitwerkbijlage.
Vraag 27 3 punten
Bepaal de frequentie van het geluid van de uit-klik.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: f = 4,4 ∙ 102 Hz
voorbeeld van een bepaling:
methode 1 In de tijd van 4,0 periodes op de klok worden 17,5 periodes van de uit-klik gemaakt. 4, 0 ·10 ·10−3 Hieruit volgt: T = = 2, 29 ·10−3 s. 17,5
1 (1) f = = −3 = 4, 4 ·10 2 Hz. T 2, 29 ·10
1
- completeren van de bepaling (1p)
of
methode 2 In de tijd van 4,0 periodes op de klok worden 17,5 periodes van de uit-klik 17, 5 gemaakt, dus f = −3 = 4, 4 ·10 2 Hz. 4, 0 ·10 ·10
aantal periodes
Opmerking Als gebruikgemaakt is van T = 10 ms: maximaal 1 scorepunt toekennen.
Het geluid wordt door de buikholte versterkt.
Vraag 28 1 punt
Geef de naam van dit verschijnsel.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
- resonantie/resoneren (1)
In figuur 4 is te zien dat de amplitude van de trilling van de uit-klik afneemt.
Vraag 29 1 punt
Wat betekent dat voor het geluid dat bij die trilling hoort?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
De mannetjescicaden maken dit geluid om vrouwtjes te vinden. Een vrouwtje reageert door geluid te maken met haar vleugels. In het bos kunnen bomen het geluid blokkeren als de golflengte van het geluid korter is dan de breedte van een boom. Bij een langere golflengte buigt het geluid om de boom heen en is het ook achter de boom te horen. De temperatuur in het bos is 30 °C.
Vraag 30 3 punten
Bepaal de maximale frequentie van het geluid van het vrouwtje dat ook achter de boom uit figuur 1 te horen is. Schat daartoe eerst de dikte van die boom met behulp van figuur 1 en 2.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: f = 4 ∙ 103 Hz
voorbeeld van een bepaling: Met figuur 2 kan de lengte van deze cicade met vleugels bepaald worden op 4,8 cm. De diameter van de boom kan daarmee geschat worden op 10 cm. v 350 Hieruit volgt: λ = 0,1 m → f = = = 4 ·103 Hz. λ 0,1
Opmerking Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2021, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-21-1-o
Andere examens natuurkunde havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 1
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1?
Het centraal examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1 telt 30 vragen. De meeste vragen gaan over straling (6), geluid en trillingen (5) en krachten (4).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2021, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2021/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-21-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2021, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.