Eindexamen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Gasniveau meten, Noodstopstrook, Kosmische explosie, Radioactieve rook, Zelfbouw zaklamp.

Kort antwoord

Het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over golven (5), beweging (3) en krachten (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Golven2-5, 155
Beweging6-83
Krachten9-113
Licht en lenzen13-14, 253
Straling17-193
Elektriciteit20-21, 243
Energie en arbeid1, 122
Warmte22-232
Astrofysica161

Vergeleken met andere jaren

Vergeleken met de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over golven (20% van de vragen, gemiddeld 2%) en licht en lenzen (12% van de vragen, gemiddeld 0%). Minder over geluid en trillingen (0% van de vragen, gemiddeld 14%) en straling (12% van de vragen, gemiddeld 18%).

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Gasniveau meten

Een gasbarbecue gebruikt gas uit een stalen gasfles als energiebron. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Hans en Sanne doen onderzoek naar verschillende methodes om te bepalen hoe vol een stalen gasfles is. Een lege gasfles kan gevuld worden met maximaal 6,1 kg vloeibaar propaan. Hans en Sanne hebben een barbecue met een vermogen van 15 kW. De stookwaarde van vloeibaar propaan is 13,8 kWh kg−1.

Vraag 1 4 punten

Bereken hoelang de barbecue kan branden als begonnen wordt met een volle gasfles. Noteer je antwoord in het juiste aantal significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: t = 5,6 h (= 2,0 ·104 s)

voorbeeld van een antwoord: Er geldt: Ech = rm m = 13,8 · 6,1 = 84, 2 kWh. De tijd dat de barbecue hier op kan branden is

Ze merken dat na een tijd barbecueën de buitenzijde van de fles koud aanvoelt en dat er waterdruppels op de fles ontstaan. Ze beredeneren dat het vloeistofpeil van het propaan ongeveer gelijk moet staan aan de bovenrand van de waterdruppels op de fles. Ze concluderen dat de fles afkoelt door de faseovergang van het propaan in de fles van vloeibaar naar gasvormig. Op de uitwerkbijlage staan twee zinnen.

Vraag 2 2 punten

Omcirkel in elke zin het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • De faseovergang van vloeibaar naar gasvormig propaan in de fles heet verdampen (1)
  • De faseovergang van waterdamp naar waterdruppels op de buitenzijde van de fles heet condenseren (1)

Wanneer Hans tegen de gasfles slaat, produceert deze een toon. Hij vraagt zich af of deze toon afhankelijk is van de vulstand van de fles. Tijdens het vullen van een fles bepaalt Hans de frequentie van de grondtonen die de gasfles produceert bij verschillende vulstanden, van leeg tot vol. Hiervan maakt hij een diagram. Hierin is de vulstand als percentage weergegeven. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Bij elke vulstand is er een laag gas boven de figuur 3 vloeistof. Hans denkt dat de tonen ontstaan door een staande golf in dit gas. Zie schematisch in figuur 3.

Vraag 3 3 punten

Leg met behulp van figuren 2 en 3 uit dat Hans ongelijk heeft.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: In figuur 2 is te zien dat de gemeten frequentie van de toon afneemt tijdens het vullen. Echter, in figuur 3 is te zien dat de golflengte van een staande golf in het propaangas zou afnemen tijdens het vullen. Hoe korter de golflengte, hoe hoger de frequentie van het geluid moet worden (bij gelijkblijvende geluidssnelheid).

Sanne heeft een andere verklaring voor de toon. Zij denkt dat de gasfles zelf als een soort snaar werkt. Op de omtrek van de gasfles ontstaat dan een staande golf met vier knopen K en vier buiken B, net als bij een trillend wijnglas. Zie figuur 4 en schematisch in figuur 5.

figuur 4 figuur 5

De gasfles is gemaakt van staal en heeft een omtrek van 72 cm. De frequentie van de toon van de lege gasfles is 1,50·103 Hz.

Vraag 4 4 punten

Toon met een berekening aan of de golfsnelheid in de verklaring van Sanne gelijk is aan de voortplantingssnelheid van geluid in staal bij kamertemperatuur.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Er passen 2 golflengtes op de omtrek van de fles. λ 0, 72 Dus: λ = = = 0,36 m.

2 (2) Hieruit volgt v = f λ = 1,50 ·103 · 0,36 = 5, 4 ·102 m s −1. De voortplantingssnelheid van geluid in staal is 5,1·10 3 m s−1 (Binas) of 5,79·103 m s−1 (Sciencedata). De golfsnelheid is dus niet gelijk aan de voortplantingssnelheid in staal.

λ

Hans en Sanne proberen of ze met behulp van figuur 2 de vulstand van een gedeeltelijk gevulde gasfles kunnen bepalen. Ze gebruiken een oscilloscoop-app. Met hun telefoon maken ze een oscillogram van de toon die ontstaat door het aanslaan van de fles. Zie het screenshot in figuur 6.

[figuur 6: zie het originele examen]

Vraag 5 3 punten

Bepaal met behulp van figuren 2 en 6 de vulstand (in %) van deze gasfles. Noteer je antwoord in twee significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: 45(%) (met een marge van 4%)

voorbeeld van een antwoord: Er worden 20,5 trillingen geproduceerd tussen 4,0 ms en 20,0 ms, dus 20, 0 ·10−3

  • 4, 0 ·10−3 T= = 7,80 ·10−4 s. 20,5

1 (1) Voor de frequentie geldt: f = = −4 = 1, 28 ·103 Hz. T 7,80 ·10 Aflezen in de ijkgrafiek levert een vulstand van 45%.

benodigde tijd (1)

Noodstopstrook

In bergachtige gebieden figuur 1 liggen naast snelwegen vaak noodstopstroken. Een noodstopstrook is een lange bak, gevuld met grind. Zie figuur 1.

Als de remmen van een vrachtwagen tijdens het afdalen weigeren, kan de chauffeur de noodstopstrook gebruiken. Hoe verder de vrachtwagen de strook oprijdt, hoe dieper de grindlaag wordt waar de vrachtwagen doorheen rijdt. De remkracht van het grind op de vrachtwagen neemt daardoor toe.

Van een remmende vrachtwagen in het grind is een (v,t)-diagram gemaakt. Zie figuur 2.

[figuur 2: zie het originele examen]

Figuur 2 is ook op de uitwerkbijlage afgedrukt.

Vraag 6 3 punten

Bepaal met de figuur op de uitwerkbijlage de minimale lengte van deze noodstopstrook. Noteer je antwoord in twee significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: s = 1, 6 ·102 m (met een marge van 0, 2 ·10 2 m )

voorbeelden van een antwoord: methode 1 De lengte komt overeen met de oppervlakte onder de grafiek tot t = 9,0 s. De bepaling van de oppervlakte levert 31,5 grote hokjes. Elk hokje komt overeen met 5, 0 ·1, 0 = 5, 0 m. Dus de lengte is 31,5 · 5, 0 = 1, 6 ·102 m.

  • completeren van de bepaling en significantie (1p)

of

methode 2 Voor de lengte geldt: s = vgem t . De gemiddelde snelheid is te bepalen uit de grafiek. Dit levert 17,5 m s−1. Dus voor de lengte geldt: s = 17,5 · 9, 0 = 1, 6 ·102 m s −1.

Opmerking Aan een antwoord uitgaande van s = vbegin t geen scorepunten toekennen.

Uit veiligheidsoverwegingen is een ontwerp-eis van een noodstopstrook dat de vertraging van de vrachtwagen niet groter mag zijn dan 0,90∙g. Figuur 2 is nogmaals op de uitwerkbijlage afgedrukt.

Vraag 7 5 punten

Toon met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage aan of de maximale vertraging onder de ontwerp-eis blijft. Laat in de figuur zien hoe je aan je antwoord komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Δv Er geldt: a = . Δt raaklijn De vertraging is het grootste op het steilste deel van de grafiek, dus op t = 9,0 s.

Δv 30, 0

  • 0 Hieruit volgt: a = = = 8,3 m s −2 . Δt raaklijn 9, 0
  • 5, 4 8,3 Dit is gelijk aan · g = 0,85 · g . 9,81 Deze vertraging is lager dan de ontwerp-eis.

In koude gebieden kan het grind aan elkaar vriezen, waardoor de vrachtwagen er niet meer zo ver in wegzakt. Figuur 2 is nogmaals op de uitwerkbijlage afgedrukt.

Vraag 8 2 punten

Schets in de figuur op de uitwerkbijlage de grafiek voor het afremmen van de vrachtwagen onder dezelfde omstandigheden op een bevroren noodstopstrook.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • de schets begint bij v = 25 m s −1 en toont een in de tijd voortdurend toenemende vertraging en langere remtijd (1)
  • uit de schets blijkt het inzicht dat de oppervlakte onder de grafiek groter is dan die van de oorspronkelijke grafiek (1)

In Canada is een nieuw ontwerp uitgewerkt voor een noodstopstrook waar vorst geen invloed op heeft. In plaats van grind worden vangnetten gebruikt om de vrachtwagen af te remmen. De vangnetten zitten vast aan trommels. In elke trommel bevindt zich een opgerolde stalen band waar de vangnetten aan zijn bevestigd. Zie figuren 3 en 4.

[figuur 3: zie het originele examen]

[figuur 4: zie het originele examen]

Als een vrachtwagen een net raakt, worden de banden uit de trommels getrokken. Iedere stalen band trekt tijdens het afrollen aan het net. Hierdoor ontstaat in het net een constante spankracht Fs. Dit is schematisch weergegeven in figuur 5. Deze figuur is niet op schaal.

[figuur 5: zie het originele examen]

Door de constante spankracht Fs werkt er een remkracht Frem op de vrachtwagen. Op de uitwerkbijlage zijn twee situaties, I en II, vereenvoudigd weergegeven. De klassieke grindstrook levert een steeds grotere remkracht als de vrachtwagen verder het grind in rijdt.

Vraag 9 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Construeer de remkracht Frem in situatie I.
  • Leg uit of Frem door het vangnet ook steeds groter wordt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: −

In situatie II maken de spankrachten een kleinere hoek met elkaar. De resultante van deze krachten wordt daardoor groter. De remkracht Frem wordt dus groter als de vrachtwagen verder het net inrijdt, (net als bij het grind).

Opmerking Als in situatie I alleen de hulplijnen zijn ingetekend, maar vector Frem is niet getekend, de eerste deelscore niet toekennen.

Een band rolt af bij een spankracht figuur 6 van 2,0·104 N. De band is gemaakt van roestvrij staal en wordt elastisch uitgerekt. De band is 5,0 cm breed en 3,0 mm dik. Zie figuur 6. Een ontwerp-eis is dat de band niet te ver mag uitrekken tijdens het afremmen.

Vraag 10 4 punten

Toon met een berekening aan of de toename van de lengte door rek kleiner is dan 10%.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Voor de spanning in de stalen band geldt:

F 2, 0 ·104 σ= = = 1,33 ·108 N m −2 .

A 5, 0 ·10−2 · 3, 0 ·10−3 De elasticiteitsmodulus van roestvrij staal is 0, 20 ·1012 Pa. σ 1,33 ·108 De relatieve rek in de kabel is dan gelijk aan ε = = = 6, 67 ·10−4.

Dit komt overeen met een relatieve rek van 6, 7 ·10−2 % , dus veel minder dan 10%. F

Opmerking Sciencedata geeft Ervs = 195 ·109 Pa.

Door de kracht van de vrachtwagen op het net rollen de stalen banden af. Om zware vrachtwagens te stoppen, worden er meerdere vangnetten achter elkaar opgehangen. Ieder net hangt aan meerdere trommels. Iedere trommel is identiek. In figuur 7 zijn drie vangnetten in een klein deel van de noodstopstrook te zien.

[figuur 7: zie het originele examen]

De noodstopstrook moet zowel lichte als zware vrachtwagens veilig kunnen afremmen. Om veiligheidsredenen mag de vertraging nooit groter zijn dan 0,90∙g, ongeacht het formaat van de vrachtwagen. Het eerste net is opgehangen aan minder trommels dan de overige netten.

Vraag 11 2 punten

Leg met de tweede wet van Newton uit waarom hiervoor is gekozen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Voor de tweede wet van Newton geldt: Fres = ma. Vrachtwagens met een kleine massa m ondervinden dus een grote vertraging. Door de remkracht van het eerste net kleiner te maken, wordt voorkomen dat bij kleine vrachtwagens de vertraging boven de maximaal toegestane a komt.

De drie vangnetten in figuur 7 zijn bevestigd aan in totaal 16 trommels. De spankracht in iedere stalen band is constant 2,0·104 N. De lengte van iedere band is 61 m. Tijdens een test rijdt een vrachtwagen m( ) = 60 ⋅103 kg met een snelheid van 24 m s−1 de noodstopstrook op.

Vraag 12 4 punten

Toon met een berekening met arbeid en kinetische energie aan of de drie netten de vrachtwagen kunnen stoppen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De vrachtwagen heeft een kinetische energie van Ek = 12 mv 2 = 12 · 60 ·103 · 242 = 1, 73 ·107 J. Eén trommel kan een arbeid verrichten van W = Fs = 2, 0 ·104 · 61 = 1, 22 ·106 J. 1, 73 ·107 Hieruit volgt: ntrommels = = 14, 2. Dit is minder dan 16 trommels. 1, 22 ·106 De drie netten kunnen de vrachtwagen stoppen.

Kosmische explosie

Sinds de uitvinding van de telescoop hebben sterrenkundigen steeds meer ontdekt over de sterrenhemel. Een bekende telescoop is de Hubble telescoop. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

De Hubble is een ruimtetelescoop.

Vraag 13 1 punt

Wat is het belangrijkste voordeel van een ruimtetelescoop ten opzichte van een telescoop op aarde?

  1. A Een ruimtetelescoop heeft geen last van de atmosfeer van de aarde.
  2. B Een ruimtetelescoop kan naast zichtbaar licht ook radiogolven waarnemen.
  3. C Een ruimtetelescoop staat dichter bij de sterren.
  4. D Op een ruimtetelescoop werkt geen zwaartekracht.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: A

Sommige sterren zitten in een dubbelster-systeem. figuur 2 Dit is een systeem van twee sterren die om een gemeenschappelijk zwaartepunt Z draaien. Zie schematisch in figuur 2.

Een bepaalde dubbelster heeft de naam KIC9832227 (KIC) gekregen. Deze dubbelster staat op 1, 70 ⋅1019 m afstand van de aarde.

Of twee sterren van een dubbelster met een telescoop als afzonderlijke lichtbronnen waar te nemen zijn, hangt af van een aantal variabelen. Twee sterren zijn nog net van elkaar te onderscheiden als geldt:

1, 22 ⋅ λ d = (1)

D λ

Hierin is:

  • λ de grootte van de golflengte van het licht dat van het object wordt waargenomen;
  • D de diameter van de telescoop;
  • d de afstand tussen de middelpunten van de sterren;
  • λ de afstand van de aarde tot de dubbelster.

Hubble heeft een diameter van 2,4 m. Voor KIC geldt:= d 4,18 ⋅109 m. Hubble neemt elektromagnetische straling waar met een fotonenergie van 1,0 eV.

Vraag 14 5 punten

Toon met behulp van een berekening aan of de diameter van Hubble groot genoeg is om de twee sterren van KIC in dit deel van het elektromagnetisch spectrum afzonderlijk waar te nemen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: Voor de golflengte van de fotonen geldt: hc hc 6, 63 ·10−34 · 3, 00 ·108

Voor de grootte die de lensdiameter van Hubble moet hebben om de twee sterren afzonderlijk te kunnen zien, geldt:

1, 22 · λ d 1, 22 · λ · λ 1, 22 ·1, 24 ·10−6 ·1, 70 ·1019 = →D= = = 6, 2 ·103 m.

Deze benodigde diameter is veel groter dan de echte diameter, dus Hubble kan de twee sterren niet afzonderlijk waarnemen.

Opmerking Als een kandidaat voor het bepalen van de golflengte gebruik maakt van Binas tabel 19B of Sciencedata tabel 5.1c, kunnen de eerste en tweede deelscore worden toegekend.

Voor het verband tussen de omlooptijd T van de twee sterren van KIC en de onderlinge afstand d geldt:

d3 =k (2) T2

Hierin is k een constante.

Enkele jaren geleden is bij dubbelster KIC geconstateerd dat de frequentie waarmee de twee sterren om het gemeenschappelijke zwaartepunt heen draaien verandert. Astronomen concludeerden uit deze verandering dat de sterren steeds dichter naar elkaar toe bewegen.

Vraag 15 2 punten

Leg met behulp van formule (2) uit of de waargenomen frequentie toeneemt of afneemt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: d3 Uit het verband 2 = k volgt dat wanneer de waarde voor d kleiner wordt T (en k constant is) de waarde voor T ook afneemt. Als T afneemt volgt (uit 1 f = ) dat de waargenomen frequentie toeneemt. T

Als sterren steeds dichter naar elkaar toe bewegen, kunnen ze uiteindelijk samensmelten in een kosmische explosie. Door de energie die bij zo’n samensmelting vrijkomt, wordt de helderheid van het zichtbare licht van de sterren tijdelijk veel groter. In 2017 werd voorspeld dat in het jaar 2023 de kosmische explosie van dubbelster KIC op aarde te zien zou zijn. Dubbelster KIC staat op 1, 70 ⋅1019 m afstand van de aarde.

In figuur 3 staat een tabel met vier periodes.

[figuur 3: zie het originele examen] periode kenmerkende gebeurtenis

1 rond het jaar 0 begin Europese jaartelling

2 rond het jaar 220 tijd van de Romeinen in Nederland

3 rond het jaar 1800 ontstaan Koninkrijk der Nederlanden

4 rond het jaar 2020 jouw middelbareschooltijd

Vraag 16 4 punten

Leg met behulp van een berekening uit in welke periode (1, 2, 3 of 4) de kosmische explosie volgens de voorspelling zou hebben plaatsgevonden.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: periode 2

voorbeeld van een antwoord: methode 1 s s 1, 70 ·1019 Er geldt: Δt = = = = 5, 67 ·1010 s. v c 2,998 ·108 5, 67 ·1010 Dit is = 1798 jaar.

365 · 24 · 3600 De samensmelting zou dan volgens de voorspelling hebben plaatsgevonden rond het jaar 2023

  • 1798 = 225, dus in periode 2.
  • completeren van de berekening en consequente conclusie (1p)

of

methode 2 De afstand tot de dubbelster kan uitgedrukt worden in lichtjaar. Hiervoor geldt: 1, 70 ·1019 s= = 1797 lichtjaar. Het licht is dus 1797 jaar onderweg geweest. 9, 461·1015 De samensmelting heeft dan volgens de voorspelling plaatsgevonden rond het jaar 2023

  • 1797 = 226, dus in periode 2.

sm

  • inzicht dat slichtjaar = (1) 9, 461 ·1015
  • inzicht dat licht in een jaar een afstand aflegt van een lichtjaar (1p)

Radioactieve rook

Tabak wordt gemaakt van de bladeren van de tabaksplant. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Tabaksplanten halen water en (voedings)stoffen uit de bodem en de lucht. Hierin zitten ook radioactieve isotopen. Een van die isotopen is Rn-222, dat in een lange vervalreeks via diverse dochterkernen vervalt tot stabiel Pb-206:

222 3,83d 218 3,05min 26,8min 19,7 min

86 Rn α → 84 Po α → 214

82 Pb β → 214

83 Bi β → 214

84 Po

−4

214 1,6⋅10 s 22,6 y 5,0d 138d

84 Po  α → 210

82 Pb  210 β → 83 Bi  210 β → 84 Po  206 α → 82 Pb

De dochterkernen uit deze vervalreeks komen in de bladeren van de tabaksplant terecht. Van deze bladeren wordt tabak voor sigaretten gemaakt. De tijd tussen het oogsten van de plant en het roken van een sigaret van die plant is gemiddeld twee jaar.

Na twee jaar is vooral Pb-210 aanwezig in de tabak

Vraag 17 2 punten

Leg dat uit met behulp van de halveringstijden uit de vervalreeks.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De halveringstijden van alle isotopen tot aan Pb-210 zijn veel korter dan twee jaar, terwijl Pb-210 zelf een heel lange halveringstijd heeft. Die isotopen vervallen dus snel tot Pb-210, terwijl dat zelf maar langzaam vervalt in de volgende isotoop.

Naast Pb-210 bevat tabak ook een klein aandeel van de zeer gevaarlijke radioactieve stof Po-210. Een sigaret bevat 0,90 g tabak. Hierin zitten 2·105 atomen Po-210.

Vraag 18 3 punten

Bereken het percentage van de massa van de tabak dat bestaat uit Po-210.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: massapercentage Po-210 = 8 ·10−15 (%)

voorbeeld van een antwoord: De massa van Po-210 in een sigaret is mtotaal Po = N · mPo = 2 ·105 · 210 ·1, 66 ·10 −27 = 7, 0 ·10−20 kg.

mtotaal Po 7, 0 ·10−20 = −3 = 8 ·10−17. Dit is 8 ·10 −15 %. mtotaal 0,90 ·10

Van de totale massa van een sigaret komt een beperkt, maar wel zeer schadelijk deel via de rook in de kwetsbare longen terecht. Het ingeademde Po-210 plakt door teer in de rook vast op kleine plekken in de longen, de zogenaamde hotspots. De equivalente dosis H voor de longen als geheel, ten gevolge van het ingeademde polonium, kan berekend worden met de formule:

wR ⋅ Agem ⋅ ∆t ⋅ Ed H= (1) m

Hierin is:

  • wR de weegfactor;
  • Agem de gemiddelde activiteit;
  • Δt de tijd dat het weefsel bestraald wordt;
  • Ed de energie van het vrijgekomen α-deeltje;
  • m de massa van het bestraalde weefsel.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie verschillende gegevens over Po-210 in de longen.

Vraag 19 3 punten

Geef in de tabel met behulp van formule (1) per gegeven de reden waarom Po-210 in de longen zo gevaarlijk is.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Voorbeeld van een antwoord:

Volgens formule (1) is Po-210 in de longen zo gevaarlijk omdat:

1 De α-straling een grote weegfactor heeft.

2 De bestraalde massa afneemt.

3 De tijd van het bestralen toeneemt.

Zelfbouw zaklamp

Een hobbyist maakt een zaklamp met een zeer grote lichtsterkte. Hij gebruikt voor de zaklamp meerdere leds. Iedere led heeft een vermogen van 1,0·102 W bij een stroomsterkte van 3,0 A. Voor de stroomvoorziening heeft hij de beschikking over 4 accu’s die elk een spanning van 11,1 V leveren. Hij combineert een aantal van deze accu’s tot een accupakket.

Vraag 20 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bereken uit hoeveel losse accu’s het accupakket moet bestaan om iedere led op de juiste spanning en het juiste vermogen te laten werken.
  • Geef aan of de accu’s in serie of parallel moeten worden geschakeld.
Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: 3 accu’s

voorbeeld van een antwoord:

  • Voor de spanning over de led geldt: P 1, 0 ·102 U= = = 33,3 V. I 3, 0 33,3 Om deze spanning te bereiken zijn = 3 accu’s nodig. 11,1
  • De accu’s staan in serie.

Het gebruikte accupakket heeft een capaciteit van 5,0 Ah. Eén led werkt op een stroomsterkte van 3,0 A. De zaklamp maakt gebruik van 8 parallel geschakelde leds.

Vraag 21 4 punten

Bereken hoeveel minuten het accupakket de leds kan laten branden.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: t = 13 (minuten)

voorbeeld van een antwoord: Voor de tijd dat het accupakket 1 led kan voeden geldt: capaciteit 5, 0 tled = = = 1, 67 h. I led 3, 0 Voor 8 leds geldt: t 1, 67 t = led = = 0, 21h .

8 (8) Dit komt overeen met 0, 21 · 60 = 13 minuten.

capaciteit

Iedere led heeft een elektrisch vermogen van 1,0·102 W. De led levert licht en warmte. Het rendement van de leds is 35%. Om te voorkomen dat de leds te heet worden, zijn deze op koelblokken geplakt. Op één koelblok passen 4 leds. Het koelblok is gevuld met 25 gram water van 20 °C. Als de leds worden ingeschakeld, zal het water opwarmen. Neem aan dat alle warmte die de leds produceren door het water wordt opgenomen.

Vraag 22 5 punten

Bereken hoelang het dan duurt voordat het water in één koelblok kookt.

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: t = 32 s

voorbeeld van een antwoord: Voor de warmte die het water in één koelblok heeft opgenomen zodra het kookt geldt: Q = cmΔT = 4,18 ·103 · 25 ·10−3 · (100

  • 20) = 8,36 ·103 J.

De 4 leds op een koelblok leveren per seconde een warmte van: Pwarmte = 4 · (1, 00

  • 0,35) ·1, 0 ·102 = 2, 60 ·102 W.

Voor de tijd geldt: Q 8, 36 ·103 t= = = 32 s. Pwarmte 2, 60 ·10 2

Om het water zelf te koelen, wordt het rondgepompt. Een pomp verplaatst het water van het koelblok naar een radiator die daardoor opwarmt. Een draaiende ventilator koelt de radiator door er lucht langs te blazen. Het afgekoelde water gaat weer terug naar het koelblok. Zie schematisch in figuur 1. Er zijn drie plekken (I, II en III) aangegeven waar warmte wordt getransporteerd.

[figuur 1: zie het originele examen]

Op de uitwerkbijlage staat een tabel.

Vraag 23 2 punten

Omcirkel in de tabel op de uitwerkbijlage voor elke plek (I, II en III) de belangrijkste vorm van warmtetransport.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • plek situatie belangrijkste vorm van warmtetransport I warmtetransport door de geleiding wand van het koelblok II warmtetransport van koelblok stroming naar radiator III warmtetransport van de stroming radiator naar de omgeving door het draaien van de ventilator indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien een of geen antwoord juist (0) (2)

Pomp p en ventilator f moeten tegelijk met de leds ingeschakeld worden en werken ieder op dezelfde spanning als de leds. In figuur 2 staan vier schakelschema’s.

[figuur 2: zie het originele examen]

I II

III IV

Vraag 24 1 punt

Welk schakelschema is juist?

  1. A schema I
  2. B schema II
  3. C schema III
  4. D schema IV

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

De hobbyist wil tenslotte weten hoeveel licht zijn zelfbouw zaklamp geeft. Dit doet hij door de oppervlaktes te vergelijken die hij kan belichten met een zaklamp. Hij schijnt achtereenvolgens met een normale zaklamp en de zelfbouw zaklamp op de gevel van een gebouw. Zie figuren 3 en 4. De intensiteit (sterkte) van het licht op het gebouw is bij beide zaklampen gelijk. De normale zaklamp belicht een klein vierkant oppervlak. De zelfbouw zaklamp belicht een cirkelvormig oppervlak met dezelfde diameter als de breedte van het gebouw. In figuren 3 en 4 is dit gemarkeerd.

[figuur 3: zie het originele examen]

[figuur 4: zie het originele examen]

Vraag 25 1 punt

Hoeveel keer zo groot is het oppervlak dat verlicht wordt door de zelfbouw zaklamp, vergeleken met het oppervlak dat door de normale zaklamp wordt verlicht?

  1. A 0 tot 50 keer zo groot
  2. B 50 tot 100 keer zo groot
  3. C 100 tot 150 keer zo groot
  4. D 150 tot 200 keer zo groot

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: B

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2023, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-23-1-o

Andere examens natuurkunde havo

Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1?

Het centraal examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1 telt 25 vragen. De meeste vragen gaan over golven (5), beweging (3) en krachten (3).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2023, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2023/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-23-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2023, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.