Eindexamen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1: vragen en antwoorden

Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Muziekdoos, New Horizons, Lithografie, Stunt in Dubai, Exploderende draad.

Kort antwoord

Het centraal examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over beweging (4), geluid en trillingen (4) en straling (4). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.

Onderwerpen in dit examen

Onderwerp per vraag in het centraal examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1. Elke vraag is eenmalig door een AI-model bij een onderwerp ingedeeld; per vraag kan dat afwijken.
OnderwerpVragenAantal
Beweging1, 18-204
Geluid en trillingen2-54
Straling9-10, 13, 164
Energie en arbeid11-12, 17, 254
Warmte14-15, 263
Astrofysica6-72
Krachten8, 212
Elektriciteit23-242
Grootheden en eenheden221

Vergeleken met andere jaren

De verdeling over de onderwerpen ligt dicht bij het gemiddelde van de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018. Geen enkel onderwerp wijkt meer dan zes procentpunten af.

Opgaven en correctievoorschrift

De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.

Oefenen als leerling

Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.

Nakijken als docent

  1. Start gratis vanaf deze pagina

    Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.

  2. Laat de klas het examen maken

    Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.

  3. Geef de resultaten vrij

    Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.

ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.

Vragen en antwoorden

Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.

Muziekdoos

Een muziekdoos is een klein muziekinstrument. Zie figuur 1 en 2.

figuur 1 figuur 2

De muziekdoos maakt muziek door stalen strips te laten trillen. Op een draaiende, cilindervormige rol zijn pinnen aangebracht die een strip aan één uiteinde optillen. Zie figuur 3. De strip springt vervolgens los van de pin en begint te trillen.

[figuur 3: zie het originele examen]

Door meerdere strips naast elkaar te gebruiken, kan een melodie worden gespeeld. Zie figuur 1 en 2. De melodie herhaalt zich elke 15 seconde. In deze tijd roteert de rol dus één keer.

Vraag 1 3 punten

Maak met behulp van figuur 1 een beredeneerde schatting van de baansnelheid van een pin op de rol.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: v = 4 ∙ 10−3 m s−1

voorbeeld van een antwoord: In de figuur is te zien dat de diameter van de rol ongeveer gelijk is aan de dikte van een vinger. De straal van de rol kan hiermee geschat worden op

1 cm. Voor de baansnelheid geldt dan:

2πr 2π ·1 ·10−2 6,3 ·10−2 v= = = = 4 ·10−3 m s −1. T 15 (15) 2πr

De lengte van iedere strip is verschillend. Een strip gaat trillen in de grondtoon. In figuur 4 zijn vier patronen van knopen (K) en buiken (B) in een strip te zien.

[figuur 4: zie het originele examen]

I II III IV

Vraag 2 1 punt

Welk patroon is juist?

  1. A patroon I
  2. B patroon II
  3. C patroon III
  4. D patroon IV

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

In tabel 15C van Binas en tabel 2.1c van Sciencedata is gegeven welke frequenties bij welke muzieknoten horen. Zo is te zien dat bij de muzieknoot a1 (ook wel a’ genaamd) een frequentie hoort van 440 Hz. Met een camera is een opname gemaakt van een trillende strip. Hiermee is de uitwijking van de strip tegen de tijd bepaald. Het (u,t)-diagram hiervan staat in figuur 5.

[figuur 5: zie het originele examen]

Vraag 3 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal de frequentie van de toon die deze strip voortbrengt. Geef het antwoord in twee significante cijfers.
  • Geef aan met welke muzieknoot deze frequentie het best overeenkomt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: f = 3, 5 ·10 2 Hz (met een marge van 0,1·102 Hz)

voorbeeld van een antwoord:

methode 1

  • Er worden 3 trillingen geproduceerd in 8, 6 ·10 −3 s, 8, 6 ·10−3 dus T = = 2,87 ·10−3 s. 3

1 (1) Voor de frequentie geldt: f = = −3 = 3,5 ·102 Hz. T 2,87 ·10

  • f1 of f’

benodigde tijd (1)

  • consequente keuze voor de muzieknoot (1p)

of

methode 2

  • Er worden 3 trillingen geproduceerd in 8, 6 ·10 −3 s, 3 dus f = −3 = 3,5 ·102 Hz. 8, 6 ·10
  • f1 of f’

aantal trillingen

De camera legt de trillende strip vast door er per seconde een bepaald aantal foto’s van te maken. Dit aantal foto’s per seconde is de zogenaamde beeldfrequentie.

Vraag 4 2 punten

Omcirkel op de uitwerkbijlage in iedere zin het juiste antwoord.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

Om de tijdsduur van één volledige trilling van de strip met een fotocamera te bepalen, is meer dan één foto per trilling nodig.

De beeldfrequentie van de camera moet dan hoger zijn dan de frequentie van de trillende strip.

Een trillende strip werkt als een massa-veersysteem. De strips kunnen aan het eind verzwaard worden door ze daar dikker te maken. De veerconstante van de strip verandert hierdoor niet, maar de toonhoogte verandert wel. De tonen van de liedjes ‘London Bridge’ en ‘This Old Man’ zijn bijna hetzelfde. Zie figuur 6.

[figuur 6: zie het originele examen]

Voor beide liedjes wordt dezelfde rol met pinnen gebruikt. Er zit wel een verschil in de strips: één bepaalde strip van ‘London Bridge’ geeft een lagere toon dan de vergelijkbare strip van ‘This Old Man’.

Vraag 5 2 punten

Leg met de formule voor een massa-veersysteem uit of deze strip van ‘London Bridge’ meer of minder massa heeft aan het eind dan de vergelijkbare strip van ‘This Old Man’.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De frequentie van de toon van ‘London Bridge’ is lager, de trillingstijd T is m dan hoger. Uit T = 2π volgt dat (bij gelijke C) de massa m dan groter C is.

Opmerking Wanneer alleen is aangegeven dat een zwaardere strip een lagere toon geeft, geen scorepunten toekennen.

New Horizons

Pluto is een dwergplaneet in ons zonnestelsel. Om Pluto te onderzoeken werd in januari 2006 de ruimtesonde New Horizons (NH) gelanceerd.

Deze opgave bestaat uit twee delen:

  • deel A De reis van NH
  • deel B De energievoorziening van NH

deel A De reis van NH

In figuur 1 is het traject van de ruimtesonde NH langs banen van planeten in het zonnestelsel weergegeven.

[figuur 1: zie het originele examen]

Eén jaar na de lancering kruiste NH de baan van Jupiter. De afstand tussen NH en Jupiter was op dat moment heel klein. Door de aantrekkingskracht van Jupiter boog NH af richting Pluto. Jupiter heeft een omlooptijd van 12 jaar en beweegt in de richting van de pijl. De baan van Jupiter mag als cirkelvormig beschouwd worden. Op de baan zijn

12 posities van Jupiter aangegeven. Zie figuur 1.

Vraag 6 1 punt

Geef aan op welke positie Jupiter zich bevond op het moment dat NH vanaf de aarde gelanceerd werd.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Op positie 1. (1)

In juli 2015 was NH in de buurt van Pluto aangekomen. NH had toen een snelheid van 1,2∙104 m s−1. De snelheid van Pluto wordt in deze opgave verwaarloosd.

De ontwerpers van de missie hadden de keuze uit drie opties:

1 NH wordt in een cirkelbaan om Pluto gebracht.

2 NH stort neer op Pluto.

3 NH passeert Pluto en gaat verder de ruimte in.

De ontwerpers hebben berekend welke snelheid nodig was om NH (m = 465 kg) in een baan met een straal van 12,5∙106 m om Pluto te laten cirkelen. Deze snelheid is 2,6∙102 m s−1.

Vraag 7 4 punten

Toon dat met een berekening aan.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: mM mv 2 Er geldt: Fg = Fmpz → G 2 = . r r Hieruit volgt: GM 6, 674 ·10−11 · 0,0131·1024 Binas: v = = = 2, 64 ·102 ms−1. r 12,5 ·10 6

GM 6, 674 ·10−11 · 0,0130 ·1024 Sciencedata: v = = = 2, 63 ·102 ms−1. r 12,5 ·106 (Dit klopt met de snelheid die de ontwerpers hebben gevonden.)

Opmerkingen

  • Wanneer de eenheid niet vermeld is, dit niet aanrekenen.
  • De eerste deelscore niet toekennen voor Fz = Fmpz .

Om NH af te remmen is een raket nodig. Deze raket gebruikt hydrazine als brandstof. De ontwerpers hebben berekend hoeveel hydrazine nodig zou zijn om NH af te remmen van 1,2 ∙ 104 m s−1 tot 2,6 ∙ 102 m s−1. De raketmotor verricht 0,95 MJ arbeid per 1,0 kg gebruikte hydrazine. De ontwerpers concludeerden dat NH veel meer massa aan brandstof nodig zou hebben dan zijn eigen massa van 465 kg.

Vraag 8 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bereken de massa hydrazine die nodig is om de eigen massa van NH af te remmen.
  • Geef aan waarom in werkelijkheid nog veel meer hydrazine nodig zou zijn om NH af te remmen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: m = 3, 5 ·10 4 kg

voorbeeld van een antwoord:

  • Voor de arbeid die de raketmotor moet leveren geldt: Wmotor = ΔEkin = 12 m(ve2
  • vb2 ) = 12 · 465 · ((2, 6 ·10 2 ) 2
  • (1, 2 ·10 4 ) 2 ) = ( −)3, 35 ·1010 J.

3,35 ·1010 Hiervoor is = 3,5 ·104 kg hydrazine nodig. 0,95 ·10 6

Door de brandstof is de totale massa bij het begin van het afremmen van NH veel groter dan 465 kg.

De ontwerpers hebben besloten om NH verder de ruimte in te sturen.

deel B De energievoorziening van NH

Voor de elektrische apparatuur aan boord van NH is een energiebron nodig. NH gebruikt hiervoor plutonium-238. Deze isotoop zendt alleen α-straling uit.

Vraag 9 3 punten

Geef de vergelijking van de vervalreactie van plutonium- 238.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • Pu-238 links en alleen een alfadeeltje als vervaldeeltje rechts van de pijl (1)
  • U rechts van de pijl (mits verkregen via kloppende atoomnummers) (1)
  • aantal nucleonen links en rechts gelijk (1)

In figuur 2 staat de vervalkromme van plutonium-238 vanaf het moment van lanceren van NH. Op de verticale as staat het resterende percentage plutoniumdeeltjes ten opzichte van de lancering. In het diagram is ook de raaklijn getekend op t = 0.

[figuur 2: zie het originele examen]

De ontwerpers moesten de massa van het Pu-238 berekenen waarmee de reactor van NH bij de lancering gevuld moest zijn. Voor de juiste werking moest de activiteit van het plutonium bij de lancering gelijk zijn aan 6,0·1015 Bq. De massa van een Pu-238-deeltje is gelijk aan 3,95∙10−25 kg.

Vraag 10 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal met behulp van figuur 2 na hoeveel tijd alle Pu-238 -deeltjes zouden zijn omgezet als de activiteit vanaf de lancering constant zou zijn. Geef je antwoord in 3 significante cijfers.
  • Bereken de massa van het plutonium waarmee de reactor op het moment van de lancering gevuld moest zijn.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: Δt = 120 jaar mb = 9,0 kg

voorbeeld van een antwoord:

  • Uit het snijpunt van de raaklijn met de horizontale as volgt dat Δt = 120 jaar.

De activiteit bij de lancering is gelijk aan 6, 0 ·1015 Bq. Als deze activiteit constant zou zijn over de tijd, zouden alle Pu-238˗deeltjes in

120 jaar volledig zijn omgezet. Hieruit volgt: ΔN = (

  • )6, 0 ·1015 · (120 · 365 · 24 · 3600) = 2, 27 ·10 25 deeltjes. Dit komt overeen met een massa van mtot = ΔN · mPu-238 = 2, 27 ·10 25 · 3,95 ·10 −25 = 9, 0 kg.

Per vervallende plutoniumkern komt 5,59 MeV energie vrij. Deze energie wordt volledig omgezet in warmte waarmee in een generator elektrische energie wordt opgewekt. Het elektrische vermogen van deze generator is bij de lancering van de missie 248 W. De activiteit van het plutonium bij de lancering is 6,0·1015 Bq.

Vraag 11 3 punten

Bereken het rendement van de generator bij de lancering. Geef het antwoord in het juiste aantal significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: η = 0,046 of 4,6%

voorbeeld van een antwoord: Het plutonium levert bij de start een vermogen van: PPu-238 = A · Everval = 6, 0 ·1015 · 5, 59 ·106 ·1, 60 ·10 −19 = 5, 37 ·103 W. Het rendement van de generator is dan: P 248 η = elektrisch = = 0, 046 ( = 4, 6%). PPu-238 5, 37 ·103

Het elektrische vermogen is recht evenredig met de activiteit van het overgebleven plutonium. Voor het goed functioneren van de apparatuur moet de generator minimaal 31 W leveren.

Vraag 12 3 punten

Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage hoelang de energiebron van NH kan functioneren. Geef het antwoord in twee significante cijfers.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: t = 2,6 ∙ 102 jaar (met een marge van 0,1 ∙ 102 jaar)

voorbeelden van een antwoord:

methode 1 Uit de grafiek is te bepalen dat de halveringstijd van Pu-238 gelijk is aan

88 jaar. Het vermogen van de generator halveert met het verstrijken van een halveringstijd. Na 3 halveringstijden is het vermogen gedaald tot 31 W. Dat is na 3 ∙ 88 = 2,6 ∙ 102 jaar.

  • completeren van de bepaling en significantie (1p)

of

methode 2 Het elektrische vermogen van de energiebron is recht evenredig met de activiteit van de bron en dus het aantal deeltjes in de bron. Als de generator stopt met functioneren is het vermogen van de bron gedaald tot 31 ·100% = 12,5% van het vermogen van de bron bij het begin. 248 Hieruit volgt dat ook het resterende percentage Pu-238 gelijk is aan 12,5%. Aflezen in de grafiek levert t = 2,6 ∙ 102 jaar.

  • inzicht dat Pbron recht evenredig is met het resterende percentage Pu-238 (1) P

Lithografie

Lees het volgende artikel.

In een elektrisch apparaat zitten figuur 1 onderdelen zoals weerstanden en diodes. Vroeger werden die onderdelen op een kunststof plaat met koperen geleiders bevestigd. Zo’n plaat wordt een printplaat genoemd. Zie figuur 1.

Tegenwoordig worden printplaten vaak figuur 2 vervangen door ‘integrated circuits’ (IC’s). Zie figuur 2. In een IC zijn met behulp van licht microscopisch kleine patronen gemaakt. Deze patronen werken hetzelfde als onderdelen en geleiders op een printplaat, maar een IC is veel kleiner.

IC’s worden met meerdere tegelijk figuur 3 gemaakt door een ronde plaat te ‘belichten’. Zie figuur 3. Dit proces heet lithografie. De IC’s worden daarna uit deze plaat gesneden. Voor het belichten wordt een stralingsbron gebruikt met een golflengte van 193 nm.

Vraag 13 1 punt

Tot welk deel van het elektromagnetisch spectrum behoort deze straling?

  1. A gammastraling
  2. B röntgenstraling
  3. C UV˗straling
  4. D zichtbaar licht

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: C

Om IC’s nog kleiner te maken is straling nodig met een kortere golflengte dan 193 nm. Om deze straling te maken schiet men met een laser pulsen op een kleine hoeveelheid tin. Door verhitting vindt een faseovergang van het tin plaats. Tijdens deze faseovergang zendt het tin straling uit waarmee de plaat wordt belicht.

Het tin heeft een begintemperatuur van 7·102 K en gaat over in de gasfase.

Vraag 14 2 punten

Geef de naam van de faseovergang die hier plaatsvindt. Licht je antwoord toe.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord: De begintemperatuur van het tin is hoger dan het smeltpunt. Het tin gaat dus van vloeibaar naar gasvormig. Er is dus sprake van verdampen.

Opmerking Voor een antwoord zonder toelichting geen scorepunten toekennen.

In figuur 4 is een (P,t)-diagram gegeven van enkele pulsen van de laser waarmee het tin wordt beschoten.

[figuur 4: zie het originele examen]

Tijdens één puls draagt de laser 1,5 ·10−4 J over op het tin. Om de kleine hoeveelheid tin in de gasfase te krijgen moet er in korte tijd 2,5 J aan energie worden toegevoerd.

Vraag 15 3 punten

Bepaal met behulp van figuur 4 de tijd die nodig is om het tin in de gasfase te krijgen.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: t = 0,13 s

voorbeeld van een antwoord:

E 2,5 Er zijn totaal = = 1, 67 ·104 pulsen nodig. Eén puls duurt 8, 0 ·10 −6 s. Epuls 1,5 ·10−4 De totale tijd van belichten is dan 1, 67 ·10 4 · 8, 0 ·10 −6 = 0,13 s.

Opmerking Wanneer een kandidaat voor tpuls de waarde 8 ·10 −6 s noteert, dit niet aanrekenen.

Met de oude golflengte van 193 nm konden geleiders worden gemaakt met een breedte van minimaal 25 nm. De fotonen die worden uitgezonden door het tin hebben een energie van 1,47·10−17 J. Deze fotonen hebben een kleinere golflengte dan 193 nm. Aangenomen wordt dat de minimale breedte van de geleiders (en daarmee het minimale formaat van IC’s) recht evenredig is met de golflengte van de gebruikte straling.

Vraag 16 4 punten

Bereken de minimale breedte van een geleider die met de nieuwe, kortere golflengte kan worden gemaakt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: ℓ = 1,8 nm = 1,8∙10−9 m

voorbeeld van een antwoord: De golflengte van de nieuwe fotonen is:

E 1, 47 ·10−17 f = f = −34 = 2, 22 ·1016 Hz. h 6, 63 ·10 c 3, 00 ·108 λ= = = 1,35 ·10−8 m. f 2, 22 ·1016 Voor de minimale breedte van een draad die met het nieuwe proces gemaakt kan worden, geldt: 1,35 ·10−8 λ nieuw = · 25 ·10−9 = 1,8 ·10−9 m = 1,8 nm.

193 ·10−9

Stunt in Dubai

Met een katapult kun je steentjes wegschieten. Zie figuur 1. In Dubai heeft stuntman Chris McDougall zichzelf op een vergelijkbare manier vanaf de grond recht omhoog de lucht in geschoten. Hij gebruikte twee hijskranen als een soort reuzenkatapult. McDougall lag op een klein platform dat door de katapult werd versneld. Zie figuur 2.

figuur 1 figuur 2

De katapult oefende een grote kracht uit op het platform met McDougall. Hierdoor kreeg het platform met McDougall een grote versnelling in verticale richting. Op een bepaalde hoogte kwam hij los van het platform. Even na het bereiken van het hoogste punt opende hij een parachute om veilig te kunnen landen.

De energie voor de lancering werd geleverd door een groot blok. Tijdens het lanceren viel het blok (mblok = 27,5 ton) van een kleine hoogte op de grond. Zie figuur 3.

[figuur 3: zie het originele examen]

Het blok viel over een afstand van 0,8 m. De energie van het blok werd gebruikt om het platform met McDougall (mtotaal = 85 kg) over een afstand van 34 m vanuit stilstand omhoog te versnellen. Op die hoogte verliet hij de katapult met een snelheid van 59 m s−1.

Vraag 17 4 punten

Bereken het rendement van de katapult.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: η = 0,8 of 8 ∙ 101 %

voorbeeld van een antwoord:

E (1) m v 2 + mMcD ghMcD Er geldt: η = McD = 2 McD Eblok mblok ghblok

Hieruit volgt: 1 · 85 · 592 + 85 · 9,81· 34 1, 48 ·105 + 2,84 ·104 η= 2 = = 0,8 (= 8 ·101 %) 2, 75 ·10 · 9,81· 0,8 4 2, 2 ·105

Opmerking Als niet is voldaan aan de eerste deelscore, de laatste deelscore voor completeren ook niet toekennen.

Van de stunt is een videometing gemaakt. figuur 4 In figuur 4 is de hoogte van McDougall tijdens het eerste deel van de stunt in een (h,t)-diagram weergegeven. In dit diagram zijn geen waardes langs de assen weergegeven.

Op de uitwerkbijlage staat een tabel met drie fases van de stunt.

Vraag 18 2 punten

Omcirkel op de uitwerkbijlage in de tabel per fase met welk punt in de grafiek (a, b, c, d, e of f) deze fase overeenkomt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • fase punt in de grafiek McDougall komt los van de katapult. b McDougall bereikt het hoogste punt. d McDougall opent zijn parachute. e indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien één of geen antwoord juist (0) (2)

Er is ook een (v,t)-diagram van de stunt gemaakt. Zie figuur 5.

[figuur 5: zie het originele examen]

In het diagram op de uitwerkbijlage zijn de eerste vijf seconden van de stunt weergegeven. Nadat McDougall het platform op t = 1,05 s had verlaten, nam de snelheid van McDougall af met een vertraging groter dan de grootte van de valversnelling g.

Vraag 19 4 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal met behulp van het diagram op de uitwerkbijlage de versnelling van McDougall direct na het verlaten van het platform. Laat in het diagram zien hoe je aan je antwoord komt. Geef het antwoord in twee significante cijfers.
  • Geef een reden waarom de vertraging van McDougall groter was dan de grootte van g.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: a = (

  • )32 m s −2 ( 28 ms−2 ≤ a ≤ 46 ms−2 )

voorbeeld van een antwoord:

De versnelling kan bepaald worden met behulp van de raaklijn aan de grafiek, direct na het loskomen van het platform op t = 1,05 s:

Hieruit volgt: Δv (70) a= = ( −) = (−)32 ms −2 . Δt raaklijn 2,90

  • 0, 70

Na 5,0 s bereikte McDougall een hoogte van 125 m en begon de val naar beneden. Even later trok McDougall zijn parachute open voor het laatste deel van de val tot de (veilige) landing. Van dit deel van de val ontbreekt in het (v,t)-diagram op de uitwerkbijlage het stuk vanaf t = 10 s.

Vraag 20 5 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Bepaal met behulp van het (v,t)-diagram op de uitwerkbijlage de afstand die McDougall aflegde tussen t = 5,0 s en t = 10 s.
  • Teken in hetzelfde diagram het verdere verloop van de ( v,t)-grafiek tot McDougall de grond bereikte. Laat zien met behulp van een berekening hoe je aan je antwoord komt.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • inzicht dat de afstand bepaald kan worden uit de oppervlakte tussen de grafiek en de t-as (1)
  • completeren van de bepaling van de afstand (1)
  • inzicht dat sresterend = 125 − s5→10 (1)
  • inzicht dat sresterend = vtresterend met 7, 5 m s −1 ≤ v < 8, 5 m s −1 (1)
  • completeren van de bepaling van tresterend en consequent intekenen van een horizontale lijn tot teind = 10 + tresterend (met een marge van 0,5 s) (1)

Op de uitwerkbijlage staat een tabel die betrekking heeft op vier fasen van de hele stunt.

Vraag 21 3 punten

Geef in de tabel per fase door omcirkelen aan of de resulterende kracht op McDougall op dat moment naar boven gericht was, naar beneden gericht was of gelijk was aan 0 N.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord
  • fase De resulterende kracht is: McDougall naar boven wordt versneld gericht door de katapult. McDougall is op naar beneden het hoogste gericht punt. McDougall daalt met constante gelijk aan 0 N snelheid. McDougall naar boven wordt afgeremd gericht door de grond. indien vier antwoorden juist (3) indien drie antwoorden juist (2) indien twee antwoorden juist (1) indien één of geen antwoord juist (0) (3)

Exploderende draad

In 2016 werd in Eindhoven tijdens het festival Glow voor publiek kunstmatig een ‘bliksem’ met een recordlengte van 80 m gemaakt. Zie figuur 1.

[figuur 1: zie het originele examen]

Voor het opwekken van de bliksem werd een dunne draad van koper gebruikt met een weerstand van 35 Ω. De draad was 80 m lang. Een menselijke haar heeft een diameter van 0,060 mm. Zowel de draad als een mensenhaar is cilindervormig.

Vraag 22 4 punten

Toon met een berekening aan of de draad dikker of dunner was dan een mensenhaar.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeelden van een antwoord:

methode 1 Voor de oppervlakte van de doorsnede van de draad geldt: ρ λ 17 ·10−9 · 80 Adraad = = = 3,89 ·10−8 m 2 . R (35) Hieruit volgt: Adraad = 3,89 ·10 −8 = πr 2 → rdraad = 1,11 ·10 −4 m. De diameter van de draad is 2 ·1,11 ·10 −4 = 2, 2 ·10 −4 m. Dit is dikker dan een mensenhaar.

of

methode 2 Voor de oppervlakte van de doorsnede van de draad geldt: ρ λ 17 ·10−9 · 80 Adraad = = = 3,89 ·10−8 m 2 . R (35) Voor de oppervlakte van de doorsnede van de haar geldt:

60 ·10−6 rhaar = = 30 ·10−6 m → Ahaar = πrhaar 2 = 2,8 ·10−9 m 2 . 2 De draad is dus dikker dan een mensenhaar.

Opmerkingen

  • In Sciencedata is ρkoper = 16,8 ·10−9 Ωm.
  • Het gebruik van de factor 2 mag ook impliciet.

Om de bliksem op te wekken werd de draad op een hoge spanning aangesloten. Hierdoor ging een grote stroom door de draad lopen. Er werd een enorm vermogen van 7,1∙109 W in de draad ontwikkeld. Neem aan dat de weerstand van de draad tijdens dit proces constant was. Voor het vermogen dat in de draad wordt omgezet geldt:

U2 P= R

Vraag 23 3 punten

Voer de volgende opdrachten uit:

  • Leid dit af met formules uit een informatieboek.
  • Bereken de spanning waarop de draad was aangesloten.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: U = 5, 0 ·105 V

voorbeeld van een antwoord: U

  • Omschrijven van U = IR naar I = en dit invullen in P = UI levert: R U U2 P = U = . R R

Voor deze spanning over de draad geldt: U2 U2 P= → 7,1·109 = → U = 7,1 ·109 · 35 = 5, 0 ·105 V. R (35)

Tijdens dit proces bleef de weerstand van de draad echter niet constant. De weerstand nam toe met de temperatuur.

Vraag 24 1 punt

Hoe heet dit type weerstand?

  1. A LDR
  2. B LED
  3. C NTC
  4. D PTC

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Antwoord: D

Iemand vraagt zich af of voor het opwekken van deze bliksem veel energie nodig was. Hij vergelijkt het met het opladen van een smartphone. De draad leverde gedurende 1,4∙10−5 s een vermogen van 7,1∙109 W. Een gewone smartphone accu heeft een capaciteit van 9,88 Wh.

Vraag 25 4 punten

Bereken hoe vaak deze accu opgeladen kan worden met de hoeveelheid energie die nodig was voor het maken van de bliksem.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

uitkomst: 2 keer

voorbeeld van een antwoord: De benodigde energie voor de bliksem is gelijk aan Ebliksem = Pt = 7,1 ·109 ·1, 4 ·10 −5 = 9,94 ·10 4 J. Voor het opladen van de accu is Eaccu = 9,88 ·10 −3 kWh = 3, 56 ·10 4 J nodig. Ebliksem 9,94 ·104 = = 2,8 . Dus de accu kan 2 keer opgeladen worden. Eaccu 3,56 ·104

Opmerking Als de uitkomst is gegeven als 2,8 keer of 3 keer opladen, dit goed rekenen.

Het toevoeren van de energie verliep zó snel dat de draad explodeerde. Hierbij ontstonden kleine druppels koper. Het publiek hoorde deze explosie als een knal vergelijkbaar met de donder bij een bliksem.

Vraag 26 2 punten

Voer de volgende opdrachten uit. Gebruik daarbij het moleculair model van materie.

  • Geef aan wat er met de beweging van de koperdeeltjes in de draad gebeurde tijdens het toenemen van de temperatuur.
  • Geef aan wat er met de onderlinge posities van de koperdeeltjes gebeurde bij de faseovergang van vast naar vloeibaar koper.

Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage

Bekijk het antwoord

Voorbeeld uit het correctievoorschrift:

voorbeeld van een antwoord:

  • Toenemen van de temperatuur betekent dat de deeltjes sneller gingen trillen/bewegen.
  • De koperdeeltjes kwamen los uit het rooster. / De koperdeeltjes verloren hun onderlinge vaste positie.

Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2022, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-22-1-o

Andere examens natuurkunde havo

Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1?

Het centraal examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1 telt 26 vragen. De meeste vragen gaan over beweging (4), geluid en trillingen (4) en straling (4).

Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1?

Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.

Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2022, tijdvak 1?

Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2022/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-22-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.

Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2022, tijdvak 1 en krijg ik feedback?

Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.