Eindexamen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1: vragen en antwoorden
Alle vragen met het antwoord uit het correctievoorschrift. Opgaven: Schip uit koers, Kampeerbrander op hout, Falcon heavy, Sarcoïde, Infrasone trillingen.
Het centraal examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over geluid en trillingen (5), warmte (4) en elektriciteit (3). De opgaven en het correctievoorschrift staan op examenblad.nl. Met ToetsChecker maakt een klas het examen op papier en doet het AI-model per vraag een nakijkvoorstel met feedback, dat de docent controleert en vrijgeeft.
Onderwerpen in dit examen
| Onderwerp | Vragen | Aantal |
|---|---|---|
| Geluid en trillingen | 20-24 | 5 |
| Warmte | 5-6, 18-19 | 4 |
| Elektriciteit | 8-10 | 3 |
| Astrofysica | 11, 13-14 | 3 |
| Straling | 15-17 | 3 |
| Energie en arbeid | 1-2 | 2 |
| Krachten | 3 | 1 |
| Druk | 4 | 1 |
| Grootheden en eenheden | 7 | 1 |
| Beweging | 12 | 1 |
Vergeleken met andere jaren
Vergeleken met de andere 17 examens natuurkunde havo sinds 2018: dit examen vroeg meer over warmte (17% van de vragen, gemiddeld 7%) en geluid en trillingen (21% van de vragen, gemiddeld 13%). Minder over krachten (4% van de vragen, gemiddeld 13%) en beweging (4% van de vragen, gemiddeld 10%).
Opgaven en correctievoorschrift
- Opgaven
- Uitwerkbijlage
- Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
- Correctievoorschrift
- Aanvulling correctievoorschrift
De documenten staan op examenblad.nl, de officiële site van het College voor Toetsen en Examens. ToetsChecker haalt ze daar op als je het examen in de vragenbank kiest.
Oefenen als leerling
Een oud examen maken is de beste voorbereiding, maar zonder nakijken weet je niet waar je punten verliest. Met ToetsChecker maak je het examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1 op papier, net als het echte examen, of online als je docent het digitaal klaarzet. Het AI-model kijkt het na volgens het officiële correctievoorschrift. Zodra je docent het resultaat vrijgeeft, zie je per vraag wat goed was en wat er ontbrak.
Nakijken als docent
Start gratis vanaf deze pagina
Maak een gratis account vanaf deze pagina, dan staat het examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1 meteen voor je klaar als correctiemodel, met alle vragen en het correctievoorschrift. Dat kost geen credits.
Laat de klas het examen maken
Op papier, zoals het echte examen: je scant de stapel in één keer of mailt de scan naar je scanadres. Of online, als digitale toetsafname met toezicht; de opgavetekst staat dan als bron bij elke vraag. Afbeeldingen uit het examen gaan niet mee, die staan in de PDF van de opgaven.
Geef de resultaten vrij
Het AI-model kijkt elk examen na volgens het correctievoorschrift en schrijft feedback per vraag. Bij een oefenexamen geef je alles in één keer vrij; bij een toets die meetelt loop je het voorstel eerst na. De leerling ziet het resultaat pas na jouw vrijgave.
ToetsChecker is geen examensite: je kijkt er ook je eigen SO's, proefwerken, praktische opdrachten en verslagen mee na, handgeschreven of digitaal, met jouw correctiemodel en feedback per vraag. Een gratis account heeft alle functies en 200 credits per maand, genoeg om ongeveer 100 toetsen te laten nakijken. Maak een gratis account of lees eerst hoe het nakijken werkt.
Vragen en antwoorden
Hieronder staan de opgaven en vragen van het examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1. Onder elke vraag klap je het antwoord uit het correctievoorschrift open. Probeer de vraag eerst zelf.
Schip uit koers
In 2017 liep een groot containerschip op de oever van de Schelde. Een onderzoeker deed onderzoek naar dit ongeluk. Hij zag dat het schip over een afstand van 50% van zijn lengte op de oever was geschoven. Zie figuur 1. Op internet zijn de gegevens van het schip te vinden. Zie figuur 2.
figuur 1 figuur 2 gegevens containerschip massa 1,55·105 ton lengte 366 m maximaal 7,2·107 W vermogen
maximale 46 km h−1 snelheid
Van ieder schip wordt elke 2 minuten de positie bijgehouden. Met deze informatie bepaalde de onderzoeker de snelheid van het schip voor het ongeluk. Die bleek 7,1 m s −1 te zijn. Hij ging ervan uit dat de wrijvingskracht op het schip tijdens het vastlopen op de oever constant was. Hij berekende dat die wrijvingskracht 2,1 ·107 N was.
Vraag 1 4 punten
Toon met behulp van arbeid en kinetische energie aan dat deze waarde voor de wrijvingskracht klopt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Voor de kinetische energie van het schip vóór het afremmen geldt: Ek = 12 mv 2 = 12 ·1,55 ·108 · 7,12 = 3,91 ·109 J. Het schip heeft afgeremd over een afstand van 0,50 · 366 = 183 m. Hieruit volgt voor de wrijvingskracht: W 3,91 ·109 ( Ek =)W = FW s → FW = = = 2,1 ·107 (N). s 183
Opmerking Als de eenheid niet vermeld is, dit niet aanrekenen.
Met de gegevens uit figuur 2 kan de maximale kracht van de motor berekend worden. De onderzoeker concludeerde uit deze berekening dat de wrijvingskracht te groot was en het schip met de eigen motor niet los kon komen van de oever.
Vraag 2 3 punten
Toon met een berekening aan dat die conclusie klopt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Er geldt: 46 Pmotor,max = Fmotor,max vmax → 7, 2 ·107 = Fmotor,max · → Fmotor,max = 5,6 ·106 N. 3,6 Deze motorkracht is kleiner dan de wrijvingskracht op het schip.
Er werden duwboten ingezet om het schip los te duwen van de oever. Zie figuur 3. De duwboten duwden eerst het schip aan de achterkant opzij. Het schip is hierbij als hefboom te beschouwen. Om 19.00 uur begonnen de duwboten te duwen, het schip lag toen nog stil. Een paar minuten later begon het schip om een punt te draaien dat met D is aangegeven.
[figuur 3: zie het originele examen]
Op de uitwerkbijlage is de situatie van 19.00 uur, zoals getekend in figuur 3, vergroot weergegeven. In de figuren op de uitwerkbijlage zijn het aangrijpingspunt W van de wrijvingskracht Fw en het aangrijpingspunt B van de totale duwkracht Fduwboten weergegeven.
Vraag 3 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Teken in de figuren op de uitwerkbijlage de armen van Fw en Fduwboten.
- Leg met behulp van de hefboomwet uit of om 19.00 uur de totale duwkracht Fduwboten groter was dan Fw, kleiner was dan Fw of even groot was als Fw.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord:
- Arm van FW: Arm van Fduwboten:
De arm van de kracht van de duwboten is langer dan de arm van de wrijvingskracht. De momenten zijn gelijk, dus uit de hefboomwet volgt dan dat de totale duwkracht van de duwboten kleiner was dan de wrijvingskracht.
Opmerking Als de kandidaat één of twee armen verkeerd heeft ingetekend, maar deze armen consequent heeft gebruikt bij de beantwoording van de tweede deelvraag, kan de derde deelscore nog wel worden behaald.
Om het schip los te duwen, moesten de duwboten de wrijvingskracht tussen het schip en de oever overwinnen. Deze wrijvingskracht is evenredig met de normaalkracht van de oever op het schip. Behalve de normaalkracht werkte er ook een opwaartse kracht van het water op het schip. Zie schematisch en niet op schaal weergegeven in figuur 4. Hoe dieper een schip in het water ligt, hoe groter deze opwaartse kracht is.
[figuur 4: zie het originele examen]
Tijdens opkomende vloed (hoogwater) begon het water in de Schelde te stijgen.
Op de uitwerkbijlage staat een tabel.
Vraag 4 2 punten
Omcirkel in de tabel wat er gebeurde tijdens het stijgen van het water.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
De zwaartekracht op het schip bleef gelijk.
De normaalkracht van de oever op het schip werd kleiner.
De kracht die de duwboten moesten uitoefenen om werd kleiner. de wrijvingskracht te overwinnen
Kampeerbrander op hout
Tijdens een kampeervakantie wordt vaak gekookt op een brander met een gasblikje. Zie figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Omdat gasblikjes niet overal verkrijgbaar zijn, willen Jos en Martijn voor hun profielwerkstuk een brander ontwerpen die op hout werkt. Met deze brander moet ook een telefoon opgeladen kunnen worden. Ze stellen een programma van eisen op waar hun brander aan moet voldoen.
Enkele eisen zijn:
1 Het rendement voor water koken moet hoger zijn dan 40%.
2 De brander moet een elektrische spanning kunnen opwekken van 5,0 V voor het opladen van een telefoon.
3 Er moet zichtbaar gemaakt worden of de spanning hoog genoeg is om de telefoon op te laden.
4 De telefoon moet volledig kunnen opladen tijdens het koken van een maaltijd.
Ze bouwen een brander die hout verbrandt en koken daarmee water om de eerste eis te controleren. Om 400 gram water van 10 °C aan de kook te brengen, hebben ze 18 gram hout nodig.
Vraag 5 4 punten
Toon met een berekening aan of het ontwerp van de jongens daarmee aan de eerste ontwerpeis voldoet.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Voor het opwarmen van het water is nodig: Q = cmΔT = 4,18 ·103 · 0, 400 · (100
- 10) = 1,50 ·105 J.
Voor de energie van het verbranden van het hout en het rendement geldt: Binas: Ech = rm m = 16 ·106 ·18 ·10−3 = 2,88 ·105 J.
Enuttig 1,50 ·105 η= ·100% = ·100% = 52%. Ein 2,88 · 105
Sciencedata: Ech = rm m = 18,9 ·106 ·18 ·10−3 = 3, 40 ·105 J.
Enuttig 1,50 ·105 η= ·100% = ·100% = 44%. Ein 3, 40 · 105
Als spanningsbron gebruiken ze een zogenaamd peltier-element. Een peltier-element levert een elektrische spanning Upelt als er een temperatuurverschil is tussen de twee zijden van het element. Jos en Martijn verwarmen de ene kant met het vuur en koelen de andere kant met een ventilator. Aan beide zijdes van het peltier-element zijn warmtegeleiders van metaal bevestigd. Zie figuur 2.
[figuur 2: zie het originele examen]
De warmtegeleiders moeten zo snel mogelijk warmte geleiden naar en van het peltier-element.
Vraag 6 2 punten
Beredeneer met behulp van een stofeigenschap of Jos en Martijn daarom beter een warmtegeleider van aluminium of een warmtegeleider van koper kunnen kiezen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Een stof met een hoge warmtegeleidingscoëfficiënt is in staat om veel warmte per tijdseenheid te geleiden. Koper heeft een hogere warmtegeleidingscoëfficiënt dan aluminium. Koper is dus de beste keuze.
Opmerking Als de kandidaat heeft geredeneerd vanuit gelijkblijvende massa van het koellichaam en daarmee op aluminium uitkomt, dit goed rekenen.
De spanning Upelt is afhankelijk van het temperatuurverschil tussen beide zijdes van het element. Bij benadering geldt:
U pelt = C ΔT
Hierin is:
- Upelt de opgewekte spanning;
- C een constante;
- ΔT het temperatuurverschil.
Vraag 7 2 punten
Leid de eenheid van C af.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: V K −1 of V °C−1
voorbeeld van een antwoord: [U ] [U ] = [C ][ΔT ] → [C ] = = V K −1 of V °C −1 [ΔT ]
Jos en Martijn meten de temperatuur aan beide zijdes van het peltier-element. Deze is 160 °C voor de verwarmde zijde en 63 °C voor de gekoelde zijde. Het peltier-element levert dan een spanning Upelt van 2,8 V. Om hun telefoon te kunnen opladen, is echter een spanning van 5,0 V nodig.
Vraag 8 3 punten
Bereken het temperatuurverschil dat nodig is om een Upelt van 5,0 V op te wekken.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: ΔT = 1,7 ·102 K
voorbeeld van een antwoord: U 2,8 V U = C ΔT → C = = = 0,0289 ΔT (160
- 63) K U 5,0 U = C ΔT → ΔT = = = 1,7 ·102 K = 1,7 ·102 °C
Ze voeren de spanning Upelt op door het vuur heter te stoken. Jos en Martijn willen kunnen zien of de spanning al hoog genoeg is om de telefoonaccu op te laden (de derde ontwerpeis). Ze sluiten daarom een led-schakeling aan op het peltier-element. De led-schakeling bestaat uit een led en een weerstand R1. Het peltier-element werkt dus als voedingsbron. Zie figuur 3.
figuur 3 figuur 4
In figuur 4 is het (I,U)-diagram van deze led weergegeven. Jos en Martijn zien dat de led licht gaat geven bij een spanning Uled van 1,5 V. De led moet licht gaan geven bij een spanning Upelt van 5,0 V.
Vraag 9 4 punten
Bepaal met behulp van figuur 4 de grootte die de weerstand R1 moet hebben. Noteer je antwoord in twee significante cijfers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: R1 = 1,0 · 103 Ω (binnen het bereik 7,8 ·102 Ω ≤ R1 ≤ 1, 4 ·103 Ω)
voorbeeld van een antwoord: Over deze weerstand staat een spanning van U R = U pelt
- U led = 5,0
- 1,5 = 3,5 V. Uit het (I,U)-diagram volgt dat bij een spanning van 1,5 V een stroom van 3,5 ·10−3 A door de schakeling gaat. UR 3,5 Voor de weerstand geldt: R1 = = −3 = 1,0 ·103 Ω. I 3,5 ·10
Opmerking Als niet is voldaan aan de eerste deelscore, de laatste deelscore voor completeren ook niet toekennen.
Op het peltier-element sluiten ze nu de ventilator, de led-schakeling en een lader voor een telefoonaccu parallel aan elkaar aan. Ze houden het peltier-element op temperatuur zodanig dat het 5,0 V blijft leveren. Ze meten dat het peltier-element een stroomsterkte van 0,41 A levert. Door de ventilator en de led-schakeling samen loopt een totale stroom van 0,30 A. De telefoonaccu heeft een capaciteit van 2,6 Ah.
Vraag 10 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Bereken de tijd die minimaal nodig is om de lege accu volledig op te laden met deze opstelling.
- Leg uit welke conclusie Jos en Martijn moeten trekken over het halen van de vierde ontwerpeis.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: t = 24 h
voorbeeld van een antwoord:
- Voor de laadstroom van de accu geldt: I accu = I pelt
- I ventilator = 0, 41
- 0,30 = 0,11 A. capaciteit 2,6 Hieruit volgt voor de tijd: t = = = 24 h. I 0,11
- Een laadtijd van 24 h is veel langer dan het koken van een maaltijd duurt. Ze hebben hun vierde ontwerpeis dus niet gehaald.
Falcon heavy
In februari 2018 is de Falcon 9 heavy (kortweg F9h) getest. Dit is een raket die naar Mars moet reizen. Zie figuur 1.
Het bovenaanzicht van het testtraject is schematisch en niet op schaal weergegeven in figuur 2. F9h werd gelanceerd (I) richting een baan om de aarde. Daar aangekomen werd de raket tijdelijk ‘geparkeerd’ in deze baan om de aarde, de zogenaamde parkeerbaan ( II). Daarna vervolgde hij zijn weg verder richting Mars (III).
figuur 1 figuur 2
I Lancering Om in de parkeerbaan te komen, moest de raket brandstof verbranden om voldoende kinetische energie en zwaarte-energie te krijgen. De benodigde zwaarte-energie is niet afhankelijk van de plek waar de raket vanaf aarde gelanceerd werd. De benodigde kinetische energie is wel afhankelijk van de plek van lancering. Omdat de aarde om de aardas draait, heeft het lanceerplatform zelf een snelheid vL. Hierdoor had de raket al voor de lancering kinetische energie.
Vraag 11 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Leg met behulp van een formule uit het informatieboek uit dat de snelheid vL bij de evenaar het grootst is.
- Leg met behulp van een formule uit het informatieboek uit dat er minder brandstof nodig is als de lanceerplek dicht bij de evenaar ligt.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
- voorbeeld van een antwoord: 2πr − Voor de baansnelheid geldt v = . De periode van de rotatie van de T aarde is altijd 24 uur. Op de evenaar is de afstand r tot de aardas het grootst, dus de baansnelheid v ook. − Uit Ek = 12 mv 2 volgt dat bij een grotere snelheid vL er meer kinetische energie bij de start is. (De raketmotoren hoeven dan minder brandstof te verbranden.) 2πr s • gebruik van v = of v = met s = 2π r (1) T t • inzicht dat T constant is en dat r het grootst is op de evenaar (1) gebruik van Ek = 12 mv 2 • (1) • inzicht dat er bij een start vanaf de evenaar meer kinetische energie aanwezig is (1) (4)
Van de eerste minuten van de beweging van F9h is een ( v,t)-diagram gemaakt. Zie figuur 3.
[figuur 3: zie het originele examen]
De raket gebruikte een hoofdmotor en extra hulpmotoren. Na ruim
3 minuten werden de hulpmotoren uitgeschakeld en bleef alleen de hoofdmotor van de raket werken. Figuur 3 staat ook op de uitwerkbijlage.
Vraag 12 4 punten
Bepaal met behulp van de figuur op de uitwerkbijlage de versnelling op t = 180 s. Laat in de figuur zien hoe je aan je antwoord komt. Noteer je antwoord in drie significante cijfers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: a = 23,6 ms −2 (binnen het bereik 20,0 ms −2 ≤ a ≤ 25,0 ms −2 )
voorbeeld van een antwoord:
Δv (20,0 ·103 / 3,6) Uit de raaklijn volgt: a = = = 23,6 m s −2 . Δt (310
- 75)
II Parkeerbaan In figuur 4 is in een (h,t)-diagram de hoogte van F9h boven het aardoppervlak uitgezet tegen de tijd.
[figuur 4: zie het originele examen]
Ongeveer acht minuten na de lancering bereikte F9h de cirkelvormige parkeerbaan.
Vraag 13 5 punten
Bepaal met behulp van figuur 4 en een berekening de baansnelheid van F9h in de parkeerbaan. Noteer je antwoord in drie significante cijfers.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: v = 7,80 ·103 ms −1
voorbeeld van een antwoord: Voor een satellietbaan met een constante hoogte geldt:
mv 2 mM GM 6,674 ·10−11 · 5,972 ·1024 =G 2 →v= = = 7,80 ·103 ms −1. r r r 6,371 ·10 + 1,80 ·10
6 (5)
mv 2 mM
Opmerking Als gebruik is gemaakt van RA = 6,378 ·106 m, dit goed rekenen.
III Op weg naar Mars Na een tijd verliet F9h de parkeerbaan en vervolgde de raket de reis naar Mars. Aangenomen wordt dat de snelheid van F9h in dit traject constant was en anders dan de snelheid van F9h in de parkeerbaan. Tijdens een deel van de vlucht werd F9h door een waarnemer W twee keer gefotografeerd. Het zijaanzicht van de baan is schematisch en niet op schaal weergegeven in figuur 5.
[figuur 5: zie het originele examen]
F9h legde tussen de tijdstippen van foto 1 en foto 2 een afstand s af. Deze afstand kan bepaald worden uit:
- het hoogteverschil Δh van 9, 21 ·106 m.
- de afstand Δx, die door de waarnemer is bepaald op 4,38∙106 m.
Tussen het maken van foto 1 en foto 2 zat een tijd van 20,0 minuten.
Vraag 14 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Bereken de afstand s.
- Bereken de snelheid van F9h op het traject richting Mars.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: v = 8,50 ·103 ms −1
voorbeeld van een antwoord:
- Uit de stelling van Pythagoras volgt: s = Δh 2 + Δx 2 = (9, 21 ·106 ) 2 + ( 4, 38 ·106 ) = 1,02 ·107 m. 2
Tussen foto 1 en 2 zat een tijd van 20,0 minuten. Hieruit volgt: s 1,02 ·107 v= = = 8,50 ·103 m s −1. t 20,0 · 60
Sarcoïde
Een veelvoorkomende tumor bij paarden is een zogenaamde sarcoïde. Dit is een huidtumor. Er bestaan verschillende methodes om deze tumor te behandelen. Een eerste behandelmethode is bestraling. Hierbij kunnen afgesloten capsules gebruikt worden met radioactieve isotopen die ioniserende straling uitzenden. Deze capsules worden in de tumor geplaatst. In figuur 1 staat een tabel met een aantal capsules met verschillende isotopen die gebruikt kunnen worden.
[figuur 1: zie het originele examen] capsule isotoop vervalproducten t1/2 I Au-198 β en Hg-198 (niet radioactief) 3,8 dagen II Co-60 β en Ni-60 (niet radioactief) 5,3 jaar III Cs-137 β en Ba-137 (niet radioactief) 30 jaar IV Ir-192 β en Pt-192 (niet radioactief) 74 dagen
Een van de capsules mag blijven zitten na de behandeling. De overige capsules moeten verwijderd worden wanneer de sarcoïde voldoende is bestraald.
Vraag 15 3 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Leg uit welke capsule (I, II, III of IV) mag blijven zitten.
- Geef een reden waarom de isotopen uit figuur 1 alleen geschikt zijn om de tumor van binnenuit te behandelen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord:
- De activiteit van de isotoop moet in relatief korte tijd afnemen. Hiervoor is een korte halveringstijd nodig. De isotoop Au-198 heeft de kortste halveringstijd, dus capsule I.
- De dracht van β-straling in weefsel is heel klein.
Een sarcoïde kan ook worden behandeld met de isotoop Sr-90.
Vraag 16 3 punten
Geef de vergelijking van de vervalreactie van Sr-90.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Opmerking Als rechts van de pijl ook γ is genoteerd, vervalt de eerste deelscore.
Een bepaalde sarcoïde heeft een massa van 7,9·10−5 kg en wordt behandeld met Sr-90. Tijdens één bestraling ontvangt deze tumor een dosis van 20 Gy. De energie die per vervallen Sr-90-kern aan de tumor wordt afgegeven is 2,9 MeV. De gemiddelde activiteit tijdens de bestraling is 3,1 ·106 Bq.
Vraag 17 5 punten
Bereken de tijdsduur van één bestraling van deze sarcoïde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
uitkomst: t = 1,1 ·103 s
voorbeelden van een antwoord: methode 1 Voor de behandeling is een totale energie nodig van: E D= → E = 20 · 7,9 ·10−5 = 1,58 ·10−3 J. m Per vervalreactie wordt 2,9 ·1,60 ·10−13 = 4,64 ·10−13 J door het weefsel opgenomen.
E 1,58 · 10 −3 In totaal zijn er dan = −13 = 3, 41 · 109 vervalreacties nodig. Everval 4, 64 · 10 3, 41 ·109 Hiervoor is een tijd nodig van = 1,1 ·103 s. 3,1 ·10 6
- completeren van de berekening (1p)
of
methode 2 Voor de behandeling is een totale energie nodig van: E D= → E = 20 · 7,9 ·10−5 = 1,58 ·10−3 J. m Per vervalreactie wordt 2,9 ·1,60 ·10−13 = 4,64 ·10−13 J door het weefsel opgenomen. Er geldt: P = A · Evervalreactie = 3,1 ·106 · 4,64 ·10−13 = 1, 44 ·10−6 J s −1.
E 1,58 ·10−3 De behandeling duurt t = = −6 = 1,1 ·103 s. P 1, 44 ·10 E
Een andere behandelmethode voor een sarcoïde is hyperthermie. Dit is een methode waarbij de tumor vernietigd wordt door hem van buitenaf te verhitten met microgolfstraling met een frequentie van 2,45 GHz. De stralingsbron levert 6, 2 ·1025 fotonen per seconde. Om een bepaalde sarcoïde op de behandeltemperatuur te brengen moet de stralingsbron 7, 2 · 102 J stralingsenergie leveren. Nadat de behandeltemperatuur is bereikt, wordt de sarcoïde nog 30 s lang bestraald met microgolfstraling om haar op temperatuur te houden.
Vraag 18 5 punten
Bereken de benodigde totale tijd voor de hyperthermie-behandeling van deze sarcoïde.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
- uitkomst: t = 37 s voorbeeld van een antwoord: Voor de energie van een foton geldt: E = hf = 6,63 ·10−34 · 2, 45 ·109 = 1,62 ·10−24 J. Hieruit volgt voor het vermogen van de stralingsbron: P = 6, 2 ·1025 ·1,62 ·10−24 = 1,01 ·102 J s −1. E 7, 2 ·10 2 Het opwarmen duurt topw = = = 7,1 s. P 1,01 ·10 2 De minimale totale tijd voor de behandeling is t totaal = 30 + 7,1 = 37 s. • gebruik van Ef = hf (1) inzicht dat P = 6, 2 ·10 · Ef 25 • (1) • gebruik van E = Pt (1) • inzicht dat ttotaal = 30 + topw (1) • completeren van de berekening (1) (5)
Bij hyperthermie moet een tumor verhit worden tot minimaal 42 °C. In figuur 2 is de temperatuur die bij deze behandelmethode gehaald kan worden, uitgezet tegen de diepte in het weefsel. In figuur 3 is schematisch de doorsnede van de huid van een paard weergegeven. De huid bestaat uit de opperhuid en de lederhuid. Onder de lederhuid begint het onderhuids weefsel.
[figuur 2: zie het originele examen]
[figuur 3: zie het originele examen]
Vraag 19 2 punten
Leg uit met behulp van figuren 2 en 3 of hyperthermie geschikt is om sarcoïdes in de hele huiddikte te behandelen.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeelden van een antwoord: methode 1 De temperatuur van 42 °C kan bereikt worden tot een diepte van 5,7 mm in het weefsel. De huiddikte van het paard is 4,5 mm. Hyperthermie is dus voor de hele dikte van de huid geschikt.
- consequente conclusie (1p)
of
methode 2 De huiddikte van het paard is 4,5 mm. De temperatuur die op deze diepte bereikt kan worden is 43,5 °C. Dit is hoger dan de benodigde 42 °C. Hyperthermie is dus voor de hele dikte van de huid geschikt.
- vergelijken van de temperatuur bij 4,5 mm met de benodigde temperatuur (1p)
Infrasone trillingen
In de jaren 80 deed wetenschapper Vic Tandy een toevallige ontdekking. Hij had een zwaard vastgeklemd om het schoon te maken. Het vrije uiteinde van het zwaard bleek uit zichzelf te trillen. Zie schematisch in figuur 1.
[figuur 1: zie het originele examen]
Hij verplaatste het zwaard in de kamer. Midden in de kamer trilde het zwaard het hardst. Richting de wanden nam de trilling af, bij de wanden trilde het zwaard niet.
Tandy concludeerde dat infrasone geluidsgolven de oorzaak waren van het trillen van het zwaard. Infrasoon geluid is onhoorbaar voor mensen omdat het een frequentie heeft lager dan 20 Hz. De lengte L van de ruimte is 11,0 m en de temperatuur is 20 °C.
Vraag 20 4 punten
Voer de volgende opdrachten uit:
- Geef in de figuur op de uitwerkbijlage op de stippellijn het patroon aan van knopen (K) en buiken (B) van de grondtoon in de kamer.
- Toon met een berekening aan dat de geluidsgolven infrasoon waren.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: −
Voor de golflengte in de ruimte geldt: λ = 2 L → λ = 2 ·11,0 = 22,0 m. 343 v= fλ → f = = 15,6 Hz. (Deze frequentie ligt onder de 22,0 frequentie van hoorbaar geluid.)
Opmerking Als het patroon alleen is getekend zonder aangeven van knopen K en buiken B, vervalt de eerste deelscore.
In 2012 vertoonde een nieuw gebouw van Rijkswaterstaat ongewenste trillingen. Zie figuur 2 voor een foto van dit gebouw. Al snel werd gedacht aan infrasone trillingen. Men startte een onderzoek naar de oorzaak van die trillingen. Tijdens het onderzoek hebben onderzoekers in beeld gebracht hoeveel klachten er binnen waren gekomen per verdieping. In hun rapport zijn de resultaten weergegeven op de manier van figuur 3.
figuur 2 figuur 3
Hoe donkerder de verdieping is weergegeven, hoe groter het percentage klagers op deze verdieping. De onderzoekers hebben geconstateerd dat het gaat om een golf in het gebouw.
Vraag 21 2 punten
Leg met behulp van figuur 3 uit of dit patroon van klachten beter past bij een staande golf of bij een lopende golf.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: Uit figuur 3 blijkt dat een deel van de verdiepingen weinig tot geen klachten kende en een deel juist heel veel. Dit patroon past het best bij een staande golf, waar een deel niet in trilling is en een deel voortdurend in trilling is.
Ook staat in het rapport:
Veel melders zeggen dat de glaswasinstallatie op dat moment in gebruik was, maar wijzen de glaswasinstallatie niet aan als mogelijke oorzaak. De melders kunnen zich niet voorstellen dat deze installatie dergelijke heftige trillingen in het gebouw kan veroorzaken.
Vraag 22 1 punt
Noem het natuurkundig verschijnsel dat hiervoor toch een verklaring kan zijn.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
- resonantie/resoneren (1)
In het rapport staat verder dat de medewerkers hun bureaus soms heftig op en neer voelden trillen. Tijdens het onderzoek zijn daarom de infrasone eigenfrequenties van de bureaus bepaald. Een mogelijke methode om deze eigenfrequenties te bepalen is een bureau tussen een luidspreker en een microfoon te plaatsen en de luidspreker steeds een toon met een vaste (infrasone) frequentie te laten uitzenden. Zie schematisch in figuur 4.
[figuur 4: zie het originele examen]
Het signaal dat de microfoon opvangt, wordt vastgelegd in een (u,t)-diagram. In figuur 5 staan vier (u,t)-diagrammen. De gestippelde lijn geeft in elke grafiek de trilling van de microfoon weer als er geen bureau tussen de luidspreker en de microfoon staat. De doorgetrokken streep geeft een mogelijke meetuitkomst als er wel een bureau tussen de luidspreker en de microfoon staat.
[figuur 5: zie het originele examen] I II
III IV
Vraag 23 1 punt
Welk diagram geeft het juiste meetresultaat weer als de infrasone frequentie van de luidspreker overeenkomt met de eigenfrequentie van het bureau?
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Antwoord: D
In het rapport staat verder:
Toevalligerwijs valt de frequentie van het trillen van de glaswasinstallatie samen met de eigenfrequentie van de bureaus ( 4 Hz).
De glaswasinstallatie bestaat uit een bak die aan staalkabels hangt, waarin de glazenwassers kunnen staan. De totale massa van bak en glazenwassers is 350 kg. De lange staalkabels kunnen worden beschouwd als een veer. De veerconstante van de kabels samen is 2,2·105 N m−1. De massa van de kabels wordt verwaarloosd.
Vraag 24 3 punten
Toon met een berekening aan dat de eigenfrequentie van de glaswasinstallatie met glazenwassers gelijk is aan die van de bureaus.
Bij deze vraag hoort een afbeelding. Bekijk hem in: Opgaven · Uitwerkbijlage · Verantwoording bij de syllabus natuurkunde
Bekijk het antwoord
Voorbeeld uit het correctievoorschrift:
voorbeeld van een antwoord: De glaswasinstallatie is een massa-veersysteem waarvoor geldt: m 350 T = 2π = 2π = 0, 251 s.
C 2, 2 ·105 Hieruit volgt voor de frequentie:
1 (1) f = = = 4,0 Hz. (De frequentie van deze infrasone trillingen is T 0, 251 gelijk aan de eigenfrequentie van de bureaus.)
m
Bron: College voor Toetsen en Examens, centraal examen havo Natuurkunde 2024, tijdvak 1. Afbeeldingen en de exacte opmaak staan in het originele examen: https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-24-1-o
Andere examens natuurkunde havo
- 2026, tijdvak 1
- 2026, tijdvak 2
- 2025, tijdvak 1
- 2025, tijdvak 2
- 2024, tijdvak 2
- 2023, tijdvak 1
- 2023, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 1
- 2022, tijdvak 2
- 2022, tijdvak 3
- 2021, tijdvak 1
- 2021, tijdvak 2
- 2021, tijdvak 3
- 2019, tijdvak 1
- 2019, tijdvak 2
- 2018, tijdvak 1
- 2018, tijdvak 2
Hoe ToetsChecker natuurkunde per vraagtype nakijkt, lees je op natuurkunde toetsen nakijken met AI.
Veelgestelde vragen
Hoeveel vragen heeft het eindexamen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1?
Het centraal examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1 telt 24 vragen. De meeste vragen gaan over geluid en trillingen (5), warmte (4) en elektriciteit (3).
Wat zijn de antwoorden van het examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1?
Op deze pagina staat bij elke vraag het antwoord uit het officiële correctievoorschrift van het College voor Toetsen en Examens, met de punten per onderdeel. Bij meerkeuzevragen staat de juiste letter erbij.
Waar vind ik het correctievoorschrift van natuurkunde havo 2024, tijdvak 1?
Het correctievoorschrift staat op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens (https://www.examenblad.nl/2024/havo/documenten/cse-1/ha-1023-a-24-1-c). Bij dit examen hoort ook een aanvulling op het correctievoorschrift.
Hoe oefen ik met het examen natuurkunde havo 2024, tijdvak 1 en krijg ik feedback?
Vraag je docent om het examen als oefentoets klaar te zetten in ToetsChecker. Je maakt het op papier of online, en het AI-model kijkt het na volgens het correctievoorschrift, met feedback per vraag. Je docent geeft het resultaat daarna vrij.